Technische vragen CDA en antwoorden over Waterplan
Tekst van het document
Technische vragen
Waterplan Etten-Leur Raad Luistert 5 juni
Inleiding: Ik heb nog een enkele vraag over het Waterplan: Vragen: 1. Op blz 10 punt 6 wordt gesproken over de impulsregeling Klimaatadaptatie van de rijksoverheid en het beroep dat we daar op doen of gaan doen. Hoe staat het hiermee? 2. Blz. 17 en 18 : mbt het afvalwater en het grondwater zijn perceeleigenaren (40 meter of meer verwijderd van bestaande riolering) zelf verantwoordelijk voor de verwerking van dit water op hun eigen perceel. Zorgt dit voor problemen mbt het aansluiten bij de gewenste “duurzaamheidsmaatregelen”? aanvullende vraag: Juist omdat de eigenaren zelf verantwoordelijk zijn kan ik me voorstellen dat er, afhankelijk van allerlei situaties, verschillen in de uitvoering van die maatregelen zitten. En dan is mijn vraag: Hoe zorg je ervoor dat de uitvoering “op niveau is en blijft” ? 3. Blz. 23 : Er wordt door extra personeel aan te nemen volop ingezet op het wegwerken van de achterstand in de verwerking van gegevens. Wanneer is de achterstand ingehaald? Hartelijk dank alvast voor de beantwoording. Kitty Hoevenberg Namens het CDA
Technische vragen
Antwoorden 1 MAAND 2021
Antwoorden:
1. Vraag: Op blz 10 punt 6 wordt gesproken over de impulsregeling Klimaatadaptatie van de rijksoverheid en het beroep dat we daar op doen of gaan doen. Hoe staat het hiermee? 1. Antwoord: We zetten deze regeling in Etten-Leur al in. Dat doen we via de Water- en Klimaatkring De Baronie. Zij ondersteunen alle deelnemende gemeenten bij de centrale uitvraag van de Impulsregeling en de verdeling ervan. 2. Vraag: Blz. 17 en 18 : mbt het afvalwater en het grondwater zijn perceeleigenaren (40 meter of meer verwijderd van bestaande riolering) zelf verantwoordelijk voor de verwerking van dit water op hun eigen perceel. Zorgt dit voor problemen mbt het aansluiten bij de gewenste “duurzaamheidsmaatregelen”? Antwoord: Dit zorgt niet voor problemen bij het aansluiten bij de gewenste “duurzaamheidsmaatregelen”. Perceeleigenaren die afval- en grondwater op eigen perceel verwerken hebben daar eigen maatregelen voor getroffen. aanvullende vraag: Juist omdat de eigenaren zelf verantwoordelijk zijn kan ik me voorstellen dat er, afhankelijk van allerlei situaties, verschillen in de uitvoering van die maatregelen zitten. En dan is mijn vraag: Hoe zorg je ervoor dat de uitvoering “op niveau is en blijft” ? Antwoord: De maatregel die op zo’n los perceel gekozen wordt moet wel voldoen aan normen en eisen voor kwaliteit en veiligheid.
Het enige verschil is dat de afvoer ervan niet verloopt via een rioolbuis, maar bijvoorbeeld via een verwerker die het afvalwater ter plekke komt halen. Als het aangeboden afvalwater niet conform de afspraken is neemt een verwerker het niet mee. Er zijn diverse controlemechanismen. Of de voorzieningen voor opslag en verwerking aanwezig zijn kunnen toezichthouders bij de bouw controleren. De meeste percelen die zo ver van de riolering af liggen zijn in het buitengebied. Als er sprake is van oneigenlijke of vervuilde afvoer via oppervlaktewater zal dit opvallen bij Waterschap Brabantse Delta. Ze kunnen dan handhavend optreden. 3. Vraag: Blz. 23 : Er wordt door extra personeel aan te nemen volop ingezet op het wegwerken van de achterstand in de verwerking van gegevens. Wanneer is de achterstand ingehaald? Antwoord: We streven ernaar de achterstand uiterlijk eind 2024 ingehaald te hebben. Dit is wel afhankelijk van de beschikbaarheid van mensen op de arbeidsmarkt. Jeffrey Broeders