Bijlage MER Omgevingsvisie Etten Leur- Passende beoordeling.pdf
Tekst van het document
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur
projectnummer 254419.101 definitief 4 januari 2021
Passende beoordeling Omgevingsvisie EttenLeur
projectnummer 254419.101 definitief 4 januari 2021
Auteurs C.Schellingen A. Martinus B. van Dijck
Opdrachtgever gemeente Etten-Leur
datum vrijgave 4-1-2021
beschrijving revisie definitief
goedkeuring drs. B. van Dijck
vrijgave ing. E. Boonman
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Aanleiding en doel Passende beoordeling Leeswijzer
1 1 2
2
Toetsingskader Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming
3
2.1 2.2 2.3
Europese Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming Wettelijk kader stikstofdepositie
3 3 4
3
Ontwikkelingsmogelijkheden Omgevingsvisie
6
4
Effectbepaling en –beoordeling
10
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.3 4.4
Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden Stikstofgevoeligheid Natura 2000-gebied Biesbosch Stikstofgevoeligheid Natura 2000-gebied Hollands Diep Stikstofgevoeligheid Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos Stikstofeffect ambities en doelstellingen Stikstofeffect nieuwe locaties wonen, werken, infrastructuur Ecologische analyse
10 12 13 14 14 14 16
5
Conclusie
19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Etten-Leur stelt een Omgevingsvisie voor haar gehele grondgebied op. In de Omgevingsvisie worden ambities en doelstellingen voor de fysieke leefomgeving gesteld. Ook worden locaties verkend voor nieuwe woon- en werklocaties en nieuwe infrastructuur. In het kader van de Omgevingsvisie wordt een m.e.r.-procedure (waarbij m.e.r. staat voor milieueffectrapportage) doorlopen en een milieueffectrapport (MER) opgesteld. In het MER worden de effecten van de ambities/doelstellingen op de diverse aspecten van de fysieke leefomgeving beoordeeld en worden de effecten van de voorgestelde locaties voor wonen, werken en infrastructuur onderzocht.
1.2
Aanleiding en doel Passende beoordeling De omgevingsvisie bevat nieuwe richtinggevende beleidskeuzes, waarvan het niet op voorhand is uit te sluiten dat deze afzonderlijk of in samenhang kunnen leiden tot significante gevolgen op Natura 2000-gebieden. Daarom dient op grond van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling van de omgevingsvisie te worden opgesteld. In de besluitvorming over de Omgevingsvisie is het nodig om te toetsen of de visie in overeenstemming is met de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming. Dit houdt concreet in dat getoetst moet worden of de ambities, doelstellingen, ontwikkelingen zoals voorgesteld in de Omgevingsvisie kunnen leiden tot effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving. De Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen voor die gebieden. Het kan daarbij zowel activiteiten binnen als buiten het betreffende Natura 2000-gebied betreffen. Het regime voor Natura 2000 kent een zogenaamde externe werking, waardoor ook moet worden bezien of activiteiten buiten het Natura 2000-gebied, negatieve effecten kunnen hebben op de daarvoor vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen.
De passende beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij kaderstellende plannen waarvan significante gevolgen op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Plantoets Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming Artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming regelt de Natura 2000-plantoets. Artikel 2.7 lid 1 van de Wnb luidt als volgt: "Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid." Op grond van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming maakt het bestuursorgaan voor een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, voordat het plan wordt vastgesteld, een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied.
Blad 1
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Een plan kan alleen worden vastgesteld als uit de passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast, dan wel indien wordt voldaan aan de zogenaamde 'ADC-toets' (ontstentenis van alternatieven, dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen). Het doel van de passende beoordeling is: • Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisies. • Beschrijven van mitigerende maatregelen en/of beleidsaanpassingen die nodig zijn om significante gevolgen te voorkomen. Het gaat hier met name om aanbevelingen voor de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten. • Waar relevant: kansen op positieve effecten. Het detailniveau van de passende beoordeling sluit aan bij het detailniveau van een omgevingsvisie. Gezien het abstracte karakter van de beleidskeuzes is deze op hoofdlijnen. Het betreft daarom met name een risico-inschatting.
1.3
Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 gaat in op het toetsingskader; • Hoofdstuk 3 beschrijft het te toetsen voornemen; • In hoofdstuk 4 worden mogelijke effecten onderzocht en beoordeeld en wordt een doorkijk gegeven naar mogelijke oplossingsrichtingen; • De conclusies van de passende beoordeling zijn weergegeven in hoofdstuk 5.
Blad 2 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
2
Toetsingskader Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming
2.1
Europese Vogel- en Habitatrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa.
2.2
Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in de nationale Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen, in het onderdeel gebiedsbescherming. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. De essentie van het beschermingsregime voor de Natura 2000-gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp-)aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden.
Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op significante gevolgen: geen vergunningplicht, plan is uitvoerbaar; 2. Er is een kans op significante gevolgen: passende beoordeling dient aan te tonen dat significante gevolgen uit te sluiten zijn voor een uitvoerbaar plan; (eventueel met ADCtoets = alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang + compensatie als in de PB na het nemen van mitigerende maatregelen significant negatieve effecten nog steeds niet uit te sluiten zijn). Omdat significante gevolgen als gevolg van het voornemen niet zonder meer uit te sluiten is door de stikstofdepositie-effecten, is de voorliggende toets opgesteld in de vorm van een passende beoordeling. Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen.
Blad 3 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
2.3
Wettelijk kader stikstofdepositie Tot mei 2019 was voor stikstofdepositie het Programma Aanpak Stikstof (PAS) van toepassing. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over de mogelijke strijdigheid van het PAS met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De Raad van State concludeerde in het kort: “De Afdeling komt tot de conclusie dat in de passende beoordeling van het PAS de verwachte voordelen van PAS-bronmaatregelen, herstelmaatregelen en van autonome ontwikkelingen zijn betrokken die volgens de maatstaf die het Hof geeft niet vaststonden ten tijde van die beoordeling. De redenen die tot deze conclusie leiden verschillen per maatregel. Bij de herstelmaatregelen is een b-langrijke reden dat deze nog niet uitgevoerd waren of dat de verwachte voordelen niet met zekerheid in kaart konden worden gebracht ten tijde van de passende beoordeling. Bij de PAS-bronmaatregelen en de autonome ontwikkelingen, beide relevant voor de depositiedaling en de daaraan ontleende depositieruimte, is een belangrijke reden dat ze deels nog niet van kracht waren ten tijde van de passende beoordeling, dat de verwachte voordelen niet met de vereiste zekerheid op hexagoonniveau in kaart kunnen worden gebracht, en dat het PAS het mogelijk maakt dat de depositieruimte op voorhand kan worden uitgegeven.
Met dat laatste wordt bedoeld dat de depositieruimte kan worden toegedeeld voordat de depositiedaling zich heeft gemanifesteerd. De constatering dat de verwachte voordelen van de PAS-bronmaatregelen en de autonome ontwikkelingen niet vaststonden leidt bovendien tot de conclusie dat aan de verwachte emissiedaling die hieraan is toegeschreven geen depositieruimte kan worden ontleend. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof daaraan stelt. Omdat deze passende beoordeling de onderbouwing is voor de verlening van alle toestemmingen die passen binnen de bestaande en beschikbaar gestelde depositieruim-te betekent dit - kort weergegeven - dat een vergunning voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied niet mocht worden verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt.
Verder betekent dit dat de grens- en drempelwaarde en de afstand die de basis vormen voor de uitzondering op de vergunningplicht voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken die die grens- en drempelwaarde niet overschrijden of die op een grotere afstand dan de vastgestelde afstand worden gerealiseerd, niet konden worden vastgesteld.” Met deze uitspraak zijn ook Bijlage 2 van het PAS, artikel 2 van het (vervallen) Besluit grenswaarden en artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming onverbindend verklaard.
Blad 4 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Spoedwet Aanpak stikstof De Spoedwet Aanpak Stikstof is verschenen in het Staatsblad (Staatsblad 2019, 517) van 30-122019 en treedt in werking bij KB. In het Staatsblad (Staatsblad 2019, 518) is dit KB opgenomen. De Spoedwet aanpak stikstof, met uitzondering van artikel IX (heeft betrekking op Omgevingswet) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2020.De Spoedwet aanpak stikstof voorziet in aanvullende instrumenten om de stik-stofproblematiek aan te pakken en moet nieuwe activiteiten met stikstofdepositie mogelijk maken. De Spoedwet voorziet in een permanente wijziging van onder andere de Wet natuurbescherming (Wnb), onder andere: • de vergunningplicht voor andere handelingen vervalt. • de Wnb bepaalt niet langer dat ook een vergunning nodig is indien een project de kwaliteit van de natuur kan verslechteren of daarop een significant verstorend effect kan hebben (gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied). Het nieuwe artikel bepaalt eenvoudigweg dat het verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. • De Wnb maakt het mogelijk om categorieën van projecten aan te wijzen die significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied maar niet vergunningplichtig zijn op grond van de Wnb als aan nadere regels is voldaan.
De aanwijzing van die categorieën en het stellen van nadere regels gebeurt bij ministeriële regeling of bij provinciale verordening. Hiermee kunnen drempel-waardes worden ingevoerd. Bij het opstellen van dit rapport zijn nog geen drempelwaardes vastgesteld. • De Wnb heeft een nieuw artikel; artikel 5.5a. Dat artikel voorziet erin dat projecten die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden toch toestemming krijgen als zij stikstof-depositieruimte hebben gekregen. In het stikstofregistratiesys-teem wordt stikstofdepositieruimte opgenomen die ontstaat als gevolg van een daling van stikstofdepositie door aanvullende bronmaatregelen. De stikstofdepositieruimte kan vervolgens aan nieuwe activiteiten worden toegedeeld, zodat aan die nieuwe acti-viteiten toestemming kan worden verleend. Het instellen van een dergelijk stikstofregistratiesysteem kan alleen bij ministeriële regeling. Bij het opstellen van dit rapport is een dergelijk stik-stofregistratiesysteem ingesteld voorlopig alleen voor woningbouwprojecten en enkele MIRT-projecten. • Het Besluit Natuurbescherming is gewijzigd. Hierin staat dat voor projecten met AERIUS 2019A moet worden gerekend. Daarnaast zijn ook de Tracéwet, de Wet dieren1. En de Crisis- en herstelwet gewijzigd.
Verkeersbesluit 19 december 2019 Met het (tijdelijk) verkeersbesluit van 19 december 2019 is invulling gegeven aan het kabinetsbesluit “het doorvoeren van een snelheidsverlaging overdag op autosnelwegen. De maximumsnelheid wordt overdag (van 6:00 - 19:00 uur) op alle autosnelwegen verlaagd naar 100 km per uur. Voor de wegen waar nu een maximumsnelheid van 120 of 130 km per uur geldt, blijft deze maximumsnelheid gelden in de avond en nacht (19:00 - 6:00 uur).” Per 16 maart is de snelheidsverlaging van kracht geworden. Het verkeersbesluit is tijdelijk. Het is nog onbekend tot hoe lang het besluit van kracht zal blijven.
1
De reden hiervoor is om de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de bevoegdheid te geven om nadere regels te kunnen stellen aan veevoer om via dat spoor de stikstofdepositie te laten dalen.de Meststoffenwet. Hierin wordt vastgelegd dat in een algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat varkens- of pluimveerechten bij overdracht worden afgeroomd.
Blad 5 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
3
Ontwikkelingsmogelijkheden Omgevingsvisie
3.1
Locatieverkenning wonen, werken en infrastructuur In de omgevingsvisie worden locaties verkend voor nieuwe woonwijken, nieuwe werklocaties en nieuwe infrastructuur. Locatieverkenning wonen Etten-Leur heeft tot 2030 een woningbouwopgave van ca. 1.850 woningen. 1.250 woningen worden (autonoom) gerealiseerd door inbreidingsplannen in het centrum en de woongebieden. Voor ca. 600 woningen dient een nieuwe locatie buiten de bestaande woongebieden gevonden te worden. Hiervoor zijn drie locaties in beeld, al dan in combinatie met elkaar. Hoge Haansberg, Groene Wig en Lage Vaartkant (zie figuur 3.1). Omdat niet op alle locaties het totaal van 600 woningen kan worden gerealiseerd, worden de volgende scenario’s gehanteerd: Scenario A B C
Hoge Haansberg 600 woningen 325 woningen
Groene Wig
Lage Vaartkant
175 woningen
100 woningen 600 woningen
Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden is het totaal van 600 woningen relevant voor het stikstofeffect, niet zozeer de exacte locatie.
Figuur 3.1: locaties voor locatieverkenning wonen
Blad 6 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Locatieverkenning werken In regionaal verband zijn in het ‘Afsprakenkader evenwicht bedrijventerreinenmarkt WestBrabant 2016-2026’ afspraken vastgelegd over de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Er is in West-Brabant sprake van een kwantitatieve en kwalitatieve disbalans in het aanbod van bedrijventerreinen: een overaanbod aan bedrijventerrein voor lokaal gebonden midden- en kleinbedrijven en industrie, en een tekort aan terreinen voor logistiek. Vanwege de (sub)regionale logistieke vraag is in de gemeente Etten-Leur sprake van een ruimtevraag van circa 10 hectare, die niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Uitbreiding is nodig om in de vraag te kunnen voorzien. Voor de uitbreiding zijn drie locaties aan de noordzijde van het bedrijventerrein Vosdonk in beeld: Middendonk-Oost, Bankenstraat-West en Hoge Haansberg-Zuidwest. De nieuwe werklocatie is niet alleen bedoeld voor (grootschalige) logistiek, maar ook verplaatsing van gevestigde bedrijven, om zodoende transformatie en verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen mogelijk te maken. De beoogde milieucategorie is maximaal 3.2. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden is het totaal van 10 ha bedrijventerrein met maximaal milieucategorie 3.2 relevant voor het stikstofeffect, niet zozeer de exacte locatie.
Figuur 3.2: locaties voor locatieverkenning werken
Blad 7 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Locatieverkenning infrastructuur De aanleg van een nieuw woongebied en/of bedrijventerrein leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. De vraag is of het bestaande wegennet de toename aan kan. Vanuit de huidige verkeersstructuur is de barrièrewerking van de spoorlijn door Etten-Leur een aandachtspunt. Het sluiten van de spoorbomen leidt tot stagnatie en vertraging op de noord-zuid ontsluitingsstructuur tussen snelweg en de stad. In het kader daarvan worden de mogelijkheden en effecten onderzocht van drie infrastructuurvarianten: 2 aan de noordzijde (Doortrekking Aletta Jacobslaan, Noordelijke randweg), 1 aan de oostzijde (Oostelijke randweg). Bij de Oostelijke randweg is een tunnel onder het spoor voorzien, ter vervanging van de huidige gelijkvloerse kruising.
Figuur 3.3 Doortrekking Aletta Jacobslaan
Figuur 3.4 Noordelijke Randweg
Figuur 3.5 Oostelijke randweg
Blad 8 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
3.2
Ambities en doelstellingen Naast de hierboven beschreven locatieverkenningen voor concrete ruimtelijke ontwikkelingen, wordt in de Omgevingsvisie een aantal ambities en doelstellingen beschreven die ook een stikstofeffect kunnen hebben. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste ambities en doelstellingen met een mogelijk stikstofeffect. Tabel 3.1 Overzicht belangrijkste ambities en doelstellingen Omgevingsvisie met een mogelijk stikstofeffect
Gebied/Thema
Ambitie/doelstelling
Stikstofeffect
Centrum / woongebieden
Groei aantal inwoners/woningen
Werkgebieden Buitengebied
Herstructurering en verduurzaming Verduurzaming agrarische sector Groei extensieve recreatie
Toename stikstofuitstoot (maar woningen zelf gasloos en verkeer steeds schoner) Afname stikstofuitstoot Afname stikstofuitstoot Toename stikstofuitstoot (maar verkeer steeds schoner en duurzamer) Tijdelijke toename stikstofuitstoot
Mobiliteit Energie
Meer ruimte voor water en natuurontwikkeling Verbeteren bereikbaarheid Stimuleren duurzame mobiliteit Meer duurzame energie
Blad 9 van 19
Afname stikstofuitstoot Afname stikstofuitstoot Afname stikstofuitstoot
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
4
Effectbepaling en –beoordeling
4.1
Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden Etten-Leur ligt niet in of direct nabij Natura 2000-gebied (figuur 4.1). Dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn het Ulvenhoutse Bos (7,5 km naar het oosten), Biesbosch en Hollands Diep (beide 7,5 km naar het noorden), Brabantse Wal (18 km naar het westen) en een aantal Vlaamse Natura 2000 gebieden (10 km naar het zuiden). Gezien de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden kunnen de meeste mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden (b.v. ruimtebeslag, verdroging, verstoring) op voorhand worden uitgesloten. Het invloedsgebied van deze storingsfactoren is (veel) kleiner en reikt niet tot de (omgeving van) de Natura 2000-gebieden. Het enige mogelijke effect is dat van stikstofdepositie. Ontwikkelingen in de Omgevingsvisie kunnen leiden tot toename van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden, ook als deze op afstanden liggen zoals hierboven beschreven. De stikstofgevoeligheid van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden is beschreven in de volgende paragrafen (bron: Effectenindicator ministerie LNV). Omdat stikstofdepositie kan leiden tot verzuring en vermesting, is de gevoeligheid voor beide aspecten weergegeven.
Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van vervuilende gassen door bijvoorbeeld bedrijven en (vracht)voertuigen, maar ook door de stookinstallaties van woningen ten behoeve van verwarming. De uitstoot bevat onder andere zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en vluchtige organische stoffen (VOS). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. Vermesting is in dit geval de 'verrijking' van ecosystemen door stikstofdepositie. Het gaat daarbij om aanvoer door de lucht (droge en natte neerslag van ammoniak en stikstofoxiden). De effecten van verzurende stoffen zijn niet altijd te scheiden van die van vermestende stoffen, omdat een deel van de verzurende stoffen ook vermestend werkt (aanvoer van stikstof). Om deze reden zijn beide effecten hier samengenomen.
Blad 10 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Figuur 4.1 Natura 2000-gebieden in de omgeving van Etten-Leur (bron: Aerius Calculator)
Blad 11 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
4.1.1
Stikstofgevoeligheid Natura 2000-gebied Biesbosch In tabel 4.1 is de gevoeligheid voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie weergegeven voor de habitattypen, habitat- en vogelsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Biesbosch is aangewezen. Tabel 4.1 Overzicht stikstofgevoeligheid instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Biesbosch
Blad 12 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
4.1.2
Stikstofgevoeligheid Natura 2000-gebied Hollands Diep In tabel 4.2 is de gevoeligheid voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie weergegeven voor de habitattypen, habitat- en vogelsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Hollands Diep is aangewezen. Tabel 4.2 Overzicht stikstofgevoeligheid instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Hollands Diep
Blad 13 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
4.1.3
Stikstofgevoeligheid Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos In tabel 4.3 is de gevoeligheid voor verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie weergegeven voor de habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos is aangewezen. Tabel 4.3 Overzicht stikstofgevoeligheid instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos
4.2
Stikstofeffect ambities en doelstellingen De (algemene) ambities en doelstellingen in de Omgevingsvisie hebben een positief stikstofeffect. Verduurzaming en energietransitie (aardgasvrij maken van bestaande wijken, energiebesparende maatregelen bij woningen en bedrijven, toename aandeel elektrische auto’s en het stimuleren van kringlooplandbouw en stoppende veehouders) leiden tot een lagere stikstofuitstoot en daarmee ook tot een lagere stikstofdepositie op omliggende Natura2000 gebieden. De Omgevingsvisie draagt daarmee bij aan de daling van stikstofconcentraties en stikstofoverbelasting op Natura2000-gebieden.
4.3
Stikstofeffect nieuwe locaties wonen, werken, infrastructuur Ruimtelijke ontwikkelingen als woonwijken, bedrijventerreinen en nieuw wegen leiden op zichzelf tot toename van stikstofuitstoot en daarmee mogelijk tot toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Dit in de gebruiksfase (na realisatie: door verkeer en bedrijfsbronnen) en in de aanlegfase (door bouwmaterieel en aan- en afvoer van bouwmateriaal). Voor de woonwijken en bedrijventerreinen is indicatief het stikstofeffect berekend. Dit is indicatief berekend op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en op basis van kengetallen.
Blad 14 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Stikstofeffect nieuwe woonwijk Woningbouw in Etten-Leur leidt alleen tot een stikstofeffect in de aanlegfase. In de gebruiksfase is het effect van de woningen 0 (gasloos), het effect van verkeer van en naar de woningen reikt niet tot de dichtstbijgelegen Natura 2000-gebieden (Ulvenhoutse Bos, Biesbosch en Hollands Diep op ieder ca. 7,5 km). In de aanlegfase heeft het bouwmaterieel een stikstofeffect die in potentie ver kan reiken. Het effect hangt af van de fasering van de aanlegfase (met andere woorden: over hoeveel jaar wordt het stikstofeffect “uitgesmeerd”) en het gebruikte bouwmaterieel. Uitgaande van de bouw van 600 woningen met momenteel gangbaar bouwmaterieel (minimaal zogenaamd “stage 3”-materieel) en een aanlegperiode van 1 à 2 jaar wordt een stikstofeffect op het Ulvenhoutse Bos uitgerekend van 0,01 mol/ha/jaar. Dit is de minimaal te berekenen stikstoftoename, maar boven de 0,00 en daarmee een wezenlijk effect. Vanaf 3 jaar aanlegfase met stage 3 materieel wordt er geen stikstofeffect berekend. Als gebruik gemaakt wordt van “schoner” bouwmaterieel met minder stikstofuitstoot (zogenaamde “stage 4”) wordt geen stikstofeffect uitgerekend, ook niet als alle woningen in 1 jaar gerealiseerd worden. In bovenstaande berekening is alleen het stikstofeffect van nieuwe functie (woningbouw) berekend.
Maar er verdwijnt ook stikstofuitstoot door het verdwijnen van de agrarische functie in het gebied. Hiermee verdwijnt landbouwgrond dat wordt bemest en beweid en verdwijnen mogelijk veehouderijen met stikstofuitstoot. Dit kan de stikstoftoename van woningbouw teniet doen: met name veehouderijen hebben over het algemeen een veel grotere stikstofuitstoot dan de (aanleg van) woningen. In het vervolg van de planvorming kan dit effect in een berekening worden meegenomen. Stikstofeffect nieuw bedrijventerrein Een 10 ha nieuw bedrijventerrein in Etten-Leur leidt zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase tot een stikstofeffect. In de gebruiksfase leiden de nieuwe bedrijfsbronnen tot uitstoot van stikstof. Het effect van verkeer van en naar de bedrijventerreinen reikt niet tot de dichtstbij-gelegen Natura 2000-gebieden (Ulvenhoutse Bos, Biesbosch en Hollands Diep ieder op ca. 7,5 km). In de aanlegfase heeft het bouwmaterieel een stikstofeffect die in potentie ver kan reiken. Het effect hangt af van de fasering van de aanlegfase (met andere woorden: over hoeveel jaar wordt het stikstofeffect “uitgesmeerd”) en het gebruikte bouwmaterieel. Uitgaande van 10 ha bedrijventerrein, maximaal milieucategorie 3.2 wordt voor de gebruiksfase een stikstofeffect van 0,01 mol/ha/jaar uitgerekend. Dit is de minimaal te berekenen stikstoftoename, maar boven de 0,00 en daarmee een wezenlijk effect.
Met een aanlegfase van 1 à 2 jaar met stage 3 materieel wordt een stikstofeffect van 0,02 mol/ha/jaar berekend. Als gebruik gemaakt wordt van “schoner” bouwmaterieel met minder stikstofuitstoot (zogenaamde “stage 4”) wordt geen stikstofeffect uitgerekend, ook niet als het bedrijventerrein in 1 jaar gerealiseerd wordt. In bovenstaande berekening is alleen het stikstofeffect van nieuwe functie (bedrijventerrein) berekend. Maar er verdwijnt ook stikstofuitstoot door het verdwijnen van de agrarische functie in het gebied. Hiermee verdwijnt landbouwgrond dat wordt bemest en beweid en verdwijnen mogelijk veehouderijen met stikstofuitstoot. Dit kan de stikstoftoename van een bedrijventerrein teniet doen: met name veehouderijen hebben over het algemeen een veel grotere stikstofuitstoot dan de (aanleg van) een bedrijventerrein. In het vervolg van de planvorming kan dit effect in een berekening worden meegenomen.
Blad 15 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Stikstofeffect nieuwe infrastructuur Nieuwe wegen leiden in de aanlegfase tot stikstofuitstoot. Hoe langer de weg, hoe groter het effect: de doortrekking Aletta Jacobslaan zal minder effect hebben dan een Noordelijke Randweg. In de gebruiksfase hangt het effect af van de veranderingen in verkeersbewegingen: Is er per saldo een toename van verkeer? Of is er sprake van een toename op de nieuwe weg en een afname op de oude weg. Als er op wegen nabij Natura 2000-gebieden sprake is van een toename van verkeer kan dit leiden tot een stikstofeffect. Dit is op voorhand zonder detailberekening niet goed in te schatten en daarmee onderwerp van vervolgstudie in de vervolgplanvorming. Op voorhand wordt het stikstofeffect van de doortrekking Aletta Jacobslaan als klein of niet ingeschat, die van de Noordelijke Randweg als reëel. Ook voor infrastructuur speelt dat het verdwijnen van landbouwgrond en/of veehouderijen kan leiden tot saldering van het stikstofeffect van de nieuwe weg. Dit geldt met name voor de Noordelijke Randweg, niet of minder voor de doortrekking Aletta Jacobslaan.
4.4
Ecologische analyse De groei in veel natuurlijke landecosystemen zoals bossen, vennen en heidevelden worden gelimiteerd door de beschikbaarheid van stikstof. Het gevolg van stikstof depositie is dat deze extra stikstof extra groei geeft. Daarbij is de beschikbaarheid van stikstof bepalend voor de concurrentieverhoudingen tussen de plantensoorten. Als de stikstofdepositie boven een bepaald kritisch niveau komt, neemt een beperkt aantal plantensoorten sterk toe ten koste van meerdere andere soorten. Hierdoor neemt de biodiversiteit af. Stikstofdepositie draagt bij aan de vergrassing en verstruweling van vegetaties in bijvoorbeeld duinen, heiden en bossen en de ongunstige staat van instandhouding van de aanwezige habitattypen. Huidige stikstofdepositie De huidige stikstofbelasting op het dichtstbijgelegen Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos bedraagt tussen de 2.250 en de 3.200 mol N/ha/jr. en is daarmee (veel) hoger dan de kritische depositiewaarde (1.429 tot 1.857 mol N/ha/jr). Ook op het verderweg gelegen Natura 2000gebied Brabantse Wal is de stikstofdepositie met 1340 tot 2234 mol N/ha/jr. (veel) hoger dan de kritische depositiewaarde (517 tot 1.429 mol N/ha/jr).
Stikstofdepositie als gevolg van omgevingsvisie (lange termijn) De (algemene) ambities en doelstellingen in de Omgevingsvisie hebben een positief stikstofeffect, dragen daarmee bij aan de daling van stikstofconcentraties en stikstofoverbelasting op de omliggende Natura2000-gebieden. De Omgevingsvisie leidt daarmee tot verbetering van de natuurkwaliteit van omliggende Natura2000-gebieden en dichterbijkomen van het halen van instandhoudings- en verbeteringsdoelstellingen van omliggende Natura2000gebieden. Tabel 4.4 Conclusie stikstofeffect als gevolg van omgevingsvisie (lange termijn) Activiteit Ambities en doelstellingen (algemeen)
Beoordeling Positief effect
Blad 16 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Stikstofdepositie als gevolg van nieuwe woon- en werklocatie en nieuwe infrastructuur (op korte termijn, zonder aanvullende maatregelen) Ontwikkeling van wonen, werken en infrastructuur leidt, op korte termijn en zonder aanvullende maatregelen, tot een toename van uitstoot van stikstof en daarmee tot een toename van de stikdepositie op omliggende Natura-2000-gebieden. In een dergelijke situatie kan het behoud of de verbetering van de kwaliteit van het habitattype en/of leefgebied van soorten in gevaar komen en kan een belemmering van de instandhoudings-doelstellingen niet met zekerheid worden uitgesloten. Er kan niet uitgesloten worden dat de toename van stikstof de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied aantast. Het bereiken van een goede staat van instandhouding van de habitattypen en leefgebieden van habitat- en vogelsoorten kan worden belemmerd. In Vlaanderen geldt voor de Vlaamse Natura 2000-gebieden een ander beoordelingsregime. Toename kleiner dan 3% van de Kritische Depositiewaarde worden acceptabel geacht. De kritische depositiewaarden bedragen 714 tot 1571 mol N/ha/jr. 3% hiervan is 21 tot 47 mol/ha/jr. Omdat de toename niet berekend is, is niet bekend of de toename binnen 3% blijft. Echter, voor de besluitvorming rond de Omgevingsvisie is dit niet relevant. Er is sprake van een kans op een significante toename op Nederlandse Natura 2000-gebieden.
Dit vraagt om maatregelen/voorwaarden in de Omgevingsvisie en daaropvolgende Omgevingsplannen, ook al zouden deze strikt genomen niet noodzakelijk zijn voor de Vlaamse Natura 2000gebieden. Tabel 4.5 Conclusie inschatting risico significante gevolgen/uitvoerbaarheid van de nieuwe woon-/ werklocaties en infrastructuur in de omgevingsvisie Etten-Leur als gevolg van stikstofdepositie. Voor woningbouw en bedrijventerrein op basis van indicatieve berekeningen. Dit is indicatief berekend op het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en op basis van kengetallen. Activiteit 1.
2.
3.
4.
Locatieverkenning wonen: Nieuwe woonwijk (uitgaande van 600 woningen) Locatieverkenning werken: nieuw bedrijventerrein uitgaande van 10 ha Locatieverkenning infrastructuur: Doortrekking Aletta Jacobslaan
Locatieverkenning infrastructuur: Noordelijke Randweg / Oostelijke rondweg
Hoe kansrijk zijn de activiteiten bij beschouwing van Stikstofdepositie?* Kansrijk. Bij gebruik van ‘schoon materieel’ leidt de realisatie niet tot een toename groter dan 0,00 mol/ha/j uitgaande van 600 woningen (zie par. 4.3). Kansrijk. Bij gebruik van ‘schoon materieel’ leidt de realisatie niet tot een toename groter dan 0,00 mol/ha/j uitgaande van 10 ha (zie par. 4.3). Dit is voorhand zonder detailberekening niet goed in te schatten en daarmee onderwerp van vervolgstudie in de vervolgplanvorming. Op voorhand wordt het stikstofeffect van de Doortrekking Aletta Jacobslaan als klein of niet ingeschat (zie par. 4.3). Dit is op voorhand zonder detailberekening niet goed in te schatten en daarmee onderwerp van vervolgstudie in de vervolgplanvorming. Op voorhand wordt het stikstofeffect van de Noordelijke Randweg als reëel ingeschat.
Randvoorwaarden voor uitwerking project/beleid in vervolgbesluiten Voor alle plannen/projecten geldt dat mogelijkheden gezocht moeten worden via energietransitie. De bouw moet met schoon materieel plaatsvinden en het gebruik van gebouwen gasloos. Mogelijkheden zoeken via gunstige aanrijroutes (die op grotere afstand liggen van overbelaste stikstofgevoelige natuur). Voor alle plannen tezamen geldt tevens dat cumulatie een rol kan spelen indien de genoemde maximale aantallen telkens gebouwd worden. Een groter aantal woningen kan gebouwd worden bij gebruik van schoner materieel. Het gebruik van schoon materieel wordt aanbevolen. Fasering van de bouwfase kan dan tevens oplossing bieden.
Risico op significante gevolgen Zonder meer uitvoerbaar, significante effecten kunnen worden uitgesloten Zonder meer uitvoerbaar, significante effecten kunnen worden uitgesloten, mits aan relatief eenvoudige randvoorwaarden voldaan wordt Uitvoerbaar bij middelgrote planaanpassing (50% tot 100% van de oorspronkelijke omvang), in dat geval zijn significante gevolgen uit te sluiten Uitvoerbaarheid niet onmogelijk maar grote planaanpassing nodig (10% tot 50% van de oorspronkelijke planomvang) om significante gevolgen te kunnen uitsluiten Uitvoerbaarheid twijfelachtig. Significante gevolgen kunnen niet uitgesloten worden zonder mitigerende/compenserende maatregelen
Blad 17 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
Oplossingsrichtingen Mogelijke mitigerende maatregelen voor de toename van stikstof bij nieuwe woon- / werklocaties en infrastructuur zijn: • Beperken ontwikkelingsmogelijkheden; • Voorwaarden aan ontwikkelingsmogelijkheden. Beperken van ontwikkelingsmogelijkheden is niet op voorhand de ambitie, de Omgevingsvisie is er juist voor bedoeld om ontwikkelingen, al dan niet onder voorwaarden, mogelijk te maken. Het opnemen van voorwaarden biedt daarom de beste mogelijkheden om te borgen dat er geen toename van stikstof op Natura 2000-gebieden optreedt. Het meest robuust is een voorwaarde aan ontwikkelingen dat ze alleen mogen plaatsvinden als er geen sprake is van toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Dat moet in bij concrete uitwerking van de ontwikkelingen in vervolgplanvorming verder uitgewerkt en onderzocht worden, maar in het algemeen zijn mogelijkheden voor een stikstofneutrale ontwikkeling: • Zoveel mogelijk beperken van de uitstoot door maximaal inzetten op schone technieken; • Gebruik van “schoon” bouwmaterieel; • Salderen met verdwijnende functie, zoals landbouwgrond en veehouderijen. Voor kleinere ontwikkelingen is er gezien de afstand tot Natura2000-gebieden (minimaal 7,5 km) mogelijk geen stikstofeffect.
Tot slot kan voor woningbouw aangehaakt worden op beleidsinstrumenten van het Rijk, waarbij de stikstofeffecten landelijk worden gecompenseerd door rijksmaatregelen, zoals bv de snelheidsverlaging op de snelwegen en de sanering in de varkenshouderij. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de ontwikkelingen in de Omgevingsvisie kunnen leiden tot een (geringe) stikstoftoename op Natura2000-gebieden, maar dat er mogelijkheden bestaan om deze stikstoftoename teniet te doen.
Blad 18 van 19
Passende beoordeling Omgevingsvisie Etten-Leur projectnummer 254419.101 4 januari 2021, definitief gemeente Etten-Leur
5
Conclusie Gezien de afstand van Etten-Leur tot omliggende Natura2000-gebieden is alleen verzuring en vermesting door stikstof een relevant aspect. De (algemene) ambities en doelstellingen in de Omgevingsvisie hebben een positief stikstofeffect, dragen daarmee bij aan de daling van stikstofconcentraties en stikstof-overbelasting op de omliggende Natura2000-gebieden. De Omgevingsvisie leidt daarmee tot verbetering van de natuurkwaliteit van omliggende Natura2000-gebieden en dichterbijkomen van het halen van instandhoudings- en verbeteringsdoelstellingen van omliggende Natura2000-gebieden. Nieuwe woon-/werklocaties en nieuwe infrastructuur kan, op korte termijn en zonder aanvullende maatregelen leiden tot een toename van stikstofuitstoot en daarmee -depositie op omliggende Natura2000-gebieden. Door de toename van stikstofdepositie kan het behoud of de verbetering van de kwaliteit van het stikstofgevoelige habitattype en/of leefgebied van soorten in gevaar komen en worden de instandhoudings-doelstellingen belemmerd. Er treedt mogelijk aantasting van de natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op. Met aanvullende maatregelen (als bouwen met schoon materieel, saldering met verdwijnende stikstofbronnen) wordt realisatie mogelijk geacht. Dit moet wel in de latere fasen van plan- en besluitvorming nader worden getoetst.
Blad 19 van 19
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT
www.anteagroup.nl
Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.