CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

ruimtelijke onderbouwing deel 1.pdf

Raad besluit 12 april 2021, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel besluit toepassen coördinatieregeling & verklaring van geen bedenkingen 4e windturbine windpark Groene Dijk16.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466

Auteurs MSc. Jeroen Goumans Ing. Martijn Disco

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Opdrachtgever WP Hoge Zijpolder B.V. Zevenbergseweg 44 4871 NJ Etten-Leur

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Datum 22 februari 2021

Versie 0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 0.7

Concept Eindconcept Verzendversie eindconcept Wijziging na overleg met waterschap en provincie Wijziging na opmerkingen gemeente Definitief Definitief incl. vooroverlegreacties waterschap en provincie

Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:

030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl

© Bosch & Van Rijn 2021 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Inhoudsopgave 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

5.1 5.2

BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D BIJLAGE E

INLEIDING

3

Aanleiding Omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan Inspraak en communicatie Conclusie Leeswijzer

4 5 6 7 7

PROJECTBESCHRIJVING

8

Ligging projectgebied Bestemmingsplan Beoogde situatie Bandbreedte afmetingen windturbines M.e.r.(beoordelings)-plicht Vergunningenprocedure Coördinatie

9 9 10 11 12 13 14

BELEIDSKADER

15

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

16 17 19 19 21

SECTORALE TOETSEN

22

Inleiding Geluid Slagschaduw Ecologie Externe veiligheid Landschap Archeologie en cultuurhistorie Bodem en water Overige aspecten Conclusie toetsen

23 23 29 32 36 43 53 56 60 64

UITVOERBAARHEID

65

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke meerwaarde

66 66

BIJLAGEN AKOESTISCH ONDERZOEK SLAGSCHADUWONDERZOEK NATUURRAPPORT EXTERNE VEILIGHEIDSONDERZOEK VISUALISATIES

68 69 70 71 72 73

Inleiding 2

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Inleiding

3 Inleiding

3

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

1.1

Aanleiding De gezamenlijke provincies hebben in 2013 afspraken gemaakt met het Rijk over de verdeling per provincie van de Rijksdoelstelling van 6.000 MW windenergie op land in 2020. De afspraak van 6.000 MW windenergie op land is tevens inzet van de gezamenlijke provincies in het kader van het door de Sociaal-Economische Raad (SER) gefaciliteerde Nationaal Energieakkoord. De provincie Noord-Brabant heeft een opgave van 470,5 MW opgesteld vermogen. Inmiddels is ook het nationale Klimaatakkoord in juni 2019 ondertekend. Het hierin genoemde doel is om ten minste 35 TWh aan hernieuwbare energie op land te realiseren in 2030. Ook hier zullen decentrale overheden een rol in krijgen, al zal de invulling waarschijnlijk techniekneutraal zijn. Techniekneutraal betekent dat er geen specifieke techniek is voorgeschreven om het doel aan hernieuwbare energie op land te realiseren. De uitwerking van deze doelstelling van 35 TWh zal uitgevoerd worden in de regionale energiestrategieën (RES). De RES is een instrument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken.

Bij windenergie door middel van windturbines behoren de kosten per opgewekte kWh tot de laagste van alle duurzame opwekkingsvormen. Om aan de ambitieuze doelstelling voor hernieuwbare energie op land te voldoen zal windenergie komende jaren één van de meest kosteneffectieve wijzen om hernieuwbare energie te produceren zijn. WP Hoge Zijpolder B.V. is voornemens om een nieuwe windturbine te realiseren, in het verlengde van het reeds bestaande Windpark Groene Dijk II. Windpark Groene Dijk II betreft een opschaling van het oorspronkelijke windpark Groene Dijk, waarbij 5 windturbines zijn vervangen door 3 grotere windturbines op gronden van de familie Rommens. Het huidige voornemen is om een nieuwe windturbine onder de naam Windturbine Hoge Zijpolder toe te voegen op grond van Familie Klep, in lijn met de drie reeds gerealiseerde windturbines van Windpark Groene Dijk II. Het projectgebied is gelegen in de provincie Noord-Brabant in gemeente Etten-Leur. Twee woonkernen zijn gesitueerd in de nabijheid van het windpark, namelijk Zevenbergen ten noorden van het voornemen en Etten-Leur ten zuiden ervan.

4 Inleiding

4

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 1

Projectgebied windturbine Hoge Zijpolder. Ook woningen zijn weergegeven.

1.2

Omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling van één windturbine met toebehoren past niet in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De realisatie van Windturbine Hoge Zijpolder wordt mogelijk gemaakt met behulp van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan ex. artikel 2.1 lid 1 onder c. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) moet het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten. Dit document bevat deze onderbouwing. Omdat het om een tijdelijke voorziening gaat schrijft de provincie voor dat alleen een omgevingsvergunning kan worden toegepast (Interim Omgevingsverordening art. 3.3.7 lid 2). Deze procedure is daarnaast om verschillende redenen geschikt: - Geschiktheid locatie. De windturbine staat gepland op een daarvoor geschikte locatie aansluitend bij de lijnopstelling van Windpark Groene Dijk II. Deze clustering sluit aan bij de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. - Eén procedure. Het volgen van één procedure (omgevingsvergunning voor afwijken, bouwen en milieu) heeft in de communicatie naar belanghebbenden het voordeel dat het een overzichtelijke procedure is. 5

Inleiding

5

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

- Inspraak. Ook in de voorgestelde procedure heeft een ieder de mogelijkheid om inspraak te leveren in de procedure behorende bij de omgevingsvergunning voor afwijken. Dit kan door middel van het indienen van een zienswijze. Tevens is het mogelijk om een beroepsprocedure op te starten. - Provinciale verordening. Uitbreiding van het bestaande windpark met een moderne nieuwe windturbine is op deze locatie mogelijk conform de provinciale verordening. Naast afwijken van het bestemmingsplan wordt de omgevingsvergunning ook aangevraagd voor de activiteit ‘bouwen’ . In een later stadium voor de bouw zullen nog verschillende uitvoeringsvergunningen aangevraagd worden voor de infrastructuur behorende bij het windpark. Het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning is het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Etten-Leur. Op 3 november 2020 heeft Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant namelijk de beslissingsbevoegdheid overgedragen aan het college van B&W van de gemeente Etten-Leur. Het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant is op 5 november 2020 per brief verzonden, met kenmerk C2270425/4772717.

1.3

Inspraak en communicatie In deze paragraaf worden de mogelijkheden tot participatie en communicatie bij het windpark voor betrokkenen zoals omwonenden toegelicht.

1.3.1

Wettelijke inspraak Na het indienen van de vergunningaanvragen zorgt het bevoegd gezag voor een degelijke beoordeling van de vergunningaanvragen. Gedurende deze periode kunnen eventuele verzoeken tot aanpassing voortkomen, welke verwerkt dienen te worden voordat het ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd. Als onderdeel van het proces is wettelijk vooroverleg gevoerd met diverse vooroverleg-partners, zoals de gemeente Moerdijk, provincie Noord-Brabant, netbeheerder Enexis, waterschap Brabantse Delta en Rijkwaterstaat. Het ontwerpbesluit zal zes weken ter inzage liggen bij de gemeente Etten-Leur. Informatie hierover wordt vermeld in de lokale bladen. Iedereen kan een zienswijze indienen over dit ontwerpbesluit gedurende de periode van zes weken dat het ontwerpbesluit ter inzage ligt. De eventuele zienswijzen worden door het bevoegd gezag van een beantwoording voorzien. Vervolgens wordt de definitieve vergunning voorbereid. 6

Inleiding

6

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Na publicatie van de definitieve vergunning volgt een beroepstermijn van zes weken. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerpbesluit kunnen beroep instellen. De omgevingsvergunning treedt pas in werking na afloop van de beroepstermijn.

1.3.2

Vrijwillige omgevingscommunicatie De direct omwonenden van Windturbine Hoge Zijpolder, zijn dezelfde omwonenden die waren betrokken bij de realisatie van Windpark Groene Dijk II. In laatstgenoemd project zijn de particuliere direct omwonenden in een vroeg stadium bij de plannen betrokken en is er in overleg hindermitigatie en een financiële vergoeding in het kader van derving woongenot toegepast. De initiatiefnemers van Windturbine Hoge Zijpolder hebben ondertussen dezelfde groep mensen opnieuw benaderd met het onderhavige plan. Aansluitend is er ook hetzelfde pakket, de combinatie van hindermitigatie en een financiële vergoeding in het kader van derving woongenot, aangeboden. Tevens zijn er gesprekken gaande met IVN Dintel- en Marklanden (voorheen IVN Etten-Leur e.o.) en West-Brabantse Vogelwerkgroep over beschikbare gegevens, monitoring en eventuele compensatie.

1.4

Conclusie In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen realisatie van Windturbine Hoge Zijpolder getoetst aan het ruimtelijk beleid en het beleid en de normstelling voor de relevante sectorale aspecten. Uit de toetsing blijkt het volgende: - Het initiatief is in lijn met rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. - De plannen passen binnen de bestaande ruimtelijke en functionele structuur. - De diverse omgevingsaspecten staan de uitvoering van het project niet in de weg. Geconcludeerd wordt dat het project voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Na uitvoering van het project is sprake van een goede ruimtelijke situatie.

1.5

Leeswijzer In Hoofdstuk 2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing is een beschrijving van het project opgenomen. In Hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader. Vervolgens zijn in Hoofdstuk 4 de sectorale aspecten benoemd die relevant zijn voor de beoogde windturbine. Per aspect is een samenvatting van het toetsingskader opgenomen en zijn de resultaten van de toetsing van het project aan het betreffende beleidskader weergegeven. In Hoofdstuk 5 wordt de economische en financiële uitvoerbaarheid van het project onderbouwd.

Inleiding

7 7

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Projectbeschrijving

8 Projectbeschrijving

8

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

2.1

Ligging projectgebied Het voornemen bestaat uit de ontwikkeling van een solitaire windturbine in lijn met de drie moderne windturbines van Windpark Groene Dijk II. Tezamen vormen ze een enigszins gebogen noordwest-zuidoost georiënteerde lijn die de waterloop de Leurse Haven en de Groenedijk volgt. Zie onderstaande figuur voor de situering van de beoogde windturbine.

Figuur 2

Situering beoogde windturbine, Windturbine Hoge Zijpolder

2.2

Bestemmingsplan Ter plaatse van het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’. Binnen het projectgebied gelden de volgende planregels: -

Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied EHS’ Gebiedsaanduiding ‘Groenblauwe mantel’ Gebiedsaanduiding ‘Landschappelijk open gebied’

Voor de gronden met ‘Waarde - Archeologie – 2’ dient bij het aanvragen van een omgevingsvergunning bij een grondverstoring van meer dan 1.000 m2 en dieper Projectbeschrijving

9 9

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

dan 0,40 m een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen of kunnen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hetzelfde geldt voor de gronden met ‘Waarde - Archeologie – 4’, bij een grondverstoring van meer dan 50.000 m2 en dieper dan 0,40 m.

2.3

Beoogde situatie De beoogde windturbine van Windturbine Hoge Zijpolder wordt in lijn met Windpark Groene Dijk II parallel aan de Leurse Haven gepositioneerd. In overleg met de gemeente en provincie is bevestigd dat Windturbine Hoge Zijpolder en Windpark Groene Dijk II visueel een logische eenheid zullen gaan vormen mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Dit betekent dat uiterlijke kenmerken van de nieuw te ontwikkelen windturbine overeen moeten komen met de uiterlijke kenmerken van de reeds gerealiseerde windturbines van Windpark Groene Dijk II. Dit wordt bewerkstelligd door een windturbine te plaatsen met dezelfde of een vergelijkbare kleurstelling en draairichting als Windpark Groene Dijk II. De nieuw te ontwikkelen windturbine mag wel verschillen van hoogte, type en/of fabrikant, zodat een specifiek windturbinetype nog niet gekozen hoeft te worden. Wel is het zo dat de verschillen zo beperkt mogelijk moeten blijven. Zo dient de gondelvergelijkbaar te zijn en kan derhalve niet uitgevoerd worden in een zogenoemde ‘ei-vormige gondel’. Tevens is vanuit gemeente en provincie geëist dat, in het kader van clustering van windturbines, Windturbine Hoge Zijpolder dezelfde einddatum zal gaan krijgen als Windpark Groene Dijk II. Op deze manier zal er geen solitaire windturbine overblijven wanneer Windpark Groene Dijk II wordt gesloopt.

Deze voorwaarde zal in de omgevingsvergunning worden opgenomen. Daarnaast wordt waarschijnlijk de reeds bestaande netaansluiting van het inmiddels verwijderde windpark gebruikt voor het aansluiten van de beoogde windturbine. Van die netaansluiting gaat het vergunde zonnepark Bollendonkseweg van GroEnergie (op het ELVO Afvalverwerking terrein) wellicht ook gebruik maken. Het aansluiten van een wind- en zonne-energiepark op dezelfde netaansluiting kan heel goed, omdat de elektriciteitsopwekkingsprofielen van zon en wind heel goed op elkaar aansluiten. Dit omdat meestal geldt dat als de zon schijnt er weinig wind is en als er veel wind is de zon nauwelijks schijnt. Op de spaarzame momenten dat zowel het wind- als het zonnepark gelijktijdig maximaal elektriciteit produceren, wordt het windpark automatisch teruggeregeld zodat de maximale netaansluitingscapaciteit niet wordt overschreden. Het delen van de netaansluiting tussen het zonnepark en de windturbine is mogelijk door gebruik te maken van een zogeheten ’secundair allocatiepunt’, waarbij op één netaansluiting twee EAN codes worden afgegeven (primair en secundair allocatiepunt), die beide worden gezien als een eigen netaansluiting. Naast deze optie zijn er ook nog andere opties voor aansluiting op het net denkbaar. De gesprekken met Enexis zijn gaande en de verwachting is dat op korte termijn overeenstemming wordt bereikt.

Hiermee is de netaansluiting voldoende aannemelijk gemaakt.

1 0 Projectbeschrijving

10

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

2.4

Bandbreedte afmetingen windturbines Omdat de initiatiefnemers zich bij de aanvraag van de vergunning nog niet kunnen vastleggen op een specifiek windturbinetype wordt een omgevingsvergunningaanvraag voorbereid voor de activiteit ‘bouwen’ voor een windturbinetype met algemene kenmerken, waarbij een bandbreedte aangehouden wordt voor de ashoogte en rotordiameter. Deze bandbreedte, die is weergegeven in Tabel 1, is als uitgangspunt genomen voor de milieuonderzoeken. Dat wil zeggen dat de minimale en maximale milieueffecten voor mogelijke windturbines binnen de bandbreedte zijn onderzocht. Deze bandbreedte vormt tevens de basis voor de omgevingsvergunningaanvraag voor afwijken van het bestemmingsplan. Deze werkwijze is sinds 2015 gemeengoed geworden bij het aanvragen van vergunningen voor windparken en in diverse uitspraken van de AbRvS getoetst1. Ter vergelijking zijn in Tabel 1 tevens de afmetingen van het reeds gerealiseerde Windpark Groene Dijk II weergegeven.

Tabel 1

Afmetingen van de bandbreedte van de beoogde windturbine en het reeds bestaande windpark Groene Dijk II

Bandbreedte Ondergrens (minimaal) Bovengrens (maximaal) WP Groene Dijk II

Ashoogte

Rotordiameter

Tiphoogte

112m 140m 112m

136m 170m 136m

180m 225m 180m

1 1

1 Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2011:BT2817 uit 2011 en ECLI:NL:RVS:2019:1947 uit 2019

Projectbeschrijving

11

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 3

Schematische weergave van de bandbreedte uit de vergunningaanvraag

Met deze bandbreedte worden windturbines mogelijk gemaakt die kunnen voldoen aan alle milieueisen en die tevens economisch uitvoerbaar zijn. NB. Het aantal MW per windturbine heeft geen directe milieueffecten tot gevolg en is daarmee niet relevant in de ruimtelijke afweging. Er is daarom geen bandbreedte gedefinieerd voor het vermogen van de windturbines. Wel is reeds duidelijk dat de uiteindelijk te plaatsen windturbine mogelijk een vermogen zal hebben van 5 MW of meer. Ter vergelijking: de bestaande windturbines van Windpark Groene Dijk II hebben een opgesteld vermogen van 4,2 MW, de beoogde windturbine heeft een opgesteld vermogen tot circa 7 MW.

2.5

M.e.r.(beoordelings)-plicht Voor windturbineparken geldt op grond van de bijlage van het Besluit MER onderdeel C 22.2 een MER-plicht of op grond van onderdeel D 22.2 een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een windturbinepark wordt in dit besluit in onderdeel A gedefinieerd als een park bestaande uit ten minste drie windturbines. Hoewel de beoogde turbine in lijn staat met de drie bestaande turbines, op gelijke afstand van elkaar, betreft de plaatsing van de nieuwe turbine een solitaire windturbine om de volgende redenen: 1 2

Projectbeschrijving

12

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

  

De initiatiefnemer is een andere entiteit dan de eigenaar van de bestaande windturbines. Het betreft dus geen wijziging van de bestaande vergunning voor windpark Groene Dijk II; De nieuw geplande windturbine zal gebruikmaken van een andere netaansluiting; Windpark Groene Dijk II is reeds vergund en gerealiseerd. Deze ruimtelijke onderbouwing ziet dus alleen op de plaatsing van één windturbine, maar is onderzocht in samenhang met de reeds gerealiseerde windturbines.

Van een m.e.r.-beoordelingsplicht is derhalve geen sprake. Een m.e.r.-beoordelingsplicht is aan de orde wanneer het totale vermogen van een windpark meer dan 15 MW bedraagt. De geplande windturbine heeft een vermogen van maximaal 7 MW en wordt niet aangemerkt als windpark (minstens 3 windturbines). De drie bestaande windturbines zijn reeds vergund en spelen daarmee geen rol in de m.e.r.beoordelingsplicht. Hierdoor is geen sprake van een windpark in de zin van het Besluit MER en is er geen m.e.r.-(beoordelings)procedure aan de orde. Ruimtelijke zal het initiatief wel ervaren worden als onderdeel van windpark Groene Dijk II. Vanuit een goede ruimtelijke ordening heeft het dan ook de voorkeur om alle milieueffecten in samenhang met de bestaande windturbines te beschouwen.

2.6

Vergunningenprocedure Sinds de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet zijn, op grond van artikel 9f, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, Gedeputeerde Staten bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor windparken met een gezamenlijk opgesteld vermogen tussen 5-100 MW. Gangbare turbines met de afmetingen zoals in dit voornemen zullen waarschijnlijk meer dan 5 MW vermogen hebben. Nu de vergunning daarmee een turbine van meer dan 5 MW mogelijk maakt is de provincie in eerste instantie bevoegd gezag. De gemeente heeft de provincie verzocht de bevoegdheid bij de gemeente neer te leggen. Gedeputeerde Staten hebben op 3 november 2020 (kenmerk C2270425/4772717) besloten dat artikel 9f, eerste en tweede lid, Elektriciteitswet 1998, niet van toepassing is op Windturbine Hoge Zijpolder binnen de gemeente Etten-Leur. Hierdoor ligt de bevoegdheid voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor het windpark bij het college van gemeente Etten-Leur. Aangezien sprake is van een activiteit die is aangewezen in artikel 3.10 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), moet de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo worden gevolgd. Dat houdt in dat eerst een ontwerp van de omgevingsvergunning met de bijbehorende documenten ter inzage wordt gelegd op basis waarvan eenieder zijn zienswijze naar voren kan brengen.

Na de periode van terinzagelegging van het ontwerp van de omgevingsvergunning beslist het college van burgemeesters en wethouder definitief op de aanvraag waarbij een totale termijn van circa 6 maanden na ontvangst van de aanvraag wordt aangehouden. De activiteiten waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd

Projectbeschrijving

1 3 13

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

staan aangegeven in art. 2.1 a, c en i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

2.7

Coördinatie Op het besluit wordt de coördinatieregeling ex. 3.30 Wro toegepast. Hierbij worden de omgevingsvergunning en eventuele gecoördineerde besluiten gelijktijdig bekend gemaakt en ter inzage gelegd. Het voordeel van het toepassen van een coördinatieregeling is onder andere een versnelde rechtsgang (direct bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State). De gemeenteraad is bevoegd om het coördinatiebesluit te nemen en zal dat in dit geval doen tegelijkertijd met de besluitvorming over de ontwerpverklaring van geen bedenkingen. De benodigde ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming wordt aangevraagd bij de provincie en wordt niet onder de gemeentelijke coördinatieregeling gebracht.

1 4 Projectbeschrijving

14

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Beleidskader

1 5 Beleidskader

15

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

3.1

Rijksbeleid Om tot een duurzame energiehuishouding te komen heeft het toenmalige ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) in het energierapport (2011)2 vastgelegd te willen investeren in duurzame energie. Dit heeft onder andere geresulteerd in de doelstelling om in 2020 minstens 6.000 Megawatt (MW) aan windenergie op land te hebben staan.3 In het Nationaal Energieakkoord zijn deze doelen nog eens bevestigd en vastgelegd. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)4 geeft het rijk aan dat de overgang naar duurzame energie om meer ruimte vraagt. Ten behoeve van de besluitvorming over de Structuurvisie Wind op Land5 is tevens een planMER opgesteld. Om te waarborgen dat er in Nederland voldoende ruimte wordt gereserveerd voor windenergie, zijn in samenwerking met de provincies kansrijke gebieden aangewezen voor grootschalige windenergie. Dat zijn windparken met een totaal opgesteld vermogen van 100 MW of meer. Inmiddels is ook het nationale Klimaatakkoord in juni 2019 ondertekend. Het hierin genoemde doel is om ten minste 35 TWh aan hernieuwbare energie op land te realiseren in 2030. Ook hier zullen decentrale overheden een rol in krijgen, al zal de invulling waarschijnlijk techniekneutraal zijn. Techniekneutraal betekent dat er geen specifieke techniek is voorgeschreven om het doel aan hernieuwbare energie op land te realiseren.

De uitwerking van deze doelstelling van 35 TWh zal uitgevoerd worden in de regionale energiestrategieën (RES). De RES is een instrument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame energie op te wekken. Bij windenergie door middel van windturbines behoren de kosten per opgewekte kWh tot de laagste van alle duurzame opwekkingsvormen. Om aan de ambitieuze doelstelling voor hernieuwbare energie op land te voldoen zal windenergie komende jaren één van de meest kosteneffectieve wijzen om hernieuwbare energie te produceren zijn.

2 3

4 5

Beleidskader

Ministerie van EL&I, Energierapport 2011 (2011). Uit de Nationale Energieverkenning 2016 blijkt dat deze doelstelling hoogstwaarschijnlijk niet gehaald zal worden. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, 13 maart 2012. Structuurvisie Windenergie op Land, 31-03-2014.

1 6 16

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant In deze visie streeft de provincie Noord-Brabant naar een energieneutrale samenleving in 2050 en tenminste 50% duurzame energieopwekking in 2030 binnen de eigen provincie. Om dat voor elkaar te krijgen zet de provincie fors in op het besparen van energie enerzijds en het opwekken en gebruiken van duurzame energie anderzijds. Hiervoor wordt samen met de vier RES-regio’s in de provincie een strategie uitgezet in een zorgvuldig regionaal proces, gericht op het integraal ontwerpen en ontwikkelen van een moderne energievoorziening van de regio’s en de provincie als geheel. Sociale participatie speelt daarbij een kernrol. Er wordt ingezet op een mix van bronnen, waarbij zonne- en windenergie de belangrijkste pijlers zijn. De provincie ziet Brabant als innovatief gidsgebied en proeftuin voor de energietransitie. Daarbij wordt de energieopgave zoveel mogelijk gekoppeld aan andere opgaven.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het gebied waar de windturbine staat gepland is in de verordening aangewezen als Landelijk Gebied. Windturbines zijn in dit gebied onder de volgende voorwaarden toegestaan (art. 3.3.7): Clustering Om verrommeling tegen te gaan zijn er geen mogelijkheden voor de ontwikkeling van solitaire windturbines. Er moet minimaal sprake zijn van drie windturbines in een lijn- of clusteropstelling. Samen met de bestaande windturbines vormt de geplande windturbine een cluster van vier windturbines (Zie ook paragraaf 4.6). Tijdelijk karakter Aan de ontwikkeling van windturbines in landelijk gebied is de voorwaarde verbonden dat deze uitsluitend gerealiseerd kunnen worden met de toepassing van een omgevingsvergunning inhoudende een afwijking van het bestemmingsplan waaraan een maximale gebruikstermijn van 25 jaar is verbonden. Hierbij moet zijn verzekerd dat de windturbines na afloop van deze periode worden verwijderd en dat de situatie van voor de realisatie van windturbines wordt hersteld. Initiatiefnemer is voornemens een vergunningaanvraag in te dienen met een gebruikstermijn van minder dan 25 jaar. Vanuit gemeente en provincie is immers geëist dat, in het kader van clustering van windturbines, Windturbine Hoge Zijpolder dezelfde einddatum zal gaat krijgen als van het reeds gerealiseerde Windpark Groene Dijk II.

1 7 Beleidskader

17

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Maatschappelijke meerwaarde Om de betrokkenheid van de inwoners en draagvlak voor duurzame energie te vergroten, geldt dat de ontwikkeling maatschappelijke meerwaarde geeft. Een maatschappelijke meerwaarde wordt onderbouwd door de maatregelen die zijn getroffen om de impact van de windturbines op de omgeving te beperken en de bijdrage aan maatschappelijke doelen. Dit zijn niet alleen doelen vanuit duurzaamheid maar ook gericht op vergroten van draagvlak bijvoorbeeld doordat inwoners kunnen participeren in het project of doordat de ontwikkeling bijdraagt aan maatschappelijke cohesie of (financiële) bijdragen aan maatschappelijke opgaven. Het enkele gegeven dat het project duurzame energie oplevert is niet voldoende. Een goede invulling van deze voorwaarde garandeert tevens betrokkenheid van de inwoners door meespraak bij het project. Initiatiefnemer gaat met de omwonenden in gesprek over de wenselijkheid van participatie. Voor de maatschappelijke participatie is gekozen om de omliggende woningen rondom het buurtschap Zwartenberg, een obligatie participatie aan te bieden. Deze participatie houdt in dat er een bedrag van circa 500.000 euro aan obligaties uitgegeven zal worden tegen een rentepercentage van 4 a 5% rente. Op deze manier kunnen de omwonenden die in de invloedsfeer van de windmolen wonen, financieel mee profiteren.

Afstemming Vanuit een zorgvuldig gebruik van de open ruimte, afstemming van duurzame energieprojecten in een gebied en de in sommige gebieden beperkte capaciteit van het netwerk, geldt als randvoorwaarde dat projecten zijn afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder. Vanuit het wettelijke vooroverleg zullen omliggende gemeenten worden geïnformeerd. De initiatiefnemer heeft het initiatief reeds gemeld bij de netbeheerder. Kwaliteitsverbetering van het landschap Conform artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant dient een ruimtelijke ontwikkeling in Landelijk Gebied gepaard te gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Hiertoe wordt conform lid 4 van dit artikel een eenmalige financiële bijdrage geleverd in een gemeentelijke fonds van € 10.000,- per MW.

3.2.3

Energieagenda 2019-2030 Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is ook de nieuwe Energie Agenda 2019-2030 door provinciale staten vastgesteld. In deze energieagenda is het Energiebeleid van de provincie Noord-Brabant, dat op hoofdlijnen in de Omgevingsvisie is benoemd, nader uitgewerkt. De impact van duurzame energieopwekking, -transport en -opslag op de ruimte in Noord-Brabant zal groot zijn. De strategische hoofdlijnen van het nieuwe energiebeleid zijn: het mobiliseren van de samenleving voor de energietransitie, selectief en slim stimuleren van koplopers en slim integraal combineren. Bij de uitvoering van de agenda neemt de provincie een regisserende en verbindende rol en sluit zij aan bij de verschillende klimaattafels uit het Energieakkoord. Voor wat betreft elektriciteitsopwekking is een concreet doel geformuleerd.

Beleidskader

1 8 18

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

In 2030 wil de provincie in totaal 88 Petajoule opwekken uit grootschalige zonneen windenergie.

3.3

Regionaal beleid Gemeente Etten-Leur maakt onderdeel uit van de RES-regio West-Brabant (Regionale Energie Strategie). In de Concept RES West-Brabant geven de gezamenlijke overheden in de regio de hoofdlijnen en bestuurlijke keuzes die men wil gaan maken. In West-Brabant zijn al goede stappen gezet in het verduurzamen van de energievoorziening. Binnen enkele jaren komt 1,3 TWh van het elektriciteitsgebruik uit zonne- en vooral windenergie. Dat is 20% van de verwachte vraag naar elektriciteit in 2050. Met de bestaande en geplande turbines uit ‘harde plannen’ staan er straks ruim 100 windturbines in West-Brabant. In 2030 wil de regio 2,0 TWh duurzaam opwekken met grootschalige wind- en zonne-energie en 0,2 TWh met innovatieve technieken. De regio draagt dan substantieel meer bij aan de landelijke opgave van 35 TWh in 2030 dan wat mag worden verwacht o.b.v. het regionale elektriciteitsverbruik (1,8 TWh). De ervaring leert dat er wind- en zonprojecten kunnen afvallen lopende het planningsproces. Een ‘overprogrammering’ van projecten is daarom nodig om onze ambitie van 2,0 TWh waar te maken. De extra elektriciteit wil men opwekken door onder andere het aanwijzen van zoekgebieden voor het opwekken van 0,2 TWh extra windenergie (9 à 12 nieuwe windturbines en het vervangen van ongeveer 25 oudere turbines).

Deze liggen vooral in het westen en noordwesten van de regio vanwege de netcapaciteit. De zoekgebieden en locaties sluiten veelal nauw aan bij bestaande lokale initiatieven en beleid. De realisatie van deze windturbines draagt bij aan een CO2- en kostenefficiënte aanpak. De regio streeft naar een lokaal eigendom van minimaal 50%.

3.4

Gemeentelijk beleid Milieuvisie 2010 -2020 In de Milieuvisie zijn de ambities van de gemeente Etten-Leur geformuleerd die leiden tot een integraal milieubeleid voor 2020. Een tussentijdse evaluatie6 van deze visie in 2015 leert dat er belangrijke stappen zijn gemaakt in het realiseren van de milieuambities. De trend in opwekking van hernieuwbare energie in de gemeente Etten-Leur wordt met name door de realisatie van windparken positief beïnvloed. Kadernotitie Windenergie 2005 De door de gemeenteraad vastgestelde Kadernotitie Windenergie Etten-Leur vormt wat betreft windenergie nog steeds het beleidskader. Echter, de uitgangspunten van deze notitie zijn sterk verouderd en gezien de huidige stand der techniek niet meer uitvoerbaar. Met name de uitgangspunten omtrent de afmetingen 1 9

6 Van Milieuvisie naar Duurzaamheidsvisie. Gemeente Etten-Leur, 2015

Beleidskader

19

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

van windturbines zijn niet meer actueel, zie de cursief gearceerde punten. Met de gemeente is overeengekomen dat afwijkingen op deze punten thans aanvaardbaar zijn.    

    

Windturbines dienen een minimum vermogen van 1,3 MW te hebben, met het oog op optimalisatie van vermogen bij voorkeur minimaal 2 MW; Verhouding ashoogte en rotordiameter tussen de 1,0 en 1,5, waarbij een 1,2 verhouding de voorkeur heeft; Masthoogte van de turbines bedraagt niet meer dan 105 meter, dit om een storend hoogte verschil ten opzichte van bestaande turbines7 te voorkomen; In gebieden met een relatief open landschapskarakter dient er aansluiting of afstemming te zijn tussen verschillende projecten, zodanig dat visueel sprake is van één project; Windturbines dienen in lijn- of clusteropstelling geplaatst te worden, onderlinge afstand binnen een lijnopstelling is nagenoeg gelijk; Windturbines dienen dezelfde draairichting te hebben; Initiatieven dienen te voldoen aan wettelijke eisen en aan eventuele randvoorwaarden die bepaalde belemmeringen opwerpen; Ter beoordeling van de landschappelijke inpassingen dienen visualisaties aangeleverd te worden; Rekening houden met draagkracht van het landschap;

60% Omgevingsvisie Met de komst van de Omgevingswet zijn alle gemeenten verplicht om alle beleid voor de fysieke leefomgeving in één document samen te voegen. Dat document bevat van een integraal strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. Voor een deel van de omgevingsvisie van gemeente Etten-Leur is het eerste ontwerp nu klaar: ‘de 60% conceptversie omgevingsvisie’. Deze 60% conceptversie gaat vooral over bestaand stedelijk en landelijk gebied. Over het plaatsen van windturbines staat er in de 60% Omgevingsvisie het volgende: De opwek van duurzame elektriciteit via grootschalige installaties is vooral een regionale opgave. Etten-Leur levert daaraan nu al een relevante bijdrage met drie windmolenparken in het grootschaligere kleigebied aan de noordzijde van de gemeente. Dat gebied wordt voor onze gemeente het meest passend geacht voor windenergie. Mede afhankelijk van regionale afspraken kan capaciteitsopschaling (meer vermogen per windturbine) of, mits nog passend in het gebied, incidenteel wellicht een beperkte uitbreiding (meer windturbines per opstelling) van de bestaande windmolenparken aan de orde zijn om de energieoogst te vergroten. De eerste capaciteitsopschaling heeft al plaatsgevonden (langs de Groene Dijk II). Nieuwe windparken bij de bestaande zijn niet wenselijk.

Andere gebieden in EttenLeur dan het noordelijk kleigebied vinden we niet geschikt voor windturbineopstellingen. Dit project betreft een windturbine die toegevoegd wordt aan de bestaande lijn. Er is daarmee sprake van een beperkte uitbreiding zoals genoemd in de 60% Omgevingsvisie. 7 De bestaande turbines in de Kadernotitie Windenergie 2005 betreffen de te herstructureren windtur-

2 0

bines van windpark Groene Dijk.

Beleidskader

20

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

3.5

Conclusie Het initiatief past in het nationale beleid en draagt bij aan de doelstelling van 35 TWh uit het Klimaatakkoord. De locatie past in het provinciaal beleid, gezien er voldaan kan worden aan de in de interim omgevingsverordening gestelde voorwaarden, en een bijdrage wordt geleverd aan de doelstelling van 570,5 MW opgesteld vermogen in 2020 en de aanvullende 130 MW in 2030. De provincie Noord-Brabant heeft dit in haar schrijven van 17 februari 2017 bekrachtigd. De locatie is tevens in lijn met het gemeentelijk beleid, daar een bestaand windpark wordt uitgebreid.

2 1 Beleidskader

21

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Sectorale toetsen

2 2 Sectorale toetsen

22

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk vindt de toetsing van het voornemen plaats aan het beleid en de normstelling voor de relevante sectorale aspecten, te weten geluid, slagschaduw, ecologie, externe veiligheid, landschap, archeologie en cultuurhistorie, bodem en water en overige aspecten. Bandbreedte De vergunningaanvraag betreft een bandbreedte. Voor wat betreft de afmetingen van de windturbine is deze bandbreedte weergegeven in onderstaande tabel. Ter vergelijking zijn tevens de afmetingen van het reeds gerealiseerde Windpark Groene Dijk II weergegeven.

Tabel 2

Afmetingen van de bandbreedte van de beoogde windturbine en het reeds bestaande windpark Groene Dijk II

Bandbreedte Ondergrens (minimaal) Bovengrens (maximaal) WP Groene Dijk II

Ashoogte

Rotordiameter

Tiphoogte

112m 140m 112m

136m 170m 136m

180m 225m 180m

Vanwege deze bandbreedte staat het windturbinetype nog niet vast. Ten aanzien van de milieueffecten zijn de minimale en maximale effecten (ook wel boven- en ondergrens genoemd) onderzocht en in beeld gebracht. Hiermee hebben belanghebbenden inzage in de minimale en maximale te verwachten milieueffecten. Omdat in de nabijheid van de ontwikkeling reeds windturbines staan en omwonenden de beide inrichtingen kunnen ervaren als één windpark, worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening tevens de effecten van geluid, slagschaduw en landschap in samenhang met het bestaande park onderzocht.

4.2

Geluid

4.2.1

Toetsingskader Windturbines produceren geluid, dat meestal wordt omschreven als suizend of zoevend. Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan dit geluid. Op basis van deze onderzoeken zijn relaties bepaald tussen de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Dit zijn dosis-effectrelaties waarbij met de mate van blootstelling een bepaalde mate van effect gepaard gaat. Deze relaties vormen de basis voor de geluidwetgeving in Nederland.

2 3 Sectorale toetsen

23

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Windturbines vallen onder het Activiteitenbesluit. Volgens dit besluit is de maximaal toegestane waarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten8 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidsbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. De norm staat beschreven in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit. Aan deze norm moet worden voldaan op de gevel van een gevoelig gebouw of op de grens van een gevoelig terrein. Dit betreft een gevoelig gebouw zoals bepaald in artikel 1.1 lid 1 van het Activiteitenbesluit. Wanneer aan de 47 dB Lden norm kan worden voldaan, kan gesteld worden dat in het algemeen ook aan de 41 dB Lnight norm wordt voldaan.

4.2.2

Onderzoek In het kader van deze ruimtelijke onderbouwing voor de omgevingsvergunningaanvraag is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage A bij de ruimtelijke onderbouwing). In het akoestisch rapport wordt ingegaan op diverse aspecten zoals de jaargemiddelde geluidsdruk, laagfrequent geluid en cumulatie van geluid. Aangezien het geluid dat windturbines produceren niet 1-op-1 schaalt met de afmetingen is voor het milieuaspect geluid een tweetal windturbinetypes uitgekozen die: Voldoen aan de bandbreedte-eisen voor wat betreft afmetingen. Een zo groot mogelijke bandbreedte voor geluid opspannen. Binnen de bandbreedte blijkt dat de Siemens Gamesa SWT-DD-145 4.5 de hoogste gemiddelde geluidsemissie heeft, en de Vestas V136-4,3 de laagste. Om de bandbreedte voor het milieueffect geluid op te spannen wordt de stilste windturbine doorgerekend op de laagste ashoogte die binnen de bandbreedte past (112m). De luidste windturbine wordt doorgerekend op de hoogste ashoogte (140m), om zo het maximale effect te bepalen. Hoewel de bovengrens van het VKA een rotordiameter heeft van 170m zijn deze referentiewindturbine(s) stiller dan Siemens Gamesa SWT-DD-145 4.5 met een rotordiameter van 145m. Voor de bovengrens is in het kader van het akoestisch onderzoek gekeken naar de luidste windturbine. Zie onderstaande tabel voor de samengevatte gegevens van de twee doorgerekende types:

Tabel 3

Gegevens onder- en bovengrens v.w.b. geluid

Kop

Variant

Rotordiameter Ashoogte m m Onder Vestas V136-4,3MW 136 112 Boven Siemens Gamesa SWT-DD-145 4.5 145 140 1L E,den is de jaargemiddelde bronsterkte, berekend volgens de L DEN-methodiek.

8

Sectorale toetsen

Type

LE,den1 dB 107,6 111,9

Onder geluidsgevoelige objecten worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. Bron: Wet geluidhinder.

2 4 24

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

In de verdere akoestische beschouwing wordt de Vestas V136-4,3MW aangeduid met ‘ondergrens’ en de Siemens Gamesa SWT-DD-145 4.5 als ‘bovengrens’. Onderstaande afbeeldingen tonen de 47 dB Lden-contouren van de onder- en bovengrens. Een 47 dB-Lden contour wil zeggen dat de jaargemiddelde geluidsbelasting binnen de contour hoger is dan 47 dB Lden en erbuiten 47 dB of lager. De wettelijke norm stelt naast het jaargemiddelde geluidsniveau (LDEN) ook een maximum voor het jaargemiddelde nachtelijke geluidsniveau (Lnight). Hiervan zijn geen aparte contouren getekend; wel is deze waarde voor elke woning berekend en in Bijlage B van het Akoestisch onderzoek weergegeven. In de praktijk geldt voor woningen buiten de 47 dB Lden-contour vrijwel altijd dat hier ook aan de 41 dB Lnight-voorwaarde wordt voldaan. Uit de berekening volgt dit inderdaad. Figuur 4

47 dB Lden-contouren van de onder- en bovengrens

Bij de ondergrens liggen er geen woningen van derden binnen de Lden-47 dB-contour noch binnen de Lnight-41 dB-contour (deze contour is niet weergeven op bovenstaande figuren, maar wel berekend in het akoestisch rapport, bijlage A bij de ruimtelijke onderbouwing). Voor de bovengrens geldt dat er 1 woning binnen de Lden-47 dB-contour ligt. Dit betekent dat voor de bovengrens geluid reducerende maatregelen getroffen dienen te worden om te voldoen aan het Activiteitenbesluit. Uit berekeningen blijkt dat het geluid voldoende gereduceerd kan worden door de windturbine gedurende 2 5 Sectorale toetsen

25

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

de nacht in een geluid reducerende modus te laten draaien. Deze mitigerende maatregel gaat beperkt ten koste van de energieopbrengst.

Figuur 5

47 dB Lden-contouren van de gemitigeerde bovengrens, naast de reguliere boven- en ondergrens

Uit de rekenresultaten blijkt dat na toepassen van mitigatie de volledige bandbreedte kan worden voldaan aan de Lden-grenswaarde van 47 dB en de Lnight-grenswaarde van 41 dB ter plaatse van omliggende woningen.

2 6 Sectorale toetsen

26

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

In het kader van goede ruimtelijke ordening is tevens gekeken naar geluidscumulatie. Hiervoor is de cumulatie inzichtelijk gemaakt voor nabijgelegen windturbines. Figuur 6

Contouren van bestaande windturbines, gecumuleerd met de windturbine Hoge Zijpolder

Uit de cumulatieberekeningen volgt dat de windturbines op enkele nabijgelegen woningen een toename van de geluidsbelasting veroorzaken. Omdat voor de woningen bovenwettelijke geluid reducerende maatregelen worden getroffen om ook in cumulatie onder de 47dBLden te blijven, is na plaatsing van de windturbine voor alle woningen sprake van een goed woon- en leefklimaat. Hoewel de bovengrens (na mitigatie) voldoet aan de geluidsnorm, hebben de initiatiefnemers besloten dat ook in cumulatieve situatie de geluidsbelasting door de windturbine beperkt blijft tot 47dB Lden. Dit betreft geen wettelijk vereiste, echter een vrijwillige tegemoetkoming. Hiertoe dient de windturbine in een stillere mitigatiemodus te draaien, zoals beschreven in Bijlage A. In de figuur hierna is de cumulatieve contour weergegeven na toepassing van de stillere modus gedurende de nacht (noise reduction mode N4, Siemens Gamesa SWT-DD-145 4.5).

2 7 Sectorale toetsen

27

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 7

47 dB Lden-contouren van de bovengrens, na toepassing noise mode N4 gedurende de nacht

4.2.3

Conclusie Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de windturbine voldoet aan de grenswaarden voor geluid uit het Activiteitenbesluit ter plaatse van nabijgelegen woningen. Turbinetypes in dezelfde MW-klasse die niet onderzocht zijn hebben een gelijkwaardige of kleinere geluidemissie waardoor diverse windturbinetypes geplaatst kunnen worden op deze locatie. Aangezien windturbines direct onder het Activiteitenbesluit Milieubeheer vallen en er geen sprake is van bijzondere lokale omstandigheden zijn aanvullende voorschriften omtrent geluid niet nodig. Initiatiefnemers hebben er vrijwillig voor gekozen de immissie op de gevel van gevoelige objecten ook in cumulatieve situatie niet hoger dan 47dB Lden te laten zijn. Bij toepassing van de bovengrens zal deze toezegging resulteren in lichte aanvullende mitigatie ten aanzien van geluid. Geconcludeerd wordt dat het aspect Geluid de uitvoering van het project niet in de weg staat.

2 8 Sectorale toetsen

28

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

4.3

Slagschaduw

4.3.1

Toetsingskader Slagschaduw kan hinder veroorzaken. De flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van de blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die kan worden ondervonden. Zoals eerder genoemd valt het windpark binnen de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Het toetsingskader voor wat betreft het aspect slagschaduw wordt gevormd door de algemene voorschriften die worden gegeven in de Activiteitenregeling milieubeheer. De artikelen 3.12 en 3.13 van de Activiteitenregeling bevatten voorschriften ter voorkoming van het optreden van hinder door slagschaduw en lichtschittering. Hierin is opgenomen dat een windturbine moet zijn voorzien van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tot de windturbine minder dan 12x de rotordiameter bedraagt en de schaduw gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten kan optreden. In het slagschaduwonderzoek zijn deze grenswaarden geïnterpreteerd op de strengst mogelijke manier: maximale toegestane slagschaduwbelasting is 5 uur en 40 minuten. Om normoverschrijding te voorkomen kan een stilstandvoorziening op de windturbine worden aangebracht zoals vermeld in het Activiteitenbesluit. Deze zorgt ervoor dat bij overschrijding van de slagschaduwnorm, de windturbine wordt uitgeschakeld.

De voorziening wordt per schaduwgevoelige woning vooraf ingeregeld, aangezien het gaat om specifieke momenten die van te voren bepaald kunnen worden afhankelijk van de zonnestand. Daarnaast wordt gemeten of er daadwerkelijk voldoende zon (en dus slagschaduw) is op die momenten.

4.3.2

Onderzoek In hoofdstuk 3 van het slagschaduwonderzoek is onderzoek uitgevoerd voor de windturbineopstelling (zie Bijlage B). De verwachte schaduwduur ter plaatse van woningen in de omgeving van de beoogde windturbine is gemodelleerd met behulp van het programma WindPRO. Ook dit onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een tweetal windturbinetypen waarmee de bandbreedte is opgespannen (zie Tabel 4). Hiermee kan de minimale en maximale schaduwduur in de omgeving van de windturbine worden weergegeven.

Tabel 4

Gegevens onder- en bovengrens voor wat betreft slagschaduw (in meter)

Kop 1

Bandbreedte

Type

Ondergrens Bovengrens

Vestas V136-4.2 4200 Siemens Gamesa SG 6.0-170 6200

Ashoogte

Rotordiameter

112 140

136 170

Onderstaande afbeelding toont de 5 uur en 40 minuten per jaar slagschaduwcontour (wettelijke norm) van zowel de onder- en bovengrens. Hierbij wordt uitgegaan van een realistische meteorologische situatie. Dit wil dus zeggen dat er binnen de Sectorale toetsen

2 9 29

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

contour jaarlijks meer dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw optreedt en er buiten minder. Deze contouren, alsmede de cumulatieve slagschaduwcontouren van de beoogde windturbine en omliggende windparken, zijn vergroot weergegeven in Bijlage A van het slagschaduwonderzoek. Figuur 8

De 5:40u slagschaduwcontouren van de onder- en bovengrens van de bandbreedte.

Er bevinden zich een aantal woningen binnen de 5 uur en 40 minuten slagschaduwcontouren voor de onder- en bovengrens van de afmetingen. Om te beoordelen of er naast het voldoen aan de norm ook sprake is van een goede ruimtelijke ordening zijn de slagschaduweffecten tevens in cumulatie berekend. In de afbeelding hierna is voor de bovengrens te zien dat sommige woningen van meerdere parken en turbines slagschaduw ontvangen.

3 0 Sectorale toetsen

30

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 9

De 5:40u slagschaduwcontouren van de bovengrens van de bandbreedte in cumulatie met bestaande parken.

Onderstaande tabel geeft de aantallen woningen mét en zónder cumulatie van bestaande parken voor de onder- en bovengrens. In bijlage B van het slagschaduwonderzoek is een lijst van adressen opgenomen van alle woningen waar slagschaduw kan optreden. Tabel 5

Aantal woningen binnen 5:40 uur slagschaduwcontour van de onder- en bovengrens.

Kop 1

Opstelling Ondergrens Bovengrens

Aantal woningen binnen 5:40 contour zonder cumulatie Met cumulatie 5 11

32 33

Om aan de norm te voldoen mogen woningen niet meer dan 5 uur en 40 minuten slagschaduw per jaar ontvangen. Onderstaande tabel geeft de derving die optreedt bij toepassing van een stilstandsregeling ter voorkomen van normoverschrijding. In het slagschaduwonderzoek is daarnaast inzichtelijk gemaakt hoeveel stilstand en daarbij horende opbrengstderving benodigd is om te voldoen aan bovenwettelijke maatwerkvoorschrift dat slagschaduwduur op woningen tot (nagenoeg) 0 wordt gereduceerd. Tabel 6

Verwachte stilstand in uren per jaar om normoverschrijding te voorkomen.

Kop 1

Opstelling

Stilstand per jaar (uu:mm)

Ondergrens Bovengrens

61:25 90:39

Sectorale toetsen

Derving (%) 0,74% 1,09%

3 1 31

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Om aan de wettelijke norm voor slagschaduw te voldoen zal een stilstandvoorziening in de turbine moeten worden aangebracht. Voor de ondergrens leidt dit tot een opbrengstverlies van 0,74% en voor de bovengrens van 1,09%. Een dergelijke kleine opbrengstderving brengt rendabele exploitatie van de windturbine niet in gevaar.

4.3.3

Conclusie Het initiatief is onderzocht op de te verwachten slagschaduwbelasting op omliggende woningen. Voor 5 woningen bij inpassing van de ondergrens en voor 11 woningen bij inpassing van de bovengrens is dit meer dan volgens de Activiteitenregeling is toegestaan. Om aan de wettelijke norm voor slagschaduw te voldoen zal een stilstandvoorziening in de turbines moeten worden aangebracht. Initiatiefnemers hebben er vrijwillig voor gekozen de slagschaduwduur op woningen van derden tot (nagenoeg) 0 te reduceren. Geconcludeerd wordt dat het aspect Slagschaduw de uitvoering van het project niet in de weg staat.

4.4

Ecologie Ten behoeve van het aspect ecologie is een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Bureau Waardenburg. Het volledige rapport is te vinden in Bijlage C.

4.4.1

Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) bevat het juridisch kader voor het ecologisch onderzoek. Hoofdstuk 2 van deze wet betreft de regels voor bescherming van de Natura-2000 gebieden. De wet is verder ingedeeld aan de hand van de betreffende Europese richtlijnen. Het ‘beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’ staat in § 3.1, het ‘beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ in § 3.2 en het ‘beschermingsregime andere soorten’ in § 3.3. Verder geldt een algemene zorgplicht op basis van art. 1.11 voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationaal natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten. Gebiedsbescherming Het onderdeel gebiedsbescherming is gericht op het beschermen en in stand houden van bijzondere gebieden in Nederland. Art. 2.7 lid 2 Wnb bepaalt dat voor het realiseren van projecten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen verstoren een vergunning nodig is. De aanvrager van de vergunning dient hiervoor een voortoets of passende beoordeling op te stellen. De Natura 2000-gebieden hebben dus een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze zones plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Voor cumulatieve effecten dienen alle

Sectorale toetsen

3 2 32

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

activiteiten en plannen te worden betrokken, die op dezelfde instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden negatieve effecten kunnen hebben als het eigen project/plan. Verder zijn op grond van art. 1.12 gedeputeerde staten verantwoordelijk voor de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming Dit onderdeel is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Wnb bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het opzettelijk doden of vangen, en het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Per beschermingsregime gelden verschillende verboden. Voor soorten uit de Vogelrichtlijn geldt het volgende verbod: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren; - Opzettelijk storen van vogels (tenzij dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding). Voor soorten uit de Habitatrichtlijn geldt het volgende verbod: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk verstoren; - Beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen of eieren.

Voor het beschermingsregime andere soorten geldt het volgende: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen. Gedeputeerde staten kunnen vrijstelling en ontheffing verlenen van verboden wanneer er voor een project geen alternatief is, het project nodig is ter bescherming van een specifiek (per regime bepaald) algemeen belang en de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Voor de effecten op soorten die zijn beschermd wordt gekeken naar effecten in de aanlegfase en in de gebruiksfase (met name aanvaringsslachtoffers vogels en vleermuizen). Bij aanvaringsslachtoffers wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de verschillende soorten vliegbewegingen van vogels en vleermuizen in de omgeving van het windpark (slaaptrek, foerageertrek).

4.4.2

Beoordeling Het volledige natuurrapport is te vinden in Bijlage C. 3 3

Sectorale toetsen

33

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Gebiedsbescherming De projectlocatie ligt niet nabij Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Hollands Diep’. Deze ligt op ruim 9 km afstand van de voorgenomen windturbine. De ligging van het project gebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden is weergegeven in Figuur 10. Figuur 10

Beoogde windturbine t.o.v. Natuur Netwerk Brabant & Natura 2000-gebieden

De realisatie van windturbine Hoge Zijpolder heeft naar alle waarschijnlijkheid geen op significant negatieve effecten op habitattypen of soorten waarvoor Natura 2000-gebieden in de omgeving zijn aangewezen. Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr). Ook voor broedvogels en niet- broedvogels worden geen significante effecten verwacht, omdat het plangebied geen of nauwelijks functie voor ze heeft en de windturbine geen barrière vormt voor passerende vogels uit de beschermde gebieden. Het aanvragen van een vergunning in kader van gebiedsbescherming Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk. Natuur Netwerk Nederland (NNN) De geplande windturbine staat buiten het Natuurnetwerk Brabant en er is eveneens geen sprake van overdraai. De aanleg en het gebruik van de windturbine Hoge Zijpolder leidt met zekerheid ook niet tot aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB. In de omgeving van het projectgebied zijn ook geen overige beschermde gebieden binnen de invloedssfeer van het projectgebied aanwezig. 3 4 Sectorale toetsen

34

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

Op circa 150 m ten zuiden van de planlocatie liggen wel onderdelen van het Natuurnetwerk Brabant. Deze delen hebben als beheertype ‘Beek en bron’, ‘Kruidenen faunarijk grasland’, ‘Zoete plas’ en ‘Hoog- en laagveenbos’. Met uitzondering van het laatste beheertype betreffen de doelsoorten uitsluitend, planten, vissen en libellen. De geplande windturbine zal op deze soorten geen effect hebben en dus de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk niet aantasten. Het beheertype ‘Hoog- en laagveenbos’ heeft weliswaar enkele broedvogels als doelsoort, maar gelet op de afstand tussen betreffende bospercelen en de geplande turbine (>400m) zijn ook voor dit beheertype geen effecten te verwachten. Soortenbescherming In de exploitatiefase van de windturbine zal er sprake zijn van jaarlijkse sterfte van vleermuizen en vogels. Dit als gevolg van aanvaringen met de draaiende rotorbladen. Op voorhand kan worden aangenomen dat een ontheffingaanvraag Wet natuurbescherming voor sterfte van vogels en vleermuizen noodzakelijk is. In de natuurtoets wordt voor voorziene sterfte van vogels en vleermuizen een lijst met soorten opgenomen en een toetsing aan de gunstige staat van instandhouding van de betrokken soorten.

Gelet op het feit dat het slechts om één windturbine gaat, zal dat de gunstige staat van instandhouding van betreffende soorten niet in het geding komen en kan een ontheffing, naar alle waarschijnlijk, worden verleend. Het plangebied heeft geen betekenis voor strikt beschermde soorten flora, vissen, amfibieën, reptielen en grondgebonden zoogdieren / zeezoogdieren, ongewervelden en overige fauna. Het plangebied biedt voor dergelijke beschermde soorten ook geen geschikt leefgebied, dan wel komen er algemene beschermde soorten voor waarvoor bij ruimtelijke ontwikkelingen een algemene provinciale vrijstelling geldt. Een ontheffing soortbescherming voor overige beschermde soorten is hierdoor niet aan de orde. Zorgplicht ter voorkoming van verstoring in bijvoorbeeld de bouwfase blijft wel van toepassing.

4.4.3

Conclusie De werkzaamheden kunnen in overeenstemming met de bepalingen uit de wet worden uitgevoerd door zorgvuldig te handelen en het nemen van een enkele preventieve maatregelen t.a.v. vogels. Het aanvragen van een ontheffing soortenbescherming Wnb is noodzakelijk voor het verstoren en/of onopzettelijk doden van vogels en vleermuizen als gevolg van aanvaringen met de rotorbladen. Nader veldonderzoek is noodzakelijk en mogelijk zal er voor de Wnb-aanvraag nog een verdiepingsslag worden uitgevoerd. Het aanvragen van een vergunning op grond van de gebiedsbescherming uit de Wnb is alleen aan de orde wanneer blijkt dat significant negatieve effecten niet op voorhand zijn uitgesloten. Omdat voor eventuele effecten voor gebieds- en soortenbescherming een vergunning respectievelijk ontheffing Wnb zal worden aangevraagd, staat het onderdeel uitvoering van het project niet in de weg. 3 5

Sectorale toetsen

35

Windturbine Hoge Zijpolder Ruimtelijke onderbouwing

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Toetsingskader Vanwege de kans op falen kunnen windturbines een risico opleveren voor de omgeving. Bij de toetsing op veiligheidsaspecten wordt gebruik gemaakt van verschillende (wettelijke) kaders. (Beperkt) kwetsbare objecten De normstelling omtrent windturbines en objecten waar personen verblijven volgt uit het Activiteitenbesluit: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=57ea20cd-70b4-4e49-b060-0e2c99d5c5b4