CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

plan (2)

Raad besluit 19 januari 2026, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Voorstel voor het wijzigen van het Omgevingsplan voor het verbieden van middelgrote logistiek en bedrijfsverzamelgebouwen op de bedrijventerreinen Vosdonk, Attelaken en Zwartenberg54.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; e. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of f. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.

Artikel 22.293 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.287 wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

73

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept

Artikel 22.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292 1.

Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292 hebben tekeningen een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.

2.

Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.

3.

Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.

4.

Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen: 1. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en 2. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; b. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.

Artikel 22.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument De artikelen 22.287 tot en met 22.294 zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument.

Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

Artikel 22.297 Omgevingsplanactiviteit: uitweg Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf; b. de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan; c. de te gebruiken materialen; en d. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.

Artikel 22.298 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het hebben van een alarminstallatie in, op of aan een onroerende zaak die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in een gemeentelijke verordening, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en de werking van de signalering; en b. twee waarschuwingsadressen, inclusief telefoonnummers en namen van contactpersonen.

Artikel 22.299 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand

74

1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand, identificeert de aanvrager op de aanduiding, bedoeld in artikel 7.3, onder d, van de Omgevingsregeling, iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer.

2.

Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

a. b. c. d.

de soort houtopstand; de locatie van de houtopstand op het voor-, zij-, of achtererf; de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.

Concept

Artikel 22.300 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken of voeren van handelsreclame op of aan een onroerende zaak met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en de afmetingen van de reclame; b. de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant; c. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en d. de tekst van de reclame.

2.

Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander.

Artikel 22.301 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van roerende zaken in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard van de roerende zaken; en b. de omvang van de opslag van de roerende zaken.

2.

Als een ander dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming roerende zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van die ander.

Subparagraaf 22.5.2.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

Paragraaf 22.5.3 Voorschriften [Vervallen]

Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg [Vervallen]

Hoofdstuk 23 SLOTBEPALINGEN Artikel 23.1 (citeertitel) Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Etten-Leur.

75

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Concept

archeologische verwachtingswaarde 1 /join/id/regdata/gm0777/2024/ec6ac303f9784df09eebf94afea91cad/nld@2024-08-28;07450728

76

archeologische verwachtingswaarde 2 /join/id/regdata/gm0777/2024/33dc6f241b67429caea5e24a6c7bdfa7/nld@202408-28;07450728 archeologische verwachtingswaarde 3

/join/id/regdata/gm0777/2024/070df6d814a14ea6a4f7c037507853b6/nld@202408-28;07450728

archeologische verwachtingswaarde 4 /join/id/regdata/gm0777/2024/29fdc50496284b79a245311b15b610dd/nld@202408-28;07450728 archeologische verwachtingswaarde 5

/join/id/regdata/gm0777/2024/007bf66c6491411faa7e023659283162/nld@202408-28;07450728

archeologische verwachtingswaarde 6

/join/id/regdata/gm0777/2024/e7db468afb61402eb9327a8cf838d31f/nld@202408-28;07450728

bedrijvigheid

/join/id/regdata/gm0777/2025/3fbf7204dd3843eab9f1553236ed5e4e/nld@202512-10;15172394

bedrijvigheid in werkgebieden

/join/id/regdata/gm0777/2025/d8bb9427319346a98be73e9d1925da80/nld@202512-10;15172394

beperking bedrijfsverzamelgebouwen /join/id/regdata/gm0777/2025/3d6a46e1211444bc9c0d81a566ec8739/nld@202512-10;15172394 beperking grootschalige logistiek

/join/id/regdata/gm0777/2025/3f371f237dca4cde8c4581bd017a7fb0/nld@202512-10;15172394

beperking middelgrote logistiek

/join/id/regdata/gm0777/2025/fdc0cf96a2644a068730ec7a1aec8aea/nld@202512-10;15172394

werkgebieden

/join/id/regdata/gm0777/2025/c0d88cdebe0e4f9299157a0c3a14be09/nld@2025-12-10;15172394

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Bijlage II BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN

Concept

Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:

77

aansluitafstand:

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein:

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

AS SIKB 2000:

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018;

bebouwingsgebied:

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

BRL SIKB 2000:

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013;

BRL SIKB 7000:

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015;

concentratiegebied geurhinder en veehouderij:

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

distributienet voor warmte:

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

geurgevoelig object:

a.

b.

gebouw: 1. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

gezoneerd industrieterrein:

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

ISO 11423-1:

ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; en b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie: 1. rundvee tot 24 maanden; 2. kalkoenen; 3. eenden; of 4. parelhoenders;

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept 78

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

NEN 5725:

NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

NEN 5740:

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090:

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578:

NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

NEN 6589:

NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1:

NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965:

NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966:

NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 858-1/A1:

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2:

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

NEN-EN 872:

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN 1825-1:

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2:

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 12566-1:

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673:

NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693:

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;

NEN-EN-ISO 2813:

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

NEN-EN-ISO 5667-3:

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept 79

NEN-EN-ISO 5815-1:

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2:

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.

NEN-EN-ISO 9377-2:

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de mineraleolie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gaschromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562:

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-EN-ISO 10301:

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523:

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885:

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846:

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1:

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2:

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 15587-1:

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2:

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680:

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;

NEN-EN-ISO 15682:

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913:

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;

NEN-EN-ISO 17294-2:

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

NEN-EN-ISO 17852:

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;

NEN-EN-ISO 17993:

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept 80

NEN-ISO 15705:

NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;

NEN-ISO 15923-1:

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;

straatpeil:

a.

b.

warmteplan:

Concept

voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

(van 10-12-2025 16:19)

Bijlage III BIJ ARTIKEL 1.1, DERDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN Voor de toepassing van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:

Concept

middelgrote logistiek

81

Gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van tussen de 1 en 3 hectare, waarop bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- (met uitzondering van productielogistiek, waarbij rekening gehouden wordt met regionale meerwaarde) of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit.

bedrijfsverzamelgebouwen Een gebouw op een bouwperceel, dat dient voor de huisvesting van drie of meer verschillende bedrijven, waarbij eventueel faciliteiten, zoals ICT-voorzieningen, parkeervoorzieningen en vergaderruimtes, gedeeld worden of kunnen worden en waarbij de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van een bedrijf. gebruiksoppervlakte

Bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580.

productielogistiek

Onderdeel van de productieketen dat zich richt op de beheersing en optimalisatie van de goederenstroom binnen een productieomgeving, vanaf de ontvangst en opslag van inkomende grondstoffen tot het moment dat een eindproduct voor de onderneming is gerealiseerd. Als de onderneming halffabricaten produceert, worden deze beschouwd als het eindproduct binnen de productieketen.

eindproduct

Een product dat voltooid en klaar is voor verkoop of consumptie.

grootschalige logistiek

Gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit.

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Bijlage IV Bijlage bij subparagraaf 3.2.5.2 van dit omgevingsplan 1 tabel bij subparagraaf 3.2.5.2 van dit omgevingsplan

Concept

Artikelen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, waarop subparagraaf 3.2.5.2 voorgaat.

82

Tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (bestemmingsplannen).

Onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, waar subparagraaf 3.2.5.2 voorrang op heeft.

Withofcomplex en omgeving NL.IMRO.0777.0010WITHOFCOMPLEX

Artikel 16 Waarde – Archeologie 1 Artikel 17 Waarde – Archeologie 2

Attelaken NL.IMRO.0777.0015ATTELAKEN

Artikel 21 Waarde – Archeologie 1 Artikel 22 Waarde – Archeologie 2

Bedrijventerrein Zwartenberg NL.IMRO.0777.0016ZWARTENBERG

Artikel 10 Waarde – Archeologie 3 Artikel 11 Waarde – Archeologie 4

Grauwe Polder NL.IMRO.0777.0017GRAUWEPOLDER

Artikel 13 Waarde – Archeologie 1

Markt-Centrum e.o. NL.IMRO.0777.0022MARKTCENTRUMEO

Artikel 28 Waarde – Archeologie 1 Artikel 29 Waarde – Archeologie 3

Sander-Banken NL.IMRO.0777.0023SANDERBANKEN

Artikel 20 Waarde – Archeologie 1 Artikel 21 Waarde – Archeologie 2

Brandseweg-Keen NL.IMRO.0777.0024BRANDSEWEGKEEN

Artikel 24 Waarde – Archeologie 1 Artikel 25 Waarde – Archeologie 2 Artikel 26 Waarde – Archeologie 3 Artikel 27 Waarde – Archeologie 4 Artikel 28 Waarde – Archeologie 5

Buitengebied NL.IMRO.0777.0027BUITENGEBIED

Artikel 26 Waarde – Archeologie 1 Artikel 27 Waarde – Archeologie 2 Artikel 28 Waarde – Archeologie 3 Artikel 29 Waarde – Archeologie 4

Etten Zuid NL.IMRO.0777.0028ETTENZUID

Artikel 21 Waarde – Archeologie 1

Landgoed De Schuitvaart NL.IMRO.0777.0037SCHUITVAART

Artikel 9 Waarde – Archeologie 1 Artikel 10 Waarde – Archeologie 2 Artikel 11 Waarde – Archeologie 3

Spoorzone Noord NL.IMRO.0777.0040SPOORZONE

Artikel 15 Waarde – Archeologie 2

Bisschopsmolenstraat-Voorvang NL.IMRO.0777.0051BMOLENVOORVANG

Artikel 4 Waarde – Archeologie 1

Lange Brugstraat 130 NL.IMRO.0777.0060LBRUGSTRAAT130

Artikel 7 Waarde – Archeologie 2

Het Withof NL.IMRO.0777.0068HETWITHOF

Artikel 4 Waarde – Archeologie 1

Etten West – De Grient NL.IMRO.0777.0069ETTENWGRIENT

Artikel 18 Waarde – Archeologie 1 Artikel 19 Waarde – Archeologie 2 Artikel 20 Waarde – Archeologie 3

Schoenmakershoek NL.IMRO.0777.0074SCHOENWEST

Artikel 19 Waarde – Archeologie 1

Stijn Streuvelslaan 42-KSE NL.IMRO.0777.0075SSTREUVELSLN42

Artikel 18 Waarde – Archeologie 1 Artikel 19 Waarde – Archeologie 2

Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk NL.IMRO.0777.0076HER1VOSDONK

Artikel 19 Waarde – Archeologie 1 Artikel 20 Waarde – Archeologie 2 Artikel 21 Waarde – Archeologie 3 Artikel 22 Waarde – Archeologie 4

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept 83

Stationsstraat 23-d’n Overkant NL.IMRO.0777.0077STATIONSSTR23

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 3

Buitengebied, Rijsbergseweg 74 NL.IMRO.0777.0078RIJSBWEG74

Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3

Grauwe Polder 86-88 NL.IMRO.0777.0081GRPOLDER8688

Artikel 6 Waarde – Archeologie 4

Wijzigingsplan Buitengebied, Haansberg 108 NL.IMRO.0777.0083WPHAANSB108

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Etten Oost NL.IMRO.0777.0084ETTENOOST

Artikel 22 Waarde – Archeologie 1 Artikel 23 Waarde – Archeologie 3 Artikel 24 Waarde – Archeologie 4

Herziening 1 Lange Brugstraat 130 NL.IMRO.0777.0091HER1LBRUGST130

Artikel 7 Waarde – Archeologie 2

Westpolderplas NL.IMRO.0777.0098WESTPOLDERPLAS

Artikel 6 Waarde – Archeologie 2 Artikel 7 Waarde – Archeologie 3 Artikel 8 Waarde – Archeologie 4

Bierdragerspad NL.IMRO.0777.0127BIERDRAGERSPAD

Artikel 5 Waarde – Archeologie 1

Menmoerhoeve Zundertseweg 66 - 66a NL.IMRO.0777.0129MENMOERHOEVE

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3 Artikel 10 Waarde – Archeologie 4

Van Bergenpark NL.IMRO.0777.0134VANBERGENPARK

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2

Couperuslaan NL.IMRO.0777.0139COUPERUSLAAN

Artikel 5 Waarde – Archeologie 1

Partiële herziening Buitengebied NL.IMRO.0777.0145PHBUITENGEBIED

Artikel 26 Waarde – Archeologie 1 Artikel 27 Waarde – Archeologie 2 Artikel 28 Waarde – Archeologie 3 Artikel 29 Waarde – Archeologie 4

Kloostervelden NL.IMRO.0777.0147KLOOSTERVELDEN

Artikel 9 Waarde – Archeologie 1

Loon- en grondwerkbedrijf de Regt NL.IMRO.0777.0151LGWBDEREGT

Artikel 9 Waarde – Archeologie 1 Artikel 10 Waarde – Archeologie 2 Artikel 11 Waarde – Archeologie 4

Bankenstraat 13 NL.IMRO.0777.0153BANKENSTR13

Artikel 6 Waarde – Archeologie 4

Van ‘t Hoffstraat NL.IMRO.0777.0154VANTHOFFSTR

Artikel 6 Waarde – Archeologie 1

Wijzigingsplan Buitengebied, Lochtsepad 13 NL.IMRO.0777.0155WPLOCHTSEPAD13

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Achter de Molen 9, binnenterrein NL.IMRO.0777.0156ACHTERDEMOLBIN

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1

Wijzigingsplan Buitengebied, Hoge Bremberg 33C NL.IMRO.0777.0157WPHBREMBERG33C

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Bankenstraat 19-21 a/b NL.IMRO.0777.0158BANKENST1921AB

Artikel 6 Waarde – Archeologie 2 Artikel 7 Waarde – Archeologie 4

Hoge Neerstraat 2 NL.IMRO.0777.0161HOGENEERSTR2

Artikel 9 Waarde – Archeologie 1

Wijzigingsplan Buitengebied, Lage Donk 38 NL.IMRO.0777.0171WPLAGEDONK38

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept 84

Wijzigingsplan Buitengebied, Molenaarsstraat 8 NL.IMRO.0777.0172WPMOLENAARSTR8

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Zandspui 45 NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Spoorlaan 19 NL.IMRO.0777.0175SPOORLAAN19

Artikel 5 Waarde – Archeologie 3

Wijzigingsplan Buitengebied, Lage Bremberg 5 NL.IMRO.0777.0176WPLBREMBERG5

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Zundertseweg 38 NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38

Artikel 6 Waarde – Archeologie 4

Wijzigingsplan Buitengebied, Heigatstraat 10 NL.IMRO.0777.0178WPHEIGATSTR10

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Zundertseweg 68 NL.IMRO.0777.0179WPZUNDERTSEW68

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Natuurontwikkeling KelsdonkZwermlaken NL.IMRO.0777.0182WPNATKELSZWERM

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Voedselbos Bollendonk NL.IMRO.0777.0184WPVOEDBOLDONK

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Heigatstraat 9 NL.IMRO.0777.0185WPHEIGATSTR9

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Reconstructie N389 NL.IMRO.0777.0186BPRECONSTRN389

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 4

Schuitvaartjaagpad 13 NL.IMRO.0777.0187SCHUITVRTJGP13

Artikel 6 Waarde – Archeologie 2

Midden Donk 2 NL.IMRO.0777.0189MIDDENDONK2

Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3

Wijzigingsplan Buitengebied, Windgat 35 NL.IMRO.0777.0190WPWINDGAT35

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Deurnestraat 2 en 2A NL.IMRO.0777.0192DEURNESTR2EN2A

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Bollenstraat 15 NL.IMRO.0777.0193WPBOLLENSTR15

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Hilsebaan 319 NL.IMRO.0777.0194WPHILSEBAAN319

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Haansberg 146 NL.IMRO.0777.0195WPHAANSBERG146

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Bisschopsmolenstraat NL.IMRO.07770000PCP096-

Artikel 11 Archeologisch waardevol gebied

Centrum Leur NL.IMRO.07770000PCP097-

Artikel 17 Archeologisch waardevol gebied (dubbelbestemming)

Kom Leur NL.IMRO.07770000PCP009-

Artikel 15 Waarde - Archeologie

Korte Brugstraat 55/55a NL.IMRO.077700000160WPKBRUGSTR5-

Gewijzigd via bestemmingsplan Kom Leur

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Artikelsgewijze Toelichting

Concept

Artikel 1.1 Begripsbepalingen In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB’s geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22. Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling.

Artikel 3.1 Voorrangsbepaling archeologie Hoofdstuk 22 van de Omgevingswet bevat overgangsrecht. In artikel 22.6, eerste lid, is bepaald dat bij de vaststelling van een omgevingsplan de voor een locatie geldende regels alleen alle tegelijk kunnen komen te vervallen. De artikelen met betrekking tot archeologie uit de voormalige bestemmingsplannen, zoals deze in tabel III bij dit omgevingsplan zijn opgenomen, kunnen niet komen te vervallen zonder dat ook de andere in de bestemmingsplannen opgenomen regels komen te vervallen. De juridische oplossing is het opnemen van een voorrangsregel. Artikel 3.1 bevat een voorrangsregel die ervoor zorgt dat de nieuwe regels in subparagraaf 3.2.5.2. van dit omgevingsplan voorgaan op de regels uit de voormalige bestemmingsplannen (het tijdelijk deel van het omgevingsplan) voor zover deze regels zijn opgenomen in bijlage III van dit omgevingsplan. De regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan komen in deze constructie niet te vervallen en blijven ook raadpleegbaar.

Artikel 3.2 Toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologische waardevolle gebieden Met het oog op de doelen van de wet kunnen, op grond van artikel 4.1 van de wet, in het omgevingsplan regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. In subparagraaf 3.2.5.2 worden regels gesteld over activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingswaarden. Op grond van artikel 5.130 Bkl worden in een omgevingsplan in ieder geval regels worden gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed. Artikel 3.2 van het omgevingsplan bepaalt het toepassingsbereik van de regels in subparagraaf 3.2.5.2 van dit omgevingsplan. Eerste lid: In het eerste lid is bepaald dat subparagraaf 3.2.5.2. gaat over het verrichten van activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de archeologische waarde. De activiteiten die worden verricht in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde en waarvoor de regels gelden worden in het tweede en het derde lid uiteengezet. Tweede lid: De activiteiten waarop de regels uit subparagraaf 3.2.5.2. van toepassing zijn worden in dit lid genoemd. Het betreft een niet limitatieve opsomming. De in het tweede lid genoemde activiteiten zijn een verbijzondering van de algemene omgevingsplanactiviteit.

De sloopactiviteit is niet opgenomen in dit lid. Dit wil niet zeggen dat er bij het uitvoeren van de sloopactiviteit in de bodem kan worden geroerd zonder onder het vergunningplichtig stelsel te vallen. Voor het slopen geldt op grond van het besluit bouwwerken leefomgeving geen omgevingsvergunningplicht, tenzij sprake is van een monument. Bij de sloopactiviteit wordt de grond in beginsel niet geroerd. Wanneer er wel gegraven moet worden in de bodem (bijvoorbeeld bij het verwijderen van fundering of het verwijderen van vloeren) vindt er naast de sloopactiviteit ook een omgevingsplanactiviteit, meer specifiek het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid plaats. Graafwerkzaamheden en het afgraven van gronden, waaronder het verwijderen van bestaande funderingen en het verwijderen van vloeren valt onder deze verbijzondering van de omgevingsplanactiviteit (zie het derde lid). Op deze manier valt de sloopactiviteit binnen het vergunningplichtig stelsel van het omgevingsplan op het moment dat in de bodem zal worden geroerd. Derde lid: Zoals in het tweede lid is aangegeven is het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid een verbijzondering van de algemene omgevingsplanactiviteit. Dit brengt onduidelijkheid over de definitie van deze activiteit met zich mee.

In het derde lid is daarom een niet limitatieve opsomming opgenomen wat in ieder geval als een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid wordt gezien voor de toepassing van subparagraaf 3.2.5.2.

85

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Artikel 3.3 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op het behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorisch erfgoed, zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet.

Concept

Artikel 3.4 Aanwijzing gebieden met een archeologische verwachtingswaarde De actualisatie van het archeologiebeleid heeft geleid tot een rapport waarin verschillende archeologische verwachtingswaarden zijn opgenomen. Dit rapport is aanleiding geweest om het nieuwe archeologiebeleid vast te stellen. Door de gemeenteraad zijn zes verwachtingswaarden vastgesteld. Deze vastgestelde verwachtingswaarden komen in artikel 3.4 terug in het omgevingsplan.

Artikel 3.5 Aanwijzing vergunningplicht archeologie Het eerste tot en met het vijfde lid: De verwachtingswaarden zoals opgenomen in artikel 3.4 worden in artikel 3.5 gekoppeld aan een vergunningplicht. De vergunningplicht voor een omgevingsvergunning archeologie is niet op zichzelf vergunningplichtig. Slechts wanneer sprake is van in artikel 3.2 genoemde activiteiten en de bodemingreep buiten de vrijstellingen, zoals opgenomen in artikel 3.5 vallen, is een omgevingsvergunning voor archeologie vereist. Het eerste tot en met het vijfde lid bevat voor archeologische verwachtingswaarde 1 tot en met archeologische verwachtingswaarde 5 een vergunningplicht. Per verwachtingswaarde is een vrijstelling van de vergunningsplicht opgenomen in het betreffende lid. Enkel wanneer zowel een groter oppervlakte wordt geroerd én dieper wordt geroerd dan in de op de plek geldende verwachtingswaarde is vrijgesteld, geldt er een vergunningplicht. Op grond van artikel 5.130, vierde lid, moet in het omgevingsplan zijn bepaald dat de gestelde regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2 (tenzij een andere oppervlakte is vastgesteld). Met de regels zoals opgenomen in artikel 3.5 van het omgevingsplan wordt voldaan aan de instructieregel uit het Bkl.

Zesde lid: Op grond van de Europese richtlijn voor de milieueffectrapportage (mer-richtlijn) is voor bepaalde plannen en projecten een mer-beoordeling nodig voorafgaand aan het nemen van een besluit over het vaststellen van het plan of het toestaan van het project. Bijlage V is een bijlage bij de artikelen 11.6, 11.7 en 11.8 van het Omgevingsbesluit en bevat projecten, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, onder a, van de wet waarvoor bij een mer-(beoordelings)plicht geldt. Voor de werking van artikel 3.5, lid 6 van het omgevingsplan wordt kolom 3 van bijlage 5 van het Omgevingsbesluit buiten beschouwing gelaten. Artikel 3.5, lid 6 van het omgevingsplan legt de vergunningplicht enkel op in het geval uit bijlage V, kolom 2 van het Omgevingsbesluit een mer-plicht geldt. In de praktijk zal artikel 3.5, lid 6 van het omgevingsplan enkel kunnen worden toegepast bij grootschalige ingrepen die mer-plichtig zijn. Door de vrijstellingsgrenzen die zijn opgenomen in artikel 3.5, lid 1 tot en met 5 en de verplichting om in geval van een initiatief die onder deze vrijstellingsgrenzen vallen, maar waarvoor in bijlage V van het Omgevingsbesluit een mer-plicht geldt vallen kleinere initiatieven niet binnen het verbod om zonder een omgevingsvergunning de activiteiten als bedoeld in artikel 3.2, lid 2 van het omgevingsplan uit te voeren.

Dit terwijl de vergunningplicht die in artikel 3.5, lid 6 van het omgevingsplan ontstaat, er bij grootschalige ingrepen die op grond van bijlage V van het Omgevingsbesluit mer-plichtig zijn, toe leidt dat er grootschalige archeologische patronen in kaart kunnen worden gebracht. Zevende lid :In het zevende lid is de verplichting opgenomen om een omgevingsvergunning aan te vragen wanneer de initiatiefnemer de activiteiten splitst om onder de vrijstelling te blijven uit het eerste tot en met het vijfde lid. Op deze manier wordt voorkomen dat archeologische waarden worden geschaad.

Artikel 3.6 Uitzonderingen vergunningplicht archeologie In artikel 3.6 van het omgevingsplan zijn gevallen aangewezen waarvoor de vergunningplicht en het bijkomende archeologisch onderzoek niet van toepassing is. Deze lijst is limitatief. Artikel 3.6 van het omgevingsplan kent twee leden. Hieronder is per lid aangegeven om welke reden er een uitzondering op de vergunningplicht als opgenomen in artikel 3.5 van het omgevingsplan geldt. Eerste lid A. Activiteiten waarvoor de grond moet worden geroerd tot boven de vrijgestelde oppervlakte en diepte voor het op die locatie geldende archeologische verwachtingswaarde en het normale onderhoud en beheer

86

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

betreffen zijn vrijgesteld van de in artikel 3.5 van het omgevingsplan gestelde vergunningplicht. Wat precies kan worden verstaan onder normaal onderhoud en beheer is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Concept

B. Het roeren in gronden waar naar het oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische grondlaag is vrijgesteld van de vergunningplicht. Het verstoren van archeologische waarden valt hier redelijkerwijs niet te verwachten. C. Wanneer activiteiten in een reeds verleende omgevingsvergunning zijn toegestaan is niet nogmaals een vergunning vereist om de grond te roeren. D. Voor het roeren van de grond in het kader van archeologisch onderzoek is geen vergunning vereist wanneer dit onderzoek wordt verricht door een gecertificeerde instantie. De regels in het omgevingsplan met betrekking tot archeologie zijn, op grond van artikel 3.3 van het omgevingsplan, gesteld met het oog op het behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorische waarde. De verplichting tot het aanvragen van een omgevingsvergunning is dan ook ter bescherming van archeologisch waardevolle gebieden tegen ingrepen van partijen die geen kennis van zaken hebben. De in dit artikel van het omgevingsplan genoemde gecertificeerde instantie heeft kennis van zaken en zal archeologische waarden niet schaden. Tweede lid In het tweede lid van dit artikel is een verbod, als bedoeld in artikel 3.5 van het omgevingsplan, niet van toepassing verklaard in een gebied met archeologische verwachtingswaarde 6.

In een gebied met archeologische verwachtingswaarde 6 is reeds onderzoek verricht en geconcludeerd dat hier geen archeologische waarden aanwezig zijn of is er geen gegronde verwachting van archeologische verwachtingswaarden.

Artikel 3.7 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning archeologie voor bouwen In de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:2) en in de Omgevingsregeling (artikel 7.3 en 7.4) staan algemene aanvraagvereisten voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning. In aanvulling op deze algemene aanvraagvereisten moet, wanneer in het omgevingsplan een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1, lid 1, onder a, van de Omgevingswet) is opgenomen, in het omgevingsplan ook de aanvullende aanvraagvereisten en de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bevatten. De bijzondere aanvraagvereisten voor de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit met betrekking tot archeologie zijn verdeeld over de artikelen 3.7 en 3.8 van het omgevingsplan. Artikel 3.7 van het omgevingsplan bevat de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning archeologie in het geval een bouwactiviteit wordt verricht in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde en dit op grond van het omgevingsplan niet binnen de uitzonderingen van de vergunningplicht uit artikel 3.6 of de vrijstellingen uit artikel 3.5 van het omgevingsplan valt.

Artikel 3.8 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning archeologie voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden; In de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:2) en in de Omgevingsregeling (artikel 7.3 en 7.4) staan algemene aanvraagvereisten voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning. In aanvulling op deze algemene aanvraagvereisten moet, wanneer in het omgevingsplan een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1, lid 1, onder a, van de Omgevingswet) is opgenomen, in het omgevingsplan ook de aanvullende aanvraagvereisten en de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bevatten. De bijzondere aanvraagvereisten voor de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit met betrekking tot archeologie zijn verdeeld over de artikelen 3.7 en 3.8 van het omgevingsplan. Artikel 3.8 van het omgevingsplan bevat de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning archeologie in het geval een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid wordt verricht in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde en dit op grond van het omgevingsplan niet binnen de uitzonderingen van de vergunningplicht uit artikel 3.6 of de vrijstellingen uit artikel 3.5 van het omgevingsplan valt.

Artikel 3.9 Beoordelingsregels omgevingsvergunning archeologie De beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning staan in het BKL of in lokale regels van het omgevingsplan. In hoofdstuk 8 van het Bkl is per activiteit bepaald wat de beoordelingsregels voor de betreffende activiteit zijn. Artikel 8.0a bevat algemene beoordelingsregels voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In dit artikel is bepaald dat een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is om deze activiteit zonder omgevingsvergunning te

87

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept

verrichten, de omgevingsvergunning wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de (beoordelings)regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Naast de beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die in het Bkl zijn opgenomen, zijn er ook in het omgevingsplan beoordelingsregels opgenomen. De vergunning voor de omgevingsplanactivititeit zoals bedoeld in artikel 3.5 van het omgevingsplan kan uitsluitend worden geweigerd op basis van de beoordelingsregels in het omgevingsplan. De beoordelingsregels in artikel 3.9 van het omgevingsplan bevat een limitatieve lijst met gevallen waarin de omgevingsvergunning zal worden verleend. In gevallen die niet in artikel 3.9 zijn opgenomen moet de omgevingsvergunning worden geweigerd. Wanneer de aanvraag niet aan de beoordelingsregels uit het omgevingsplan voldoet, wordt de aanvraag vanzelf een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Voor de BOPA zijn de beoordelingsregels opgenomen in hoofdstuk 8 van het Bkl.

Artikel 3.10 Mogelijkheid verbinden voorschriften aan omgevingsvergunning archeologie Op grond van artikel 4.5, eerste lid, van de wet is het mogelijk om in de regels van het omgevingsplan onderwerpen aan te wijzen waarvoor het bevoegd gezag voorschriften aan een omgevingsvergunning kan verlenen. Van artikel 4.5, tweede lid, die het mogelijk maakt om af te wijken van de regels die in het omgevingsplan zijn opgenomen als dat in de regels van het omgevingsplan is bepaald, wordt geen gebruik gemaakt. Het bevoegd gezag moet bij het stellen van vergunningvoorschriften de toepasselijke rijksregels of decentrale regels toepassen. Daarnaast kunnen in het omgevingsplan ook op grond van artikel 5.34, derde lid, onder a (voorschriften omgevingsvergunning), van de Omgevingswet, regels over het verbinden van voorschriften worden gesteld in het omgevingsplan, voor zover het gaat om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. De voorschriften die het bevoegd gezag in een omgevingsvergunning kan opnemen, moeten gericht zijn op de belangen uit de beoordelingsregels die op de aanvraag van een omgevingsvergunning van toepassing zijn. Op grond van bovenstaande artikelen uit de Omgevingswet is in artikel 3.10 van het omgevingsplan opgenomen dat het bevoegd gezag één of meerdere in dat artikel opgenomen voorschriften kan verbinden aan de omgevingsvergunning.

In artikel 3.10 van het omgevingsplan zijn verschillende middelvoorschriften opgenomen die het bevoegd gezag aan een omgevingsvergunning kan verbinden. Middelvoorschriften, zoals in artikel 3.10 van het omgevingsplan opgenomen, zijn voorschriften waarin een specifieke techniek of maatregel staat voorgeschreven. Degene die de activiteit uitvoert moet zich aan de in de vergunning opgenomen voorschriften houden. De voorschriften die het bevoegd gezag aan een omgevingsvergunning kan verbinden zijn: a. Het doen van nader archeologisch onderzoek; b. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen; c. Verplichting tot het doen van opgravingen; en d. Archeologische begeleiding. Bij het treffen van technische maatregelen, als genoemd onder b, dient sprake te zijn van een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan. Dit is een document waarin de maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien. Behoud is de bodem is namelijk niet vrijblijvend. Het behoudsmaatregelenplan brengt in beeld hoe dat duurzaam gebeurt en wie welke rol vervult in dat proces.

Voor de verplichtingen als genoemd in c en d geldt dat deze dienen te worden uitgevoerd door een gecertificeerde instantie en conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

Artikel 5.7 Gebruiken van gronden en bouwwerken voor middelgrote logistiek - verbod In het eerste lid is een verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor middelgrote logistiek. In het tweede lid is uitgewerkt wat als bestaande gebruiksoppervlakte geldt. De gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.

88

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Artikel 5.9 Gebruiken van gronden en bouwwerken grootschalige logistiek - verbod

Concept

In het eerste lid is een verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige logistiek. In het tweede lid is uitgewerkt wat als bestaande gebruiksoppervlakte geldt. De gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing. Met het opnemen van dit artikel in het omgevingsplan wordt voldaan aan de instructieregels uit de omgevingsverordening.

Artikel 5.8 Gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsverzamelgebouwen - verbod In het eerste lid is een verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte van bedrijfsverzamelgebouwen. In het tweede lid is uitgewerkt wat als bestaande gebruiksoppervlakte geldt. De gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.

Artikel 22.1 lid 1 In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) als de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet) opgenomen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de bruidsschat genoemd. Onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan vallen bijvoorbeeld bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte op grond van de voormalige Crisis- en herstelwet. In deze bestemmingsplannen is er afgeweken van bepalingen bij of krachtens de voormalige Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Dat betekent dat de omgevingsplanregels uit die bestemmingsplannen op onderdelen in strijd zijn met de omgevingsplanregels van rijkswege. Ook kan in een bestemmingsplan toepassing zijn gegeven aan artikel 2, onder a, van de voormalige Interimwet stad-en-milieubenadering waarin is bepaald dat de gemeenteraad in een bestemmingsplan kan afwijken van een milieukwaliteitsnorm voor bodem, geluid en lucht. Omdat ook deze bestemmingsplannen samen met de omgevingsplanregels van rijkswege in het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden opgenomen moet er een voorrangsregel worden opgenomen. Deze voorrangsregel geldt ook bij strijdigheid tussen de omgevingsplanregels van rijkswege en de: –.

voorwaarden aan het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een riool in een gemeentelijke verordening op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer; en –. de aanwijzing van concentratiegebieden en waardsen of afstanden voor geur bij het houden van landbouwhuisdieren in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij. Om die reden is in het eerste lid van dit artikel bepaald dat de regels van afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan niet van toepassing zijn voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. De toets of er sprake is van «strijd» omvat ook een toets of wel of niet sprake is van regels met hetzelfde oogmerk. Als de regels een ander oogmerk hebben, doet «strijd» in de zin van de bepaling zich niet voor. Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop bij de toepassing van artikel 121 van de Gemeentewet wordt getoetst of er sprake is van «strijd» met een hogere regeling. Paragraaf 22.2.7.3 van dit omgevingsplan is van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling uitgezonderd.

Deze paragraaf regelt dat bepaalde bouw- en gebruiksactiviteiten van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan, ongeacht wat er in het omgevingsplan concreet is bepaald. Daarmee zijn deze activiteiten, voor zover die in strijd zouden zijn met het omgevingsplan, aangewezen als vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten. Als paragraaf 22.2.7.3 niet van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling zou worden uitgezonderd, waardoor die paragraaf toch opzij gezet zou kunnen worden door andersluidende bepalingen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, zou als gevolg daarvan de werking van die paragraaf worden ontkracht. Dat is onwenselijk.

Artikel 22.1 lid 2 Het tweede lid bevat een voorrangbepaling voor vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, die met toepassing van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is verleend. Het gaat hierbij om een vergunningplichtige milieubelastende activiteit die in hoofdstuk 3 van het Bal is aangewezen en waarbij deze vergunningvoorschriften bevat voor een onderwerp dat naar het omgevingsplan is verschoven. Op grond van het overgangsrecht van artikel 4.13, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijven deze vergunningvoorschriften gelden. De vergunningvoorschriften gelden naast het omgevingsplan. De strengste regel is dan bepalend. Ten tijde van de vergunningverlening zijn juist bewust strengere of soepeler voorschriften gesteld, afgestemd op de locatie. De regels in afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing, voor zover zo’n

89

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept

vergunningvoorschrift geldt. De uitdrukking «voor zover» betekent «in de mate dat». Dat houdt in dat alleen die voorschriften van afdeling 22.3 van dit omgevingsplan buiten toepassing blijven waarvoor voorschriften in de omgevingsvergunning zijn gesteld. Als bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit voor geluid alleen voorschriften met waarden bevat, dan blijft artikel 22.63 van dit omgevingsplan met geluidwaarden voor geluidgevoelige gebouwen buiten toepassing. Maar artikel 22.60 van dit omgevingsplan, dat bepaalt wanneer een akoestisch onderzoek gedaan moet worden, is wel van toepassing.

Deze voorrangsbepaling kan relevant zijn voor de volgende onderdelen van afdeling 22.3 van dit omgevingsplan: paragraaf 22.3.2 Energiebesparing paragraaf 22.3.3 Zwerfafval paragraaf 22.3.4 Geluid paragraaf 22.3.5 Trillingen paragraaf 22.3.10 Lozen bij maken van betonmortel paragraaf 22.3.11 Uitwassen van beton paragraaf 22.3.13 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal paragraaf 22.3.19 In werking hebben van een acculader Dit omgevingsplan voorziet niet in een voorrangsbepaling voor bestaande vergunningvoorschriften of maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer die op grond van het algemene overgangsrecht maatwerkvoorschriften zijn geworden en die afwijken van of een nadere invulling geven aan de omgevingsplanregels in dit omgevingsplan. Uit de wetssystematiek volgt al dat een maatwerkvoorschrift voorrang heeft op een algemene bepaling.

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten Bijlage I bij het Bbl bevat de begrippen «gemeentelijk monument» en «voorbeschermd gemeentelijk monument». Deze begrippen gelden op grond van artikel 1.1, eerste lid, van dit omgevingsplan ook voor dit plan. Deze begrippen worden gebruikt in de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.287, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295. De begripsomschrijvingen van bovengenoemde begrippen zijn toegesneden op de wijze waarop de bescherming van monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau via het toekennen van een beschermde status en daardoor het van toepassing worden van bepaalde regels onder het nieuwe recht van de Omgevingswet vorm krijgt. Dit gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven en, als het gaat om een voorbeschermd monument of archeologisch monument, door het voor de locatie van het monument of archeologisch monument toevoegen van een voorbeschermingsregel aan dit omgevingsplan via een voorbereidingsbesluit vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven.

Daarmee zouden buiten de reikwijdte van bovengenoemde begrippen vallen monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau die onder het voor de Omgevingswet geldende recht als gemeentelijk monument of archeologisch monument zijn aangewezen op grond van een gemeentelijke verordening of een voorbeschermde status hebben verkregen op grond van een zodanige verordening, en waaraan nog niet direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in dit omgevingsplan de functieaanduiding gemeentelijk monument is gegeven of waarvoor op dat moment in het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel is opgenomen. In de praktijk werden onder het voormalige recht onder de begrippen «gemeentelijk monument» en «voorbeschermd gemeentelijk monument» dergelijke monumenten en archeologische monumenten verstaan (hierna samen te noemen: gemeentelijke monumenten «oude stijl»). Dit gevolg, dat niet is beoogd, kan zich voordoen tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop gemeenten over een omgevingsplan moeten beschikken dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Uiteraard moeten de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» gedurende deze overgangsfase wel adequaat worden beschermd. Dit is het geval zolang deze in dit omgevingsplan nog niet zijn

90

Concept

(van 10-12-2025 16:19)

Concept 91

voorzien van de functie-aanduiding gemeentelijk monument in het omgevingsplan of, voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten of archeologische monumenten, ter zake een voorbeschermingsregel in dit omgevingsplan is opgenomen. Daarbij wordt er voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten op gewezen dat die onder de Omgevingswet niet per se eerst via een door een voorbereidingsbesluit toe te voegen voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan hoeven te worden omgezet naar een voorbeschermd gemeentelijk monument in de zin van de begripsomschrijving uit bijlage I bij het Bbl. Afhankelijk van het tijdsverloop van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening en van de procedure om tot vaststelling van een nieuw omgevingsplan te komen, kan er voor deze voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten ook voor worden gekozen om deze direct, dus zonder hiervoor eerst een voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan toe te voegen, in het nieuwe deel van het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Dit zal zich met name voordoen als de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening gedurende hetzelfde tijdvak gaande is als de procedure tot vaststelling van het omgevingsplan.

In dat geval kan het zo zijn dat die procedure tot aanwijzing voldoende voorziet in de benodigde voorbescherming en hoeft die voorbescherming niet afzonderlijk met voorbeschermingsregels in het omgevingsplan te worden gecreëerd. Voor zover het gaat om de continuering van de gelding van de gemeentelijke verordeningen zelf en een eventueel daarin opgenomen vergunningplicht wordt in de bescherming van de hier bedoelde gemeentelijke monumenten «oude stijl» al voorzien door de artikelen 22.4 en 22.8 van de Omgevingswet, zoals die artikelen bij de Invoeringswet Omgevingswet worden toegevoegd. Maar voor een adequate bescherming van deze gemeentelijke monumenten «oude stijl» is ook vereist dat de onderdelen van de artikelen 22.28, 22.38, 22.276, 22.277, 22.279 tot en met 22.282 en 22.284 die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten in overeenstemming met de daarvoor geldende begripsomschrijvingen, ook op deze gemeentelijke monumenten «oude stijl» van toepassing zijn. Artikel 22.2 van dit omgevingsplan voorziet hierin.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=701567c6-dbcc-4058-953e-0ff68b180d7a