Eindrapportage UItvoering Participatiewet Etten-Leur.pdf
Tekst van het document
Aanbevelingen Op grond van de conclusies komt de Rekenkamer tot de volgende aanbevelingen: 1. Ontwikkel als gemeenteraad een visie op de rol van de gemeenteraad in regionale samenwerking. Hoe vul je daarin je kaderstellende en controlerende taak in en zorg je voor voldoende ‘couleur locale’? Doe dit bij voorkeur in samenwerking met de raden uit de samenwerkingsgemeenten. 2. Scherp als gemeenteraad de beleidskeuzes bij de uitvoering van de Participatiewet verder aan. Betrek daarin onderzoek over de effectiviteit van re-integratie voor verschillende doelgroepen en onderzoek naar de bredere maatschappelijke effecten van re-integratie. Beoordeel opnieuw de inzet van middelen over de A, B en C categorie en overweeg of en hoe je als gemeente verder wil inzetten op specifieke groepen als statushouders en jongeren uit speciaal onderwijs. 3. Bewaak als gemeenteraad je kaderstellende en controlerende rol. Formuleer zelf de beleidsdoelen en zorg voor een gerichte en adequate verantwoording van de uitvoering over deze doelen. Voorkom overkill aan informatie en beperk de verantwoordingsinformatie tot de hoofdlijnen.
- 38 -
Reactie college De bovengenoemde aanbevelingen zijn gericht aan de gemeenteraad. Derhalve gaan wij hier als college niet op in. Vanzelfsprekend zijn wij als college bereid, als de gemeenteraad daar prijs op stelt, hier gezamenlijk met de raad in op te trekken. Uiteraard zal dit gezien de regionale schaal waarop het Werkplein is georganiseerd in gezamenlijkheid met de overige Werkpleingemeenten en Werkplein moeten plaatsvinden. 4. Borg kennis over de effectiviteit van instrumenten binnen het Werkplein en investeer in kennisontwikkeling over de effecten van re-integratie op het brede sociaal domein Reactie college Wij onderschrijven het belang van het borgen van kennis over de effectiviteit van instrumenten binnen het Werkplein en investeren in kennisontwikkeling over de effecten van re-integratie op het brede sociaal domein. Wanneer de gemeenteraad deze aanbeveling overneemt zullen wij hierover in gesprek gaan met het bestuur van het Werkplein en de overige werkpleingemeenten. 5. Geef het Werkplein de opdracht de samenwerking met de overige uitvoeringsorganisaties in het sociaal domein verder uit te werken. Geef het Werkplein ook de opdracht de samenwerking in het WSP op arbeidsmarktregio verder te verbeteren. Reactie college Wij onderschrijven het belang van een goede samenwerking tussen de verschillende uitvoeringsorganisaties in het sociaal domein.
Het bevorderen van deze samenwerking tussen de drie pijlers binnen het sociaal domein (Participatiewet, WMO en Jeugdzorg) heeft onze aandacht. De eerste stappen in de samenwerking zijn reeds gezet, verdere vervlechting is een van de speerpunten voor het komende jaar. Wij trekken hierbij onder meer samen op met het Werkplein en de overige werkpleingemeenten. Wij onderkennen eveneens dat er nog winst te behalen is in de samenwerking tussen de afzonderlijke Werkgeversservicepunten binnen de arbeidsmarktregio. Dit is ook door de gemeenten in de arbeidsmarktregio onderkend en reeds als speerpunt benoemd in het gezamenlijke jaarplan 2019-2020 van het Werkgeversservicepunt West-Brabant (Bestuur Regionaal Werkbedrijf 2019), waarin alle werkgeversservicepunten binnen de arbeidsmarktregio samenwerken.
Ten slotte Nadat de Rekenkamer het definitieve onderzoeksrapport heeft aangeboden aan de gemeenteraad en de raad zich heeft uitgesproken over de aanbevelingen, zullen wij in samenspraak met de gemeenteraad invulling geven aan de aanbevelingen. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
Dhr, drs. C. Smits gemeentesecretaris
Mw. Dr. M.W.M. de Vries burgemeester
- 39 -
8.
Nawoord
De Rekenkamer heeft met belangstelling kennisgenomen van de bestuurlijk reactie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur op het rapport over de uitvoering van de participatiewet in hun gemeente. Het is goed om te horen dat het college zich in grote lijnen kan herkennen in het beeld dat we in dit rapport hebben geschetst. We begrijpen dat het college van mening is dat de sterke punten van de uitvoering die in het rapport worden gesignaleerd, in het hoofdstuk met conclusies en aanbevelingen onderbelicht zijn gebleven. Het belang van een Rekenkamerrapport is niet alleen gelegen in het geven van een oordeel over de uitvoering van de wet, maar vooral in het schetsen van mogelijkheden voor verbetering. De conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer moeten in dat licht worden bezien: het aangeven van de mogelijkheden voor verbetering, ook waar de uitvoering in algemene zin de toets der kritiek best kan doorstaan. Ten aanzien van de inhoudelijke reactie van het college merken we het volgende op. Initiatief tot het stellen van uitvoeringsdoelen verschuift in de tijd naar de uitvoeringsorganisatie De Rekenkamer constateert in haar rapport dat het initiatief voor het stellen van (kwantitatieve) uitvoeringsdoelen geleidelijk is verschoven van de gemeenten naar Werkplein. Het college zegt zich niet in dit beeld te herkennen.
Volgens het college worden de doelstellingen altijd bepaald door de gemeente, vanzelfsprekend in samenspraak met het Werkplein als uitvoerende instantie. De Rekenkamer bevestigt dat de gemeente de doelstellingen vaststelt. Zij constateert echter dat het initiatief om tot deze doelen te komen in de loop van de tijd steeds meer bij het Werkplein is komen te liggen. Zij adviseert het college om zich actief te beraden op de mate waarin doelen die op deze wijze tot stand komen voortkomen uit actief en bewust beleid van de gemeente en onderzoek naar mogelijkheden voor verbetering van de doelen dan wel of de doelstellingen direct voortvloeien uit de ontstane uitvoeringspraktijk. Uitvoering participatiewet door Werkplein lijkt voldoende De Rekenkamer constateert in haar rapport dat het beroep op de bijstand in Etten-Leur zich in 2019 ongunstig heeft ontwikkeld in verhouding tot de gemeenten uit de vergelijkingsgroep. Het college stelt zich op het standpunt dat als een conclusie getrokken wordt over de ontwikkeling van de bijstand in enig jaar hier de meest recente (definitieve) cijfers aan ten grondslag dienen te liggen. Bij het schrijven van dit nawoord konden wij beschikken over definitieve CBS-cijfers over het beroep op de bijstand over 2019 en over voorlopige cijfers over de eerste maanden van 2020.
Op basis van de meest recente (definitieve) cijfers van het CBS is de conclusie gerechtvaardigd dat de ontwikkeling van de bijstand in Etten-Leur in 2019 in ongunstige zin afwijkt van die in Nederland en die in vergelijkingsgemeenten. Het college heeft gelijk dat het lastig is om gemeenten onderling te vergelijken. Elke gemeente is uniek in zijn problematiek en in zijn aanpak. Het BUIG-budget geeft een beeld van het beroep op de bijstand dat mag worden verwacht op basis van de onderliggende problematiek in die gemeente. Om die reden is het BUIG-budget een goed criterium voor het samenstellen van een vergelijkingsgroep, beter dan bijvoorbeeld het aantal inwoners of het feitelijke aantal bijstandsontvangers. Afwijkingen in de ontwikkeling van de bijstand ten opzichte van deze referentiegroep hebben daarmee een signaalwerking en kunnen als aanleiding gezien worden om de oorzaken van deze afwijkingen nader te onderzoeken. Inzet op doelgroepen verschuift door economische ontwikkelingen Wij hebben in de rapportage willen schetsen dat de Werkplein-gemeenten er in 2015/2016 om begrijpelijke redenen voor hebben gekozen prioriteit te geven aan de groep met het meeste kans op
- 40 -
uitstroom uit de uitkering. Wij hebben niet bedoeld te zeggen dat de groep met minder kans buiten beeld is verdwenen. Prioritering leidt er wel toe dat meer aandacht en middelen naar de andere groep uitgingen. Specifiek beleid statushouders en jongeren speciaal onderwijs Wij hebben in onze rapportage gepoogd onderscheid te maken tussen beleid en uitvoering. Onder beleid verstaan we de voornemens van burgemeester en wethouders zoals die zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. Onder uitvoering verstaan we de feitelijke gang van zaken bij de uitvoeringsorganisatie. Het is heel goed mogelijk dat bepaalde doelgroepen die in het beleid onderbelicht zijn gebleven, in de uitvoering heel goed aan bod zijn gekomen. Aangezien het onderzoek zich gericht heeft op de vraag in hoeverre het geformuleerde beleid is uitgevoerd, kunnen dergelijke aspecten van de uitvoering in de rapportage onderbelicht zijn gebleven. Weinig couleur locale door regionaal afgestemde verordeningen en beleid Terecht constateert het college dat samenwerking tussen gemeenten naast voordelen ook beperkingen kan hebben. Het lijkt ons een goede zaak als de raad zich zou bezinnen op specifieke uitvoeringsdoelen voor de eigen gemeente. Daarbij is het zaak om de balans tussen samenwerking en eigenheid te bewaren. Verder moet niet worden uitgesloten dat goede ideeën ook voor andere gemeenten interessant kunnen zijn.
- 41 -
Bijlage 1. Aandachtspunten gemeenteraad Etten-Leur Verspreid in de tekst hebben we aandacht besteed aan de aandachtspunten die ons door de gemeenteraad van Etten-Leur zijn meegegeven. Hieronder geven wij in tabelvorm zeer beknopt de antwoorden weer op deze vragen, voor zover die vragen in het kader van ons onderzoek beantwoord konden worden. 1. Arbeidscontracten worden in de proeftijd afgebroken Hoe komt dat? Wat is de rol van Werkplein?
2. Wat is de werkwijze van Werkplein? Wordt elke casus door één persoon behandeld?
3. Aandacht wordt gevraagd voor statushouders, C-groep en cliënten vanuit het speciaal onderwijs. 4. Heeft men zicht op in- en uitstroom en met name spijtoptanten? 5. Krijgen nuggers aandacht? Wordt in deze gevallen job coaching ingezet? Wat is de rol van externe partijen?
6. Hoe verloopt de samenwerking met het UWV?
7. Aandacht voor communicatie van Werkplein richting doelgroep. 8. Is er een mismatch op de arbeidsmarkt, waarbij opleiding een rol speelt?
- 42 -
De overgang vanuit de bijstand naar de arbeidsmarkt is voor veel mensen een heel grote stap die vaak niet in één keer wordt genomen. Arbeidstoeleiding zoals verzorgd door Werkplein heeft als doel de haalbaarheid van re-integratie te vergroten. De werkwijze van Werkplein is beschreven in hfdst. 4. Elke casus wordt behandeld door één klantpersoon werk. Hij of zij treedt op als regisseur, maar bij het arbeidstoeleidingstraject zijn meer mensen betrokken. Deze groepen krijgen in de uitvoering aandacht. Nader onderzoek naar de specifieke ondersteuning voor afzonderlijke doelgroepen viel buiten het bestek van dit onderzoek. In- en uitstroom: zie hoofdstuk 5. Over terugval in de bijstand van naar werk bemiddelde mensen hebben wij geen gegevens gevonden. Nuggers hebben op grond van de Participatiewet recht op ondersteuning bij het zoeken naar werk. Werkplein biedt deze ondersteuning. De inzet van instrumenten is maatwerk, afhankelijk van de situatie. Hetzelfde geldt voor de bijdrage van externe partijen. Werkplein werkt samen met UWV bij de instroom vanuit de WW naar de bijstand. Dit is een heel kleine groep. Daarnaast werkt Werkplein samen met UWV in de arbeidsmarktregio en het WSP. Volgens betrokkenen verloopt die samenwerking goed. Wij hebben geen gericht onderzoek gedaan naar de communicatie van Werkplein met de doelgroep.
Veel bijstandsontvangers zijn niet zonder meer in staat om betaald werk te verrichten. Ze missen belangrijke vaardigheden die op de arbeidsmarkt nodig zijn. Re-integratietrajecten zijn bedoeld om die vaardigheden bij te
9. Effectiviteit van re-integratietrajecten? Tijdstraject?
10. Sturingsmogelijkheden van de Raad 11. Wordt onderzocht hoe men omgaat met bedrijven die cliënten opleiden? 12. Zijn er afspraken dat andere medewerkers bijspringen als klantmanagers werk met bepaalde cliënten vastlopen?
13. Hoe wordt omgegaan met cliënten vanuit het speciaal onderwijs?
- 43 -
brengen. Ook andere instrumenten, zoals loonkostensubsidies, kunnen helpen. Werkplein scoort redelijk tot goed op uitstroom. Dat is een indicatie van de effectiviteit van de aangeboden trajecten. Zie hoofdstuk 5. De lengte van traject is afhankelijk van maatwerk. Intergemeentelijke samenwerking beperkt de sturingsmogelijkheden van de afzonderlijke gemeenteraden. Zie hoofdstuk 3. Er is niet specifiek onderzoek gedaan naar de omgang met bedrijven die cliënten opleiden. In het algemeen wordt het positief ervaren dat een cliënt één aanspreekpunt heeft. In de organisatiestructuur is de mogelijkheid van escalatie voorzien naar de teamleider werk, die zo nodig een andere klantmanager aan een cliënt kan toewijzen. We hebben geen onderzoek verricht naar de uitvoering bij specifieke doelgroepen.
Bijlage 2: Literatuurlijst -
-
Beleidsplan Sociaal Domein Etten-Leur, versie 9 september 2014, in het bijzonder het deelplan Participatie, dat is opgesteld door de zes gemeenten in het Hart van West-Brabant gezamenlijk. Jaarplannen Werkplein Hart van West-Brabant, 2016-2020. Jaarrekeningen Werkplein Hart van West-Brabant 2016-2019. Speerpunten uitvoeringsbeleid re-integratie 2015-2016. Kader voor beleid nuggers. Beleidsplan Werkplein Hart van West-Brabant 2015-2016, Toekomstbestendig bouwen. Doorontwikkeling Werkplein Hart van West-Brabant, Plan van Aanpak, 2015. Plan van aanpak ‘Maatschappelijk participeren in het Hart van West-Brabant’, 2016. Plan van Aanpak ‘Inrichting effectieve werkgeversdienstverlening, afspraken voor verbinding MDT’s en WVS-groep’, 2015. Aanloop-DVO Werkplein. DVO Werkplein 2016-2017. DVO Werkplein HvWB 2018. Werkprogramma 2018. Besluit tot het treffen van een Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant en het instellen van een openbaar lichaam Werkplein Hart van WestBrabant. Re-integratieverordening Participatiewet Etten-Leur. Maatregelen- en handhavingsverordening Etten-Leur. Verordening tegenprestatie Etten-Leur. Bestuursrapportages Werkplein. Werkplein, Maandrapportages gemeente Etten-Leur. Sociaal en Cultureel Planbureau, Eindevaluatie van de Participatiewet, 2019.
- 44 -
Bijlage 3: Arbeidsmarktstrategieën
Bron: Fit or unfit: theorie en praktijk van re-integratie, C.C.A.M. Sol e.a, 2014.
- 45 -