Nota beantwoording zienswijzen Haansberg-Oost - definitief
Tekst van het document
In die gevallen gelden zodanige uitgangspunten in het ontwerp dat de auto’s het straatbeeld niet domineren (parkeren op eigen terrein). 3. Onvoldoende onderbouwde parkeernorm en risico op parkeeroverlast De door de gemeenteraad vastgestelde parkeernorm van 1,2 parkeerplaats per woning (exclusief bezoekersparkeren) sluit aan bij het feitelijke autobezit in Etten-Leur (gemiddeld 1,18 auto per huishouden volgens CBS) en vallen binnen de bandbreedte van landelijke kencijfers van verkeerskundig kennisinstituut CROW. De lagere parkeernorm draagt bij aan de ambitie om alternatieve vervoerswijzen en behoefte naar deelmobiliteit te stimuleren. Er is in Haansberg Oost bewust gekozen voor het toepassen van het STOMP-principe, waarin de keuze voor lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit worden gestimuleerd en aangemoedigd boven het gebruik van de privéauto. Om parkeeroverlast op voorhand te voorkomen wordt in de omgeving (inclusief de Haansberg) een parkeerverbodszone ingesteld. Eventuele parkeeroverlast wordt gemonitord en bij aanhoudende overlast wordt door de gemeente bijgestuurd via handhaving of het faciliteren van alternatieve vervoerswijzen en/of alternatieve parkeervoorzieningen. 4.
In strijd met het beoogde groene karakter en ‘minimale verharding’ Het stedenbouwkundig plan gaat uit van een stevige groene ambitie met een laag uitgifte percentage bebouwing (meer groen dan bebouwing). Ook het te verwijderen groen wordt ruimschoots gecompenseerd. Het is niet te voorkomen dat sommige plekken (deels) van verharding moeten worden voorzien. Voor de locaties van de verschillende functies zijn weloverwogen keuzes gemaakt in het stedenbouwkundig ontwerp. Ook waar verharding wordt gerealiseerd, wordt aandacht besteed aan een zo groen mogelijke invulling.
26
5. Verkeersveiligheidsrisico’s en toename gemotoriseerd verkeer Door parkeervoorzieningen te clusteren en te situeren aan het begin van de wijk, wordt voorkomen dat autoverkeer tot diep in het gebied moet rijden. De laatste meters worden te voet afgelegd. Hiermee ontstaan straten die niet worden gedomineerd door autoverkeer en ontstaat er meer ruimte voor een prettige groene omgeving waar veel ruimte is om te bewegen, te ontmoeten
en te ontspannen. 6. Geen onderzoek naar alternatieve locaties Op 17 februari 2025 zijn de kaders voor Haansberg-Oost vastgesteld door de gemeenteraad. De kaders gaan uit van drie ontsluitingen op de straat Haansberg en één op het Sander. Deze kaders waren het vertrekpunt voor het stedenbouwkundige ontwerp: twee verkeerslussen als ontsluitingsstructuur met ‘entreezones’ waar de parkeerplaatsen zijn voorzien. Inhoud zienswijze rooien bomen 1. Kap van bomen is strijdig met de ambitie voor een groene, duurzame wijk Het verwijderen van bestaande, volwassen bomen staat haaks op de doelstelling uit het masterplan om een groene, duurzame wijk te ontwikkelen. 2. Bomen dragen aantoonbaar bij aan de kwaliteit van leven Het verwijderen van bomen is in strijd met het beleidsdoel uit het masterplan om de leefkwaliteit in Etten-Leur te verbeteren. 3. De wijk moet klimaatadaptief worden Het kappen van bomen gaat in tegen de ambitie van een duurzame ontwikkeling waarin klimaatadaptatie een belangrijke rol speelt. 4. De visie ‘gewoon groen’ als hoofdstructuur wordt ondermijnd De visie ‘gewoon groen’ uit het masterplan verliest draagkracht wanneer bestaande, waardevolle houtopstanden worden verwijderd. 5. Eerdere projecten tonen het belang van groen Het massaal kappen van bomen gaat in tegen de geleerde lessen die het masterplan zelf als vertrekpunt noemt. 6.
Bomen leveren waardecreatie Bestaande bomen verhogen aantoonbaar de woonwaarde, omgevingskwaliteit en landschappelijke identiteit. Het verwijderen van bomen brengt direct waardevermindering met zich mee, wat strijdig is met de ambitie van waardecreatie. 7. Participatie staat centraal De bomenkap is niet vooraf besproken met omwonenden. Daarna is niet geluisterd naar argumenten om toch (gedeeltelijk) bomen te behouden. Zorgen van bewoners moeten serieus genomen worden.
27
8. Onvoldoende onderbouwing noodzaak kap Zonder inzicht in alternatieven is er onvoldoende duidelijkheid over de gestelde noodzaak om bomen te verwijderen. Beantwoording zienswijze rooien bomen 1. Kap van bomen is strijdig met de ambitie voor een groene, duurzame wijk Gekozen is voor het ontwerpprincipe ‘bodem en water sturend’. Vanwege de kwetsbaarheid van het gebied is met name het watersysteem leidend geweest bij het opstellen van het inrichtingsplan. Tijdens het ontwerpproces is gekeken naar de inpassingmogelijkheden van het bestaande groen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot ontwerpkeuzes. Dit staat echter de ambitie voor een groene, duurzame wijk niet in de weg. Het stedenbouwkundig plan gaat nog steeds uit van een stevige groene ambitie met een laag uitgifte percentage bebouwing (meer groen dan bebouwing). Binnen deze ambitie zal het verwijderde groen ruimschoots worden gecompenseerd. 2. Bomen dragen aantoonbaar bij aan de kwaliteit van leven Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1. 3. De wijk moet klimaatadaptief worden Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1. 4. De visie ‘gewoon groen’ als hoofdstructuur wordt ondermijnd Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1. 5. Eerdere projecten tonen het belang van groen Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1. 6. Bomen leveren waardecreatie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt 1.
7. Participatie staat centraal Vanaf de start van de planvorming was duidelijk dat het grootste deel van de houtopstanden in het gebied verwijderd zou worden. In de ontwerpfase is aanvullend onderzoek gedaan naar de staat van het groen en de inpassingsmogelijkheden ervan. Uiteindelijk heeft dit geleid tot ontwerpkeuzes. Deze keuzes zijn verwerkt in de verkavelingsopzet die als bijlage bij de kaderstelling is gevoegd (vastgesteld 17 februari 2025) en later, in het voorlopig ontwerp van de openbare ruimte (VO IPOR) zoals deze op de Haansbergdag op 10 december 2025 is gepresenteerd. Door de onrust die is ontstaan na aankondiging van de bomenkap, is de kap uitgesteld en zijn wij in gesprek gegaan met bewoners. Dit heeft voor een selectie van bomen geleid tot een heroverweging. De kap van enkele bomen is daarom worden uitgesteld tot na het broedseizoen. De overige bomen zijn wel gekapt om de voorbereidende werkzaamheden voor de woningbouw uit te kunnen voeren.
28
8. Onvoldoende onderbouwing noodzaak kap Verwezen wordt naar de beantwoording onder de eerdere punten. Redenen waarom bomen en houtopstanden zijn gerooid, zijn: • houtopstanden waren niet verenigbaar in het ontwerp omdat op de plaats van deze houtopstanden woningbouw, rijlopers, stoepen, duikers, parkeren e.d. is voorzien; • houtopstanden lagen dicht bij de verschillende (nieuwe) nutstracé’s; • een deel van de houtopstanden lag in de te realiseren waterbergingen en kon niet tegen ‘natte voeten’; • onder de parkeerplaatsen worden infiltratiekratten aangelegd die niet verenigbaar zijn met de bomen; • het terrein wordt opgehoogd wat een impact heeft op de bomen; • voor verschillende bomen in clusters was de toekomstverwachting klein wanneer een deel van de bomen in het cluster weggehaald zou worden.
Conclusie De zienswijzen op de drie onderwerpen (knip, parkeren en rooien bomen) geven geen aanleiding tot aanpassing van de wijziging omgevingsplan.
Zienswijze 11. IVN (18 februari 2026) Op 18 februari 2026 heeft IVN een zienswijze ingediend op de wijziging omgevingsplan. De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend en de zienswijze is gemotiveerd. IVN is tevens belanghebbende. Er wordt daarom voldaan aan de vereisten om een zienswijze in behandeling te nemen. Inhoud 1. In het beeldkwaliteitsplan is aangegeven dat aanwezige groenstructuren zoveel als mogelijk worden ingepast in de plannen. De aanleg van een woonwijk leidt tot verlies van leefgebied voor dieren en planten. Het is daarom noodzakelijk dat de kansen voor nieuw leefgebied worden benut. 2. In de aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling staan de algemene noodzakelijke en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen. Gepleit wordt voor het ontzien van de natuur en het voorkomen van schade boven het compenseren ervan. 3. Ervan uitgaande dat de weg Haansberg tot het plangebied behoort, verbaast het reclamant dat geen roeken zijn aangetroffen. Deze broeden wel aan de Haansberg. 4. Reclamant mist een onderzoek naar de kwaliteit en de waarde van de aanwezige bomen in het gebied. 5. In de plannen is niet duidelijk opgenomen dat de bomenrijen achter de huisnummers 66-72 worden verwijderd. In de motivering staat zelfs dat de meeste groenstructuren behouden blijven of worden teruggebracht.
Het kappen van de bomen had voorkomen kunnen worden overeenkomstig de uitgangspunten in het gemeentelijke groenplan en de vereisten in de Europese Natuurherstelverordening. 6. Het is niet gepast dat tot kap wordt overgegaan voordat zienswijzen zijn beoordeeld. 29
7. Vanaf 2030 gaan strengere normen gelden voor luchtkwaliteit. Het maximale jaargemiddelde stikstofdioxide is hoger dan de norm die dan gaat tellen. Hoe verhoudt zich dit tot het Schone Lucht Akkoord waar de gemeente Etten-Leur zich bij aangesloten heeft? Beantwoording 1. Gekozen is voor het ontwerpprincipe ‘bodem en water sturend’. Vanwege de kwetsbaarheid van het gebied is met name het watersysteem leidend geweest bij het opstellen van het inrichtingsplan. Tijdens het ontwerpproces is gekeken naar de inpassingmogelijkheden van het bestaande groen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot ontwerpkeuzes. Het voorlopig ontwerp van de openbare ruimte (VO IPOR) is tot stand gekomen in samenwerking met de projectgroep, landschapsarchitect en ecoloog. Er heeft afstemming plaatsgevonden met onder andere de lokale belangenverenigingen IVN en BomenBrigade. Zij hadden geen bezwaren op de voorgenomen plannen. 2. Zie beantwoording onder punt 1. Redenen waarom bomen en houtopstanden zijn gerooid, zijn: • houtopstanden waren niet verenigbaar in het ontwerp omdat op de plaats van deze houtopstanden woningbouw, rijlopers, stoepen, duikers, parkeren e.d.
is voorzien; • houtopstanden lagen dicht bij de verschillende (nieuwe) nutstracé’s; • een deel van de houtopstanden lag in de te realiseren waterbergingen en kon niet tegen ‘natte voeten’; • onder de parkeerplaatsen worden infiltratiekratten aangelegd die niet verenigbaar zijn met de bomen; • het terrein wordt opgehoogd wat een impact heeft op de bomen; • voor verschillende bomen in clusters was de toekomstverwachting klein wanneer een deel van de bomen in het cluster weggehaald zou worden. De gekapte bomen en houtopstanden worden binnen het plangebied gecompenseerd. Het stedenbouwkundig plan gaat nog steeds uit van een stevige groene ambitie met een laag uitgifte percentage bebouwing (meer groen dan bebouwing). 3. De straat Haansberg behoort niet tot het plangebied ‘Haansberg-Oost’. Voor de te kappen bomen langs deze straat is een afzonderlijk ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat in een aantal van de te kappen bomen een roekenkolonie aanwezig is die jaarrond bescherming vraagt. Het kappen van deze bomen is daarom uitgesteld. 4. Zoals aangegeven onder punt 1 is tijdens het ontwerpproces gekeken naar de inpassingsmogelijkheden van het bestaande groen. De redenen waarom bomen en houtopstanden zijn gerooid, zijn opgesomd onder punt 2. 5. Vanaf de start van de planvorming was duidelijk dat het grootste deel van de houtopstanden in het gebied verwijderd zou worden.
Dit blijkt onder andere uit de verkavelingsopzet die als bijlage bij de kaderstelling is gevoegd (vastgesteld 17 februari 2025) en uit het voorlopig ontwerp van de openbare ruimte (VO IPOR) zoals deze op de Haansbergdag op 10 december 2025 is gepresenteerd. Motivering van de bomenkap is opgenomen onder de eerdere punten. Overeenkomstig de uitgangspunten van het gemeentelijke Groenplan zal het verwijderde groen ruimschoots worden gecompenseerd. De Europese Natuurherstelverordening is nog niet verwerkt in het gemeentelijke Groenplan. De verordening geldt nu nog als ambitie en vanaf 2030 als verplichting. De ambitie dat de hoeveelheid groen (oppervlakte boomkroonprojectie) niet 30
achteruit mag gaan is wel meegenomen in het VO IPOR. In totaal zijn 96 bomen gerooid over een oppervlakte van ongeveer 1.780m2. Ter compensatie worden 111 nieuwe bomen geplant, 52 meerstammigen, 1.950m2 haag, 2.005m2 heesters, 7.412m2 kruidenrijk grasland en 13.200m2 gazon. Waar mogelijk zal een grotere maat bomen worden toegepast. 6. De bomenkap staat los van de wijziging omgevingsplan, het beeldkwaliteitsplan en de zienswijzenprocedure. Voor de kap van 11 beschermde bomen langs de straat Haansberg is een vergunning aangevraagd. Deze vergunning is op 18 november 2025 verleend. Voor deze bomen is ook een herplantplicht opgelegd. Voor het groen en de bomen in het plangebied Haansberg gold geen verplichte kapvergunning. 7. In het Schone Lucht Akkoord is de ambitie opgenomen om de luchtkwaliteit te verbeteren door toe te werken naar de advieswaarden die in 2030 gaan gelden. De nieuwe normen maken geen onderdeel uit van het akkoord. De toets luchtkwaliteit is daarom uitgevoerd op basis van de huidige wetgeving. Hieruit volgt dat de planbijdragen aan de jaargemiddelde concentraties zeer gering zijn. De planontwikkeling draagt in niet betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit en voldoet aan de geldende normen voor luchtkwaliteit.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de wijziging omgevingsplan.
Zienswijze 12. BomenBrigade Etten-Leur (18 februari 2026) Op 18 februari 2026 heeft BomenBrigade Etten-Leur een zienswijze ingediend op de wijziging omgevingsplan. De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend en de zienswijze is gemotiveerd. BomenBrigade Etten-Leur is tevens belanghebbende. Er wordt daarom voldaan aan de vereisten om een zienswijze in behandeling te nemen. Inhoud 1. De aankondiging tot bomenkap kwam als een verrassing omdat eerder was aangegeven dat deze bomen en houtopstanden als waardevol werden beschouwd. 2. Het is niet juist tot kap over te gaan voor het einde van de periode om een zienswijze in te dienen omdat bomenkap een onomkeerbaar proces is. 3. De huidige volwassen bomen vormen een onbetaalbare meerwaarde voor het gebied. Jong aan te planten groen kan deze meerwaarde pas na vele jaren overnemen. Het huidige bomenbestand vormt daarmee een kwaliteitsimpuls voor de nieuwe wijk. 4. Bij een toekomstgerichte ontwikkeling mag worden verwacht dat volwassen bomen worden ingepast in het ontwerp. In het licht van klimaatverandering en biodiversiteit is het niet meer van deze tijd om bestaande waardevolle bomen niet als uitgangspunt te nemen bij een nieuwe gebiedsontwikkeling. 5. De formele redenering dat geen vergunning nodig is doet geen recht aan de inhoudelijke vraag of kap wenselijk en verantwoord is. 6.
De kap staat op gespannen voet met het eigen groenbeleid van de gemeente waarin biodiversiteit, variatie in soorten en spreiding in leeftijdsopbouw worden benoemd als uitgangspunten. Juist daarom mag een zorgvuldige en inhoudelijke motivering worden verwacht. 31
7. Verzocht wordt de aanwezige volwassen bomen en houtopstanden alsnog als uitgangspunt te nemen bij de verdere planuitwerking, een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren en niet tot kap van de bestaande bomen over te gaan. Beantwoording 1. Gekozen is voor het ontwerpprincipe ‘bodem en water sturend’. Vanwege de kwetsbaarheid van het gebied is met name het watersysteem leidend geweest bij het opstellen van het inrichtingsplan. Vanaf de start van de planvorming was duidelijk dat het grootste deel van de houtopstanden in het gebied verwijderd zou worden. In de ontwerpfase is aanvullend onderzoek gedaan naar de staat van het groen en de inpassingsmogelijkheden ervan. Uiteindelijk heeft dit geleid tot ontwerpkeuzes. Deze keuzes zijn verwerkt in de verkavelingsopzet die als bijlage bij de kaderstelling is gevoegd (vastgesteld 17 februari 2025) en later, in het voorlopig ontwerp van de openbare ruimte (VO IPOR) zoals deze op de Haansbergdag op 10 december 2025 is gepresenteerd. Het VO IPOR is tot stand gekomen in samenwerking met de projectgroep, landschapsarchitect en ecoloog. Er heeft afstemming plaatsgevonden met onder andere de lokale belangenverenigingen IVN en BomenBrigade. Zij hadden geen bezwaren op de voorgenomen plannen. 2. De bomenkap staat los van de wijziging omgevingsplan, het beeldkwaliteitsplan en de zienswijzenprocedure.
Voor de kap van 11 beschermde bomen langs de straat Haansberg is een vergunning aangevraagd. Deze is op 18 november 2025 verleend. Voor deze bomen is ook een herplantplicht opgelegd. Voor het groen en de bomen in het plangebied Haansberg gold geen verplichte kapvergunning. 3. Tijdens het ontwerpproces is gekeken naar de inpassingsmogelijkheden van het groen. Het VO IPOR dat is gepresenteerd op de Haansbergdagen van 3 september en 10 december 2025 maakt een duidelijk onderscheid in te behouden bomen en te rooien bomen en houtopstanden. Redenen waarom bomen en houtopstanden zijn gerooid, zijn: • houtopstanden waren niet verenigbaar in het ontwerp omdat op de plaats van deze houtopstanden woningbouw, rijlopers, stoepen, duikers, parkeren e.d. is voorzien; • houtopstanden lagen dicht bij de verschillende (nieuwe) nutstracé’s; • een deel van de houtopstanden lag in de te realiseren waterbergingen en kan niet tegen ‘natte voeten’; • onder de parkeerplaatsen worden infiltratiekratten aangelegd die niet verenigbaar zijn met bestaande bomen; • het terrein wordt opgehoogd wat een impact heeft op de bomen; • voor verschillende bomen in clusters was de toekomstverwachting klein wanneer een deel van de bomen in het cluster weggehaald zou worden. 4. Zoals aangegeven onder punt 3 is onderzoek gedaan naar de staat van het groen en de inpassingsmogelijkheden daarvan.
Op basis van dit onderzoek en het ontwerpprincipe ‘bodem en water sturend’ is een bredere afweging gemaakt die tot ontwerpkeuzes heeft geleid. 5. Zie beantwoording onder de eerdere punten. 6. Een samenvatting van de motivering tot bomenkap is opgenomen in de beantwoording onder de eerdere punten. Dit neemt niet weg dat wij veel waarde hechten aan een groene en duurzame wijk. Het stedenbouwkundig plan gaat nog steeds uit van een stevige groene ambitie met een laag uitgifte percentage bebouwing (meer groen dan bebouwing). We zetten in op meer 32
biodiversiteit en verschillende soorten en grootte van bomen. We bouwen dus natuurinclusief met ruimte voor natuur (flora en fauna). 7. Door de onrust die is ontstaan na aankondiging van de bomenkap, is de kap uitgesteld en zijn wij in gesprek gegaan met bewoners. Dit heeft voor een selectie van bomen geleid tot een heroverweging. De kap van enkele bomen is daarom uitgesteld tot na het broedseizoen. De overige bomen zijn inmiddels gekapt om de voorbereidende werkzaamheden voor de woningbouw uit te kunnen voeren.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de wijziging omgevingsplan.
Zienswijze 13. Bewoner Haansberg (18 februari 2026 pro forma & 25 februari 2026 aangevuld) Op 18 februari 2026 heeft bewoner van de Haansberg een pro forma zienswijze ingediend op de wijziging omgevingsplan. De zienswijze is binnen de gestelde termijn op 25 februari 2026 aangevuld. Ook is de zienswijze gemotiveerd. De betreffende bewoner is tevens belanghebbende. Er wordt daarom voldaan aan de vereisten om een zienswijze in behandeling te nemen. Inhoud 1. Inrichting openbare ruimte rond Pilsestraat In de communicatie met de gemeente is onduidelijkheid ontstaan in verschillende inzichten en toezeggingen over de inrichting van de openbare ruimte rond de Pilsestraat: a) Wordt de watergang verlegd of niet? b) Komt er een tweezijdige schouwstrook langs de watergang? c) Wordt de Pilsestraat verbreed om de leefbaarheid langs de straat te vergroten? d) Wat wordt gedaan met de eigendomssituatie Pilsestraat? e) Kan het stalletje van het paardje blijven staan? 2. Relatie werkzaamheden Pilsestraat met wijziging omgevingsplan Bewoner vraagt zich af hoe de werkzaamheden rond de Pilsestraat zich verhouden tot de wijziging omgevingsplan. Bewoner is van mening dat de werkzaamheden aan de Pilsestraat noodzakelijk zijn, ongeacht doorgang van de woningbouwontwikkeling. Beantwoording 1. Inrichting openbare ruimte rond Pilsestraat Er is diverse keren met betrokkenen gesproken.
Dit heeft geresulteerd in de volgende aanpassing van de openbare ruimte: a) De huidige sloot wordt verlegd en rechtdoor getrokken in overleg met het waterschap. Met de verlegging wordt de Pilsestraat verbreed. b) Er komt geen tweezijdige schouwstrook. Onderhoud vindt Op het gedeelte waar de sloot in de paarden wei ligt, vindt onderhoud plaats vanuit de paardenwei. Op het overige gedeelte zal het onderhoud plaatsvinden vanuit Haansberg-Oost.
33
c) De Pilsestraat wordt verbreed met de ruimte die vrij komt met het verleggen van de sloot. De Pilsestraat is momenteel 3,3 meter breed en is na het verleggen van de sloot 4,5 meter breed. Daarmee wordt de verkeersveiligheid en leefbaarheid op en rond de Pilsestraat vergroot. d) De eigendomssituatie van de Pilsestraat verandert niet. De straat blijft openbaar tot aan de perceelsgrens van Pilsestraat 2. Het recht van overpad voor de eigenaren van Pilsestraat 2 blijft gehandhaafd. e) Het stalletje van het paardje moet door de eigenaar worden verplaatst om de sloot te kunnen verleggen. 2. Relatie werkzaamheden Pilsestraat met wijziging omgevingsplan De onder punt 1 beschreven werkzaamheden zijn gekoppeld aan de ontwikkeling van HaansbergOost. Als de ontwikkeling niet doorgaat, blijft de situatie Pilsestraat gehandhaafd zoals deze nu is.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de wijziging omgevingsplan.
Zienswijze 14. Waterschap Brabantse Delta (27 januari 2026 & 17 februari 2026 positief wateradvies) Op 17 januari 2026 heeft Waterschap Brabantse Delta een zienswijze ingediend op de wijziging omgevingsplan. Op 10 februari 2026 heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap over deze zienswijze. Naar aanleiding van dit overleg is de waterparagraaf op enkele punten aangepast. Het waterschap heeft vervolgens per email van 17 februari 2026 aangegeven onder voorbehoud van verwerking van de opmerkingen positief te adviseren. Inhoud 1. Het ontwerp en bijbehorende waterparagraaf bevatten onzorgvuldigheden. Het waterschap geeft aan nog onvoldoende vertrouwen te hebben dat er vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een robuuste ontwikkeling gerealiseerd gaat worden. Gezien de grote maaiveldverschillen en grillige grondwaterstanden is het extra van belang ruim voldoende bergingscapaciteit te realiseren en zorg te dragen dat het systeem goed functioneert. De bergingscapaciteit is nog altijd maar juist voldoende. 2. De watertoets roept de volgende vragen en onjuistheden op: a) In het noordelijke deel worden risico’s genomen omdat bergingen niet meer kunnen overstorten in communicerende wadi’s. Het waterschap vraagt of er nog meer openbare berging gerealiseerd kan worden. b) De overstorthoogten zijn niet consequent tussen de tabellen in de tekst en de tabel van bijlage 4.
c) De bodem van de parkeerkoffers ligt structureel lager dan de GHG, waarmee zelfs soms de knijpvoorzieningen onder GHG liggen en we dus grondwater aan het draineren zijn. d) Is er wel voor de parkeerkoffers uitsluitend met de capaciteit boven de GHG gerekend? e) Verschillende overstorten liggen laag waardoor water op parkeerplekken gaat staan. f) Waarom is P8 nergens mee verbonden? 34
g) Bij Haansberg 76 loopt de watergang door. Dit staat niet op tekening. h) Onduidelijk is of en hoe bestaande kavels op het nieuwe watersysteem zijn aangesloten. 3. De planregels zijn lastig te doorgronden. Verzocht wordt de verplichting tot het bergen van minimaal 60mm hemelwater van de vrijstaande woningen op eigen terrein privaatrechtelijk te verankeren en in de regels op te nemen. 4. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen moeten mogelijk en toegestaan zijn binnen de verschillende bestemmingen.
Beantwoording Op 10 februari 2026 is de ingediende zienswijze met het waterschap besproken. In dit overleg is aangegeven de watertoets als volgt aan te vullen en aan te passen: 1. De gemeente is zich ervan bewust dat het gaat om een gevoelig gebied waarin een betrouwbaar watersysteem een cruciale rol speelt. Daarom is uitgegaan van een overcapaciteit ten opzichte van de 60mm per m2 toename verhard oppervlak die het waterschap voorschrijft: • De gemeentelijke hemelwaterverordening gaat uit van een regenbui van 70mm. De gemeente realiseert de benodigde waterberging in openbaar gebied en gaat hier uit van 70 liter per m2. • In de planregels is verankerd dat op particuliere gronden moet worden voldaan aan de norm van een hemelwaterberging met een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd/verhard oppervlak. De resterende opgave (10mm) van de woningen op particuliere gronden realiseert de gemeente aanvullend in openbaar gebied. • Voor de percelen met vrijstaande woningen gaat de gemeente ervan uit dat in de bergingsopgave van 60mm op eigen terrein kan worden voorzien. Voor de overige woningen is dit ook opgelegd in de planregels, maar is ook in het openbaar gebied rekening gehouden met de benodigde bergingscapaciteit. • Gerekend is met ‘worst case’ niveaus van GHG waarden in het gebied. 2.
Genoemde vragen en onjuistheden zijn als volgt beantwoord en/of opgelost: a) Juist in het zuidelijke deel zit ruimte. In het noordelijke deel is weinig tot geen ruimte om extra berging te realiseren. De particuliere kavels worden aangesloten op de wadi’s in het noordelijke deel. Door in het zuiden meer bergingsruimte te creëren, heeft dit ook een positieve invloed op de capaciteit van de openbare berging in het noorden. b) De genoemde overstorthoogten komen inderdaad niet helemaal overeen en zijn aangepast in de nieuwe tabellen. c) De kratten komen inderdaad deels in het grondwater te liggen. De locaties van enkele knijpvoorzieningen zijn aangepast. d) Voor de parkeerkoffers is uitsluitend met de capaciteit boven de GHG gerekend. e) Op genoemde plekken wordt een terugslagklep geplaatst. Dan kan het water niet teruglopen naar de parkeerplaatsen. Het systeem is echter het meest robuust als geen terugslagklep nodig is. In de uitwerking voor aanvraag van de watervergunning wordt gekeken welke terugslagklep nodig is en welke niet. 35
f)
Deze parkeerplaats is in dit deelgebied niet nodig voor de beschikbare berging. Daarom is deze verder niet in de berekening meegenomen. Hier zit eventueel nog extra overcapaciteit. g) De tekening is gewijzigd zodat de watergang doorloopt bij Haansberg 76. h) De bestaande bouwwerken worden niet afgekoppeld en zijn meegenomen in de benodigde waterberging. 3. De verplichting tot waterberging is publiekrechtelijk geregeld in de planregels (paragraaf 8.4.1 Hemelwater). Privaatrechtelijk is opgenomen dat moet worden voldaan aan wet- en regelgeving. 4. De opzet van het nieuwe omgevingsplan is anders dan de opzet van het traditionele bestemmingsplan. In artikel 8.29 (wonen) en artikel 8.48 (openbaar gebied) is opgenomen dat water en waterhuishoudkundige voorzieningen overal kunnen worden aangelegd.
Conclusie De zienswijze, en vervolgens het overleg met het waterschap, leidt tot aanpassing van de watertoets zoals deze in bijlage 4 bij de wijziging omgevingsplan is opgenomen. Deze aanpassingen hebben geen gevolg voor de planregels en verbeelding. Een watervergunning is benodigd van het waterschap voordat het waterhuishoudkundig plan uitgevoerd kan worden.
36