Memo raad beoordeling kaders 2022 GR'en.pdf
Tekst van het document
Memo Datum: Van: Aan: Onderwerp:
17 februari 2021 Arjen Klep gemeenteraad Kaders gemeenschappelijke regelingen
□ Vraag □ Mededeling ■ Ter informatie □ Verzoek
Afgelopen november heeft onze raad de gr’en waaraan wij deelnemen richtlijnen voor de begroting 2021 gestuurd. De vraag van de raad was om in de kaderbrief op die richtlijnen te reageren. De kaderbrieven dienen ogv de nota Verbonden Partijen uiterlijk 1 februari aan de raad te sturen. De kaderbrieven worden door de raden besproken met de gr’en op 22 en 23 februari aanstaande. De bevindingen uit die gesprekken nemen de gr’en vervolgens mee in de ontwerp-begroting 2022 die uiterlijk 15 april aan de raden aangeboden dient te worden. Ter voorbereiding op die raadsbijeenkomsten zijn formats opgeteld met een rapportage over de afwijkingen van de kaders ten opzichten van de richtlijnen. Deze documenten zijn bijgevoegd. Gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage In de richtlijnen heeft de raad o.a. meegegeven dat de gr’en de begroting 2022 dienen op te stellen op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022. Bij veel gr’en was bij de meerderheid van de gemeenten in de AB vergaderingen helaas geen draagvlak om de door Etten-Leur meegegeven financiële kaders toe te passen.
Reacties op richtlijnen BWB: Bij het gelijkhouden van de deelnemersbijdrage, kunnen de tekorten op de begroting enkel worden opgelost door uit een reserve te putten of bepaalde taken niet of op een ander niveau uit te voeren. De BWB heeft zelf nauwelijks invloed op het gevoerde beleid en de hoeveelheid productie die ze geacht wordt te leveren. Ze beschikt evenmin over reserves die kunnen worden aangesproken om de deelnemersbijdrage naar beneden bij te stellen of financiële tegenvallers op te vangen. Het is daardoor voor de BWB niet mogelijk om de deelnemersbijdrage op voorhand gelijk te houden. Omdat de BWB zich terdege bewust is van de financiële problematiek bij haar deelnemers stelt zij het volgende voor. • Doorvoeren van werkelijke loon- en prijsindexcijfers in de begroting 2022;
2
• In te zetten op een financiële taakstelling ter hoogte van € 240.000 (gebaseerd op de ingeschatte loon- en prijsindexcijfers). GGD: GGD stelt voor om gemeentelijke bijdrage voor 2022 te indexeren met 1,54%. De verhoging is te compenseren met besparing op de plustaken. In de kadernota gaat GGD verder o.a. in op de impact van de Coronacrises. ICTWBW: ICT stelt dat COA ontwikkelingen en inflatie bij gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage leiden tot een tekort in de begroting. Dit kan alleen opgelost worden door uit de reserve te putten of bepaalde taken niet of op een ander niveau uit te voeren. Dit acht ICT niet reëel omdat de begroting reeds wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid, er momenteel invulling wordt gegeven aan de realisatie van een gemeenschappelijke infrastructuur en de uittreding van Bergen op Zoom financiële en personele consequenties heeft. Nazorg: De gemeentelijke bijdrage kan gelijk blijven onder de voorwaarde dat de volgende punten positief uitpakken: het onderzoek naar de kwaliteit van de afdekfolie, waarvan het resultaat in Q2 van 2021 verwacht wordt. De verwachting is dat de levensduur verlengd kan worden van 50 naar 75 jaar. Stortplaats Bavel-Dorst wordt al jaren behandeld als ware het een leemtewet stortplaats. Het is echter geen leemtewet stortplaats.
Er wordt in 2021 onderzocht wat het kan betekenen voor de nazorgtaken om af te stappen van het leemtewet kader. Het is nog te vroeg om hier ook financiële consequenties aan te kunnen verbinden. OMWB: In de kaderbrief staat dat de meeste richtlijnen worden overgenomen. Uit de kaderbrief blijkt echter niet hoe daar invulling aan wordt gegeven. Met de richtlijn dat de deelnemersbijdrage gelijk dient te blijven is de OMWB in beginsel akkoord, maar OMWB schermt ook met een aantal nieuwe wettelijke regelingen die OMWB uit dient te voeren. De gevolgen hiervan zullen in de begroting worden verwerkt. Daarentegen ziet het dagelijks bestuur mogelijkheden om het huidige kostenniveau in de loop van de komende 2 a 3 jaren neerwaarts bij te stellen, in de orde van grootte van 4-7%. In 2021 worden voorstellen uitgewerkt, die dan in de begrotingen 2022 en 2023 worden opgenomen. De kaderbrief staat echter vol met voorbehouden en disclaimers die mogelijk toch gaan leiden tot een hogere deelnemersbijdrage. RAV: De zorgverzekeraars financieren de RAV. Financiële richtlijnen zijn dan ook niet van toepassing..
3
VR: Aan de veiligheidsregio is gevraagd om transparantie van budgetten. Met scenario’s worden de gevolgen in beeld gebracht waarop keuzes gemaakt kunnen worden die kunnen leiden tot een lagere gemeentelijke financiële bijdrage. In de kaders is door de veiligheidsregio aangegeven dat deze stap pas zover is voor de begroting 2023 en dus niet 2022. Dit mede in verband met de nieuwe gemeenteraden. Door het opnemen van indexatie in de Kadernota wijkt de veiligheidsregio af van de financiële richtlijn van onze gemeente namelijk dat “De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021”. RBL: RBL ziet geen mogelijkheden de gemeentelijke bijdrage gelijk te laten blijven zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering en resultaten van de regionale opdracht. Het RBL is een platte organisatie die formatief en bedrijfsvoeringstechnisch geen ‘knoppen’ heeft om aan te draaien. Aanpassingen in de formatie zijn niet wenselijk, omdat RBL maar net boven de ondergrens zit qua bemensing. Ongeveer 80-85% van de begroting bestaat uit personeelslasten. RWB: In onze begroting 2022-2025 zal RWB de 0-lijn hanteren. De gemeentelijke bijdrage aan de apparaatskosten van RWB bedraagt in 2021 € 3,1 miljoen. De 0-lijn leidt tot ca. € 60.000 aan (extra) bezuinigingen per jaar. Dit loopt op tot ca.
€ 240.000 in 2025 ten opzichte van 2021. Daarnaast zal in de begroting de inkomstenderving door het vertrek van Tholen verwerkt worden. Deze loopt op tot € 50.000 in 2025. Vooralsnog zullen deze bezuinigingen in de bedrijfsvoering gezocht worden, waardoor er nog geen afschaling van het inhoudelijk programma plaats hoeft te vinden. Daarnaast geeft RWB in de kaderbrief een afwijking aan op de beleidsmatige richtlijn om in de begroting 2022 een doorkijk te geven naar het actieprogramma vanaf 2023. Reden hiervoor is dat RWB raden hierbij expliciet wil consulteren. De ‘nieuwe’ raden zullen eind 2023 betrokken worden bij het opstellen van het actieprogramma 2024-2027. WBA: Gemeenten hebben te maken met een realistische begrotingsproblematiek. In de financiële richtlijnen wordt daarom gevraagd de begroting op te stellen op basis van een gelijkblijvende bijdrage ten opzichte van het begrotingsjaar 2021 en dit als voorlopig uitgangspunt te nemen. Het WBA vindt het een logisch uitgangspunt. In de begroting zal dit uitgangspunt meegenomen worden binnen de voor het WBA geldende wettelijke- en ook bestuurlijk vastgestelde kaders. Werkplein: Het Werkplein geeft aan dat -gezien de verwachte toename van het bestandsvolume- het niet realistisch is om van het Werkplein te verwachten dat de gemeentelijke bijdrage in 2022 gelijk is aan die van 2021.
Daarnaast geeft Werkplein aan niet (geheel) aan sommige andere richtlijnen te kunnen voldoen.
4
WVS: In de financiële richtlijnen van de deelnemende gemeenten is opgenomen dat de begroting 2022 opgesteld moet worden op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. WVS geeft in de Kaderbrief 2022 aan dat de gemeentelijke bijdrage voor 2021 kunstmatig verlaagd is vanwege een éénmalige korting van € 2 miljoen (overheveling van coronacompensatie uit 2020 naar 2021). Deze korting zal niet van toepassing zijn in de jaren vanaf 2022. Over de (afwijking van) beleidsmatige richtlijnen wordt in de format gerapporteerd. Bijlagen: formats beoordeling