Technische vragen APB en antwoorden betreffende de 4e windturbine Groene Dijk.docx
Tekst van het document
Technische vragen
4e windturbine 12april 2021
Inleiding:
Beste heer Streppel,
Naar aanleiding van het raadsvoorstel 4e windturbine aan de Groene Dijk II het volgende.
In het Raadsvoorstel staat een maximale hoogte van de nieuwe turbine van 225 meter. De andere windturbines hebben een maximale hoogte van 180 meter.
Het is ons helder dat winturbines steeds hoger moeten worden om voldoende
effectief te zijn en de productie te optimaliseren. Mijn vraag is echter of er bij een maximale hoogte van 180meter er ook een haalbare businesscase is om de 4e windturbine te realiseren? Dit incluis het ontvangen van de SDE++ subsidie (stimuleringsregeling duurzame energie).
Zo niet, bij welke minimale hoogte is er wel een sluitende businesscase?
Ik hoor graag van u.
Met hartelijke groet,
Erik Hommel Raadslid APB
Technische vragen
Antwoorden 1 MAAND 2021
Antwoorden: Beste heer Hommel,
Het is de verwachting dat voor de gehele bandbreedte aan afmetingen zoals
gehanteerd in de omgevingsvergunningaanvraag (180m – 225m) een sluitende
business case is te berekenen. Echter, de business case voor windenergie is van zeer veel variabelen afhankelijk. De hoogte van het basisbedrag van de te verkrijgen SDE++-subsidie is er hier één van. Andere belangrijke variabele zijn de
investeringskosten voor de windturbine. Een scherpe prijs voor een windturbine is van groot belang voor een positieve business case. Hiervoor is het van belang om tijdens de aanbestedingsprocedure van een windturbine een zo breed mogelijke
keus te hebben voor verschillende typen windturbines. Dit heeft namelijk tot effect dat tijdens deze procedure een breed aanbod van windturbinetypen tegen een
concurrerende prijs kan worden overwogen. Deze situatie wordt gecreëerd door een bandbreedte aan afmetingen op te nemen in de omgevingsvergunning. Indien de bandbreedte in de omgevingsvergunning te beperkt is en er slechts één of twee
windturbinetypen passen binnen deze bandbreedte, kunnen windturbinefabrikanten de prijs voor de desbetreffende windturbines naar wens opdrijven. Hiermee kan een positieve business case voor het project onder druk komen te staan.
Er valt dus niet zwart/wit te stellen bij welke afmetingen voor de windturbine een business case positief/negatief is. Juist het hanteren van een bandbreedte aan afmetingen kan van grote invloed zijn op een positieve business case.
Om tegemoet te komen aan de zorgen die leven en als blijk van verantwoordelijk ondernemerschap hebben initiatiefnemers aangegeven bereid te zijn om de
volgende handreiking te doen: het aanpassen van de maximale tiphoogte in de
omgevingsvergunningaanvraag van 225m naar 200m. De bandbreedte bedraagt dan 180m – 200m. Hiermee ontstaat er in het uiterste geval een afwijking in tiphoogte tussen het bestaande Windpark Groene Dijk II en de beoogde Windturbine Hoge Zijpolder van 20m. Het begrenzen van de bandbreedte van de
omgevingsvergunningaanvraag beperkt de mogelijkheden tijdens de
aanbestedingsfase van de windturbine, maar biedt volgens initiatiefnemers nog voldoende keus in typen windturbines voor een positieve business case.
Met vriendelijke groet Jaap Streppel | Adviseur Ruimtelijke Ordening