Transitievisie Warmte Etten-Leur (1).pdf
Tekst van het document
etten-leur.nl
COLOFON
Colofon Deze Transitievisie Warmte is vastgesteld op 4 oktober 2021 door de gemeenteraad van Etten-Leur. Deze visie is opgesteld door Over Morgen, in opdracht van de gemeente Etten-Leur, met inbreng van inwoners van Etten-Leur, ondernemers, en de volgende organisaties: Alwel, DuurSaam Etten-Leur, UwEnergieloket en Enexis.
2
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Inhoudsopgave Voorwoord
4
Lijst van figuren en tabellen
5
Publiekssamenvatting
6
1.
Inleiding
10
2.
Wat vinden we belangrijk?
16
3.
De warmtetransitie in Etten-Leur
19
4.
Hoe gaan we in Etten-Leur naar aardgasvrij?
27
5.
Hoe gaan we verder?
36
Bijlage 1: Participatie inwoners - enquête
44
Bijlage 2: Participatie inwoners - meedenkgroep
51
Bijlage 3: Isoleren en andere maatregelen in de woning
57
Bijlage 4: Warmtebronnen en warmtenetten
63
Bijlage 5: Koeling
67
Bijlage 6: NL Klimaatakkoord en financieringsinstrumenten
69
Bijlage 7: Wettelijke kaders en regels
72
Bijlage 8: Kaarten
73
Begrippenlijst
78
3
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Voorwoord Nederland aardgasvrij in 2050. Dat klinkt ver weg, maar de opgave is groot en daarvoor moeten we nu in actie komen. Klimaatverandering slaat Etten-Leur niet over. Zware regenval, snikhete dagen en droogte hebben we allemaal al meegemaakt. Willen we de gevolgen van klimaatverandering beperken, dan moeten we samen de CO2-uitstoot drastisch naar beneden brengen. Eén van de belangrijke stappen is het beperken van het gebruik van aardgas. Hier komt namelijk CO2 bij vrij. Dit gaat niet van de ene op de andere dag. Hiervoor hebben we deze Transitievisie Warmte opgesteld. Deze visie beschrijft de stappen die er gezet moeten worden om uiteindelijk aardgasvrij te zijn. Iedere woning is anders. De ene woning moet flink worden geïsoleerd en voor de andere woning is het al mogelijk om over te stappen naar een alternatief voor aardgas. De overstap moet haalbaar en betaalbaar zijn voor elke woning- of pandeigenaar. We gaan nu uit van keuzevrijheid en dwingen dus niemand tot het nemen van stappen. Wel vragen we iedereen binnen zijn of haar mogelijkheden een bijdrage te leveren. Samen met u gaan we de uitdaging aan zodat Etten-Leur die mooie gemeente blijft waar het prettig wonen, werken en recreëren is.
Kees van Aert Wethouder Duurzaamheid
4
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Lijst van figuren en tabellen Figuur 1 Participatiemomenten Transitievisie Warmte ............................................................................................................................................. 7 Figuur 2 Algemene uitgangspunten ......................................................................................................................................................................... 8 Figuur 3 Stapsgewijs naar aardgasvrij ..................................................................................................................................................................... 8 Figuur 4 Plannen en afspraken .............................................................................................................................................................................. 11 Figuur 5 Samenhang RES, RSW, Transitievisie Warmte en wijkplan ..................................................................................................................... 12 Figuur 6 Overzicht participatiemomenten ...............................................................................................................................................................
13 Figuur 7 Uitgangspunten voor Transitievisie Warmte Etten-Leur............................................................................................................................ 17 Figuur 8 Bouwperiode woningen in Etten-Leur ...................................................................................................................................................... 20 Figuur 9 Naar aardgasvrij in twee stappen ............................................................................................................................................................. 21 Figuur 10 Regionale Warmtestructuur West-Brabant uit RES ................................................................................................................................ 26 Figuur 11 Warmtetransitiekaart Etten-Leur met gebiedsgericht handelingsperspectief........................................................................................... 29 Figuur 12 Overzicht van activiteiten en planning ten behoeve van uitvoeringsstrategie.......................................................................................... 37 Figuur 13 Enquêteresultaat: Verwarmen aardgasvrij per leeftijdsgroep ..................................................................................................................
38 Figuur 13 Enquêteresultaat: Verwarmen aardgasvrij per leeftijdsgroep .................................................................................................................. 45 Figuur 14 Verwarmen aardgasvrij per bouwjaar woning respondent ...................................................................................................................... 46 Figuur 15 Verwarmen aardgasvrij per wijk respondent........................................................................................................................................... 47 Figuur 16 Participatie in isolatie of (hybride) warmtepomp ondersteuning per buurt ............................................................................................... 48 Figuur 17 Willen respondenten zelf actief aan de slag? Resultaten voor Etten-Leur totaal en per wijk. .................................................................. 49 Figuur 18 Willen respondenten zelf actief aan de slag met een initiatief? Resultaten per wijk. .............................................................................. 50 Figuur 19 Warmtetransitiekaart Etten-Leur ............................................................................................................................................................
65 Figuur 20 Overzichtskaart kansrijke panden warmtenet en potentie-eilanden collectieve oplossingen ................................................................... 66 Figuur 21 Overzicht klimaatakkoord voor de gebouwde omgeving......................................................................................................................... 69 Figuur 23 Warmtetransitiekaart Etten-Leur ............................................................................................................................................................ 73 Figuur 23 Bouwperioden van woningen en utiliteit ................................................................................................................................................. 74 Figuur 24 Gasverbruik woningen en bedrijven ....................................................................................................................................................... 75 Figuur 25 Warmtevraag bij woningen per m² ......................................................................................................................................................... 75 Figuur 26 Kaart Enexis Buurtinzicht - autonoom ....................................................................................................................................................
76 Figuur 27 Kaart Enexis Buurtinzicht - autonoom + 50% hybride WP ...................................................................................................................... 77 Tabel 1 Samenhang isolatie en aardgasvrije opties ............................................................................................................................................... 23 Tabel 2 Overzicht handelingsperspectief per gebouwtype en bouwjaarcategorie ................................................................................................... 31 Tabel 3 Overzicht aanpak gemeente en gebiedsgericht ......................................................................................................................................... 32 Tabel 4 Gemeentelijke capaciteit per onderdeel warmtetransitie............................................................................................................................ 40 Tabel 5 Indicatie minimumniveau maatregelen per bouwjaar en woningtype ......................................................................................................... 58 Tabel 6 Indicatie maatregelen Landelijke streefwaarden per bouwjaar ..................................................................................................................
58 Tabel 7 Indicatie kostenkentallen bouwkundige aanpassingen .............................................................................................................................. 62 Tabel 8 Indicatie kostenkentallen duurzame warmteoplossingen ........................................................................................................................... 62
5
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Publiekssamenvatting
6
Transitievisie Warmte Etten-Leur
In het Klimaatakkoord hebben meer dan 100 partijen afgesproken hoe we de overstap naar een duurzaam Nederland maken. In dat akkoord staat dat Nederland in 2050 geen aardgas meer gebruikt. Dat betekent dat ook Etten-Leur in de toekomst geen aardgas meer gebruikt. Aardgas gebruiken we onder andere voor het verwarmen van onze woningen en gebouwen. Dat gebruiken we nu vooral voor de cv-ketel (dus voor verwarming en warm water) en om te koken. Dat moeten we dus op een andere manier gaan doen.
In het Klimaatakkoord hebben we afgesproken om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Dat betekent dat we geen gebruik meer maken van aardgas. Bij de verbranding van aardgas komt CO2 vrij. CO2 is een broeikasgas. Broeikasgassen zorgen ervoor dat de aarde opwarmt. Opwarming heeft nadelige gevolgen voor de natuur, onze gezondheid en veiligheid. In dit document, de Transitievisie Warmte, leest u hoe we in de gemeente Etten Leur in de komende 30 jaar overstappen op een duurzame manier van verwarmen en koken. De Transitievisie Warmte van de gemeente Etten-Leur gaat over alle woningen, maar ook over winkels, kantoren, scholen en bedrijven in de gemeente. We willen er samen voor zorgen dat 19.000 woningen en 2.200 andere gebouwen in de gemeente Etten-Leur minder energie gebruiken. En dat ze in 2050 geen aardgas meer nodig hebben. Daar werken we de komende jaren aan en dat doen we in stappen. Nieuwbouw wordt al aardgasvrij gebouwd. De Transitievisie Warmte gaat dus over de bestaande woningen en gebouwen.
Deze Transitievisie Warmte is gemaakt met inbreng van inwoners, ondernemers en organisaties die betrokken zijn bij de verduurzaming van Etten-Leur.
Figuur 1 Participatiemomenten Transitievisie Warmte
De overstap naar aardgasvrij wonen en werken is niet makkelijk. We moeten moeilijke keuzes maken. Daarom baseren we onze keuzes op een aantal algemene uitgangspunten. Op basis van alle inbreng zijn we gekomen tot de volgende uitgangspunten voor deze visie.
7
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Figuur 2 Algemene uitgangspunten
•
De gemeente neemt inwoners en relevante organisaties mee in het proces en de keuzes. Dit houdt allereerst in dat de gemeente duidelijke informatie geeft aan inwoners. Dit doet de gemeente bijvoorbeeld op de website (www.etten-leur.nl/aardgasvrij), via huis-aan-huis bladen, brieven en bewonersbijeenkomsten. De gemeente luistert naar wat inwoners en organisaties belangrijk vinden.
•
Iedere eigenaar beslist voor zich welke maatregelen hij neemt, richting uiteindelijk aardgasvrij wonen en werken in 2050.
•
Het moet financieel haalbaar zijn: voorwaarde is dat de overstap voor inwoners en bedrijven betaalbaar is, waar nodig met extra steun uit landelijke, regionale en/of lokale regelingen. We sturen op logische momenten en koppelkansen: we kiezen logische momenten voor isoleren en de overstap naar aardgasvrij. Voorbeelden zijn een verbouwing, verhuizing, vervanging van de keuken (elektrisch koken) of gasketel.
•
We doen het samen: we kijken samen naar de plannen van bijvoorbeeld netbeheerder Enexis, bewonersinitiatieven en woningcorporatie Alwel.
•
We kiezen voor perspectief op de lange termijn en houvast voor de korte termijn. De Transitievisie Warmte maakt duidelijk wat logisch en handig is om in de komende jaren (tot 2030) te doen en wat dat voor de lange termijn betekent.
•
Ruimte voor innovatie: we nemen alleen beslissingen waar we later geen spijt van krijgen. Dit betekent ook dat we de opties openhouden voor duurzaam gas, betere warmtepompen en technieken die nog worden ontwikkeld.
In het algemeen is deze overstap te maken met twee grote stappen: (1) isoleren en (2) overstap naar een duurzame warmteoplossing. Het is belangrijk om eerst de huidige situatie in kaart te brengen. Op basis daarvan kan voor een woning of gebouw een plan gemaakt worden richting uiteindelijk aardgasvrij en duurzaam wonen of werken. Figuur 3 Stapsgewijs naar aardgasvrij
8
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Stap 1: Isoleren De eerste stap is het verbeteren van woningen en andere verwarmde gebouwen. Dan zijn ze klaar voor de overstap naar aardgasvrij: transitiegereed. De belangrijkste maatregelen zijn HR++ glas, isolatie van het dak, vloer en spouwmuur, en elektrisch koken. Woningen vanaf 1995 zijn meestal al voldoende geïsoleerd. Stap 2: Duurzame warmteoplossing De tweede stap is het verwarmen op een duurzame manier, zonder aardgas. Dat kan met elektriciteit (warmtepompen), met duurzaam gas of in aantal gebieden met een lokaal warmtenet. Ook is het mogelijk om een combinatie van elektriciteit en duurzaam gas te gebruiken, bijvoorbeeld met een hybride warmtepomp. In de komende jaren gebruiken we nog aardgas. Als we in 2050 gas willen blijven gebruiken, dan moet dit een duurzaam gas zijn. Er zijn twee vormen van duurzaam gas: waterstof die zonder CO2-emissie is gemaakt en groen gas uit biomassa. De gemeente evalueert jaarlijks de ontwikkelingen. In 2025 zal de Transitievisie Warmte geactualiseerd worden.
Voor Etten-Leur betekent dit in het kort: 1. Algemeen advies: de Transitievisie Warmte geeft een algemene richting. De individuele situatie is leidend bij het nemen van maatregelen richting aardgasvrij wonen en werken. Betaalbaarheid is essentieel en we maken gebruik van natuurlijke momenten (verhuizing, verbouwing, einde levensduur gasketel, bewonerswensen). 2. In de komende jaren ligt de focus vooral op isolatie van oudere woningen (voor 1975), zodat deze woningen klaar zijn voor een overstap naar een duurzame warmteoplossing. Daarnaast zetten we ook in op (hybride) warmtepompen voor woningen die na 1975 gebouwd zijn. Ook zetten we in op de verduurzaming van bedrijventerreinen, kantoren, winkels en gebouwen van de gemeente zelf. Hiermee reduceren we het gebruik van aardgas in Etten-Leur in 2030 met ongeveer 30% ten opzichte van 2015. Dit is in lijn met het Klimaatakkoord. 3. De gemeente zorgt gemeentebreed voor informatie en ondersteuning voor inwoners en ondernemers. 4. De gemeente biedt inwoners in een aantal wijken aanvullende ondersteuning, met focuswijken isolatie. Het doel van deze gebiedsgerichte werkwijze is dat inwoners een passend aanbod krijgen voor isolatie. Inwoners kunnen zelf kiezen of zij hieraan meedoen. De gemeente heeft een stimulerende en bemiddelende rol.
De focuswijken isolatie zijn: Baai/Noord (vanaf 2022), Centrum Oost (vanaf 2024), Grauwe Polder 2 (vanaf 2026), Centrum-West (2022 – 2024) en Banakkers (2024 – 2026). In Centrum-West en Banakkers werken we samen met woningcorporatie Alwel omdat zij hun bezit in die perioden gaan verduurzamen. 5. Tot 2030 zullen geen woningen gedwongen van het aardgasnetwerk af gaan. We volgen de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot duurzaam gas. Bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte in 2025 wordt bekeken wat de rol voor het gasnet na 2030 kan of moet zijn. 6. Lokale warmtenetten op basis van warmte- en koudeopslag (WKO) zijn mogelijk in Vosdonk, het Trivium en de winkels en appartementen in het centrum. Grootschalige warmtenetten zijn op dit moment niet kansrijk voor Etten-Leur. 7. Zelf aan de slag met de voorbereidingen op een aardgasvrije woning? Isoleren en elektrisch koken zijn altijd goede stappen om te zetten. Kijk ook naar wat er nog meer in Etten-Leur gebeurt. Dit vindt u op www.etten-leur.nl/aardgasvrij. Daar vindt u ook de laatste ontwikkelingen.
9
Transitievisie Warmte Etten-Leur
1.
Inleiding
10
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Etten-Leur staat voor een grote opgave. De meeste woningen, bedrijven en instellingen, zoals scholen en verzorgingstehuizen, gebruiken aardgas voor verwarming, warm water en om te koken. Maar het gebruik van aardgas is niet duurzaam. We gaan daarom op zoek naar duurzame oplossingen voor onze gebouwde omgeving. Het landelijke doel uit het Klimaatakkoord 1 is om in 2050 aardgasvrij te zijn. Om de opwarming van de aarde te beperken, moeten we namelijk fors minder CO2 uitstoten. Het jaar 2050 lijkt nog ver weg, maar we hebben die tijd hard nodig. Nu is dus het moment om de aanpak voor deze grote verandering in Etten-Leur te bepalen. Daarbij kijken we in de eerste plaats naar wat ons te doen staat tot 2030. In het Klimaatakkoord staat dat elke gemeente uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte (afgekort de TVW) heeft. De TVW laat zien op welke manier we het beste duurzaam kunnen verwarmen. Per wijk worden ook de logische tussenstappen duidelijk. Duurzaam wonen en werken betekent dat we een andere bron dan aardgas nodig hebben. We kijken naar betaalbare en beschikbare duurzame warmtebronnen, zowel lokaal als regionaal. Ook bepalen we in welke wijken we het beste kunnen starten met de voorbereiding op aardgasvrij wonen, met de nadruk op isoleren. Tot slot beschrijft de visie de manier waarop de gemeente de regie wil voeren over de warmtetransitie in Etten-Leur.
Dit is de uitvoeringsstrategie. De warmtetransitie verkeert nog in de startfase. Op nationaal, regionaal en lokaal niveau zijn er continu nieuwe ontwikkelingen die invloed hebben op de transitie in Etten-Leur. Flexibiliteit in de uitvoering is dus belangrijk. Deze visie geeft focus en richting, maar de weg is niet in beton gegoten. De visie wordt op basis van ontwikkelingen regelmatig herijkt. We actualiseren de TVW in principe eens in de vijf jaar. De leerervaringen uit de eerste wijken nemen we mee om te versnellen en efficiënter te werken.
In december 2015 heeft Nederland in Parijs het VN Klimaatakkoord ondertekend2. Dit akkoord heeft als doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Om dit te halen is een grote inspanning op energiebesparing en het gebruik van duurzame energiebronnen nodig. In Nederland is vervolgens in 2019 het Nationaal Klimaatakkoord opgesteld. Hierin staan de afspraken om de klimaatambities te halen. Een van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat alle gebouwen uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn gemaakt. In 2030 moeten de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen en gebouwen verduurzaamd zijn, dat is 20% van het totaal aantal gebouwen in Nederland. De afspraken uit het klimaatakkoord zijn inmiddels ook vastgelegd in de Klimaatwet. In bijlage 6 is een Infographic opgenomen met de afspraken voor de gebouwde omgeving. In de TVW bepalen we wat het Klimaatakkoord betekent voor Etten-Leur. De plaats van de Transitievisie Warmte in deze context is te zien in figuur 4. De opdracht voor de TVW is specifiek voor woningen en gebouwen met een verblijfsfunctie. Voor landbouw en warmte voor procesindustrie gelden andere afspraken. Zij moeten ook aan de slag, maar volgen hierbij een ander traject.
Figuur 4 Plannen en afspraken
Plannen op drie niveaus Gemeenten hebben een belangrijke rol in deze transitie. In lijn met het Klimaatakkoord zijn we daarom bezig met plannen maken op drie niveaus.
1 Zie https://www.klimaatakkoord.nl/
2 http://unfccc.int/process/the-paris-agreement/status-of-ratification
11
Transitievisie Warmte Etten-Leur
•
• •
Regionaal wordt gewerkt aan de Regionale Energie Strategie (RES) waarin we aangeven hoeveel duurzame elektriciteit in de regio in de toekomst wordt opgewekt. Hierin kijken we ook naar de beschikbaarheid van warmtebronnen en hoe deze in de regio ingezet kunnen worden. Deze Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft hoe we als gemeente onze warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier gaan invullen, waarbij we de resultaten uit de RES meenemen. Voor wijken die in de TVW geselecteerd zijn, maakt de gemeente een plan op wijkniveau. Dit is in de komende jaren op basis van focuswijken isolatie. Op termijn komen daar wijkuitvoeringsplannen richting aardgasvrij wonen en werken bij.
Alle belanghebbenden worden bij de plannen betrokken. Besluitvorming voor de RES, TVW, en een WUP vindt plaats in de gemeenteraad. Figuur 5 laat de samenhang tussen deze plannen zien.
Figuur 5 Samenhang RES, RSW, Transitievisie Warmte en wijkplan
Landelijke ontwikkelingen aardgasvrije wijken De transitie zal in de meeste gemeenten wijk voor wijk worden aangepakt. Dit is een proces van evalueren en opschalen. Het Rijk ziet dat we versneld moeten gaan starten in de eerste wijken om dit proces in gang te zetten. Het Rijk heeft daarom de regeling “Grootschalige Proeftuinen Aardgasvrij” in het leven geroepen waarbij ze ondersteuning biedt aan 100 wijken waar concrete stappen naar aardgasvrij worden gezet. In 2018 en 2020 zijn de eerste 48 wijken aangewezen. De ervaringen in deze wijken laten zien dat het niet makkelijk is om stappen te zetten naar aardgasvrij wonen en dat er nog veel lessen te leren zijn.3
3 Zie bijvoorbeeld informatie van het Rijk: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aardgasvrije-wijken en
https://aardgasvrijewijken.nl/proeftuinen/default.aspx. Ook relevant is de evaluatie van proeftuinen door EIB: https://www.eib.nl/publicaties/proeftuinenaardgasvrije-wijken/
12
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Betaalbaarheid De warmtetransitie kan alleen succesvol zijn als landelijk, regionaal (provincie) en lokaal oplossingen worden gevonden voor de verdeling van de kosten van de warmtetransitie. Dit moet ervoor zorgen dat de warmtetransitie betaalbaar en dus haalbaar is én blijft voor inwoners, bedrijven en instellingen. In bijlage 6 gaan we verder in op betaalbaarheid.
De gemeente Etten-Leur volgt voor haar ambities het landelijke Klimaatakkoord en neemt de regionale ontwikkelingen (RES) mee in haar planvorming. De warmtetransitie staat niet op zichzelf. We willen logische koppelingen met andere doelstellingen en opgaven van de gemeente bevorderen. Dit zijn onder andere het algemene duurzaamheidsbeleid in Etten-Leur, nieuwbouwwoningen, revitalisering Vosdonk, klimaatadaptatie, en de Regionale Energie Strategie. Om de verbinding met andere doelstellingen te bevorderen zal de Transitievisie Warmte een programmaonderdeel zijn van de (overkoepelende) Omgevingsvisie van Etten-Leur.
We willen dat de Transitievisie Warmte rekening houdt met de belangen van iedereen die betrokken is bij de overgang naar duurzaam wonen en werken: Onze inwoners, Ondernemers, maatschappelijke Organisaties, Onderwijs en andere Overheden (samen 5 O’s). We kunnen als gemeente de warmtetransitie tenslotte niet alleen realiseren. We werken samen om plannen op elkaar af te stemmen, schaalgrootte te behalen, van elkaar te leren en de transitie te versnellen. De Transitievisie Warmte is daarom opgesteld met intensieve participatie van inwoners, ondernemers en organisaties die actief zijn bij het verduurzamen van Etten-Leur. Zij hebben belangrijke input geleverd over wat er zoal leeft in Etten-Leur, waar er zorgen zijn en wat belangrijk wordt gevonden, maar ook waar er kansen liggen. Zo hebben we een Transitievisie Warmte gemaakt voor en met alle belanghebbenden in Etten-Leur.
Figuur 6 Overzicht participatiemomenten
Stakeholdergroep betrokken organisaties De TVW is opgesteld met input van een groep van betrokkenen, verenigd in een stakeholdergroep. Hierin zaten vertegenwoordigers van netbeheerder Enexis, woningcorporatie Alwel, DuurSaam Etten-Leur en uwEnergieloket.
13
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Inwoners van Etten-Leur Inwoners zijn tijdens het opstellen van de TVW op verschillende momenten betrokken. •
•
•
In het najaar van 2020 hebben we 333 inwoners bevraagd over de warmtetransitie door middel van een digitale enquête onder het inwonerspanel. Ook konden inwoners via een open link meedoen. De uitkomsten hiervan zijn te vinden in een apart document.4 In het voorjaar van 2021 is een grote enquête gehouden waarbij alle inwoners van Etten-Leur met een huisaan-huis brief zijn uitgenodigd om hun kijk op aardgasvrij wonen te geven. Ruim 1250 eigenaren en 140 huurders hebben de enquête ingevuld. De enquête data is beschikbaar in een apart document.5 De duiding van de resultaten zijn opgenomen in bijlage 1. Ook hebben we digitale informatieavonden op 25 november 2020 en 16 juni 2021 gehouden. Op 25 november zijn inwoners geïnformeerd over hoe de Transitievisie Warmte opgesteld wordt en is gevraagd wat zij daarin belangrijk vonden. Op 16 juni zijn de (voorlopige) resultaten gepresenteerd en konden inwoners hun laatste inbreng leveren.
Meedenkgroep eigenaren en huurders Een groep van 11 inwoners heeft zich aangemeld voor de meedenkgroep. Deze groep inwoners uit vrijwel alle wijken van Etten-Leur heeft op vier avonden intensief meegedacht over de totstandkoming van de Transitievisie Warmte. De opbrengst daarvan is opgenomen in bijlage 2.
Ondernemers Met een bestuurslid van de IKE (Industriële Kring Etten-Leur) is in twee bijeenkomsten gesproken over de hoofdlijnen van de Transitievisie Warmte voor de bedrijventerreinen.
Gemeenteraad en College Voorafgaand aan het opstellen van de Transitievisie Warmte is een Startnotitie opgesteld. Deze is op 11 februari 2020 door het college vastgesteld en op 20 februari 2020 per brief aan de gemeenteraad gestuurd. Op 3 november 2020 is de gemeenteraad per brief geïnformeerd met betrekking tot start opstellen van de TVW met een uitnodiging voor de informatieavond voor inwoners op 25 november 2020. De gemeenteraad is op 15 maart 2021 geïnformeerd over het proces voor het opstellen van de Transitievisie Warmte. Op 19 april is de gemeenteraad met een presentatie geïnformeerd over de voorlopige resultaten. De Raad heeft op 25 mei gedebatteerd over de voorlopige resultaten. De inbreng is meegenomen bij het opstellen van de TVW. Op (6 september 2021) is de Transitievisie Warmte gepresenteerd aan de gemeenteraad. Op (20 september) heeft de Raad gedebatteerd. Op (20 september of 4 oktober) is deze Transitievisie Warmte door de gemeenteraad aangenomen. Het College van B&W is geïnformeerd en betrokken op 13 april en 31 augustus 2021, voorafgaand aan de presentatie van de voorlopige resultaten en de Transitievisie Warmte aan de gemeenteraad.
4 https://www.etten-
leur.nl/Inwoner/Duurzaamheid/Aardgasvrij/Informatiebijeenkomst_20_november_2020/Rapportage_gemeente_Etten_Leur_Transitievisie_Warmte.pdf 5 https://www.etten-
leur.nl/Inwoner/Duurzaamheid/Aardgasvrij/Tweede_enqu_te_aardgasvrij_Etten_Leur_mei_juni_2021/Rapportage_enqu_te_gemeente_Etten_Leur_aardgas vrij_wonen.pdf
14
Transitievisie Warmte Etten-Leur
In hoofdstuk 2 behandelen we de gezamenlijke uitgangspunten waarop deze visie gebaseerd is. Dit zijn de algemene principes die centraal hebben gestaan tijdens het opstellen van deze visie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de transitie naar aardgasvrij toegelicht en gaan we in op de verschillende oplossingen voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In hoofdstuk 4 geven we een richting voor een aardgasvrij Etten-Leur in 2050 en zoomen we in op de wijken waar we de komende jaren van start willen gaan met de warmtetransitie. Tot slot gaan we in hoofdstuk 5 in op de manier waarop we dit gaan organiseren en welke stappen we de komende tijd gaan zetten om te komen tot een programmatische aanpak van de warmtetransitie in Etten-Leur.
15
Transitievisie Warmte Etten-Leur
2.
Wat vinden we belangrijk?
16
Transitievisie Warmte Etten-Leur
We hanteren een aantal uitgangspunten om de warmtetransitie in Etten-Leur tot een succes te maken. Zo komen we tot warmteoplossingen die passen bij de woningen én bij de bewoners. Onderstaande uitgangspunten zijn opgesteld in samenspraak met de projectgroep, de meedenkgroep en op basis van de resultaten van de eerste inwonersenquête. Op deze manier wordt er zoveel als mogelijk aangesloten bij de wensen en verwachtingen van inwoners en betrokken partijen.
Figuur 7 Uitgangspunten voor Transitievisie Warmte Etten-Leur
Duidelijke en tijdige communicatie De gemeente neemt inwoners en relevante organisaties mee in het proces en de keuzes. Dit houdt allereerst in dat de gemeente duidelijke informatie geeft aan inwoners. Dit doet de gemeente bijvoorbeeld op de website (www.ettenleur.nl/aardgasvrij), via huis-aan-huis bladen, brieven en bewonersbijeenkomsten. De gemeente luistert naar wat inwoners en organisaties belangrijk vinden.
Keuzevrijheid Huiseigenaren weten het beste wat voor hen de beste maatregelen zijn en wanneer dat goed uitkomt. Iedere eigenaar beslist daarom voor zich welke maatregelen hij neemt, richting uiteindelijk aardgasvrij wonen en werken in 2050.
Financieel haalbaar Voor de inwoners van Etten-Leur is financiële haalbaarheid zeer belangrijk. Dat betekent dat de warmtetransitie voor iedereen betaalbaar moet zijn. Bij de keuzes voor aardgasvrije oplossingen hebben de oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten voorrang, maar niet ten koste van de eindgebruikers. Er wordt ook gekeken naar logische tussenstappen in de route naar aardgasvrij.
Met maatschappelijke kosten wordt bedoeld: optelsom van uitgaven die gedragen worden door inwoners, netbeheerders, overheden en marktpartijen in de keten. Publiek en privaat.
We nemen inwoners, organisaties en bedrijven mee in het proces en de keuzes We luisteren naar wat onze inwoners en organisaties belangrijk vinden. De gemeenteraad neemt uiteindelijk de besluiten, maar in Etten-Leur maken we samen de keuzes over hoe we uiteindelijk aardgasvrij gaan wonen en werken. Dit houdt in dat de gemeente transparant is over hoe de Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen opgesteld worden en over welke keuzes gemaakt moeten worden. De inwoners worden hierover geïnformeerd en geraadpleegd op een manier die iedereen kan begrijpen.
We sturen op logische momenten, we gebruiken koppelkansen en we stimuleren samenwerking Koppelkansen zijn kansen om de warmtetransitie te combineren met andere opgaven of werkzaamheden die in uitvoering, al bezig zijn of gewenst/gepland zijn. Op gebouwniveau zijn natuurlijke momenten een verbouwing, verhuizing of vervanging van een gasketel. Voor een wijk kunnen ook natuurlijke momenten en koppelkansen ontstaan. Zo kan bijvoorbeeld worden aangesloten bij een wijkbrede isolatieslag van de woningcorporatie. Koppelkansen zijn het combineren van werk in de openbare ruimte met werkzaamheden (o.a. vervanging, verzwaring) aan de bestaande gas- en elektriciteitsinfrastructuur. Daarnaast willen we ook samenwerking tussen gemeente en inwoners stimuleren, maar ook tussen inwoners onderling.
17
Transitievisie Warmte Etten-Leur
We bieden lange termijn perspectief en korte termijn houvast We moeten als gemeente in 2050 aardgasvrij zijn. Dit doen we stap voor stap en wijk voor wijk. De gemeente biedt alle inwoners handvatten voor de komende jaren. Zo kunnen woningen die voorlopig niet van het aardgas gaan al stappen zetten door bijvoorbeeld (extra) te isoleren. We blijven ook inzetten op energiebesparing en zuinig gedrag. We zetten in op warmteoplossingen die bewezen wooncomfort bieden, goed in te passen, duurzaam en betaalbaar zijn. Met een goed perspectief voor zowel de lange als korte termijn, weet iedereen wat in zijn situatie de mogelijkheden zijn. En zo zorgen we ervoor dat we geen keuzes maken waar we later misschien spijt van krijgen.
Ruimte voor innovatie De visie wordt minimaal één keer om de vijf jaar herijkt. Dit betekent dat de stappen om van het aardgas af te gaan niet vastliggen en de manier waarop ook niet. We moeten voorkomen dat we onder tijdsdruk iets doen waar we later spijt van krijgen. We laten ruimte open voor nieuwe ontwikkelingen, zoals waterstof, hybride warmtepompen of technieken die we nu nog niet kennen. Voor de uitvoering in de komende jaren ligt de focus op het gebruik van bewezen technieken.
18
Transitievisie Warmte Etten-Leur
3. De warmtetransitie in Etten-Leur
19
Transitievisie Warmte Etten-Leur
In dit hoofdstuk gaan we in op de verandering naar een aardgasvrije gemeente. We brengen eerst de huidige situatie in beeld. Vervolgens gaan we in op de stappen die nodig zijn om een aardgasvrije gemeente te worden.
In Etten-Leur staan ongeveer 19.000 woningen en 2.200 utiliteitsgebouwen (kantoren, winkels, scholen, bedrijven en zorginstellingen). De warmtevraag van de 2.200 utiliteitsgebouwen is even hoog als de warmtevraag van 4.546 woningen (woning equivalenten; WEQ). Gemiddeld hebben de utiliteitsbedrijven in Etten-Leur dus de omvang van 2 woningen of een oppervlakte van ongeveer 250 m2. Op de bedrijventerreinen Vosdonk, Zwartenberg, Attelaken en Trivium zijn ongeveer 220 grotere bedrijven met een gemiddelde oppervlakte van 1.000 m2.
Etten-Leur Midden Etten-Leur Noord Etten-Leur Zuid Buitengebied Bedrijventerreinen
Woningen 4.884 7.985 5.350 788 78 19.085
Utiliteit (WEQ) Totale Woning equivalenten 896 5.780 614 8.599 1.257 6.607 97 885 1.682 1.760 4.546 23.631
Tabel 3.1 Overzicht woningen en bedrijven
De meeste woningen en vrijwel alle utiliteitsgebouwen in Etten-Leur gebruiken aardgas voor ruimteverwarming en warm water. Verwarming is verreweg het grootste deel van het aardgasverbruik, ongeveer 75%. Het gasverbruik voor warm tapwater, douche en bad is ongeveer 20%, voor koken 5%. Het bouwjaar geeft een eerste richting om te bepalen wat een goede route zou kunnen zijn naar aardgasvrij. Voor jonge woningen is het makkelijker om over te stappen naar aardgasvrij dan voor oudere woningen. Dit komt doordat woningen in de loop der jaren steeds beter zijn geïsoleerd. In de wijken Schoenmakershoek en De Streek in Etten-Leur zijn in de laatste 15 jaar al zo’n 1.400 grondgebonden woningen zonder gasaansluiting gebouwd. Daarnaast is een aantal appartementen aangesloten op een collectief WKO-systeem. Dit betekent dat nog ongeveer 17.000 woningen en 2.200 bedrijven de overstap moeten maken. Figuur 8 Bouwperiode woningen in Etten-Leur
Om de stap naar aardgasvrij te maken, moeten we op zoek naar alternatieve oplossingen. We onderscheiden twee stappen: isoleren en duurzame warmteoplossing, zoals Figuur 9 laat zien. Voordat een eigenaar aan de slag gaat met verduurzamen is het verstandig om een energiescan te laten maken en/of een energieadvies te vragen.
20
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Figuur 9 Naar aardgasvrij in twee stappen
Stap 1: isoleren en andere maatregelen in de woning Voor alle oplossingen geldt: wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Energiebesparing beperkt de warmtevraag in de woning en is een logische eerste stap om de woning transitiegereed te maken. De overstap naar aardgasvrij kan worden voorbereid door een combinatie van de volgende maatregelen: •
Isoleren van het dak, de vloer, muur en glas (HR++ glas of beter). Isolatie verbetert het wooncomfort, verlaagt de warmtevraag en maakt het mogelijk om een woning op lagere temperatuur te verwarmen. Verbetering van de isolatie is voor veel woningen van voor 1995 een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken.
•
Aanvullende maatregelen kunnen nodig zijn als een woning in de toekomst met een warmtepomp verwarmd gaat worden: efficiënt ventileren (waar mogelijk met warmteterugwinning), vervangen oude radiatoren en verzwaren van de elektriciteitsaansluiting.
•
Elektrisch koken is noodzakelijk voor een overstap naar aardgasvrij wonen. Het is vanwege de veiligheid niet mogelijk om op waterstof te koken.
Voor isolatie maken we onderscheid naar minimumniveau (indicatief: energielabel C) en Landelijke Streefwaarden (indicatief: energielabel A). Bij voorkeur worden woningen naar de Landelijke Streefwaarden geïsoleerd, maar tenminste naar het minimumniveau. Als een woning of gebouw aan de Landelijke Streefwaarden voldoet, is allelectric mogelijk. Dit komt overeen met de bouweisen vanaf 1995. Eigenaren van deze woningen kunnen uit alle alternatieven voor aardgasvrij kiezen, wat voor hun individuele situatie het beste past. Bijlage 3 beschrijft welke isolatiemaatregelen nodig zijn voor de Streefwaarden en voor het minimumniveau, met o.a. aandacht voor goede ventilatie. Naast aardgasvrije verwarming zal ook koeling een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de gebouwde omgeving. Beter geïsoleerde woningen raken in de zomer lastig hun warmte kwijt (als de warmte eenmaal binnen is), waardoor warmteoverlast of ‘hittestress’ kan ontstaan. Het voorkomen van warmteoverlast is belangrijk. Meer hierover in bijlage 5.
21
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Stap 2: duurzame warmteoplossing Er zijn drie energie-infrastructuren6 die in een wijk kunnen liggen om de verwarming van woningen zonder aardgas mogelijk te maken: een elektriciteitsnet, een warmtenet, en een aardgasvrij gasnet. Een hybride warmteoplossing is ook mogelijk: een warmtepomp op elektriciteit in combinatie met een gasketel met duurzaam gas. •
All-electric (alleen elektriciteitsnet): verwarmen en koken met gebruik van alleen elektriciteit voor een individueel gebouw. Dit is meestal een warmtepomp. Daarvan zijn er momenteel 3 types beschikbaar: lucht/water, in combinatie met zon-thermische panelen (PVT) of bodem/water.7 In enkele gevallen zijn directe elektrische verwarming of infrarood panelen mogelijk, bijvoorbeeld bij kortstondige ruimteverwarming, gebrek aan ruimte voor een (hybride) warmtepomp en kleine ruimten.
•
Warmtenetten/ bronnetten: collectieve warmtevoorziening in de vorm van een middentemperatuur warmtenet (70°C) of laagtemperatuur warmtenet (ongeveer 40°C), waarbij warm water aangevoerd wordt naar de woning. Een bijzondere vorm van een warmtenet is een lokaal bronnet. Dit is een lokale (kleinschalige) en collectieve warmtevoorziening op basis van zeer lage temperatuur (water met een temperatuur van ongeveer 15°C). In het gebouw is een warmtepomp nodig voor verwarming. Het aangevoerde water kan meestal ook gebruikt worden voor koeling.
•
Gasnet in combinatie met hybride oplossingen: een gasinfrastructuur gevoed met duurzaam gas. Duurzaam gas kan gebruikt worden in combinatie met een elektrische warmtepomp. Dit is een hybride oplossing.
De meest geschikte infrastructuur en warmte-oplossing is afhankelijk van de eigenschappen van de gebouwen in een wijk of gebied. Diverse factoren spelen hierbij een rol: bouwjaar, gebouwtype, gebouwfunctie, bebouwingsdichtheid, eigendom, schaal en de beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen. In bijlagen 3 en 4 worden deze warmteoplossingen verder toegelicht. Hybride warmtepompen8 De hybride warmtepomp is een combinatie van een warmtepomp met een Cv-ketel. De warmtepomp gebruikt elektriciteit voor het opwekken van warmte. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van duurzaam gas op koude dagen en in sommige gevallen ook voor warm tapwater.
Er zijn twee types: ventilatielucht warmtepomp waarmee ongeveer 30% aardgas bespaard kan worden en een buitenlucht warmtepomp waarmee afhankelijk van de isolatie tot 80% aardgas bespaard kan worden. Een belangrijk voordeel van een hybride systeem ten opzichte van een all-electric oplossing is dat er minder aanpassingen gedaan moeten worden aan het elektriciteitsnet en/of in de woningen. Hybride warmtepompen zijn met name interessant als het mogelijk is om met de bestaande radiatoren het huis te verwarmen.
6 Dit gaat over de infrastructuur voor verwarming en warm tapwater. Uiteraard is altijd een elektriciteitsnet nodig voor verlichting, apparaten, zonnepanelen
en elektrisch vervoer. 7 Meer informatie over typen all-electric warmtepompen in bijlage 3 en bijvoorbeeld op www.milieucentraal.nl
8 Meer informatie over hybride warmtepompen:
https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+gebouwmaatregelen/hybride+warmtepomp+nieuw/default.aspx, https://ce.nl/wp-content/uploads/2021/04/06_Factsheet-Hybride-warmtepomp_DEF.pdf
22
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Samenhang isolatie en duurzame warmteoplossing We maken onderscheid naar de volgende niveaus van isolatie. Het niveau van de isolatie bepaalt welke aardgasvrije techniek mogelijk is. Zie Tabel 1 met toelichting hieronder.
Isolatieniveau
Temperatuur goed comfort (warmtepomp)
Allelectric
Hybride
Duurzaam gas (100%)(1)
Warmtenet (3)
Matig/ slecht Label E, F, G (4)
>70C
✓
HT
Minimumniveau (2) Label C (4)
Max. 70C Vaak 55C
✓
MT / HT
Landelijke streefwaarden isolatie, Label A (4)
Max. 55C
✓
✓
MT / LT
Nieuwbouw (aardgasvrij)
Max. 45C
✓
MT / LT
(1)
Tabel 1 Samenhang isolatie en aardgasvrije opties 1: duurzaam gas (100%) alleen als isolatie redelijkerwijs niet te verbeteren is naar minimumniveau. 2: minimumniveau isolatie is maximaal 70C bij vrieskou (gasketel) en zoveel mogelijk maximaal 55C bij inzet warmtepompen 3: HT/MT/LT warmtenet = hoog >70C, midden (55-70C), laag (<55C) temperatuur warmtenet; temperaturen zijn indicatief 4: energielabels zijn indicatief in het bijzonder voor automatisch toegekende energielabels, labelindicatie is zonder toepassing van zonnepanelen; labels B en D zijn tussencategorieën.
Toelichting Tabel 1: •
Matige/slechte isolatie: deze woningen zijn niet geschikt om de overstap naar aardgasvrij te maken. Het verwarmingssysteem van deze woningen dient in de winter een temperatuur van meer dan 70 °C te leveren. In de lente en herfst moet dat meer dan 55 °C zijn. Als verdere isolatie niet mogelijk is, dan kan alleen een warmtenet op hoge temperatuur of een ketel op 100% duurzaam gas uitkomst bieden. Warmtepompen (allelectric en hybride) zijn dan met de huidige techniek niet in te zetten, mogelijk in de toekomst wel.
•
Minimum isolatie: deze woningen kunnen op een midden-temperatuur warmtenet (70 °C) worden aangesloten of met een hybride oplossing (duurzaam gas met warmtepomp) worden verwarmd. Allelectric is met de huidige techniek niet haalbaar, mogelijk in de toekomst wel. Hybride warmtepompen zijn wel mogelijk omdat deze woningen in de lente en herfst met 55 °C voldoende verwarmd kunnen worden.
•
Landelijke streefwaarden: deze woningen hebben in de winter maximaal 55 °C nodig bij radiatoren of 45 °C bij vloerverwarming voor voldoende comfort in de winter. Deze woningen kunnen all-electric worden verwarmd. De meest efficiënte collectieve oplossing is een lage temperatuur warmtenet (ook wel bronnet) met een warmtepomp in de woning.
•
Nieuwbouw wordt door recente regelgeving aardgasvrij gebouwd. Voor nieuwbouw gelden de normen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG).
23
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Duurzame elektriciteit, duurzaam gas, duurzame warmtebronnen Het is belangrijk dat niet alleen de woningen aardgasvrij zijn, maar ook dat de productie van elektriciteit en duurzaam gas moeten aardgasvrij zijn. Warmtenetten moeten uiterlijk in 2050 alleen duurzame bronnen gebruiken. Elektriciteit wordt in de toekomst alleen duurzaam opgewekt. In de Regionale Energie Strategieën (RES’en) wordt afgesproken welke bijdrage iedere regio levert en op welke manier die wordt gerealiseerd. Het is niet alleen belangrijk dat alle elektriciteit klimaatneutraal is, maar ook dat er voldoende transport- en opslagcapaciteit beschikbaar is. Op dit moment zijn er al gebieden waar het net vol raakt en het niet mogelijk is om op grote schaal zonnepanelen te installeren. Het is van belang om de ontwikkelingen op het elektriciteitsnet in de gaten te houden en daarover met netbeheerder Enexis regelmatig overleg te voeren. Op basis van informatie van Enexis zal met name aandacht voor De Keen nodig zijn. Zie hiervoor ook de kaarten in bijlage 8. Duurzaam gas: Het gasnet wordt uiterlijk in 2050 niet meer voor aardgas gebruikt, maar alleen voor een duurzame vorm van gas. Dit kan groen gas zijn en/of waterstof. De huidige inzichten in de mogelijkheden voor groen gas en waterstof zijn als volgt:
•
Groen gas zal beperkt beschikbaar zijn voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. De maximale potentie van groen gas in Nederland en de RES Regio West Brabant is 10-20% van het huidige aardgasverbruik voor verwarming in 2030.
•
Over duurzame waterstof is nog geen definitieve uitspraak te doen. Op basis van landelijk beleid voor duurzame waterstof willen we in Etten-Leur de mogelijkheid openhouden dat waterstof een bijdrage kan leveren voor woningen en gebouwen die moeilijk met een warmtenet of all-electric te verduurzamen zijn. Tegelijkertijd moeten we er ook rekening mee houden dat waterstof geen belangrijke rol gaat vervullen tot 20309. Dit betekent dat isoleren naar in ieder geval ‘minimumniveau’ van groot belang is. Bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte zal opnieuw naar de mogelijkheden van waterstof gekeken worden.
Duurzame warmte: de mogelijkheden voor duurzame warmtebronnen worden toegelicht in bijlage 4. De belangrijkste bron voor Etten-Leur is warmte koude opslag in combinatie met kleinschalige, lokale warmtenetten op lage temperatuur.
In Etten-Leur zijn ongeveer 2.200 bedrijven gevestigd. Ook deze gebouwen moeten uiteindelijk aardgasvrij worden. Voor kantoren geldt aanvullend dat deze in 2023 energielabel C moeten hebben. Ook is het streven uit het Klimaatakkoord in 2030 energielabel A voor deze gebouwen. De stappen voor utiliteit zijn dezelfde als voor woningen: eerst isoleren, daarna de stap naar aardgasvrij. Er zijn wel een paar specifieke aandachtspunten.
•
Veel utiliteit in Etten-Leur is kleinschalig (minder dan 250 m2). Voor deze utiliteit zijn in principe dezelfde oplossingen in beeld als voor woningen.
•
De meeste bedrijven gebruiken aardgas alleen voor ruimteverwarming. Gasgebruik voor warm water en koken is wel relevant bij zorggebouwen, horeca (in het bijzonder hotels) en sportvoorzieningen.
•
Om te voldoen aan energielabel C: De gebouwen met energielabel D of E zijn in de meeste gevallen nog eenvoudig te verbeteren naar energielabel C, bijvoorbeeld met zonnepanelen of ledverlichting. Bij gebouwen met energielabel F of G is de opgave groter en moet vaak ingrijpend gerenoveerd worden. Denk daarbij aan het vervangen van beglazing en isolatie van de gebouwschil. Deze komen dan bovenop eenvoudigere maatregelen als zuinige verlichting en zonnepanelen. Een verbetering naar energielabel A vereist aanzienlijke isolatie of een hybride warmtepomp, lokaal bronnet of warmtenet.
9 Zie kamerbrief: Kabinetsvisie Waterstof (30 maart 2020)
24
Transitievisie Warmte Etten-Leur
•
Daarnaast is koeling voor bedrijven belangrijk, als veel mensen op een beperkt oppervlak bij elkaar zijn. Voorbeelden zijn kantoren, winkels, onderwijs en zorg. Dit betekent dat oplossingen die verwarming en koeling kunnen combineren (bronnet, all-electric en hybride) aantrekkelijk zijn als alternatief.
•
Sommige bedrijven op Vosdonk gebruiken aardgas voor processen. De verduurzaming van deze processen heeft voor deze bedrijven een hogere prioriteit. Daarbij wordt verduurzaming van ruimteverwarming meegenomen.
Op 15 juni 2021 is de Regionale Energie Strategie 1.0 van West-Brabant vastgesteld. De RES beschrijft keuzes en randvoorwaarden van de 16 gemeenten in West-Brabant, de provincie en het Waterschap. Er staan afspraken in over hoe en waar duurzame elektriciteit opgewekt kan worden, over de verduurzaming van de warmtevoorziening – zonder aardgas-, en over de uitbreiding van de energie-infrastructuur binnen de regio. De belangrijkste keuzes en conclusies op het gebied van warmte voor de periode 2020 – 2030 zijn als volgt:
•
15% energiebesparing in de regio West-Brabant in 2030 ten opzichte van 2020 door isolatie.
•
Verkenning van uitbreiding van het regionale warmtenet (Amernet), met name naar een verbinding tussen Moerdijk en Breda. Uitbreiding van het regionale warmtenet is met name geschikt voor stedelijke gebieden met een hoge warmtevraag. Voor de verkenning wordt een RES-deal “regionale warmte-infrastructuur” opgesteld. o
De bronnenstrategie voor de regio zal nog verder uitgewerkt worden, onder andere waar de restwarmte van Moerdijk het beste benut kan worden. Biomassa wordt alleen benut als deze uit Nederland of Vlaanderen afkomstig is en niet kan worden gebruikt voor hoogwaardigere toepassingen.
o
Het is denkbaar dat een warmteleiding tussen het haventerrein van Moerdijk en Breda langs Etten-Leur komt. Ook is er een dun stippellijntje vanuit Roosendaal naar Etten-Leur getekend. Niettemin lijkt de kans niet groot dat Etten-Leur wordt aangesloten op een regionaal warmtenet. Zie onderstaande kaart: Figuur 10 Regionale Warmtestructuur West-Brabant uit RES
•
Minimaal 10 experimenten op het gebied van warmte, waaronder ook opslag en conversie, die samen voor een reductie van het aardgasgebruik van meer dan 10.000 huishoudens zorgen (ongeveer 2% van het totale verbruik). Voor de uitvoering wordt een RES-deal “energieke innovaties” opgesteld.
•
In het Uitvoeringsprogramma bij de RES is ook opgenomen dat de regio de samenwerking met energiecoöperaties op regionaal niveau wil intensiveren. De ambitie is om gezamenlijk een regionale tool box te maken, die inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeenten kunnen benutten.
•
De voortgang wordt gemonitord en de Regionale Energie Strategie zal naar verwachting worden geactualiseerd in 2023.
25
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Figuur 10 Regionale Warmtestructuur West-Brabant uit RES
26
Transitievisie Warmte Etten-Leur
4. Hoe gaan we in Etten-Leur naar aardgasvrij?
27
Transitievisie Warmte Etten-Leur
In dit hoofdstuk beschrijven we per wijk in de gemeente Etten-Leur wat de voorkeursalternatieven voor aardgas zijn en wat de logische tussenstappen zijn. Daarbij staat bovenaan dat de keuzes in de komende 10 jaar zinvol zijn voor individuele eigenaren: het individuele handelingsperspectief. We hebben voor de verschillende wijken en bouwtypes de meest waarschijnlijke warmteoplossing bepaald, aan de hand van de huidige stand van de techniek en het huidige inzicht in de maatschappelijke kosten. We zien dat er ontwikkelingen zijn op het gebied van duurzaam gas en warmtepompen. We houden bij de keuzes ruimte voor innovatie. In paragraaf 4.1 bespreken we het eindbeeld en de logische tussenstappen. We bekijken in welke gebieden of wijken het in de komende 10 jaar zinvol is om gebiedsgericht aan de slag te gaan met isolatie. We bespreken ook welke rol we zien voor warmtenetten, het gasnet en het elektriciteitsnet en in welke gebieden lokale collectieve oplossingen denkbaar zijn. In paragraaf 4.2 gaan we nader in op de gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak richting duurzaam wonen en werken in Etten-Leur. Tot slot kijken we in paragraaf 4.3 naar wat we kunnen bereiken met de voorgestelde aanpak: het aantal woningen dat aardgasvrij of aardgasvrij-ready is en de CO2-reductie in 2030.
Samenvattend is de route naar duurzaam wonen en werken in Etten-Leur als volgt: 1. Algemeen advies: de Transitievisie Warmte geeft een algemene richting. De individuele situatie is leidend bij het nemen van maatregelen richting aardgasvrij wonen en werken. Betaalbaarheid is essentieel en we maken gebruik van natuurlijke momenten (verhuizing, verbouwing, einde levensduur gasketel, bewonerswensen). 2. In de komende jaren ligt de focus vooral op isolatie van oudere woningen (voor 1975), zodat deze woningen klaar zijn voor een overstap naar een duurzaam warmte oplossing. Daarnaast zetten we ook in op (hybride) warmtepompen voor woningen die na 1975 gebouwd zijn. Ook zetten we in op de verduurzaming van bedrijventerreinen, kantoren, winkels en gebouwen van de gemeente zelf. Hiermee reduceren we het gebruik van aardgas in Etten-Leur in 2030 met ongeveer 30% ten opzichte van 2015. Dit is in lijn met het Klimaatakkoord. 3. De gemeente zorgt gemeentebreed voor informatie en ondersteuning voor inwoners en ondernemers. 4. De gemeente biedt inwoners in een aantal wijken aanvullende ondersteuning, met focuswijken isolatie. Het doel van deze gebiedsgerichte werkwijze is dat inwoners een passend aanbod krijgen voor isolatie. Inwoners kunnen zelf kiezen of zij hieraan meedoen. De gemeente heeft een stimulerende en bemiddelende rol.
De focuswijken isolatie zijn: Baai/Noord (vanaf 2022), Centrum Oost (vanaf 2024), Grouwe Polder 2 (vanaf 2026), Centrum-West (2022 – 2024) en Banakkers (2024 – 2026). In Centrum West en Banakkers werken we samen met woningcorporatie Alwel omdat zij hun bezit in die perioden gaan isoleren. 5. Tot 2030 zullen geen woningen gedwongen van het aardgasnetwerk af gaan. We volgen de landelijke ontwikkelingen met betrekking tot duurzaam gas. Bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte in 2025 wordt bekeken wat de rol voor het gasnet na 2030 kan of moet zijn. 6. Lokale warmtenetten op basis van warmte koude opslag (WKO) zijn mogelijk in Vosdonk, het Trivium en de winkels en appartementen in het centrum. Grootschalige warmtenetten zijn op dit moment niet kansrijk voor Etten-Leur.
Tabel 2 Overzicht handelingsperspectief per gebouwtype en bouwjaarcategorie
geeft aan wat inwoners zelf en samen kunnen doen voor de overstap richting aardgasvrij. In Etten-Leur zijn de wijken overwegend in één bouwperiode gebouwd. Op basis daarvan wordt per wijk aangegeven wat de beste optie is richting uiteindelijk aardgasvrij. De richting per wijk is weergegeven op de Warmtetransitiekaart, zie Figuur 11.
28
Transitievisie Warmte Etten-Leur
2022 – 2024+
vanaf 2022
vanaf 2024 vanaf 2026 2024 – 2026+
Figuur 11 Warmtetransitiekaart Etten-Leur met gebiedsgericht handelingsperspectief
29
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Toelichting op de kaart De route naar aardgasvrij is niet in beton gegoten De kansen die in deze kaart zijn aangegeven, geven een richting voor de komende jaren. Initiatief nemen en rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering en fasering zijn daarbij van belang. Ook vinden we het belangrijk om bewonersinitiatieven, die passen binnen de uitgangspunten van deze transitievisie, te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er in wijken die nu nog niet zijn aangegeven als startkans, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij.
Geen wijkgerichte aanpak isolatie betekent niet niks doen De noodzaak van het transitiegereed maken van woningen door te isoleren, geldt voor alle woningen van vóór 1995.
Grenzen liggen niet vast We kiezen in de warmtetransitie voor een gebiedsgerichte aanpak, dus wijken, combinaties van wijken of juist delen van wijken staan centraal. Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een wijk, of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één wijk kan plaatsvinden. De wijkgrenzen mogen daarom ook niet beperkend zijn. Ze kunnen wel helpen om richting te geven en gebruikt worden om de communicatie op te starten.
Diversiteit binnen wijken is mogelijk Het feit dat een wijk is aangeduid als kansrijk voor een bepaalde oplossing betekent niet dat dat voor elk gebouw in de wijk het slimste is. Wijken zijn niet homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een wijk andere oplossingen kostenefficiënter zijn of technisch beter uitpakken.
In hoofdstuk 2 hebben we de uitgangspunten voor de warmtetransitie benoemd: we zorgen voor draagvlak, we gaan uit van keuzevrijheid en we kiezen voor haalbare en betaalbare oplossingen. En we willen werken vanuit gezamenlijke belangen (koppelkansen) om van de warmtetransitie een succes te maken. In deze paragaaf gaan we in op de route naar duurzaam wonen en werken. Dit doen we door eerst naar de gewenste situatie in 2050 te kijken (het eindbeeld) en vervolgens naar logische (tussen)stappen daar naartoe. Gewenste situatie 2050: eindbeeld In 2050 wordt in Etten-Leur geen aardgas meer gebruikt voor verwarming, warm tapwater en koken in woningen en utiliteit. Dit zal overwegend met individuele systemen per woning of per gebouw (bij utiliteit en appartementen) zijn. De hoofdrol voor een individuele overstap naar aardgasvrij betekent dat we in deze visie focussen op de overstap naar all-electric of naar een hybride warmtepomp in combinatie met duurzaam gas. Dit betekent dat in de meeste woningen en andere gebouwen een warmtepomp wordt geïnstalleerd: all-electric voor woningen vanaf 1995 of een hybride warmtepomp met duurzaam gas voor woningen van voor 1990. Voor zeer moeilijk te isoleren woningen en gebouwen kan 100% duurzaam gas een goed alternatief zijn. Het gaat dan om vooroorlogse woningen en monumenten. In Etten-Leur staan voornamelijk eengezinswoningen.
Als duurzaam gas in hybride vorm beschikbaar is, dan is dat voor eengezinswoningen vrijwel zeker goedkoper dan een warmtenet. Hiervoor is het nodig om tenminste naar minimumniveau te isoleren. Als bij een actualisatie van de TVW in 2025 blijkt dat hybride warmtepompen in 2050
30
Transitievisie Warmte Etten-Leur
toch niet mogelijk zijn, dan kan het zinvol zijn om de mogelijkheden van warmtenetten nader te onderzoeken voor wijken van voor 1975. Het is mogelijk dat warmtenetten goedkoper zijn dan all-electric als daarmee vergaande isolatie kan worden voorkomen. Voor appartementen kan de afweging tussen all-electric, hybride oplossingen met duurzaam gas en warmtenet anders liggen. Eigenaren van appartementen kijken samen wat voor hen een passende oplossing is, zowel voor isolatie als voor duurzame warmteoplossing. Dit is mogelijk een collectieve oplossing (ook wel: warmtenet). Een oplossing per appartement ligt niet voor de hand, zeker niet bij gebouwen met meer dan ongeveer 3 verdiepingen. Bijlage 4 geeft meer achtergrond over collectieve oplossingen. In Etten-Leur kan dit op termijn (zeker niet voor 2030) betekenen dat in een aantal gebieden het gasnet overbodig wordt doordat iedereen is overgestapt naar een all-electric of warmtenet infrastructuur. Vooralsnog zal het gasnet in geheel Etten-Leur blijven liggen. Waar nodig wordt het elektriciteitsnet verzwaard. Logische stappen naar het eindbeeld: De eerste logische stap is isolatie. Bij veel woningen kan die nog verbeterd worden, en bij woningen van voor 1975 is dat zelfs noodzakelijk. Gebouwen worden tenminste naar minimumniveau geïsoleerd en bij voorkeur naar de Landelijke Streefwaarden.
Doel van de deze stap is dat alle woningen zoveel mogelijk energie besparen én klaar gemaakt worden voor het aardgasvrije alternatief voor hun woning. Voor eengezinswoningen gebouwd vanaf 1975 is de tweede en voorlopig optionele tussenstap een (hybride) warmtepomp. Hoe moderner de woning is, des te kansrijker een warmtepomp is. Tabel 2 legt voor specifieke gebouwtype en bouwjaarcategorieën uit wat inwoners in de komende 10 jaar zelf en samen kunnen doen richting aardgasvrij wonen en werken. Dit is een algemeen advies. De individuele situatie is leidend bij het nemen van maatregelen richting aardgasvrij wonen en werken. Betaalbaarheid is essentieel en we maken gebruik van natuurlijke momenten, zoals een verhuizing, verbouwing, einde levensduur gasketel. Bouwjaar
Wat kunnen inwoners – zelf en samen - doen in de komende 10 jaar?
Eengezinswoning <1950
Verbetering van isolatie naar tenminste minimumniveau, over het algemeen met maatwerk oplossingen i.v.m. grote diversiteit. Waar mogelijk op termijn toepassing van hybride warmtepompen.
Eengezinswoning 1950 – 1975
Verbetering van isolatie naar tenminste minimumniveau en waar haalbaar naar landelijke streefwaarden. Op termijn overstappen naar hybride warmtepompen, als tussenstap naar allelectric, of als eindbeeld.
Eengezinswoning 1975 – 1995
Isoleren waar gewenst/nodig; als isolatie voldoet: overstap naar hybride warmtepompen, mogelijk als tussenstap naar all-electric, of als eindbeeld.
Eengezinswoning >1995
Isolatie meestal al op goed niveau. Hybride warmtepomp, in principe naar uiteindelijk all-electric. All-electric is mogelijk in combinatie met een laagtemperatuur afgiftesysteem, gangbaar vanaf 2005.
Gestapelde bouw (appartementen)
Eigenaren zijn er zeer bij gebaat om gezamenlijk naar alternatieven te kijken. Verbetering van isolatie bij gebouwen van voor 1995 en met name van voor 1975. Voor grote appartementengebouwen of groepen van appartementengebouwen zijn collectieve oplossingen op basis van bijvoorbeeld warmte koude opslag (WKO) denkbaar. Individuele warmtepompen zijn maatwerk en wellicht mogelijk bij gebouwen die niet al te hoog zijn. Het is immers niet vanzelfsprekend dat individuele warmtepompen per appartement ingepast kunnen worden vanwege ruimte of geluid. In bijlage 8 is een kaart opgenomen van de buurten waar veel appartementen zijn en waar lokale collectieve oplossingen denkbaar zijn.