CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Wet Banenafspraak en Participatiewe

Raad debatteert 23 januari 2023, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel n.a.v. initiatiefvoorstel creëren van banen voor personen met een arbeidsbeperking’1.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Wet banenafspraak en rol gemeente Achtergrond: Banenafspraak en quotumregeling In 2013 hebben het Rijk en de sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties) in een sociaal akkoord afgesproken om in de periode tot en met 2025 125.000 reguliere banen speciaal voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking te gaan creëren. Deze banen zijn bedoeld voor personen waarvoor de arbeidsbeperking tot gevolg heeft dat zij niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Voor deze groep gold dat zij voornamelijk aangewezen waren op de sociale werkvoorziening om deel te kunnen nemen aan betaald werk. Met de Wet Banenafspraak heeft het Rijk beoogd meer kansen te creëren voor arbeidsbeperkten om volwaardig mee te doen op de arbeidsmarkt. Het gaat dan om zowel personen die nog langs de kant staan als personen die reeds werkzaam zijn in de sociale werkvoorziening. Indirect is met de Wet Banenafspraak beoogd de sociale werkvoorziening in omvang terug te dringen. Iedere werkgever dient een bepaald percentage banen te creëren voor personen uit de doelgroep. Als het aantal banen voor mensen met een arbeidsbeperking landelijk achterblijft, kan de werkgever een boete krijgen: de quotumheffing. Bij de 125.000 banen die zo gecreëerd moeten worden, dient het te gaan om extra banen die vanaf 1 januari 2013 tot stand zijn komen.

Een voltijdsbaan in het kader van de Banenafspraak bedraagt 25,5 uur per week. Kleinere en grotere banen dan een baan van 25,5 uur tellen naar rato van het aantal verloonde uren mee. Participatiewet gericht op meer personen met beperking aan het werk helpen De Wet Banenafspraak kan niet los gezien worden van de invoering van de Participatiewet. Vanaf 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Deze wet verving de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De Participatiewet beoogt een inclusieve arbeidsmarkt te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die, bijvoorbeeld vanwege een arbeidsbeperking, ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk. Met de Participatiewet is de nieuwe instroom van jonggehandicapten met arbeidsmogelijkheden onder de verantwoordelijkheid van gemeenten gekomen. De Wsw is afgesloten voor nieuwe instroom. De doelgroep die voorheen instroomde in de sociale werkvoorziening is voor arbeid vanaf 2015 aangewezen op reguliere banen, waaronder de banen in het kader van de Banenafspraak. Specifiek voor de doelgroep werkzoekenden met een arbeidsbeperking hebben gemeenten met de invoering van de Participatiewet een tweetal nieuwe instrumenten gekregen: de structurele loonkostensubsidie en beschut werk.

Met de invoering van de mogelijkheid tot het bieden van een structurele loonkostensubsidie sluit de Participatiewet aan bij de Banenafspraak. De loonkostensubsidie kan ingezet worden voor de financiering van een baan in het kader van de Banenafspraak: met de loonkostensubsidie kunnen werkgevers gecompenseerd worden voor de mindere productiviteit als gevolg van de arbeidsbeperking waar een werknemer uit de doelgroep mee te kampen heeft.

De loonkostensubsidie kan ingezet worden voor werkzoekenden die zonder deze ondersteuning niet in staat zijn betaald werk te vinden. Maar ook voor werkenden in bijvoorbeeld de sociale werkvoorziening die de stap naar een reguliere werkgever kunnen en willen maken. Daarnaast kan de gemeente nog Beschut werk creëren voor personen die door hun beperking niet bij een gewone werkgever aan het werk kunnen, ook niet met inzet van loonkostensubsidie. Vanwege de grote begeleidingsbehoefte blijven deze personen aangewezen op werk in de beschutte omgeving van de sociale werkvoorziening. Doelgroepregister Werkzoekenden die in aanmerking komen voor een baan in het kader van de Banenafspraak worden opgenomen in een landelijk register dat in 2015 is opgezet: het doelgroepregister. Voordat personen worden opgenomen in het register wordt door het UWV een beoordeling van het arbeidsvermogen gedaan. Het UWV beheert het register en draagt zorg voor indicatiestelling. In het doelgroepregister zijn mensen opgenomen met een uiteenlopende achtergrond: het bevat zowel mensen die werk zoeken als mensen die al een baan hebben. Ook wanneer zij voor de peildatum van 1 januari 2013 al een betaalde baan hadden, kunnen zij opgenomen worden in het doelgroepregister. Doelgroep 1. Mensen die onder de Participatiewet vallen en die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon (WML) per uur kunnen verdienen. 2.

(Ex) leerlingen van scholen voor het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en praktijkonderwijs (pro) die zich schriftelijk hebben aangemeld bij UWV. 3. Mensen met een Wsw-indicatie, zowel personen die werkzaam zijn in de sociale werkvoorziening als geïndiceerden zonder Wsw-baan 4. Wajongers met arbeidsvermogen. 5. Mensen met een Wiw-baan of ID-baan (de zogenaamde Melkertbanen). Landelijk zijn zo’n 270.000 werkzoekenden in het doelgroepregister opgenomen. Daarvan gaat het om 7.500 inwoners in de arbeidsmarktregio West-Brabant. Op gemeenteniveau worden geen gegevens verstrekt omtrent het aantal geïndiceerde inwoners. Benadrukt wordt dat het hier gaat om werkzoekenden én werkenden van wie is vastgesteld dat zij kampen met een arbeidsbeperking. Zo zijn ook alle Wsw-ers van wie de inschatting is gemaakt dat zij ook buiten de muren van het Wsw-bedrijf zouden kunnen werken opgenomen in het doelgroepenregister. Voor West-Brabant gaat het dus om een deel van de werkenden in de sociale werkvoorziening bij WVS, ATEA en Wava-GO. Dit maakt dat een deel van de populatie in het doelgroepregister niet direct bemiddelbaar is naar (regulier) werk. De oorzaken hiervoor kunnen zijn dat zij dus al werk hebben, maar ook dat zij tijdelijk geen arbeidsvermogen hebben of uitsluitend in aanmerking komen voor werk binnen het SW-bedrijf.

Maar ook de groep van jongeren die komt van het speciaal onderwijs (VSO en PrO) is niet altijd direct beschikbaar voor werk omdat een deel van hen vervolgonderwijs of -opleiding volgt of dat gaat

doen.1 Hoewel zij wel zijn opgenomen in het doelgroepregister zijn zij op dit moment dus niet beschikbaar is voor arbeid, maar stromen in de (nabije) toekomst wel de arbeidsmarkt op. Het doelgroepregister is dus nadrukkelijk niet een bestand van actief werkzoekenden. Rol gemeente in ondersteuning vinden werk Begeleiding naar werk De uitvoering van de Participatiewet ligt in handen van gemeenten. Daarmee is ook het bieden van ondersteuning bij het vinden van een baan in het kader van de Banenafspraak is een taak voor de gemeente. Voor Etten-Leur is deze taak ondergebracht bij het Werkplein Hart van West-Brabant. Personen die met een indicatie opgenomen worden in het doelgroepregister kunnen daarmee op zoek naar werk. Dat kunnen ze zelfstandig doen, maar kunnen zich voor hulp bij het vinden van een passende baan wenden tot het Werkplein. Deze ondersteuning wordt geboden aan zowel personen met een bijstandsuitkering als aan personen zonder uitkering. Tot op heden blijkt dat ongeveer 2/3 van de personen met een indicatie voor de Banenafspraak die bij het Werkplein in beeld zijn geen uitkering heeft. Bij het afgeven van een indicatie voor de Banenafspraak geeft het UWV de betrokken persoon informatie over de mogelijke ondersteuning die door de gemeente/Werkplein kan worden geboden en de manier waarop hij/zij contact kan leggen.

Bovendien geeft het UWV aan het Werkplein door dat voor de betreffende inwoner een indicatie is afgegeven. Het Werkplein neemt vervolgens voor alle van het UWV afgegeven signalen contact op met de betreffende inwoner om duidelijk te krijgen of er sprake is van een eventuele ondersteuningsbehoefte. De ervaring die tot op heden is opgedaan leert dat ongeveer 1 op de 4 personen die benaderd wordt aangeeft ondersteuning te willen hebben bij het vinden van werk. Financiering Om personen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en te houden kan de gemeente zoals aangeven een structurele loonkostensubsidie inzetten. Om de hoogte van de loonkostensubsidie te bepalen wordt de loonwaarde van de betreffende werknemer gemeten: dit is dat deel van het minimumloon dat de werknemer per uur zelfstandig kan verdienen. De werkgever ontvangt het verschil tussen de loonwaarde en het minimumloon aan loonkostensubsidie tot maximaal 70% van het minimumloon. No-risk polis Om de risico’s bij ziekte van een werknemer uit het doelgroepregister voor de werkgever te beperken kunnen werkgevers gebruik maken van de no-risk polis van het UWV. De werkgever wordt hiermee financieel gecompenseerd voor de loonkosten en de kosten die gepaard gaan met een Ziektewet-uitkering (premieheffing ziektewet en extra lasten in geval van arbeidsongeschiktheid).

Begeleiding Om de werknemer op de werkvloer te begeleiden kan jobcoaching ingezet worden. Voor deze begeleiding kan zowel een externe jobcoach ingezet worden of de werkgever kan dit zelf binnen zijn

1

Landelijk gezien gaat ongeveer 50% van de leerlingen na het VSO verder in het onderwijs, voor 20% wordt arbeidsmatige dagbesteding als best passende voorziening geacht. 30% van de VSO-schoolverlaters betreedt de arbeidsmarkt.

eigen organisatie organiseren (interne jobcoaching). De ruimte voor de keuze van jobcoaching die hiermee geboden wordt maakt het mogelijk de begeleiding optimaal af te stemmen op de begeleidingsbehoefte van de werknemer. De duur van de inzet van de jobcoach wordt eveneens afgestemd op de behoefte van de betreffende werknemer. Daarmee zijn ook de kosten die daarmee gemoeid zijn van geval tot geval verschillend. Gemiddeld bedragen de kosten ongeveer € 2.500 per geplaatste werknemer. Deze kosten worden door het Werkplein gedekt uit de re-integratiebudgetten die via de gemeentelijke bijdrage aan het Werkplein overgedragen worden. Kosten dienstverband Banenafspraak De loonkosten 1 FTE (25,5 uur) incl. werkgeverslasten: € 28.000 Loonkostensubsidie (loonwaarde 70%): € 8.400 Loonkostensubsidie (loonwaarde 80%): € 5.600 Netto loonkosten

€ 19.600 - € 22.400

Uitgaande van subsidiëring vanuit de Participatiewet bij een gemiddelde loonwaarde van 80% komen de netto loonkosten uit op ongeveer € 22.400. In geval van uitkeringsgerechtigden staat daar een besparing van de uitkeringslasten tegenover. Afhankelijk van de gezinssituatie en leeftijd betekent dat een besparing van ongeveer € 12.500 op jaarbasis. Zoals aangegeven is het merendeel van de personen met een indicatie Banenafspraak echter niet-uitkeringsgerechtigd. Voor deze personen geldt dus niet dat er bespaard wordt op de uitkeringslasten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=651f5fad-4812-4b11-9aa6-e10e8d2e756b