BWB verslag rapporteurs 26 februari 2024
Tekst van het document
VERSLAG RAPPORTEURS BELASTINGSAMENWERKING WEST-BRABANT (BWB) D.D. 26 FEBRUARI 2023 Aanwezig
Erik Vissers Nathan Landman Ger de Weert Marsja Dubbelman Carole Vermeegen
rapporteur BWB (plaatsvervangend) rapporteur BWB portefeuillehouder BWB contactambtenaar BWB raadsadviseur
Onderwerp van bespreking is de Kaderbrief 2025 van de BWB. Mevrouw Dubbelman geeft een korte toelichting op de Kadernota. De regieambtenaren hebben de Kadernota gezamenlijk, en nogmaals in een kleinere samenstelling, beoordeeld. Financieel zijn er geen afwijkingen zoals is afgesproken in de begroting, de BWB voldoet daarin dan ook volledig aan de richtlijnen. De BWB heeft ook beleidsmatig gezien geen afwijking omdat ze geen nieuw beleid hebben ontwikkeld. Wel zijn er nog een aantal aandachtspunten die ook opgenomen zijn in de Kadernota, te weten de financiële gevolgen van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM, de kwantitatieve toename van 0,75% van het aantal huishoudens, woningen en bedrijven en het opnemen van een set kritische prestatie indicatoren. Voor wat betreft de nieuwe wetgeving is met de BWB afgesproken dat zij daar de deelnemende gemeenten gedurende het jaar van op de hoogte zullen houden. De toename wat betreft huishoudens, woningen en bedrijven zal ieder jaar aan de orde blijven komen. Voor wat betreft de kritische prestatie indicatoren is met de BWB afgesproken dat deze op een dusdanige manier worden verwoord dat er op gestuurd kan worden en effecten gemeten kunnen worden. Wethouder De Weert vult aan dat de BWB een tijd lang heeft gekampt met een hoog ziekteverzuim. Dat is op dit moment onder controle.
Het tweede punt is (hetgeen aansluit op de kritische prestatie indicatoren) is de doorlooptijd van de bezwaren. Het afgelopen jaar is alle capaciteit die vrijgemaakt kon worden ingezet op het afhandelen van de bezwaren. Dit hebben ze op de juiste wijze gedaan en een goede prestatie geleverd. Ook heeft de BWB minder ingehuurd en is gefocust op het aannemen van vaste krachten waarbij onervaren mensen de kans is geboden om in te stromen. De heer Vissers geeft aan dat hij het jammer vindt dat BWB niet de kans benut een terugkoppeling te verzorgen over hetgeen wethouder De Weert zojuist heeft aangevuld. Mevrouw Dubbelman toont een overzicht van de afhandeling van de bezwaarschriften per maand over de afgelopen jaren en verzorgt hierover een toelichting. De heer Vissers heeft in de Kadernota gelezen dat de verhouding tussen de persoonlijke bezwaren en de bezwaren namens de no cure no pay bedrijven 50% is en hij vraagt zich af of de verhoudingen veranderen en dit inzichtelijk is. Mevrouw Dubbelman zegt dat dit gemonitord wordt. De heer Landman vraagt of er wel de verwachting is dat, met de nieuwe wetgeving, het aantal bezwaarschriften afneemt. De heer Vissers heeft nog een vraag over de loon- en prijsindex. De BWB geeft namelijk aan dat ze dit doen op basis van de ECB-norm, maar zij zitten daarboven.
Wat is de reden hiervan? Wethouder De Weert zegt dat de hoofdregel is dat in de Kadernota het indexpercentage wordt gehanteerd zoals in de septembercirculaire het jaar daarvoor is opgenomen. In de eerste bestuursrapportage heeft de BWB geconcludeerd dat dit onvoldoende was en heeft het AB het voorstel gedaan om het meest recente percentage te nemen wat bekend was en daarom is deze methodiek gehanteerd om zo dicht mogelijk tegen het meest actuele percentage aan te zitten. Wethouder De Weert vult aan dat de
BWB in principe altijd de CPB-index hanteert, hetgeen in Nederland gebruikelijk is. Mevrouw Dubbelman voegt nog toe dat er altijd nog een extra controle wordt gedaan op de huidige en vorige cijfers en een onderbouwing van de indexeringen wordt gevraagd. De heer Vissers heeft in de Kadernota gelezen dat de BWB erover nadenkt een reserve te vormen en dit niet in lijn is met hetgeen is afgesproken. Mevrouw Dubbelman zegt dat in de richtlijnen is opgenomen dat reservevorming voor bepaalde onderdelen is toegestaan, bijvoorbeeld wat betreft lonen, maar wel op basis van de richtlijnen die aan de voorkant zijn meegegeven. De heer Vissers vraagt of hiermee de egalisatiereserves worden bedoeld voor een aantal voorzienbare kosten. Mevrouw Dubbelman bevestigd dit. Wanneer dit buiten de richtlijnen valt dient de BWB hierover verantwoording af te leggen aan alle deelnemende gemeente waarop een apart besluit genomen dient te worden. Er is volgens mevrouw Dubbelman ook nog geen concrete reservevorming geconstateerd. De heer Vissers vraagt zich af of er cijfers bekend zijn over de proceskosten- en schadevergoeding. Mevrouw Dubbelman zegt toe deze cijfers te verstrekken. Er wordt geconcludeerd dat er verder geen vragen of opmerkingen meer zijn en de rapporteurs een terugkoppeling zullen verzorgen aan de raad. Voor het verslag, Carole Vermeegen raadsadviseur