concept zienswijze ontwerpbegroting Werkplein 2026
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling: Werkplein Hart van West-Brabant 1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja,
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Bestandsontwikkeling 2024: In de originele begroting van 2024 ging Werkplein uit van een bestandstoename voor De6gemeenten in totaliteit van 1,4%. De eerste maanden toonden echter een lagere stijging, waarna in de 2e bestuursrapportage een groei van het aantal bijstandsgerechtigden met 1% werd verwacht. Het Werkplein heeft hierop zijn begroting 2024 gewijzigd. Uiteindelijk werd 2024 afgesloten met een stijging van 1,3%, wat overeenkomt met de eerste raming en in lijn is met landelijke trends (Centraal Planbureau). Voor Etten-Leur bedroeg de stijging van het aantal bijstandsgerechtigden uiteindelijk 1,1%. Om de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden te beperken, zijn vanaf eind 2023 vijf extra projecten gestart gericht op het bevorderen van de arbeidsparticipatie en het bieden van maatwerkbegeleiding. Een deel van de projecten loopt door in 2025. Het Werkplein rapporteert via zijn bestuursrapportages periodiek over de resultaten van de projecten. Ketensamenwerking: De ketensamenwerking tussen WVS, ISD Brabantse Wal en Werkplein heeft als doel passende participatievormen voor inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, zoals dagbesteding, beschut werk, banen via de banenafspraak of ontwikkeltrajecten.
Afgelopen jaar werd door de besturen van de drie organisaties een onderzoek gestart naar de toekomstige uitvoering van de Participatiewet in West-Brabant West dat in de loop van 2025 afgerond zal worden. In de begroting 2026 wordt nog geen rekening gehouden met de uitkomsten van dit onderzoek. Keuzes rondom ketensamenwerking en organisatievorm kunnen invloed hebben op de begroting en meerjarenraming van het Werkplein Hart van West-Brabant. Participatiewet in Balans: Naar verwachting zal per 12 januari 2026 de Participatiewet op onderdelen worden gewijzigd. In het wetvoorstel Participatiewet in Balans staan ruim twintig maatregelen om de wet te verbeteren. De procedures rondom bijstandsuitkeringen worden vereenvoudigd, en gemeenten krijgen meer ruimte voor maatwerk. Hierdoor kunnen professionals beter inspelen op persoonlijke omstandigheden van inwoners. Vertrouwen en de menselijke maat zijn kernwaarden in de uitvoering van de wet. Naar verwachting treden de wijzigingen van de Participatiewet per 1 januari 2026 in werking. In de Werkpleinbegroting 2026 is nog geen rekening gehouden met eventuele (financiële) consequenties van de wetswijziging.
4
Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2024 Het werkplein presenteert in haar jaarrekening 2024 een positief resultaat van € 4,3 miljoen. Dit
resultaat is ontstaan door voordelen op zowel de programmakosten (€ 3.323.357) als op de bedrijfsvoeringskosten (€ 1.004.500). Aan het Algemeen bestuur van Werkplein wordt voorgesteld om € 3,2 miljoen toe te voegen aan de bestemmingsreserve voor inburgering (zie toelichting ander ‘Programmakosten’) en 0,1 miljoen te onttrekken uit de bestemmingsreserve SPUK onderwijsroute. De overige niet bestede programmakosten ad. € 199.717 worden verrekend met de gemeenten. Verder wordt voorgesteld van het resterende voordeling resultaat op bedrijfsvoering € 49.170 te bestemmen voor doorlopende kosten en het restant ad. € 955.330 te verrekenen met de deelnemende gemeenten. Programmakosten De6 totaal Het programma Werk en Participatie sluit met een voordeling resultaat van € 216.785. Er zijn minder ontwikkeltrajecten bij WVS ingezet dan was voorzien. Daarnaast zijn er minder begeleidingskosten gemaakt voor beschut werk en vallen de kosten voor Intensivering nazorg lager uit. Op het programma Inkomen bedraagt het resultaat € 734.604 nadelig. Het uitkeringsbestand is over 2024 met 1,3% gestegen, terwijl in de gewijzigde begroting uitgegaan werd van een toename met 1%. Het programma Inkomensondersteuning laat een positief resultaat zien van € 393.836. De uitgaven aan bijzondere bijstand vallen lager uit dan waar in de begroting van het Werkplein rekening mee was gehouden.
Bij het programma Inburgering is er, net als voorgaand jaar, sprake van een forse onder uitputting ad. € 3.216.337. Dit komt doordat de uitgaven voor een inburgeraar plaatsvinden gedurende een periode maximaal drie jaar. Een deel van de uitgaven aan de geraamde kosten voor 2024 volgen nog in 2025 en 2026. Hieruit volgt ook de eerder benoemde toevoeging aan de bestemmingsreserve voor inburgering van 3,2 miljoen. Bedrijfsvoeringskosten Op de organisatiekosten wordt een voordeel gerealiseerd van € 1.004.500. Dit wordt o.a. veroorzaakt door lagere loonkosten/inhuur, lagere kosten voor onderzoek naar de hoofdstructuur/formatie binnen de organisatie en lagere ICT kosten. Van het voordelige resultaat wordt een bedrag van € 50K gereserveerd t.b.v. het opleidingsbudget in verband met een uitgestelde interne training die alsnog in 2025 zal worden georganiseerd. Het voordelige saldo op de programma- en bedrijfsvoeringskosten wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. ontwerpbegroting 2026 De ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029 zijn opgesteld met inachtneming van de uitgangspunten zoals meegegeven in de Kaderbrief 2026. Voor de ontwikkeling van het uitkeringsbestand is het Werkplein in haar begroting uitgegaan van de laatste prognose van het CPB (feb. 2025).
Voor 2026 verwacht het CPB dat het aantal uitkeringsgerechtigden gelijk zal blijven, vanaf 2027 wordt uitgegaan van een jaarlijkse daling met 1,4%. Deze daling is gebaseerd op een beperking van de asielinstroom op basis van het landelijke
Hoofdlijnenakkoord. Werkplein geeft aan dat de mate waarin deze beperking ook daadwerkelijk gerealiseerd zal worden uiterst onzeker is. GR Werkplein
2025
2026
2027
2028
2029
Ontwikkeling uitkeringsbestand
0,0%
0,0%
-1,4%
-1,4%
-1,4%
In de begroting 2026 zijn de totale programmakosten voor De-6 gemeenten € 9,2 miljoen hoger ten opzichte van begroting 2025. De gemeentelijke bijdragen in de kosten bedrijfsvoering stijgen met 551k. Het programma Werk en Participatie laat een kostenstijging zien 705k. Deze stijging is grotendeels het gevolg van een toename van het aantal beschut werkplekken conform de taakstelling van het Rijk. Daarnaast hebben de gemeenten besloten, om wachtlijsten te voorkomen, ook inwoners met een indicatie beschut werken boven de taakstelling te plaatsen. Hiervoor is een bedrag van € 452.000 in de Werkpleinbegroting opgenomen. De kosten voor het programma Inkomen nemen toe met € 8,4 miljoen door een toename van het bestand in 2024 met 1,3%. Deze stijging werkt door in 2025 en verdere jaren. Daarnaast wordt rekening gehouden met een indexering van het minimumloon en daarmee de bijstandskosten: 2,7% in 2025 en 2,6% in 2026. Wat de precieze gevolgen zijn van de toename van de uitkeringslasten voor de gemeentebegroting is nog niet duidelijk. Rond 1 oktober (septembercirculaire) maakt het ministerie SZW de (voorlopige) BUIG-budgetten bekend. De kosten voor het programma Inkomensondersteuning stijgen met € 637k. Uitgangspunt zijn de werkelijke kosten over 2024 en een inflatiecorrectie van 2,7% in 2025 en 2,6% in 2026. Dit is conform begrotingsuitgangspunten.
Daarnaast is rekening gehouden met een kostenstijging van 300k voor (het wettelijk recht op) de individuele inkomenstoeslag. Bij het programma inburgering nemen de kosten af met 789k. Dit i.v.m. de verwachting dat de taakstelling huisvesting statushouders in 2026 lager zal zijn dan waar in de begroting 2025 rekening mee werd gehouden. Ravijnjaar 2026 Omdat bijstand een vangnet is voor kwetsbare inwoners die op het absolute minimuminkomen zitten, is de beïnvloedbaarheid van budgetten voor de meeste programma’s minimaal. Het Werkplein geeft niettemin aan kritisch te hebben gekeken naar de uitgaven, met name voor de bedrijfsvoering. In principe is de stijging van de bedrijfsvoeringskosten beperkt gebleven tot een inflatiecorrectie en loonstijging conform de begrotingsuitgangspunten. Toepassing van de indexering 2026 voor loonkosten (3,8%) en prijsstijgingen (2,6%) op de begroting van 2025, zou een toename van de kosten van € 708.000 betekenen. Het Werkplein beperkt de stijging van de bedrijfsvoeringskosten in de begroting 2026 tot € 551.000.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Jaarrekening 2024: Resultaat en bestemming GR Werkplein Realisatie 2024
Totaal GR
18.376
Bijdrage apparaatskosten gemeente Etten-Leur
3.310
GR Werkplein Programmakosten
Resultaat 2024
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
1.004V
49
955 172V
Realisatie 2024
Resultaat 2024
Resultaat bestemming
Afrekenen met gemeenten 199
Totaal GR 100.728 199V Bijdrage Etten-Leur per programma: Werk en Participatie 1.082 39 Inkomen 13.875 -183 Inkomensondersteuning 2.113 30 Inburgering 1.273 -1 Plustaken* 8 16 Totale bijdrage Etten-Leur 18.351 99N * Afwikkeling Tozo, voorzieningenwijzer, energietoeslag en regeling alleenverdienersproblematiek Meerjarenontwikkeling GR Werkplein
Begroting 2025
Ontwerp begroting 2026
Meerjaren begroting 2027
Meerjaren begroting 2028
Meerjaren begroting 2029
Totaal GR
19.608
20.443
21.571
22.446
23.354
-
0
-
-
-
Bijdrage gemeente Etten-Leur in apparaatskosten
3.576
3.720
3.926
4.085
4.250
Opgenomen in meerjarenperspectief
3.576
3.729
3.889
3.989
3.989
Verschil (- is nadelig)
-
9
-37
-96
-261
Verwacht resultaat 2026
Programmakosten Bijdrage Etten-Leur
Begroting 2025 1.079
Ontwerpbegroting 2026 1.188
Meerjaren begroting 2027 1.218
Meerjaren begroting 2028 1.244
Meerjaren begroting 2029 1.270
Werk en Participatie Inkomen
14.046
15.045
15.347
15.539
15.736
Inkomensondersteuning
2.195
2.245
2.296
2.346
2.398
Inburgering
1.084
1.039
1.039
1.039
1.039
Plustaken
50
-
-
-
-
18.505
19.517
19.900
20.168
20.473
Totaal
Vermogen
1-1-2026
31-12-2026
Eigen vermogen
5.447
4.500
Vreemd vermogen
6.595
6.000
6
Overige aandachtspunten
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de conceptjaarrekening 2024 2. Geen zienswijze over de eerste begrotingswijziging 2026 naar voren te brengen