CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen Leefbaar EL en antwoorden - Verordening Individuele inkomenstoeslag Etten-Leur 2025

Raad besluit 25 november 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststellen Verordening Individuele inkomenstoeslag Etten-Leur 2025784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen

Verordening Individuele inkomenstoeslag Etten-Leur 2025

dd 21 november 2024

Inleiding:

In het voorstel staat het volgende: Beoogd effect en evaluatie: Het beoogd effect van het verhogen van de individuele inkomenstoeslag van 101% naar 105% is dat meer mensen met een laag inkomen langer recht houden op

toeslagen, waardoor zij minder snel in financiële problemen komen bij een stijging van hun inkomen. De regeling wordt gecontinueerd en verruimd, waardoor meer inwoners er gebruik van kunnen maken.

Verderop staat: 1.3 De wijziging van de verordening individuele inkomenstoeslag

van 101% naar 105% is een inflatiecorrectie om de stijgende bijstands- en Wajonguitkeringen aan te passen aan de gestegen kosten van levensonderhoud.

Vragen: 1. Zien we het goed dat de grondslag ligt bij een inflatiecorrectie en dat dit niets te maken heeft met het verhogen van het inkomen door werk?

2. Als deze aanpassing plaatsvindt, wat zijn dan gevolgen indien men meer gaat werken en boven de inkomensgrens boven de 105% uitkomt?

3. Welk vangnet gaan we inzetten wanneer men gaat werken en daardoor toch toeslagen gaan verdwijnen?

4. Wanneer komt het voorstel over de armoedeval op de agenda van de gemeenteraad?

Namens Leefbaar Etten-Leur, Clasien de Regt

Technische vragen

Antwoorden 25 november 2024

Antwoorden: 1. Vraag Zien we het goed dat de grondslag ligt bij een inflatiecorrectie en dat dit niets te maken heeft met het verhogen van het inkomen door werk?

1. Antwoord De Individuele Inkomenstoeslag verhoogt niet het inkomen uit werk, maar is

een aanvulling voor wie langdurig moet rondkomen van een laag inkomen (uit werk of bijstand).

Als iemand vanuit de bijstand de overstap maakt naar de arbeidsmarkt,

ontvangt diegene inkomen uit werk. Als het inkomen uit werk 105% van het

sociaal minimum bedraagt (bijstandsniveau), laat onderstaande tabel (uit het rapport armoedeval van Stimulansz) zien dat het besteedbaar inkomen daalt (EUR -29, -29, -53, -33, -36). Hier treedt de zogeheten ‘armoedeval’ op.

Voorgesteld wordt om het percentage om in aanmerking te komen de

individuele toeslag te verhogen van 101% naar 105%. Dit licht ik toe aan de hand van een voorbeeld.

Voorbeeld: in de huidige situatie daalt het besteedbaar inkomen voor een

alleenstaande met EUR 29 per maand wanneer diegene een inkomen uit werk heeft op 105% van het sociaal minimum (zie tabel). Als het percentage om in aanmerking te komen voor de Individuele Inkomenstoeslag wordt verhoogd van 101% naar 105% kan deze terugval in het besteedbaar inkomen worden

voorkomen. In 2024 is voor een alleenstaande de hoogte van de Individuele Inkomenstoeslag vastgesteld op EUR 506 per jaar, omgerekend EUR 42,16 per maand. In dat geval stijgt het besteedbaar inkomen met EUR 13 per maand ( EUR -29 + 42 = + 13) en wordt de zogeheten armoedeval voorkomen.

De genoemde inflatiecorrectie heeft betrekking op uitkeringen die vanuit het UWV worden verstrekt (Wajong-uitkering). Deze zijn afgeleid van het

minimumloon, waardoor deze sneller stijgen dan de uitkering die via het Werkplein wordt versterkt (is landelijk beleid). Voor de individuele

inkomenstoeslag wordt in de berekening uitgegaan van 101% van het sociaal minimum (bijstand Werkplein). Iemand met een UWV-uitkering valt daardoor

eerder ‘buiten de boot’ voor deze inkomenstoeslag. Met deze verhoging naar 105% wordt dit deels voorkomen.

2. Vraag Als deze aanpassing plaatsvindt, wat zijn dan gevolgen indien men meer gaat werken en boven de inkomensgrens boven de 105% uitkomt?

2. Antwoord Het is lastig hierop een algemeen antwoord te geven. Elke inwonerssituatie is

anders. Uit het rapport van Stimulansz blijkt dat er geen armoedeval optreedt als iemand een uitkomen uit werk heeft op 110% van het sociaal minimum en gebruikmaakt van landelijke en lokale regelingen (zie tabel bij antwoord 1). Voorbeeld: in het voorbeeld bij antwoord 1 stijgt het besteedbaar inkomen

van een alleenstaande met EUR 13 per maand. Uit de tabel blijkt dat bij een

inkomen van 110% het besteedbaar inkomen van een alleenstaande stijgt met EUR 29 per maand. Dit is EUR 16 per maand meer dan iemand met een inkomen op 105% van het sociaal minimum.

3. Vraag Welk vangnet gaan we inzetten wanneer men gaat werken en daardoor toch toeslagen gaan verdwijnen?

3. Antwoord Het rapport van Stimulansz toont aan dat armoedeval met name optreedt door het afnamen of wegvallen van landelijke toeslagen. Als gemeente

kunnen we aan één knop draaien, namelijk het percentage van het sociaal

minimum om in aanmerking te komen voor Individuele Inkomenstoeslag. Dat behelst dit voorstel.

4. Vraag Wanneer komt het voorstel over de armoedeval op de agenda van de gemeenteraad?

4. Antwoord Het onderzoeksrapport armoedeval is als bijlage toegevoegd aan dit voorstel. Met dit voorstel geven we opvolging aan de aanbeveling uit het rapport om het percentage om in aanmerking te komen voor de Individuele Inkomenstoeslag bij te stellen/te verhogen.

Jeffrey van Meer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=09a9d3fa-e54d-4f25-b698-67b1020d2c5c