Technische vragen CDA en antwoorden over Haansberg
Tekst van het document
Technische vragen
Haansberg 15 januari 2025
Inleiding: Vragen: 1. Op dit moment loopt er een vergunningaanvraag op locatie Bankenstraat 16 voor het vergroten van de varkenshouderij op deze locatie. Wat is het effect van het eventueel verlenen van deze vergunning op de woningbouwplannen in Haansberg? Dit onder andere met betrekking tot de geurcirkel behorende bij een varkenshouderij. 2. In de plannen is een boomkwekerij opgenomen in het midden van de Haansberg. Hoe wordt het beheer van deze boomkwekerij vormgegeven? 3. In het masterplan is opgenomen dat er in de Haansberg ruimte komt voor 8 woonwagens. a. Is er al zicht op de exacte locatie van deze woonwagens? b. In wat voor vorm worden deze woonwagens bewoond. Betreft het hier koop of huur? 4. In een eerder stadium is er door de raad besloten dat er duidelijkheid moet komen voor de locatie van moskee At-Taqwa voordat het Masterplan Haansberg aan de raad wordt gepresenteerd. Kan het CDA concluderen dat deze duidelijkheid er op dit moment is? 5. Wat zijn de consequenties wanneer de sociale woningbouwblokken die nu voornamelijk in het zuidelijk deel van het Haansberg Oost zijn gesitueerd worden verplaatst naar het noordelijk deel van dit deelgebied? En wat als deze woningen in meerdere blokken over het deelgebied worden verdeeld? 6. Hoeveel woningen zijn er voorzien voor het gebied Haansberg Noord? 7.
Wat is de consequentie wanneer er samen met bestaande inwoners onderzoeksvragen worden opgesteld en dat deze door een onafhankelijk onderzoeksbureau worden onderzocht? 8. Waarom is er onderscheid gemaakt tussen de groenstroken en de wateropslag bij bestaande woningen aan de Haansberg en bestaande woningen aan de Schimmelpennincklaan?
Max Lambregts
Technische vragen
Raadslid CDA Etten-Leur
Antwoorden 17 januari 2025
Antwoorden: 1. Vraag Op dit moment loopt er een vergunningaanvraag op locatie Bankenstraat 16 voor het vergroten van de varkenshouderij op deze locatie. Wat is het effect van het eventueel verlenen van deze vergunning op de woningbouwplannen in Haansberg? Dit onder andere met betrekking tot de geurcirkel behorende bij een varkenshouderij. Antwoord: Het verlenen van een vergunning voor het vergroten van de varkenshouderij heeft geen effect op de woningbouwplannen in Haansberg. Ook na vergroting van de varkenshouderij wordt nog voldaan aan de richtafstanden van de VNG. Een varkenshouderij kent een richtafstand van minimaal 200 meter vanwege geur en 50 meter vanwege andere milieuaspecten. De nieuwe woonwijk Haansberg wordt op grotere afstand dan 200 meter van de locatie Bankstraat 16 gerealiseerd. Daarnaast moet de geurhinder van een dergelijk veebedrijf voor de omgeving worden berekend op basis van de ‘Wet geurhinder en veehouderij’. Tussen de veehouderij en de Goorstraat liggen echter op veel kortere afstand (circa 100 meter) al enkele bestaande burgerwoningen. Deze woningen zijn bij de vergunning afgifte maatgevend voor de mogelijke geurhinder in zuidelijke richting. 2. Vraag In de plannen is een boomkwekerij opgenomen in het midden van de Haansberg. Hoe wordt het beheer van deze boomkwekerij vormgegeven? Antwoord We maken gebruik van de landbouwpercelen vanaf de Floralaan.
Vooral in de eerste jaren is het beheer beperkt en maaien we het extensief (machinaal enkele keren per jaar). Bij voorkeur met de maaironde (pacht) mee. 3. Vraag In het masterplan is opgenomen dat er in de Haansberg ruimte komt voor 8 woonwagens. a. Is er al zicht op de exacte locatie van deze woonwagens? b. In wat voor vorm worden deze woonwagens bewoond. Betreft het hier koop of huur?
Antwoord: Nee, dat is er nog niet. Het gaat hier om huur en Alwel realiseert en beheert de standplaatsen en woonwagens. 4. Vraag: In een eerder stadium is er door de raad besloten dat er duidelijkheid moet komen voor de locatie van moskee At-Taqwa voordat het Masterplan Haansberg aan de raad wordt gepresenteerd. Kan het CDA concluderen dat deze duidelijkheid er op dit moment is Antwoord: Wij hebben duidelijk met stichting At-Taqwa gecommuniceerd dat we samen onderzoek doen naar mogelijke locaties in Etten-Leur voor de toekomst. 5. Vraag: Wat zijn de consequenties wanneer de sociale woningbouwblokken die nu voornamelijk in het zuidelijk deel van het Haansberg Oost zijn gesitueerd worden verplaatst naar het noordelijk deel van dit deelgebied? En wat als deze woningen in meerdere blokken over het deelgebied worden verdeeld? Antwoord: De sociale huurwoningen zijn op een logische manier ingepast binnen de verkavelingsopzet. Hierbij is de groen/blauwe structuur leidend. Ook de wegenstructuur is afgestemd op het type woningen. Dit betekent dat de sociale huurwoningen zijn gesitueerd aan woonpaden, waar geen gemotoriseerd verkeer kan komen en de duurdere woningen met parkeergelegenheid op eigen terrein zijn gesitueerd aan een woonstraat. Het is dus niet zomaar mogelijk om types om te wisselen zonder de verkaveling aan te passen. Ook het parkeren zal dan anders opgelost moeten worden.
De sociale huurwoningen zijn qua formaat (1 laag met kap) duidelijk kleiner dan de middeldure of dure woningen. In de verkavelingsopzet is daar rekening mee gehouden. 6. Vraag: Hoeveel woningen zijn er voorzien voor het gebied HaansbergNoord? Antwoord: Op dit moment nul omdat dit gebied nog geen concreet programma heeft en niet is afgestemd in regionaal verband. Kijkend naar de omvang van het gebied in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling in Haansberg Zuid, dan zou met een vergelijkbaar aantal woningen per hectare in Haansberg Noord een aantal van circa 1.000 tot 1.500 woningen gerealiseerd kunnen worden. 7. Vraag: Wat is de consequentie wanneer er samen met bestaande inwoners onderzoeksvragen worden opgesteld en dat deze door een onafhankelijk onderzoeksbureau worden onderzocht?
Antwoord: Dan is er sprake van vertraging en meer kosten. Op dit moment heeft Goudappel opdracht om een aantal varianten te modeleren. De “uitgangspuntennotitie” wordt komende periode met de werkgroep N640 afgestemd en aansluitend worden de modelstudies uitgevoerd. 8. Vraag: Waarom is er onderscheid gemaakt tussen de groenstroken en de wateropslag bij bestaande woningen aan de Haansberg en bestaande woningen aan de Schimmelpennincklaan? Antwoord: De stedenbouwkundige opzet is tot stand gekomen met als basis het principe bodem- en watersturend. Op basis van onderzoek en in samenspraak met de specialisten van Arcadis en het waterschap is een zodanig plan opgesteld dat het watersysteem logisch in elkaar zit. Uiteraard zal het water van hoog (straat Haansberg) naar laag (achterzijde Schimmelpennincklaan) stromen en leidt dit tot een andere oplossing. Willy Gommeren