Technische vragen D66 en 4 andere fracties en antwoorden over Zwartenbergseweg 17.docx
Tekst van het document
Technische vragen
Onderwerp 1 maart 2023
Onderwerp: Definitief besluit verklaring van geen bedenkingen Zwartenbergseweg 17 Inleiding: Naar aanleiding van de inbreng van de insprekers tijdens de raad luistert van 27 februari 2023 waarin een aantal nieuwe feiten met ons gedeeld zijn willen wij deze met onderstaande vragen graag geverifieerd hebben.
Vragen: 1. In hoeverre is de kritiek terecht dat de beoordeling van de invloed op de natuur niet door de OMWB, maar door de ODBN gedaan moet worden? Zij voeren in principe de taak uit voor wat betreft de Groene wetten voor heel Noord-Brabant. 2. Op de kaart van de ONBN zien we dat er rondom het gebied waar de nieuwe kalfsmesterij komt er diverse plannen zijn voor nieuwe natuur. De vertegenwoordiger van de IVN gaf dit ook aan. In hoeverre is er rekening gehouden met toekomstige natuurlijke ontwikkelingen in het gebied? 3. Er is aangegeven dat er nog niet voldaan is aan de criteria voor de Wnb vergunning. Ook is aangegeven dat een aantal aanvragen op dit moment aangehouden zijn. In hoeverre is de Wnb vergunning afgegeven en niet herroepbaar? 4. In hoeverre heeft de gemeente de kans gehad om de emissierechten aan de Zundertseweg 67A in te trekken vanwege het niet (kunnen) uitoefenen van die rechten? 5. Is het mogelijk om de aantallen van de zogenaamde meitellingen die hiervoor uitgevoerd dienen te worden te delen met de gemeenteraad? 6. In hoeverre zijn deze rechten terecht verhandelbaar en is hier nog een extern oordeel van bijvoorbeeld de ODBN noodzakelijk zoals door het IVN gesteld?
7. In hoeverre is het terecht dat het IVN in haar berekening ook de uitstoot van de verkeersbewegingen en stookinstallaties meeneemt in de totale uitstoot? 8. Er wordt aangegeven dat het model voor de berekening met de Aerius calculator voor het berekenen van het effect op de natura 2000 gebieden verouderd is en dat deze opnieuw gedaan dient te worden. Klopt dit en kunnen wij voor de behandeling deze nieuwe berekening toegestuurd krijgen? 9. In hoeverre is het provinciaal besluit over het het ‘op slot zetten’ van nieuwe ontwikkelingen vandaag (2 maart) in de krant staat nog van invloed op deze aanvraag? Namens: APB, Peter van der Wulp VVD, Frans Martens PvdA/GroenLinks, Hans Wierema Ons Etten-Leur, Bathséba Marijnissen-Oostenrijk D66 Etten-Leur, Erik Vissers
Technische vragen
Antwoorden 9 maart 2023
Antwoorden: Vraag 1 In hoeverre is de kritiek terecht dat de beoordeling van de invloed op de natuur niet door de OMWB, maar door de ODBN gedaan moet worden? Zij voeren in principe de taak uit voor wat betreft de Groene wetten voor heel Noord-Brabant. Antwoord 1 De kritiek is niet terecht. De Omgevingsdienst Brabant-Noord (hierna: ODBN) voert de coördinatie en afhandeling van aanvragen uit voor vergunningen Wet natuurbescherming (hierna: natuurvergunningen) die bij de provincie Noord-Brabant worden ingediend. De natuurvergunningaanvraag voor de Zwartenbergseweg 17 betreft een aparte procedure, welke apart is aangevraagd. Deze maakt geen onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning die bij onze gemeente is ingediend. Het feit dat de ODBN dit voor de provincie Noord-Brabant uitvoert, betekent daarmee dat de ODBN alleen een oordeel geeft ten aanzien van de apart aangevraagde natuurvergunning bij de provincie Noord-Brabant. De gemeente is niet het bevoegd gezag. In de onderhavige aanvraag omgevingsvergunning dient de aan de gemeente betrokken en gekoppelde omgevingsdienst een advies te geven; dat is de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna: OMWB). De OMWB heeft als omgevingsdienst voor de regio daarvoor voldoende expertise.
De OMWB is daarom gevraagd om te oordelen over de relatie tussen de ingediende aanvraag en het Natuur Netwerk Brabant en andere in deze zaak relevante milieuaspecten. De ODBN heeft geen rol hierin, aangezien de ODBN alleen de toetsing verzorgd voor de bevoegdheid van de provincie Noord-Brabant. Vraag 2 Op de kaart van de ODBN zien we dat er rondom het gebied waar de nieuwe kalfsmesterij komt er diverse plannen zijn voor nieuwe natuur. De vertegenwoordiger van de IVN gaf dit ook aan. In hoeverre is er rekening gehouden met toekomstige natuurlijke ontwikkelingen in het gebied? Antwoord 2 Ten eerste is gekeken naar de afstand van het perceel ten opzichte van de beoogde natuurontwikkeling. Deze is voldoende om geen effecten te hebben op de natuurontwikkeling. Ook zijn er geen wettelijke kaders die belemmerend zijn voor de door initiatiefnemer gevraagde ontwikkeling. Dit is opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Ten tweede is bij de ontwikkeling volledig rekening gehouden met de aanduiding ‘groenblauwe mantel’. Het bestaande bouwperceel mag niet worden doorontwikkeld binnen de groenblauwe mantel. De aanvraag voldoet daaraan. Het gedeelte van het perceel dat wel
binnen de aanduiding ‘groenblauwe mantel’ valt, is en blijft regulier(e) weiland of akkerbouwgrond zonder bouwmogelijkheden. Die gronden mogen als zodanig in gebruik blijven op basis van de bepalingen uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en de nationaleen provinciale regels. Ten slotte, maar niet onbelangrijk, is dat de natuurontwikkeling in de naaste omgeving (natuurontwikkelingsproject Noordrand Midden) gericht is op het vernatten van de vooral al bestaande natuurgebieden en niet zozeer op het creëren van extra areaal. Door middel van specifieke ingrepen wordt de ondergrond van de natuur vernat en het verzoek aan de Zwartenbergseweg 17 heeft daar geen negatief effect op. Vraag 3 Er is aangegeven dat er nog niet voldaan is aan de criteria voor de Wnb vergunning. Ook is aangegeven dat een aantal aanvragen op dit moment aangehouden zijn. In hoeverre is de Wnb vergunning afgegeven en niet herroepbaar? Antwoord 3 Eind november 2021 is een ontwerpvergunning Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) afgegeven door de provincie Noord-Brabant. Met de ontwerpvergunning is het voornemen uitgesproken om medewerking te verlenen aan het verzoek. Dit is ook aan uw raad medegedeeld voor de behandeling in de raadscyclus van december 2021. De ontwerpvergunning Wnb is op basis van de ontwikkelingen rond stikstof nog niet definitief verleend.
De ontwerpvergunning Wnb kan pas definitief worden als de rijksoverheid uitsluitsel geeft rondom de manier van het beoordelen van stikstof en stalsystemen en als daaruit blijkt dat het plan daarmee voldoet aan de regelgeving. Daaruit zou kunnen blijken dat er meer stikstof gecompenseerd dient te worden. De aanvrager geeft aan dat wanneer blijkt dat er extra stikstof aangekocht dient te worden om op geen enkel Natura 2000 gebied een toename van stikstofdepositie te geven, die ook volledig gecompenseerd zal worden door aankoop van extra stikstof via de regels van extern salderen. Als het plan niet voldoet zonder extra compenserende stikstof, dan dient de aanvraag WNB-vergunning daarmee te worden aangevuld. Echter, bij het type vergunningaanvragen bij de gemeente (omgevingsvergunning) waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig is, neemt het college altijd de vergunningsvoorwaarde op dat de aanvrager over alle benodigde vergunningen en ontheffingen moet beschikken die nodig zijn voor het uitvoeren van het plan. De initiatiefnemer kan -zelfs zonder zo’n voorwaarde- pas daadwerkelijk gebruik maken van de gemeentelijke vergunning voor het plan als alle benodigde vergunningen en ontheffingen zijn verleend. Dit geldt ook voor de vergunning Wnb, de initiatiefnemer moet daarover beschikken voordat de realisatie van het plan kan beginnen.
Vraag 4 In hoeverre heeft de gemeente de kans gehad om de emissierechten aan de Zundertseweg 67A in te trekken vanwege het niet (kunnen) uitoefenen van die rechten? Antwoord 4 De emissierechten zijn in gebruik geweest, dan wel konden in nog gebruik zijn zonder dat daarvoor een natuurvergunning of omgevingsvergunning onderdeel bouwen voor nodig was op het moment dat de overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de eigenaren van Zundertseweg 67a is gesloten. Daarmee wordt volledig voldaan aan de vereisten welke de provincie Noord-Brabant stelt aan extern salderen zoals opgenomen in de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant. Dit heeft de ODBN namens de provincie Noord-Brabant ook bij de beoordeling richting haar ontwerpbesluit op de aanvraag vergunning Wnb beoordeeld en akkoord bevonden. Het feit dat er nog een bedrijf aanwezig was of kon zijn, heeft de gemeente geen aanleiding gegeven om de milieurechten te betwisten. Het uitgangspunt is dat er zwaarwegende redenen moeten zijn om een milieuvergunning in te trekken en daar is in dit geval geen sprake van geweest. Bovendien kunnen vergunde milieurechten door een gemeente alleen ingetrokken worden wanneer een bedrijf drie jaar aaneengesloten geen vee gehouden heeft.
Dit volgt uit artikel 2.33 lid 2 onder a Wet algemene bepalingen omgevingswet en de diverse uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raas van State daarop. De laatste dieren zijn medio/eind 2016 afgevoerd en de initiatiefnemer heeft ter voorbereiding van de planvorming voor de Zwartenbergseweg 17 in 2019 een overeenkomst gesloten met de eigenaren van Zundertseweg 67A voor het overnemen van de betreffende rechten. Vraag 5 Is het mogelijk om de aantallen van de zogenaamde meitellingen die hiervoor uitgevoerd dienen te worden te delen met de gemeenteraad? Antwoord 5 In de bijlage treft u de stallijst van 2015. Daarna is het houden van vee afgebouwd, waarna de laatste dieren in 2016 zijn afgevoerd. De stal is daarna wel in takt gebleven. In het kader van extern salderen is het niet van belang of er feitelijk nog dieren zijn gehouden, maar wel of de stal op het moment van het sluiten van de stikstofovereenkomst nog gebruikt kon worden voor het houden van vee, zonder dat daarvoor een nieuwe natuurvergunning of bouwaanvraag voor nodig is. Dat is het geval, waardoor de emissierechten conform de provinciale regels ingezet kunnen worden voor extern salderen zoals de ODBN reeds heeft beoordeeld in het ontwerpbesluit op de aanvraag van de vergunning Wnb.
Vraag 6 In hoeverre zijn deze rechten terecht verhandelbaar en is hier nog een extern oordeel van bijvoorbeeld de ODBN noodzakelijk zoals door het IVN gesteld? Antwoord 6 Voor zover geoordeeld kan worden en hiervoor al aangegeven is, zijn deze rechten terecht verhandelbaar ook gelet op de huidige beleidsregels extern salderen van de provincie Noord-Brabant. De beoordeling in het kader van de vergunning Wnb ligt bij de ODBN en provincie. Daarin dient de ODBN te beoordelen of de rechten inderdaad verhandelbaar zijn. De ODBN is al betrokken bij het afgeven van de ontwerpvergunning Wnb. De ODBN heeft bij het advies voor de ontwerpvergunning het extern salderen meegenomen in de beoordeling (zie p. 7 van het Ontwerpbesluit Wet natuurbescherming). Zoals ook bij vraag 3 is geantwoord, de recente ontwikkelingen rond stikstof zorgen ervoor dat de vergunning Wnb nog niet definitief is gemaakt. Wanneer de extra verduidelijking rondom de vergunningverlening door de rijksoverheid is verstrekt, wordt door de ODBN bekeken of het plan (nog steeds) voldoet, of dat daarvoor aanvullingen op de aanvraag en eventuele extra aangekochte stikstof nodig zijn.
Vraag 7 In hoeverre is het terecht dat het IVN in haar berekening ook de uitstoot van de verkeersbewegingen en stookinstallaties meeneemt in de totale uitstoot? Antwoord 7 Dat is terecht, maar anders dan IVN stelt, heeft de ODBN heeft bij het advies voor de ontwerpvergunning Wnb ook de vervoersbewegingen en de stookinstallaties (al) meegenomen in de beoordeling (zie tabel 1b van p. 7 van het Ontwerpbesluit Wet natuurbescherming). Vraag 8 Er wordt aangegeven dat het model voor de berekening met de Aerius calculator voor het berekenen van het effect op de natura 2000 gebieden verouderd is en dat deze opnieuw gedaan dient te worden. Klopt dit en kunnen wij voor de behandeling deze nieuwe berekening toegestuurd krijgen? Antwoord 8 Dat klopt. De vernieuwde Aerius-berekening zal beschikbaar gesteld worden aan de raad en is bijgevoegd. De gevolgen van de nieuwe Aerius-berekening worden door de provincie Noord-Brabant en de ODBN meegenomen bij besluit voor de definitieve vergunning Wnb. De nieuwe Aerius-berekening laat zien dat extra stikstofrechten moeten worden aangekocht, aangezien de rechten van de Zundertseweg 67A niet gebruikt kunnen worden als mitigerende maatregel voor de Natura 2000-gebieden welke gelegen zijn binnen 25 kilometer van de Zwartenbergseweg 17, maar niet binnen 25 kilometer vanaf de Zundertseweg 67a.
Als uw raad de VVGB verleent, zal de extra benodigde stikstof worden aangekocht, zodat via de Aerius-berekening wordt aangetoond dat stikstofdepositie op alle Natura 2000-gebieden volledig wordt gecompenseerd, inclusief de van toepassing zijnde afroming op de aangekochte stikstofruimte welke geldt bij externe saldering.
De initiatiefnemer geeft aan dat er pas opnieuw extra kosten gemaakt kunnen worden voor de aankoop van de extra benodigde stikstof nadat uw raad haar medewerking uitspreekt. Het maken van extra kosten met het risico dat de raad zich alsnog negatief uitspreekt is niet opportuun. Eventueel kan de voorwaarde aan de VVGB gekoppeld worden dat ingestemd kan worden met de VVGB, op voorwaarde dat voorafgaand aan de definitieve besluitvorming op de omgevingsvergunning door het college van B&W de benodigde stikstof aantoonbaar is aangekocht. Maar het is hoe dan ook al noodzakelijk dat de benodigde stikstof aantoonbaar aangekocht moet worden voor het verkrijgen van de vergunning Wnb, wat ook getoetst zal worden door de ODBN en de provincie Noord-Brabant. Vraag 9 In hoeverre is het provinciaal besluit over het het ‘op slot zetten’ van nieuwe ontwikkelingen vandaag (2 maart) in de krant staat nog van invloed op deze aanvraag? Antwoord 9 Het provinciaal besluit heeft geen gevolgen voor de aanvraag omgevingsvergunning welke ter besluitvorming voor ligt bij de gemeente. Wel heeft het provinciaal besluit grote gevolgen voor de aanvraag voor de natuurvergunning die bij de ODBN namens de provincie in behandeling is. Er kan hierdoor tijdelijk geen definitief besluit door de provincie NoordBrabant worden genomen voor de vergunning Wnb.
De aanvrager kan niet aan de slag met het plan, voordat het aanstaande beleid, dan wel de nadere duiding van het huidige beleid in werking is getreden en een vergunning Wnb verleend en van kracht is. De raad kan wel een besluit nemen op de aanvraag om een verklaring van geen bedenkingen voor de ingediende aanvraag, aangezien de raad hoe dan ook niet het bevoegd gezag is op de aanvraag voor de vergunning Wnb en (een vergunningsvoorwaarde opgenomen wordt dat) het plan niet kan worden uitgevoerd voordat de alle benodigde vergunningen en ontheffingen zijn verleend, waaronder ook de Wnb-vergunning. Rob de Wit