Ondertekend Verslag rapporteurs Werkplein en WVS 31-05-2022.pdf
Tekst van het document
Concept verslag rapporteurs Werkplein en WVS 31-05-2022 Aanwezig bij dit gesprek:
Raadsrapporteurs: Boer Portefeuillehouder: Regiefunctionaris: Griffie:
dhr. D. Aerts, mevr. K. Hoevenberg, dhr. E. de Jager, mevr. J. dhr. R. Verwijmeren dhr. M. Puts mevr. J. Stroop en dhr. W. Voeten
Onderliggende stukken: -
Jaarrekening Werkplein 2021 Ontwerpbegroting Werkplein 2023 Concept zienswijze ontwerpbegroting Werkplein 2023 volgens het format Jaarrekening WVS 2021 Ontwerpbegroting WVS 2023 Concept zienswijze ontwerpbegroting WVS 2023 volgens het format
Verslag De heer Verwijmeren opent de bijeenkomst en geeft aan dat de heer Puts de stukken met ons zal doornemen. De heer Puts start met de WVS. De jaarrekening van de WVS, in 2021 eindigt de WVS met een positief resultaat van ruim 7 ton. Maar ook de corona gelden van de afgelopen 2 jaar zijn over, dus in totaal is het resultaat nog veel positiever, zo'n 4,5 miljoen. In de concept zienswijze is te zien hoe dit verdeeld wordt over de bestemmingsreserves. Van het resultaat wordt 985.000 uitgekeerd aan de gemeenten. Van de bestemmingsreserve corona wordt 1,8 mln. uitgekeerd aan de gemeenten. Dit resultaat is nog niet verwerkt in onze gemeentelijke jaarrekening maar zal verwerkt worden in de tweede bestuursrapportage. Het is wel zo dat de WVS geld moet lenen om dit uit te kunnen keren, dat komt door de liquiditeitspositie. Anders gezegd, al het geld zit in de panden en materiaal. Om de liquiditeitspositie en de solvabiliteit te verbeteren wordt 423.000 toegevoegd aan de algemene reserve. De heer Aerts vraagt waarom er dan toch gekozen is het positieve resultaat uit te keren aan de gemeentes, als de WVS daarvoor moet lenen? Kan dat geld niet beter meteen naar de reserves? De heer Puts geeft aan dat daar geen meerderheid voor was onder de deelnemende gemeenten.
Mevrouw Hoevenberg vraagt wat de verbonden partijen die genoemd worden op p.18 precies zijn? De heer Puts legt uit dat dit bedrijven zijn waar de WVS (deels) eigenaar van is. Het schoonmaakbedrijf is een joint-venture, de WVS is hiervan 50% eigenaar. Deze samenwerking is met een regulier schoonmaakbedrijf omdat de WVS alleen niet al het personeel kan leveren voor een schoonmaakdienst. De WVS levert dus een deel van het personeel. Van dit bedrijf komt 50% van de winst terug naar de WVS, van de andere 4 100% omdat de WVS de enige eigenaar is. De begroting 2023 van de WVS moet worden gezien als een pro-forma begroting. Er komt meestal in het najaar een herziening omdat er dan zicht is op de bijdrage vanuit de septembercirculaire en er meer zicht is op wat er echt gaat gebeuren. De conceptbegroting is dus op basis van de kennis van nu, er is bijvoorbeeld uit gegaan van een normalisatie van de corona situatie. De heer Puts benadrukt een interessant punt: binnen het groen begint er een personeelstekort te ontstaan. Er is besloten het groenbedrijf van de WVS ook open te stellen voor mensen met een afstand tot de
arbeidsmarkt uit de Participatiewet. Die mensen, zo'n 80 per jaar, kunnen tijdelijk in dienst komen en dan doorstromen naar een reguliere hovenier. Dat is bedoeld om de groenvoorziening voor de gemeenten op pijl te kunnen houden, en om mensen die in de participatiewet tussen wal en schip vallen een kans te geven. Het is dus een leer-werkbedrijf. Daarvoor wordt ook een academie opgericht en er is samenwerking met het onderwijs, zodat de mensen in deze trajecten ook certificaten kunnen halen wat ze een betere positie geeft op de regulier arbeidsmarkt. Mevrouw Hoevenberg vraagt hoe het komt dat er voor 2023 een negatief resultaat staat? De heer Puts geeft aan dat de WVS, net als alle werkvoorzieningsschappen in Nederland, altijd verlies draait. Dat wordt gecompenseerd door de gemeentelijke bijdrages. De heer Voeten vraagt hoe het staat met de ketenbegroting. De heer Puts geeft aan dat de bedragen in de begrotingen van de WVS en het Werkplein al op elkaar zijn afgestemd. Volgend jaar willen ze de ketensamenwerking ook financieel uitgewerkt zien. Misschien komt dat al in de herziene begroting van 2023. Dat zal de vorm krijgen van een paragraaf in de afzonderlijke begrotingen, dit omdat gemeenschappelijke regelingen wettelijk gezien elk een eigen begroting moeten hebben.
Mevrouw Hoevenberg vraagt of dit iets is om in de zienswijze te zetten? De heer Puts geeft aan dat het er vorig jaar in heeft gestaan, en dat ze er voor dit jaar vanuit zijn gegaan dat dit al gaat gebeuren. Vandaar dat het er nu niet in staat. De heer Puts over de jaarrekening van het Werkplein: met name op programma werk en participatie zijn er veel middelen overgebleven. Dat is het directe gevolg van de lockdown maatregelen, er zijn veel re-integratie activiteiten die niet door konden gaan. Dat is een gunstig financieel effect (1.3 miljoen), maar natuurlijk nadelig voor de klanten. 4.5 ton wordt doorgeschoven naar volgend jaar (naar een bestemmingsreserve) om een deel van die activiteiten in te halen, de rest komt terug naar de gemeenten. Dat voordeel is ook al in onze jaarrekening verwerkt. Er is wel een extra voordeel op de bedrijfsvoering, ruim 9 ton. Dat zit hem in de uitvoering van de TOZO-regeling. We hebben van het rijk geld gekregen voor de uitvoering hiervan, maar dat is maar beperkt nodig gebleken. De TOZO-regeling is namelijk met eigen personeel uitgevoerd, vooral door de mensen die door de corona maatregelen geen re-integratie activiteiten konden begeleiden. Van de 9 ton wordt wel weer een klein deel gereserveerd voor dit jaar omdat de regeling nog afgerond moet worden. De rest wordt uitgekeerd, dat is voor Etten-Leur 1 ton.
Er zijn geen vragen over de jaarrekening van het Werkplein. Dan de begroting 2023 van het Werkplein, ten eerste de programmakosten: het aantal uitkeringen wordt ongeveer gelijk geraamd, dit komt overeen met de inschatting van het CBS. Wel is er een stijging van de kosten voor het minimabeleid. Ook is er een toename in de uitvoeringskosten. Dat kan deels verklaard worden door de cao-loonstijgingen. Daarnaast zien we ook het eerste effect van de doorvoering van de nieuwe visie van het Werkplein. Per saldo komt er 4 FTE bij in de organisatie. De formatie groeit sowieso, dat komt doordat de uitvoering van de Wet inburgering erbij is gekomen. Ook zijn er functies die vroeger extern werden ingehuurd en nu door vaste krachten worden uitgevoerd. De personele formatie neemt dus fors toe, maar de bijdrage niet. Dat komt omdat inhuur iets duurder is dan vast personeel. De heer Aerts vraagt: de nieuwe visie zou toch geen extra kosten meebrengen? Maar nu komt er toch 4 FTE bij?
De heer Puts geeft aan dat dit inderdaad wel extra kosten zijn. Maar er is ook een besparing in de flexibele schil. Dit is ook verantwoord, het zit hem in gebiedsteams per gemeente. Dat is personeel wat de afstemming met de gemeente doet. Mevrouw Hoevenberg vraagt waarom er een splitsing wordt gemaakt tussen kosten van de ‘inburgeringsvoorzieningen’ en de ‘uitvoeringskosten’ van de inburgering (p.28). De inburgering zou toch kostenneutraal zijn voor de gemeenten? De heer Puts geeft aan dat de inburgering inderdaad budget neutraal is. Onder in dezelfde tabel staat de bijdrage per gemeente, en dat is afgestemd op het bedrag wat wij van het rijk (denken te) ontvangen. Verder zijn er geen vragen over de begroting van het Werkplein. Mevrouw Hoevenberg heeft nog wel een andere vraag, werkt de voorzieningenwijzer al goed? De heer Puts durft niet te zeggen wat de stand van zaken is, er was wel sprake van vertraging. Conclusies WVS Er is een zeer positief resultaat te zien op de jaarrekening, dat is mooi. Dit wordt ook gedeeltelijk uitgekeerd aan de gemeenten. Echter, omdat de WVS een slechte liquiditeitspositie heeft moet hiervoor geld geleend worden. Een meerderheid van de gemeenten wilde dit echter toch uitgekeerd zien dus daar kunnen we niets meer aan doen.
Wel wordt er de komende jaren extra geld aan de reserves toegevoegd om de liquiditeitspositie en de solvabiliteit te versterken (dit ook op aanraden van Deloitte). De begroting voor 2023 is nu nog een pro-forma begroting, in het najaar verwachten we een herziening. Hopelijk wordt in die herziening ook al de financiële paragraaf ketensamenwerking meegenomen. Hier hebben we bij de vorige zienswijze om gevraagd en dit zal sowieso vanaf volgend jaar toegevoegd worden. De rapporteurs sluiten zich aan bij de concept zienswijze. Conclusies Werkplein Ook het Werkplein heeft een flink positief resultaat op de jaarrekening 2021. Een deel daarvan is al verrekend in onze begroting, en daarnaast komt er nog een ton extra terug. In de begroting zien we een toename van de uitvoeringskosten, dit komt door de cao-loonstijging en door 4 FTE extra in de formatie, vanuit de nieuwe visie van het Werkplein. Die 4 FTE is verantwoord, dit zijn mensen die de afstemming van de gebiedsteams met de gemeente gaan doen. Ook neemt het Werkplein meer mensen vast in dienst, voor functies die eerder door inhuur werden vervuld. Inhuur is altijd wat duurder dan vaste krachten dus dit brengt geen extra kosten met zich mee. Ook voert het Werkplein de Wet inburgering uit. Dat wordt budget neutraal gedaan, de bijdrages per gemeente zijn afgestemd met het bedrag wat de gemeenten van het rijk denken te ontvangen.
De rapporteurs sluiten zich aan bij de concept zienswijze.
Voor het verslag,
Julia Stroop, raadsadviseur