Onderbouwing bijlage 3_Verkennend bodemonderzoek Haansberg 39 te Etten-Leur
Tekst van het document
Rapport
verkennend bodemonderzoek Haansberg 39 te Etten-Leur
Projectnaam Projectnummer
Haansberg 39 te Etten-Leur B3276
Opdrachtgever Postadres
Prophys BV Daviottenweg 40 5222 BH 's-Hertogenbosch heer M. Baars
Contactpersoon Status Versie
Definitief 1
Aantal pagina’s Datum
17 (exclusief bijlagen) 2 augustus 2023
Samenstelling rapport en kwaliteitscontrole
dhr. M. Gloudemans
Paraaf
Bezoekadres Postcode en plaats Telefoon e-mail internet
Jekschotstraat 12 5465 PG Veghel 0413 287068 info@bodem-inzicht.nl www.bodem-inzicht.nl
Inhoudsopgave 1 INLEIDING ................................................................................................................................................................. 4
2
3
4
5
1.1
Algemeen ................................................................................................................................................................ 4
1.2
Aanleiding en doel van het onderzoek.................................................................................................................... 4
1.3
Partijdigheid ............................................................................................................................................................ 4
1.4
Opbouw van het rapport ........................................................................................................................................ 4
VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 5 2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ............................................................................................................................... 5
2.2
Voormalig en huidig gebruik van de locatie ............................................................................................................ 5
2.3
Toekomstig gebruik................................................................................................................................................. 6
2.4
Beschikbare onderzoeksgegevens .......................................................................................................................... 6
2.5
Bodem- en geohydrologische gegevens ................................................................................................................. 6
2.6
Terreinverkenning ................................................................................................................................................... 6
2.7
Conclusie vooronderzoek en hypothese ................................................................................................................. 7
2.8
Onderzoeksstrategie verdachte locaties ................................................................................................................. 7
2.9
Onderzoeksstrategie overig (on)verdacht terrein ................................................................................................... 7
2.10
Onderzoeksstrategie lozingspunten ....................................................................................................................... 8
VERKENNEND BODEMONDERZOEK VERDACHTE LOCATIES ....................................................................................... 9 3.1
Veldwerkzaamheden .............................................................................................................................................. 9
3.2
Monsternemingspatroon ........................................................................................................................................ 9
3.3
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .......................................................................................................... 9
3.4
Meetgegevens grondwater ..................................................................................................................................... 9
3.5
Analyse en monsterselectie .................................................................................................................................... 9
3.6
Geselecteerde grondmonsters en analysepakket ................................................................................................. 10
3.7
Overzicht grondwatermonsters en analysepakket ............................................................................................... 10
3.8
Toetsingskader ...................................................................................................................................................... 10
3.9
Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie.............................................................................................. 11
3.10
Analyseresultaten grondwatermonsters en interpretatie .................................................................................... 11
VERKENNEND BODEMONDERZOEK OVERIGE VERDACHTE LOCATIE ........................................................................ 12 4.1
Veldwerkzaamheden ............................................................................................................................................ 12
4.2
Monsternemingspatroon ...................................................................................................................................... 12
4.3
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen ........................................................................................................ 12
4.4
Analyse en monsterselectie .................................................................................................................................. 12
4.5
Geselecteerde grondmonsters en analysepakket ................................................................................................. 13
4.6
Toetsingskader ...................................................................................................................................................... 13
4.7
Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie.............................................................................................. 13
BODEMONDERZOEK LOZINGSPUNTEN .................................................................................................................... 14 5.1
Veldwerkzaamheden ............................................................................................................................................ 14
5.2
Maaiveldinspectie ................................................................................................................................................. 14
5.3
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen ........................................................................................................ 14
5.4
Geselecteerde grondmonsters.............................................................................................................................. 14
5.5
Toetsingskader ...................................................................................................................................................... 14
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
2
6
5.6
Analyseresultaten PCB’s grondmonsters en interpretatie .................................................................................... 14
5.7
Monstersamenstelling en analyses asbest ............................................................................................................ 14
5.7.1 Toetsingskader ............................................................................................................................................ 14 5.7.2 Analyseresultaten asbestanalyses NEN5898 ............................................................................................... 15 CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................................................................................... 16
BIJLAGEN Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 1a: foto’s onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatietekening met boorpunten Bijlage 3: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 4: Getoetste tabellen grond en grondwater Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: veldwerkrapportage Bijlage 6a: foto’s veldwerk
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
3
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van Prophys BV te 's-Hertogenbosch heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek en bodemonderzoek lozingspunten uitgevoerd op het perceel Haansberg 39 te Etten-Leur (gemeente Etten-Leur). 1.2
Aanleiding en doel van het onderzoek
Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door beëindiging van agrarisch bedrijfsactiviteiten en aanvraag van een bestemmingswijziging. Het doel van het onderzoek is drieledig; • Het doel van het verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 is het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de toekomstige woonbestemming. • Het doel van het bodemonderzoek op locaties met bodembelasting is het verkrijgen van een toetsingsgrondslag met het oog op mogelijke bodemverontreiniging voortvloeiend uit bedrijfsactiviteiten (Wm of Activiteitenbesluit) ter plaatse van het agrarische erf. • De doelstelling van het bodemonderzoek van de lozingspunten is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest en PCB terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. 1.3
Partijdigheid
Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek NEN5725 (hoofdstuk 2) Bodemonderzoek bij verdachte locaties conform NEN5740 (hoofdstuk 3) Bodemonderzoek overig (verdacht) terrein conform NEN5740 (hoofdstuk 4) Bodemonderzoek lozingspunten conform NEN5740 en 5707 (hoofdstuk 5) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6)
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
4
2
VOORONDERZOEK
De NEN 5725 (versie oktober 2017) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. opdrachtgever B. Het milieu-archief van de gemeente Etten-Leur C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten (topotijdreis) E. Grondwaterkaarten F. Omgevingsrapportage Brabant Noord G. Locatiebezoek H. Eigenaar/gebruiker onderzoekslocatie 2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
adres onderzoekslocatie kadastrale gegevens eigendomssituatie oppervlakte
ligging onderzoekslocatie huidige functie beschrijving bebouwing/inrichting
beschrijving maaiveld, (half)verhardingslagen, funderingslagen omgeving
2.2
Haansberg 39 te Etten-Leur Gemeente Etten-Leur sectie O nummer 2522 en 2521 (ged.) Eigendom van heer C.A.M. Monden en mevrouw J.P.M.Bulkmans Het huidige agrarisch erf heeft een oppervlakte van circa 4.500 m². De toekomstige woonbestemming krijgt een oppervlakte van circa 3.600 m². Op de rand van de bebouwde kom, ten noordwesten van de kern EttenLeur. Agrarisch erf met boerderij en vijf bijgebouwen. De boerderij, twee schuren (1 en 2) en een bakhuisje (5) zijn opgetrokken uit bakstenen en voorzien van dakpannen. Schuren 3 en 4 zijn opgetrokken uit hout en metaal en zijn bekleed met damwandplaten. Schuur 3 is voorzien van asbestvrije dakplaten. Schuur 4 is voorzien van asbesthoudende dakplaten met goot, hemelwaterafvoer ontbreekt. Het maaiveld is verhard met klinkers, overig terrein is onverhard. Inpandig is sprake van betonvloeren. noord Landbouwgrond, erf Haansberg 41B oost Openbare weg Haansberg, bedrijf (aluminium framebouw) zuid Landbouwgrond west landbouwgrond
Voormalig en huidig gebruik van de locatie
voormalig gebruik locatie algemeen
voormalige bebouwing
(sloot-)dempingen (historische)
De locatie is van oudsher in gebruik als agrarisch erf. De boerderij, een schuur (1) en het karhuis (2) hebben een historisch waardevolle status en zijn opgericht rond begin 1800 (exacte datum onbekend). Het terreindeel ten zuiden van de boerderij is gebruikt als boomgaard. Op de locatie is sprake geweest van een akkerbouwbedrijf met vollegrondsteelt (groente- en kruidenkwekerij). Teelt vindt plaats op omliggende landbouwgrond, schoonmaken en verpakken vind plaats op het erf. Schuur 3 is opgericht in 1999 als kistenloods en voorzien van asbestvrije dakplaten. Schuur 4 is opgericht in de jaren ’80 en voorzien van asbesthoudende golfplaten.
1899 1965 Van 1930 tot circa 1960 is sprake geweest van een bijgebouw ten zuidoosten van de boerderij. Deze bestond vermoedelijk uit bakstenen en dakpannen. De exacte aard en functie is onbekend gebleven. In 2013 is een sloot gedempt met grond van eigen naastgelegen landbouwgrond. nee
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
5
ophogingen/aangevoerde grond/depots ongewone voorvallen bodembedreigende activiteiten, opslagtanks en opslag bodembedreigende stoffen
2.3
nee Er is sprake geweest van een bovengrondse dieseltank. De huidige eigenaren zijn niet bekend met deze tank. Er is sprake geweest van (beperkte) opslag van bestrijdingsmiddelen voor gebruik op omliggende landbouwgrond. Gewasbescherming werd echter grotendeels uitbesteed.
Toekomstig gebruik
bestemming
Beoogd wordt de locatie te herontwikkelen; de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. De monumentale schuur wordt ingericht ten behoeve van trouw- en rouwceremonies, exposities, vergaderingen en workshops, eventueel in combinatie met eten. Enkele kleine gebouwtjes worden gesloopt, verder wordt gebruik gemaakt van bestaande bebouwing. Onbebouwd terrein en landbouwgrond rondom de huidige bebouwing wordt ingericht als landelijke tuin en parkeervoorziening (verblijfsduur <2 uur).
bodembedreigende activiteiten opslagtanks opslag bodembedreigende stoffen
nee nee nee
2.4
Beschikbare onderzoeksgegevens
onderzoek op locatie Kwaliteit op basis van Bodemkwaliteitskaart Midden en West Brabant, Anteagroup (digitaal) onderzoek in directe omgeving Beïnvloeding grond en/of grondwater vanuit de omgeving
2.5
Er zijn geen bodemonderzoeken verricht op de locatie. Ontgravingskwaliteit boven- en ondergrond Landbouw/Natuur Bodemfunctieklasse Wonen Er zijn geen onderzoeken bekend in de directe omgeving. In de regio worden verhoogde gehalten aan zware metalen (met name chroom) in het grondwater aangetoond. Deze kunnen als regionaal verhoogd worden beschouwd. Chroom wordt vaker aangetoond in het grondwater van kalkarme zandgronden.
Bodem- en geohydrologische gegevens
deklaag eerste watervoerend pakket
Bodemopbouw matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor. Fijn leemhoudende zanden
Formatie van Twente
0-8 m-mv
Formatie van Kedichem/Tegelen
8-33 m-mv
hydrologie diepte freatisch grondwater stromingsrichting 2.6
1,0 tot 1,5 m-mv noordelijk
Terreinverkenning
Voorafgaand aan het eerste veldwerk is de onderzoekslocatie geïnspecteerd. Bij de rondgang zijn geen bijzonderheden geconstateerd.
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
6
2.7
Conclusie vooronderzoek en hypothese
Uit het verrichte vooronderzoek wordt de afbakening van de onderzoekslocatie als voldoende beschouwd. Uit het verrichte vooronderzoek zijn potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. Het betreft de voormalige bovengrondse dieseltank en de voormalige bestrijdingsmiddelenopslag. In het kader van beëindiging van bedrijfsactiviteiten worden deze beschouwd als verdachte locatie met een plaatse bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern De voormalige sloot wordt als verdachte locatie beschouwd. Deze wordt onderzocht middels een raai (boringen op rij). Wanneer bodemvreemde bijmenging of bodemvreemde lagen worden aangetroffen wordt de betreffende bodem bemonsterd en ingezet voor analyse. In het kader van de bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen komt het terreindeel waar het gebruik gevoeliger wordt (en langer dan 2 uur wordt verbleven) in aanmerking voor verkennend bodemonderzoek; het betreft circa 3.600 m². Met het oog op het agrarisch en bedrijfsmatig gebruik wordt deze beschouwd als diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming. De bovengrond tot 0,3 m-mv ter plaatse van het deel waar sprake is geweest van een boomgaard wordt aanvullend onderzocht op OCB’s (bestrijdingsmiddelen).
De bodem ter plaatse van de lozingspunten van schuur 4 worden beschouwd als verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern met betrekking tot aanwezigheid van asbest en PCB. De overige bodem binnen de onderzoekslocatie wordt op basis van het vooronderzoek en de terreinverkenning op voorhand niet als asbestverdacht beschouwd. Beïnvloeding vanuit omgeving: Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit. In de regio worden gehalten aan zware metalen in het grondwater aangetoond. Deze kunnen als regionaal verhoogd worden beschouwd. 2.8
Onderzoeksstrategie verdachte locaties
(deel)-locatie
Bg dieseltank Vml bestr.mid. opslag Vml sloot Bg dieseltank
oppervlakte (m²) 4
strategie
boringen tot 0,5 m-mv
2,0 m-mv
peilbuis
analyses
VEP
-
-
1
2
VEP
-
-
1
-
maatwerk
-
3
-
1 1 1 1
Minerale olie bovengrond Minerale olie grondwater OCB bovengrond OCB grondwater
*
Standaardpakket grond
* Wanneer bodemvreemd materiaal of bodemvreemde lagen worden aangetroffen wordt bemonsterd en ingezet voor analyse 2.9
Onderzoeksstrategie overig (on)verdacht terrein
(deel)-locatie
overig terrein
oppervlakte (m²) 3.600
strategie
boringen tot 0,5 m-mv
2,0 m-mv
peilbuis
analyses
VED-HE
12
2
1
3 1
1 1
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
standaardpakket bovengrond OCB bovengrond tot 0,3 mmv ter plaatse van vml boomgaard standaardpakket ondergrond standaardpakket grondwater
7
2.10
Onderzoeksstrategie lozingspunten
Verkennend asbest- en bodemonderzoek van druppelzones en lozingspunten van asbesthoudende daken zonder goot of hemelwaterafvoer: Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van een asbest- en PCB-verdachte toplaag (0 tot 10 cm maaiveld) in de lozingspunten van het asbesthoudende dak van schuur 4. Verkennend asbestonderzoek NEN5707; de lozingspunten worden beschouwd als verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Verkennend bodemonderzoek NEN5740; de lozingspunten worden beschouwd als verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. (deel)-locatie opperinspectiegaten/sleuven analyses vlakte 30x30cm 200x30cm diepe boring (m²) lozingspunten 1+1 2 1 asbestanalyse en PCB schuur 4
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
8
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK VERDACHTE LOCATIES 3.1 Veldwerkzaamheden verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 ja datum 13 juli 2023 veldmedewerker(s) H. Jacobs, SMV certificaat K46241/10 afwijkingen bijzonderheden conform protocol 2002 ja datum 20 juli 2023 veldmedewerker(s) H. Jacobs, SMV certificaat K46241/10 afwijkingen bijzonderheden • In bijlage 2 is de plaats van de meetpunten in de situatietekening opgenomen. • Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. • In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages opgenomen
3.2
Monsternemingspatroon
De boringen en peilbuizen worden geplaatst in de verontreinigingskern(en). Indien plaatsing in de verontreinigingskern niet mogelijk is, worden de boringen en peilbuizen zo dicht mogelijk bij de verontreinigingskern geplaats (conform NEN5740 bij voorkeur stroomafwaarts). De resultaten van grond- en grondwateronderzoek kunnen als voldoende representatief worden beschouwd. 3.3
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
Tijdens het verrichten van veldwerk zijn ter plaatse van de voormalige dieseltank, opslag van bestrijdingsmiddelen en gedempte sloot geen bijmengingen aangetroffen in de bodem die duiden op bodemverontreiniging zoals een olie-waterreactie, passieve geurwaarneming, bijmenging van kooltjes, slakken of andere zintuigelijke bevindingen. De beoordeling van de opgeboorde grond ter plaatse van de gedempte sloot vormt geen aanleiding voor aanpassingen van de onderzoeksstrategie 3.4
Meetgegevens grondwater peilbuisnummer
filterdiepte (m-mv) 2,27 - 3,27
grondwaterstand (m-mv) 1,48
zuurgraad (pH) 6,5
EC (µS/cm) 392
troebelheid (NTU) 120
belucht monster
1 Nee Voormalige opslag bestrijdingsmiddelen 2 2,15 - 3,15 2,02 6,3 916 86 Nee Voormalige dieseltank De gemeten waardes worden niet als afwijkend beschouwd voor de regio en geven geen indicatie voor de aanwezigheid van verontreinigingen in het grondwater. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater ter plaatse van de peilbuizen 1 en 2 hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. 3.5
Analyse en monsterselectie
De analyses van de grond- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Al-West B.V. in Deventer. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut (NNI).
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
9
3.6
Geselecteerde grondmonsters en analysepakket
analysemonster BG1 vml opslag bestrijd. mid. BG2 vml dieseltank 1.
3.7
bijzonderheden
analysepakket1
-
0,07 - 0,50 2 (0,07 - 0,17) 2 (0,17 - 0,50)
-
Organochloor Bestrijdingsmiddelen Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000) Minerale Olie GC, Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000)
Het NEN 5740 standaardpakket bodem bestaat uit de volgende parameters: droogrest, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK, minerale olie.
Overzicht grondwatermonsters en analysepakket analysemonster 1-1-1
filterdiepte (m-mv) 2,27 - 3,27
bijzonderheden -
Analysepakket2 NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) OCB (AS3000)
2-1-1
2,15 - 3,15
-
OLIE (AS3000)
2.
3.8
traject deelmonsters (m -mv) 0,07 - 0,50 1 (0,07 - 0,50)
Het standaardpakket grondwater bestaat uit de volgende parameters: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.
Toetsingskader
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en grondwater aan de achtergrondwaardes grond en streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater. De achtergrondwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In onderhavig rapport worden de volgende termen gebruikt om de mate van verontreiniging aan te geven: • niet verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; • licht verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de achtergrondwaarde maar lager dan of gelijk aan de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde; • matig verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; • sterk verontreinigd: de concentratie aan verontreinigingen is hoger dan de interventiewaarde. Uit de NEN 5740 kan het volgende worden afgeleid.
Uitvoering van vervolgonderzoek is in de meeste gevallen alleen noodzakelijk wanneer de concentratie van een stof de halve som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde overschrijdt. Deze waarde wordt ook in de Leidraad Bodembescherming gehanteerd als de concentratiegrens waarboven een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Bij overschrijding van de interventie-waarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Toetsing analyseresultaten grond en grondwater De analyseresultaten van de grond zijn getoetst aan de achtergrond- (A) en interventiewaarden (I) uit de circulaire streef- en interventiewaarden bodemsanering [Staatscourant 2000-39]. In de toetsingstabel zijn zowel de achtergrondwaarden (A) als de interventiewaarden (I) voor microverontreinigingen opgenomen. De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van het (gemeten) lutum- en organisch stofgehalte van de bodem. De analyseresultaten van het grondwater zijn getoetst aan de streef- (S) en interventiewaarden (I). De gemeten waarden van de onderzochte (meng-)monsters met overschrijdingstabellen zijn in bijlage 4 weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen.
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
10
3.9
Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie analysemonster
traject
BG1 vml opslag bestrijd. mid. 0,07 - 0,50 BG2 vml dieseltank 0,07 - 0,50 1Index
bijzonderheden -
overschrijding overschrijding overschrijding achtergrondwaarde tussenwaarde interventiewaarde -
(GSSD - AW) / (I - AW)
In mengmonster BG1, samengesteld uit visueel schone bovengrond ter plaatse van de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen, zijn geen gehaltes aan OCB’s aangetoond boven de achtergrondwaarden. In mengmonster BG2, samengesteld uit visueel schone bovengrond ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank, is geen gehalte aan minerale olie aangetoond boven de achtergrondwaarden. 3.10
Analyseresultaten grondwatermonsters en interpretatie
analysemonster 1-1-1
2-1-1 1Index
traject
bijzonderheden overschrijding overschrijding overschrijding streefwaarde tussenwaarde interventiewaarde 2,27 - 3,27 Nikkel (0,08) Molybdeen (-) Barium (0,04) Aldrin () 2,15 - 3,15 (GSSD - AW) / (I - AW)
In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1, gesitueerd ter plaatse van de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen, zijn gehaltes aan nikkel, molybdeen, barium en aldrin gemeten boven de streefwaarden. De verhoogde gehaltes aan zware metalen en aldrin kunnen gerelateerd worden aan het gebruik van de locatie door de jaren heen, maar mogelijk zijn de gehaltes aan zware metalen regionaal verhoogd. De aangetoonde concentraties vormen geen aanleiding voor nader onderzoek. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 2, gesitueerd ter plaatse van de voormalige dieseltank, is geen gehalte aan minerale olie gemeten boven de streefwaarden.
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
11
4
VERKENNEND BODEMONDERZOEK OVERIGE VERDACHTE LOCATIE
4.1
Veldwerkzaamheden
verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 ja datum 13 juli 2023 veldmedewerker(s) H. Jacobs, SMV certificaat K46241/10 afwijkingen bijzonderheden conform protocol 2002 ja datum 20 juli 2023 veldmedewerker(s) H. Jacobs, SMV certificaat K46241/10 afwijkingen bijzonderheden • In bijlage 2 is de plaats van de meetpunten in de situatietekening opgenomen. • Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. • In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages opgenomen 4.2
Monsternemingspatroon
De situering van meetpunten is aselect gekozen met voldoende spreiding. De spreiding van meetpunten is niet ernstig belemmerd door aanwezigheid van obstakels. Het terrein was volledig toegankelijk. De peilbuis is centraal tot licht stroomafwaarts binnen de onderzoekslocatie geplaatst. Inpandig zijn geen boringen verricht, maar in plaats daarvan is gekozen voor situering net buiten de bebouwing. De resultaten van grond- en grondwateronderzoek kunnen daardoor als voldoende representatief worden beschouwd. 4.3
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
Tijdens het verrichten van veldwerk zijn plaatselijk bijmengingen van sporen baksteen aangetroffen in de bovengrond. De bijmenging van baksteen kan gerelateerd worden aan voorgaande bouwwerken en past binnen de strategie VED-HE. De bijmenging is in het veld beoordeeld en niet als asbestverdacht beschouwd. boring
diepte boring traject soort waargenomen bijzonderheden (m -mv) (m -mv) 6 0,50 0,07 - 0,50 Zand sporen baksteen 7 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen 8 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen 10 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen 11 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen 12 2,00 0,07 - 0,40 Zand sporen baksteen 14 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen 15 0,50 0,00 - 0,50 Zand sporen baksteen De beoordeling van de opgeboorde grond vormt geen aanleiding voor aanpassingen van de onderzoeksstrategie. 4.4
Analyse en monsterselectie
De analyses van de grond- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Al-West B.V. in Deventer. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut (NNI).
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
12
4.5
Geselecteerde grondmonsters en analysepakket
analysemonster BG3 vml boomgaard BG4 overig erf
traject (m -mv) 0,00 - 0,50
BG5 overig erf
0,00 - 0,50
OG1
1.
4.6
0,00 - 0,50
deelmonsters bijzonderheden
analysepakket1
7 (0,00 - 0,50) Sporen baksteen 8 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,30) 6 (0,07 - 0,50) Sporen baksteen 11 (0,00 - 0,30) 12 (0,07 - 0,40) 15 (0,00 - 0,50)
NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000), Organochloor Bestrijdingsmiddelen (AS3000) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000)
3 (0,00 - 0,50) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en 4 (0,00 - 0,50) voorb. (AS3000) 13 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 0,50 - 1,40 1 (0,50 - 1,00) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en 2 (0,50 - 0,80) voorb. (AS3000) 12 (0,90 - 1,40) Het NEN 5740 standaardpakket bodem bestaat uit de volgende parameters: droogrest, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK, minerale olie.
Toetsingskader
De toetsing van de gemeten gehaltes vindt plaats volgens de richtlijnen van BoToVa zoals beschreven in paragraaf 3.8 van dit rapport. 4.7
Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie analysemonster
traject
bijzonderheden
overschrijding achtergrondwaarde
BG3 vml boomgaard
0,00 - 0,50
Sporen baksteen
BG4 overig erf
0,00 - 0,50
BG5 overig erf
0,00 - 0,50
Sporen baksteen -
Zink (0,12) Kwik (-) Lood (0,3) Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) () Lood (0,03)
OG1
0,50 - 1,40
-
1Index
Zink (0,08) Lood (0,07) Kwik (0,01)
overschrijding tussenwaarde -
overschrijding interventiewaarde
-
-
-
-
-
-
-
(GSSD - AW) / (I - AW)
In mengmonster BG3, samengesteld uit sporen baksteenhoudende bovengrond ter plaatse van de voormalige boomgaard, zijn gehaltes aan zink, kwik, lood en som drins aangetoond boven de achtergrondwaarden. In mengmonsters BG4 en BG5, samengesteld uit visueel schone en sporen baksteenhoudende bovengrond, zijn gehaltes aan lood en plaatselijk zink aangetoond boven de achtergrondwaarden. In mengmonster OG1, samengesteld uit visueel schone ondergrond, is een gehalte aan kwik aangetoond boven de achtergrondwaarde. Alle verhoogde gehaltes aan zware metalen en OCB’s zijn gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen. De aangetoonde concentraties vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. Tevens vormen ze geen belemmering voor het toekomstig gebruik van de locatie.
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
13
5
BODEMONDERZOEK LOZINGSPUNTEN
5.1
Veldwerkzaamheden
verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2018 ja datum 13 juli 2023 veldmedewerker(s) H. Jacobs, SMV certificaat K46241/10 afwijkingen bijzonderheden • In bijlage 2 is de plaats van de inspectiegaten in de situatietekening opgenomen. • Voor de gedetailleerde profielbeschrijvingen per proefgat wordt verwezen naar bijlage 3. • In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages • In bijlage 6a zijn foto’s opgenomen 5.2
Maaiveldinspectie
Tijdens de inspectie van het maaiveld wordt visueel beoordeeld of mogelijk sprake is van asbesthoudend (plaat-)materiaal. De weersomstandigheden worden omschreven als droog met voldoende zicht. Het maaiveld ter plaatse van de lozingspunten is geïnspecteerd met aanwezige lage vegetatie (minder dan 25% bedekking). De inspectiegraad wordt beoordeeld op 80%. Tijdens de inspectie is geen asbestverdacht (plaat-)materiaal aangetroffen op maaiveld. 5.3
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
De uitgegraven grond is gezeefd. De fractie groter dan 20 mm is in het veld bepaald. Er zijn gen asbestverdachte fragmenten waargenomen. bodiepte botraject soort waargenomen bijzonderheden ring ring (m -mv) (m -mv) AS01 0,10 0,00 - 0,10 Zand sporen baksteen, sporen beton, Gewicht fractie > 20 mm: 0,3 kg AS02 0,10 0,00 - 0,10 Zand sporen baksteen, sporen beton, sporen aardewerk, Gewicht fractie > 20 mm: 0,4 kg 5.4
Geselecteerde grondmonsters
analysemonster Mm1 loz.punt schuur 4 5.5
traject (m -mv) 0,00 - 0,10
deelmonsters analysepakket1 AS01 (0,00 - 0,10) PCB (7) (AS3000), Structuurpakket (luAS02 (0,00 - 0,10) tum/humus) (AS3000)
Toetsingskader
De toetsing van de gemeten gehaltes vindt plaats volgens de richtlijnen van BoToVa zoals beschreven in paragraaf 3.8 van dit rapport. 5.6
Analyseresultaten PCB’s grondmonsters en interpretatie
analysemonster
traject
overschrijding overschrijding overschrijding achtergrondwaarde tussenwaarde interventiewaarde BG6 lp schuur 4 0,00 - 0,10 -
In mengmonster BG6, samengesteld uit de toplaag ter plaatse van de lozingspunten van schuur 4, is geen gehalte aan PCB’s aangetoond boven de achtergrondwaarde. 5.7
Monstersamenstelling en analyses asbest
Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn van de ongezeefde grond uit de proefgaten mengmonsters samengesteld. omschrijving monster soort monster traject in m-mv Analysepakket mm1 lp schuur 4 Grond<20mm 0,00 - 0,10 Asbest grond NEN 5898 (<20mm) 10-15 kg (AS3000) 5.7.1
Toetsingskader
De beoordeling en interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters geschiedt op basis van het Besluit Bodemkwaliteit. De hoogte van zowel de interventiewaarde, de hergebruikwaarde, als de rest-concentratienorm voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. De berekening voor de toetsing aan deze norm wordt op de volgende wijze uitgevoerd: (10x gehalte ambifool asbest)+(gehalte serpentijn asbest)=<100 mg/kg d.s. rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
14
Per (deel)locatie en per (verdachte) bodemlaag moeten alle indicatieve resultaten worden getoetst aan de interventiewaarde, volgens onderstaande criteria. • Gaten 30 cm x 30 cm: indien voor een (deel)locatie en bodemlaag het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is verder onderzoek niet noodzakelijk en is het statistisch aannemelijk dat de interventiewaarde ook niet in een nader onderzoekstraject zal worden overschreden; • Gaten 30 cm x 30 cm; indien voor een (deel)locatie en bodemlaag het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) groter is dan de helft van de interventiewaarde is nader onderzoek noodzakelijk; • Boringen (< 35 cm): indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend onderzoek verplicht. Er kan worden gekozen voor een volledig verkennend onderzoek met behulp van gaten of er kan direct worden overgegaan tot nader onderzoek. • Boringen(< 35 cm): indien in geen van de boringen binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is nader onderzoek niet verplicht. Bij toetsing is de hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie en bodemlaag bepalend.
SEM-analyse Analyse op de respirabele asbestvezels is aan te raden als er een specifieke verdenking voor respirabele vezels is vanuit het vooronderzoek of Als de reguliere asbestanalyse (fracties 0,5-20 mm) aanwijzingen geeft op asbest in de fractie <0,5 mm. • • •
locaties waar asbesthoudend isolatiemateriaal is gebruikt zoals bovengrondse leidingstraten of procesinstallaties die geërodeerd kunnen zijn locaties bij geërodeerde asbestdaken locaties waar met asbest verontreinigd havenslib is toegepast
Afhankelijk van de situatie is het daarbij aan te raden om bij het onderzoek uit te gaan van een dunnere laag dan 0,5 meter, als deze specifiek verdacht op het voorkomen van respirabele vezels. Een voorbeeld hiervan is de toplaag van de bodem onder een geërodeerd asbesthoudend dak waarbij geen dakgoot aanwezig is. Dit gehalte moet opgeteld worden bij het gehalte zoals is bepaald uit de fractie 0,5-20 mm (grondmengmonster) en >20 mm (verzamelmonster grovere delen) om te bepalen of de interventiewaarde wordt overschreden. Daarnaast moet bij bodemonderzoek gericht op het bepalen van de ernst en de spoedeisendheid van een verontreiniging dit gehalte separaat getoetst worden aan de risiconorm van 10 mg/kg zoals genoemd in het protocol asbest in bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering om te bepalen of sprake is van spoedeisendheid. Insteek Bodeminzicht: Een SEM-analyse is duur en wordt alleen ingezet wanneer het noodzakelijk is. Dit houdt in dat eerst een asbest in grond analyse (NEN5898) wordt verricht waarbij middels optische lichtmicroscopie de fragmenten (asbestbundels) kleiner dan 0,5 mm worden geteld. Wanneer meer dan 10 fragmenten kleiner dan 0,5 mm worden geteld, is het zinvol om een SEM-analyse te verrichten. De ervaring leert echter dat respirabele vezels, zelfs ter plaatse van druppelzones, zelden worden aangetoond boven de detectiegrens. 5.7.2
Analyseresultaten asbestanalyses NEN5898
inspectiegaten
monster
AS01, AS02
mm1
traject in m-mv 0,00 - 0,10
verhoogde parameter -
analyseresultaten hecht-gegewogen concentratie bonden (mg/kg d.s.) <2
Vezels < 0,5mm -
In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 is geen concentratie asbest aangetroffen. Uit de berekening van het gewogen gehalte blijkt een gehalte van minder dan 2 mg/kgds. De toplaag ter plaatse van de lozingspunten is niet verontreinigd geraakt door verwering en afspoeling van asbestvezels. De aanwezigheid van respirabele vezels in de toplaag is lager dan 10 en aanvullend onderzoek naar respirabele vezels wordt niet geadviseerd.
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
15
6
CONCLUSIES EN ADVIES
In opdracht van Prophys BV te 's-Hertogenbosch heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Haansberg 39 te Etten-Leur (gemeente Etten-Leur). Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door een bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen . Vooronderzoek NEN5725 Uit het verrichte vooronderzoek wordt de afbakening van de onderzoekslocatie als voldoende beschouwd. Uit het verrichte vooronderzoek zijn potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. Het betreft de voormalige bovengrondse dieseltank en de voormalige bestrijdingsmiddelenopslag. In het kader van beëindiging van bedrijfsactiviteiten worden deze beschouwd als verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern De voormalige sloot wordt als verdachte locatie beschouwd. Deze wordt onderzocht middels een raai (boringen op rij). Wanneer bodemvreemd materiaal of bodemvreemde lagen worden aangetroffen worden monsters ingezet voor analyse. In het kader van de bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen komt het terreindeel waar het gebruik gevoeliger wordt en langer dan 2 uur wordt verbleven in aanmerking voor verkennend bodemonderzoek; het betreft circa 3.600 m².
Met het oog op het agrarisch en bedrijfsmatig gebruik wordt deze beschouwd als diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming. De bovengrond tot 0,3 m-mv ter plaatse van het deel waar sprake is geweest van een boomgaard wordt aanvullend onderzocht op OCB’s (bestrijdingsmiddelen). De bodem ter plaatse van de lozingspunten van schuur 4 wordt beschouwd wordt beschouwd als verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern met betrekking tot aanwezigheid van asbest en PCB. De overige bodem binnen de onderzoekslocatie wordt op basis van het vooronderzoek en de terreinverkenning op voorhand niet als asbestverdacht beschouwd. Beïnvloeding vanuit omgeving: Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit. In de regio worden gehalten aan zware metalen in het grondwater aangetoond. Deze kunnen als regionaal verhoogd worden beschouwd. Bodemonderzoek verdachte deellocaties NEN5740 Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het verrichten van veldwerk zijn ter plaatse van de voormalige dieseltank, opslag van bestrijdingsmiddelen en gedempte sloot geen bijmengingen aangetroffen in de bodem die duiden op bodemverontreiniging zoals een olie-waterreactie, passieve geurwaarneming, bijmenging van kooltjes, slakken of andere zintuigelijke bevindingen.
De beoordeling van de opgeboorde grond ter plaatse van de gedempte sloot vormt geen aanleiding voor aanpassingen van de onderzoeksstrategie Analyseresultaten (meng-)monsters In mengmonster BG1, samengesteld uit visueel schone bovengrond ter plaatse van de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen, zijn geen gehaltes aan OCB’s aangetoond boven de achtergrondwaarden. In mengmonster BG2, samengesteld uit visueel schone bovengrond ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank, is geen gehalte aan minerale olie aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analyseresultaten grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1, gesitueerd ter plaatse van de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen, zijn gehaltes aan nikkel, molybdeen, barium en aldrin gemeten boven de streefwaarden. De verhoogde gehaltes aan zware metalen en aldrin kunnen gerelateerd worden aan het gebruik van de locatie door de jaren heen, maar mogelijk zijn de gehaltes aan zware metalen regionaal verhoogd. De aangetoonde concentraties vormen geen aanleiding voor nader onderzoek. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 2, gesitueerd ter plaatse van de voormalige dieseltank, is geen gehalte aan minerale olie gemeten boven de streefwaarden.
Conclusie De aanwezigheid van de voormalige bovengrondse dieseltank en bestrijdingsmiddelenopslag hebben niet geleid tot noemenswaardig verhoogde gehaltes aan minerale olie of OCB’s in vaste bodem of grondwater. Bodemonderzoek overige verdachte locatie NEN5740 Zintuiglijke waarnemingen verkennend bodemonderzoek Tijdens het verrichten van veldwerk zijn plaatselijk bijmengingen van sporen baksteen aangetroffen in de bovengrond. De bijmenging van baksteen kan gerelateerd worden aan voorgaande bouwwerken en past binnen de strategie VED-HE. De bijmenging is in het veld beoordeeld en niet als asbestverdacht beschouwd. Analyseresultaten (meng-)monsters In mengmonster BG3, samengesteld uit sporen baksteenhoudende bovengrond ter plaatse van de voormalige boomgaard, zijn gehaltes aan zink, kwik, lood en som drins aangetoond boven de achtergrondwaarden.
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
16
In mengmonsters BG4 en BG5, samengesteld uit visueel schone en sporen baksteenhoudende bovengrond, zijn gehaltes aan lood en plaatselijk zink aangetoond boven de achtergrondwaarden. In mengmonster OG1, samengesteld uit visueel schone ondergrond, is een gehalte aan kwik aangetoond boven de achtergrondwaarde. Alle verhoogde gehaltes aan zware metalen en OCB’s zijn gerelateerd aan het gebruik van de locatie door de jaren heen. De aangetoonde concentraties vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. Tevens vormen ze geen belemmering voor het toekomstig gebruik van de locatie. Analyseresultaten grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1, gesitueerd ter plaatse van de voormalige opslag van bestrijdingsmiddelen, zijn gehaltes aan nikkel, molybdeen, barium en aldrin gemeten boven de streefwaarden. De verhoogde gehaltes aan zware metalen en aldrin kunnen gerelateerd worden aan het gebruik van de locatie door de jaren heen, maar mogelijk zijn de gehaltes aan zware metalen regionaal verhoogd. De aangetoonde concentraties vormen geen aanleiding voor nader onderzoek. Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De resultaten van het onderzoek stemmen overeen met de gestelde hypotheses.
De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Bodemonderzoek lozingspunten Veldwaarnemingen asbestonderzoek Tijdens inspectie van maaiveld en gaten is geen asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen. Analyse heeft derhalve niet plaatsgevonden. Analyseresultaat PCB’s In mengmonster BG6 is geen gehalte aan PCB’s gemeten boven de achtergrondwaarde. Analyseresultaten asbest In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 is geen asbest aangetroffen. De concentratie bevindt zich beneden de detectielimiet. Er zijn geen asbestvezelbundels kleiner dan 0,5mm geteld. Een SEM-analyse wordt niet zinvol geacht. Conclusie De toplaag ter plaatse van de lozingspunten van hemelwater, afkomstig van het asbesthoudend dak, zijn niet verontreinigd geraakt met PCB’s of asbest. Advies Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.
Disclaimer Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm NEN 5740) welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening te worden gehouden met een zeker restrisico. Een bodemonderzoek is een momentopname waarbij steekproefsgewijs boringen/inspectiegaten worden verricht/gegraven en peilbuizen worden geplaatst op een veelal willekeurige, maar meest voor de hand liggende locatie. Derhalve kan nooit uitgesloten worden dat op de onderzoekslocatie verontreinigingen aanwezig zijn die bij dit onderzoek niet zijn aangetoond. Bodeminzicht kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.
rapport B3276 Haansberg 39 te Etten-Leur
17
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoekslocatie
onderzoekslocatie
Kadastrale kaart
Uw referentie: B3276
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Etten-Leur O 2522
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 23 juni 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BETREFT
Etten-Leur O 2522 UW REFERENTIE
B3276 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
23-06-2023 - 08:19
S11155818106
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
22-06-2023 - 14:59
22-06-2023 - 14:59
BLAD
1 van 2
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Etten-Leur O 2522 Kadastrale objectidentificatie: 006590252270000
Locatie Haansberg 39
4874 NJ Etten-Leur BAG identificatie: 0777010000175186 Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Adressen en Gebouwen
Kadastrale grootte 5.910 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 102549 - 400081 Omschrijving Wonen
Terrein (teelt - kweek) Koopsom € 494.749,03 Herinrichtingsrente € 14,55
Koopjaar 2019 Eindjaar 2032
Ontstaan uit Etten-Leur O 760
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 76358/22
Ingeschreven op 05-09-2019 om 11:28
Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde De heer Christianus Adrianus Maria Monden Adres Haansberg 39
4874 NJ ETTEN-LEUR Geboren 01-02-1965
te ETTEN EN LEUR
Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) Betrokken persoon Mevrouw Jacoba Petronella Margaretha Bulkmans (ten tijde van verkrijging) Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2
BETREFT
Etten-Leur O 2522 UW REFERENTIE
B3276 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
23-06-2023 - 08:19
S11155818106
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
22-06-2023 - 14:59
22-06-2023 - 14:59
BLAD
2 van 2
Afkomstig uit stuk Hyp4 76358/22
Ingeschreven op 05-09-2019 om 11:28
Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Mevrouw Jacoba Petronella Margaretha Bulkmans Adres Haansberg 39
4874 NJ ETTEN-LEUR Geboren 05-03-1968
te ETTEN - LEUR
Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) Betrokken persoon De heer Christianus Adrianus Maria Monden (ten tijde van verkrijging) Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
Bijlage 1a
Foto's onderzoekslocatie
Noordzijde boerderij
Oostzijde boerderij
Zuidzijde boerderij en bakhuis
Ten zuidoosten van schuur 2
Noordzijde schuur 1
Ten westen van schuur 2
Tussen schuur 3 en 4
Westzijde schuur 4
Oostzijde schuur 4
Ten noorden en noordoosten van schuur 2
vml bestrijdingsmiddelenopslag
Vml dieseltank
Bijlage 2 Situatietekening met boorpunten
erf Haansberg 41B
16 15
Haa
17a
vm
AS02
17c
ltank
g diese
vml b
r (1),
2
schuu
, laten oer golfp fv atera ), asb ur (4 r hemelw schu e zond goot,
kas
3
4
pslag
vml o
bestr.
14
n
anne
dakp
mid
1
13
) uis (2 karh nnen a dakp
5 AS01
erg
demp
t, ge l sloo
nsb
17b 3 t 201
12
schuu r (3),
11
g 39
10
wing
9
ebou
n
6
sber
Haan
vml b
lfplate
ije go
asb vr
erij,
boerd
tot 1 965
7 8
) uis (5 bakh nen an dakp
vml boomgaard
GWSR
Situatietekening met boorlocaties
Legenda:
Project:
begrenzing onderzoekslocatie boringen tot 0,5 m-mv boringen 0,5 tot 2,0 m-mv boringen met peilbuis Asbestproefgat
Haansberg 39 te Etten-Leur Projectnummer:
B3276
0m
25 m
Datum:
10-07-2023
stelcons
klinkers
grind
tegels
beton
onverhard
asfalt
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
1
Boring:
2
Boring:
3
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
GWS: Boormeester:
170 H.P.A.M. Jacobs
GWS: Boormeester:
160 H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
0
0
klinker
7
17
2 50
50
2
50
50 Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor
3 80
100
100
klinker
7
1
Zand matig fijn, matig siltig, zwak grindig, geen olie-water reactie, bruingeel, Edelmanboor
1
0
0
groenstrook Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor
Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, bruincreme, Edelmanboor
0
0
1
50
50
Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, bruinroest, Edelmanboor
4
3 5 150
150 4
150
150 Zand matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, bruincreme, Edelmanboor
180
180
Zand matig fijn, zwak siltig, brokken leem, geen olie-water reactie, grijsblauw, Edelmanboor
5 200
Zand matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
6
Leem, zwak zandig, geen olie-water reactie, grijsblauw, Edelmanboor 200
7
210
Leem, zwak zandig, geen olie-water reactie, grijsblauw, Edelmanboor
220
240
240
Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Zuigerboor handmatig
250
300
Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, grijsblauw, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor
250
300 315 327
Projectnaam: Haansberg 39 Etten Leur Projectcode: B3276 'getekend volgens NEN 5104'
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
4
Boring:
5
Boring:
6
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
0
0
braak
0
0
30
2 50
50
0
0
50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor
1 Zand zeer fijn, matig siltig, bruingrijs, Edelmanboor 50
klinker
7
Zand matig fijn, zwak siltig, cremegrijs, Edelmanboor
1 1
50
klinker
7
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor
50
Projectnaam: Haansberg 39 Etten Leur Projectcode: B3276 'getekend volgens NEN 5104'
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
7
Boring:
8
Boring:
9
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
H.P.A.M. Jacobs
GWS: Boormeester:
180 H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
0
0
braak
1
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor
braak
1
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor
groenstrook Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor
1
2 50
50
50
50
50
50
Zand zeer fijn, zwak siltig, cremegeel, Edelmanboor 3
100
100
Zand zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, cremegeel, Edelmanboor 4
150 5 170
Zand matig fijn, zwak siltig, cremegrijs, Edelmanboor
6 200
200
Projectnaam: Haansberg 39 Etten Leur Projectcode: B3276 'getekend volgens NEN 5104'
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
10
Boring:
11
Boring:
12
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
0
0
braak
1
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor
groenstrook
1
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor
klinker
7
Zand matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, cremegeel, Edelmanboor
1 40
50
50
50
50
Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, Edelmanboor
50 2
100 3
150
4 170
Zand matig fijn, zwak siltig, grijsbruin, Edelmanboor
5 200
200
Projectnaam: Haansberg 39 Etten Leur Projectcode: B3276 'getekend volgens NEN 5104'
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
13
Boring:
14
Boring:
15
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
0
0
groenstrook
0
0
Zand zeer fijn, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor 1
50
50
50
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor
1
50
groenstrook
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen baksteen, bruingrijs, Edelmanboor
1
50
akker
50
Projectnaam: Haansberg 39 Etten Leur Projectcode: B3276 'getekend volgens NEN 5104'
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
16
Boring:
17a
Boring:
17b
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
0
0
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor
1
50
akker
50
groenstrook
0
0
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor
50
groenstrook Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten wortels, bruingrijs, Edelmanboor
50
80
Zand matig fijn, zwak siltig, sporen roest, bruincreme, Edelmanboor 100
100
100
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor
150
150
150
150
Projectnaam: Haansberg 39 Etten Leur Projectcode: B3276 'getekend volgens NEN 5104'
Bijlage: Boorprofielen
Boring:
17c
Boring:
AS01
Boring:
AS02
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Datum:
13-7-2023
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
Boormeester:
H.P.A.M. Jacobs
0
0
groenstrook Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, resten wortels, bruingrijs, Edelmanboor
50
0
0
1
2
10
braak Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen beton, bruingrijs, Schep, Gewicht fractie > 20 mm: 0,3 kg
0
0
1
2
10
braak Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, sporen baksteen, sporen beton, sporen aardewerk, bruingrijs, Schep, Gewicht fractie > 20 mm: 0,4 kg
50
Zand matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak grindig, bruingrijs, Edelmanboor
100
150
150
Projectnaam: Haansberg 39 Etten Leur Projectcode: B3276 'getekend volgens NEN 5104'
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
peilbuis
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
blinde buis
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
hoogste grondwaterstand
olie
gemiddelde grondwaterstand geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
laagste grondwaterstand zand afdichting
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
casing
bentoniet/mikoliet/klei afdichting
uiterste olie-water reactie grind afdichting
Klei, sterk zandig
zand
p.i.d.-waarde filter
>0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Bijlage 4 Getoetste tabellen
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Grondmonster Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus Lutum Datum van toetsing Monsterconclusie Monstermelding 1 Monstermelding 2 Monstermelding 3
% ds % ds
BG1 vml opslag bestrijd. mid. 1296416 1 0,07 - 0,50 0,90 1,70 2-8-2023 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Meetw
GSSD
BG2 vml dieseltank 1296416 2, 2 0,07 - 0,50 0,90 1,70 2-8-2023 Voldoet aan Achtergrondwaarde
Index
Meetw
GSSD
BG3 vml boomgaard 1296416 10, 7, 8 0,00 - 0,50 5,00 1,00 2-8-2023 Overschrijding Achtergrondwaarde
Index
Meetw
GSSD
METALEN Kobalt Nikkel Koper Zink Molybdeen Cadmium Barium Kwik Lood
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<3 4,2 19 95 <1,5 0,29 55 0,11 130
<7 12,3 36 209 <1,1 0,44 213 (6) 0,15 194
PAK Naftaleen Anthraceen Fenanthreen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Benzo(g,h,i)peryleen PAK 10 VROM
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,05 <0,05 0,063 0,18 0,11 0,073 0,11 0,061 0,11 0,086 0,86
<0,04 <0,04 0,063 0,18 0,11 0,073 0,11 0,061 0,11 0,086 0,86
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Hexachloorbenzeen (HCB) PCB (som 7) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
<0,001
<0,004
<0,001 0,0049 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
<0,001 <0,0098 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001 <0,001
BESTRIJDINGSMIDDELEN trans-Heptachloorepoxide Hexachloorbutadieen alfa-HCH beta-HCH gamma-HCH delta-HCH Isodrin Telodrin Heptachloor Heptachloorepoxide Aldrin Dieldrin Endrin DDE (som) 2,4-DDE (ortho, para-DDE) 4,4-DDE (para, para-DDE) DDD (som) 2,4-DDD (ortho, para-DDD) 4,4-DDD (para, para-DDD) DDT (som) 2,4-DDT (ortho, para-DDT) 4,4-DDT (para, para-DDT) alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) cis-Chloordaan trans-Chloordaan
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds