CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Ondertekend Verslag rapporteurs RWB 31-05-2022.pdf

Raad besluit 13 juni 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: RWB818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept verslag rapporteurs RWB 31-05-2022 Aanwezig bij dit gesprek:    

Raadsrapporteurs: Portefeuillehouder: Regiefunctionaris: Griffie:

dhr. E. Menheere dhr. G. de Weert dhr. A. Klep mevr. J. Stroop en dhr. W. Voeten

Onderliggende stukken: - Jaarrekening 2021 - Ontwerpbegroting 2023 - Concept zienswijze ontwerpbegroting 2023 volgens het format Verslag De heer Voeten opent de vergadering en stelt voor dat de heer Klep een samenvatting geeft. De heer Klep vertelt dat het voorstel is om geen zienswijze in te dienen maar wel een paar vragen te stellen. Deze staan toegelicht onder kopje 3 van de concept zienswijze. De heer Menheere vraagt of het noodzakelijk is om de reserves zo hoog te houden? De heer Klep legt uit dat gemeenschappelijke regelingen zo min mogelijk algemene reserves mogen hebben, maar wel bestemmingsreserves. De vorige keer is in de zienswijze gevraagd aan te geven waar de bestemmingsreserves precies voor zijn, dat heeft de RWB nu gedaan (p. 11 van de financiële begroting). Het totaal van deze bestemmingsreserves is ruim 750.000 en zal wat dalen dit jaar. De heer de Weert geeft aan dat dat in totaal inderdaad best een hoog bedrag is, maar het zijn verschillende potjes van rond de ton. De heer Voeten vraagt waarom en een fraude risico analyse gemaakt wordt van de reserves? Waar zit het risico in? De heer de Weert legt uit dat het woord fraude misschien vreemd gekozen is (maar deze term komt van de RWB zelf). Het is een analyse van de reserves, naar de doelmatigheid. Hoe hoog moeten ze echt zijn. De uitslag van die analyse wordt halverwege het jaar verwacht.

De heer Menheere heeft verder geen vragen, de reserves zijn nu duidelijk. De heer Voeten vraagt waarom het beleid van de provincie ten aanzien van de KCV veranderd is en de bijdrage wordt afgeschaald (dit staat in de aanbiedingsbrief)? De heer Klep heeft dit nagevraagd bij de RWB, en kreeg het volgende antwoord: De provincie Noord-Brabant wil minder bijdragen aan apparaatskosten en meer geld besteden aan vervoer. Tot en met 2020 hadden de Brabantse regiotaxiorganisaties en de provincie een samenwerkingsovereenkomst op basis waarvan zij € 125.000 bijdroeg aan onze bureaukosten. In verhouding tot haar “profijt” was dit een behoorlijk bedrag (een derde van onze kosten). De provincie wilde de overeenkomst niet verlengen en bepaalde dat ze in 2021 en 2022 haar bijdrage afbouwt naar resp. € 85.000 en € 42.000 per regio. Over haar bijdrage vanaf 2023 bestaat nog geen overeenstemming. De provincie wil deze koppelen aan het aandeel van het gebruik van Deeltaxi door ov-reizigers in relatie tot het totale volume. Daarmee zou ze haar bijdrage terugbrengen naar ca. 5% van onze kosten. Hier gaat nog bestuurlijk overleg over plaatsvinden.

Het is zeker zo dat de kosten gemaakt moeten worden om KCV te organiseren. Weet dat onze organisatiekosten beslist laag zijn. De provincie vindt echter haar bijdrage (33% bij € 125.000) te hoog in verhouding tot haar aandeel in het vervoer (5%). Dat is waar zij de komende jaren op uit wil komen. Vanuit KCV vinden we de verhouding qua volume niet de juiste verdeelsleutel voor de apparaatskosten. Aan het provinciaal vervoersgedeelte hebben we meer werk dan 5% van onze capaciteit. In de bestuurscommissie is afgesproken dat we de dalende bijdrage van de provincie in 2021 en 2022 compenseren vanuit de reserve, dan wel bij de gemeenten via de vervoersnota’s in rekening brengen. Maar zoals aangegeven, hebben we nog geen overeenstemming over de provinciale bijdrage in latere jaren. Er zijn andere regio’s die dit al wel hebben laten gebeuren, maar die er ook erg ongelukkig mee zijn. Brabantbreed is dit dus een item wat met de (nieuwe) gedeputeerde besproken gaat worden. Verder merkt de heer de Weert nog op dat de RWB zelf geen budget heeft voor uitvoering. Dit betekent dat er een risico is dat de mooie programma's die de RWB gemaakt heeft niet goed uitgevoerd worden als de individuele gemeenten niet genoeg willen investeren in de uitvoering. Misschien is het dus toch verstandig een deel van de uitvoering bij de RWB te leggen.

De heer Klep vult hierop aan dat er al overleg is met alle gemeentesecretarissen over de uitvoering. Ook komt er dit najaar een nieuw actieprogramma, waarin de uitvoering duidelijker zal worden. Conclusie De rapporteur is het eens met de concept zienswijze. Na de uitvoering van de analyse van de reserves is het aan de raad een uitspraak te doen over de hoogte van de reserves, en of deze aangepast moeten worden. Daarnaast stelt hij toevoeging aan de concept zienswijze voor: - We uiten onze zorgen over de uitvoeringscapaciteit. Er staan projecten in de stijgers maar het is niet duidelijk hoe de personeelsinzet wordt geregeld, niet alleen van gemeenten maar ook de samenwerking met het bedrijfsleven. Graag zien we in het actieprogramma dit najaar niet alleen uitgelegd hoe dit financieel geregeld wordt, maar ook hoe waar de capaciteit vandaan komt.

Voor het verslag,

Julia Stroop, raadsadviseur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=958fd9c7-4045-4f09-9abe-053eed526978