Transitievisie Warmte 1.0 Gemeente Etten-Leur .pdf
Tekst van het document
Gestapelde bouw (appartementen)
Eigenaren zijn er zeer bij gebaat om gezamenlijk naar alternatieven te kijken. Verbetering van isolatie bij gebouwen van voor 1995 en met name van voor 1975. Voor grote appartementengebouwen of groepen van appartementengebouwen zijn collectieve oplossingen op basis van bijvoorbeeld warmte koude opslag (WKO) denkbaar. Individuele warmtepompen zijn maatwerk en wellicht mogelijk bij gebouwen die niet al te hoog zijn. Het is immers niet vanzelfsprekend dat individuele warmtepompen per appartement ingepast kunnen worden vanwege ruimte of geluid. In bijlage 8 is een kaart opgenomen van de buurten waar veel appartementen zijn en waar lokale collectieve oplossingen denkbaar zijn.
Utiliteit
Kleine utiliteit (<250 m2): conform woningen. Grote utiliteit (>250 m2): Voor grotere utiliteitsgebouwen is het eindbeeld om de isolatie naar het niveau van de landelijke streefwaarden te brengen. Daarna toepassing all-electric of kleinschalige collectieve oplossingen met een lokale warmtebron.
Nieuwbouw
Altijd aardgasvrij gebouwd. Afhankelijk van de locatie, de dichtheid en het soort bouw wordt een geschikte oplossing gezocht.
Tabel 2 Overzicht handelingsperspectief per gebouwtype en bouwjaarcategorie
31
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Er wordt al van alles gedaan om duurzamer te wonen en werken. Maar om het einddoel te bereiken is een versnelling nodig. Dat gaat niet vanzelf. In deze paragraaf geven we aan waar en op welke wijze we deze verduurzaming gaan stimuleren. Tabel 3 geeft een overzicht van de voorgestelde aanpak met zowel gemeentebrede als gebiedsgerichte instrumenten.
Startkans
Aanpak
Omvang
Start planvorming
Gemeentebreed isoleren en energie besparen: alle woningen <1990
Campagnematig bewoners informeren en adviseren over het verduurzamen van hun huis en besparen op hun energierekening.
11.600 woningen
Voortzetten en waar nodig intensiveren lopende initiatieven
Gemeentebrede aanpak met focus Gemeentebreed verkennen en faciliteren op De Keen, Sanderbanken, Hoge hybride warmtepompen Neerstraat, Grient en Hooghuis
Circa 6.000 woningen ’75-’95 + circa 5.000 woningen >1995
2023-2024
Circa 5.000 woningen
Centrum-West: start 2022, uitvoering 2022 – 2024+ Banakkers: start 2024, uitvoering 2024-2026+ Baai/ Noord: vanaf 2022 Centrum-Oost: vanaf 2024 Grauwe Polder 2: 2026+
Focuswijken isolatie 1950 - 1975 (a) Centrum-West (b) Banakkers (c) Centrum-Oost (d) Grauwe Polder 2 (e) Baai/ Noord
Wijkgericht isoleren van eengezinswoningen 1950-1975
Verkenning alternatieven rondom utiliteit Centrumplan, Trivium
Samen met eigenaren en gebruikers Circa 800 woning onderzoek naar alternatieven voor equivalent Centrumplan en Trivium. Focus op utiliteit, mogelijk ook omliggende appartementen. Haalbaarheid WKO is startvoorwaarde van dit onderzoek.
Verduurzaming Vosdonk, Zwartenberg
Samen met eigenaren en gebruikers Circa 2000 woning 2022-2030 stimuleren van isolatie en overstap equivalent naar aardgasvrij.
De wijken Centrum-West en Banakkers zijn in samenwerking met Alwel.
2022-2025
Tabel 3 Overzicht aanpak gemeente en gebiedsgericht
Gemeentebrede instrumenten voor het algemeen stimuleren van isolatie en hybride warmtepompen zijn:
•
Breed informeren: verhogen bewustzijn en toegankelijk maken van kennis over de mogelijkheden. Dit kan via een energieloket;
•
Faciliteren van individuele eigenaren die maatregelen voor hun woning of gebouw overwegen. Dit is een reactieve aanpak voor eigenaren die isolatie of een hybride warmtepomp overwegen. Dit is het belangrijkste instrument voor inwoners in wijken waar geen gebiedsgerichte aanpak van de gemeente is. Waar mogelijk wordt deze facilitering gekoppeld aan een energieloket en stimulering van andere verduurzamingsmaatregelen zoals zonnepanelen;
•
Coördineren van alle activiteiten in de gemeente Etten-Leur rondom de warmtetransitie, betrekken van relevante organisaties, bevorderen van samenwerking tussen organisaties en afstemming binnen de RES-regio en Provincie. 32
Transitievisie Warmte Etten-Leur
De gemeentebrede activiteiten leggen de basis voor de duurzaamheidsaanpak. Uit de enquête blijkt dat veel inwoners ondersteuning nodig hebben en dat veel inwoners de gemeente zien als een eerste aanspreekpunt. De gemeente kan niet in alle wijken en buurten actief zijn. Daarom hebben we samen met een aantal belangrijke organisaties wijken en buurten geselecteerd die wij als kansrijk zien om in de periode tot 2030 mee aan de slag te gaan. Hier willen we de komende jaren, gefaseerd, aan de slag met de warmtetransitie. Samen met de betrokken stakeholders hebben we gesteld dat een gebied interessant is om op korte termijn mee aan de slag te gaan, wanneer er sprake is van tenminste één van de onderstaande criteria. Op de langere termijn kunnen deze criteria ook worden gebruikt voor de fasering van wijken om aardgasvrij te worden. Een wijk- of gebiedsgerichte aanpak is interessant als: Er duidelijkheid is over de voorkeursroute Er een hoge mate van betrokkenheid is bij inwoners en/of organisaties De voorgestelde aanpak een financieel haalbaar alternatief is Er koppelkansen zijn met andere werkzaamheden of ontwikkelingen Samen met betrokken organisaties in Etten-Leur hebben we op basis van deze criteria vijf wijken geselecteerd als focuswijk isolatie. Deze vijf wijken zijn: •
Centrum-West en het oudste deel van Banakkers. In deze twee wijken heeft woningbouwcorporatie Alwel veel woningen in bezit die in de komende 10 jaar verder geïsoleerd zullen worden. In deze wijken staan woningen in particulier en corporatiebezit naast en door elkaar. We zien hier kansen voor kennisuitwisseling. Daarnaast geven inwoners in deze wijken aan dat zij een vergelijkbaar straatbeeld belangrijk vinden. Ook kan de samenwerking voor isolatie bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie. Alwel isoleert de woningen in Centrum-West in 2024 en de woningen in Banakkers in 2026. De voorbereidingstijd voor deze werkzaamheden is ongeveer 2 jaar. Het is denkbaar dat de Focusaanpak voor particuliere eigenaren na 2024 respectievelijk 2026 doorloopt. In de voorbereidingstijd worden inwoners in de gebieden betrokken, geïnformeerd en gemotiveerd om aan te sluiten bij de grootschalige renovaties van Alwel.
•
Baai/ Noord, Centrum-Oost en het oudste deel van Grauwe Polder worden in de komende 10 jaar ook een focuswijk voor isolatie. Ook in deze wijken is het gemiddelde gasverbruik per woning hoog. Uit de inwonersenquête blijkt dat inwoners in met name de Baai/ Noord en Centrum-Oost hulp nodig hebben en dat zij daarbij open staan voor samenwerking in de buurt. Deze twee wijken zijn daarom eerder aan de beurt dan de Grauwe Polder.
Bewoners geven aan dat een duidelijk en concreet aanbod belangrijk voor hen is. De basis is dat iedere eigenaar voor zichzelf kan beslissen of het een goed moment is om mee te doen in het isoleren van zijn woning. Bij een gerichte aanpak is het gemakkelijker om een passende aanbieding te doen aan inwoners. Bij een grootschalige aanpak kunnen gunstige prijzen worden bedongen. Nauw contact met de wijk is een belangrijk uitgangspunt voor de focusaanpak. We kiezen voor een participatieaanpak die past bij de wijk en haar bewoners. Waar ligt de energie in de wijk? En waar ligt de informatiebehoefte van inwoners? Een meedenkgroep in de buurt kan een belangrijk hulpmiddel zijn om het contact met inwoners vorm te geven.
33
Transitievisie Warmte Etten-Leur
In aanvulling op de gemeentebrede stimulering van isolatiemaatregelen en in aanvulling op de collectieve aanpak in de focuswijken ziet de gemeente in een aantal gebieden kansen voor collectieve oplossingen. De gebieden zijn geselecteerd op bebouwingsdichtheid en bouwhoogte. Deze is het hoogst in het centrum en Trivium. In gesprekken met eigenaren en gebruikers of huurders moet bekeken worden waar er consensus is voor een mogelijke aardgasvrije oplossing en naar mogelijke koppelkansen. Koppelkansen zijn bijvoorbeeld revitalisering van het winkelcentrum, verplichting van energielabel C voor kantoren in Trivium en stimulering van innovaties door de RES-regio. Als onderdeel van deze verkenning kijken we naar de kansrijkheid van WKO in deze gebieden. WKO is naar alle waarschijnlijkheid de enig haalbare warmtebron voor collectieve oplossingen. Er wordt waar zinvol aangehaakt bij het Kennis en Innovatieplatform Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed.10
Bedrijventerreinen volgen een eigen transitiepad met veel aandacht voor maatwerk. Dat komt omdat de warmtevraag van bedrijven sterk verschilt, al naar gelang de bedrijfsactiviteiten. Sommige bedrijven hebben helemaal geen warmtevraag, zoals opslagloodsen, anderen hebben een grote koudevraag, zoals kantoren en weer anderen hebben hoge temperatuur nodig voor bedrijfsprocessen. We voorzien daarom maatwerk met meerdere oplossingen op een bedrijventerrein, zowel individueel als kleinschalig collectief. De verduurzaming van bedrijventerreinen is ook een prioriteit van Provincie Brabant. De provincie heeft daarvoor het programma Grote Oogst opgezet. Vosdonk is één van de 13 bedrijventerreinen waar de provincie met een integrale aanpak een impuls wil geven aan verduurzaming, vergroening en een toekomstbestendige economie. Provincie en gemeente werken samen aan de verduurzaming en gaan in gesprek met eigenaren en gebruikers om stappen te zetten in de energietransitie. De betrokkenheid van IKE is hierbij van groot belang.
10 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/verduurzaming-utiliteitsbouw/maatschappelijk-vastgoed/kennis-en-innovatieplatform-
verduurzaming
34
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Voor het jaar 2030 zet de gemeente Etten-Leur vooral in op het aardgasvrij-ready maken van woningen in combinatie met CO2-reductie. Het is mogelijk om een ruwe schatting te geven welke CO2-reductie door aardgasgebruik in EttenLeur haalbaar is.
•
CO2-emissiereductie door isolatie: Als het merendeel van de woningen van voor 1990 in Etten-Leur volgens deze visie tenminste naar minimumniveau geïsoleerd wordt, kan tot 10% aardgas worden bespaard in Etten-Leur als geheel. Dit hangt wel sterk af van de bereidheid van eigenaren om stappen te zetten. De woningen van voor 1995 vertegenwoordigen ongeveer 60% van het gasverbruik in EttenLeur. Als de helft van de eigenaren stappen zet en gemiddeld 30% energie weet te besparen, dan is tot 10% CO2 reductie in Etten-Leur mogelijk door isolatie. CO2-besparing door hybride warmtepompen: Als we aanvullend ook inzetten op hybride oplossingen dan kan het totale aardgasverbruik in Etten-Leur in 2030 verder verlaagd worden ten opzichte van 2020. Als 25% van de woningen met bouwjaren vanaf 1975 een hybride warmtepomp zou hebben, kan het totale gasverbruik in Etten-Leur met 10% extra verlaagd worden. CO2-besparing bij utiliteit: Utiliteitsgebouwen vertegenwoordigen ongeveer 20% van de warmtevraag in Etten-Leur. Als we erin zouden slagen om de helft van de utiliteit te verduurzamen, dan kan het gasverbruik voor de gebouwde omgeving in Etten-Leur in totaal met nog eens 10% worden gereduceerd.
Opgeteld is de haalbare CO2-reductie in de komende 10 jaar ongeveer 30%. Het Klimaatakkoord bepaalt dat de CO2 uitstoot in de gebouwde omgeving in het jaar 2030 ongeveer 30-40% lager is dan in het referentiejaar 2017. De CO2-reductie in de gebouwde omgeving is dus lager dan wat andere sectoren moeten doen om in totaal 49% CO2 reductie te halen in 2030. Recent heeft de EU de klimaatdoelstellingen aangescherpt naar 55% CO2 reductie. Dit is in Nederland nog niet op landelijk niveau vertaald naar wat dit voor de gebouwde omgeving betekent.
35
Transitievisie Warmte Etten-Leur
5.
Hoe gaan we verder?
In het vorige hoofdstuk hebben we het transitiepad voor de warmtetransitie en de focuswijken isolatie benoemd. Maar hoe gaan we na nu verder? In dit hoofdstuk bespreken we de uitvoeringsstrategie. We kijken naar de benodigde activiteiten en bijbehorende organisatie om de komende jaren stappen te zetten. In paragraaf 5.1 komt de gemeentebrede aanpak aan bod: organisatie en samenwerking. In paragraaf 5.2 beschrijven we hoe we de gebiedsgerichte aanpak (focuswijken en verkenningsgebieden) invulling geven. Paragraaf 5.3 beschrijft tot slot hoe de gemeente Etten-Leur de visie wil opvolgen: monitoring en vooruitblik op de herijking van de visie in 2025. De Transitievisie Warmte wordt uitgevoerd binnen landelijke kaders. Bijlage 6 geeft een overzicht van het klimaatakkoord en landelijke instrumenten voor financiële hulp. Bijlage 7 plaatst de visie binnen de kaders van twee belangrijke wetten: de Omgevingswet en de Wet collectieve warmte. Onderstaande figuur geeft het overzicht van het uitvoeringsprogramma weer.
Figuur 12 Overzicht van activiteiten en planning ten behoeve van uitvoeringsstrategie
Uit landelijke ervaringen (zoals het programma aardgasvrije wijken en de proeftuinen) blijkt dat de praktijk richting aardgasvrij wonen weerbarstig is. Aardgasvrij wonen leeft nog niet bij inwoners. De meeste inwoners weten wel dat verwarmen met aardgas eindig is. Tegelijkertijd is de algemene perceptie dat isoleren en het overstappen op een aardgasvrije oplossing lastig en duur is. De gemeente moet daarom werken aan vertrouwen. Met dit uitvoeringsprogramma gaat de gemeente aan de slag om het vertrouwen te vergroten. Het is duidelijk dat de overstap naar aardgasvrij wonen en werken veel aanpassingen vergen. Dit kan alleen als inwoners, ondernemers, gemeente, woningcorporaties, netbeheerder Enexis, energie coöperaties en alle andere organisaties de handen ineenslaan voor een duurzame toekomst. Hieronder beschrijven we hoe we de samenwerking met inwoners, ondernemers en organisaties willen invullen en hoe we de eigen organisatie willen vormgeven.
37
Transitievisie Warmte Etten-Leur
De betrokkenheid van inwoners is essentieel om van de warmtetransitie een succes te maken. Uit de enquête blijkt dat bijna 40% inwoners het eens is met de stelling dat Etten-Leur in 2050 duurzaam gaat verwarmen en ongeveer 35% het hier niet mee eens is. Dit komt ook terug in de beperkte bereidheid van inwoners om stappen te zetten voor de verduurzaming. Ongeveer 15% van de inwoners geeft aan hiertoe bereid te zijn op basis van eigen verantwoordelijkheid. Veel inwoners hebben informatie en ondersteuning nodig. Ook is er interesse om mee te doen met inkoopcollectieven. In bijlage 1 zijn de resultaten van de enquête in meer detail geduid.
Figuur 13 Enquêteresultaat: Verwarmen aardgasvrij per leeftijdsgroep
Het is daarmee zeer belangrijk om goed aan te sluiten bij wat inwoners belangrijk vinden én nodig hebben. De uitgangspunten in hoofdstuk 2 zijn leidend bij alle initiatieven, zowel gemeentebreed als wijkgericht. Cruciale elementen zijn: duidelijke informatie, oog voor betaalbaarheid en keuzevrijheid. De werkwijze van de gemeente zal dus gebaseerd zijn op stimulering en vrijwilligheid. De gemeente heeft voor de manier waarop inwoners worden betrokken de ‘Routeplanner participatie en communicatie11 opgesteld. Deze Routeplanner geeft belangrijke handvaten voor communicatie en participatie zowel voor de planvorming als voor de uitvoering in de focuswijken isolatie. Paragraaf 5.2.1 gaat verder in op de werkwijze van de gemeente voor de focuswijken isolatie.
De transitie naar duurzaam en aardgasvrij verwarmen vraagt daarnaast om nieuwe vormen van samenwerken met organisaties die actief zijn in Etten-Leur en met medeoverheden. Het gezamenlijk oppakken van projecten of het afstemmen van planningen is niet genoeg. Er ligt ook een stevige uitdaging op het gebied van communicatie, participatie en financiering. We nodigen alle organisaties uit om samen aan de slag te gaan met de verduurzaming. Als regisseur van de warmtetransitie zal de gemeente in ieder geval met de belangrijkste organisaties afspraken maken. De belangrijkste organisaties zijn: Lokale energie-organisaties12 kunnen een ondersteunende of uitvoerende rol oppakken. De gemeente gaat samenwerken met bestaande partijen en hen faciliteren. Lokale energie-organisaties adviseren inwoners onafhankelijk en helpen bijvoorbeeld ook om installateurs te vinden. Woningcorporatie Alwel wordt samen met de huurdersbelangenvereniging nauw betrokken met het afstemmen van hun plannen en gemeentelijke plannen om in bepaalde wijken gezamenlijk aan de slag te gaan.
11
Zoals beschreven in het uitvoeringsnota participatie ‘Samen maken wij Etten-Leur’ over de verschillende type bewoners in de wijken van Etten-Leur en
hun benaderingswijze. 12 Lokale energie-organisaties zijn partijen die lokaal duurzame energieprojecten opzetten, buren helpen bij het verduurzamen van hun woning of
inkoopacties organiseren. Voorbeelden zijn DuurSaam Etten-Leur en uwEnergieloket
38
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Netbeheerder Enexis wordt betrokken om advies te geven over onderhoud, vervanging of uitfasering van het gasnet en voor het voorkomen of oplossen van beperkingen op het elektriciteitsnet. De gemeente en de netbeheerder stemmen de plannen op elkaar af, zowel gemeentebreed als gebiedsgericht. Hiervoor hebben ze tools zoals de buurtscan ontwikkeld (zie bijlage 8 kaarten). Ondernemersvereniging IKE wordt betrokken als verbinder tussen gemeente en ondernemers op het gebied van de warmtetransitie en in de breedte over duurzaamheid. Provincie Noord-Brabant is betrokken bij het duurzaam ontwikkelen van bedrijventerrein de Vosdonk. Samen met VNO-NCW, de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij en de waterschappen is het project ‘Grote Oogst’ geïnitieerd. Hierbinnen wil de provincie 13 bedrijventerreinen verduurzamen met onder meer zonnepanelen en groene daken.
We werken samen met de omliggende gemeenten in West-Brabant. Concrete activiteiten waar we samen aan gaan werken zijn: -
In de RES-regio West-Brabant is verder gekeken naar het verbinden van het Amernet in Breda met duurzame bronnen in Moerdijk. Grootschalige warmtenetten blijken niet de voorkeursoptie te zijn in EttenLeur en het is onwaarschijnlijk dat deze leiding langs Etten-Leur zal lopen.
-
In het Uitvoeringsprogramma bij de RES is opgenomen dat gemeenten gebruik maken van instrumenten voor informatievoorziening, afspraken met woningcorporaties en het aanbieden of ontsluiten van financiële ondersteuning.
-
Gemeenten zorgen voor de participatie en communicatie voor inwoners bij plannen over de energietransitie. Inwoners en stakeholders worden breed benaderd.
-
Daarnaast gaan gemeenten inwoners ondersteunen bij het realiseren van kleinschalige opwek en besparing. Ze gebruiken bijvoorbeeld energieloketten, duurzaamheidsleningen, subsidies en wijkcoaches.
-
De voortgang wordt bijgehouden en de RES zal naar verwachting worden geactualiseerd in 2023.
De gemeente gebruikt voor haar gemeentelijk vastgoed ook energie. Om het goede voorbeeld te geven wordt gewerkt aan plannen om het vastgoed te verduurzamen13. Op dit moment wordt een routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed gemaakt. Hierin wordt een inventarisatie gemaakt van het bezit, plannen voor het behouden of afstoten hiervan en de gemeentelijke ambitie met hun vastgoed. Zo staat de gemeente net als haar inwoners aan de lat voor de transitie in de gebouwde omgeving. Ook zijn alle kantoren van gemeenten in 2023 tot minimaal label C geïsoleerd en in 2030 naar label A. Wanneer er in de buurt koppelkansen zijn wordt er geprobeerd om zaken samen aan te pakken.
13
Zie Leidraad verduurzamen gemeentelijk vastgoed: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/verduurzaming-
utiliteitsbouw/maatschappelijk-vastgoed/gemeentelijk-vastgoed
39
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Om een succesvolle aanpak mogelijk te maken, is een professionele gemeentelijke organisatie nodig met voldoende capaciteit. Deze uitvoeringsstrategie zal uitbreiding van de huidige budgetten en capaciteit betekenen. De precieze inzet van middelen door de gemeente is nog nader te bepalen. Op basis van het rapport van AEF14 hebben we een eerste indicatie van de benodigde aantal fte gemaakt. Indicatief is er minimaal 3 FTE benodigd voor de in hoofdstuk 4 voorgestelde eerste stappen: gemeentebrede informatie/ ondersteuning en uitvoering geven aan focuswijken isolatie. Deze opschaling wordt naar verwachting mogelijk gemaakt door een ophoging van het gemeentefonds. Een deel van de werkzaamheden kunnen opgenomen worden in bestaande processen en taken. Gemeentelijke taken
Aantal medewerkers o.b.v. AEF-rapport
Samenwerking corporaties & VvE’s Vergunningverlening, toezicht en handhaving Gemeentebrede communicatie incl. energieloket Verduurzamen eigen vastgoed Verduurzamen maatschappelijk vastgoed Verduurzamen overige utiliteitsbouw Monitoren en herijken Transitievisie Warmte Totaal 2022 - 2024
0,6 – 0,9 Beperkt 1,8 – 2,2 0,5 0,5 – 0,7 0,5 0,3 – 0,5 4,2 – 5,3
Fte per jaar Fte per jaar Fte per jaar Fte per jaar Fte per jaar Fte per jaar Fte per jaar Fte per jaar
Tabel 4 Gemeentelijke capaciteit per onderdeel warmtetransitie
In de toekomst is er per wijk 1 à 2 FTE extra capaciteit nodig voor als een wijkuitvoeringsplan richting aardgasvrij wordt opgesteld en uitgevoerd. Bij het wijkuitvoeringsplan zijn ook advieskosten te verwachten voor planvorming, technische en financiële onderbouwing, participatie en communicatie. Deze inzet is vooralsnog niet voorzien tot 2025. Gemeentelijke taken - wijkuitvoeringsplan Wijkuitvoeringsplan - planfase Wijkuitvoeringsplan - uitvoeringsfase
Aantal medewerkers o.b.v. AEF-rapport 0,9 – 1,4 Fte per jaar per wijk 1,9 – 2,4 Fte per jaar per wijk
Gemeentelijke capaciteit voor wijkuitvoeringsplannen warmtetransitie
Naast gemeentebrede stimulering kiezen we er ook voor om in een aantal gebieden (of wijken) extra stappen te zetten. Dit zal tenminste in de komende vijf jaar op basis van keuzevrijheid zijn. Paragraaf 5.2.1 beschrijft de gebiedsgerichte aanpak in de komende 5 jaar, met name gericht op de focuswijken isolatie en de verkenningsgebieden. Daarna zal de TVW geactualiseerd worden. Op termijn is het denkbaar dat een wijkuitvoeringsplan wordt opgesteld voor de overstap naar aardgasvrij. Paragraaf 5.2.2 geeft een doorkijk hoe een wijkuitvoeringsplan georganiseerd zou kunnen worden. Uiteraard houden we rekening met de landelijke en regionale ontwikkelingen, nu en in de toekomst.
14 Rapport in het kader van art. 2-onderzoek Klimaatakkoord in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur. AEF, 2020.
40
Transitievisie Warmte Etten-Leur
In Etten-Leur starten we op twee manieren met de gebiedsgerichte aanpak. Dit zijn de focuswijken isolatie voor woningverbetering en de verkenningen voor Centrum, Trivium en Vosdonk. In alle gevallen is de stimulering van isolatie en aardgasvrije alternatieven op basis van keuzevrijheid van eigenaren en gebruikers/ huurders. De aanpak in de Focuswijken isolatie is gericht op het besparen van energie en om zoveel mogelijk woningen in deze wijken gereed te maken voor de overstap naar aardgasvrij. In deze wijken willen we inwoners en organisaties bij elkaar brengen om kennis uit te wisselen. Het streven is om inkoopcollectieven op te zetten om daarmee isolatie betaalbaarder te maken. De aanpak voor de winkelcentra, kantorengebieden en bedrijventerreinen richt zich op het verkennen van de mogelijkheden voor aardgasvrij. Uit deze verkenning komt naar voren welke alternatieven voor aardgas op welke termijn haalbaar en betaalbaar zijn. Deze verkenning kijkt daarbij met name naar wat eigenaren en gebruikers nodig hebben om de overstap te maken. De gebiedsgerichte aanpak in een wijk wordt projectmatig georganiseerd met een looptijd van twee tot vijf jaar. De voortgang en resultaten worden gedurende de gebiedsgerichte aanpak regelmatig geëvalueerd.
Samen met bewoners en organisaties wordt gekeken waar het meeste enthousiasme/draagvlak is, waar de woningen of gebouwen geschikt zijn om als eerste aangepakt te worden (bijv. isolatie of aardgasvrij) en waar lokale koppelkansen zijn. De selectiecriteria zoals benoemd in paragraaf 4.2.2 (consensus, betrokkenheid inwoners en organisaties, betaalbaarheid, koppelkansen) zijn een goede leidraad bij het bepalen van de prioritering binnen de wijken. Inwoners en organisaties hebben in het participatietraject aangegeven dat de volgende punten essentieel zijn voor de uitvoering van een succesvolle wijkaanpak. Deze punten kunnen per wijk anders ingevuld worden, afhankelijk van de opgave en het karakter van de wijk. Deze punten zijn: • •
•
• • • • • •
Kies voor homogene gebieden met vergelijkbare bouwjaren en woningtypen. Stel een participatie- en communicatieplan op. Dit is de kern van de wijkgerichte aanpak. Houd daarin rekening met verschillende doelgroepen, niet alleen gebaseerd op woningtypen maar ook type gebouweigenaren en leefstijlen. Zorg voor heldere informatie over de maatregelen en de kosten. Geef duidelijk aan wat de gevolgen zijn voor bewoners en andere eigenaren in de wijk en welke inzet je van hen verwacht. Zorg dat de voorwaarden voor facilitering door de gemeente en/of hoe inwoners kunnen meedoen duidelijk zijn, bijvoorbeeld bij inkoopcollectieven. Zorg, zo nodig, dat er een haalbaar aanbod voor de financiering is. Onderzoek waar woningcorporaties en particulieren samen kunnen optrekken, Het stimuleren initiatieven van inwoners en organisaties. Voer woningscans uit bij veelvoorkomende woningtypes in de wijk zodat je de mogelijke maatregelen en verwachte besparingen voor herkenbare woningen in de wijk kunt laten zien. Maak gebruik van bewoners die al maatregelen genomen hebben, en laat daarmee zien wat het effect is en de ervaringen zijn. De zogenoemde ambassadeurs. Motiveer woningeigenaren niet alleen via financiële prikkels als subsidies of collectieve inkoop, maar ook door samen naar een duidelijke doelstelling te streven en hen een rol te geven tijdens het opstellen van een plan om aardgasvrij te worden.
De specifieke invulling is onderdeel van het projectplan voor de focuswijk isolatie of gebiedsverkenning. Op basis van de enquête komt naar voren dat veel inwoners open staan voor een aanbod m.b.t. isolatie en/of hybride warmtepompen. De meeste interesse hiervoor is in Centrum-Oost, De Keen, De Streek, De Baai en Hoge Neerstraat.
41
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Met het wijkuitvoeringsplan maken we de planvorming voor de overstap naar aardgasvrij(ready) wonen in een wijk concreet. Als uit de buurtgerichte verkenning blijkt dat er een duidelijke voorkeursvariant is voor de overstap naar aardgasvrij, dan kunnen we daarvoor een wijkuitvoeringsplan op gaan stellen. Het is daarbij van groot belang dat woningen en eigenaren “transitiegereed” zijn voordat we de volgende stap zetten bij de planvorming voor aardgasvrij wonen en werken. Het opstellen van een wijkuitvoeringsplan duurt 1,5 tot 3 jaar afhankelijk van de complexiteit en omvang van de wijk. Het Klimaatakkoord geeft aan dat de daadwerkelijke uitvoering vervolgens ten minste 8 jaar in beslag neemt. Dat betekent dat er minimaal 10 jaar tijd is tussen de start van het wijkuitvoeringsplan en het afscheid nemen van het aardgas. Zo heeft iedereen de tijd om zich goed voor te bereiden. Met enkel isoleren of een overstap van een Cvketel naar een hybride of all-electric vorm in een geschikte wijk (bouwjaar na 1990) kan de doorlooptijd korter zijn. Bij het opstellen van een wijkuitvoeringsplan gebruiken we bovengenoemde uitgangspunten voor gebiedsgericht werken. Dit wordt verrijkt met inbreng van inwoners en organisaties in de wijk én met lessen uit vergelijkbare projecten binnen en buiten Etten-Leur.
In het wijkuitvoeringsplan staan de ambitie voor de wijk, de keuze voor de alternatieve infrastructuur, de planning (stappenplan) en de rollen en verantwoordelijkheden. Een goed wijkuitvoeringsplan bevat in ieder geval: •
Een duidelijke afbakening van het gebied waar we aan de slag gaan, met een gedetailleerde planning in welk deel van de wijk wanneer gestart wordt. Hiervoor is het nodig dat we alle planningen in de wijk (ondergrond, openbare ruimte en onderhoud woningen) naast elkaar leggen en zoveel mogelijk slim samenwerken. Binnen het gebied maken we logische clusters van woningen of gebouwen, zodat het mogelijk is om een goede volgorde te bepalen voor de warmtetransitie.
•
Een communicatie- en participatieplan voor de wijk: hoe willen de gemeente en andere organisaties (bijvoorbeeld de woningcorporatie) inwoners en andere belanghebbenden informeren, betrekken, ondersteunen en waar mogelijk ontzorgen? Dit doen we online met bijvoorbeeld een website en met traditionele communicatiemiddelen, zoals huis-aan-huis bladen en brieven. En we gaan natuurlijk ook in gesprek met inwoners, zeker in wijken waar we aan de slag willen gaan met isoleren en/of alternatieven voor aardgas.
•
Een keuze van het voorkeursalternatief voor aardgas op basis van (i) technische en financiële haalbaarheidsstudies en (ii) de voorkeuren van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden. Hier hoort ook een duidelijk overzicht bij van de stappen die gezet moeten worden om te komen tot een concreet aanbod voor eigenaren. Dit betreft de techniek, organisatie en financiering. In het wijkuitvoeringsplan wordt duidelijk wanneer iedere eigenaar in het plangebied een keuze moet maken en welke keuzemogelijkheden hij heeft.
•
Een duidelijke rolverdeling van de partijen die samenwerken aan het wijkuitvoeringsplan. Het wijkplan kan worden bekrachtigd door met de belangrijkste stakeholders in de wijk een samenwerkingsovereenkomst te sluiten waarin de rollen en verantwoordelijkheden worden vastgelegd.
42
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Monitoring: De gemeente Etten-Leur wil de voortgang van de warmtetransitie bijhouden om zicht te houden op de ontwikkelingen in Etten-Leur gegeven de landelijke context. Dit willen we jaarlijks doen met een beknopte cijfermatige en beschrijvende evaluatie van het beleid. Het draagvlak bij inwoners voor de warmtetransitie is een belangrijke graadmeter. De gemeente zal regelmatig inwoners raadplegen, bijvoorbeeld via het burgerpanel. Inzichten hieruit zijn relevant om de aanpak van de gemeente te evalueren en zijn belangrijke input voor de actualisatie van de Transitievisie. Andere belangrijke graadmeters zijn het gasverbruik en energielabels. Het jaarlijkse huishoudelijke gasverbruik is openbaar, voor de gemeente als geheel en op postcode 6 niveau. Daarnaast kunnen we ook de ontwikkelingen bij de energielabels volgen. Op deze manier is het effect van onze acties te monitoren.
Actualisatie: De Transitievisie Warmte wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Tegen die tijd verwachten we dat er veel meer bekend zal zijn over een aantal belangrijke onderwerpen, zoals: • • • •
• •
Inzichten uit de verkenning voor de gebieden Vosdonk, Trivium en Centrum De plannen in het kader van de RES en meer duidelijkheid over het regionaal warmtenet; De eerste resultaten van de aanpakken gericht op isolatie, hybride warmtepompen en kleine collectieve oplossingen, alsmede voortschrijdend inzicht bij andere gemeenten De beschikbaarheid van en eventuele toekomstige rol voor waterstof en groen gas in de gebouwde omgeving. Dit is met name van belang voor de rol van hybride warmtepompen: eindbeeld bij goede beschikbaarheid waterstof of tussenstap naar all-electric bij matige beschikbaarheid. Tegen die tijd hebben we ook een beter inzicht in de betaalbaarheid van duurzame gassen. Aanvullend landelijk beleid en landelijke ontwikkelingen voor de betaalbaarheid van de warmtetransitie Aanvullend landelijk beleid voor de taken en bevoegdheden van de gemeente, bijvoorbeeld met betrekking tot de Omgevingswet en de Wet Collectieve Warmtevoorziening.
Met een actualisatie van de Transitievisie Warmte kunnen we de warmtetransitie bijsturen zodat de CO 2reductiedoelen voor het jaar 2030 en het eindbeeld van aardgasvrij 2050 binnen bereik blijven.
43
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Bijlage 1: Participatie inwoners - enquête Verslag 1e enquête november 2020 333 inwoners van de gemeente Etten-Leur hebben meegedaan aan de eerste digitale enquête. Dit onderzoek is via TipEtten-Leur uitgezet. De respondenten zijn overwegend man (67%) en gemiddeld ouder dan de populatie van Etten-Leur. 36% was ouder dan 65, terwijl die groep 24% uitmaakt van de inwoners in de gemeente. Ze zijn bevraagd over wat voor hen de warmtetransitie betekent, waar ze bekend mee zijn en welke maatregelen ze zelf al hebben genomen. Zestig procent van de respondenten is op de hoogte van de overstap naar aardgasvrij wonen. Een kwart van de respondenten weet echter wat dat voor hen betekent. 35% van de respondenten is het er (zeer) mee eens dat we onze woningen uiterlijk in 2050 aardgasvrij gaan verwarmen. 37% van de respondenten is het hier (zeer) mee oneens. De respondenten, of een vorige eigenaar of verhuurder, hebben de volgende maatregelen, op het gebied van aardgasvrij wonen al genomen: Dubbel glas (HR of beter) (84%), Zuinig met energie omgaan (verwarming lager, korter douchen etc.) (60%), Isolatie (dak, kruipruimte, spouwmuur) (57%). De respondenten vinden “Waar de overstap het meest betaalbaar is” de belangrijkste voorwaarde als ze aan moeten geven waar ze zouden beginnen met het aardgasvrij maken van de gemeente.
48% van de respondenten wil op de hoogte blijven via de nieuwsbrief van de gemeente, kijkende naar hoe ze betrokken willen worden bij de overstap naar aardgasvrij wonen. 37% wil graag digitale informatie van een website of via een brief van de gemeente. 32% via een huis-aan-huisblad.
Verslag 2e enquête mei/juni 2021 1413 inwoners van de gemeente Etten-Leur hebben meegedaan aan de digitale enquête: Denk mee over de route naar een aardgasvrij Etten-Leur. Alle huishoudens in Etten-Leur (18.700) waren hiervoor uitgenodigd per post. De respondenten zijn overwegend man (76%) en gemiddeld ouder dan de populatie van Etten-Leur. 41% was ouder dan 65, terwijl die groep 24% uitmaakt van de inwoners in de gemeente. Het merendeel van de respondenten was eigenaar van een koopwoning (84%). In deze paragraaf geven we de duiding aan de enquêteresultaten. Alle informatie met betrekking tot de enquête is terug te vinden op de website: https://www.etten-leur.nl/Inwoner/Duurzaamheid/Aardgasvrij Algemeen •
Ongeveer 60% van de mensen kent het thema aardgasvrij, maar weet nog niet goed wat het betekent voor hen; 10% kent het thema niet/ amper. Er is dus veel onbekendheid in Etten-Leur.
•
In Etten-Leur wordt gemiddeld licht positief gedacht over aardgasvrij. Veel inwoners geven wel randvoorwaarden mee: de overstap kan alleen als het haalbaar en betaalbaar is.
•
Bouwjaar: moderne woningen (>1990) is 45% van de response en 33% van daadwerkelijke vastgoed. Eigenaren van moderne woningen denken gemiddeld genomen positiever over aardgasvrij.
•
De gemeente wordt betrekkelijk weinig (Etten-Leur: 30%, elders: 40-50%) als betrouwbare bron van informatie gezien; de gemeente komt op een tweede plaats achter consumentenorganisaties (bijv. Eigen Huis) die momenteel weinig over een individuele woning kunnen zeggen.
44
Transitievisie Warmte Etten-Leur
•
Ongeveer 35% van de eigenaren staat open voor verduurzamen, 25% niet, ongeveer 40% alleen met volledige ontzorging. Een klein gedeelte (20% van de eigenaren) ziet verduurzaming als eigen verantwoordelijkheid.
•
Ongeveer 30% van de eigenaren staat open voor collectieve actie/ begeleiding, en ongeveer 50% niet. Er zijn weinig inwoners bezig met het opzetten van initiatieven of willen dit zelf opzetten. Een groep van 30% wil wel aanhaken bij initiatieven. Het liefst van de gemeente. Inwoners staan er over het algemeen wel positief tegenover als de gemeente in de wijk werkt aan een concreet aanbod voor isolatie of (hybride) warmtepomp.
•
Er zijn zorgen over het geluid van (hybride) warmtepompen.
•
Bewoners vinden het prettig om betrokken te worden via bewonersavonden, een enquête en hebben de voorkeur om te reageren op een concreet plan. Bewoners verwachten ook informatie over aardgasvrij en de alternatieven van de gemeente.
Figuur 14 Enquêteresultaat: Verwarmen aardgasvrij per leeftijdsgroep
45
Transitievisie Warmte Etten-Leur
In hoeverre bent u het er mee eens dat we onze woningen uiterlijk in 2050 aardgasvrij gaan verwarmen?
Bouwjaar woning
Etten-Leur totaal >2005 1990-2004 1950-1989 <1950 0% Helemaal eens
Eens
20%
40%
Neutraal
Niet eens
60%
80%
Helemaal oneens
100% Weet niet
Figuur 15 Verwarmen aardgasvrij per bouwjaar woning respondent
Per wijk • •
•
• •
In de wijken waar grotendeels huizen al zonder aardgas worden verwarmd zoals Schoenmakershoek en De Streek staat men positiever tegenover aardgasvrij dan de rest van de wijken. Er is interesse voor hybride warmtepompen, hoge Neerstraat en De Keen lijken daarvoor de wijken te zijn met het hoogste draagvlak en ontvankelijkheid (m.n. hoge Neerstraat). Een andere wijk die (deels) na 1995 is gebouw, Sanderbanken, staat duidelijk minder open voor aardgasvrije opties. Grauwe Polder komt niet vooraan voor focusaanpak: het draagvlak voor aardgasvrij is lager dan gemiddeld in Etten-Leur, men is minder ontvankelijk, hulp is minder nodig/ gewenst, inwoners staan minder open voor collectieve aanpak of samenwerking. Deze punten zijn in iets mindere mate ook terug te zien bij resultaten voor Centrum West. Banakkers lijkt meer open te staan voor begeleiding/ collectieve aanpak met rol voor gemeente. Veel inwoners zien het zitten om ondersteund te worden bij isolatie en/of hybride warmtepompen. In Centrum-Oost, De Keen, De Streek, De Baai en Hoge Neerstraat is hiervoor het meest animo (>50%).
46
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Figuur 16 Verwarmen aardgasvrij per wijk respondent
47
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Figuur 17 Participatie in isolatie of (hybride) warmtepomp ondersteuning per buurt
48
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Wilt u zelf actief aan de slag om uiteindelijk aardgasvrij te gaan wonen? - alle respondenten
Figuur 18 Willen respondenten zelf actief aan de slag? Resultaten voor Etten-Leur totaal en per wijk.
49
Transitievisie Warmte Etten-Leur
(Meerdere antwoorden mogelijk) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Ik ben bezig met een bewonersinitiatief Ik wil graag zelf een bewonersinitiatief opzetten Ik doe graag mee als mijn buren een bewonersinitiatief beginnen Ik doe graag mee als de gemeente zich bij het initiatief betrokken is
Ik wil wel horen wat anderen doen, maar ik doe zelf niet mee aan een gezamenlijk bewonersinitiatief Ik heb geen interesse in een bewonersinitiatief Weet niet Figuur 19 Willen respondenten zelf actief aan de slag met een initiatief? Resultaten per wijk.
Samenvattend • • • •
Respondenten zijn nog niet erg bekend met aardgasvrij wonen en wat dat voor hen betekent. Hier ligt nog een informatie en communicatieopgave van de gemeente. Er moet gewerkt worden als gemeente om door de bewoner als betrouwbaar te worden ervaren. Er is vanuit de enquête voor de keuze om eerst op Noord en Baai te focussen, later Centrum Oost en Grauwe Polder. Zorgen zoals het geluid van installaties kunnen worden weggenomen door het opstellen van omgevingswaarden (uit omgevingswet) in het omgevingsplan.
Inwoners zijn nog niet bezig met initiatieven in de wijk. De gemeente zal hier haar regierol moeten pakken om inwoners te activeren.
50
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Bijlage 2: Participatie inwoners meedenkgroep De gemeente Etten-Leur vindt het belangrijk om inwoners te betrekken bij de planvorming. Tijdens de eerste inwonersavond hebben 9 particuliere eigenaren aangegeven graag te willen meedenken bij het opstellen van de Transitievisie Warmte. In totaal bestond de meedenkgroep uit 11 deelnemers uit 10 verschillende wijken van EttenLeur. Van de deelnemers waren 9 particulier eigenaar en 2 deelnemers die actief zijn in de huurdersbelangenvereniging van Alwel. Redactionele opmerkingen staan tussen vierkante haakjes […]. Op 5 januari 2021 is een kennismakingsbijeenkomst gehouden waarin is toegelicht wat de transitievisie warmte is en hoe deelnemers daaraan kunnen bijdragen. Op 3 februari 2021 is een tweede bijeenkomst gehouden waarin de mogelijkheden voor Etten-Leur zijn besproken. Het verslag hiervan is hieronder opgenomen. Op 11 maart is een derde bijeenkomst gehouden om de voorlopige resultaten te bespreken en te bespreken wat de meedenkgroep belangrijk vindt bij de uitvoering. Ook hiervan is het verslag opgenomen. Op 13 juli is de meedenkgroep nogmaals bij elkaar gekomen. Wethouder Kees van Aert heeft de deelnemers hartelijk bedankt voor hun inbreng. De verslagen hieronder geven aan dat de Transitievisie Warmte uitvoerig besproken is. Duidelijk is dat er veel zorgen leven over de richting naar duurzaam verwarmen van woningen.
Het projectteam heeft de vragen van de meedenkgroep naar beste inzicht beantwoord en verwerkt in de Transitievisie Warmte. De hoofdtekst van de Transitievisie Warmte is leidend. Deze verslagen worden ter informatie publiek gemaakt.
Verslag bijeenkomst 3 februari 2021 – over de mogelijkheden in Etten-Leur De deelnemers benadrukken vrijwel unaniem dat draagvlak bereikt wordt via de portemonnee; betaalbaarheid staat bovenaan. Ook een duidelijke [goed te begrijpen] visie is van groot belang. De meeste deelnemers geven aan dat er een goed begin met de transitievisie warmte is gemaakt, met de volgende opmerkingen over o.a. hun eigen situatie, duurzame energie, technische aspecten en organisatorische aspecten Over hun eigen situatie • • • •
• •
Deelnemers die wonen in een huis van voor 1990 geven aan dat zij isolatie maatregelen genomen hebben of overwegen. Wel ziet een aantal deelnemers risico’s bij spouwmuurisolatie (risico’s m.b.t. ventilatie, vocht). Deelnemers die wonen in een huis van na 1990 geven aan dat zij verdere isolatie niet of zeer beperkt overwegen. Een paar deelnemers geven aan dat zij afhankelijk van de betaalbaarheid een hybride warmtepomp zouden willen overwegen. Er zijn geen deelnemers die voor hun situatie all-electric willen overwegen. Er is één deelnemer uit Schoenmakershoek (bodem/water warmtepomp in plaats van een gasketel) die een maandelijkse energierekening heeft van 70 euro/maand. Deze deelnemer is tevreden met het energiesysteem (warmte en koude) Een paar bewoners van recent gebouwde woningen op aardgas zonder airco geven aan dat het in de zomer erg warm is Een paar aanwezigen van de huurdersbelangenvereniging van Alwel geven aan dat zij in principe de buurtgerichte isolatie van Alwel ondersteunen f: De Grient, later volgen o.a. Centrum West en Banakkers], waarbij o.a. maandlasten (huur + energie) niet omhoog mogen gaan [naast andere wensen/ belangen van huurders]
51
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Over de opwek van duurzame energie (elektriciteit, warmtebronnen) en energiedragers (waterstof) •
•
• • • • •
Een behoorlijk aantal deelnemers heeft gevraagd om rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen, m.n. waterstof en geen keuzes nu te maken waarvan we later spijt zouden kunnen krijgen. Dat betekent het gasnet intact houden. Enkele deelnemers zien weinig in waterstof. Eén deelnemer geeft aan dat klimaatneutraal gebruik van aardgas een mogelijkheid is [dat vereist compensatie van de CO2-emissie elders]. Een paar deelnemers geeft aan dat bijmenging van waterstof in het bestaande aardgasnet voor 10 à 20% al mogelijk is in de huidige situatie. Een aantal deelnemers vraagt zich af hoe de elektriciteit opgewekt kan worden als we Nederland breed zouden overgaan naar all-electric of hybride warmtepompen Deelnemers onderschrijven in het algemeen de conclusie dat grootschalige warmtenetten in Etten-Leur niet kansrijk zijn. Een paar deelnemers doen de suggestie om naar lokale warmtebronnen [voor collectieve oplossingen] te kijken, waaronder warmte uit geothermie of warmte uit drinkwaterleidingen. Lokale warmtenetten (op lage temperatuur, ook wel bronnetten genoemd) werken vaak met een warmtekoude opslag (WKO). De Provincie werkt aan beleid voor het al dan niet toestaan van WKOs. Een aantal deelnemers geven aan zorgen over het milieu, opwarming en kwaliteit van de leefomgeving in en om Etten-Leur te hebben
Over maatregelen in de woning - techniek • •
• •
• •
De meeste deelnemers onderkennen dat woningen van voor 1975 (en in mindere mate woningen tussen 1975 en 1990) in het algemeen een isolatie opgave hebben. Dit geldt ook voor het buitengebied. Deelnemers geven daarbij aan dat in de praktijk genuanceerd gekeken moet worden, bijvoorbeeld vanwege de diversiteit (bijv. bouwjaar, type woning) van de woningen in een wijk. Aan de ene kant duidelijkheid, aan de andere kant ook nuance. De wijk Attelaken is een gemengd wonen en werken wijk, deze zou blauw/ paars gearceerd kunnen worden. Een deelnemer geeft aan dat als een warmtepomp bij een [grotere of niet zo goed geïsoleerde] woning wordt toegepast, dat dan mogelijk een 3*35A elektriciteitsaansluiting nodig is (vastrecht kosten: ongeveer 800 euro/jaar), terwijl de huidige gangbare 1*35A of 3*25A aansluiting ongeveer 200 euro/jaar kost. Een dergelijke elektriciteitsaansluiting maakt de overstap onbetaalbaar. Een aantal deelnemers vraagt aandacht voor goede ventilatie, bijvoorbeeld met een ventilatie warmteterugwinning systeem. Dit verbetert wooncomfort en reduceert aardgasverbruik. Een aantal deelnemers vraagt aandacht voor de mogelijke risico’s van spouwmuurisolatie
Suggesties voor/ opmerkingen bij de mogelijke aanpak • • • •
•
Een deelnemer doet de suggestie om te beginnen bij grotere woningen omdat daar meer bespaard kan worden Een deelnemer van een appartementencomplex geeft aan dat de verdeling van kosten bij een VVE een complex probleem is, waardoor in hun geval maatregelen [vooralsnog] niet genomen werden Een deelnemer doet de suggestie om isolatie maatregelen via vouchers te stimuleren In geval van “gespikkeld bezit” (d.w.z. straten waar particulier en corporatie eigendom door elkaar is) is het volgen van tijdpad Alwel goed denkbaar. Het is wel belangrijk dat particuliere eigenaren tijdig geïnformeerd worden. Dit is eerder in de Banakkers bij vervanging van de dakgoten niet goed gegaan, waardoor de situatie is dat bij corporatiewoningen in een straat de dakgoten wel zijn vervangen en bij particulieren niet. Een aantal deelnemers geeft aan schrik voor de kosten en mogelijke impact op de woning te hebben. Zij hebben nog onvoldoende vertrouwen in de huidige maatregelen, kosten en aanpak (informatie en andere ondersteuning).
52
Transitievisie Warmte Etten-Leur
• •
In reactie hierop geven enkele deelnemers aan dat voorbeelden (woningen, ambassadeurs) in Etten-Leur kunnen helpen bij het vergroten van het vertrouwen van inwoners Bij de startkaart voor klein collectieve oplossingen is aangegeven dat deze in de meeste gevallen alleen kunnen starten bij de utiliteit (kantoren, winkels, bedrijven, etc.) waarna eventueel appartementencomplexen kunnen aanhaken. Uiteraard zijn dergelijke kleine collectieve oplossingen alleen mogelijk als een duurzame bron in zicht is.
Verslag bijeenkomst 11 maart 2021 – over concept Transitievisie Warmte, voorafgaand aan presentatie voor college en raad
Inbreng meedenkgroep over de Warmtetransitiekaart •
•
•
Instemming van de meedenkgroep op de voorgestelde warmtetransitiekaart. De wijkindeling (groen/ blauw/ rood/ paars) is herkenbaar, de voorgestelde route voor de drie kleuren is begrijpelijk, zij het wel met onzekerheden omgeven. > Reactie: Onzekerheden (beschikbaarheid waterstof, kosten van verschillende technieken, landelijke kaders, wetgeving/ stimulering, etc.) worden benoemd in de TVW. Deze onzekerheden worden geëvalueerd bij de actualisatie van de TVW in 2025. Veel deelnemers van de meedenkgroep vinden dat het duidelijk is waar ze aan toe zijn. Zij die in een rood omkaderde wijk wonen vinden het duidelijk dat er een datum/ periode wordt genoemd. Enkele leden hebben de rood/groen omkaderde gebieden als startgebieden voor aardgasvrij aangezien. Suggestie is om in ieder geval de bewoording aan te passen en evt. een isolatiekaart (stap 1) en een transitiekaart (stap 2) te maken. > Reactie: de bewoording zal worden aangepast naar “focuswijk isolatie”, rood omkaderd met toevoeging: “in samenwerking met Alwel”, groen omkaderd zonder toevoeging. Het projectteam neemt de suggestie van splitsen kaarten ter harte; als echter de essentie op één kaart past, dan heeft dat wel de voorkeur. De meedenkgroep is vrijwel unaniem dat focuswijken isolatie gewenst zijn.
De meedenkgroep kan zich vinden in de keuze van voorgestelde groen en rood omkaderde gebieden, en volgt de argumentatie dat in deze gebieden de isolatie-opgave (in het algemeen) hoog ligt. > Reactie: Het projectteam gaat de groen omkaderde gebieden prioriteren/ faseren.
Inbreng meedenkgroep, overige punten/ vragen t.a.v. warmtetransitie •
• • • • • •
Het projectteam heeft aan de meedenkgroep gevraagd wat zij van een eventuele focuswijk voor hybride warmtepompen vinden. Het merendeel staat hier positief tegenover. Er zijn ook kanttekeningen. De werkwijze zou zich strikt moeten richten op kleine aantallen, zeker in het begin, en op basis van vrijwilligheid. De selectie van een dergelijke wijk moet in overleg met Enexis (belastbaarheid elektriciteitsnetwerk) en moet passen in het totaalplan voor het geselecteerde gebied. Deze techniek is nog in ontwikkeling, dus (innovatie)subsidies zijn mogelijkerwijs denkbaar om te verkennen/ aan te vragen. Ook in dat opzicht: wel fijn als het gasnet in deze wijk op afzienbare termijn blijft liggen, zodat terugverdientijd beter te bepalen is. Observaties t.a.v. buitengebied (geen zienswijze): propaan/ stookolie zeer zeldzaam (vrijwel iedereen gebruikt aardgas); wel houtstook. Appartementen in het centrum: hiervoor is het zinvol om naar collectieve oplossingen te kijken. Woningen van voor 1950: isolatie is hier veelal maatwerk en kostbaarder dan bij andere woningen. Enige aandacht als aparte doelgroep zou op z’n plaats zijn. Bodemenergieplan kan nuttig of nodig zijn als in een wijk veel warmtepompen met bodemlussen geplaatst worden; dit om interferentie tegen te gaan.
Afstemming met RES is op dit moment nog beperkt; goed om te zien dat er ruimte wordt geboden voor kleine collectieve oplossingen als maatwerk oplossing. Kosten waterstof zijn (in de toekomst/ mogelijk) veel lager dan warmtepompen, bijvoorbeeld door bijmenging
53
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Vragen meedenkgroep m.b.t. warmtepompen •
•
•
Vraag t.a.v. “No regret”: hoe weten we zeker dat warmtepompen niet de nieuwe pellet kachels worden, oftewel hoe weten we dat er geen keuzes gemaakt worden waar je later spijt van krijgt? > Warmtepompen zijn een bewezen techniek en maken gebruik van landelijke infrastructuur (elektriciteitsnet) en zijn daarmee breed beschikbaar. Uiteraard zijn er technische en economische vragen die bij een evaluatie voor een individuele woning (of iets breder: voor een blok/ buurt of wijk) beantwoord moeten worden. Hiervoor is een passend proces en expertise nodig, onderdeel van de uitvoeringsstrategie m.b.t. hybride warmtepompen. Vraag: Is een warmtepomp mogelijk als zonnepanelen niet geplaatst kunnen worden? > Ja, dat kan zeker. Binnen een woning werken de zonnepanelen en warmtepomp geheel los van elkaar. De elektriciteit voor een warmtepomp (vooral in de winter) komt dan van het elektriciteitsnet. Landelijk wordt vraag en aanbod van elektriciteit in balans gebracht. In de vorige meedenkgroep bijeenkomst is aangegeven dat het beeld nu is dat dit (balans elektriciteitsnet in de winter) mogelijk is voor woningen na 1990, maar niet voor alle woningen in Nederland. Op dit moment is het zo dat zonnepanelen er wel voor zorgen dat een warmtepomp eerder rendabel wordt.
Vraag: Zijn hoog temperatuur warmtepompen een optie, dat wil zeggen warmtepompen die meer dan 55C kunnen maken en daarmee ook bij minder goede isolatie inzetbaar zijn? > Reactie: op zich kan het; maar kijk goed naar het energetisch rendement. Boven de 55C zal het rendement voor m.n. lucht/water en PVT zon-thermisch warmtepompen niet zo goed zijn. Als dit type warmtepomp veel wordt toegepast, dan zal de impact op het elektriciteitsnetwerk een groot punt van zorg zijn.
Andere vragen/ zienswijzen van de meedenkgroep: Worden inwoners gedwongen om van het gas af te gaan? Moeten inwoners leningen aangaan om over te kunnen stappen naar aardgasvrij? Is De Keen dan als eerste aan de beurt? Kunnen we senioren niet met rust laten? •
De voorgestelde visie is volledig op basis van vrijwilligheid: stimuleren van isolatie en hybride warmtepompen daar waar zinvol. Hiervoor zal aangehaakt worden bij de landelijke ontwikkelingen rondom financiële middelen en betaalbaarheid. Belangrijk: de individuele situatie (bijvoorbeeld leeftijd bewoner) en individuele wensen zijn leidend. De voorgestelde visie is voorts dat een logisch moment voor een eventuele investering in isolatie en/of aardgasvrij wonen een zogenoemd natuurlijk moment is. Voorbeelden zijn een verkoop/ verhuizing, een opknapbeurt, een gasketelvervanging. Het is absoluut niet zo dat inwoners leningen zouden moeten aangaan. Er wordt landelijk een Nationaal Woonfonds opgezet. Als inwoners in hun huis willen investeren (op basis van hun persoonlijke wensen en situatie) en als ze daar financieringshulp bij willen met zachte voorwaarden, dan kunnen ze daar mogelijk gebruik van maken. Op de langere termijn (dat wil zeggen na 2030) is het denkbaar dat landelijk minder ruimte is voor individuele keuze en dat van de gemeente Etten-Leur gevraagd wordt om daarin mee te gaan. Om deze reden zal de transitieroute naar aardgasvrij regelmatig herijkt moeten worden. Sommige deelnemers hebben aangegeven dat zij graag het beste inzicht hebben ten aanzien van fasering naar aardgasvrij.
In dat geval en aan de hand van de uitganspunten is het antwoord dat de wijken die na 1990 gebouwd zijn met de huidige techniek (warmtepompen) het makkelijkst de overstap naar aardgasvrij kunnen maken. Of dat ook waarheid wordt hangt ten eerste af van landelijke ontwikkelingen en ten tweede af van nadere besluitvorming in de gemeenteraad. De voorgestelde transitievisie zal ten eerste geen oproep zijn om dergelijke besluiten te nemen en ten tweede zal de transitievisie warmte regelmatig herijkt worden.
54
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Er is grote diversiteit aan woningen in een wijk: in hoeverre is het mogelijk om tot een uniforme visie per wijk te komen. Hoe brengen we top-down beeld (landelijk beeld energiebronnen en infrastructuur) in lijn met bottomup mogelijkheden. De wijken in Etten-Leur zijn voor het merendeel homogeen qua bouwjaar. De uniforme visie die we nu kunnen maken gaat over de infrastructuur in de straat (elektriciteitsnetwerk, gasnetwerk, warmtenetwerk). Hier komt samen wat mogelijk en wenselijk is m.b.t. energiebronnen en m.b.t. de gebouwen (isolatie en verwarmingssysteem). In Etten-Leur maken we uiteindelijk keuzes aan de hand van uitgangspunten, waaronder dat de individuele situatie voorlopig leidend is. Welke rol is er mogelijk voor technieken, zoals warmte-opslag, warmte uit afvalwater, PVT zon-thermische panelen in combinatie met een warmtepomp? Deze technieken zullen op kortere termijn (PVT zon-thermisch; stimuleren hybride warmtepompen) of langere termijn (opslag, afvalwater) aan de orde komen. Hoe wordt invulling gegeven aan “kostenneutraal” en “woonlastenneutraal”: Het mag duidelijk zijn dat de overstap naar aardgasvrij niet zonder kosten is en dat linksom of rechtsom een maatschappelijk aanvaardbare oplossing gevonden moet worden voor de verdeling van de kosten. Het landelijke beleid is dat eindgebruikers (m.n.
bewoners) vergelijkbare woonlasten voor aardgasvrij moeten hebben als voor de huidige situatie met aardgas. Dat is woonlastenneutraal. Hoe de maatschappelijke financiering van woonlastenneutraliteit georganiseerd wordt is buiten de scope van lokaal te maken keuzes, dat kunnen we dus niet in de Transitievisie Warmte Etten-Leur oplossen. Welke potentie is er bij bedrijventerreinen? We kijken ook naar de mogelijkheden en prikkels om utiliteit (bedrijven, kantoren, winkels, zorg, etc.) mee te krijgen. Welke inzichten uit EIB-rapport t.a.v. proeftuinen zijn relevant voor Etten-Leur; is in het algemeen de ambitie van aardgasvrij niet veel te ambitieus? Wat betekent streefdatum 2030? Deze vraag is door meerdere mensen in de meedenkgroep gesteld. Het EIB-rapport gaat over wijken waar gewerkt wordt aan een overstap naar aardgasvrij (zogenoemde proeftuinen). In Etten-Leur stellen we een behoedzame strategie voor, waarbij tot 2030 niet gestart wordt met wijken aardgasvrij te maken (laat staan verplicht). Met een vertaalslag zijn de lessen uit de proeftuinen ook toepasbaar voor focuswijken isolatie en wellicht focuswijk hybride (waar in de meedenkgroep steun voor is, mits op vrijwillige basis). Deze vertaalslag wordt verwerkt in de uitvoeringsstrategie.
2030 is een streefdatum om zoveel mogelijk woningen in Etten-Leur transitiegereed te hebben, dat wil zeggen dat ze een isolatieniveau hebben dat past bij de uiteindelijke oplossing die voorzien is voor aardgasvrij. •
Op dit moment is de consensus dat aardgasvrij alleen (goed) haalbaar is voor nieuwbouw, grote utiliteit en voor appartementencomplexen/ flats met collectieve gasketels. Voor alle andere typen gebouwen is de transitie naar aardgasvrij (veel) complex(er) en in enkele gevallen zelfs onmogelijk. In de definitieve TVW nemen we een paragraaf op met een beknopt overzicht van de belangrijkste barrières. Hier trekken we lessen uit voor de stappen die we nu wel zinvol kunnen zetten, niet om ons te laten ontmoedigen.
De landelijke overheid gaat uit van leningen van 20 jaar. Deze zijn niet zinvol; zienswijze: maximaal 7 jaar, zeker bij senioren. We kunnen ons goed voorstellen dat een lening met lange looptijd niet iedereen past. Het Nationaal Woonfonds is een landelijke en mogelijke een breed inzetbare regeling die nog in opstartfase is. Financiering is een belangrijk aandachtspunt bij starten en stimuleren van isolatie. Voor de goede orde: op basis van vrijwilligheid.
55
Transitievisie Warmte Etten-Leur
Inbreng meedenkgroep, t.a.v. uitvoeringsstrategie Meedenkgroep is vrijwel unaniem dat de gemeente een belangrijke rol te nemen heeft in de focuswijken isolatie en merkt daarbij op: • •
• •
Initiatief TVW ligt bij gemeente; gemeente heeft mogelijkheid om vorderingen te meten/ monitoren; Onafhankelijke organisatie die uitwisseling van ervaringen kan faciliteren. Meedenkgroep ziet de gemeente in ieder geval als gespreksleider; daarnaast wordt een duidelijke rol m.b.t. informatie, communicatie en voorlichting gezien. Voordat een focuswijk-benadering start, eerst inwoners informeren dat een wijk als focuswijk is benoemd. Daarnaast leeft de zorg bij meedenkgroep dat het een complex ‘gesprek’ is met veel partijen/ organisaties/ bewoners. Belangrijk om de samenhang inhoudelijk en procesmatig goed te bewaken. Het is nader te bezien of een rol als ‘makelaar’ (bijvoorbeeld bij elkaar brengen inwoners en aanbieders van Isolatiemaatregelen) passend is; dit kan onderdeel van de keuzes in de uitvoering zijn. Belangrijk dat gemeente het vertrouwen wint van inwoners; dit is niet vanzelfsprekend.
Specifiek over Focuswijk isolatie i.s.m. Alwel (zie ook algemene opmerkingen over focuswijk isolatie) • • •
Heel fijn als particulieren tijdig betrokken worden in een wijk waar Alwel grootschalig gaat isoleren Alwel en particulieren denken wel anders over isolatie: Alwel doet alles in 1x en wil 25 jaar niet terugkomen (bij wijze van spreken), terwijl particulieren liever kleine stappen zetten Suggestie is om een aantal maatwerkpakketten samen te stellen waar inwoners op kunnen intekenen; Deelnemers vinden het belangrijk dat inwoners zelf bepalen of en welke isolatie maatregelen zij nemen
Algemene opmerkingen t.a.v. focuswijk isolatie, waaronder scope/ stappen: • • •
•
• • •
•
Zorg dat als een focuswijk kiest, dat iedereen in de wijk in de gelegenheid gesteld wordt om mee te doen Zorg eerst dat er brede bekendheid is, voordat er verdere stappen genomen worden; evalueer regelmatig Suggestie is gedaan om een focuswijkaanpak te beginnen met een nadere analyse in de wijk van de huidige Isolatie, gewenste isolatie en mogelijke maatregelen, wellicht in de vorm van een wijkisolatievisie/richting. Dit uiteraard met participatie inwoners. Suggestie vervolgstap zou zijn het opzetten van een aanbod op blok/ straatniveau voor mensen die mee willen doen. Van belang om kleinschalig te werken. Samen aan de slag met buren/ buurtbewoners wordt als positief gezien. Dit verlaagt bovendien de complexiteit. Particulieren hebben technische expertise/ ondersteuning nodig. Zou goed zijn als dit voor een blok/ straat georganiseerd kan worden. Kijk naar mogelijkheden om lokale aannemers te betrekken: binding met de klant/ gebied zorgt voor leerervaring en betere kwaliteit. Bij keuze van prioritering blokken/ straten niet alleen kijken naar situatie van de huizen, maar ook naar situatie van bewoners. Bij senioren is bijvoorbeeld de verwachting dat investeren in isolatie minder op het netvlies staat. Lessen EIB-rapport en andere lessen Proeftuinen meenemen.