CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Brief NPRES aan West-Brabant.pdf

Raad besluit 23 maart 2021, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Regionale Energie Strategie (RES) 1.03.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons kenmerk Uw kenmerk Datum Contactpersoon Email Telefoonnummer Onderwerp

U20091501 15-09-2020 Alfredo Verboom a.verboom@npres.nl 06-50291463 Uw aanbiedingsbrief bij de concept-RES West-Brabant

RES Regio West-Brabant T.a.v. mevrouw G. Bos, Voorzitter stuurgroep

Geachte mevrouw Bos, Hartelijk dank voor uw brief van 9 juli jl. waarin u als voorzitter van de RES regio West-Brabant de concept-RES aanbiedt en daarbij tevens vraagt om een reactie op een aantal knelpunten die u tijdens het proces van de regionale energietransitie heeft ervaren. In de eerste plaats complimenteren wij u met de door uw regio opgestelde concept-RES en het daarbij doorlopen proces. Uw regio is al ver gevorderd en wij waarderen het dat u te kennen geeft zowel de kwaliteit van het te doorlopen proces als het tempo naar het vaststellen van een definitieve RES 1.0 hoog te houden. U verzoekt in uw brief om spoedig de uitkomsten van de PBL-analyse en de bevindingen van NPRES te mogen vernemen. In het reflectie-gesprek van 28 augustus 2020 zijn we ingegaan op de voorlopige kwalitatieve analyse van PBL en de concept-RES van uw regio. Doel van het gesprek en de voorlopige analyse van PBL waren het met elkaar leren van het traject tot nu toe en vooruitkijken naar de opgave richting de RES 1.0. De voorlopige analyse van PBL wordt op 1oktober openbaar. Pas op een later moment (naar verwachting begin februari 2021) zal PBL een definitieve analyse publiceren waarin ook meer kwantitatieve gegevens zullen worden meegenomen. De analyse van PBL agendeert vraagstukken over de regio’s heen.

Elke regio is en blijft verantwoordelijk voor zijn eigen energiestrategie en gezamenlijk zijn we verantwoordelijk voor een totaal product conform de afspraken in het Klimaatakkoord. Wij hebben er alle vertrouwen in dat uw regio daaraan een belangrijke en substantiële bijdrage gaat leveren. Wat betreft de in uw brief en in de concept-RES genoemde knelpunten en de bijdrage die het Rijk kan leveren aan het oplossen daarvan, kunnen we het volgende aangeven. Het Nationaal Programma Regionale Energietransitie inventariseert knelpunten en belemmeringen met betrekking tot de RES en brengt die bij de juiste rijks- en of andere partijen onder de aandacht. Ook brengt het NP RES partijen bij elkaar om te onderzoeken wat er mogelijk is om de belemmeringen weg te nemen. Het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie kan niet zelf belemmeringen zoals in wet- en regelgeving en netcapaciteit oplossen. We hebben alle belemmeringen die de 30 RES-regio’s ervaren bij de regionale energietransitie geïnventariseerd. De belemmeringen zijn ingedeeld in een aantal thema’s onder de categorieën Uitvoering, Beleid en Wet- en Regelgeving. Veel terugkerende onderwerpen zijn bijvoorbeeld netcapaciteit, radarbeperkingen, zon op (agrarische) daken, duurzame energie op rijksgronden etc.

Unie van Waterschappen Koningskade 40 Postadres Postbus 93218 2509AE Den Haag

info@npres.nl www.npres.nl kvk nr: 40407706

De UvW streeft naar een transparant relatiebeheer met duidelijke regels over belangenverstrengeling en het aannemen van giften

In een aantal regio’s kunnen belemmeringen worden opgelost door met elkaar delen van informatie en vinden van samenwerking tussen de regio en bijvoorbeeld Rijksdiensten. Andere zaken groter, spelen vaak al langer, zijn een onderdeel van een politieke afweging. De werkgroepen (met deelname van relevante partijen en een vertegenwoordiging vanuit de regio’s) analyseren de belemmeringen en werken ze waar mogelijk verder uit tot oplossingen of handvatten richting 1.0, dan wel zijn agenderend voor afwegingen van belangen in de daarvoor bestemde bestuurlijke overleggen. . In de bijlage vindt u een eerste reactie op de door u gesignaleerde knelpunten. Vaak betreft het uitleg, dan wel toelichting over hetgeen al in gang is gezet. Wij begrijpen en vinden het belangrijk dat het vervolg krijgt om tot oplossingen te komen. Dat kan in een gesprek, bijeenkomst of op een andere manier. We toetsen de analyse en aanpak samen met vragensteller(s) en de partij(en) die een rol kunnen spelen in het oplossen van knelpunten. Mocht u in de tussentijd nog andere of meer belemmeringen op het netvlies hebben gekregen, dan kunt u deze ook sturen aan: • belemmeringen.energietransitie@rvo.nl • het contactformulier op www.npres.nl of info@npres.nl onder vermelding van ‘belemmering RES’. Bij uw accounthouder, Alfredo Verboom, kunt u natuurlijk ook uw (overige) vragen kwijt.

Daarnaast is Marjon Bosman, programmalijnmanager Doelbereik, graag bereid om uw vragen met betrekking tot de belemmeringen te beantwoorden. Wij volgen de voortvarende West-Brabantse aanpak van de energietransitie met belangstelling en ondersteunen u daar graag bij. Met vriendelijke groet,

Kristel Lammers Directeur Nationaal Programma Regionale Energiestrategie

Bijlage: reactie op gesignaleerde knelpunten

2

Bijlage reactie op gesignaleerde knelpunten Deze bijlage is opgesteld door NP RES in samenwerking met Liaisons van het Rijk die de vragen binnen de ministeries hebben uitgezet. Eventuele verdere vragen op de specifieke knelpunten kunnen het beste via de mailadressen zoals genoemd in de brief behorende bij deze bijlage worden gesteld. Knelpunten in de energietransitie Elektriciteit 1. Het is belangrijk dat er binnen de verbrede SDE++ voldoende financiële stimulans blijft voor gebouweigenaren en projectontwikkelaars om zon op dak te realiseren Met de uitbreiding van de SDE+ naar de SDE++ worden zonprojecten op een nieuwe wijze gerangschikt. Er wordt niet langer gerangschikt op basis van kostprijs, maar op basis van subsidieintensiteit (€/tCO2-reductie). De rangschikking voor de SDE++ is door de minister van EZK gedeeld met de 2e Kamer in de brief van 17 februari 2020. Aangezien ‘zon op dak’ een lagere subsidieintensiteit heeft dan ‘zon op veld’, zullen ‘zon op dak’-projecten eerder in aanmerking komen voor SDE++ subsidie dan grondgebonden systemen. 2. Het bouwbesluit moet worden aangepast, om te bewerkstelligen dat nieuwe daken sterk genoeg zijn om zonnepanelen te dragen Zoals geconstateerd wordt, biedt de bouwregelgeving momenteel geen ruimte aan gemeenten om strengere eisen aan bouwwerken te stellen dan welke generiek gelden op grond van het Bouwbesluit 2012.

Onder de Omgevingswet en het Besluit bouwwerk leefomgeving ontstaat de mogelijkheid om gemeenten maatwerk te laten toepassen op de landelijke algemene regels, die ruimte moet dan geboden worden in de rijksregels zelf. Zoals aangekondigd in de brief van de minister van EZK van 23 augustus 2019 zal de minister van BZK een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl - opvolger van het Bouwbesluit 2012 onder de Omgevingswet) in procedure brengen waarmee gemeenten meer mogelijkheden krijgen om het duurzaam gebruik van daken na lokale afweging richting burgers en bedrijven af te dwingen. Het voornemen is om gemeenten in het Bbl de bevoegdheid te geven via een zogenoemde maatwerkregel in het omgevingsplan te eisen dat nieuwe gebouwen die niet al onder de voorgenomen BENG-eisen vallen, zoals onverwarmde industriehallen, hun dak moeten gebruiken voor duurzame opwek van energie of klimaatadaptatie. De gemeente kan hierbij gebiedsgericht differentiëren. De reden dat deze mogelijkheid zich niet richt op nieuwe gebouwen die al onder de voorgenomen BENG-eisen vallen, is dat die BENG-eisen vanaf 1-1-2021 al verplichten tot een minimaal aandeel hernieuwbare energie. De verwachting is dat deze eis vaak met zonnepanelen zal worden behaald. Het aanpassen van de constructie-eisen in de bouwregelgeving is daarmee niet nodig.

Wanneer een nieuw te bouwen (of te verbouwen) bouwwerk wordt voorzien van zonnepanelen (ongeacht of dit volgt uit de regelgeving of omdat iemand dit vrijwillig doet), moet het dak (blijven) voldoen aan de minimumeisen voor de te verwachte belasting. Als de belasting toeneemt, moet het dak dus sterk genoeg zijn. Vooral lichte platte daken van bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen hebben nu veelal weinig

3

extra draagkracht, als die bij nieuw- of verbouw met een hogere belasting te maken krijgen volgt uit de regelgeving automatisch dat deze sterker moeten worden gebouwd. Met genoemde voorgenomen wijziging van het Bbl worden de mogelijkheden voor gemeenten om zon op daken van bestaande bouwwerken te stimuleren ook bezien. Bij bestaande daken bestaat grotere noodzaak voor individueel maatwerk om te bezien of het verplicht aanbrengen van zonnepanelen juridisch haalbaar en proportioneel is. Soms zal duurzaam gebruik van een bestaand dak alleen haalbaar zijn als hier financiële mogelijkheden, zoals een subsidie, tegenover staan of wordt aangesloten bij een natuurlijk vervangingsmoment, zoals renovatie. Daarom zal er voor de bestaande bouw gekozen voor zogenoemde maatwerkvoorschriften. Een dergelijk voorschrift landt in een maatwerkbesluit en moet altijd in het individuele geval door het bevoegd gezag gemotiveerd worden. De wijziging van het Bbl zal eerst publiek geconsulteerd worden (internet en bestuurlijk) en voordat deze bij Eerste en Tweede Kamer wordt voorgehangen. 3.

Zonsystemen prominenter op de Vamil en Eia-lijst komen, zodat bedrijven rendabele maatregelen zullen uitvoeren Als het gaat om fiscale en wettelijke regelingen zijn er inderdaad typen projecten en doelgroepen waar de regelingen een wat mindere businesscase geeft - aanvullend op salderen zijn er vooral voor de wat grotere kleinverbuikers (verbuik in tweede of zelfs derde schijf Energiebelasting) verschillende regelingen (in de maak) zoals de EIA en er wordt gewerkt aan een categorie binnen de ISDE. Bij grotere daken zal ook voor de zon-pv installatie een grootverbruikaansluiting nodig zijn en biedt de SDE mogelijkheden. Gezien de marktsituatie van de zonmarkt (realisatie-opgave-er is nauwelijks een ontwikkelopgave voor nieuwe projectinitiatieven) is het de vraag als er nog meer projecten bij komen (door nieuwe verbeterde subsidieregelingen) of dat uiteindelijk tot meer realisatie zal leiden. Uiteindelijk bepalen de vergunningverleningen in combinatie met regelingen wel bij welke marktsegmenten zon meer of minder toegepast gaat worden. Specifiek voor agrariërs gelden vooral veel kortingen (op toeslagen, productie ruimte, mestruimte) als sprake is van veldopstellingen maar er zijn vele soorten agrarische bedrijven dus dat kan per teelt verschillen.

Op daken spelen er niet veel belemmeringen tenzij de opwek (en met mate verdiensten daaraan) in verhouding tot het agrarisch bedrijf zo groot wordt dat de fiscus het bedrijf niet langer aanmerkt als (hoofdzakelijk) agrarisch bedrijf. Doorgaans is dat niet het geval bij daken. Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd, bijvoorbeeld de (deels) stoppende agrariërs). In het buitengebied is het bestaande net doorgaans sneller ontoereikend. De mogelijkheden en belemmeringen voor Zon op grote (boeren-)daken worden uitgebreid bestudeerd. Ook vanuit veel andere regio’s is aangegeven dat dit een belangrijk punt is. Er komt nu eerst een factsheet over zon-op-boeren-daken: dat er eigenlijk geen belemmeringen zijn (mythes ontkrachten) en wat wel (en wat daarmee dan wellicht zou moeten worden gedaan en door wie en waarom dat wel of niet een goed idee is etc.). Hierbij is ook relevant dat het merendeel van de zonaanbieders en adviseurs nog rekent met het toepassen van standaard glaspanelen en vaak niet gedacht wordt aan lichtgewicht pv modules. Dat kunnen modules zijn met kunststof. Dat kan voor zo’n 50% gewichtsreductie zorgen of flexibele dakbanen die een gewicht hebben van circa 5-10% van een standaard paneel volgens opgave leveranciers. Ook komen er steeds meer gevelproducten op de markt die een alternatief kunnen zijn als er minder panelen op het dak toegepast kunnen worden.

Er zijn momenteel echter zoveel zon-initiatieven en vraag naar zon dat aanbieders/installateurs het in aanbod en realisatie niet

4

kunnen bijhouden (de pijplijn van te realiseren SDE beschikkingen zon is bijvoorbeeld groter dan 6 GW en jaarlijkse realisatie aan SDE is in 2019 weer bijna verdubbeld naar 1,5GW aan SDE (en 2,4 GW in 2019 voor heel Nederland). Helaas is het realisatietempo lang niet hoog genoeg om alle projecten in de markt te kunnen bedienen. Dit zorgt ervoor dat zonaanbieders en installateurs eerder voor standaard projecten kiezen met standaard panelen dan een aanbod te doen van producten waar ze zelf ook niet eerder ervaring mee hebben. Er is zelfs een Nederlandse producent van flexibele pv dakbanen HyEt Solar, maar er zijn ook buitenlandse producenten die voor de Nederlandse markt leveren. Deze zijn nog relatief erg onbekend. Referentie: Met RvO (Rijksdienst voor ondernemend Nederland) kan contact worden opgenomen over alle zaken rondom de bestaande subsidie-regelingen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is verantwoordelijk voor het beleid. 4. De uitvoering van de energiestrategie vergt extra capaciteit op het elektriciteitsnetwerk. Het Rijk wordt daarom gevraagd netbeheerders het volgende toe te staan: a. Het combineren van wind en zon samen op één kabel (cable pooling); b. Het terugregelen van elektriciteitsbronnen bij overbelasting; c. Het flexibele inzetten van reservecapaciteit in stations en op het net; d.

Het toestaan van meerdere leveranciers op een aansluiting (Mloea).

Ad 4a: Op 9 juli 2020 is de wet gepubliceerd die de Elektriciteitswet wijzigt, zodat cablepooling mogelijk wordt. De wetswijziging is daarmee op die datum van kracht geworden. Ad 4b: Er zijn al mogelijkheden binnen de huidige Netcode elektriciteit, maar dat is te beperkt voor grootschalige toepassing met name op het niveau van de distributienetten. Er lopen gesprekken om de mogelijkheden uit te breiden met het codewijzigingsvoorstel congestiemanagement. Alternatieve oplossingen zoals dynamisch terugleveren kun je hier ook onder scharen. Ad 4c: De zogenaamde ‘Vluchtstrook’ kan op dit moment al worden ingezet door middel van ontheffingen. Er is een Algemene Maatregel van Bestuur in voorbereiding voor een verdere uitbreiding van de mogelijkheden (AMvB N-1). Deze ligt op dit moment bij de Raad van State, verwacht wordt dat deze dit najaar met een advies komt. Ad 4d: Het toestaan van meerdere leveranciers op een aansluiting (Mloea) is al sinds enige tijd mogelijk.

5. Een deel van de geplande en extra windturbines heeft naar verwachting te maken met beperkingen vanwege radarinstallaties voor vliegverkeer. Dit kan soms worden ondervangen met lagere turbines die alleen (technisch-financieel) haalbaar zijn als het Rijk er voldoende subsidie voor beschikbaar stelt en-of het nationale belang van de radarzones van vliegbasis Woensdrecht erkent. Onlangs is door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een factsheet opgesteld over ‘Radartoetsing en windturbines’. Deze is te downloaden op: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzameenergie-opwekken/windenergie-op-land/milieu-en-omgeving/radar

5

6. Vanwege haalbaarheid en draagvlak vormen ook de verzekerbaarheid van objecten en gewijzigde regelgeving op het gebied van obstakelverlichting aandachtspunten De minister van economische zaken en klimaat heeft op 10 februari van dit jaar kamervragen beantwoord over de verzekering van zonnepanelen. Deze beantwoording kunt u vinden via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/02/10/beantwoordingkamervragen-over-de-verzekering-van-zonnepanelen . Wat betreft de regelgeving rondom obstakelverlichting geldt dat het sinds juni 2020 ook mogelijk is om de obstakelverlichting te schakelen op basis van een radar naderingsdetectiesysteem. De zichtbare obstakelverlichting wordt alleen ingeschakeld als er laagvliegende luchtvaartuigen in de buurt van windparken zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kleine vliegtuigen en helikopters. Dit zal resulteren dat de zichtbare verlichting ’s nachts meestal uit is indien een dergelijk naderingsdetectiesysteem wordt toegepast. Meer hierover is te vinden in het informatieblad over aanduiding van windturbines en windparken: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-31428.html

Warmte

1. Regels en middelen, die leiden tot een financieel aantrekkelijke businesscase voor warmte(net)projecten Onlangs heeft het ministerie van economische zaken en klimaat de Wet collectieve warmtevoorziening ter consultatie voorgelegd. Het doel van deze wet is om het draagvlak voor het product warmte, het vertrouwen in de markt en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmte, te vergroten. Hierop zijn door diverse partijen reacties opgesteld, waaronder door enkele RES-regio’s. Verder verwijzen we graag naar de website van het Expertise Centrum Warmte, thema ‘Marktordening en Financiering’. 2. Maatregelen die de business case van warmtenetten verbeteren, onder andere gericht op financiering, financiële risico’s en marktordening. Zie de reactie op punt 1 onder Warmte. 3. Financiële bijdragen aan de realisatie en uitbreiding van (boven)regionale warmtenetten Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft het PBL gevraagd advies uit te brengen over de openstelling van de SDE++ (Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie) in 2021. In 2020 is de bestaande SDE+-regeling verbreed naar de SDE++. Nieuw hierbij was dat naast categorieën voor de productie van hernieuwbare energie ook CO2-reducerende opties anders dan hernieuwbare energie in aanmerking komen voor subsidie, de verbredingsopties. Voor het advies

6

voor de SDE++ 2021 kijkt het PBL naar nieuwe opties om aan de regeling toe te voegen, terwijl het ook de in 2020 opengestelde opties blijft herijken naar de laatste marktontwikkelingen.

4. Standaards voor open netten, zodat meerdere leveranciers warmte kunnen leveren en afnemers kunnen kiezen tussen diverse aanbieders In kader van de internetconsultatie inzake de Wet collectieve warmtevoorziening is in enkele reacties ook gevraagd naar de mogelijkheden van ‘open warmtenetten’. Naar verwachting zal het ministerie bij de beantwoording hierop ingaan. 5.

Stimulansen om restwarmte te benutten, bijvoorbeeld door beprijzing of verbod op het lozen van restwarmte

In de bovengenoemde Wet collectieve warmtevoorziening is een artikel opgenomen over een ‘ophaalrecht voor restwarmte’. Ook over dit onderwerp zijn reacties ingediend in internetconsultatie. 6.

Een regeling voor het meenemen van particuliere woningen bij het verduurzamen van complexen die grotendeels in het bezit zijn van woningcorporaties

Er is momenteel geen regeling of wetgeving die particulieren kan dwingen hun bezit te verduurzamen, laat staan aardgasvrij te maken. In het Klimaatakkoord is wel afgesproken dat gemeenten een recht moeten krijgen om de levering van aardgas in een gebied stop te zetten. Dit kan woningcorporaties (en de gemeente) ook helpen in het geval van gespikkeld bezit. Zowel de corporatie als de particulier wordt dan immers gedwongen om een aardgasvrij alternatief voor de huidige warmtevoorziening te vinden. Dit recht zou opgenomen kunnen worden in de Omgevingswet, waarvan de implementatie is uitgesteld. Wanneer de Omgevingswet, en dit recht voor de gemeente, wel wordt geïmplementeerd, is nog onduidelijk. 7.

De mogelijkheden voor gebouwgebonden financiering op korte termijn regelen.

In het kader van het Klimaatakkoord is toegezegd dat de ten behoeve van gebouwgebonden financiering benodigde aanpassing van het Burgerlijk Wetboek voor eind 2022 gereed zullen zijn. Vanaf dat moment kunnen marktpartijen hiermee aan de slag. Woonlastenneutraliteit In uw brief verzoekt u ook om aan te geven welke bijdrage het Rijk kan leveren aan een woonlastenneutrale realisatie van de RES. In het klimaatakkoord is woonlastenneutraliteit als randvoorwaarde opgenomen voor een succesvolle transitie in de gebouwde omgeving. Onlangs is over dit onderwerp door PBL een studie gepresenteerd over de mogelijkheden de transitie woonlastenneutraal uit te voeren. Naar aanleiding van dit rapport zijn onlangs Kamervragen gesteld. Een reactie van het Kabinet wordt op korte termijn verwacht.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=da8a5733-0b23-497c-93c3-dc2bd11d677a