CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Ondertekende Bijlage 1 Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2024-WB02

Raad besluit 2 september 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststellen wijziging omgevingsplan 2024-WB0215.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2024-WB02 De gemeenteraad van de Gemeente Etten-Leur, overwegende dat, • de gemeenteraad op basis van artikel 2.4 van de Omgevingswet bevoegd is het omgevingsplan van de gemeente Etten-Leur te wijzigen met een wijzigingsbesluit; • op grond van artikel 16.29 van de Omgevingswet in het Gemeenteblad het voornemen kenbaar is gemaakt het omgevingsplan te willen wijzigen voor het thema archeologie; • het wijzigingsbesluit 'Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2024-WB02’ zich hiertoe beperkt; • met het ‘Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2024-WB02’ geen regels over de fysieke leefomgeving uit gemeentelijke verordeningen worden toegevoegd aan het omgevingsplan en deze naast het omgevingsplan blijven bestaan; • de op het wijzigingsbesluit betrekking hebbende stukken elektronisch ter inzage zijn gelegd via www.etten-leurmakenwesamen.nl; • na kennisgeving in het Gemeenteblad een ieder van donderdag 6 juni tot en met woensdag 17 juli, overeenkomstig artikel 16.30 van de Omgevingswet en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, een zienswijze heeft in kunnen dienen op het ontwerp ‘Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2024-WB02’. Er is één zienswijze ingediend, echter is deze zienswijze instemmend met het ontwerpbesluit.

Hierdoor heeft de zienswijze niet geleid tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbesluit.; • na vaststelling van het wijzigingsbesluit met ingang van 24-09-2024 gedurende zes weken na bekendmaking rechtstreeks beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. U kunt ook digitaal beroep instellen bij de Raad van State. Zie voor de mogelijkheden de website van de Raad van State.

Besluit;

Artikel I Het 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2024-WB02' vast te stellen en de regeling "Omgevingsplan gemeente Etten-Leur" te wijzigen zoals opgenomen in Bijlage A.

Artikel II Samenvatting motivering De onderbouwing waarom het omgevingsplan wordt gewijzigd voor het thema archeologie is opgenomen in het document 'onderbouwing wijziging omgevingsplan gemeente Etten-Leur'. Dit document is te raadplegen via deze link. Op basis van de opgestelde onderbouwing en bijbehorende bijlagen is geconcludeerd dat wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De wijziging van het omgevingsplan heeft geen effecten voor het milieu, hierdoor is geen plan-mer nodig. De wijziging houdt enkel een actualisatie van het archeologiebeleid binnen de gemeente Etten-Leur in. Dit schaadt de belangen van de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta niet. Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Etten-Leur in zijn vergadering van 2 september 2024. drs. W.C.M. (Wim) Voeten MBA Griffier

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

drs. M.C. (Marina) Starmans-Gelijns Burgemeester/voorzitter

Bijlage A Bijlage bij artikel I A Hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 3 Thema's [Gereserveerd]

Afdeling 3.1 Algemene regels [Gereserveerd]

Afdeling 3.2 Ruimtelijke kwaliteit Paragraaf 3.2.1 Algemene regels over gebruik van gronden en bouwwerken [Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.2 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen [Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.3 Bouwwerken [Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.4 Welstand [Gereserveerd]

Paragraaf 3.2.5 Cultureel erfgoed Subparagraaf 3.2.5.1 Algemeen [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.2.5.2 Activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingen Artikel 3.1 Voorrangsbepaling archeologie Voor zover de regels in deze subparagraaf (3.2.5.2) strijdig zijn met de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, gaan de regels in deze subparagraaf voor. Bijlage III van dit omgevingsplan bevat de artikelen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, waarop deze subparagraaf voorgaat.

Artikel 3.2 Toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologische waardevolle gebieden

2

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de archeologische waarde.

2.

Het betreft in ieder geval de volgende activiteiten voor zover deze activiteiten worden verricht in een gebied met archeologische verwachtingswaarde: a. bouwactiviteiten; en b. het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid.

3.

Met de activiteit als genoemd in het tweede lid, onder b, wordt in ieder geval bedoeld: a. het afgraven van gronden, waaronder afplaggen en het verwijderen van bestaande funderingen en het verwijderen van vloeren; b. graafwerkzaamheden;

c.

aanleg of onderhoud van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen, tunnels, viaducten, rioleringen, kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. aanbrengen van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; e. aanleggen, verbreden, verdiepen of dempen van vaargeulen, waterlopen en waterpartijen; f. baggeren, waaronder saneren en onderzuigen; g. uitvoeren van werkzaamheden aan oevers en kaden; h. ophogen, verlagen of egaliseren van het maaiveld of de waterbodem; i. wijzigen van de grondwaterstand; j. agrarische grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; k. het aanbrengen van heipalen; l. grondwerkzaamheden op natuurterreinen; en m. saneren van gronden.

Artikel 3.3 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

Artikel 3.4 Aanwijzing gebieden met een archeologische verwachtingswaarde Er zijn gebieden met een archeologische verwachtingswaarde, onderverdeeld in gebieden met een: a. archeologische verwachtingswaarde 1; b. archeologische verwachtingswaarde 2; c. archeologische verwachtingswaarde 3; d. archeologische verwachtingswaarde 4; e. archeologische verwachtingswaarde 5; en f. archeologische verwachtingswaarde 6.

Artikel 3.5 Aanwijzing vergunningplicht archeologie

3

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten genoemd in artikel 3.2, lid 2, (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) te verrichten in een gebied met archeologische verwachtingswaarde 1, als: a. de diepte van de bodemingreep meer is dan 40 cm; en b. de oppervlakte van het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 100 m2 .

2.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten genoemd in artikel 3.2,lid 2, (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) te verrichten in een gebied met archeologische verwachtingswaarde 2, als: a. de diepte van de bodemingreep meer is dan 40 cm; en b. de oppervlakte van het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 500 m2 .

3.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten genoemd in artikel 3.2, lid 2, (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) te verrichten in een gebied met archeologische verwachtingswaarde 3 , als: a. de diepte van de bodemingreep meer is dan 40 cm; en b. de oppervlakte van het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 1.000 m2 .

4.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten genoemd in artikel 3.2 , lid 2, (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) te verrichten in een gebied met archeologische verwachtingswaarde 4, als: a. de diepte van de bodemingreep meer is dan 40 cm; en b. de oppervlakte van het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 10.000 m2 .

5.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten genoemd in artikel 3.2, lid 2, (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) te verrichten in een gebied met archeologische verwachtingswaarde 5 , als: a. de diepte van de bodemingreep minder is dan 1,00 meter: 1. de diepte van de bodemingreep meer is dan 40 cm; en 2. de oppervlakte van het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 10.000 m2 .

b.

De diepte van de bodemingreep meer is dan 1,00 meter en de oppervlakte van het daadwerkelijk te verstoren gebied groter is dan 100 m2 .

6.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteiten zoals genoemd in artikel 3.2 (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) te verrichten in het geval op grond van afdeling 16.4 van de wet een mer-plicht geldt, ongeacht of binnen de vrijstellingen van de daar geldende archeologische verwachtingswaarde wordt gebleven.

7.

De verplichting zoals genoemd in het eerste tot en met het vijfde lid is eveneens van toepassing bij een kleinere oppervlakte van het te verstoren gebied indien daarmede kennelijk de bedoeling is om de activiteiten genoemd in artikel 3.2, lid 2 (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) te splitsen om onder een in het eerste tot en met het vijfde lid vrijgestelde oppervlakte te blijven.

Artikel 3.6 Uitzonderingen vergunningplicht archeologie 1.

Het verbod als bedoeld in artikel 3.5 (aanwijzing vergunningplicht archeologie ) geldt niet voor: a. het normale onderhoud en beheer en waarbij geen nieuwe bodemverstoring(en) worden veroorzaakt; b. gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische grondlaag; c. activiteiten die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; d. activiteiten die in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd mits verricht door een gecertificeerde instantie op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

2.

Het verbod als bedoeld in artikel 3.5 (aanwijzing vergunningplicht archeologie) om de activiteiten genoemd in artikel 3.2 (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) te verrichten , geldt ook niet in een gebied met archeologische verwachtingswaarde 6 .

Artikel 3.7 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning archeologie voor bouwen

4

1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3.5 (aanwijzing vergunningplicht archeologie ) voor het uitvoeren van een activiteit zoals bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onder a (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden), worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. funderingstekeningen en informatie over de verdere inrichting van het projectgebied; 1. de omvang van het projectgebied en de bodemingrepen in vierkante meters; 2. de diepte van de bodemingrepen, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; en 3. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; b. een rapport opgesteld door een gecertificeerde instantie waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van het college van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: 1. een bureauonderzoek; 2. zo nodig een booronderzoek; en 3. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; c. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen; d. als sprake is van een booronderzoek: een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd plan van aanpak voor het booronderzoek;

2.

In aanvulling van het eerste lid worden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 3.5, zo nodig de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport opgesteld door een gecertificeerde instantie waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

3.

In afwijking van lid 1, onder b, is een rapport zoals daar genoemd niet vereist voor de aanvraag van een omgevingsvergunning archeologie indien:

a.

b.

op basis van andere informatie naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangetoond dat ter plaatse reeds in relevante mate verstoring heeft plaatsgevonden; of op basis van andere informatie naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangetoond dat als gevolg van de ingreep geen verstoring plaatsvindt.

Artikel 3.8 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning archeologie voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden; 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3.5 (aanwijzing vergunningplicht archeologie ) voor het uitvoeren van een activiteit zoals bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onder b en het derde lid (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden), worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. Een omschrijving van de aard van de uit te voeren activiteit, met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; c. een rapport opgesteld door een gecertificeerde instantie waarin de archeologische waarde van de locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, dat is gebaseerd op: 1. een bureauonderzoek; 2. zo nodig een booronderzoek; en 3. zo nodig een proefsleuvenonderzoek of proefputtenonderzoek; d. als er sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen voor de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek: een door het bevoegd gezag goedgekeurd plan van aanpak voor een booronderzoek.

2.

In aanvulling van het eerste lid worden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 3.5 (aanwijzing vergunningplicht archeologie), zo nodig de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bestek of werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; b. een rapport opgesteld door een gecertificeerde instantie waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt.

3.

In afwijking van lid 1, onder c, is een rapport zoals daar genoemd niet vereist voor de aanvraag van een omgevingsvergunning archeologie indien: a. op basis van andere informatie naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangetoond dat ter plaatse reeds in relevante mate verstoring heeft plaatsgevonden; of b. op basis van andere informatie naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangetoond dat als gevolg van de ingreep geen verstoring plaatsvindt.

Artikel 3.9 Beoordelingsregels omgevingsvergunning archeologie Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3.5 (aanwijzing vergunningplicht archeologie ) voor het uitvoeren van een activiteit zoals bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, onder a en b (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden) wordt alleen verleend als : a. uit het bij de aanvraag gevoegde en door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport blijkt dat er op de locatie van de uit te voeren activiteit geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument niet of niet onevenredig wordt geschaad; of c. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument kan worden behouden door (technische) maatregelen die vast zijn gelegd in een door het bevoegd gezag goed te keuren behoudsmaatregelenplan; of

5

d. e.

op basis van andere door het bevoegd gezag goedkeurde informatie in voldoende mate is aangetoond dat ter plaatse reeds in relevante mate verstoring heeft plaatsgevonden; of op basis van andere door het bevoegd gezag goedgekeurde informatie in voldoende mate is aangetoond dat als gevolg van de ingreep geen verstoring plaatsvindt.

Artikel 3.10 Mogelijkheid verbinden voorschriften aan omgevingsvergunning archeologie Indien uit het artikel 3.7 of artikel 3.8 (bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning archeologie) genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. het doen van nader archeologisch onderzoek; b. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden en dit vast te leggen in een door het bevoegd gezag goed te keuren behoudsmaatregelenplan; c. de verplichting tot het doen van opgravingen en deze te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie op het terrein van archeologische monumentenzorg conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); d. de verplichting de activiteiten als genoemd in artikel 3.2, lid 2 (toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologisch waardevolle gebieden), die leiden tot bodemverstoring , te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie op het terrein van archeologische monumentenzorg conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). B Artikel 22.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten 1.

Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.287,22.288, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.

2.

Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functieaanduiding te geven.

C Artikel 22.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek [Vervallen] 1. Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2. 2.

6

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.

D Artikel 22.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed 1.

Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is artikel 22.27 niet van toepassing.

2.

Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.

3.

Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functieaanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

4.

Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn. Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, op grond van artikel 3.5 (aanwijzing vergunningplicht archeologie) een verbod geldt om de activiteit te verrichten.

E Artikel 22.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken [Vervallen] 1. Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden. 2.

Artikel 22.303, eerste lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.

F Artikel 22.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

7

Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g.

gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; i h. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j i. als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie: 1.

de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en k j. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan. G Artikel 22.284 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid 1.

8

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.

2.

Voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld

H Artikel 22.286 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 22.280 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de locaties en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de locatie behorende bij het voorgenomen bouwwerk.

2.

Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

I Artikel 22.287 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.287 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument;. b. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en c. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument. J Artikel 22.288 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument [Vervallen] 1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van: 1. de omvang in vierkante meters; en 2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld; b. een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit; c. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld; d. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving; e. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek;

9

f. g. 2.

als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld; b. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt; c. detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen: 1. de exacte locatie; 2. de omvang; en 3. de diepte ten opzichte van het maaiveld; d. voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit: 1. een bestek met bijbehorende tekeningen; of 2. een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen; e. als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of f. als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.

K Artikel 22.289 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288 [Vervallen] Tekeningen als bedoeld in artikel 22.288 hebben een schaal die niet kleiner is dan: a. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart; b. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en c. 1:50, als het gaat om een detailtekening. L Artikel 22.290 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument

10

1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen: 1. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld;

c b. d c.

een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.

M Artikel 22.291 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument 1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; 2. foto’s van de bestaande toestand; en 3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen: 1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.

2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld; c b. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; d c. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of e d. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.

N Artikel 22.292 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

11

Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen 1.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 22.287, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit: 1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en 2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen: 1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie; 2. opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; 3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen; 4. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: i. plattegronden; ii. doorsneden; iii. gevelaanzichten; of iv. een dakaanzicht; en 5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c.

een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met: 1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en 2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

2.

Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; c b. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d c. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; e d. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f e. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of g f. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.

O Artikel 22.296 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

12

Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

2.

Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.

P Artikel 22.302 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht 1.

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

2.

Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld.

Q Paragraaf 22.5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Paragraaf 22.5.3 Voorschriften [Vervallen]

Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg [Vervallen] 1. Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in artikel 22.284, eerste lid, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot: a. het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden; b. het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; c. het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en d. het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet. 2.

13

Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften over de wijze van slopen worden verbonden.

R Na het lichaam wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten archeologische verwachtingswaarde 1 /join/id/regdata/gm0777/2024/ec6ac303f9784df09eebf94afea91cad/nld@2024-07-29;09273873 archeologische verwachtingswaarde 2 /join/id/regdata/gm0777/2024/33dc6f241b67429caea5e24a6c7bdfa7/nld@202407-29;09273873 archeologische verwachtingswaarde 3

/join/id/regdata/gm0777/2024/070df6d814a14ea6a4f7c037507853b6/nld@202407-29;09273873

archeologische verwachtingswaarde 4 /join/id/regdata/gm0777/2024/29fdc50496284b79a245311b15b610dd/nld@202407-29;09273873

14

archeologische verwachtingswaarde 5

/join/id/regdata/gm0777/2024/007bf66c6491411faa7e023659283162/nld@202407-29;09273873

archeologische verwachtingswaarde 6

/join/id/regdata/gm0777/2024/e7db468afb61402eb9327a8cf838d31f/nld@202407-29;09273873

S Na bijlage II wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage III Bijlage bij subparagraaf 3.2.5.2 van dit omgevingsplan 1 tabel bij subparagraaf 3.2.5.2 van dit omgevingsplan Artikelen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, waarop subparagraaf 3.2.5.2 voorgaat.

15

Tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (bestemmingsplannen).

Onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, waar subparagraaf 3.2.5.2 voorrang op heeft.

Withofcomplex en omgeving NL.IMRO.0777.0010WITHOFCOMPLEX

Artikel 16 Waarde – Archeologie 1 Artikel 17 Waarde – Archeologie 2

Attelaken NL.IMRO.0777.0015ATTELAKEN

Artikel 21 Waarde – Archeologie 1 Artikel 22 Waarde – Archeologie 2

Bedrijventerrein Zwartenberg NL.IMRO.0777.0016ZWARTENBERG

Artikel 10 Waarde – Archeologie 3 Artikel 11 Waarde – Archeologie 4

Grauwe Polder NL.IMRO.0777.0017GRAUWEPOLDER

Artikel 13 Waarde – Archeologie 1

Markt-Centrum e.o. NL.IMRO.0777.0022MARKTCENTRUMEO

Artikel 28 Waarde – Archeologie 1 Artikel 29 Waarde – Archeologie 3

Sander-Banken NL.IMRO.0777.0023SANDERBANKEN

Artikel 20 Waarde – Archeologie 1 Artikel 21 Waarde – Archeologie 2

Brandseweg-Keen NL.IMRO.0777.0024BRANDSEWEGKEEN

Artikel 24 Waarde – Archeologie 1 Artikel 25 Waarde – Archeologie 2 Artikel 26 Waarde – Archeologie 3 Artikel 27 Waarde – Archeologie 4 Artikel 28 Waarde – Archeologie 5

Buitengebied NL.IMRO.0777.0027BUITENGEBIED

Artikel 26 Waarde – Archeologie 1 Artikel 27 Waarde – Archeologie 2 Artikel 28 Waarde – Archeologie 3 Artikel 29 Waarde – Archeologie 4

Etten Zuid NL.IMRO.0777.0028ETTENZUID

Artikel 21 Waarde – Archeologie 1

Landgoed De Schuitvaart NL.IMRO.0777.0037SCHUITVAART

Artikel 9 Waarde – Archeologie 1 Artikel 10 Waarde – Archeologie 2 Artikel 11 Waarde – Archeologie 3

Spoorzone Noord NL.IMRO.0777.0040SPOORZONE

Artikel 15 Waarde – Archeologie 2

Bisschopsmolenstraat-Voorvang NL.IMRO.0777.0051BMOLENVOORVANG

Artikel 4 Waarde – Archeologie 1

Lange Brugstraat 130 NL.IMRO.0777.0060LBRUGSTRAAT130

Artikel 7 Waarde – Archeologie 2

Het Withof NL.IMRO.0777.0068HETWITHOF

Artikel 4 Waarde – Archeologie 1

Etten West – De Grient NL.IMRO.0777.0069ETTENWGRIENT

Artikel 18 Waarde – Archeologie 1 Artikel 19 Waarde – Archeologie 2 Artikel 20 Waarde – Archeologie 3

Schoenmakershoek NL.IMRO.0777.0074SCHOENWEST

Artikel 19 Waarde – Archeologie 1

16

Stijn Streuvelslaan 42-KSE NL.IMRO.0777.0075SSTREUVELSLN42

Artikel 18 Waarde – Archeologie 1 Artikel 19 Waarde – Archeologie 2

Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk NL.IMRO.0777.0076HER1VOSDONK

Artikel 19 Waarde – Archeologie 1 Artikel 20 Waarde – Archeologie 2 Artikel 21 Waarde – Archeologie 3 Artikel 22 Waarde – Archeologie 4

Stationsstraat 23-d’n Overkant NL.IMRO.0777.0077STATIONSSTR23

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 3

Buitengebied, Rijsbergseweg 74 NL.IMRO.0777.0078RIJSBWEG74

Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3

Grauwe Polder 86-88 NL.IMRO.0777.0081GRPOLDER8688

Artikel 6 Waarde – Archeologie 4

Wijzigingsplan Buitengebied, Haansberg 108 NL.IMRO.0777.0083WPHAANSB108

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Etten Oost NL.IMRO.0777.0084ETTENOOST

Artikel 22 Waarde – Archeologie 1 Artikel 23 Waarde – Archeologie 3 Artikel 24 Waarde – Archeologie 4

Herziening 1 Lange Brugstraat 130 NL.IMRO.0777.0091HER1LBRUGST130

Artikel 7 Waarde – Archeologie 2

Westpolderplas NL.IMRO.0777.0098WESTPOLDERPLAS

Artikel 6 Waarde – Archeologie 2 Artikel 7 Waarde – Archeologie 3 Artikel 8 Waarde – Archeologie 4

Bierdragerspad NL.IMRO.0777.0127BIERDRAGERSPAD

Artikel 5 Waarde – Archeologie 1

Menmoerhoeve Zundertseweg 66 - 66a NL.IMRO.0777.0129MENMOERHOEVE

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3 Artikel 10 Waarde – Archeologie 4

Van Bergenpark NL.IMRO.0777.0134VANBERGENPARK

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2

Couperuslaan NL.IMRO.0777.0139COUPERUSLAAN

Artikel 5 Waarde – Archeologie 1

Partiële herziening Buitengebied NL.IMRO.0777.0145PHBUITENGEBIED

Artikel 26 Waarde – Archeologie 1 Artikel 27 Waarde – Archeologie 2 Artikel 28 Waarde – Archeologie 3 Artikel 29 Waarde – Archeologie 4

Kloostervelden NL.IMRO.0777.0147KLOOSTERVELDEN

Artikel 9 Waarde – Archeologie 1

Loon- en grondwerkbedrijf de Regt NL.IMRO.0777.0151LGWBDEREGT

Artikel 9 Waarde – Archeologie 1 Artikel 10 Waarde – Archeologie 2 Artikel 11 Waarde – Archeologie 4

Bankenstraat 13 NL.IMRO.0777.0153BANKENSTR13

Artikel 6 Waarde – Archeologie 4

Van ‘t Hoffstraat NL.IMRO.0777.0154VANTHOFFSTR

Artikel 6 Waarde – Archeologie 1

Wijzigingsplan Buitengebied, Lochtsepad 13 NL.IMRO.0777.0155WPLOCHTSEPAD13

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Achter de Molen 9, binnenterrein NL.IMRO.0777.0156ACHTERDEMOLBIN

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1

Wijzigingsplan Buitengebied, Hoge Bremberg 33C NL.IMRO.0777.0157WPHBREMBERG33C

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Bankenstraat 19-21 a/b

Artikel 6 Waarde – Archeologie 2

17

NL.IMRO.0777.0158BANKENST1921AB

Artikel 7 Waarde – Archeologie 4

Hoge Neerstraat 2 NL.IMRO.0777.0161HOGENEERSTR2

Artikel 9 Waarde – Archeologie 1

Wijzigingsplan Buitengebied, Lage Donk 38 NL.IMRO.0777.0171WPLAGEDONK38

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Molenaarsstraat 8 NL.IMRO.0777.0172WPMOLENAARSTR8

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Zandspui 45 NL.IMRO.0777.0173WPZANDSPUI45

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Spoorlaan 19 NL.IMRO.0777.0175SPOORLAAN19

Artikel 5 Waarde – Archeologie 3

Wijzigingsplan Buitengebied, Lage Bremberg 5 NL.IMRO.0777.0176WPLBREMBERG5

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Zundertseweg 38 NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38

Artikel 6 Waarde – Archeologie 4

Wijzigingsplan Buitengebied, Heigatstraat 10 NL.IMRO.0777.0178WPHEIGATSTR10

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Zundertseweg 68 NL.IMRO.0777.0179WPZUNDERTSEW68

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Natuurontwikkeling KelsdonkZwermlaken NL.IMRO.0777.0182WPNATKELSZWERM

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Voedselbos Bollendonk NL.IMRO.0777.0184WPVOEDBOLDONK

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Heigatstraat 9 NL.IMRO.0777.0185WPHEIGATSTR9

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Reconstructie N389 NL.IMRO.0777.0186BPRECONSTRN389

Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 4

Schuitvaartjaagpad 13 NL.IMRO.0777.0187SCHUITVRTJGP13

Artikel 6 Waarde – Archeologie 2

Midden Donk 2 NL.IMRO.0777.0189MIDDENDONK2

Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3

Wijzigingsplan Buitengebied, Windgat 35 NL.IMRO.0777.0190WPWINDGAT35

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Deurnestraat 2 en 2A NL.IMRO.0777.0192DEURNESTR2EN2A

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Bollenstraat 15 NL.IMRO.0777.0193WPBOLLENSTR15

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Hilsebaan 319 NL.IMRO.0777.0194WPHILSEBAAN319

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Wijzigingsplan Buitengebied, Haansberg 146 NL.IMRO.0777.0195WPHAANSBERG146

Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen

Bisschopsmolenstraat NL.IMRO.07770000PCP096-

Artikel 11 Archeologisch waardevol gebied

Centrum Leur NL.IMRO.07770000PCP097-

Artikel 17 Archeologisch waardevol gebied (dubbelbestemming)

Kom Leur NL.IMRO.07770000PCP009-

Artikel 15 Waarde - Archeologie

Korte Brugstraat 55/55a NL.IMRO.077700000160WPKBRUGSTR5-

Gewijzigd via bestemmingsplan Kom Leur

T Na sectie ' Begripsbepalingen' worden tien secties ingevoegd, luidende:

Artikel 3.1 Voorrangsbepaling archeologie Hoofdstuk 22 van de Omgevingswet bevat overgangsrecht. In artikel 22.6, eerste lid, is bepaald dat bij de vaststelling van een omgevingsplan de voor een locatie geldende regels alleen alle tegelijk kunnen komen te vervallen. De artikelen met betrekking tot archeologie uit de voormalige bestemmingsplannen, zoals deze in tabel III bij dit omgevingsplan zijn opgenomen, kunnen niet komen te vervallen zonder dat ook de andere in de bestemmingsplannen opgenomen regels komen te vervallen. De juridische oplossing is het opnemen van een voorrangsregel. Artikel 3.1 bevat een voorrangsregel die ervoor zorgt dat de nieuwe regels in subparagraaf 3.2.5.2. van dit omgevingsplan voorgaan op de regels uit de voormalige bestemmingsplannen (het tijdelijk deel van het omgevingsplan) voor zover deze regels zijn opgenomen in bijlage III van dit omgevingsplan. De regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan komen in deze constructie niet te vervallen en blijven ook raadpleegbaar.

Artikel 3.2 Toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologische waardevolle gebieden Met het oog op de doelen van de wet kunnen, op grond van artikel 4.1 van de wet, in het omgevingsplan regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. In subparagraaf 3.2.5.2 worden regels gesteld over activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingswaarden. Op grond van artikel 5.130 Bkl worden in een omgevingsplan in ieder geval regels worden gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed. Artikel 3.2 van het omgevingsplan bepaalt het toepassingsbereik van de regels in subparagraaf 3.2.5.2 van dit omgevingsplan. Eerste lid: In het eerste lid is bepaald dat subparagraaf 3.2.5.2. gaat over het verrichten van activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de archeologische waarde. De activiteiten die worden verricht in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde en waarvoor de regels gelden worden in het tweede en het derde lid uiteengezet. Tweede lid: De activiteiten waarop de regels uit subparagraaf 3.2.5.2. van toepassing zijn worden in dit lid genoemd. Het betreft een niet limitatieve opsomming. De in het tweede lid genoemde activiteiten zijn een verbijzondering van de algemene omgevingsplanactiviteit.

De sloopactiviteit is niet opgenomen in dit lid. Dit wil niet zeggen dat er bij het uitvoeren van de sloopactiviteit in de bodem kan worden geroerd zonder onder het vergunningplichtig stelsel te vallen. Voor het slopen geldt op grond van het besluit bouwwerken leefomgeving geen omgevingsvergunningplicht, tenzij sprake is van een monument. Bij de sloopactiviteit wordt de grond in beginsel niet geroerd. Wanneer er wel gegraven moet worden in de bodem (bijvoorbeeld bij het verwijderen van fundering of het verwijderen van vloeren) vindt er naast de sloopactiviteit ook een omgevingsplanactiviteit, meer specifiek het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid plaats. Graafwerkzaamheden en het afgraven van gronden, waaronder het verwijderen van bestaande funderingen en het verwijderen van vloeren valt onder deze verbijzondering van de omgevingsplanactiviteit (zie het derde lid). Op deze manier valt de sloopactiviteit binnen het vergunningplichtig stelsel van het omgevingsplan op het moment dat in de bodem zal worden geroerd. Derde lid: Zoals in het tweede lid is aangegeven is het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid een verbijzondering van de algemene omgevingsplanactiviteit. Dit brengt onduidelijkheid over de definitie van deze activiteit met zich mee.

In het derde lid is daarom een niet limitatieve opsomming opgenomen wat in ieder geval als een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid wordt gezien voor de toepassing van subparagraaf 3.2.5.2.

18

Artikel 3.3 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op het behoud en waar mogelijk versterking van cultuurhistorisch erfgoed, zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet.

Artikel 3.4 Aanwijzing gebieden met een archeologische verwachtingswaarde De actualisatie van het archeologiebeleid heeft geleid tot een rapport waarin verschillende archeologische verwachtingswaarden zijn opgenomen. Dit rapport is aanleiding geweest om het nieuwe archeologiebeleid vast te stellen. Door de gemeenteraad zijn zes verwachtingswaarden vastgesteld. Deze vastgestelde verwachtingswaarden komen in artikel 3.4 terug in het omgevingsplan.

Artikel 3.5 Aanwijzing vergunningplicht archeologie Het eerste tot en met het vijfde lid: De verwachtingswaarden zoals opgenomen in artikel 3.4 worden in artikel 3.5 gekoppeld aan een vergunningplicht. De vergunningplicht voor een omgevingsvergunning archeologie is niet op zichzelf vergunningplichtig. Slechts wanneer sprake is van in artikel 3.2 genoemde activiteiten en de bodemingreep buiten de vrijstellingen, zoals opgenomen in artikel 3.5 vallen, is een omgevingsvergunning voor archeologie vereist. Het eerste tot en met het vijfde lid bevat voor archeologische verwachtingswaarde 1 tot en met archeologische verwachtingswaarde 5 een vergunningplicht. Per verwachtingswaarde is een vrijstelling van de vergunningsplicht opgenomen in het betreffende lid. Enkel wanneer zowel een groter oppervlakte wordt geroerd én dieper wordt geroerd dan in de op de plek geldende verwachtingswaarde is vrijgesteld, geldt er een vergunningplicht. Op grond van artikel 5.130, vierde lid, moet in het omgevingsplan zijn bepaald dat de gestelde regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2 (tenzij een andere oppervlakte is vastgesteld). Met de regels zoals opgenomen in artikel 3.5 van het omgevingsplan wordt voldaan aan de instructieregel uit het Bkl.

Zesde lid: Op grond van de Europese richtlijn voor de milieueffectrapportage (mer-richtlijn) is voor bepaalde plannen en projecten een mer-beoordeling nodig voorafgaand aan het nemen van een besluit over het vaststellen van het plan of het toestaan van het project. Bijlage V is een bijlage bij de artikelen 11.6, 11.7 en 11.8 van het Omgevingsbesluit en bevat projecten, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, onder a, van de wet waarvoor bij een mer-(beoordelings)plicht geldt. Voor de werking van artikel 3.5, lid 6 van het omgevingsplan wordt kolom 3 van bijlage 5 van het Omgevingsbesluit buiten beschouwing gelaten. Artikel 3.5, lid 6 van het omgevingsplan legt de vergunningplicht enkel op in het geval uit bijlage V, kolom 2 van het Omgevingsbesluit een mer-plicht geldt. In de praktijk zal artikel 3.5, lid 6 van het omgevingsplan enkel kunnen worden toegepast bij grootschalige ingrepen die mer-plichtig zijn. Door de vrijstellingsgrenzen die zijn opgenomen in artikel 3.5, lid 1 tot en met 5 en de verplichting om in geval van een initiatief die onder deze vrijstellingsgrenzen vallen, maar waarvoor in bijlage V van het Omgevingsbesluit een mer-plicht geldt vallen kleinere initiatieven niet binnen het verbod om zonder een omgevingsvergunning de activiteiten als bedoeld in artikel 3.2, lid 2 van het omgevingsplan uit te voeren.

Dit terwijl de vergunningplicht die in artikel 3.5, lid 6 van het omgevingsplan ontstaat, er bij grootschalige ingrepen die op grond van bijlage V van het Omgevingsbesluit mer-plichtig zijn, toe leidt dat er grootschalige archeologische patronen in kaart kunnen worden gebracht. Zevende lid :In het zevende lid is de verplichting opgenomen om een omgevingsvergunning aan te vragen wanneer de initiatiefnemer de activiteiten splitst om onder de vrijstelling te blijven uit het eerste tot en met het vijfde lid. Op deze manier wordt voorkomen dat archeologische waarden worden geschaad.

Artikel 3.6 Uitzonderingen vergunningplicht archeologie In artikel 3.6 van het omgevingsplan zijn gevallen aangewezen waarvoor de vergunningplicht en het bijkomende archeologisch onderzoek niet van toepassing is. Deze lijst is limitatief.

19

Artikel 3.6 van het omgevingsplan kent twee leden. Hieronder is per lid aangegeven om welke reden er een uitzondering op de vergunningplicht als opgenomen in artikel 3.5 van het omgevingsplan geldt. Eerste lid A. Activiteiten waarvoor de grond moet worden geroerd tot boven de vrijgestelde oppervlakte en diepte voor het op die locatie geldende archeologische verwachtingswaarde en het normale onderhoud en beheer betreffen zijn vrijgesteld van de in artikel 3.5 van het omgevingsplan gestelde vergunningplicht. Wat precies kan worden verstaan onder normaal onderhoud en beheer is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. B. Het roeren in gronden waar naar het oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische grondlaag is vrijgesteld van de vergunningplicht. Het verstoren van archeologische waarden valt hier redelijkerwijs niet te verwachten. C. Wanneer activiteiten in een reeds verleende omgevingsvergunning zijn toegestaan is niet nogmaals een vergunning vereist om de grond te roeren. D. Voor het roeren van de grond in het kader van archeologisch onderzoek is geen vergunning vereist wanneer dit onderzoek wordt verricht door een gecertificeerde instantie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=70dce157-0a61-4d64-aaf1-beb7ef3ae9b7