CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

raadsvoorstel Oh zienswijze reg nota VP definitief (versie 3 nov) gemeente Oosterhout

Raad besluit 22 januari 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Reactie op brieven van de gemeenten Altena en Oosterhout over het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden3.153 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Datum raadsvergadering Zaaknummer raadsvoorstel Portefeuillehouder

7 november 2023 ZN1027001 KOP-groep grip op verbonden partijen, de raadsleden Ziya Içli, Theo van Kuijck en Harm Mertens

Onderwerp Zienswijze op concept regionale nota verbonden partijen Voorgesteld besluit 1. Een zienswijze in te dienen op de concept regionale nota verbonden partijen met als kernpunten: a. vertaal de nota naar een zo compact en zo concreet mogelijke afsprakenset en vraag de raden enkel over die afspraken een besluit te nemen; b. de invulling van de actieve informatieplicht en het correct betrekken van de raad via bijeenkomsten of zienswijzen is en blijft een verantwoordelijkheid van het college en de verbonden partij, waarbij maatwerk per regeling en per situatie voorop staat; c. voeg aan de afspraken toe dat gemeenschappelijke regelingen openbaar (via overheid.nl) kennis geven van hun vergaderingen en vergaderstukken; d. regel zo veel mogelijk in de reguliere P&C- en beleidscyclus en maak daarbij inhoudelijke wijzigingen expliciet; e. we zien graag dat colleges en gemeenschappelijke regelingen een regionaal overlegplatform van raadsleden gaan benutten als klankbordgroep voor de invulling van de regionale informatievoorziening; dit platform moet op districtelijke samenhang worden gebaseerd (WBO/Baronie-WBW/Markiezaat) en moet gericht zijn op procesmatige afstemming, dus zonder inhoudelijk mandaat. Inhoud blijft aan de gemeenteraden; f. gemeenschappelijke regelingen en raden zijn vrij om het initiatief te nemen een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen.

Daarbij worden niet bij voorbaat: i. regelingen uitgesloten; ii. keuzes gemaakt uit de drie taken die deze adviescommissie volgens de Wgr kan hebben; iii. een extra vergoeding aan de leden ingesteld: lidmaatschap van een gemeenschappelijke adviescommissie behoort in beginsel tot het normale raadswerk, er is bovendien al een mogelijkheid tot het vergoeden van reiskosten. 2. Een zienswijze in te dienen op de regionale adviezen (bijlage 1 bij de nota) met als kernpunten: a. Koppel deze bijlage los van de nota; b. Faciliteer de raden door een schematisch overzicht te geven van de wettelijke bepalingen uit de Wgr waaraan raden de wijzigingen van de regelingen kunnen toetsen; c. Stel eventuele adviezen over de invulling van de keuzeruimte pas op nadat raadsleden daarover in een regionale bijeenkomst met elkaar in gesprek hebben kunnen gaan; d. t.a.v. de nu al opgestelde adviezen in bijlage 1 bij de nota: i. GR-en richten eventuele participatietrajecten in overleg met gemeenten in; ii. Experimenteer met een gemeenschappelijke adviescommissie, waarbij wij er voorstander van zijn om dit te doen bij een beleidsrijke samenwerking op het schaalniveau van de WBO/Baronie en/of SRBT;

iii. Opsommingen in de regionale nota of in een regeling van onderwerpen waarop een zienswijze kan worden uitgebracht hebben geen limitatief karakter. 3. Deze zienswijzen te delen met alle gemeenteraden in WBO/De Baronie, met daarbij het verzoek aan de raden om zich uit te spreken over een regionaal overlegplatform op het schaalniveau WBO/De Baronie; 4. Twee maal per jaar in een gemeentelijke brede informatieavond bijgepraat te willen worden over de actuele inhoudelijke ontwikkelingen in de samenwerkingen. Samenvatting Gemeenten hebben een belangrijk deel van hun taken ondergebracht in samenwerkingsverbanden; deze samenwerkingsverbanden worden ook wel aangeduid als verbonden partijen (VP). De WestBrabantse gemeenten hanteren op dit moment zes afspraken voor deze VP. In de regionale conceptnota VP worden deze afspraken geactualiseerd en aangevuld, waarbij rekening is gehouden met de uitkomsten van de evaluatie van de huidige afspraken en met de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr). Door de gewijzigde Wgr moeten alle gemeenschappelijke regelingen (GR-en) worden aangepast. Deze wijzigingen worden later dit jaar voorgelegd aan de raden voor een zienswijze. In bijlage 1 bij de conceptnota wordt daar op voorgesorteerd met een regionaal advies over de invulling van de keuzeruimte die GR-en daarbij hebben.

Aan de raad wordt voorgesteld om zienswijzen uit te brengen op zowel de nota als op bijlage 1 bij de nota. De zienswijzen gaan o.a. over: - het benutten van de wettelijke instrumenten en niet meer regelen dan nodig is; - het omvormen van de nota naar een compacte, concrete afsprakenset om deze voor zowel gemeenten als verbonden partijen goed toepasbaar en kenbaar te maken; - het beperken van bijlage 1 tot een feitelijke opsomming, zonder interpretatie of advies. Aanleiding De nota wordt geactualiseerd zodat de regionale werkwijze beter aan gaat sluiten op de uitkomsten van de evaluatie van de huidige regionale nota en op de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De bestuurlijk opdrachtgevers (drie burgemeesters) en de ambtelijk opdrachtnemers (twee gemeentesecretarissen en drie griffiers) hebben een zorgvuldig traject doorlopen, met betrokkenheid van verbonden partijen. Dat heeft geleid tot een concept voor de regionale nota verbonden partijen. De gemeenteraden in West-Brabant kunnen tot 1 november een zienswijze uitbrengen over de conceptnota. Kader De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt de basis voor publiekrechtelijke samenwerking. Het Burgerlijk wetboek (BW) is de basis voor privaatrechtelijke samenwerking. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) regelt dat gemeenten: - in hun begroting een paragraaf VP opnemen (art. 9.2 en art.

15) - in het programmaplan per programma de doelstellingen opnemen met.de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen (art. 8.3). Wat willen we bereiken? Het vastleggen van afspraken biedt duidelijkheid aan alle partijen over rollen en verwachtingen. Uniforme afspraken met gemeenten dragen er aan bij dat de samenwerkingsverbanden hun P&Ccyclus uniform en daardoor doelmatig kunnen inrichten. Door het vastleggen van deze procedurele afspraken kan het gesprek met en over de samenwerkingsverbanden zich meer richten op de inhoud: wat dragen de verbonden partijen bij aan de gemeentelijke doelstellingen en hoe kunnen gemeenten daar invloed op uitoefenen? Dit bevordert het doeltreffend functioneren van de samenwerkingsverbanden.

Argumenten en kanttekeningen bij het voorgestelde besluit De nota regelt een aantal belangrijke zaken Als veel partijen met elkaar samenwerken, is het belangrijk om een aantal basisafspraken vast te leggen. Zo zien wij de nota: als een relevante set van afspraken. De nota is wat ons betreft geen visie op regionale samenwerking. De nota is veelomvattend. Door het beslisdocument te beperken tot een compact overzicht van zo concreet mogelijk geformuleerde afspraken, zijn de afspraken beter kenbaar en daardoor makkelijker na te komen. De nota gaat gedegen in op afspraken over samenwerkingsverbanden die zijn ingericht. We missen afspraken over de fase die daaraan vooraf gaat. Dit komt wel enigszins aan bod in de inleiding (met een verwijzing naar een publicatie) en speelt ook in hoofdstuk 4, maar zou uitgebreider aandacht mogen krijgen. Breng raadsleden ook over deze nota regionaal met elkaar in contact In de aanbiedingsbrief bij de nota staat als één van de vier centrale elementen vermeld dat colleges de concept-zienswijzen delen met alle raden. De raad van Oosterhout vertrouwt er op dat -in lijn met de intentie achter die afspraak- de bestuurlijk opdrachtgevers de raden informeren over elkaars zienswijzen op de conceptnota.

Regionale afspraken over samenwerking - en dan met name de keuzes daarbinnen die van invloed zijn op de positie van de raden - lenen zich bij uitstek voor een regionale raadsledenbijeenkomst. Dat had eerder in het proces gekund, maar is alsnog wenselijk rondom de uitgebrachte zienswijzen. Raadsledenbijeenkomsten moeten kloppen qua schaal en verantwoordelijkheid De brief meldt het voornemen om te gaan experimenteren met radenbijeenkomsten. Doel van de bijeenkomsten is raden te informeren over en beter te betrekken bij de bijdragen aan maatschappelijke effecten die de verschillende vormen van intergemeentelijke samenwerking leveren. Allereerst, om verwarring te voorkomen, spreken wij liever over raadsledenbijeenkomsten dan over radenbijeenkomsten; het zijn immers niet de raden die -als bestuursorganen- bij elkaar komen, maar individuele raadsleden. De informatie in regionale raadsledenbijeenkomsten is een aanvulling, maar treedt niet in de plaats van de actieve informatieplicht van de colleges naar hun eigen raden. Wat ons betreft zou tijdens deze bijeenkomsten het onderlinge gesprek over de opgaven centraal moeten staan en niet - zoals nu regelmatig gebeurt - de regelingen, hun taken en hun bedrijfsvoering. Gemeentesecretarissen en griffiers zijn over de raadsledenbijeenkomsten in gesprek.

De bestuurlijk opdrachtgever beoogt de afspraken hierover in de toekomst vast te leggen in een convenant. Voor de schaal van de raadsledenbijeenkomsten wil hij aansluiten op de schaal waarop het regionale vraagstuk speelt; in veel gevallen zal dat de districtelijke schaal zijn. Wij steunen de veronderstelling in de begeleidende brief dat het district vaak de passende schaal zal zijn. Door het aantal gemeenten te beperken en doordat in een kleinere groep meer gemeenten dezelfde samenwerkingen gemeenschappelijk hebben, ontstaat een goede basis om daadwerkelijk met elkaar in gesprek te gaan. Wel blijft het zo dat de werkgebieden van de GR-en niet altijd samenvallen met de districtsgrenzen. Datzelfde geldt voor de schaal van de regionale problemen. De actieve informatieplicht geldt voor colleges én besturen van GR-en We willen graag dat raadsleden als klankbord worden betrokken bij de invulling van de informatievoorziening, maar colleges en besturen van GR-en blijven verantwoordelijk. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van de raadsledenbijeenkomsten ligt daarom wat ons betreft bij de colleges en bij de verbonden partijen. Een convenant zal dus vooral afspraken moeten bevatten tussen colleges – en in hun verlengde de ambtelijke organisaties en de verbonden partijen.

Hoewel voor de informatievoorziening maatwerk per regeling en per situatie voorop staat, willen we op één onderdeel een afspraak toevoegen: algemeen bestuursvergaderingen van regelingen moeten vooraf openbaar worden aangekondigd, vergaderstukken moeten vooraf worden gepubliceerd en besluitenlijsten van dagelijks bestuursvergaderingen (met onderliggende stukken) worden zo kort mogelijk na de vergadering gepubliceerd. Een aantal regelingen doet dit al (deels), maar niet allemaal. De agenda’s en vergaderstukken zijn belangrijk voor raadsleden om te kunnen volgen wat er speelt, vragen te kunnen stellen (passieve informatieplicht) of punten aan hun college mee te geven. De instrumenten die er al zijn, moeten eerst worden benut De wetgever heeft al veel geregeld rondom regionale samenwerking. Een conclusie uit de evaluatie van de huidige zes regionale afspraken is, dat het gesprek vooral over de inhoud van de samenwerking zou moeten gaan. In het BBV is daar ook aandacht voor: colleges moeten in de programma’s in de programmabegroting formuleren hoe de samenwerkingsverbanden bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente. Door dit goed te verwoorden in de programmabegroting, heeft de raad ook een goede basis voor het gesprek met zowel college als samenwerkingsverband over de inhoud.

Daarnaast zijn de beleidsproducten van zowel gemeente als GR een belangrijke bron van informatie voor de raad. Het meerjarenbeleidsplan van de GR leent zich ook goed om de meerjarige financiële kaders te verankeren. De vraag is dan ook of er, naast deze instrumenten, nog een noodzaak is om jaarlijks inhoudelijke richtlijnen te formuleren voor de GR-en. En om vierjaarlijkse financiële afspraken regionaal vast te leggen, los van deze reguliere P&C- en beleidsproducten. Voordeel van het formuleren van kaders in de reguliere producten is, dat een integrale afweging kan plaatsvinden en dat ook de expertise van de samenwerkingsverbanden beschikbaar is bij die afweging. Hoe wil de raad van Oosterhout de keuzeruimte uit de Wgr benutten? Met de wijziging van de Wgr beoogde de wetgever dat raadsleden beter in positie komen bij regionale samenwerking. Een aantal wijzigingen is verplicht en geldt al (1 juli 2022). Bij een aantal andere wijzigingen is er keuzeruimte: de regelingen moeten over bepaalde onderwerpen bepalingen bevatten, maar de inhoud van de bepalingen is -grotendeels- vrij. De regelingen moeten uiterlijk 1 juli 2024 zijn aangepast. De raden krijgen nog gelegenheid om daar wensen en bedenkingen en zienswijzen over uit te brengen. In bijlage 1 in de regionale nota staan al adviezen over de invulling van die keuzeruimte.

Raadsleden zouden eerst regionaal met elkaar in gesprek moeten kunnen gaan over hun ideeën bij de invulling van die keuzeruimte. De uitkomsten daarvan zouden betrokken moeten worden bij zo’n regionaal advies; dat advies kunnen colleges dan benutten bij hun voorstellen aan de raden over de wijzigingen die binnenkort voorgelegd gaan worden. Nu er voor gekozen is al regionale adviezen op te stellen, formuleren we een zienswijze op onderstaande punten. t.a.v. participatie Inwoners zijn vaak nauwelijks bekend met de gemeenschappelijke regelingen. Dat is niet erg. We blijven graag als gemeente zelf met onze inwoners in gesprek, ook voor taken die we bij samenwerkingen hebben ondergebracht. Wanneer er aanleiding is om inwoners te betrekken bij taken van een GR, dan wordt die participatie ingericht in overleg met gemeenten. Dit zodat wij goed invulling kunnen geven aan onze rol om deze trajecten meer bekendheid te geven onder onze inwoners. t.a.v. de gemeenschappelijke adviescommissie We vinden het van cruciaal belang dat de gemeente Oosterhout goed is aangehaakt op de regionale samenwerkingen, omdat die vaker dan we denken het leven van onze inwoners raken. Dat betekent ook iets voor de raad. Het deelnemen in een gemeenschappelijk adviescommissie kan een goede manier zijn om ook als raad beter aan te haken.

Wij zien graag een adviescommissie bij een beleidsrijke gemeenschappelijke regeling. De Baronie en/of SRBT lijken het meest logisch, maar daar ligt nu nog geen gemeenschappelijke regeling onder dus op korte termijn kunnen we daar geen adviescommissie instellen. Als dit in de toekomst

verandert, dan willen we graag hier wel een adviescommissie ondergebracht hebben. We horen graag van de raadsleden van de andere Baronie-gemeenten hoe zij aankijken tegen een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie bij de nieuwe Baronie-samenwerking. Ook vinden wij het belangrijk dat binnenkort een raadsledenbijeenkomst over de Baronie-samenwerking wordt georganiseerd. Dan is in een vroeg stadium duidelijk hoe raadsleden tegen de ontwikkeling van deze samenwerking aankijken en vormt dat niet het sluitstuk van het proces. t.a.v. de zienswijzen De wet stelt dat in de gemeenschappelijke regeling wordt opgenomen over welke onderwerpen de raad een zienswijze kan uitbrengen. De regionale nota geeft een opsomming van die onderwerpen en stelt dat deze onderwerpen kunnen worden aangevuld in de regelingen zelf. Omdat zich altijd onderwerpen of situaties kunnen aandienen die niet voorzien waren maar waar raden wel bij betrokken zouden moeten worden, vinden wij het belangrijk dat uit de nog te kiezen formulering in de regelingen duidelijk is dat de opsomming nooit limitatief bedoeld kan zijn. Met andere woorden: de formulering in de regeling mag geen excuus zijn om de raad in een bepaalde situatie niet de mogelijkheid te bieden om een zienswijze in te dienen.

Hoe willen we in onze eigen gemeente het gesprek voeren over de samenwerkingen? De regionale nota nodigt uit om na te denken over de manier waarop binnen onze gemeente regionale samenwerking onderwerp van gesprek is tussen raad en college. We zijn in dit kader blij met de toezegging van het college om in de toekomst intensiever actuele ontwikkelingen met ons te gaan delen. Aanvullend hierop zien we graag dat dat regionale samenwerking gestructureerd aandacht krijgt, omdat er belangrijke taken zijn belegd in samenwerkingsverbanden. We willen het college vragen om twee maal per jaar een brede informatieavond te organiseren over de actuele inhoudelijke ontwikkelingen binnen al onze samenwerkingsverbanden, de gevolgen daarvan voor Oosterhout en de rol en positie van raden in de besluitvorming de komende tijd. Hierdoor wordt helder wat er speelt en wat er de komende tijd van de gemeenteraad wordt gevraagd. De KOP groep wil meedenken over de invulling van de informatiebijeenkomsten. Inspraak en participatie De ambtelijk opdrachtnemers hebben met diverse verbonden partijen gesproken in het kader van de evaluatie en het voorbereiden van de conceptnota. Ook de verbonden partijen kunnen tot 1 november een zienswijze uitbrengen op de conceptnota.

Alternatieve oplossingsrichting(en) De regionale conceptnota met bijlagen is uitgebreid; bij vrijwel elke afspraak of advies is een alternatief denkbaar. Dit raadsvoorstel en de concept-zienswijzen zijn voorbereid met betrokkenheid van raadsleden. Financiën Het voorstel heeft geen financiële consequenties. Vervolg De bestuurlijk opdrachtgevers verwerken de zienswijzen en bieden naar verwachting in 2024 de -eventueel bijgestelde- nota voor besluitvorming aan. Oosterhout, 11 oktober 2023. KOP-groep grip op verbonden partijen, de leden Ziya Içli, Theo van Kuijck en Harm Mertens. Bijlagen 1. Voorzet voor een afsprakenset 2. Aanbiedingsbrief 3. Concept nota verbonden partijen

4. Nota Verbonden Partijen “zes kaderstellende spelregels” (2015) 5. Bewerking bijlage 1 van de regionale nota (schematisch overzicht wettelijke bepalingen)

RAADSBESLUIT Onderwerp:

Zienswijze op concept regionale nota verbonden partijen

Zaaknummer: ZN1027001 De raad van de gemeente Oosterhout, gelezen het voorstel van de KOP-groep grip op verbonden partijen van 11 oktober 2023, gelet op artikel 147a van de Gemeentewet, BESLUIT: 1. Een zienswijze in te dienen op de concept regionale nota verbonden partijen met als kernpunten: a. vertaal de nota naar een zo compact en zo concreet mogelijke afsprakenset en vraag de raden enkel over die afspraken een besluit te nemen; b. de invulling van de actieve informatieplicht en het correct betrekken van de raad via bijeenkomsten of zienswijzen is en blijft een verantwoordelijkheid van het college en de verbonden partij, waarbij maatwerk per regeling en per situatie voorop staat; c. voeg aan de afspraken toe dat gemeenschappelijke regelingen openbaar (via overheid.nl) kennis geven van hun vergaderingen en vergaderstukken; d. regel zo veel mogelijk in de reguliere P&C- en beleidscyclus en maak daarbij inhoudelijke wijzigingen expliciet; e. we zien graag dat colleges en gemeenschappelijke regelingen een regionaal overlegplatform van raadsleden gaan benutten als klankbordgroep voor de invulling van de regionale informatievoorziening; dit platform moet op districtelijke samenhang worden gebaseerd (WBO/Baronie-WBW/Markiezaat) en moet gericht zijn op procesmatige afstemming, dus zonder inhoudelijk mandaat. Inhoud blijft aan de gemeenteraden; f.

gemeenschappelijke regelingen en raden zijn vrij om het initiatief te nemen een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Daarbij worden niet bij voorbaat: i. regelingen uitgesloten; ii. keuzes gemaakt uit de drie taken die deze adviescommissie volgens de Wgr kan hebben; iii. een extra vergoeding aan de leden ingesteld: lidmaatschap van een gemeenschappelijke adviescommissie behoort in beginsel tot het normale raadswerk, er is bovendien al een mogelijkheid tot het vergoeden van reiskosten. 2. Een zienswijze in te dienen op de regionale adviezen (bijlage 1 bij de nota) met als kernpunten: a. Koppel deze bijlage los van de nota; b. Faciliteer de raden door een schematisch overzicht te geven van de wettelijke bepalingen uit de Wgr waaraan raden de wijzigingen van de regelingen kunnen toetsen; c. Stel eventuele adviezen over de invulling van de keuzeruimte pas op nadat raadsleden daarover in een regionale bijeenkomst met elkaar in gesprek hebben kunnen gaan;

d. t.a.v. de nu al opgestelde adviezen in bijlage 1 bij de nota: i. GR-en richten eventuele participatietrajecten in overleg met gemeenten in; ii. Experimenteer met een gemeenschappelijke adviescommissie, waarbij wij er voorstander van zijn om dit te doen bij een beleidsrijke samenwerking op het schaalniveau van de WBO/Baronie en/of SRBT; iii. Opsommingen in de regionale nota of in een regeling van onderwerpen waarop een zienswijze kan worden uitgebracht hebben geen limitatief karakter. 3. Deze zienswijzen te delen met alle gemeenteraden in WBO/De Baronie, met daarbij het verzoek aan de raden om zich uit te spreken over een regionaal overlegplatform op het schaalniveau WBO/De Baronie; 4. Twee maal per jaar in een gemeentelijke brede informatieavond bijgepraat te willen worden over de actuele inhoudelijke ontwikkelingen in de samenwerkingen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 november 2023, de raad voornoemd,

, voorzitter

, griffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=67140dc7-b347-4c63-9496-29a4567307d1