Effecten extra huisvesting tov opvang
Tekst van het document
Memo Datum: Van: Aan: Onderwerp:
21 februari 2023 Frank Theys Leden van de raad Eigenschappen en effecten van huisvesting en opvang
□ Vraag □ Mededeling ■ Ter informatie □ Verzoek
Met deze memo proberen we inzicht te geven in het effect van het huisvesten van meer statushouders van andere gemeenten, in ruil voor het opvangen van minder of geen asielzoekers. De exacte gevolgen van een uitruil zijn sterk afhankelijk van het aantal statushouders dat overgenomen wordt van andere gemeenten. Daarnaast is ook de persoonlijke situatie van de mensen waarvoor wij de huisvesting overnemen van invloed (heeft iemand zorg nodig, kan iemand snel aan het werk of niet, etc). Een exacte doorrekening kunnen we in deze memo daarom niet maken. Wel beschrijft deze memo eerst het verschil tussen de situatie van een vluchteling en een statushouder en wat dat betekent voor zijn relatie tot de gemeente. Vervolgens wordt de rol van de gemeente weergegeven zowel bij opvang van een vluchteling, als bij huisvesting van een statushouder. Tot slot wordt het effect beschreven van de overname van huisvesting van extra statushouders van andere gemeenten. Situatie van een vluchteling Bij aankomst in Nederland meldt een vluchteling zich in Ter Apel (op dit moment het enige aanmeldcentrum). Hier wordt de vluchteling geregistreerd en een eerste inschatting van de kansrijkheid van de aanvraag van een verblijfsvergunning wordt gemaakt.
Op basis daarvan wordt hij ondergebracht in een van de azc’s in Nederland, waar hij de aanvraagprocedure van het IND voor een verblijfsvergunning doorloopt en afwacht. Gedurende deze procedure mag een vluchteling de eerste 6 maanden niet werken. Daarna mogen zij dit beperkt. Gedurende de periode in het azc valt de vluchteling onder de verantwoordelijkheid van het COA, die bijvoorbeeld leefgeld verstrekt en zorgt voor de benodigde verzekeringen. Op het azc kan een vluchteling kennismaken met het Nederlands en de Nederlandse maatschappij. De volledige mogelijkheden om formeel in te burgeren zijn er echter pas vanaf het moment dat hij een verblijfsvergunning heeft. Kinderen zijn leerplichtig, ook wanneer zij vluchteling zijn. Onderwijs wordt daarom in overleg met de gemeente en de regionale onderwijsbesturen (al dan niet op de locatie) georganiseerd. Situatie van een statushouder Zodra een vluchteling de procedure van het IND doorlopen heeft, waarbij het IND geconcludeerd heeft dat iemand met recht en rede gevlucht is, ontvangt hij een verblijfsvergunning. Vanaf dat moment is hij statushouder en wordt hij door het COA gekoppeld aan een gemeente. Deze gemeente heeft de verplichting in principe binnen 3 maanden voor een woning te zorgen. In de praktijk is deze periode in elke gemeente vaak langer. Totdat een woning gevonden is, wacht de statushouder in het azc en blijft
2
vallen onder de verantwoordelijkheid van COA. Zodra een statushouder in de gekoppelde gemeente gehuisvest is, wordt hij ingeschreven in het GBA en heeft hij dezelfde rechten en plichten als ieder andere Nederlander. Hieraan wordt toegevoegd de plicht om binnen drie jaar in te burgeren. Rol van de gemeente bij opvang vluchtelingen Zoals aangegeven vallen vluchtelingen gedurende hun periode in het azc onder verantwoordelijkheid van het COA. Het COA is hiermee niet enkel verantwoordelijk voor huisvesting, maar ook voor begeleiding, leefgeld, zorg, beveiliging, etc. De rol van de gemeente en partijen in de gemeente is hierbij klein. Waarvoor het COA zich wel tot (partijen in) de gemeente wendt is: - Onderwijs; kinderen zijn leerplichtig en gemeenten zijn verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer. Het COA bekijkt in overleg met de gemeente en het onderwijs in de regio, hoe nieuwkomersonderwijs voor kinderen in het azc, vormgegeven kan worden. Als hiervoor kosten voor onderwijs huisvesting of leerlingenvervoer gemaakt moeten worden, is daarvoor een vergoeding beschikbaar. - (Huisarts)zorg; Net als iedereen kunnen asielzoekers naar de huisarts, een verloskundige of het ziekenhuis. COA-medewerkers informeren asielzoekers over de Nederlandse gezondheidszorg en begeleiden minder zelfredzame bewoners bij hun gang naar de zorg.
Op elk azc houdt een huisarts spreekuur. Met vragen over hun gezondheid kunnen de bewoners van een azc 24/7 bellen met een medisch contactcentrum. - Jeugdhulp; Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdhulp aan kinderen die in een opvanglocatie wonen. Gemeenten krijgen hiervoor een vergoeding op basis van het aantal kinderen in de opvanglocatie. Rol van de gemeente bij/na huisvesting statushouders - De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van huisvesting. Dit gebeurt vrijwel altijd in samenwerking met de sociale woningbouw, waarbij statushouders voorrang krijgen. Alwel hanteert hierbij hun reguliere woningverdeelsysteem, waarbij zij verschillende doelgroepen zoveel mogelijk spreiden. - De gemeente is sinds 2022 verantwoordelijk voor de Inburgering van statushouders. In Etten-Leur wordt de inburgering uitgevoerd onder regie van het Werkplein, die hiervoor onder andere gecontracteerde taalscholen inzet. Gemeenten ontvangen van het Rijk een vergoeding voor de inburgering. - De gemeente is verantwoordelijk voor de maatschappelijke begeleiding van statushouders. In Etten-Leur biedt VluchtelingenWerk, onder regie van het Werkplein, deze begeleiding gedurende 2 jaar. Gemeenten ontvangen hiervoor een vergoeding van het Rijk. - In vrijwel alle gevallen heeft een statushouder bij huisvesting in de gemeente geen inkomen. Via het Werkplein ontvangt hij dan een uitkering.
Gemeenten worden hiervoor via de BUIG-middelen gecompenseerd. - Wanneer een statushouder een bijstandsuitkering ontvangt wordt hij door het Werkplein begeleid naar werk. - Kinderen gaan naar nieuwkomersonderwijs (in Breda), waar zij in ongeveer een jaar het Nederlands dusdanig beheersen, dat zij in kunnen stromen in regulier onderwijs. De gemeente betaalt het leerlingenvervoer. - Heeft een statushouder op ander vlak hulp of ondersteuning nodig, dan is hij niet anders dan een andere inwoner en kan hij dus gebruik maken van de voorzieningen binnen de gemeente zoals
3
WMO, Jeugdzorg, minimaregelingen, schuldhulpverlening en het welzijns- en maatschappelijk werk. Effecten overnemen extra statushouders Voor zowel huisvesting statushouders, als voor de opvang vluchtelingen hebben gemeenten een taakstelling of opgave. Wanneer zij hun taakstelling voor de huisvesting van statushouders niet realiseren, kan de provincie deze rol overnemen en zo de huisvesting binnen de gemeente organiseren. Wanneer een gemeente de opgave voor de opvang van vluchtelingen niet realiseert, dan kan het Rijk, via de provincie, de gemeente hiertoe middels de aanstaande spreidingswet dwingen. Met de Baroniegemeenten die samenwerken als ware zij één gemeente, bestaat de mogelijkheid om de andere zes gemeenten te vragen de realisatie van 161 asielplaatsen van Etten-Leur over te nemen, in ruil voor de huisvesting van statushouders van de overnemende gemeente. Het is sterk de vraag of de andere gemeenten, gezien de hoogte van de opgave, hiertoe bereid zijn. Hierop wordt verder ingegaan in het bijgaande raadsvoorstel onder de paragraaf Alternatieven/varianten. In het geval van uitruil met de andere Baroniegemeenten heeft de huisvesting van extra statushouders echter effecten op onze gemeente en inwoners: Extra druk op de sociale woningmarkt In 2022 zijn in Etten-Leur 76 statushouders gehuisvest. Alwel heeft hiervoor 27 woningen nodig gehad.
In totaal zijn er in 2022 zo’n 400 woningen bij Alwel in Etten-Leur van huurder gewisseld. In 2022 is daarmee bijna 6,7% van de vrijkomende woningen naar statushouders gegaan. Zeker afgezet tegen andere gemeenten is dit percentage vrij laag. De druk op de sociale woningmarkt is ook in Etten-Leur echter hoog. Ingeschrevenen staan lang op de wachtlijst voordat er een woning beschikbaar komt en het aantal reacties op vrijkomende woningen loopt op tot 3000. Een hoger percentage van de vrijkomende woningen dat naar statushouders gaat, versterkt dit aanzienlijk. De kans dat dit percentage stijgt is reëel. Ook wanneer er geen uitruil van statushouders met andere gemeenten plaatsvindt. De taakstelling voor het aantal gehuisveste statushouders ligt dit jaar namelijk naar verwachting op of over de 106 personen. Omdat in 2022 meer nieuwbouwwoningen zijn opgeleverd dan in 2023 zal gebeuren, zal het aantal vrijkomende woningen in 2023 waarschijnlijk lager liggen. Het percentage woningen dat nodig is voor de huisvesting van onze eigen taakstelling, zal hierdoor stijgen. Exacte aantallen bij een eventuele uitruil van asielplaatsen voor de huisvesting van extra statushouders zijn nog niet besproken binnen de Baronie. Duidelijk is wel dat, als gemeenten hiertoe bereid zijn, er een substantieel deel van de taakstelling voor meerdere perioden overgenomen zal moeten worden.
Dit komt neer op enkele tientallen statushouders, elke 6 maanden, gedurende enkele jaren. De druk op de sociale woningmarkt stijgt hierdoor exponentieel. Extra sociale druk op wijken Voor een statushouder begint na zijn huisvesting in Etten-Leur een heel nieuw leven in een onbekende omgeving. Om hier te komen is hij problemen in zijn thuisland ontvlucht en heeft in veel gevallen een moeilijke reis achter de rug. Dit maakt dat deze mensen de eerste jaren na huisvesting meer begeleiding nodig hebben dan gemiddeld. Samen met de huisvesting van andere kwetsbare doelgroepen in sociale huurwoningen, legt dit een druk op de sociale samenhang en kracht van wijken. Alwel wijst hun woningen passend toe, waarbij zij verschillende groepen zoveel mogelijk spreiden en
4
rekening houden met de draagkracht van de wijk. Met het overnemen van extra statushouders van andere gemeenten, zal deze sociale druk echter toenemen. Extra druk op uitvoeringsorganisaties Zoals hierboven aangegeven is de rol van de gemeente en partners bij de huisvesting van statushouders veel groter dan in het geval van asielopvang. Er is hulp en begeleiding in de eerste paar jaar na huisvesting nodig, om deze mensen hun plaats te laten vinden in de Etten-Leurse samenleving. Vaak volgt hiervoor een vergoeding voor de directe kosten van het Rijk. Niet in alle gevallen overigens. Maar het legt in ieder geval een extra druk op de uitvoeringsorganisaties die de begeleiding en hulp bieden. Met het overnemen van extra statushouders van andere gemeenten, zal ook deze druk toenemen.