CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Deelnotitie Omgevingsvisie bouwlocaties en wegvarianten d.d.1.12.2020.pdf

Raad besluit 22 februari 2021, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel notitie ‘Omgevingsvisie: bouwlocatiekeuze en wegvarianten’11.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verlengen van de Aletta Jacobslaan als optie in de omgevingsvisie opnemen Een eventueel woongebied Hoge Haansberg met 600 woningen rechtvaardigt de aanleg van een eigen ontsluiting. De weg is eveneens nodig voor een goede stedenbouwkundige structuur. Uitgaande van het beleid dat autoverkeer zoveel mogelijk gebruik maakt van het stedelijk hoofdwegennet ligt een ontsluiting op de Hoevenseweg ter hoogte van de Kattestraat voor de hand (beide wegen maken onderdeel van het hoofdwegennet).

32

Volgens Goudappel Coffeng is het gelet op de prognose objectief gezien mogelijk om de 600 woningen van Hoge Haansberg enkel te ontsluiten via de Hoevenseweg/Kattestraat. Kanttekening hierbij is dat de wegvakken waar nu knelpunten worden ervaren door bewoners, zoals Concordialaan, Statenlaan/Aletta Jacobslaan en Spoorlaan nog drukker worden. Dit is van invloed op het woon- en leefklimaat langs deze wegen. Daarnaast zijn er maatregelen nodig om binnen deze wegvakken de doorstroming op kruispunten en de oversteekbaarheid te verbeteren. Om de wegvakken iets te ontlasten kan met verkeerskundige maatregelen het verkeer meer richting centrum worden geleid. De route KattestraatHeistraat-Roosendaalseweg neemt dan in belang toe. Op basis van de resultaten van het ketenonderzoek is de verwachting dat het effect op andere wegen beperkt is. Veel verkeer op de Hoevenseweg heeft namelijk niet de bestemming centrum. In verkeerskundig opzicht kan dan ook beter worden gekozen voor een robuuste en effectievere oplossing, zijnde de koppeling van de hoofdontsluiting van het woongebied Hoge Haansberg met de Aletta Jacobslaan. In milieutechnisch opzicht levert dat voor bewoners van woningen langs Statenlaan, Concordialaan en Hoevenseweg (ten oosten van de Kattestraat) een forse verbetering van het woon- en leefklimaat op.

Daartegenover staat een beperkte verslechtering voor de woningen langs de Kattestraat, Aletta Jacobslaan en grotere verslechtering voor de bewoners langs het nieuw aan te leggen weggedeelte in de bestaande wijk. Met een goede landschappelijke inpassing en duurzame geluidwerende voorzieningen langs dit weggedeelte kan deze verslechtering deels worden weggenomen. Twee factoren zijn dus belangrijk voor de ontsluiting van het woongebied Hoge Haansberg namelijk de omvang van het woongebied en de hoeveelheid verkeer op omringende wegen. Een kleiner woongebied leidt tot minder verkeersbewegingen maar ook in dat geval blijven op grond van de huidige analyse eerdergenoemde gevolgen bij het enkel ontsluiten van het woongebied via de Hoevenseweg (zij het in mindere mate) van kracht. Een nadere studie naar de ruimtelijke inpassing en ontsluiting van een zo’n kleiner woongebied in relatie tot zorgvuldige ruimtegebruik en kwaliteit voor de leefomgeving is dan nodig. Een stabilisatie of eventueel afname van het autogebruik kan eveneens tot een ander inzicht leiden. Blijvend minder woon-werkverkeer en een effectief beleid gericht op duurzame mobiliteit kunnen daartoe aanleiding geven. Dit vraagt om het actief volgen van de ontwikkelingen in het verkeer en waar nodig een nieuwe analyse van de gevolgen. Het is echte nog te vroeg om hierop vooruit te lopen.

We willen daarom het koppelen van de hoofdontsluiting van het woongebied Hoge Haansberg aan de Aletta Jacobslaan als optie in de omgevingsvisie opnemen maar het besluit over koppeling laten afhangen van nadere besluitvorming over de omvang van het woongebied Hoge Haansberg en inzicht in actuele gegevens over de hoeveelheid verkeer.

33

Wonen Etten-Leur biedt regio groen-stedelijke woonmilieus Enkele jaren geleden onderzocht Fakton op verzoek van de gemeenten Breda, Oosterhout en Etten-Leur de woningvoorraad en de samenhang in de woningmarkt. Dit onderzoek bevestigde het beeld dat de woningmarkten van Breda en Etten-Leur voor een deel samenvallen. Waar Breda zich meer richt op grootstedelijk bouwen, richt Etten-Leur zich vooral op de vraag naar groen-stedelijke woonmilieus. De ervaring met de maatregelen in het kader van de covid-19 uitbraak leert hoe belangrijk mensen een groen-stedelijk woonmilieu vinden. Nu de vraag naar nieuwe woningen groot is, kan Etten-Leur binnen de verstedelijkingsas in West-Brabant een rol als overloopfunctie voor Breda vervullen. Een functie die Etten-Leur nu al heeft. Dat blijkt uit het percentage toewijzingen van sociale huurwoningen door de woningcorporatie aan de personen buiten de gemeente. Uit de cijfers van woningverkopen blijkt eveneens een regionale rol op de woningmarkt. Beide ontwikkelingen rechtvaardigen meer planningsruimte voor de bouw van nieuwe woningen. We willen hierover in gesprek met de regio. Een koppeling aan het regionaal mobiliteitsplan ligt voor de hand. Continuïteit in woningbouw vraagt keuzes voor middellange en langere termijn De komende jaren bouwen we vooral binnenstedelijk. Slechts een deel van de vraag is daarmee voorzien.

Uit het Woningmarktonderzoek 2019 blijkt dat er een actuele en toekomstige vraag naar grondgebonden woningen (vooral koop) en appartementen (zowel koop als huur) is. Etten-Leur zal de komende jaren gemiddeld 200 woningen moeten bouwen om in de vraag te voorzien. Tot 2024 kunnen we met de in ontwikkeling zijnde en overige binnenstedelijke locaties vooruit. De continuïteit in de woningbouw vraagt om nu al richting te geven voor de periode nadien. De omgevingsvisie is bij uitstek het document voor de middellange en langere termijn de richting te bepalen. Gelet op de vraag ontkomen we er niet aan om locaties buiten bestaand stedelijk gebied aan te wijzen die voor woningbouw in aanmerking komen. Daarnaast blijft er ruimte om nieuwe plekken binnen bestaand stedelijk gebied op te pakken. De aanwijzing van locaties is pas een eerste stap in het proces om te komen tot daadwerkelijke bouw. Nadien volgen nog vele andere stappen. Voor een woongebied met enige omvang houden we rekening met gemiddeld 3 à 4 jaar voorbereidingstijd. Naarmate het plan complexer is, is er meer tijd nodig. Nu richting geven maakt het mogelijk om alert de gewenste planningsruimte voor de bouw van woningen aan te pakken. Uitgangspunten voor keuze bouwlocaties De resultaten van de onderzoeken bevatten bouwstenen om tot een keuze te komen.

We willen deze keuze in een bredere context bepalen rekening houdend met de woningbouwopgave tot 2035 en eventuele extra taakstelling vanuit de regio. We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: • zorgvuldig ruimtegebruik; • meerwaarde-creatie (verknopen en verweven van opgaven); • versterken van ruimtelijke kwaliteit. 34

Combinatie van drie locaties past niet bij zuinig ruimtegebruik De aanleg van een woonwijk buiten stedelijk gebied gaat ten koste van landbouwgrond en/of natuur. Uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik past daarbij niet een versnippering van de woningbouwopgave over meerdere locaties. De concentratie op één locatie heeft de voorkeur en is wel zo duurzaam. Het vergroot de kans om meerwaarde te creëren en de woningbouwopgave te combineren met andere ruimtelijke opgaven en zo de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Om die reden heeft de locatie Groene Wig niet de voorkeur. Op de visie van deze locatie komen we later terug. Locatie Lage Vaartkant–Lage Bremberg als woongebied voor de lange termijn in de omgevingsvisie opnemen Eerder kwamen we tot de conclusie dat de aanleg van een oostelijke rondweg een wezenlijke bijdrage levert aan de oplossing van een verkeerskundig, ruimtelijk en milieutechnisch knelpunt. De combinatie met een stedelijke ontwikkeling leidt tot meerwaarde. We kunnen dit alleen op een (financieel) verantwoorde manier bereiken door het totale gebied tussen de Lage Vaartkant en de Lage Bremberg erbij te betrekken. In dit gebied vormen waterhuishouding en hoogteligging uitdagingen maar bieden tegelijk kansen om natuur in de stad te brengen en een aantrekkelijk woonmilieu te realiseren.

De locatie biedt qua ligging en ontsluiting potentie om binnen de regio een rol te vervullen. Echter vanwege de complexe problematiek en de noodzaak om in overleg met meerdere instanties aan een plan te werken, voorzien we de ontwikkeling pas op de lange termijn. Aanwijzing van het gebied tussen Lage Vaartkant en Lage Bremberg als toekomstig woongebied in de omgevingsvisie is een eerste stap om het overleg met andere instanties te kunnen starten. Vooruitlopend is een eventuele gefaseerde ontwikkeling van de westrand niet uitgesloten (bijvoorbeeld de aanleg van een openbaar vervoershub en eventuele verplaatsing van het tuincentrum naar een locatie nabij Trivium). Locatie Hoge Haansberg als woongebied voor de middellange termijn in de omgevingsvisie opnemen Tot en met 2024 kunnen we vooruit met de lopende, vastgestelde en in voorbereiding zijnde plannen. Deze plannen voegen kwaliteit toe aan de bestaande woningvoorraad en voorzien deels in de vraag. Niet alle woonopgaven zijn voorzien. Denk aan de vraag naar starterswoningen, specifieke grondgebonden woningen voor ouderen, beschut en/of beschermd wonen voor ouderen of andere kwetsbare personen en standplaatsen voor woonwagens.

35

Willen we in deze woonopgaven mede kunnen voorzien dan ontkomen we niet aan aanwijzing van het gebied Hoge Haansberg als woongebied. De ligging van het gebied op beloopbare afstand van het winkelhart en het openbaar vervoersknooppunt station Etten-Leur versterkt de ruimtelijke kwaliteit. Vanuit de groenblauwe thema’s als landschap, natuur en water zijn er geen beperkingen. Binnen de grijze thema’s vraagt vooral het verkeersvraagstuk en daarmee samenhangende invloed op het woon- en leefklimaat van bestaande woningen aandacht. In het onderdeel mobiliteit zijn we daar al op ingegaan. De woningbouw in het gebied Hoge Haansberg geschiedt fasegewijs, aan te vangen aan de zijde van de Hoevenseweg. De uiteindelijke omvang van het gebied is afhankelijk van de hoeveelheid te bouwen woningen in relatie tot de ontwikkelkansen in het gebied Lage Vaartkant-Lage Bremberg. Een bijkomende factor is de ligging van een deel van het gebied binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij. Binnen deze afstand gelden er uit oogpunt van volksgezondheid voorlopig beperkingen voor woningbouw. Een definitief standpunt over de in acht te nemen afstand is nog niet bepaald. Naar verwachting bepaalt de Gezondheidsraad in 2022 een standpunt. Gelet op de algemene milieubeginselen zal men in eerste instantie aansturen op maatregelen aan de bron.

Groene Wig als stedelijk uitloopgebied in de omgevingsvisie opnemen Uit oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik kiezen we niet voor de locatie Groene Wig. Toch is een beperkte stedelijke ontwikkeling niet uitgesloten uitgaande van behoud van de groene buffer tussen de wijken Groot Sander en De Keen. Ter plekke dringt het landelijk gebied door in het stedelijk gebied en heeft meerwaarde voor de leefomgeving. Deze kwaliteit willen we behouden en versterken. Het gebied leent zich voor natuurontwikkeling, extensieve recreatie en opname in het wandelnetwerk richting de natuurgebieden aan de noordzijde van het gemeentelijk grondgebied. De opbrengsten uit een beperkte stedelijke ontwikkeling kunnen we deels voor de aanlegkosten inzetten. Met inachtneming van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden kijken we bij de stedelijke ontwikkeling vooral naar de westrand van het gebied en de zone in de hoek Slagveld-Meeuwisdijk. We denken daarbij onder andere aan bijzondere woonvormen zoals eco-woningen en thiny houses. Werken Benutten van bestaande werklocaties In de 60 % conceptversie Omgevingsvisie (maart 2020) is het beleid voor de werklocaties beschreven. Ondernemers die zich willen vestigen of hun bedrijf willen verplaatsen zijn in eerste instantie aangewezen op de bestaande werklocaties. We spelen alert in op veranderende wensen en eisen aan huisvesting en omgeving.

Zo voorkomen we leegstand, verpaupering en criminaliteit. Daardoor veranderen geleidelijk gebruik en inrichting van werklocaties. De energietransitie, de ontwikkeling naar een circulaire economie en klimaatmaatregelen zijn tevens van invloed. Samen met ondernemers en grondeigenaren werken we aan het toekomstbestendig maken van bestaande werklocaties. Uitbreiding van werklocaties is alleen aan de orde als ruimte op bestaande werklocaties ontbreekt of als uitbreiding in het belang is van de gewenste verbetering van bestaande locaties. 36

Bestaand bedrijventerrein Vosdonk heeft voldoende potentie tot behoud van economische prestatie In economisch opzicht is het bedrijventerrein Vosdonk voor EttenLeur de belangrijkste werklocatie. Vergeleken met andere locaties in de provincie Noord-Brabant scoort het bedrijventerrein Vosdonk zeer goed als het gaat om economische prestatie, dynamiek en toekomstpotentie. De goede bereikbaarheid speelt daarbij zeer zeker een rol. We willen de economische prestatie graag behouden. De vraag is hoe we dat kunnen bereiken en of daarvoor uitbreiding met nieuw bedrijventerrein nodig is. Het bedrijventerrein Vosdonk kent een mix van grote en kleine productie- en logistieke bedrijven. Net als in de rest van West-Brabant is midden- en kleinbedrijf goed vertegenwoordigd. De mix en samenstelling van bedrijven heeft alle ingrediënten in zich om Vosdonk te ontwikkelen tot een toekomstbestendige en ruimtelijke hotspot voor de circulaire economie. Op deze onderdelen scoort Vosdonk nu al goed. We merken dat al uit diverse initiatieven en vormen van samenwerking. De gemeente kan een bemiddelende rol vervullen maar primair ligt hier een taak voor ondernemers.

Als het gaat om het bieden van groeiperspectief aan bedrijven op bestaand bedrijventerrein ligt er een gezamenlijke opdracht voor gemeente en (vastgoed)eigenaren om te investeren in hergebruik van panden of herontwikkeling van vrijkomende terreinen. Met de aankoop van het terrein Oude Kerkstraat 2 (ca. 8 ha) willen we als gemeente een proces op gang brengen waarbij gevestigde bedrijven kansen krijgen tot groei en de vrijkomende panden/terreinen ruimte bieden voor nieuwe initiatieven. We willen geïnteresseerde ondernemers dan ook in een vroegtijdig stadium bij de plannen betrekken en afspraken maken over het vrijkomend vastgoed. Als gemeente gaan we dat niet alleen bereiken; ondernemers en (vastgoed)eigenaren moeten hun bijdrage leveren. In vergelijking tot andere bedrijventerrein is het perspectief voor herstructurering van Vosdonk goed. De aanleg van nieuw bedrijventerrein kan juist het proces tot herstructurering bemoeilijken. Geen uitbreiding Vosdonk aan de noordwestzijde De gekozen insteek voor het beleid vraagt dus om zeer terughoudend te zijn in de aanleg van nieuw bedrijventerrein. Schaarste stimuleert bedrijven tot innovatie, hergebruik en herontwikkeling. De aanwijzing van een locatie voor uitbreiding van het bedrijventerrein Vosdonk aan de noordwestzijde is hiervoor niet het juiste antwoord.

Zeker nu blijkt dat de drie onderzochte locaties veel beperkingen kennen en in financieel opzicht meer kosten dan opbrengen. In dat geval kunnen we benodigde gelden beter inzetten om beter gelegen locaties op het bestaande bedrijventerrein aan te pakken.

37

In markttechnisch opzicht liggen de locaties evenmin gunstig (qua ontsluiting geen A-locatie). Binnen de regio zijn andere locaties qua bereikbaarheid die beter aansluiten bij de vestigingswensen van bedrijven. Regionaal denken houdt in over gemeentegrenzen heen kijken. Ruimte voor uitbreiding in restgebieden Aan de westzijde van het bedrijventerrein zijn er twee restgebieden. Het eerste gebied ligt tussen het bedrijventerrein, de gemeentegrens en de spoorlijn. Aan de zuidzijde van dit gebied loopt de Kibbelvaart en is een ecologische verbindingszone aanwezig. Een aangrenzend bedrijf is op zoek naar ruimte voor uitbreiding en voert daarover overleg met de gemeente en het waterschap. Mits het bedrijf aan strikte voorwaarden kan voldoen, is de bereidheid aanwezig om medewerking te verlenen. Het bedrijf zal nog veel stappen moeten zetten voordat gemeente en waterschap een definitief besluit kunnen nemen. De aanwijzing van het restgebied als ‘zoekgebied bedrijven’ is zo’n stap en kan helpen om de huidige functietoekenning in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant te veranderen. Het tweede restgebied betreft het gebied tussen de Nijverheidsweg, de Hoge Donk en de snelweg. Dit gebied werd eerder aangewezen als potentieel gebied voor het uitbreiden van het bedrijventerrein. Tot ontwikkeling van gemeentewege is afgezien.

Het initiatief tot ontwikkeling van bedrijventerrein hoeft niet altijd van de gemeente te komen. De markt kan dit oppakken, maar ook eigenaren van panden in dit gebied. Om die reden is in het geldende bestemmingsplan een regeling opgenomen om woonbestemmingen om te zetten in bedrijfsbestemmingen met een omvang van 2500 m². Op een organische wijze kan dit gebied tot ontwikkeling komen. We stellen voor om de aanwijzing voor uitbreiding bedrijventerrein te behouden. Aanwijzen zoekgebieden retentie In de inpassingsvoorstellen voor Middendonk-Oost en Bankenstraat-West is ruimte gereserveerd om wateropgaven te realiseren. De opgaven houden verband met de oplossing van de waterproblematiek op het bestaande bedrijventerrein en de capaciteit van de Laakse Vaart. Om die reden willen we delen van de gebieden aanwijzen als zoekgebied voor waterretentie. We openen daarmee de weg voor toekomstige oplossingen waarbij het waterschap het voortouw heeft. Een combinatie van retentie met de aanleg van zonnevelden sluiten we niet uit.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=ba298265-c3e4-46c2-a48d-66c8f34ff949