BP Reconstructie N389 - Toelichting Bijlage 10 Historisch (water)bodemonderzoek
Tekst van het document
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389
projectnummer 0477837.100 definitief revisie 01 15 augustus 2022
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389
projectnummer 0477837.100 definitief revisie 01 15 augustus 2022
Auteur M.E. Bosman
Opdrachtgever Provincie Noord-Brabant Brabantlaan 1 5216 TV 'S-HERTOGENBOSCH
Gecontroleerd: A. Hendrikx
datum 15 augustus 2022
beschrijving definitief
vrijgave F. Leijs
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
2
2
Vooronderzoek
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Algemeen Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Algemeen Deellocatie 01 – kmp 1.0 – kmp 2.7 Deellocatie 02 – kmp 2.7 – kmp 5.0 Deellocatie 03 – kmp 5.0 – kmp 6.7 Asbest PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Waterbodem Terreinverkenning Samenvatting verdachte locaties en onderzoeksopzet
3 4 4 5 5 7 8 9 10 11 11 12 12
3
Conclusies
14
Bijlagen 1. 2.
Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Bekende gegevens, aanvullende informatie
Tekeningen 0477837.100-O-1
Overzichtstekening met contour uitgevoerd historisch onderzoek (incl. indeling deellocaties) 0477837.100-S-1 t/m 0477837.100-S-3 Tekening met ligging verdachte deellocaties (1:2500)
Blad 1 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
1
Inleiding In opdracht van de provincie Noord-Brabant is door Antea Group in mei, juni en juli 2022 een historisch (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de N389 tussen Etten-Leur en Zevenbergen.
Aanleiding De aanleiding voor het onderzoek is het geplande grootonderhoud aan dit deel van de N389.
Doel Het doel van het historisch onderzoek omvat het in beeld brengen van de (voormalige) (water)bodem belastende activiteiten binnen het terrein. Op basis van de verzamelde informatie wordt beoordeeld in welke mate en op welke locaties (water)bodemonderzoek noodzakelijk is in het kader van de voorgenomen werkzaamheden.
Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het vooronderzoek voor landbodem is uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Hierbij zullen de verplichte onderzoeksvragen behorende bij de onderzoeksaspecten zoals bepaald in de NEN 5725:2017 worden beantwoord. Als aanleiding tot het vooronderzoek worden de volgende aanleidingen uit de NEN 5725:2017 aangehouden: Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond. Het vooronderzoek voor waterbodem is uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5717 (NNI, december 2017) en aan de hand van de correctietabellen uit bijlage A van de NEN5717:2017 uitgewerkt. De aanleiding tot het vooronderzoek waterbodem is de verkenning van de waterbodemkwaliteit vanuit overige beheertaken. Per onderdeel van de controletabellen zijn één of meerdere informatiebronnen geraadpleegd. De verzamelde informatie is vastgelegd per bron en weergegeven in bijlage 2. De resultaten van het historisch onderzoek kunnen worden gebruikt als input voor een uit te voeren verkennend (water)bodem en/of asbestonderzoek. De voor het historisch bodemonderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en volledig.
Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. In dit rapport wordt verslag gedaan van de geraadpleegde bekende (bodem)informatie en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.
Blad 2 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen Het historisch onderzoek bestaat uit een inventarisatie van de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen binnen de contouren van het plangebied. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Gezien het gehele onderzoeksgebied infrastructuur betreft en er geen bebouwing noch bedrijven ter plaatse van het tracé zijn gesitueerd zijn geen bouw- en milieudossiers ingezien. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Omgevingsrapportage Noord-Brabant Historische kaarten ‘Topotijdreis’ (Lucht)foto’s Street Smart by Cyclomedia Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) Bodem Digitaal op de Kaart (BDOK) Bij de gemeente Etten-Leur opgevraagde informatie Bij de OMWB opgevraagde informatie Bodemkwaliteitskaart regio Middenen West-Brabant Bodemkwaliteitskaart PFAS deelnemende gemeenten in NoordBrabant Nota bodembeheer deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant Kaartbank provincie Noord-Brabant
Inpsectie Leefomgeving en Transport (ILT) Eigen archief Antea Group
Website, contactpersoon of archief https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/ www.topotijdreis.nl https://streetsmart.cyclomedia.com
Datum raadplegen Mei 2022 Mei 2022 Mei 2022
https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer
Mei 2022
https://anteagroup.bdok.nl/Rapportage/LogIn.aspx? ReturnUrl=%2frapportage De heer J. Beekers
Mei 2022
Bodemloket@omwb.nl
Mei 2022
https://gisconnect.anteagroup.nl/html5/ bkkmiddenwestbrabant/mobiel Antea Group, kenmerk: 0462683.100, d.d. 28 oktober 2020
Mei 2022
Antea Group, kenmerk: 0474495.100, d.d. 19 mei 2022, revisie 02 (momenteel ter inzage bij betreffende gemeenten) https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/ index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 Dhr. I van der velden
Juli 2022
Antea Group
Mei 2022
Mei 2022
Mei 2022
Mei 2022
Juli 2022
Aansluitend is informatie verzameld over de volgende aspecten van de locatie: • eigenschappen terrein; • historische informatie; • voormalig, huidig en toekomstig gebruik; • uitgevoerde bodemonderzoeken; • bodemkwaliteit; • bodemopbouw en geohydrologie. Per onderdeel zijn één of meerdere informatiebronnen geraadpleegd. De verzamelde informatie is vastgelegd per bron en weergegeven in de volgende paragrafen. Bij dit historisch onderzoek is tevens aandacht besteed aan verdachtheid ten aanzien van asbest.
Blad 3 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
2.2
Locatiegegevens In tabel 2.2 is een overzicht van de relevante locatiegegevens weergegeven. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op figuur 2 en op bijgevoegde tekening 0477837.100-O-1. Tabel 2.2: Locatiegegevens Locatie
Gemeenten Kadastrale gegevens
Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Gebruik aangrenzende percelen Lengte traject
Provinciale weg N389 tussen Etten-Leur (vanaf rotonde met Tuidersweg/ Rijsdijk, kmp 1.0) en Zevenbergen (tot aan rotonde met Hazeldonksezandweg/ Oostrand, kmp 6.7) Etten-Leur, Moerdijk Sectie M, percelen 32, 217, 1040, 1041, 1042, 1043, 1044, 1060, 1077, 1098, 1128, 1130 1215, 1482, 1483, 2330, 2739 Sectie R, nummers 5, 586 Sectie N, nummers 88, 91, 116, 1274, 1699, 1696 Infrastructuur, wegbermen, watergang Hoofdzakelijk akkerland en weiland. Ter plaatse van noordelijke uiteinde is tevens glastuinbouw aanwezig op de aangrenzende percelen Circa 6 km
Figuur 1: overzichtskaart met globale ligging onderzoekslocatie (rood)
De situering van de onderzoekslocatie in meer detail is weergegeven in tekening 0477837.100-O1.
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: • De freatische grondwaterstand (gemiddeld hoogste grondwaterstand – GHG) bevindt zich variërend van circa 0,5-2,0 m –mv. • De regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is variabel binnen de onderzoekslocatie maar zal dominant richting de watergang ‘Mark’ stromen die de onderzoekslocatie doorkruist.
Blad 4 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
•
• • • • •
In de directe omgeving is sprake van meerdere oppervlaktewateren, hoofdzakelijk in de vorm van watergangen: ‘Mark’, ‘Leursche Haven’, ‘Jachthaven de Turfvaart’, en een aantal kleinere afgesloten wateroppervlakte zonder benaming. Er komt tot zover bekend geen brak/zout grondwater voor. De onderzoekslocatie ligt niet binnen een waterwin-, en/of grondwaterbeschermingsgebied. Binnen de onderzoekslocatie zijn twee waterkeringen (aan weerszijde van de ‘Mark’) in beheer van het waterschap Brabantse Delta aanwezig Tot zover zijn geen dempingen van voormalige waterlopen bekend binnen onderhavige onderzoekslocatie. Het is niet bekend of het grondwatersysteem (lokaal) wordt beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie).
De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de kaarten zoals beschikbaar vanuit de kaartbank van de Provincie Noord-Brabant.
2.4
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit De onderzoekslocatie is opgedeeld in drie deelgebieden: • Deellocatie 01: kmp 1.0 - kmp 2.7 • Deellocatie 02: kmp 2.7 - kmp 5.0 • Deellocatie 03: kmp 5.0 - kmp 6.7 Op tekening 0477837.100-O-1 is de indeling van de verschillende deelgebieden weergegeven. In onderstaande paragrafen zijn eerst een aantal algemene informatiebronnen besproken en vervolgens is de bekende bodeminformatie per deellocatie beschreven. Opgemerkt wordt dat enkel de relevante rapporten worden besproken. Voor de bodemonderzoeken die als gedateerd zijn beschouwd (<2000) of waaruit de BDOK quickscan van Antea Group blijkt dat maximaal licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater zijn aangetoond wordt verwezen naar bijlage 2 waarin de via de BDOK quickscanmodules verkregen rapportages zijn opgenomen.
2.4.1
Algemeen Bodemkwaliteitskaart Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de provinciale weg binnen deellocatie 01 en 02 (bodemlaag direct onder fundering) en de naastgelegen bermen tot 5 meter uit de wegrand zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor de provinciale weg binnen deellocatie 03 en de omgeving geldt dat zowel de boven- als de ondergrond gemiddeld voldoet aan de klasse Achtergrondwaarde. De locatie heeft binnen deellocatie 01 en 02 de bodemfunctieklasse Landbouw/natuur. Ter hoogte van deellocatie 03 is de provinciale weg geclassificeerd onder bodemfunctieklasse Industrie. Uit de Nota Bodembeheer van de deelnemende gemeenten in de regio Midden- en West Brabant (d.d. 19 mei 2022, revisie 02, nog niet vastgelegd), blijkt dat de bovengrond (traject 0,0 tot 0,5 m -mv.) van de gemeentelijke wegen en wegbermen van doorgaande wegen (max 80 km/uur) en spoorwegen de ontgravingsklasse Industrie toegekend hebben gekregen. In de Nota Bodembeheer staat het onderstaande genoemd met betrekking tot hergebruik van de vrijkomende bodem van wegen en wegbermen:
Blad 5 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
Met de bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om grond uit wegen en wegbermen doorgaande wegen en spoorwegen vrijkomt, ook weer binnen dergelijke wegen en wegbermen toe te passen op basis van de bodemkwaliteitskaart. Hieraan worden wel een aantal voorwaarden gesteld, namelijk: • De vrijkomende grond (bovengrond (traject 0,0 - 0,5 m -mv.)) kan binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten uitsluitend in dezelfde toepassingszone (industrie) worden toegepast. In de praktijk betekent dit dat er voornamelijk ter plaatse van andere wegen en bermen van wegen met een snelheidslimiet van minimaal 80 km/u en spoorwegen kan worden toegepast; • Uit het vooronderzoek conform de NEN 5725 dan wel de Toets herkomst op basis van de NEN 5725 blijkt geen aanleiding tot verdachtmaking van de partij, anders dan de afspoeling van de weg. Voor zowel de gemeente Etten-Leur en Moerdijk geldt dat de nieuwe Nota Bodembeheer bij de gemeenten ter inzage liggen en derhalve nog onderhavig is voor mogelijke aanpassingen. Gezien de Nota Bodembeheer nog niet is vastgesteld is er de kans dat het beleid zoals hierboven beschreven nog veranderd.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat in de door de provincie aangeleverde werkpakketbeschrijving van 2.2.4 Milieukundig onderzoek, onderdeel 2.2.4.03.02 staat beschreven dat: “Alle verdachte bermen dienen conform NEN 5740, onderzoekstrategie VED-HE, onderzocht te worden. Van vervuiling verdachte bermen volgt uit het verkennend bodemonderzoek. Als breedte van de bermen kan worden beschouwd de afstand kant weg tot aan de provinciale eigendomsgrens.” Uit bovenstaande volgt dat de nota is op dit moment nog niet vastgesteld door de beide gemeenten en derhalve nog onderhavig is aan mogelijke veranderingen; de nota alleen betrekking heeft op het traject 0,0-0,5 m-mv. Het onderliggende traject >0,5 m-mv is uitgesloten van de Bodemkwaliteitskaart. Op basis hiervan wordt geadviseerd om de wegbermen wel als verdacht te beschouwen en te onderzoeken volgens de strategie VED-HE-L (lijnvormig) uit de NEN 5740. Indien het beleid ten tijden van de rapportage van het verkennend bodemonderzoek wel is vastgesteld of is gewijzigd zal dit in de rapportage worden opgenomen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek conform de strategie VED-HE-L zullen veranderingen echter géén gevolgen hebben voor de resultaten of conclusies van het uit te voeren verkennend bodemonderzoek.
Historisch kaartmateriaal Uit historisch kaartmateriaal van de website Topotijdreis blijkt dat de N389 al vanaf circa 1925 zichtbaar is als belangrijke verbinding tussen Etten-Leur en Zevenbergen. De ligging van de weg is door de jaren heen op een aantal kleine wijzigingen na nauwelijks veranderd. Enkel rondom de watergang de Mark is een deel van de onderzoekslocatie aangelegd rond 1945. Ten behoeve hiervan zijn een 6-tal watergangen gekruist die, daar waar de weg nu aanwezig is, zijn gedempt. Sinds halverwege de jaren ’90 staat de weg als provinciale weg geregistreerd op topografische kaarten. De omgeving van de onderzoekslocatie heeft tot op heden hoofdzakelijk een akker- en weidefunctie. De glastuinbouw in het noorden van de onderzoekslocatie is vanaf eind jaren ’90 grootschalig in ontwikkeling gekomen. Binnen de locatie is sprake van meerdere (gedempte) watergangen. Aangrenzend het onderzoeksgebied zijn aan beide zijde van de provinciale weg veelal watergangen aanwezig die tot op heden als watergang functioneren. Deze zijn aangrenzend de locatie gelegen en vooralsnog zijn hier geen werkzaamheden in voorzien. Binnen de onderzoekslocatie zijn een
Blad 6 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
viertal voormalige watergangen aanwezig die de onderzoekslocatie doorkruisen; ter hoogte van km 2.6, 3.9, 4.2 en 5.2. Voor de locaties bij km 2.6, 4.2 en 5.2 is sprake van een duiker die onder de weg doorgaat en betreft het géén gedempte watergang en zal niet als zodanig worden onderzocht. Ter hoogte van km. 3.9 is wel sprake van een gedempte watergang die als verdacht dient te worden beschouwd. Overige historische gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn voor alle drie de deellocaties geen gegevens gevonden over de verbranding of stort van afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, verkaveling, ontgrondingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal en onbetrouwbaarheden of tegenstrijdigheden. Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden. Er zijn geen meldingen van asbestwegen bekend binnen het projectgebied.
2.4.2
Deellocatie 01 – kmp 1.0 – kmp 2.7 Verdachte activiteiten + tankbestand Ter plaatse en in de nabijheid van deellocatie 01 zijn géén verdachte activiteiten nog geregistreerde tanks bekend. Bekende bodemonderzoeken Ter plaatse van en grenzend aan deellocatie 01 zijn de onderstaande bodemonderzoeken bekend. Tabel 2.3: Gegevens bodemonderzoeken deellocatie 01
Locatiecode + naam locatie Onderzoek Ter plaatse van onderzoekslocatie NB077707524 Indicatief onderzoek, Wematech AA077707524 – Bsb Bodem adviseurs B.V., kenmerk: Zwartebergseweg CRT-50090390, d.d. 16 oktober 2010 Aangrenzend de onderzoekslocatie NB077707027 Nader onderzoek, Goorberg AA077707027 – Groene Geotechniek, kenmerk: M10793, Schakel d.d. 14 mei 2007 Verkennend onderzoek, Goorbergh Geotechniek, kenmerk: M10794, d.d. 14 mei 2007
NB077707926 AA077707926 – Hoge Zijweg
Indicatief onderzoek, RSK Netherlands, kenmerk: 514297.001, d.d. 17 mei 2018
NB077707184/NB07770707 7 - AA077707184/ AA077707077 – Schoenmakershoek/
-
NB077707206 AA077707206 – Zevenbergseweg 23
Saneringsevaluatie, Alcontrol, kenmerk: W06248WU-01, d.d. 24 oktober 2006 Nader onderzoek, Wematech, kenmerk: NBo-50060372, d.d. 19 juli 2006
Samenvatting onderzoek Uit de BDOK quickscan module van Antea Group blijkt dat in de bodem maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Tot zover bekend is het grondwater niet onderzocht.
Aanleiding voor het onderzoek waren de licht verhogingen met PAK en minerale olie in eerder uitgevoerd onderzoek. Rondom de bebouwing van de Zevenbergseweg zijn aanvullende boringen geplaatst. Zintuiglijk is eenmaal licht puinhoudend materiaal aangetoond. Analytisch zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan PAK of minerale olie aangetoond. Aanleiding voor het onderzoek was de mogelijke aankoop van het terrein. Hierbij zijn twee percelen ter hoogte van de Woeste Hoeve (Zevenbergseweg 36) onderzocht. Zintuiglijk zijn plaatselijk lichte bijmengingen met puin aangetroffen. Het grondwater was aanwezig op een diepte variërend tussen 0,60 en 1,25 m -mv. Analytisch zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan minerale olie, EOX en PAK gemeten. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. het matig verhoogde gehalte aan nikkel zoals dat in de BDOK quickscan staat aangegeven is niet correct. Aanleiding voor het onderzoek waren de geplande werkzaamheden ter plaatse van meerdere dammen langs wegen in Etten-Leur. Uit de tekeningen blijkt dat de onderzoekslocatie niet nabij onderhavige onderzoekslocatie zijn gesitueerd waardoor deze rapportage niet langer relevant is. Dit betreffen meerdere grote locaties met veel bodemonderzoeken gesitueerd ter hoogte van de bebouwde kom van Etten-Leur. Gezien de afstand tot het begin van de onderzoekslocatie (ca.
125 meter), de aannemelijkheid dat het merendeel van de onderzoeken gerelateerd zijn aan de realisatie van de nieuwbouwwijk tussen 2004 en 2010 en het verschil in functie (woonwijk vs infrastructuur) worden de onderzoeken onder deze locaties niet als relevant geacht voor onderhavige onderzoekslocatie. Deze rapportage is niet digitaal beschikbaar bij de gemeente Etten-Leur. Uit de BDOK Quickscan kunnen we afleiden dat in de bodem maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Vermoedelijk betreft het hier de sanering van de tank die eerder in dat jaar middels BOOT was onderzocht. Deze rapportage is niet digitaal beschikbaar bij de gemeente Etten-Leur. Uit de BDOK Quickscan kunnen we afleiden dat dit een rapportage met betrekking tot een tank betreft (BOOT) en dat in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond.
Blad 7 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
Locatiecode + naam locatie NB077707043 AA077707043 – Zevenbergseweg 34
2.4.3
Onderzoek Verkennend onderzoek, Prudens Futuri, kenmerk: 9302.149, d.d. 15 maart 1993
Samenvatting onderzoek Deze rapportage is niet digitaal beschikbaar bij de gemeente Etten-Leur. Uit de BDOK Quickscan kunnen we afleiden dat in de grond matig verhoogde gehalten aan nikkel zijn aangetoond en dat in het grondwater kwik sterk verhoogd is aangetoond. Gezien de datering van deze rapportage en het feit dat ter plaatse geen vervolgonderzoek of saneringsprocedures geregistreerd staan wordt de locatie niet als aparte verdachte locatie beschouwd. Op basis van bovenstaande adviseren wij om tijdens het bodemonderzoek rekening te houden met een boring nabij deze locatie.
Deellocatie 02 – kmp 2.7 – kmp 5.0 Verdachte activiteiten + tankbestand Ter plaatse van de onderzoekslocatie is één locatie bekend (Zevenbergseweg ong.) waarbij een ophooglaag met baggerspecie staat geregistreerd. Ter plaatse zijn bodemonderzoeken bekend. Naast deze locatie staan ter plaatse noch nabij deellocatie 02 geen verdere verdachte activiteiten of tanks geregistreerd. Bekende bodemonderzoeken Ter plaatse van en grenzend aan deellocatie 02 zijn de onderstaande bodemonderzoeken bekend. Tabel 2.4: Gegevens bodemonderzoeken deellocatie 02
Locatiecode + naam locatie Onderzoek Ter plaatse van onderzoekslocatie NB077700187 Saneringsevaluatie, Wilchem BV, AA077700102 – N633 ter kenmerk: 957723, d.d. 24 hoogte van hm 4.0 november 2003
NB077707931 AA077707931 – Zeedijk, Etten-Leur
Verkennend en asbest onderzoek, Sweco Nederland B.V., kenmerk: SWNL0260024, d.d. 21 april 2020
Aangrenzend de onderzoekslocatie NB077701577 Saneringsevaluatie, Grontmij AA077700406 – Milieu, kenmerk: Zevenbergseweg ong 210636.ehv.220.R001, d.d. 23 januari 2008 Saneringsplan, Grontmij, kenmerk: 191141, d.d. 29 maart 2006
Nader onderzoek, Grontmij, kenmerk: 191141, d.d. 11 augustus 2005
Samenvatting onderzoek Aanleiding voor de saneringsevaluatie was de melding van vrijkomende olie als gevolg van een auto-ongeluk op de provinciale weg. Onder toezicht van een milieukundige begeleider is de verontreinigde toplaag verwijderd. In totaal is 1,7 ton grond afgevoerd van de locatie. Uit de controlemonsters blijkt dat enkel licht verhoogde gehalten aan minerale olie nog aanwezig zijn. De verontreiniging is in voldoende mate verwijderd (sanering tot onder streefwaarde). Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen reconstructie van twee deellocaties. Deellocatie 2 is ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie gesitueerd waarbij de boringen 40 t/m 46 zijn geplaatst. Zintuiglijk is onder het asfalt een volledig puinlaag aangetroffen en is plaatselijk sprake van resten puin of baksteen in de bodem. Het grondwater is aangetroffen op een diepte van 1,23 m -mv. Analytisch is in de grond enkel PAK in een gehalte boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In het grondwater zijn barium en naftaleen licht verhoogd aangetoond. Tevens zijn de grondmonsters getoetst op PFAS. De bodem voldoet aan de klasse Wonen/Industrie. Deze evaluatie is tot nu toe nog niet geleverd door de provincie Noord-Brabant. Uit de omgevingsrapportage van de provincie Noord-Brabant lijkt dat de locatie voldoende is gesaneerd.
Wel is er sprake van een nazorg contour gelegen direct grenzend aan onderhavige onderzoekslocatie waar mogelijk sprake is van sterk verhoogde gehalten in de grond. Aanleiding voor het saneringsplan was de grond verontreiniging met zink op de locatie. Uit de beschikbare tekeningen blijkt dat de saneringslocatie gesitueerd is aangrenzend de provinciale weg (en onderhavige onderzoekslocatie) hoofdzakelijk ter plaatse van waar nu het water ten oosten van de Leursche Haven aanwezig is. Tevens blijkt uit de tekeningen dat vier boringen (029-032) zijn gesitueerd in de wegberm van de provinciale weg. Hierin zijn géén verhoogde gehalten aangetoond. Doel van de sanering is dat de grond na sanering voldoet aan de terugsaneerwaarde van BGW-I Aanleiding voor het onderzoek waren de resultaten van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. Zowel op het maaiveld als in de opgegraven bodem (sleuven) zijn meerdere asbestverdachte materialen aangetroffen. Er is analytisch geen asbest in de fijne fractie aangetoond. Na berekening van het totaal gewogen gehalte blijkt dat maximaal sprake is van een gehalte van 6,3 mg/kg ds aan asbest in de bodem. Er is geen sprake van een overschrijding van de interventieaarde voor asbest. Uit het aanvullend uitgevoerde grondwateronderzoek blijkt dat geen van de onderzochte parameters boven de streefwaarde is aangetoond.
Blad 8 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
Locatiecode + naam locatie
2.4.4
Onderzoek Verkennend onderzoek, Grontmij, kenmerk: 175943, d.d. 8 maart 2005
Samenvatting onderzoek Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen aanleg van kadevoorziening aan de oostzijde van de Leursche Haven. Op basis van het vooronderzoek is de locatie als ‘onverdacht’ bestempeld. Zintuiglijk zijn in de bovengrond bijmengingen met slakken, kolen, puin, plastic en glas aangetroffen. Tevens zijn meermaals asbestverdachte materialen aangetroffen. Het grondwater is aangetroffen op een gemiddelde diepte van circa 0,8- m -mv. Analytisch is zink meerdere keren sterk verhoogd aangetoond en is koper matig verhoogd aangetoond. Overige zware metalen, PAK, EOX en minerale olie zijn maximaal licht verhoogd aangetoond. Tevens is analytisch asbest aangetoond in het asbesthoudende materiaal. Exact gewogen gehalten zijn niet genoemd in deze rapportage. De rapportage concludeert dat de verontreiniging met zink circa 5.000 m3 is en nader onderzoek naar het voorkomen van asbest wordt geadviseerd. De tekeningen van het bodemonderzoek zijn niet geleverd met de rapportage.
Deellocatie 03 – kmp 5.0 – kmp 6.7 Verdachte activiteiten + tankbestand Ter plaatse van de deellocatie 03 zijn geen verdachte activiteiten bekend. Wel zijn meerdere verdachte activiteiten bekend aangrenzend deellocatie 03. Voor het merendeel is bodemonderzoek bekend (Zie ook BDOK quickscan in bijlage) Hazeldonk 3: Meerdere brandstoftanks, bulldozer- en graafmachinereparatiebedrijf, machinegroothandel (1988-nb) Bodemonderzoek- en saneringen bekend, verontreinigde grond is verwijderd; Hazeldonkse Zandweg 91: Glastuinbouw (1967-nb) bodemonderzoek bekend, maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond; Hazeldonkse Zandweg 97: Glastuinbouw bodemonderzoek bekend, maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond; Hazeldonkse Zandweg 101: Glastuinbouw (1992-nb) bodemonderzoek bekend, maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond; Hazeldonkse Zandweg 103: Glastuinbouw (1992-nb) bodemonderzoek bekend, zeer beperkte verontreiniging in grondwater aanwezig; Hazeldonkse Zandweg 105: Glastuinbouw (1992-nb) bodemonderzoek bekend, maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Bekende bodemonderzoeken Ter plaatse van en grenzend aan deellocatie 03 zijn de onderstaande bodemonderzoeken bekend. Tabel 2.5: Gegevens bodemonderzoeken deellocatie 03
Locatiecode + naam locatie Onderzoek Ter plaatse van onderzoekslocatie AA171902515 – Bijzonder inventariserend Glasvezelnetwerk Moerdijk onderzoek, Mateboer, kenmerk: Drimmelen 195270/AM, d.d. 8 oktober 2018 Aangrenzend de onderzoekslocatie NB170902655 AA170901397 – Hazeldonk ong.
NB170902240 AA170900475 – Hazeldonkse Zandweg 103
Nader onderzoek, Agro Milieu, kenmerk: 18358, d.d. 29 februari 2000
Samenvatting onderzoek Dit betreft een omvangrijke onderzoekslocatie waar naar aanleiding van de geplande aanleg van glasvezelkabels voor een groot aantal wegen binnen de gemeente Moerdijk een historisch onderzoek is uitgevoerd. Onderhavige deellocatie is tevens meegenomen in dit historisch onderzoek. Uit de tekening blijkt dat de rapportage het tracé aan de N389 als verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging beschouwd. Deze locatie is gelegen op circa 40 meter afstand van de onderzoekslocatie. Uit de omgevingsrapportage van de provincie Noord-Brabant blijkt tevens dat de ingetekende nazorgcontour tevens vanaf 40 meter vanaf onderhavige onderzoekslocatie gesitueerd is. Gezien de afstand wordt deze locatie niet als relevant voor onderhavig historisch onderzoek beschouwd. Deze rapportage is gezien de datering en informatie beschikbaar uit de BDOK quickscan niet separaat ingezien. Op de locatie is sprake van een sterke verontreiniging in het grondwater met chroom, nikkel, koper, lood en zink. Op basis van de pH- en EC gegevens wordt geconcludeerd dat de verontreiniging beperkt blijft tot enkele vierkante meters. Er zijn geen vervolgonderzoek of saneringswerkzaamheden bekend. Tevens is geen verontreinigingscontour ingetekend binnen de omgevingsrapportage van de provincie NoordBrabant.
Op basis van bovenstaande adviseren wij om tijdens het bodemonderzoek een peilbuis ter hoogte van deze locatie te plaatsen.
Blad 9 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
Locatiecode + naam locatie NB-170904327 AA170904327 – Hazeldonkse zandweg 97a
Onderzoek Verkennend onderzoek, BMA Milieu, kenmerk: BVO.2018.0007, d.d. 22 november 2018
NB170902817 AA170900431 – Hazeldonkse zandweg 99
Indicatief onderzoek, afd milieu gemeente Breda, kenmerk: 14028, d.d. 1 oktober 1991
2.5
Samenvatting onderzoek Aanleiding voor het onderzoek was de voorgenomen aankoop van de locatie. Het betreft hier een grote locatie waarbij enkel het zuidelijke uiteinde aan de onderzoekslocatie grenst. Zintuiglijk zijn in de bodem afwisselend bijmengingen met puin, baksteen en glas aangetroffen. Het grondwater is aangetroffen op een diepte variërend tussen 0,18 en 0,85 m -mv. Analytisch zijn molybdeen, minerale olie en PAK maximaal licht verhoogd aangetoond. In het grondwater is nikkel eenmaal matig verhoogd aangetoond en zijn barium en cadmium licht verhoogd aangetoond. Gezien de ligging in een gebied met veelvoudig verhoogde gehalten aan nikkel is nader onderzoek niet noodzakelijk. Deze rapportage staat samengevat in het vooronderzoek van een verkennend bodemonderzoek dat in 2019 grenzend aan de locatie door Tritium advies is uitgevoerd (1811/122/BST-01, d.d. 16 januari 2019). Hieruit blijkt dat in de grond lood matig verhoogd was aangetoond en EOX en PAK licht verhoogd waren aangetoond. In het grondwater is in eerste instantie minerale olie matig verhoogd aangetoond. Na her-bemonstering is deze concentratie niet bevestigd. Tevens zijn EOX, tolueen en dichloorbenzeen licht verhoogd aangetoond in het grondwater. Verdere informatie omtrent de matige verontreiniging met lood is niet bekend.
Asbest Voor de locatie geldt dat geen aanleidingen zijn gevonden of bodembelastende activiteiten bekend zijn die aanleiding geven om significante hoeveelheden aan asbest in de (water)bodem te verwachten. Eerder zijn wel meermaals bijmengingen op aangrenzende percelen aangetroffen, echter zijn deze op basis van de ligging en ander gebruik niet representatief voor onderhavige onderzoekslocatie. De aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de bodem ter plaatse van de zuidelijke wegberm in deellocatie 02 zijn conform NEN 5707 onderzocht waarbij geen gehalten boven de grens voor nader onderzoek zijn aangetoond. Op basis van het historisch (water)bodemonderzoek kan de (water)bodem vooralsnog als onverdacht op het voorkomen van asbest worden beschouwd. Wanneer tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden blijkt dat de locatie asbestverdacht is, is het noodzakelijk om asbestonderzoek uit te voeren om een eindconclusie te kunnen trekken met betrekking tot de bodemkwaliteit. Een locatie is verdacht op asbest bij het aantreffen van ongedefinieerd puin (ook resten en sporen) en/of een mix van bodemvreemde bijmengingen met onder andere kolengruis, sintels, slakken, baksteen, etc. Tot hoeverre asbestonderzoek in de bodem noodzakelijk is, wordt op basis van de aangetroffen aanwezige bijmengingen in de bodem tijdens het veldwerk bepaald.
Binnen de onderzoekslocatie zijn meerdere opritten aanwezig waarvan onbekend is of hier in het verleden puin of andere asbestverdachte bijmengingen zijn toegepast onder de klinkerverharding. Ook hier geldt dan, wanneer tijdens de werkzaamheden asbestverdachte bijmengingen worden waargenomen, opgeschaald dient te worden naar een lokaal asbestonderzoek (VEP). Geadviseerd wordt om initieel steekproefsgewijs circa 50% van alle opritten te onderzoeken en afhankelijk van de zintuiglijk aangetroffen materialen later nog op te schalen naar alle opritten. Onder de aanwezige (asfalt)verhardingen is over het algemeen sprake van een fundering. Uit eerde uitgevoerde verhardingsonderzoeken en adviesrapportages op de locatie (KOAC NPC, kenmerk: e160047504, d.d. 25 oktober 2016 & Kragten, PNB130-001, d.d. 17 juni 2019) blijkt dat onder de rijbanen tussen km 2.7-4.1 en 5.6-6.7 sprake is van een fundering bestaande uit natuursteen plaatselijk vermengd met gebonden slakken of asfaltresten. Onder de rijbaan van km 1.0-2.7 is sprake van een fundering bestaande uit breekasfaltcement (brac) en tussen km 4.1-5.6 is géén fundering aanwezig. Ter hoogte van de geasfalteerde fietspaden is eerder menggranulaat als fundering aangetroffen. Op basis van deze gegevens wordt vooralsnog enkel de funderingen onder de fietspaden en de brac-fundering als verdacht op het voorkomen van asbest beschouwd.
Asbestonderzoek in funderingen wordt geadviseerd indien de fundering vrijkomt ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden.
Blad 10 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
Tevens blijkt uit het huidige ontwerp dat mogelijk werkzaamheden plaatsvinden ter hoogte van delen van de asfaltverhardingen aan de Strijpsestraat en Zwartebergsestraat. Hier is geen informatie omtrent de mogelijk aanwezige funderingen bekend. Deze locaties worden in beginsel als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbestverdachte funderingen. Ook voor deze twee locaties geldt dat asbestonderzoek in funderingen wordt geadviseerd indien de fundering vrijkomt ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden.
2.6
PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 13 december 2021 is het Handelingskader PFAS verschenen, welke een aantal vragen beantwoordt uit de vorige tijdelijke versies. De provincie Noord-Brabant beschikt over een Bodemkwaliteitskaart PFAS. Hieruit blijkt dat voor de gehele onderzoekslocatie geldt dat op basis van de bodemkwaliteitskaart de PFAS-gehalten in de bodem gemiddeld voldoen aan de klasse Landbouw/Natuur. Voor grondverzet binnen de provincie kan gebruik worden gemaakt van de Bodemkwaliteitskaart PFAS. Indien vrijkomende grond naar een erkend verwerker zal worden afgevoerd, is afhankelijk van de acceptatie-eisen van de ontvanger mogelijk wel onderzoek naar PFAS benodigd. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (<25 m) zijn geen gegevens aangetroffen over de aanwezigheid van een op PFAS verdachte puntbronlocatie.
Voor de definiëring van PFAS puntbronlocaties is tabel 1 en bijgaande tekst in het Handelingskader voor PFAS van Expertisecentrum PFAS (Expertisecentrum PFAS (2018, 25 juni) “Een handelingskader voor PFAS”, beschikbaar via https://www.expertisecentrumpfas.nl/documenten.html) gehanteerd. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s met een verdenking tot het verspreiden van PFAS voorkomen. Deze is gebaseerd op de eerder genoemde tabel 1 en de huidige beschikbare kennis. Van atmosferische depositie (droge en natte neerslag van (stof)deeltjes uit de atmosfeer) is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Aangenomen wordt dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie kan zijn. Op basis van de afwezigheid van verdachtmakingen voor de depositie van GenX rondom de onderzoekslocatie wordt de locatie als onverdacht op het voorkomen van GenX beschouwd.
2.7
Waterbodem Op basis van het voorkeursalternatief kunnen de volgende locaties worden onderscheiden waar werkzaamheden in waterlichamen zullen plaatsvinden: 1. Watergang t.h.v. kmp 1.2 (lengte ca. 50 meter) 2. Watergang t.h.v. kmp 1.4 (lengte ca. 110 meter) 3. Watergang t.h.v. kmp 2.5 (lengte ca. 60 meter) 4. Noordelijke watergang Strijpenseweg (oostelijk uiteinde onderzoekslocatie) (lengte ca. 50 meter) 5. Zuidelijke watergang Strijpenseweg (oostelijk uiteinde onderzoekslocatie) (lengte ca. 50 meter) 6. De Mark (lengte ca. 50 meter) *Hierbij dient te worden opgemerkt dat ten tijden van dit historisch onderzoek het ontwerp nog niet definitief was en mogelijk meerdere watergangen aangrenzend de weg aanvullend moeten worden verplaatst of gebaggerd (niet opgenomen in voorkeursalternatief). Dit zal pas nadat het ontwerp definitief is als aanvulling op bovenstaande worden onderzocht.
Blad 11 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
Voor de eerste vijf locaties geldt dat het een klein regionaal oppervlaktewater betreft en kan worden gedefinieerd als lintvormige watergang. De watergangen zijn allen gesitueerd in het buitengebied grenzend aan infrastructuur. Voor locatie 6 geldt dat dit een grotere watergang betreft. Gezien de onderzoekslocatie een lintvormig karakter heeft is deze onderzoekslocatie tevens gedefinieerd als een lintvormige watergang. Ter plaatse zijn verder géén eerder uitgevoerde onderzoeken bekend noch zijn gegevens bekend die aanleiding geven om lozingen, dumpingen of overige bronnen van verontreiniging te verwachten. Verwacht wordt dat de waterlichamen onbelast zijn. Wel is de Leursche Haven in eerder waterbodemonderzoek onderzocht (Locatie NB – 756700019 – AA077700757). De Leursche Haven is gelegen aangrenzend de oostzijde van deellocatie 01 en deels aangrenzend de zuidzijde van deellocatie 02. Uit de beschikbare saneringsevaluatie (Grontmij, kenmerk: 31.0205.1/31/R/001, d.d. 30 augustus 2001) blijkt dat de Leursche Haven wordt gebruikt als afvoer van oppervlakte- en regenwater. De waterbodem is door in het verleden uitgevoerde ongezuiverde lozingen en een te klein geworden RWZI sterk verontreinigd met zware metalen en in mindere mate PAK en PCB. Tijdens de sanering is in totaal 119.800 m3 verontreinigd slib/grond afgevoerd van de locatie.
Na de sanering voldoet de waterbodem binnen alle saneringstrajecten maximaal aan klasse 2, waarbij is voldaan aan de saneringsdoelstelling. Uit de tekeningen blijkt het deel van de Leursche Haven grenzend aan onderhavige onderzoekslocatie binnen de trajecten 2-4 is gelegen.
2.8
Terreinverkenning De terreinverkenning is digitaal uitgevoerd via StreetSmart Cyclomedia. Aangezien de locatie openbaar toegankelijk is en gebruik kan worden gemaakt van actuele foto’s (2021/2022) wordt vooralsnog de digitale terreinverkenning als voldoende geacht. Tijdens de digitale terreinverkenning zijn geen bijzonderheden waargenomen. Een fysieke terreinverkenning zal direct voorafgaand aan het uitvoeren van de veldwerkzaamheden worden uitgevoerd waarna, indien noodzakelijk, de onderzoekopzet voor het verkennend bodem- en asbestonderzoek op basis van de resultaten van de terreinverkenning zal worden aangepast.
2.9
Samenvatting verdachte locaties en onderzoeksopzet Op basis van de bovengenoemde informatie zijn een aantal verdachte deellocaties aangewezen waarbij meerdere (voormalige) bodembedreigende activiteiten geclusterd voorkomen. In tabel 2.6 zijn de verschillende deellocaties te onderscheiden. De gehanteerde nummering in tabel 2.6 komt overeen met de gehanteerde nummering op de tekeningen. De situering van de deellocaties is weergegeven op de tekeningen 0477837.100-S t/m 0477831.100-S-3. Tabel 2.6: Overzicht (verdachte) deellocaties Opp (m2) Omschrijving Geadviseerde /lengte (m) onderzoeksstrategie1 Verkennend bodemonderzoek grond- en grondwater (NEN 5740) (werkpakket 2.2.4.03) 1.1 Zevenberseweg 34 30 meter Verdacht: eerder aangetoonde Maatwerk (<100 m2) matige verhoging met nikkel in grond en sterke verhoging met kwik in grondwater 1.2 Zuidelijke 500 meter Verdacht: Restverontreiniging VED-HE-L wegberm kmp 2.8 – met zink aanwezig in wegberm 3.2
Verdachte stoffen Grond
Grondwater3)
Nikkel
Kwik
Zink, koper
-
1.3 Hazeldonkse Zandweg 99
175 meter
Maatwerk
Lood
-
1.4 Hazeldonkse Zandweg 103
150 meter
Maatwerk
-
Zware metalen
Deellocatie
Verdacht: eerder aangetoonde matige verontreiniging met lood in grond Verdacht: eerder aangetoonde sterke verontreiniging met chroom, nikkel, koper, lood en zink in grondwater
Blad 12 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
Deellocatie 1.5 Gedempte watergang t.h.v. km 3.9 Overige onderzoekslocatie
Opp (m2) /lengte (m) 50 meter
Omschrijving
5.700 meter
Verdacht: verdacht op uitstoot en depositie van gebruik weg. Toeritten naar woningen/bedrijven worden als verdacht beschouwd
Verdacht: Gedepte watergang die locatie doorkruist
Geadviseerde onderzoeksstrategie1 Maatwerk
Verdachte stoffen Grond Standaard parameters
Grondwater3) -
VED-HE-L
Standaard parameters, PFAS
Standaard parameters
Asbest
-
-
-
-
-
Asbest
-
Asbest
-
Asbest
-
Asbest
-
Asbest
-
-
-
Standaard parameters uitloging + samenstelling bouwstof
nvt
Lintvormig water (1 monstervak) Lintvormig water (1 monstervak) Lintvormig water (1 monstervak) Lintvormig water (1 monstervak)
Standaard parameters, PFAS Standaard parameters, PFAS Standaard parameters, PFAS Standaard parameters, PFAS
-
Lintvormig water (1 monstervak)
Standaard parameters, PFAS
-
Lintvormig water (1 monstervak)
Standaard parameters, PFAS
-
Funderingsonderzoek - Asbest (NEN 5897) (werkpakket 2.2.4.02) 2.1 Rijbaan kmp 1.0 – 18.600 m2 Verdacht: fundering onder Obv Afgedekte funderingslaag 2.72) asfaltverharding - grootschalig 2.2 Rijbaan kmp 2.7 – 16.000 m2 onverdacht 5.0 2.3 Rijbaan kmp 5.0 – 12.000 m2 onverdacht 6.7 2.4 Fietspad kmp 1.0 – 8.000 m2 Verdacht: fundering onder Obv Afgedekte funderingslaag 2.7 asfaltverharding – Kleinschalig 2.5 Fietspad noord 10.000 m2 Verdacht: fundering onder Obv Afgedekte funderingslaag kmp 2.7 – 6,7 asfaltverharding – Grootschalig 2.6 Fietspad zuid kmp 10.000 m2 Verdacht: fundering onder Obv Afgedekte funderingslaag 2.7 – 6,7 asfaltverharding – Grootschalig 2.7 Strijpsestraat2) 1.650 m2 Verdacht: fundering onder Obv Afgedekte funderingslaag asfaltverharding – Kleinschalig 2.8 Zwartebergseweg2) 400 m2 Verdacht: fundering onder Obv Afgedekte funderingslaag asfaltverharding – Kleinschalig Verkennend bodemonderzoek asbest – grond (NEN 5707) (werkpakket 2.2.4.03 + 2.2.5.05) Gehele locatie excl. 100.000 m2 Onverdacht asfaltverhardingen (10 ha) Funderingsonderzoek – kwaliteit (werkpakket 2.2.4.02) Asfaltverhardingen 80.000 m2 Verdacht: fundering onder asfaltverharding
Waterbodem (NEN 5720) (werkpakket 2.2.4.04)4) 3.1 Watergang t.h.v. 50 meter Verdacht: kwaliteit waterbodem kmp 1.2 onvoldoende bekend 3.2 Watergang t.h.v. 110 meter Verdacht: kwaliteit waterbodem kmp 1.4 onvoldoende bekend 3.3 Watergang t.h.v. 60 meter Verdacht: kwaliteit waterbodem kmp 2.5 onvoldoende bekend 3.4 Zuidelijke 50 meter Verdacht: kwaliteit waterbodem watergang onvoldoende bekend Strijpenseweg 3.5 Noordelijke 60 meter Verdacht: kwaliteit waterbodem watergang onvoldoende bekend Strijpenseweg 3.6 De Mark 50 meter Verdacht: kwaliteit waterbodem onvoldoende bekend
1.
2.
3.
4.
Toelichting gebruikte onderzoekstrategieën: VEP : Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern VED-HE-L : Onderzoeksstrategie voor een verdachte lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming VED-HE-NL : Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming Uitvoering werkzaamheden is enkel van toepassing als uit het definitieve ontwerp blijkt dat het asfalt hier wordt verwijderd/opengebroken ten behoeve van de reconstructie. Indien hier géén wijzigingen aan het asfalt plaatsvinden zal het onderzoek naar de funderingen komen te vervallen. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat het grondwater niet binnen 1,5 m -mv gesitueerd dit komt het plaatsen van de peilbuizen te vervallen en worden deze vervangen met een boring tot 2,0 m -mv. Dit in verband met de maximale werkdiepte van 1,0-1,5 m -mv. Afhankelijk van het definitieve ontwerp zullen later mogelijk aanvullend nog meer waterbodem locaties worden toegevoegd. Gezien echter de plannen hiervoor nog niet definitief zijn is dit nog niet opgenomen in onderhavig overzicht.
Blad 13 van 15
-
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
3
Conclusies In het voorliggende historisch onderzoek, dat is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de NEN 5717 en NEN 5725 is de in milieuhygiënisch opzichte relevante (water)bodeminformatie over het onderzoeksgebied en de directe omgeving verzameld. De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten binnen het onderzoeksgebied. Tevens bestaat plaatselijk de mogelijkheid dat activiteiten op direct aangrenzende percelen de bodemkwaliteit van het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Aangezien grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart alleen mogelijk is ter plaatse van de onverdachte terreindelen, dient in geval van grondverzet bodemonderzoek te worden uitgevoerd ter plaatse van de verdachte terreindelen. Op basis van het vooronderzoek zijn de in tabel 2.6 de verschillende deellocaties te onderscheiden. De gehanteerde nummering in tabel 2.6 komt overeen met de gehanteerde nummering op de tekeningen. De situering van de deellocaties is weergegeven op de tekening 0477837.100-S-1 t/m 0477837.100-S-3. Hieronder zijn per onderdeel de conclusies weergegeven. Bodem Op basis van de bekende gegevens is de locatie opgedeeld in drie deellocaties.
Per deellocatie kan het volgende worden geconcludeerd: • Deellocatie 01: kmp 1.0 – kmp 2.7: Binnen deze deellocatie zijn géén verdachte activiteiten bekend ter plaatse van of grenzend aan de onderzoekslocatie. Van de bekende bodemonderzoeken is één locatie grenzend aan de onderzoekslocatie aanwezig waarbij onvoldoende informatie bekend is (Zevenbergseweg 34). • Deellocatie 02: kmp 2,7 – kmp 5,0 Binnen deze deellocatie is ter hoogte van een deel van de zuidelijke wegberm sprake van een nazorgcontour waarbij eerder een sanering heeft plaatsgevonden en waar een ophooglaag met baggerspecie geregistreerd staat. Tevens is een voormalige watergang bekend die de onderzoekslocatie doorkruist. Verder zijn geen verdachte activiteiten ter plaatse of aangrenzend de locatie bekend noch bodemonderzoeken bekend die aanleiding geven dat de locatie verdacht is. • Deellocatie 03: kmp 5,0 – kmp 6,7 Ter plaatse van deze deellocatie zijn géén verdachte activiteiten bekend. Grenzend aan de deellocatie zijn wel verdachte activiteiten bekend. Voor alle geregistreerde activiteiten geldt dat bodemonderzoek aanwezig is, en de bodemonderzoeken verder géén aanleiding geven om de locaties als verdacht op bodemverontreiniging ter hoogte van onderhavige onderzoekslocatie te beschouwen.
Uit de overige aanwezige bodemonderzoeken blijkt dat, behoudens twee locaties (Hazeldonkse Zandweg 99, Hazeldonkse Zandweg 103), géén sterke verontreinigingen worden verwacht. Ter hoogte van de Hazeldonkse Zandweg 99 is eerder een matig verhoogd gehalte aan lood aangetoond waarvan onbekend is of deze wel of niet verder is ingekaderd. Ter hoogte van de Hazeldonkse Zandweg 103 is in het verleden een bepekte verontreiniging (enkele m3) in het grondwater aangetoond waarvan de ligging onbekend is. Conform de Nota Bodembeheer van de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant zijn de wegen en wegbermen van de onderzoekslocatie ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. De nota is op dit moment nog niet vastgesteld door de betreffende gemeenten en derhalve nog
Blad 14 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0477837.100 15 augustus 2022 revisie 01
onderhavig aan aanpassingen. Zoals voor nu in de Nota Bodembeheer staat vermeld kan vrijkomende grond (bovengrond - traject 0,0 - 0,5 m -mv.) binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten uitsluitend in dezelfde toepassingszone (industrie) worden toegepast. Indien afvoer van grond naar buiten het beheersgebied of van de ondergrond (>0,5 m-mv) plaatsvindt dienen wel gegevens van de kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Gezien de nog mogelijke aanpassingen aan de Nota Bodembeheer en de mogelijke noodzaak voor afvoer, wordt geadviseerd om de wegbermen te onderzoeken volgens de strategie VED-HE-L (lijnvormig) uit de NEN 5740. Asbest Op basis van de bekende gegevens kan vooralsnog de bodem in de wegbermen, onder de klinkerverhardingen en onder het asfalt als onverdacht op het voorkomen van asbest boven de interventiewaarde worden beschouwd. Indien in het veld bijmengingen met onder andere puin of asbestverdachte materialen worden aangetroffen dient alsnog (plaatselijk) overgeschakeld te worden naar asbest onderzoek voor een verdachte locatie. Op basis van de bekende gegevens zal het funderingsmateriaal onder de rijbanen grotendeels bestaan uit natuursteen of er is geen fundering aanwezig (km 2.7-6.7). Dit materiaal wordt in beginsel als onverdacht op asbest beschouwd. Asbestonderzoek is niet noodzakelijk.
Voor het deel van de rijbaan tussen km 1.0-2.7 en de fietspaden wordt wel geadviseerd om onderzoek naar asbest in funderingen uit te voeren indien werkzaamheden in de funderingen gepland zijn. Waterbodem Voor waterbodem geldt dat zes waterlichamen zijn geïdentificeerd waar werkzaamheden zullen plaatsvinden. Voor geen van deze zes waterlichamen zijn gegevens bekend die duiden dat de waterbodem mogelijk verontreinigd is. De waterlichamen zijn geïdentificeerd als kleinschalig oppervlaktewater met een lijnvormig karakter. PFAS Er zijn geen directe (punt)bronnen of activiteiten bekend waarbij PFAS is gebruikt. Atmosferische depositie wordt gezien als de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie. Er is eerder geen dekkend onderzoek verricht naar de aanwezigheid van PFAS. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de bodem gemiddeld voldoet aan de klasse Landbouw/Natuur. Indien vrijkomende grond naar een erkend verwerker zal worden afgevoerd, is afhankelijk van de acceptatie-eisen van de ontvanger mogelijk wel onderzoek naar PFAS benodigd. Aanbevelingen Op basis van de bekende gegevens wordt een verkennend (water)bodemonderzoek geadviseerd waarbij de bodem ter hoogte van de verdachte locaties zoals opgenomen in tabel 2.6 als verdacht dient te worden beschouwd.
Voor het asbestonderzoek wordt vooralsnog geadviseerd om op basis van de bekende gegevens enkel de aanwezige asbestverdachte funderingen te onderzoeken. Tijdens de veldwerkzaamheden in het veld dient te worden bepaald of de bodem in de wegbermen, onder klinkerverhardingen of onder het asfalt tevens als verdacht op asbest dienen te worden onderzocht of niet. Uitgangspunt vooralsnog is dat de bodem niet tot enkel plaatselijk verdacht is op het voorkomen van asbest. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek en de (digitale) terreininspectie uitgevoerd ten behoeve van dit onderzoek. Antea Group Oosterhout, augustus 2022
Blad 15 van 15
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0877837.100 28 juli 2022 revisie 01
Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0877837.100
Bijlage 1: Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).
Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-proces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage “Verantwoording onderzoek BRL 2000” is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In het colofon staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. Werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium.
Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema(AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond en asbest Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Er is niet bekeken of er wordt voldaan aan de definitie van grond, zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit d.d. 30 november 2018. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group volgens de NEN 5740 is uitgevoerd.
Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0877837.100 28 juli 2022 revisie 01
Bijlage 2 Bekende gegevens
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0877837.100
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek 1) Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Zie tekening 0477837.100-O-1 en 0477837.100-S-1 t/m 0477837.100-S-3, deze is voldoende afgebakend 2) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Er zijn potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend die eerder niet voldoende zijn onderzocht. Zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 2.4 3) Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? De bodem is asbestverdacht indien bijmengingen in de bodem aanwezig zijn of sprake is van een fundering onder de rijbaan.
Zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 2.5 4) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.3 5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Waarschijnlijk niet, zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 2.3 en 2.4 6) Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Mogelijk, zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 2.4 en 2.9 7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Er zijn ter plaatse enkel beperkt bodemonderzoeken bekend, verkennend bodemonderzoek is noodzakelijk 8) Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? De strategie verschilt per onderdeel, zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 2.9
Historisch (water)bodemonderzoek Groot onderhoud N389 projectnummer 0877837.100
Vooronderzoek Waterbodem Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5717:2017. Hierbij zijn de onderzoeksaspecten van het basis milieuhygiënisch onderzoek (Tabel A.1) en het specifiek milieuhygiënisch vooronderzoek (Tabel A.2) geïnventariseerd. De onderzoeksaspecten zijn normatief doch sommige onderdelen zijn in dit onderzoek als niet relevant beschouwd. Dit is bij het betreffende onderdeel gemotiveerd. In het kader van dit vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Omgevingsrapportage van de provincie Noord-Brabant; Archief van Antea Group. BIJLAGE A – ONDERZOEKSASPECTEN Tabel A.1 – Onderzoeksaspecten basis milieuhygiënisch vooronderzoek 1. Gegevens over de onderzoekslocatie - Algemeen Ligging en afbakening onderzoekslocatie De ligging en afbakening van de onderzoekslocatie is weergegeven in de bijlage ‘Tekeningen’. Beschrijving omgeving inclusief aanwezigheid (voormalige) bebouwing, kunstwerken, oeverbeschermende materialen De onderzoekslocatie betreft de huidige N839 tussen Etten-Leur en Zevenbergen. De afbakening is weergegeven in de bijlage ‘Tekeningen’. Binnen de onderzoekslocatie zijn een 6-tal watergangen aanwezig waar mogelijk werkzaamheden plaats dienen te vinden voor het uitgevoerde van de geplande werkzaamheden. Bepaal het watertype De te onderzoeken watergangen betreffen regionaal oppervlaktewater bestaande uit lintvormige locaties.
Achterhaal informatie over het sedimentatiepatroon: Gezien het doel van het onderzoek is het sedimentatiepatroon niet bepaald. Achterhaal welke relevante menselijke activiteiten zijn uitgevoerd (ondermeer de laatste baggerwerkzaamheden) Er zijn geen gegevens over eerder uitgevoerde baggerwerkzaamheden of bekende bodemonderzoeken binnen de onderhavige watergangen. Wel is voor de Leursche Haven, gelegen aangrenzend de locatie, bekend dat hier in het verleden onderzoek is uitgevoerd en vervolgens een sanering heeft plaatsgevonden. Achterhaal beschikbare gegevens met betrekking tot de verontreinigingssituatie (eerder uitgevoerd waterbodemonderzoek en bodemverwachtingenkaart) Er zijn geen voormalige bodemonderzoeken ter plaatse van de betreffende watergangen bekend. De 5 lokale watergangen zijn tot zover bekend niet direct aangesloten op een grotere infrastructurele water voorziening. De Mark betreft wel een grotere waterstructuur die aangesloten is of infrastructurele watervoorzieningen. De nabij gelegen Leursche Haven is in het verleden gesaneerd tot de maximale waterbodemkwaliteitsklasse 2. Aanwijzing voor aanwezigheid overschrijding interventiewaarde Geen informatie hierover bekend. Beheerder(s) Waterschap Brabantse Delta