Technische vragen Ons Etten-Leur en antwoorden Speelautomatenhalverordening.docx
Tekst van het document
Technische vragen
Wijziging
speelautomatenhalverordening1 27 oktober 2021
Inleiding: Onze fractie heeft kennis genomen van het raadsvoorstel om de Speelautomatenhalverordening 2022 vast te stellen. Hieromtrent hebben wij nog een technische vraag. In de artikelen 6 en 10 van de verordening wordt enkele keren nadrukkelijk over ‘aandeelhouders’ gesproken. De belangen en de zeggenschap van een rechtspersoon kunnen echter ook bij andere personen liggen. Vanuit de WWFT (Wet ter voorkoming van Witwassen en Financieren van Terrorisme) bestaat er tegenwoordig een zogenaamd ‘UBO-register’, gehouden door de Kamer van Koophandel. Een wijziging van de UBO (Ultimate Beneficiaire Owner) moet worden geregistreerd. Vraag: 1. Is het bewust dat er hier vrij ‘gesloten’ naar de aandeelhouder(s) wordt gevraagd? 2. Zoja, waarom? 3. Zonee, ziet u praktische of theoretische bezwaren om ‘aandeelhouder’ in deze verordening ruimer te formuleren, zodat er meer mogelijkheden zijn om misbruik van exploitatievergunningen te voorkomen? Jacqueline Trouw Raadslid Ons Etten-Leur
Technische vragen
Antwoorden 28 oktober 2021
Antwoorden: 1. Vraag: Is het bewust dat er hier vrij ‘gesloten’ naar de aandeelhouder(s) wordt gevraagd? 1. Antwoord: Wij vragen bewust naar aandeelhouders omdat we willen weten wie de aandeelhouders zijn.
2. Vraag: Zo ja, waarom? 2. Antwoord: Wij willen weten wie de aandeelhouders zijn i.v.m. de uitgebreide Bibob screening. In de screening gaan we na of de personen die betrokken zijn bij de rechtspersoon antecedenten hebben, banden met het criminele circuit en waar de geldstromen vandaan komen. Er wordt net zolang doorgezocht tot dat we bij de natuurlijke personen achter de (meestal) BV terecht komen.
3. Vraag: Zo nee, ziet u praktische of theoretische bezwaren om ‘aandeelhouder’ in deze verordening ruimer te formuleren, zodat er meer mogelijkheden zijn om misbruik van exploitatievergunningen te voorkomen? 4. Antwoord: De gedachte van de UBO strookt met wat wij beogen er lijkt echter een praktisch bezwaar. Personen die bijvoorbeeld minder dan 25% van de aandelen hebben kunnen wel relevant zijn voor het Bibob-onderzoek maar komen niet voor in het UBO-register. Het UBO-register is daarmee niet geheel sluitend en lijkt daarmee niet van een grotere toegevoegde waarde dan het rechercheren op aandeelhouders (met een groot of klein belang). Lidwien Gottmer