Onderzoeksrapport Armoedeval Stimulansz
Tekst van het document
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Een onderzoek naar de armoedeval in de gemeente Etten-Leur
Karin van Nuland
Inleiding Dit rapport behandelt de volgende centrale vraagstelling: Gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt? Het dagelijks bestuur van de gemeente Etten-Leur heeft gevraagd om te onderzoeken: 1. Wat de landelijke en gemeentelijke toeslagen en tegemoetkomingen voor de verschillende huishoudtypen; 2. Waar ligt de armoedeval bij verschillende huishoudtypen; 3. Wat is de hoogte van de armoedeval bij verschillende huishoudtypen; 4. Wat is de gemeentelijke- en landelijke component van de armoedeval; 5. Hoe kunnen we de armoedeval verminderen/ tegengaan. Het doel van het onderzoek is om een objectief beeld te vormen van het samenspel tussen landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning, en of er ergens sprake kan zijn van een feitelijke inkomensachteruitgang, terwijl het maandloon is gestegen (de zogenaamde armoedeval).
2
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Inhoud Inleiding _________________________________________________________________________________________________________________ 2 De auteurs ______________________________________________________________________________________________________________ 5 Managementsamenvatting _______________________________________________________________________________________________ 6 Onderzoeksuitkomsten ________________________________________________________________________________________________ 6 1 Opzet van het onderzoek ______________________________________________________________________________________________ 8 1.1 Inleiding __________________________________________________________________________________________________________ 8 1.2 Keuze voor huishoudtypes__________________________________________________________________________________________ 8 1.3 Overzicht van de relevante regelingen _______________________________________________________________________________ 9 1.4 Wanneer is er sprake van recht/geen recht op deze regelingen?________________________________________________________ 9 1.5 De hoogte van landelijke regelingen en heffingskortingen ____________________________________________________________ 10 1.6 De hoogte van gemeentelijke regelingen ____________________________________________________________________________ 11 1.7 Gemeentelijke regelingen die niet
meegenomen worden in de berekening _____________________________________________ 12 1.8 Resterende stelposten ____________________________________________________________________________________________ 12 1.9 Disclaimer _______________________________________________________________________________________________________ 13 2 Resultaten___________________________________________________________________________________________________________ 14 2.1 Inleiding _________________________________________________________________________________________________________ 14 2.2 Alleenstaande tussen 21 en 23 jaar ________________________________________________________________________________ 14 2.3 Alleenstaande tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd ________________________________________________________ 16 2.4 Alleenstaande ouder met 2 kinderen _______________________________________________________________________________ 19 2.5 Samenwonend/gehuwd zonder kinderen ___________________________________________________________________________ 21
3
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
2.6 Samenwonend/gehuwd met 2 kinderen ____________________________________________________________________________ 23 3 Conclusie ___________________________________________________________________________________________________________ 26 4 Aanbevelingen _______________________________________________________________________________________________________ 29 Over Stimulansz ________________________________________________________________________________________________________ 31
4
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
De auteurs
5
Sam van Grinsven
Karin van Nuland
Productmanager BerekenUwRecht, WerkloonT en BeleidloonT
Adviseur Armoede en schulden
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Managementsamenvatting
een vermindering in de groei van het besteedbaar inkomen bij een groeiend loon.
Onderzoeksuitkomsten
In onderstaand tabel vindt u een samenvattend overzicht van de uitkomsten van het onderzoek naar de armoedeval in de gemeente Etten-Leur.
Uit dit onderzoek door Stimulansz blijkt dat er in vier van de vijf gekozen huishoudtypes sprake is van een kleine armoedeval in de gemeente Etten-Leur. De gemeentelijke regelingen kennen een inkomensgrens. Mensen die een inkomen krijgen dat net hoger is dan deze inkomensgrens, verliezen twee gemeentelijke toeslagen; te weten de kwijtschelding gemeentelijke belasting en de individuele inkomenstoeslag. Als gevolg hiervan daalt het besteedbaar inkomen. In de gemeente Etten-Leur daalt het besteedbaar inkomen in een aantal gevallen zover dat het lijdt tot een armoedeval. Doordat de inwoner boven een bepaalde inkomensgrens verdient, waardoor het recht op bepaalde gemeentelijke regelingen vervalt. De armoedeval bij 105% van het inkomen ten opzichte van de bijstand ontstaat door het wegvallen van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de individuele inkomenstoeslag. De armoedeval bij de echtparen/samenwonenden ontstaat doordat de landelijke toeslagen sneller afneemt naarmate het inkomen stijgt in vergelijking met een alleenstaande (ouder). Hierdoor veroorzaken de landelijke toeslagen bij deze huishoudtypen een armoedeval en bij een alleenstaande (ouder)
6
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
In het overzicht geven de roodgekleurde bedragen een ‘harde’ armoedeval weer, waarin het inkomen met werk, uiteindelijk beneden de 100% bijstandsnorm terecht komt. De blauw gekleurde bedragen geven de bedragen weer waarbij het inkomen in absolute zin niet onder de bijstandsnorm zakt, maar waarvoor geldt dat er bij een hoger inkomen minder geld overblijft dan bij een lagere verdienste uit arbeid.
Overzichtstabel armoedeval per maand Armoedeval in € per maand 100%
105%
110%
120%
121%
130%
131%
150%
170%
Alleenstaande tussen 21 en 23 jaar
0
-29
29
144
61
165
157
376
563
Alleenstaande tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd
0
-29
29
121
33
104
92
230
337
Alleenstaande ouder met 2 kinderen
0
-53
5
120
37
141
66
285
362
Echtpaar zonder kinderen
0
-33
8
77
-68
-19
-53
118
236
Echtpaar met 2 kinderen
0
-36
5
74
-71
-22
-122
49
133
Inkomen t.o.v. bijstandsuitkering Gemeente Etten-Leur
7
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
1
Opzet van het onderzoek
Het gaat om de huishoudtypen: Alleenstaande van 22 jaar;
1.1 Inleiding
Alleenstaande tussen de 23 en pensioengerechtigde leeftijd;
De onderzoeksvraag is ’gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt?’
Echtpaar/samenwonenden zonder kinderen met partner van gelijke leeftijd;
De onderzoeksvraag kent 3 onderliggende vragen: 1. Welke landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning spelen een rol bij het aanvaarden van werk vanuit de bijstand? 2. Wanneer is er sprake van recht/geen recht op deze regelingen? 3. Wat is de hoogte van de regelingen? In dit hoofdstuk gaan we op deze vragen in.
1.2 Keuze voor huishoudtypes In dit onderzoek is uitgegaan van percentages van de toepasselijke bijstandsnorm (het wettelijk minimum). Er zijn 5 huishoudtypes onderzocht met inkomensnormen van 100% tot 170% van de bijstandsnorm. De reden om het inkomen in percentages van de bijstandsnorm te nemen, is om zo aan te kunnen sluiten bij de manier waarop gemeenten rekenen in hun minimabeleid.
8
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Alleenstaande met 2 kinderen: 1 kind in het basisonderwijs en 1 kind in het voortgezet onderwijs;
Echtpaar/samenwonenden met 2 kinderen1 kind in het basisonderwijs en 1 kind in het voortgezet onderwijs. Het onderscheid alleenstaande, alleenstaande ouder en echtpaar/samenwonenden met en zonder kinderen sluit aan bij de normensystematiek uit de Participatiewet en wordt door alle gemeenten gebruikt als basis voor het minimabeleid. Vanwege de onderzoeksvraag zijn personen met de pensioengerechtigde leeftijd buiten beschouwing gelaten. Door te kiezen voor kinderen in de schoolgaande leeftijd, basis en voortgezet onderwijs, wordt het merendeel van de gemeentelijke ‘Meedoenregeling’ meegenomen in het onderzoek. Deze 5 huishoudtypes geven samen een representatief beeld, ook van te verwachten uitkomsten bij andere huishoudtypes, bijvoorbeeld bij een gezin met 3 of meer kinderen.
1.3 Overzicht van de relevante regelingen In de berekeningen zijn de relevante regelingen, zowel landelijk als gemeentelijk, voor inkomensondersteuning meegenomen. Landelijke toeslagen en heffingskortingen: 1 Huurtoeslag; 2 Zorgtoeslag; 3 Kindgebonden budget; 4 Inkomensafhankelijke combinatiekorting. Daarnaast zijn de gemeentelijke (decentrale) regelingen die voor de gemeente Etten-Leur gelden verwerkt: 5 Bijzondere bijstand; 6 Individuele inkomenstoeslag; 7 Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen; 8 Collectieve zorgverzekering; 9 Meedoen webshop; a Meedoenpakkket b Tijdschriftenregeling lagere school c Vakantieregeling d Schoolkosten e Tegemoetkoming overgang lagere naar voortgezet onderwijs f Diplomazwemmen 10 Stichting Leergeld Noord-West Brabant
9
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
1.4 Wanneer is er sprake van recht/geen recht op deze regelingen? Landelijke toeslagen en heffingskortingen: Bij het arbeidsinkomen wordt gerekend met een oplopend percentage van het sociaal minimum, dat is per definitie netto uitgedrukt, het gaat daarom om een netto-inkomen. De (afbouw van) reguliere algemene heffingskorting en arbeidskorting speelt daarom hier geen rol. Voor alle toeslagen geldt dat de aanvrager tot de doelgroep van de regeling moet behoren. Verder geldt voor alle toeslagen, met uitzondering van de kinderbijslag, dat ze afhankelijk zijn van het inkomen van de aanvrager. De huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget kennen een geleidelijke afbouw in vergoedingshoogte naarmate het inkomen stijgt. De combinatiekorting stijgt juist als het inkomen uit werk stijgt, terwijl de algemene heffingskorting (minstverdienende partner) in de praktijk vanwege maximering gelijk blijft. Gemeentelijke regelingen: Bij de gemeente Etten-Leur zijn de minimaregelingen inkomensafhankelijk. De gemeente hanteert een
inkomensgrens1 om aanvragers wel of niet toe te laten tot de regeling.
1.5 De hoogte van landelijke regelingen en heffingskortingen
De inkomensgrens werkt als volgt: iedere aanvrager met een inkomen tot de inkomensgrens kan worden toegelaten tot de regeling en krijgt de volledige vergoedingen die hierbij horen. Iedereen met een inkomen boven de inkomenstoetsgrens wordt volledig uitgesloten van de regeling. Dit geldt ook voor inwoners van wie de inkomsten de inkomensgrens net overschrijden.
De huurtoeslag is naast inkomensafhankelijk ook afhankelijk van de hoogte van de huur én het aantal personen dat de woning bewoont.
Een uitzondering hierop is de bijzondere bijstand. Het recht op bijzondere bijstand (een vergoeding voor onvoorzienbare, noodzakelijke en niet uit het reguliere inkomen te betalen kosten) wordt bepaald aan de hand van een (inkomens-) draagkracht-berekening. De draagkracht is het bedrag dat de aanvrager zelf kan bijdragen in de kosten, met bijzondere bijstand kan dan het overige deel van de kosten worden vergoed.
Het kindgebonden budget is inkomensafhankelijk. De hoogte van het budget hangt af van de aan- of afwezigheid van een partner. Alleenstaande ouders krijgen bij dit budget een verhoging d.m.v. de alleenstaande-ouderkop (ALO-kop). Verder is de hoogte afhankelijk van het aantal kinderen.
De draagkracht neemt geleidelijk toe bij een stijgend inkomen, waardoor het recht op een vergoeding geleidelijk afneemt.2 Deze draagkrachtsystematiek sluit aan bij het maatwerkprincipe van de Participatiewet.
1
Deze inkomensgrens speelt een belangrijke rol op het moment dat de oorzaken van de armoedeval worden geanalyseerd
10
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
De zorgtoeslag is inkomensafhankelijk. De hoogte van de toeslag hangt af van het hebben van een partner.
De inkomensafhankelijke combinatiekorting is inkomensafhankelijk in de zin dat de combinatiekorting toeneemt bij een stijgend loon. De combinatiekorting geldt voor (alleenstaande) ouders met inkomen uit werk.
Verduidelijking met een voorbeeld: € 100 aan bijzondere kosten en een eigen draagkracht van € 40 betekent een vergoeding van de gemeente van € 60. Als de eigen draagkracht met het inkomen groeit tot € 80, dan daalt de gemeentelijke vergoeding naar € 20. 2
1.6 De hoogte van gemeentelijke regelingen De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald door de draagkracht van de aanvrager én de hoogte van de te vergoeden kosten. In theorie is de hoogte dus onbegrensd. In het onderzoek zal er daarom worden uitgegaan van stelposten. Bij de bijzondere bijstand hanteert de gemeente Etten-Leur twee stelposten. Het eerste bedrag bedraagt € 573 per jaar. Dit is het landelijk gemiddelde van de bijzondere bijstand vanuit de Divosa Benchmark. Het gemiddelde aan bijzondere bijstand in de gemeente Etten-Leur van de meest voorkomende verstrekkingen bedraagt € 1.193 per jaar. In dit onderzoek gaan we uit van het landelijk gemiddelde van €573 per jaar. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag (IIT) wordt bepaald door het gemeentelijk beleid. Het lokale beleid bepaalt de hoogte van de inkomensgrens. Verder bepaalt de gemeente de hoogte van de toeslag voor groepen, te weten alleenstaanden, alleenstaande ouders en aanvragers met partners. Bij de gemeente Etten-Leur kunnen inwoners met maximaal 101% van de bijstandsnorm aanspraak maken op de volgende toeslag: o Voor gehuwden/samenwonenden € 670 o Voor een alleenstaande ouder € 600 o Voor een alleenstaande € 472
3
11
https://www.coelo.nl/index.php/atlas-lokale-lasten/llc
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
De kwijtschelding gemeentelijke belastingen wordt beslist aan de hand van de Leidraad Invordering. In dit onderzoek zijn stelbedragen berekent per huishoudtype. Voor de gemeente Etten-Leur zijn de onderstaande stelbedragen3 gebruikt: 1.Voor alleenstaande € 576; 2. Voor alleenstaande met 2 kinderen € 743; 3. Voor echtpaar/samenwonenden zonder kinderen € 729; 4. Voor echtpaar/samenwonenden met 2 kinderen € 758. De gemeente Etten-Leur biedt inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om zich aan te melden voor een collectieve zorgverzekering. De inwoner met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm kan een tegemoetkoming ontvangen voor de zorgpremie van € 17 per maand bij de ‘Zorg op maat’ polis en €48,25 per maand bij de ‘Zorg op maat aanvullend’ polis. De laatste polis wordt veruit het meeste gebruik. De tegemoetkoming van de aanvullende polis wordt dan ook meegenomen in de berekeningen. In de Meedoen webshop zijn verschillende regelingen ondergebracht, zoals gemeld onder 1.3. Niet alle regelingen worden meegenomen in de berekening naar de armoedeval. Sommige regelingen zijn voor een relatief kleine groep beschikbaar (diplomazwemmen) óf worden zeer weinig aangevraagd (tijdschriftenregeling en vakantieregeling).
De Meedoen webshop staat open voor volwassenen en ouder(s) met een inkomen tot 130% van het bijstandsniveau. De volgende tegemoetkomingen van de webshop worden meegenomen in de berekeningen in dit rapport: o Meedoenpakket volwassenen; een jaarlijkse tegemoetkoming van € 246 per volwassene per jaar voor participatie. o Meedoenpakket jongeren; voor jongeren tussen 4 en 12 jaar bedraagt de jaarlijkse tegemoetkoming €209, voor jongeren tussen 12 en 18 jaar is de tegemoetkoming € 246 per jaar. o Tegemoetkoming in de schoolkosten voor schoolgaande jongeren tussen 4 tot 18 jaar bedraagt € 110 per jaar. Stichting Leergeld Noord-West Brabant ondersteunt de jongeren tussen de 4 en 18 jaar die mee willen doen aan binnenschoolse- en/of buitenschoolse activiteiten en hiervoor ondersteuning nodig hebben. Uit het jaarverslag van Stichting Leergeld Noord-West Brabant 2021 blijkt dat deze stichting gemiddeld € 143 per gezin per jaar vergoedt.
1.7 Gemeentelijke regelingen die niet meegenomen worden in de berekening De volgende gemeentelijke regelingen worden niet meegenomen in de armoedevalberekening; Studietoeslag In de aard is deze regeling niet relevant voor de armoedeval. De studietoeslag wordt verstrekt aan studenten die door een medische beperking niet in staat zijn om naast hun studie niet of
12
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
nauwelijks kunnen bijverdienen. Deze doelgroep wordt niet gemeten. Energietoeslag Gezien het uitzonderlijke en in principe tijdelijke karakter van de energietoeslag is deze niet meegenomen.
1.8 Resterende stelposten Huurtoeslag Er is gekozen voor een huur van gemiddeld € 600 per maand bij alleenstaande en een huur van gemiddeld € 650 bij een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn in overleg met de woningbouw tot stand gekomen. Bij een te hoge huur (hoger dan ongeveer € 810) ontstaat er geen recht op huurtoeslag en daarmee zou de huurtoeslag buiten het onderzoek blijven. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen. De hoogte van de aanslag per huishouden waarvoor kwijtschelding mogelijk is berekend. De stelposten voor de gemeentelijke belastingen zijn terug te vinden in paragraaf 1.6. De te onderzoeken lonen zijn bepaald aan de hand van de percentages op de bijstandsnorm. Met behulp van het koopkrachtmodel van het ministerie van SZW zijn vervolgens voor al deze gezinssituaties en inkomenssituaties de toeslagen, combinatie- en de heffingskortingen doorgerekend.
1.9 Disclaimer 1. Welke vragen worden niet beantwoord? De onderzoeksvraag moet heel letterlijk genomen worden. Dit onderzoek doet alleen uitspraak over de armoedeval vanuit het mechanisme van het landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid. Het onderzoek zegt niets over de mate en de wijze waarop het inkomen moet en kan worden besteed. Kortom: het onderzoek kijkt naar de ontwikkeling van het inkomen en welke gevolgen dat heeft voor de hoogte van de landelijke en gemeentelijke regelingen, maar kijkt niet naar de uitgaven van de inwoner. Verder: Het onderzoek heeft zich niet expliciet gericht op de complexiteit en onzekerheid van ons landelijke toeslagenstelsel. Voor inwoners is het niet altijd duidelijk wanneer en hoeveel recht zij hebben op de verschillende centrale en decentrale inkomensvoorzieningen. 2. Welke regelingen worden niet behandeld? De kinderopvangtoeslag compenseert voor een groot deel de kosten van kinderopvang bij werkende ouders. Wat resteert is de eigen bijdrage. De noodzaak en de omvang van de kinderopvang is individueel bepaald en is daarom buiten dit onderzoek gehouden. In het algemeen geldt dat de kosten van kinderopvang altijd hoger zijn dan de kinderopvangtoeslag. In het kader van een individuele analyse of ‘werken gaat lonen’ is het aan te raden om alle specifieke verwervingskosten mee te
13
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
nemen (dus naast kinderopvangkosten ook reiskosten of representatiekosten). Er wordt in dit onderzoek geen rekening gehouden met verwervingskosten, aangezien deze zeer individueel bepaald zijn. In het kader van een individuele analyse of ‘werken loont’, is het aan te raden om alle specifieke verwervingskosten wel mee te nemen. In veel gevallen kost ‘gaan werken’ ook geld. Het gaat dan om kinderopvangkosten, reiskosten of representatiekosten. Als de kinderopvang niet geheel wordt gecompenseerd door toeslagen, dan moet het verschil worden betaald uit het nettoinkomen. Dit geldt ook voor reis- en representatiekosten die nergens worden vergoed. Maar zelfs het 'mislopen' van voordelige boodschappen in verband met de werktijden, is een kostenverhogende factor. 3. Het uitgangspunt is dat de inwoner alle regelingen aanvraagt. Bij de berekening gaan we eruit dat de inwoner alle regelingen aanvraagt. Wanneer de inwoner bepaalde regelingen niet aanvraagt, verlaagt dit het besteedbaar inkomen en daarmee zal werken soms eerder lonen. Hoe beter gebruik van inkomensvoorzieningen, hoe groter de armoedeval kan zijn. Maar als we graag willen dat iedereen – en vooral kinderen - kan meedoen in de samenleving en enigszins kan rondkomen van het budget, is minimabeleid broodnodig.
2
Resultaten
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de landelijke en gemeentelijke regelingen voor de gemeente Etten-Leur uitgewerkt per huishoudtype. Toelichting op de grafieken en tabellen Iedere kolom in de tabel geeft per huishoudsituatie aan wat er per maand aan inkomsten binnenkomt. Dat is het totaal aan inkomen, landelijke toeslagen en gemeentelijke vergoedingen. De landelijke toeslagen en de gemeentelijke vergoedingen worden berekend op basis van het maandinkomen. Door het maandinkomen van bijstand te wijzigen in loon en dit vervolgens in stapjes te verhogen wordt zichtbaar hoeveel recht er bestaat op landelijke toeslagen en gemeentelijke vergoedingen. Aangezien de inkomsten en de toeslagen netto worden ontvangen, gaat de trendvergelijking uit van een ophoging van de netto-inkomenssituatie. In de berekeningen wordt ervan uitgegaan dat alle toeslagen en vergoedingen waar recht op bestaat daadwerkelijk zijn aangevraagd en ontvangen.
14
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
2.2 Alleenstaande tussen 21 en 23 jaar In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen jongere tussen 21 en 23 jaar.
Onderstaande tabel geeft aan wat er met het totale inkomen gebeurt wanneer het inkomen toeneemt bij een jongere van 22 jaar. Casus 1: Bijstands uitkering
Bijstand/ loon ex vt per maand Landelijke toeslagen: Huurtoeslag Zorgtoeslag Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Collectieve Zorgverzekering Minima Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Individuele inkomenstoeslag Meedoenregeling Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering
Casus 2: werk op 105% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
Casus 5: werk op 121% bijstand
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 131% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
Casus 9: werk op 170% bijstand
1155
1213
1271
1386
1398
1502
1514
1733
1964
0 154
0 154
0 154
0 154
0 154
0 154
0 154
0 154
0 110
47 48
47 48
47 48
47 48
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
48
0
0
0
0
0
0
0
0
39
0
0
0
0
0
0
0
0
20 1511 0
20 1482 -29
20 1540 29
20 1655 144
20 1572 61
20 1676 165
0 1668 157
0 1887 376
0 2074 563
Een jongere onder de 23 jaar heeft recht op huurtoeslag wanneer de huur maandelijks niet hoger is dan € 442 per maand. In onze casus is de huur hoger en vervalt het recht op huurtoeslag. Doordat de jongere geen recht heeft op huurtoeslag is het
15
Casus 4: werk op 120% bijstand
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
besteedbaar inkomen aanzienlijk lager dan een inwoner ouder dan 23 jaar. Door het wegvallen van de kwijtschelding van de gemeentelijke belasting en individuele inkomenstoeslag wanneer het inkomen net hoger is dan de bijstandsnorm, ontstaat er een armoedeval bij 105% van de geldende bijstandsnorm van € 29 per maand.
16
Een inwoner onder de 23 jaar heeft maandelijks € 29 per maand (jaarlijks € 348) minder inkomen, terwijl het inkomen uit arbeid € 58 hoger ligt de bijstandsnorm.
2.3 Alleenstaande tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd
Naast de absolute inkomensdaling bij 105% van de bijstandsnorm zien we ook twee knikken in de stijging van het inkomen. Door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen bij 120% en 130% van het inkomen, stijgt het absolute inkomen minder hard dan verwacht. Bijvoorbeeld bij een inkomen van 131% van de geldende bijstandsnorm, ad € 1.514, heeft de inwoner € 157 per maand meer inkomen dan in de bijstandsnorm.
In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen bij een alleenstaande tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd.
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Net als bij de alleenstaande inwoner jonger dan 23 jaar, zien we ook bij de alleenstaande inwoner tussen 23 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd een kleine armoedeval wanneer het inkomen bij arbeid net boven bijstandsniveau ligt. Dit komt door het wegvallen van de individuele inkomensondersteuning en het vervallen van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen bij een inkomen meer dan 101% de bijstandsnorm. Dit heeft een armoedeval tot gevolg van €29 per maand, € 348 per jaar. De andere lokale regelingen vervallen bij 120% of 130% van het inkomen ten opzichte van de bijstandsnorm. Vanaf dat moment zie je dat het absoluut inkomen veel minder hard stijgt dan de inkomensstijging uit arbeid doet vermoeden. Zo heeft een alleenstaande met een inkomen van 121% van de bijstandsnorm, ad € 1.398 per maand, in totaal €243 meer inkomen dan de bijstandsnorm, terwijl het absolute inkomen bij 121% van de bijstandsnorm ‘maar’ € 33 per maand hoger is dan de geldende bijstandsnorm.
17
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Casus 1: Bijstands uitkering
Bijstand/ loon ex vt per maand Landelijke toeslagen: Huurtoeslag Zorgtoeslag Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Collectieve Zorgverzekering Minima Individuele Inkomenstoeslag Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Meedoenregeling Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering
18
Casus 2: werk op 105% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
1155
1167
1271
322 154
322 154
47 48
Casus 5: werk op 121% bijstand
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 131% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
1386
1398
1502
1514
1733
1964
322 154
299 154
294 154
261 154
257 154
176 154
96 110
47 48
47 48
47 48
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
39
0
0
0
0
0
0
0
0
48
0
0
0
0
0
0
0
0
20 1833 0
20 1804 -29
20 1862 29
20 1954 121
20 1866 33
20 1937 104
0 1925 92
0 2063 230
0 2170 337
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Casus 4: werk op 120% bijstand
Casus 9: werk op 170% bijstand
2.4 Alleenstaande ouder met 2 kinderen In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen bij een alleenstaande ouder met 2 kinderen; één op de lagere school en één op de middelbare school.
Bij de gemeente Etten-Leur is sprake van armoedeval bij een alleenstaande met 2 schoolgaande kinderen; een kind op het basisonderwijs en een kind op het voortgezet onderwijs. Door het wegvallen van de individuele inkomenstoeslag en de kwijtschelding voor de gemeentelijke belastingen, is er sprake van een armoedeval bij een inkomen net boven bijstandsniveau van € 53 per maand, € 636 per jaar. De gemeente Etten-Leur hanteert bij de gemeentelijke regelingen meerdere inkomensgrenzen. Hierdoor zien we, naast de armoedeval, nog twee knikken in de grafiek. Bij deze knikken blijft het absolute inkomen hoger dan de bijstandsnorm, maar groeit minder hard dan het inkomen uit arbeid doet vermoeden. De eerste knik is na het wegvallen van de gemeentelijke regelingen bij 120% van de geldende bijstandsnorm. Op dit moment is er geen sprake van een armoedeval, maar daalt het absolute inkomen bij 121% ten opzichte van 120% van de bijstandsnorm. Het absolute inkomen blijft hoger dan de bijstandsnorm, waardoor er geen armoedeval is. In onderstaande tabel zijn dit de blauwe gemaakte getallen. De tweede knik is na 130% van de bijstandsnorm, op dat moment vallen de gemeentelijke regelingen voor participatie weg. Ook hier blijft het absolute inkomen hoger dan de bijstandsnorm, waardoor er geen armoedeval is.
Maar het hogere inkomen uit arbeid kan het wegvallen van deze gemeentelijke regelingen niet geheel opvangen.
19
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Bijstand/ loon ex vt per maand Landelijke toeslagen: Huurtoeslag Zorgtoeslag Kindgebonden budget Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Collectieve Zorgverzekering Minima Individuele Inkomenstoeslag Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Meedoenregeling Regeling schoolfonds Stichting Leergeld Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering
20
Casus 1: Bijstands -uitkering
Casus 2: werk op 105% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
Casus 4: werk op 120% bijstand
Casus 5: werk op 121% bijstand
1155
1213
1271
1386
1398
322 154 608
322 154 608
322 154 608
322 154 608
47 48
47 48
47 48
50
0
61 58 18 11 2532 0
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 131% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
Casus 9: werk op 170% bijstand
1502
1514
1733
1964
322 154 608
322 154 608
322 154 608
322 154 608
236 110 584
47 48
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
58 18 11 2479 -53
58 18 11 2537 5
58 18 11 2652 120
58 18 11 2569 37
58 18 11 2673 141
0 0 0 2598 66
0 0 0 2817 285
0 0 0 2894 362
2.5 Samenwonend/gehuwd zonder kinderen In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen bij samenwonenden/gehuwden tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd.
Bij een samenwonend of gehuwd paar zonder kinderen zien we op een armoedeval op de alle drie de inkomensgrenzen van de lokale regelingen. De eerste armoedeval is na het wegvallen van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de individuele inkomenstoeslag bij 101% van de geldende bijstandsnorm. De armoedeval bedraagt dan € 33 per maand. De tweede armoedeval ontstaat bij een inkomen tussen de 121% en 131% van de geldende bijstandsnorm. Bij een nettoinkomen van 121 % bij de bijstandsnorm bedraagt de armoedeval € 68 per maand, € 816 per jaar. Bij een inkomen van 131% is de armoedeval € 53 per maand. Anders gezegd, met een inkomen bij 131% van de geldende bijstandsnorm ontvangt de inwoner maandelijks ruim € 500 meer inkomsten uit arbeid dan in de bijstand, maar het absoluut inkomen daalt met € 53 per maand onder het inkomen in de bijstand. De hoogte van de armoedeval bij dit huishoudtype wordt versterkt door het feit dat de landelijke toeslagen bij samenwonenden en gehuwden sneller dalen dan bij alleenstaande (ouder). Het wegvallen van de gemeentelijke regelingen maar versterkt deze ontwikkeling. Deze zeer geringe stijging van het absoluut inkomen zet zich voort tot 170% van de bijstandsnorm. Bij een netto-inkomen van € 2.806 per maand uit werk, bijna € 1.200 meer dan de bijstandsnorm, stijgt het absoluut inkomen met € 236 per maand.
21
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Casus 1: Bijstands uitkering
Bijstand/ loon ex vt per maand Landelijke toeslagen: Huurtoeslag Zorgtoeslag Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Collectieve Zorgverzekering Minima Individuele Inkomenstoeslag Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Meedoenregeling Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering
22
Casus 2: werk op 105% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
Casus 4: werk op 120% bijstand
Casus 5: werk op 121% bijstand
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 131% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
1651
1733
1816
1981
1997
2146
2162
2476
2806
355 265
355 265
324 254
262 220
255 209
189 175
180 175
128 84
0 0
47 96
47 96
47 96
47 96
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
55 60
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
41 2570 0
41 2537 -33
41 2578 8
41 2647 77
41 2502 -68
41 2551 -19
0 2517 -53
0 2688 118
0 2806 236
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Casus 9: werk op 170% bijstand
2.6 Samenwonend/gehuwd met 2 kinderen In de onderstaande grafiek laat de inkomenstoename zien bij het aanvaarden van werk met verschillende inkomensgrenzen bij een alleenstaande ouder met 2 kinderen; één op de lagere school en één op de middelbare school.
Bij dit huishoudtype ontstaat er op dezelfde plekken een armoedeval als bij de gehuwden zonder kinderen. De armoedeval is alleen groter door het wegvallen van de kindregelingen. De grafiek maakt zichtbaar dat de armoedeval het hoogst is bij een inkomen van 131% van de geldende bijstandsnorm, het moment waar alle gemeentelijke regelingen zijn weggevallen. Bij samenwonend/gehuwd met kinderen zien we de armoedeval, net als bij gehuwden zonder kinderen, terug tussen de 121% en 131% van het inkomen ten opzichte van de bijstandsnorm. De armoedeval loopt op tot € 122 per maand, 1.464 per jaar, bij een inkomen van 131%. De zeer geringe stijging van het absoluut inkomen zet zich voort tot 170% van de bijstandsnorm. Bij een netto-inkomen van € 2.806 per maand uit werk, bijna € 1.200 meer dan de bijstandsnorm, stijgt het absoluut inkomen met € 105 per maand. Het wegvallen van de gemeentelijke regelingen, terwijl tegelijkertijd ook de landelijke toeslagen afnemen, is de reden van deze zeer geringe toename van het absoluut inkomen en de armoedeval bij echtparen met schoolgaande kinderen.
23
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Casus 1: Bijstands uitkering
24
Casus 2: werk op 105% bijstand
Casus 3: werk op 110% bijstand
Casus 4: werk op 120% bijstand
Casus 5: werk op 121% bijstand
Casus 6: werk op 130% bijstand
Casus 7: werk op 131% bijstand
Casus 8: werk op 150% bijstand
Casus 9: werk op 170% bijstand
Bijstand/ loon ex vt per maand Landelijke toeslagen: Huurtoeslag Zorgtoeslag Kindgebonden budget Lokaal beleid: Bijzondere bijstand Collectieve Zorgverzekering Minima Individuele Inkomenstoeslag
1651
1733
1816
1981
1997
2146
2162
2476
2806
355 265 287
355 265 287
324 254 287
262 220 287
255 209 287
189 175 287
180 175 287
128 84 287
0 0 253
47 96
47 96
47 96
47 96
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
55
0
0
0
0
0
0
0
0
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Meedoenregeling Regeling schoolfonds Stichting Leergeld Wat komt erbinnen? Stijging besteedbaar inkomen tov bijstandsuitkering
63
0
0
0
0
0
0
0
0
78 18 11 2926 0
78 18 11 2890 -36
78 18 11 2931 5
78 18 11 3000 74
78 18 11 2855 -71
78 18 11 2904 -22
0 0 0 2804 -122
0 0 0 2975 49
0 0 0 3059 133
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Resume De oorzaken van deze armoedeval en/of daling van absoluut inkomen zijn iets complexer dan bij een alleenstaande (ouder). De volgende oorzaken gelden hier:
25
De landelijke vergoedingen beginnen bij het echtpaar te dalen na 110% van de bijstandsnorm. De landelijke vergoedingen bij de alleenstaande ouder beginnen pas te dalen bij 150% van de bijstandsnorm. Dat komt omdat de bijstandsnorm voor een echtpaar € 1.651 netto per maand bedraagt, en de norm voor een alleenstaande ouder € 1.155 netto per maand.
De landelijke toeslagen worden niet toegekend op percentages van de bijstandsnorm, maar worden bepaald aan de hand van de absolute hoogte van het loon. In alle gevallen dalen de landelijke toeslagen als dit loon € 1.850 netto per maand bedraagt. Dit staat los van het gegeven of dit loon wordt verdiend door een persoon met of zonder partner.
Echter; uitgedrukt in percentages van de bijstandsnorm is een inkomen van €1.850 netto per maand wel afhankelijk van het gegeven of iemand met of zonder partner is. Zonder partner is € 1.850 per maand namelijk 160% van de bijstandsnorm, terwijl met partner €1.850 per maand 110% van de bijstandsnorm bedraagt.
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
3
Conclusie
De centrale vraag ‘gaan mensen die vanuit de bijstand gaan werken er op enig moment financieel op achteruit omdat het recht op landelijke en/of gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning afbouwt of vervalt?’ kan nu beantwoord worden, maar het antwoord is niet eenduidig. De gemeente Etten-Leur heeft Stimulansz gevraagd om te onderzoeken: 1.Waar ligt de armoedeval bij verschillende huishoudtypen; 2.Wat is de hoogte van de armoedeval bij verschillende huishoudtypen; 3.Wat is de gemeentelijke- en landelijke component van de armoedeval; 4.Hoe kunnen we de armoedeval verminderen/ tegengaan. Hieronder worden deze vragen per huishoudtypen uitgewerkt. De gemeente Etten-Leur heeft voor een geleidelijke afbouw van de minimaregelingen gekozen. De individuele inkomenstoeslag en gemeentelijke belastingen kunnen aangevraagd worden met een inkomen tot 101% van de geldende bijstandsnorm. De tegemoetkoming vanuit de bijzondere bijstand en collectieve zorgverzekering minima is beschikbaar tot een inkomen van 120% van de bijstandsnorm. De ‘Meedoenregeling’, regelingen, het schoolfonds en Stichting Leergeld Noord-West Brabant is beschikbaar tot 130 % van bijstandsniveau beschikbaar.
26
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Bij alle onderzochte huishoudtypen is een armoedeval wanneer de inwoner een inkomen net boven de geldende bijstandsnorm ontvangt. De maandelijkse armoedeval bedraagt tussen de € 29 en € 53 per maand. Deze armoedeval wordt veroorzaakt door het wegvallen van het recht op kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en de individuele inkomenstoeslag. Echtparen, zonder en met kinderen, hebben ook een armoedeval bij een inkomen tussen de 121% en 131% ten opzichte van de bijstandsnorm. De oorzaak van deze armoedeval is tweeledig:
De landelijke toeslagen bij het echtpaar beginnen te dalen na 105% van de bijstandsnorm, omdat het inkomen van een echtpaar in de bijstand overeenkomt met het wettelijk minimumloon. De landelijke toeslagen bij de alleenstaande (ouder) beginnen pas te dalen bij 150% van de bijstandsnorm.
Daarnaast vervalt een deel van de gemeentelijke regelingen na 120% van de geldende bijstandsnorm en vervallen alle gemeentelijke regelingen na 130% van het inkomen ten opzichte van de bijstandsnorm.
De armoedeval is het hoogst bij gehuwden met kinderen een inkomen met boven 130% van de geldende bijstandsnorm. De armoedeval bedraagt dan €122 per maand. Dat is € 1.464 per jaar. Een echtpaar met 2 kinderen en een inkomen van € 2.162 per maand, heeft maandelijks € 122 per maand minder absoluut inkomen als hetzelfde huishouden in de bijstand.
Met een inkomen boven 131% van de geldende bijstandsnorm houdt een gezin meer absoluut inkomen dan in bijstand. De toename in inkomen is echter zeer beperkt. Bij een maandelijks inkomen van € 2.806, 170% van de bijstandsnorm, heeft het gezin maandelijks € 133 meer inkomsten dan in de bijstand. Het inkomen uit werk is niet hoog genoeg is om de terugloop van landelijke en lokale regelingen te compenseren. De diepte van de armoedeval is afhankelijk van de hoogte van de weggevallen gemeentelijke regelingen. In de gemeente Etten-Leur zien we op verschillende momenten een armoedeval ontstaan. De armoedeval is altijd individueel bepaald en afhankelijk van de volgende factoren: • De hoogte van de vergoedingen die de gemeente per regeling verstrekt, • De kosten die het gezin maakt en die door de regelingen worden vergoed.
27
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Bij de alleenstaande en alleenstaande ouders zien we een kleine armoedeval bij een inkomen net boven bijstandsniveau. Voor de alleenstaande (ouder) loont het, financieel gezien, bijna altijd om te gaan werken. Het inkomen blijft stijgen, ook wanneer de landelijke regelingen afbouwen en gemeentelijke regelingen vervallen. Wel zien we het absolute inkomen tussen 121% en 131% niet lineair meegroeit met het inkomen.
Parttime werken met bijstandsuitkering (inkomstenvrijlating): wat betekent dit voor de armoedeval? In BeleidloonT wordt gerekend met het absoluut inkomen (het totale netto-inkomen) van het gezin. Wanneer de inwoner door de inkomstenvrijlating een inkomen genereerd net boven bijstandsniveau, bestaat de kans op een armoedeval. In het onderstaande schema is te zien dat bij een inkomen van rond de 105% van de geldende bijstandsnorm in de gemeente Etten-Leur sprake is van een armoedeval. Bij het toepassen van de inkomstenvrijlating moet de consulent oog hebben voor de nieuwe financiële situatie van de inwoner. Met WerkloonT kan een individuele berekening gemaakt worden wat de inkomensvrijlating betekent voor desbetreffende inwoner.
Armoedeval in € per maand 100%
105%
110%
120%
121%
130%
131%
150%
170%
Alleenstaande tussen 21 en 23 jaar
0
-29
29
144
61
165
157
376
563
Alleenstaande tussen 23 jaar en pensioengerechtigde leeftijd
0
-29
29
121
33
104
92
230
337
Alleenstaande ouder met 2 kinderen
0
-53
5
120
37
141
66
285
362
Echtpaar zonder kinderen
0
-33
8
77
-68
-19
-53
118
236
Echtpaar met 2 kinderen
0
-36
5
74
-71
-22
-122
49
133
Inkomen t.o.v. bijstandsuitkering Gemeente Etten-Leur
28
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
4
Aanbevelingen
Overall nadelen van de armoedeval De armoedeval wordt door mensen in de Participatiewet, een belangrijke demotiverende factor genoemd voor werkaanvaarding vanuit de bijstand. Dit onderzoek maakt duidelijk dat (meer) gaan werken in sommige gevallen tot inkomensachteruitgang leidt. Voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder geldt dat het verruimen van het aantal werkuren, indien mogelijk, het inkomen verhoogd, zonder dat de landelijke toeslagen af nemen. De berekeningen laten zien dat bij een toename in inkomsten uit arbeid bij deze huishoudtypes het absolute inkomen in alle gevallen toeneemt. In sommige gevallen niet gelijk aan het inkomen uit arbeid, maar het absolute inkomen neemt toe. Voor een echtpaar geldt dat wanneer ze beiden werken ze een grotere belastingteruggaaf ontvangen. De complexiteit van de regelgeving betekent dat er deskundigheid nodig is om een nauwkeurige voorspelling te doen als iemand vanuit de bijstand de stap naar betaalde arbeid zet. “Wat betekent dit dan voor mijn toeslagen?” is een eenvoudige vraag, maar blijkt in de praktijk lastig te beantwoorden.
29
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
Zoals het onderzoek laat zien, zijn de werkende minima, ook naast hun loon, voor een zeer groot deel aangewezen op landelijke en gemeentelijke toeslagen. Dit financiële belang maakt de angst voor verlies, of voor terugvordering van te veel ontvangen toeslagen, alleen maar groter. Aanbevelingen voor de gemeente Etten-Leur De daadwerkelijke armoedeval; beleidsmatig Een eerste mogelijkheid is om af te zien van het toetsen aan een inkomenstoetsgrens bij gemeentelijke regelingen. Hierbij mag niet worden voorbijgegaan aan de motivatie van de gemeente om categoriale inkomensgrenzen te hanteren, vanwege de uitvoerbaarheid van de regelingen. De gemeente Etten-Leur kiest voor een categoriale inkomensgrenzen om de aanvragen te kunnen afhandelen tegen betaalbare uitvoeringskosten. Deze mogelijkheid wordt gezien de hoge uitvoeringskosten wordt deze mogelijkheid vaak als een fictieve mogelijkheid gezien. In de gemeente Etten-Leur treft de armoedeval de gehuwden, zonder en met kinderen, en een inkomen tussen € 1.996 en €2.162 per maand. Voor deze inwoners is maatwerk gewenst om een armoedeval in deze individuele situatie te voorkomen. De daadwerkelijke armoedeval; individueel Het bespreekbaar maken van de armoedeval bij re-integratie is belangrijk om in een later stadium (problematische) schulden of terugval in de bijstandsuitkering te voorkomen.
Angst voor het wegvallen van de toeslagen en gemeentelijke regelingen is een drempel om vanuit de uitkering aan het werk te gaan. Door de
nieuwe financiële situatie te bespreken, krijgt de inwoner inzicht in de nieuwe financiële situatie. Mocht de inwoner met het accepteren van betaalde arbeid te maken krijgen met een inkomensachteruitgang, dan kan overwogen worden of deze achteruitgang (tijdelijk) financieel gecompenseerd wordt. Dit vraagt inzicht en mogelijkheid tot maatwerk. De gemeente kan deze achteruitgang berekenen en een maatbudget beschikbaar stellen. Te denken aan een uitstroompremie in bepaalde gevallen, verruimen van de minimagelden in de webapplicatie/meedoenapplicatie of gerichte vergoedingen van kosten die te maken hebben met de aanvaarding van werk, zoals vervoers- en reiskosten, verwervingskosten zoals persoonlijke verzorging, kinderopvang kunnen de weggevallen toeslagen compenseren. Ook kan gekeken worden wat de nieuwe werkgever hierin kan betekenen. Inwoners met een inkomen tot ongeveer 170% van de bijstandsnorm zijn nog steeds een (groot) gedeelte afhankelijk van toeslagen en gemeentelijke regelingen. Het voorkomen van onderbenutting of niet-gebruik is een belangrijk gespreksonderwerp in de dienstverlening van de gemeente en het maatschappelijk middenveld.
30
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid
De gevreesde armoedeval De armoedeval blijft in dit huidige belastingstelsel altijd bestaan omdat alle gemeenten inkomensgrenzen hanteren. Door deze inkomensgrenzen ontstaat een inkomensval wanneer het inkomen net hoger is dan de inkomensgrens. Hoe hoger de gemeentelijke regeling hoe groter de inkomensval. In sommige gevallen daalt het inkomen onder het inkomen op bijstandsniveau en is er sprake van een armoedeval. Het is voor de gemeente belangrijk om te weten wanneer die val intreedt, wat de hoogte ervan is en hoe die armoedeval beïnvloed kan worden. Het is belangrijk om te zorgen voor voldoende kennis op de juiste plekken om potentiële ‘uitstromers’ het gesprek aan te gaan, gerust te stellen door zekerheid te bieden. Dat betekent dat de nieuwe loonsituatie moet worden berekend en besproken, maar ook dat aan deze voorspelling door de gemeentelijke garanties worden verbonden. De gemeente Etten-Leur kan deze ondersteuning voor de parttimers en uitstromers in de bijstand regelen met onder andere een instructie voor de re-integratieconsulenten en inkomensconsulenten. De tool WerkloonT ondersteunt deze instructie.
Over Stimulansz Stimulansz is kennis- en adviespartner van gemeenten en levert praktische oplossingen die écht werken. We vertalen de theorie van wet- en regelgeving naar de werkvloer, waarbij we laten zien dat er meer mogelijk is in de regelgeving dan vaak wordt gedacht. We adviseren en trainen beleidsmedewerkers, klantmanagers en andere professionals en doen dat met veel enthousiasme en betrokkenheid en vanuit een grote kennis van de praktijk. En we helpen mee aan het verbeteren van de bedrijfsvoering van uw organisatie. Zo zit Stimulansz in het hart van alle werkprocessen met als doel de dienstverlening van gemeenten in het sociaal domein beter, en daarmee het leven van mensen die afhankelijk zijn van die dienstverlening, een stuk makkelijker te maken.
Benieuwd wat Stimulansz nog meer te bieden heeft? Ga naar www.stimulansz.nl voor meer trainingen, kennis en advies. Stimulansz is de bedenker van de Omgekeerde Toets ®
Volg ons ook op social media: 31
Samenspel landelijke en gemeentelijk inkomensbeleid • [Publicatiedatum]
Naar inhoudsopgave