Ondertekend verslag rapporteurs Werkplein en WVS kaderbrieven 2023.pdf
Tekst van het document
SAMENVATTEND VERSLAG OVERLEG RAPPORTEURS WVS EN WERKPLEIN D.D. 22 FEBRUARI 2022 Aanwezig: Kitty Hoevenberg-Aerts Eric Menheere Simon de Hoon Hans Wierema Frank Vrolijk Michiel Puts Wim Voeten
rapporteur Werkplein rapporteur Werkplein rapporteur WVS plaatsvervangend rapporteur WVS portefeuillehouder Werkplein en WVS contactambtenaar Werkplein en WVS griffier
Afwezig (met kennisgeving):
Dennis Aerts rapporteur WVS
WVS We starten met het bespreken van de kaderbrief van de WVS. Aan alle richtlijnen wordt door de WVS voldaan wat positief is. Specifiek wordt gewezen op de volgende punten: -
-
-
Gemeenschappelijke regelingen geven jaarlijks de stand van zaken van getroffen reserves aan. Wanneer reserves al twee jaar getroffen zijn geven de GR-en aan waarom de reserves nog getroffen moeten worden. De WVS geeft aan hieraan te voldoen. Vanuit het Rijk is de afgelopen twee jaar bijna 2 mln. Euro ontvangen om de verliezen bij WVS te compenseren. Dit bedrag is slechts gedeeltelijk nodig omdat de verliezen beperkt zijn gebleven omdat de WVS tijdig maatregelen genomen heeft. De WVS keert de overgebleven middelen uit aan de deelnemers op basis van het resultaat van de jaarrekening 2021. Dus deze richtlijn toont meteen zijn nut aan; WVS zal bij het opstellen van de begroting 2023 het uitgangspunt volgen dat de bijdrage voor de gemeenten gelijk blijft. Alleen de in de richtlijn toegestane loon- en prijsindex wordt toegepast; De beleidsmatige richtlijnen worden één op één overgenomen; We vragen van WVS het doorontwikkelen van de organisatie naar een leerwerkbedrijf in beeld te brengen. De WVS gaat dit doen; We vragen waar nodig maatregelen te blijven treffen om gevolgen coronacrisis te beperken aangezien corona nog niet voorbij is. Ook hieraan voldoet de WVS
Daarna zoomen we nader in op de ketensamenwerking. De rapporteurs vragen of het voor de hand ligt dat Werkplein, WVS en ISD Brabantse Wal in elkaar op gaan in kader van ketensamenwerking? De samenwerking wordt steeds intensiever. Naar het op de langere termijn vormen van één organisatie wordt wel naar gekeken en is ooit wel als stip aan de horizon genoemd. Maar een dergelijke keuze vraagt om gedegen onderzoek naar nut en noodzaak en het bepalen van randvoorwaarden en uitgangspunten voor een eventuele samenvoeging. Wanneer je alles samen gaat voegen moet je bijvoorbeeld wel uitkijken dat het nieuw gevormde bedrijf niet op twee gedachten gaat hinken. Immers voor het WVS deel kan het interessant zijn om mensen binnen te houden vanwege de te leveren productie terwijl het Werkplein en ISD deel zo veel als mogelijk gericht moet zijn op uitstroom naar een baan of een het leveren van een zinvolle bijdrage aan de samenleving. Een eventuele samenvoeging moet er wel voor zorgen dat onze inwoners zo goed mogelijk ondersteund worden. In den lande zijn soortgelijke organisaties samengevoegd maar een aantal is ook weer losgekoppeld. Hiervan moeten we leren. De verwachting is overigens dat de komende raadsperiode samenvoeging niet aan de orde is.
De rapporteurs vragen of het samengaan van de drie organisaties voordelen kunnen hebben t.a.v. ontschotten? Dit is niet geval omdat ontschotting in budgetten lastig is i.v.m. de rechtmatigheidseisen die gesteld worden t.a.v. het inzetten van de verschillende budgetten. Ontschotten zou zich daarom meer moeten richten op een nadere beleidsafstemming zodat de beleidsmatige inspanningen van de drie organisaties en de deelnemende gemeenten naadloos op elkaar aansluiten. Werkplein Hart van West-Brabant Daarna bespreken we de kaderbrief van het Werkplein. Ook het Werkplein voldoet in principe aan alle richtlijnen. Hierbij worden twee kanttekening geplaats. Een gelijkblijvende bijdrage kan niet worden gegarandeerd omdat uitkeringsverstrekking en minimabeleid open einde regelingen zijn. Wel probeert het Werkplein met gericht beleid een eventuele toename van uitgaven te beperken. Tweede punt is dat de drie proeftuinen in het kader van de ketensamenwerking t.g.v. corona later konden starten. Het Werkplein heeft de resultaten van deze proeftuinen nodig om aan te kunnen geven of en zo ja in welke mate bespaard kan worden op de eigen bedrijfsvoering. De rapporteurs stellen vast dat de kaderbrief verder geen echte bijzonderheden bevat. Wel geeft Werkplein uitgangspunten voor de op te stellen begroting op het gebied van het ramen van de uitkeringslasten en de reïntegratiemiddelen. M.b.t.
de organisatieontwikkeling is het uitgangspunt dat deze plaatsvindt binnen de budgettaire kaders. Wanneer deze zogeheten vergroening (lees mensgerichte aanpak) financiële consequenties heeft, wordt dit door het Werkplein in de begroting 2023 aangegeven. Het Werkplein werkt op dit moment de organisatieontwikkeling verder uit. Er is sprake van een vrij ingrijpende reorganisatie. Bekeken wordt wat de benodigde formatie is op de verschillende functies. De daarmee gemoeide geraamde kosten worden opgenomen in begroting 2023. Wanneer de kosten hoger worden dan het beschikbare budgettaire kader dan doet het Werkplein een voorzet op welke onderdelen bezuinigd kan worden. Dit gaat dan om bezuinigingsvoorstellen gericht op het besteden van minder aandacht aan bepaalde doelgroepen. De afweging of de voorgestelde bezuiniging al dan niet moet worden ingeboekt is aan de gemeenteraden. Het Werkplein wil op lokaal niveau (dus binnen elk van de deelnemende gemeenten) werkpleinmedewerkers samen laten werken met medewerkers Wmo en jeugd van de deelnemende gemeenten. Dit vraagt uiteraard wat van de capaciteit van het Werkplein. In de begroting 2023 maakt het Werkplein ook deze gevolgen inzichtelijk.
In het format waarin de kaderbrief wordt beoordeeld staat over de synergievoordelen van de ketensamenwerking het volgende: “Net als in 2021 geeft het Werkplein aan dat de resultaten uit 2022 bekend moeten zijn.” Kan dit worden toegelicht? Deze passage heeft betrekking op de synergievoordelen die uit de ketensamenwerking voortkomen. Het Werkplein heeft de geplande proeftuinen binnen de ketensamenwerking pas later kunnen starten in verband met de geldende coronamaatregelen. Het Werkplein moet eerst kijken wat deze proeftuinen gaan opleveren om te bepalen of dit synergievoordelen oplevert.
Voor het verslag
Wim Voeten