CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen Ons Etten-Leur en antwoorden over meldpunt Crisiszorg.pdf

Raad debatteert 24 januari 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststellen van het regionaal beleid Geweld In Afhankelijkheidsrelaties (GIA) en Meldpunt crisiszorg1.202 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen

Meldpunt crisiszorg 15-01-2022

Inleiding: Ons Etten-Leur heeft een aantal vragen over het meldpunt crisiszorg die we graag beantwoord zouden zien. Antwoorden en opmerkingen in het blauw opgenomen: Opmerking: Het beleidskader gaat over zowel Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) als het meldpunt Crisiszorg. De vragen die hieronder gesteld zijn betreffen Geweld in afhankelijkheidssituaties. Vragen: 1. Op pagina 29 staat “…procesregie mogelijk en wenselijk is en of een verschuiving van de taak casusregie naar lokale veld mogelijk en wenselijk is.” a. Ligt de casusregie momenteel op regionaal niveau? Antwoord: Ja, Veilig Thuis West-Brabant voert naast de wettelijke taken ook een aantal bovenwettelijke taken uit. Een daarvan is casusregie. Dit wil niet zeggen dat er lokaal geen casusregie wordt gevoerd, het hangt af van de casuïstiek (zie vervolgvraag). b. Indien ja, waarom is hier dan voor gekozen? Antwoord: Het betreft vaak complexe casuïstiek met een bepaald specialisme. Denk daarbij aan seksueel geweld of huisverboden. Gemeenten zijn daar lokaal niet in gespecialiseerd en daarom wordt er regionaal ondersteuning geboden. 2. Op pagina 29 staat “Daarnaast biedt Safegroup ambulante hulp voor jeugd…” a. Is dit alleen voor de jeugd die verblijft in de Safegroup? Antwoord: Nee, Safegroup biedt ook ambulante ondersteuning aan jeugd buiten de locatie van de opvang.

Dit gebeurt in West-Brabant West op basis van een aparte beschikking (dus niet vanuit regionale subsidie). Hier staat ook dat het gebouw aangepast dient te worden. Maar er wordt niet vermeld hoe en of daar geld voor vrijgemaakt dient te worden. b. Dient de raad nog rekening te houden met toekomstige kosten voor aanpassingen aan het gebouw? Antwoord: Dit is nog niet te zeggen omdat de plannen voor de verbouwing en de bekostiging daarvan nog niet uitgewerkt en doorgerekend zijn. De verwachting is dat er extra kosten gaan zijn, maar we weten nog niet hoeveel en door wie die kosten opgevangen worden. In het voorjaar wordt daar meer over bekend en zal een voorstel worden voorgelegd aan de stuurgroep. c. Zijn deze eventuele kosten al meegenomen in de begroting Antwoord: Er staat 2,1 miljoen gereserveerd voor een verbouwing/vernieuwing. Het is nog onzeker of dit de kosten zullen dekken.

3. Op pagina 29 staat “Dat is met de huidige financieringsstromen vanuit de gemeenten met daaraan gepaard gaande voorwaarden en richtlijnen nu niet mogelijk.” a. Welke voorwaarden en richtlijnen staan er in de weg? Antwoord: De ondersteuning voor volwassenen en jeugd worden apart gesubsidieerd (voorliggend veld) en ingekocht (niet vrij toegankelijke zorg/maatwerk), op lokaal, subregionaal en regionale schaal. Werkers hebben daardoor te maken met verschillende ingangen voor zorg voor dezelfde huishoudens terwijl het bij GIA juist gaat om de dynamiek tussen de gezinsleden. Bij onze financiering houden we daar nog te weinig rekening mee. Safegroup ontvangt bijvoorbeeld subsidie vanuit de aanpak GIA, vanuit WBO (op subsidiebasis) en vanuit WBW (op basis van beschikkingen). Het betreft dus aparte financieringsstromen (en verantwoordingsverplichtingen) voor de zelfde huishoudens. 4. “Daarom willen we de financiering van de jeugdhulp die door Safegroup wordt uitgevoerd in samenhang brengen met de financiering van de ambulante hulp aan volwassenen.” a. Wat wordt bedoeld met ‘in samenhang brengen met’ Antwoord: Zie hierboven. De financiering moet gericht zijn op het verder brengen van een huishouden als geheel en niet alleen op de individuele gezinsleden.

Concreet betekent dit dat we kijken naar wat we vanuit welke hoedanigheid vragen van aanbieders en dat meer met elkaar in lijn brengen. 5. Op pagina 30 staat “Het bieden van laagdrempelige hulp aan slachtoffers (vanaf 16 jaar) van seksueel geweld….” Deze moet nog helemaal ontwikkeld worden. a. Wie worden bij deze ontwikkeling betrokken? Antwoord: Maatschappelijk werk organisaties, ervaringsdeskundigen Cirkel is rond, Veilig Thuis, Blauwe Maan, Centrum Seksueel Geweld. Ook signalerende partijen worden betrokken, denk aan huisartsen, fysiotherapeuten, GGD, COC, sport-coaches, sociaal werkers, wijkteams, politie (nu zijn we vooral bezig om maatschappelijk werk in positie te brengen zodat zij de laagdrempelige hulp kunnen bieden) b. Wordt er ook gekeken naar programma’s elders in het land? (denk bijvoorbeeld aan professionals als Sjef Berendsen) Antwoord: Het gaat ons om het bieden van laagdrempelige hulp, wat voor zover wij weten alleen in Hart van Brabant beschikbaar is en door Blauwe Maan geboden wordt, wat nu wordt verbreed naar West-Brabant. Als cliënten die zich melden en naast deze laagdrempelige hulp er behandeling nodig is dan worden ze verwezen naar behandelaars (denk aan trauma behandeling of ander vormen van psychologische hulp). De eerstelijns hulpverleners hebben in het algemeen kennis van de programma’s en behandelmethoden, waarnaar doorverwezen kan worden. 6.

Op pagina 34 staat “… duurzaam te stoppen en daar randvoorwaarden voor creëren.” a. Op welke randvoorwaarden wordt hier gedoeld? Antwoord: Denk aan randvoorwaarden als goed getrainde professionals, duidelijke afspraken over wie wat doet, gebaseerd op een gemeenschappelijke visie.

b. Zijn daar voorbeelden van? Antwoord: We verwijzen naar de voorbeelden die worden gegeven op dezelfde pagina. c. Zijn er voorbeelden van besluiten die elkaar tegenwerken? Een voorbeeld dat veel voorkomt is dat uitgangspunten als ‘alleen werken op basis van een hulpvraag’ of ‘zo kort mogelijk ondersteunen’ haaks staan op wat er nodig is in de aanpak GIA, of in ieder geval zodanig worden uitgelegd. Als je geweld duurzaam wilt stoppen, vraagt dat in de regel langere (en outreachende) betrokkenheid. 7. Op pagina 34 staat “….en het kent ook nog vele verschijningsvormen….” Dit betekent dus ook dat het via andere manieren gemeld kunnen worden. a. Worden meldingen die buiten het meldpunt crisiszorg binnenkomen (bijvoorbeeld bij onderzoek bij het CJG), op eenzelfde manier behandeld als meldingen die wel via het meldpunt binnenkomen? b. Of wordt hier onderscheid gemaakt? c. Zo ja, welke onderscheid is dat dan? Antwoord: Bijlage 2 en daarmee ook pagina 34 gaan over de aanpak GIA (deel I van het kader) en niet over het meldpunt crisiszorg. De verschijningsvormen waar over wordt gesproken, betreffen de verschillende verschijningsvormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit betekent inderdaad dat vele verschillende partijen een rol spelen bij de signalering daarvan. Veel van die partijen zijn verplicht om de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toe te passen.

Meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling worden gedaan bij Veilig Thuis West-Brabant (dus ook vanuit het CJG). Veilig Thuis zorgt vervolgens voor een veiligheidsbeoordeling en triagebesluit voor het vervolg. Dit moet los gezien worden van het meldpunt Crisiszorg (zie deel II vanaf pagina 20 van het beleidskader). Het meldpunt crisiszorg biedt eenduidige laagdrempelige toegang tot de crisiszorg voor burgers en professionals en is 24 uur per dag, zeven dagen per week bereikbaar. De interventie is gericht op het herstellen van de veiligheid en het zo veel mogelijk normaliseren van de situatie. Het gaat bij het Meldpunt niet om situaties van huiselijk geweld en kindermishandeling, maar om situaties waarbij zorgen zijn om een persoon vanwege bijvoorbeeld verward gedrag of een ernstige verstoring van het dagelijks functioneren (bijvoorbeeld iemand verwaarloost zichzelf) van iemand wat tot schade leidt van de persoon zelf of zijn/haar omgeving. Dit kan zowel acuut zijn als niet acuut. Voor beide meldpunten geldt wel dat eerst veiligheid moet worden hersteld. maar met verschillende doelen (Veilig Thuis waar het gaat om huiselijk geweld en kindermishandeling, Meldpunt crisiszorg bij ernstige zorgen vanwege een verstoring van het dagelijks functioneren van een persoon).

Denise Huijbregts Raadslid Ons Etten-Leur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=ca83805e-3202-4267-a13c-a367e9dfb31d