CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Mail OMWB beantwoording zienswijzen

Raad debatteert 13 maart 2023, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel Definitief besluit verklaring van geen bedenkingen Zwartenbergseweg 17848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rob de Wit Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp:

woensdag 9 november 2022 16:00 Rob de Wit

@omwb.nl>

Zwartenbergseweg 17 Etten-Leur

Goedemiddag Rob, Je hebt ons gevraagd te kijken naar de milieurelevante aspecten uit de pro forma zienswijze van den Hollander Advocaten namens t.a.v. het project Zwartenbergseweg 17 te Etten-Leur. Inmiddels heb ik de resultaten. Samengevat gaat het om de volgende punten uit de zienswijze: Punt 4: Geurnorm Punt 5: Stikstof Punt 6: Aantasting NNB De conclusie van de OMWB is dat de zienswijze voor wat betreft de milieu-onderdelen terecht is. De punten 4 t/m 6 vormen o.i. geen houdbare weigeringsgrond. Misschien niet de uitkomst die we graag hadden gezien, maar het zij zo. Hieronder de toelichting per aspect. Punt 4: Geurnorm Ten aanzien van de zienswijze geldt het volgende. Volgens de raad is er in de m.e.r-beoordeling uitgegaan van 3 stallen met een gecombineerde luchtwasser met 85 % emissiereductie. In het rapport van WUR uit 2018 bleek dat deze luchtwassers minder presteerden van de verwachting en had niet met een emissiepercentage van 85 % gerekend mogen worden. De zienswijze stelt dat niet gerekend is met een reductie van 85% maar met 45% reductie conform de regeling veehouderij en geurhinder. In het onderzoek van Wageningen in 2018 naar combi-luchtwassers is alleen gekeken naar de geuremissie. Hieruit bleek inderdaad dat de combi-luchtwassers ten aanzien van geurhinder niet deden wat ze beloofden.

Als gevolge daarvan zijn de emissiefactoren voor geur voor deze luchtwasser bijgesteld op 19 juli 2018. Uit de gegevens die wij in systeem hebben blijkt dat ze een vergunning hebben aangevraagd voor een stalsysteem dat valt onder code A 4.5.4 , gecombineerd luchtwassysteem 85% reductie met watergordijn en biologische wasser (BWL 2009.12.V4). Deze geuremissiefactoren sinds 19 juli 2018 zijn aangepast van 5,3 ou/sec/dier naar 19,6 ou/sec/dier. Hoewel dus in de regelingen geurhinder en veehouderij in de omschrijving nog steeds de combiluchtwassystemen met 85 % reductie is genoemd, is de emissiefactor gelijkgesteld met een normale biologische luchtwasser met een reductie van 45%. In het geuronderzoek is dus wel degelijk rekening gehouden met de reductie van 45%. Er is daarmee geen houdbare weigeringsgrond. De emissiefactor voor Ammoniak is niet aangepast. Aangezien in het onderzoek niet is gekeken naar de effecten voor ammoniak. De gebruikte emissiefactoren zijn de nu geldende wettelijke factoren voor het betreffende stalsysteem waar bij de vergunningverlening mee gerekend moet worden. De wetgever gaat er vooralsnog vanuit dat de emissiefactoren voor ammoniak voor deze stalsystemen correct zijn. Punt 5: stikstof Benoemd wordt dat een toename van emissies ongewenst is, zowel in algemene zin als op de betreffende locatie.

Bij stikstofdepositie en gebiedsbescherming wordt rekening gehouden met twee stoffen: stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Er staat in het raadsbesluit niet vermeld om welke emissies het gaat, maar vermoedelijk wordt 1

hier op ammoniakemissie (NH3) gedoeld, omdat deze emissies bij deze bron het meest belastend zijn voor de Natura 2000-gebieden. In de referentiesituatie is sprake van een totale (vergunde) emissie van 2.147 kg NH3 voor de veehouderijen (hiervan mag 1.547 kg NH3 gebruikt worden vanwege saldering). In de toekomstige situatie is sprake van een emissie van 797,12 kg NH3/jaar voor de veehouderij. Er is dus sprake van een grote afname aan NH3 emissie. De hoeveelheid emissie aan stikstofoxiden (NOx) neemt wel toe, van 296 kg/jaar naar 1.367,55 kg/jaar onder de uitgangspunten in de Aerius-berekening. Het sec beschouwen van deze toename aan NOx-emissie lijkt ons geen houdbare weigeringsgrond omdat duidelijk is dat de hoeveelheid stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000gebieden afneemt, doordat de hoeveel ammoniak fors afneemt. Het argument “gelet op het stikstofprobleem en de Uitspraak d.d. 29 mei 2019” is dan o.i. ook geen sterk of houdbaar argument. Het project draagt in zekere zin zelfs bij aan het probleem t.a.v. stikstofdepositie. Niet voor niets is ook door de provincie een Wnb-vergunning verleend (ontwerpbesluit Wet natuurbescherming). Punt 6: Aantasting NNB Dit onderdeel geldt in op de volgende stellingname: ‘gevreesd wordt voor een aantasting van het Natuurnetwerk Brabant & ecologische verbindingszone’.

In de zienswijze wordt geschreven dat deze stelling niet wordt onderbouwd en dat de projectlocatie buiten de NNB is gelegen. De OMWB is het eens met de zienswijze dat de onderbouwing op dit punt beperkt is. De OMWB vindt dit uitgangspunt bovendien niet terecht. De afstand tot het dichtstbijzijnde NNB-gebied (ten oosten) bedraagt namelijk circa 250 meter, hetgeen in principe een te grote afstand is voor aantasting. In figuur 3 van de uitgevoerde quickscan Wnb (d.d. 3-3-2021) is de projectlocatie en dichtstbijzijnde NNB afgebeeld.

Kortom, de zienswijze kunnen wij t.a.v. punt 6 niet weerleggen. Naar inzicht van de OMWB snijdt de stellingname van gemeente Etten-Leur geen hout en is dit geen houdbare weigeringsgrond.

Mochten er nog vragen zijn, dan horen we het graag.

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Spoorlaan 181 5038 CB | Postbus 75 5000 AB | Tilburg

Lees meer over onze bijdrage aan de leefomgeving in ons online magazine.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=cae7fd67-076c-4aa3-ada2-f31e37307edb