Boete Wet Inburgering.docx
Tekst van het document
Boete Wet Inburgering Wet Inburgering HOOFDSTUK 7. HANDHAVING Artikel 22. Boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht 1. Het college legt een bestuurlijke boete op aan de inburgerings-plichtige als deze niet is verschenen binnen de in artikel 14, eerste lid, tweede zin, bedoelde termijn of als deze onvoldoende meewerkt aan de brede intake, waaronder het afleggen van de leerbaarheidstoets, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a. 2. Het college stelt in de boetebeschikking een nieuwe termijn van ten hoogste twee maanden waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog geacht wordt te verschijnen of medewerking te verlenen. 3. Het college legt een bestuurlijke boete op aan de inburgerings-plichtige als deze niet is verschenen of onvoldoende meewerkt binnen de op grond van het tweede lid vastgestelde termijn. Artikel 23. Boete tijdens het inburgeringstraject 1.
Het college legt een boete op aan de inburgeringsplichtige als die niet of onvoldoende meewerkt aan de geboden ondersteuning en begeleiding, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, of niet voldoet aan hetgeen op grond van de vastgestelde intensiteit van het participatieverklarings-traject en de module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel c, of de vastgestelde intensiteit van de leerroute, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van hem verwacht wordt. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de omstandigheden waaronder en de frequentie waarmee een boete als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd. Artikel 24. Boete participatieverklaringstraject en module Arbeidsmarkt en Participatie 1. Onze Minister legt een bestuurlijke boete op aan de inburgeringsplichtige die het participatieverklaringstraject of de module Arbeidsmarkt en Participatie niet heeft afgerond binnen de in artikel 11, eerste lid, bedoelde termijn, of de op grond van artikel 12 verlengde termijn. 2. Onze Minister stelt in de boetebeschikking een nieuwe termijn van ten hoogste twee jaar waarbinnen de inburgeringsplichtige na het bekendmaken van de boetebeschikking alsnog het participatieverklarings-traject of de module Arbeidsmarkt en Participatie afrondt.
Artikel 12, eerste lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de nieuwe termijn. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de nieuwe termijn. 3. Onze Minister legt de inburgeringsplichtige die niet binnen de op grond van het tweede lid vastgestelde termijn, of de op grond van artikel 12 verlengde termijn, het participatieverklaringstraject of de module Arbeidsmarkt en Participatie heeft afgerond een bestuurlijke boete op. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 4. Zolang de inburgeringsplichtige na het verstrijken van de op grond van het derde lid gestelde termijn het participatieverklaringstraject of de module Arbeidsmarkt en Participatie niet afrondt, legt Onze Minister iedere twee jaar een bestuurlijke boete op. Artikel 25. Boete leerroute 1. Onze Minister legt een bestuurlijke boete op aan de inburgeringsplichtige die de op grond van artikel 15 vastgestelde leerroute niet heeft behaald binnen de in artikel 11, eerste lid, bedoelde termijn, of de op grond van artikel 12 verlengde termijn. 2. Artikel 24, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 3.
In afwijking van het eerste lid, legt Onze Minister geen boete op als bij of krachtens artikel 18 van de Vreemdelingenwet 2000 de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt afgewezen of bij of krachtens artikel 19 van die wet de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt ingetrokken. Artikel 26. Hoogte boete 1. De bestuurlijke boetes, bedoeld in de artikelen 22, 23, 24 en 25, zijn niet hoger dan: a. € 250 voor de boetes, bedoeld in artikel 22; b. € 340 voor de boete, bedoeld in artikel 24; c. € 800 voor de boetes, bedoeld in artikel 23;
d. € 1 000 voor de boete, bedoeld in artikel 25. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boetes en de omstandigheden waaronder deze worden opgelegd. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Artikel 27. Geen boete als de bijstand is verlaagd Het opleggen van een bestuurlijke boete blijft achterwege als voor dezelfde gedraging de bijstand is verlaagd op grond van artikel 18 of 18b van de Participatiewet.
Besluit Inburgering Hoofdstuk 7. Handhaving Artikel 7.1. Hoogte boete bij niet meewerken tijdens inburgeringstraject 1. De bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 22 van de wet, bedraagt € 250. 2. De bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 23 van de wet, bedraagt € 50. 3. De boete, bedoeld in het tweede lid, wordt steeds met 100 procent van het boetebedrag verhoogd tot een bedrag van ten hoogste € 800, indien binnen een tijdvak van twaalf maanden voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van het bepaalde in artikel 23 van de wet is geconstateerd, en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 4. Bij het opleggen van de boete, bedoeld in het tweede lid, worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: a. indien er sprake is van opzet, wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 100 procent; b. indien er sprake is van grove schuld, wordt de boete vastgesteld op 75 procent; c. indien er geen sprake is van opzet of grove schuld wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 50 procent; d. indien er sprake is van verminderde verwijtbaarheid wordt de bestuurlijke boete vastgesteld op 25 procent. 5.
Het totaal aan opgelegde boetes, bedoeld in het eerste en tweede lid, beloopt gedurende de termijn, genoemd in artikel 11, eerste lid, van de wet, of de op grond van artikel 12 van de wet verlengde termijn, ten hoogste € 2.400 en beloopt gedurende de op grond van de artikelen 24, tweede en derde lid, en 25, tweede lid, van de wet vastgestelde nieuwe termijn ten hoogste: a. € 400 bij een nieuwe termijn van zes maanden; b. € 800 bij een nieuwe termijn van een jaar; c. € 1.200 bij een nieuwe termijn van anderhalf jaar; d. € 1.600 bij een nieuwe termijn van twee jaar. Artikel 7.2. Hoogte boete bij niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht 1. De bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 24 van de wet, bedraagt € 340. 2. De bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 25 van de wet, wordt vastgesteld op basis van het aantal geregistreerde uren dat de inburgeringsplichtige heeft besteed aan de leerroute, het aantal afgelegde examenpogingen en het aantal behaalde examens. 3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de boetes, bedoeld in het tweede lid.
Regeling inburgering Hoofdstuk 7. Handhaving Afdeling 1. Hoogte boete bij niet tijdig afronden leerroute Artikel 7.1. Boete bij niet tijdig afronden B1-route 1. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete, bedoeld in 7.2, tweede lid, van het besluit, voor het niet tijdig afronden van de B1-route wordt gekeken naar: a. het aantal door de inburgeringsplichtige gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal of cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij bij een instelling die voldoet aan het bepaalde op grond van artikel 32 van de wet; b. het aantal keren dat de inburgeringsplichtige de onderdelen van het inburgeringsexamen heeft afgelegd; en c. het aantal onderdelen van het inburgeringsexamen dat de inburgeringsplichtige heeft behaald. 2. De hoogte van de boete wordt vastgesteld aan de hand van de boetetabel zoals opgenomen in bijlage 6a bij deze regeling. Artikel 7.2. Boete bij niet tijdig afronden onderwijsroute 1. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete, bedoeld in 7.2, tweede lid, van het besluit, voor het niet tijdig afronden van de onderwijsroute wordt gekeken naar: a. de aanwezigheid van de inburgeringsplichtige bij de lessen van een instelling met diplomaerkenning als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs waar hij het taalschakeltraject volgt; b.
het aantal keren dat de inburgeringsplichtige examens heeft afgelegd met betrekking tot de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 of kennis van de Nederlandse maatschappij; en c. het aantal examenonderdelen, bedoeld in onderdeel b, dat de inburgeringsplichtige heeft behaald. 2. De hoogte van de boete wordt vastgesteld aan de hand van de boetetabel zoals opgenomen in bijlage 6b bij deze regeling. Artikel 7.3. Boete bij niet tijdig afronden zelfredzaamheidsroute 1. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete, bedoeld in artikel 7.2, tweede lid, van het besluit, voor het niet tijdig afronden van de zelfredzaamheidsroute wordt gekeken naar: a. het aantal uren door de inburgeringsplichtige gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal, inclusief alfabetiseringsonderwijs, of cursusuren kennis van de Nederlandse maatschappij bij een instelling die voldoet aan het bepaalde op grond van artikel 32 van de wet; en b. het aantal uren dat de asielstatushouder heeft besteed aan activiteiten gericht op participatie. 2. De hoogte van de boete wordt vastgesteld aan de hand van de boetetabel zoals opgenomen in bijlage 6c bij deze regeling.