Technische vragen en antwoorden CDA duurzaamheidslening
Tekst van het document
Technische vragen 5 juni 2025
Technische vragen over het Regionaal Plan Energiesysteem – West-Brabant Energie in Balans (RPE) 1. Wat is de planning voor maatregelen tegen netcongestie, en zijn deze al concreet uitgewerkt? 2. Wat levert de bijdrage van €15.600 concreet op voor Etten-Leur, en hoe wordt het regionale budget verdeeld? 3. Wat is er concreet met de inbreng uit straatgesprekken en participatie gedaan? 4. Is 0,2 fte ambtelijke inzet voldoende voor deze complexe opgave? 5. Zijn er al stappen gezet richting energiehubs of samenwerking op bedrijventerreinen in Etten-Leur? 6. Worden de effecten van alle geplande installaties samen bekeken (cumulatief)? Mariette Nooijens
Technische vragen
Antwoorden 6 juni 2025
1. Wat is de planning voor maatregelen tegen netcongestie, en zijn deze al concreet uitgewerkt? Er zijn drie sporen voor het bestrijden van netcongestie: - Verslimmen: beter benutten van de beperkte capaciteit van het net door flexibeler gebruik. Bijvoorbeeld door het plaatsen van batterijen en door het stimuleren van uitwisseling van energie op bedrijventerreinen in energiehubs; - Versnellen: dat willen we onder andere bereiken met 7 bestuurlijke keuzes in het RPE-WBEB. Een arbeids- en kennispool is opgezet om concrete projecten te versnellen. Maar ook partijen als EBN en de provincie zijn bijvoorbeeld bezig met versnelling van de ontwikkeling van geothermie; - Verzwaren: TenneT en Enexis zijn bezig met uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet. Deze werkzaamheden zullen nog minstens 10 jaar duren. Het grootste probleem zit op het hoogspanningsnet van TenneT. Daar heeft de RES niet heel veel invloed op, maar via gesprekken met provincie en Enexis proberen we daar steeds aandacht voor te vragen. We zetten daarnaast in op alternatieven voor elektriciteit om het het elektriciteitsnet te ontlasten. Gaat voor de middellange termijn om warmte en groen gas en op langere termijn om waterstof. 2. Wat levert de bijdrage van €15.600 concreet op voor Etten-Leur, en hoe wordt het regionale budget verdeeld? De bijdrage van € 15.600,- is een bijdrage voor 2 jaar.
Deze wordt verdubbeld door de provincie en toegevoegd aan het algemene budget van de RES West-Brabant. Uit dit budget worden personeel en opdrachten betaald. Opdrachten hebben altijd de goedkeuring van de stuurgroep nodig (=werkafspraak). Mooie voorbeelden van opdrachten, specifiek voor o.a. Etten-Leur, zijn het onderzoek naar het warmtenet Moerdijk-Halderberge-Rucphen-Ettenleur - Breda Zuid en de deelname aan het CIRCUS-project m.b.t. groen gas. Dus direct resultaat voor EttenLeur. Goed om te weten dat de inleg van de gezamenlijke gemeenten slechts ca. 10% van het jaarlijks budget bedraagt. 3. Wat is er concreet met de inbreng uit straatgesprekken en participatie gedaan? De straatgesprekken hebben we benut bij het opstellen van het RPE. Belangrijke thema’s die in de Straatgesprekken naar boven kwamen waren toegankelijkheid en nabijheid. Duidelijk werd dat inwoners nabijheid een belangrijke voorwaarde vinden voor een rechtvaardig energiesysteem. Er wordt gepleit voor maatregelen die duurzame energie toegankelijk maken voor iedereen. In het RPE hebben we deze input als volgt benut: - Toegankelijkheid komt terug in betaalbaarheid als publiek belang. Directe sturingsmogelijkheden vanuit de gemeenten of de regio zijn beperkt, omdat het mandaat over de energiebelasting en de nettarieven bij het Rijk ligt.
We benutten onze contacten met de rijksoverheid, Nationale Programmadirectie RES en de netbeheerders om hier aandacht voor te vragen;
-
Nabijheid komt terug in het clusteren van vraag en aanbod van energie. Via het ruimtelijk beleid kan een gemeente hierop sturen. De RES faciliteert de bovengemeentelijke afstemming. Een tweede thema waar veel steun voor is, is lokaal profijt van duurzame energie. Wij stimuleren dat bewoners kunnen participeren in lokale opwekprojecten. We streven naar 50% lokaal eigendom. Via de Stichting Fonds versnelling Regionale Energie Strategie (FRES) ondersteunen wij energiecoöperaties voor bewoners bij het opzetten van projecten. 4. Is 0,2 fte ambtelijke inzet voldoende voor deze complexe opgave? Voor de energietransitie is 0,2 fte zeker niet voldoende. Bij het verduurzamen van woningen en bedrijven, oplossen of verzachten netcongestie, stimuleren en realiseren duurzame opwek, onderzoek naar mogelijkheden voor warmtenetten, groen gas en waterstof, uitbreiding elektriciteitsnetwerk en vele andere activiteiten zijn veel meer collega’s betrokken. De opgevoerde 0,2 fte is een inschatting van de uren die nodig zijn voor direct RESgerelateerde werkzaamheden (overleggen, stukken beoordelen, voorstellen maken e.d.). 5. Zijn er al stappen gezet richting energiehubs of samenwerking op bedrijventerreinen in Etten-Leur? Er zijn al stappen gezet om oplossingen voor netcongestie te zoeken en te realiseren. Zowel vanuit de RES, het project Grote Oogst en op initiatief van de gemeente zelf.
Voorbeelden van lopende projecten: - Op industrieterrein Vosdonk hebben we de nettopologie (elektriciteit) in kaart gebracht om daarmee inzicht te krijgen in clusters van bedrijven die op hetzelfde veld zijn aangesloten. Daarbij hebben we ook de energieprofielen van de grootste elektriciteitsgebruikers in beeld gebracht. Met deze informatie hebben we kansrijke clusters geïdentificeerd. We zoomen in op een kansrijk cluster om te onderzoeken of samenwerking tot voordelen van de betrokken bedrijven en meer capaciteit op het net kan leiden; - We hebben bedrijven voorgelicht over netcongestie en bieden een energiescan aan waarmee ze een goed inzicht krijgen in hun eigen elektriciteitsverbruik en de mogelijkheden voor verduurzaming en/of uitbreiding; - We organiseren een bijeenkomst tussen de grote gasverbruikers van Etten-Leur en Hynetworks (Gasunie) om de mogelijkheden voor een waterstofcluster te verkennen; - We onderzoeken de mogelijkheden voor batterijopslag in onze gemeente; - We onderzoeken de mogelijkheden voor een ‘groen gas hub’ in onze gemeente. 6. Worden de effecten van alle geplande installaties samen bekeken (cumulatief)? Ervan uitgaande dat de impact van installaties (opwek, stations, opslag etc.) op de leefomgeving (waaronder ruimtelijke impact) wordt bedoeld is het antwoord: “ja”.
Als ‘vehikel’ om dit duidelijk in kaart te brengen en aan te geven wat het handelingsperspectief is, gebruiken we de gebiedsaanpak. Aandachtspunt is bijvoorbeeld dat te veel lasten in een beperkt aantal gemeenten samen komen. Dat is met name het geval in de ‘Powerport-gemeenten’ Moerdijk, Drimmelen en Geertruidenberg. Jac Beekers