concept zienswijze ontwerpbegroting 2024 Werkplein
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling: Werkplein Hart van West-Brabant 1. Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? De conceptbegroting 2024 is tijdig ontvangen. De definitieve jaarstukken 2022 zijn niet tijdig ontvangen. We hebben de jaarstukken ontvangen zoals deze op 3 april zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur, onder voorbehoud van een goedkeurende verklaring van de accountant. Zodra de goedkeurende verklaring is ontvangen, wordt deze samen met de definitieve jaarstukken toegezonden naar de gemeenten. 2. Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ja. 3. Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Het Werkplein geeft in haar jaarrekening 2022 aan dat zij minder heeft kunnen inzetten op de ontwikkeling van inwoners. Dit kwam mede omdat het Werkplein in 2022 onvoldoende extra personeel kon aantrekken voor de onverwachte extra taken die uitgevoerd moesten worden, zoals het verstrekken van de energietoeslag en de betaling van leefgeld aan Oekraïense vluchtelingen. Inmiddels is de capaciteit voldoende op orde om mensen te ondersteunen in hun ontwikkeling, maar er is een inhaalslag nodig. Het risico bestaat dat voor een aantal gemeenten in 2024 een tekort ontstaat op de Rijksmiddelen (BUIG), indien geen aanvullende maatregelen worden genomen.
Daarom wordt het Werkplein gevraagd om in 2023 nog met een herziene begroting voor 2024 te komen, waarin op basis van de gemeentelijke ambities aanvullende maatregelen worden voorgesteld en wordt weergegeven wat hiervan de invloed is op de ontwikkeling van het klantenbestand en de Rijksmiddelen BUIG. Conform de huidige werkwijze worden deze maatregelen ook in het werkprogramma opgenomen, dat in het laatste kwartaal van 2023 door gemeenten en het Werkplein gezamenlijk wordt opgesteld. In 2024 staat het nieuwe Werkplein. De beoogde organisatieontwikkeling waarin de inwoner centraal komt te staan, is dan grotendeels afgerond. Uitgangspunt is dan de nieuwe werkwijze waarin een zo compleet mogelijk beeld van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner wordt gevormd, zo nodig samen met collega’s in het sociaal domein wordt opgetrokken en de ontwikkeling naar werk of participatie maatwerk is. Om vast te kunnen stellen of deze nieuwe werkwijze en de aanvullende maatregelen vanuit het Werkplein ook daadwerkelijk bijdragen aan de ontwikkeling van de inwoner, het afnemen van het financiële risico ten aanzien van de Rijksmiddelen BUIG en een betere dienstverlening is het van belang de resultaten te monitoren. Dat vraagt om een doorontwikkeling van de Beraps en aansluiting daarvan op het datagedreven werken.
Verder werkt het Werkplein binnen de ketensamenwerking met WVS en de ISD Brabantse Wal aan een nieuwe werkwijze om inwoners op basis van een uitgebreid onderzoek via het arbeidsonderzoekscentrum een ontwikkeltraject op maat aan te bieden.
Tot slot is ook de arbeidsmarktregio volop in beweging, als gevolg van wijzigingen in het landelijke beleid. Het Werkplein maakt hier onderdeel van uit en sluit hierbij aan om zo de dienstverlening aan de inwoners te versterken. 4. Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2022 Het Werkplein presenteert in haar jaarrekening 2022 een positief resultaat van € 1,5 miljoen. Dit voordeel ontstaat door voordelen op de programmakosten (totaal € 1,1 miljoen) en voordelen op de bedrijfsvoeringskosten (€ 359.000). Aan het Algemeen Bestuur van het Werkplein wordt voorgesteld om dit hele positieve resultaat te verrekenen met de deelnemende gemeenten. Programmakosten - Het positieve resultaat op het programma Werk en Participatie bedraagt € 389.000 en wordt veroorzaakt doordat er fors minder leerwerktrajecten zijn ingezet. Hierdoor is het arbeidspotentieel van minder inwoners ontwikkeld dan was beoogd. Dat heeft een negatief effect op de (snelheid van) uitstroom van de uitkeringsgerechtigden. - Het voordeel op het programma Inkomen bedraagt € 588.000. In de oorspronkelijke begroting was gerekend met een daling van het bestand van 1,3%. Uiteindelijk is een daling gerealiseerd van 1,1%. Deze daling was tot september ca. 1,8%, maar het bestand liep vanaf oktober weer iets op vanwege de instroom van statushouders.
- Bij het programma Inkomensondersteuning is juist sprake van een nadeel van € 270.000. Dit komt vooral door de hogere kosten van bewindvoering en de individuele inkomenstoeslag. - Het voordeel op het programma Inburgering bedraagt € 417.000. Hier is sprake van een behoorlijke onderuitputting van de middelen die voor 2022 voor inburgeringsvoorzieningen door het Rijk beschikbaar zijn gesteld. Deze middelen worden gereserveerd, omdat de uitgaven voor een inburgeraar gedurende maximaal 3 jaar plaatsvinden. Op de uitvoeringskosten van Inburgering is een bedrag van € 351.000 overgebleven. Bedrijfsvoering Het voordeel op bedrijfsvoering bedraagt € 359.000 en wordt o.a. verklaard door: - Lagere ICT-kosten; - Een voordeel op ondersteunende diensten door het combineren van projecten bij tijdelijke inhuur. - Een vrijval van de voorziening arbeidsverplichtingen. Ontwerpbegroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 De ontwerpbegroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027 zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze in de Kaderbrief 2024 waren opgenomen. In de Kaderbrief was echter voor de raming van het bijstandsbestand nog uitgegaan van de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) uit september 2022. In maart 2023 heeft het CPB deze prognoses geactualiseerd.
In de laatste macroeconomische verkenningen is een matigere ontwikkeling van het bestand te zien dan in eerdere prognoses het geval was. In de begroting is het Werkplein uitgegaan van de laatste ramingen van het CPB. Het CPB gaat uit van een lichte cumulatieve daling t/m 2023, in 2024 een lichte stijging en vanaf 2025 blijft het bestand gelijk:
Macro-economische verkenningen CPB maart 2023 Stijging/daling van het bestand per jaar Stijging/daling cumulatief
2023
2024
-1,4% -1,4%
2025
+1,4% 0,0%
2026
0,0% 0,0%
0,0% 0,0%
In 2023 zijn het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen met 10% geïndexeerd. Het bovenstaande betekent dat de uitkeringslasten voor de gemeenten zullen stijgen. De kosten voor de bedrijfsvoering zijn in de ontwerpbegroting 2024 toegenomen met € 2 miljoen ten opzichte van de begroting 2023. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere loonkosten vanwege de nieuwe CAO. Daarnaast is de taakstelling voor inburgeraars fors naar boven bijgesteld, waardoor hier meer personeel voor nodig is. (Overigens wordt deze benodigde formatie pas ingevuld op het moment dat de toename van het aantal inburgeraars daadwerkelijk plaatsvindt.) 5. Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000 • Jaarrekening 2022: Resultaat en bestemming GR Werkplein Realisatie 2022 Bedrijfsvoeringskosten
Resultaat 2022
Totaal GR
14.479
359 V
Bijdrage Etten-Leur
2.570
GR Werkplein Programmakosten
Realisatie 2022
Resultaat 2022
Totaal GR
76.393
1.124 V
Bijdrage Etten-Leur
13.725
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR 0
Resultaat bestemming terug naar gemeenten 359 V 64 V
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR 0
Resultaat bestemming terug naar gemeenten 1.124 V 250 V
Meerjarenontwikkeling GR Werkplein Bedrijfsvoeringskosten
Begroting 2023
Totaal GR
18.759
Ontwerp begroting 2024 20.769
Meerjaren begroting 2025 21.571
Meerjaren begroting 2026 22.343
Meerjaren begroting 2027 23.142
Bijdrage Etten-Leur
2.791
3.338
3.483
3.622
3.766
Opgenomen in meerjarenperspectief Etten-Leur
2.791
2.849
2.910
2.976
2.976
Verschil (- is nadelig)
0
-489
-573
-646
-790
GR Werkplein Programmakosten Bijdrage Etten-Leur
Begroting 2023
Ontwerp begroting 2024
Meerjaren begroting 2025
Meerjaren begroting 2026
Meerjaren begroting 2027
Werk en Participatie
877
915
952
985
1.020
Inkomen
11.139
12.309
12.665
12.956
13.255
Inkomensondersteuning
1.775
2.034
2.071
2.109
2.147
Inburgering
569
658
961
1.037
1.037
Totaal programmakosten
14.361
15.917
16.649
17.086
17.459
6. Overige aandachtspunten 7. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2022 van het Werkplein Hart van West-Brabant. 2. Voor de ontwerpbegroting 2024 de volgende beleidsmatige zienswijze naar voren te brengen: a. In 2023 een herziene begroting 2024 voor te leggen aan de gemeenteraden waarin het volgende is opgenomen: - de (aanvullende) inzet van het Werkplein op de ontwikkeling van onze inwoners naar werk of zinvolle dagbesteding, zodat de ontwikkeling van het klantenbestand minimaal gelijk is aan het landelijke gemiddelde en gelijke pas houdt aan de regionale ontwikkeling. - Inzicht in de manier waarop de hiervoor genoemde (extra) inzet zal leiden tot het verdwijnen van het tekort of zelfs een overschot op de Rijksmiddelen BUIG. b. Om na te kunnen gaan of de inzet vanuit het Werkplein bijdraagt aan de doelstellingen vragen we aan het Werkplein om in 2023 en 2024 meer inzicht te geven in de resultaten en kwaliteit van de dienstverlening en hoe deze bijdraagt aan de ontwikkeling en zelfredzaamheid van onze inwoners.