CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6 Toetsingsadvies commissie MER dd 17 maart 2022.pdf

Raad besluit 11 juli 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsvisie4.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie Etten-Leur Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 17 maart 2022 / projectnummer: 3398

Advies in het kort De gemeente Etten-Leur stelt een omgevingsvisie op om de koers voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente te bepalen voor de periode tot 2030 (met een doorkijk tot 2040). De visie maakt strategische keuzes, onder andere op het gebied van woningbouw, bedrijven, mobiliteit, duurzame energie en landbouw. Daarnaast worden in de omgevingsvisie concrete locaties vastgelegd voor woningbouw en aanpassing van de wegenstructuur. Voor het besluit over de visie is een milieueffectrapport opgesteld. De gemeenteraad van Etten-Leur heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.

Wat blijkt uit het MER? Het MER beschrijft op hoofdlijnen de milieueffecten van de omgevingsvisie. Daarbij is onderscheid gemaakt in vier deelgebieden (centrum, woongebieden, werkgebieden en buitengebied). Voor de strategische keuzes in de omgevingsvisie zijn geen (strategische) alternatieven in beeld gebracht. Volgens het MER scoort de omgevingsvisie op vrijwel alle milieuthema’s positief ten opzichte van de huidige situatie, doordat de visie een positieve bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten. Alleen voor verkeer en geluid worden risico’s gezien op afname van de kwaliteit en toename van gezondheidsrisico's daarvan. Naast deze globale beoordeling onderzoekt het MER de effecten van mogelijke locaties voor de bouw van woningen, de aanleg van bedrijventerrein en het realiseren van nieuwe infrastructuur (ontwikkellocaties). Op basis van de concept-omgevingsvisie en het conceptMER heeft de gemeenteraad tussentijds al besluiten genomen over deze locaties.1 Het MER laat de effecten van alle alternatieven en varianten zien, ook wanneer deze tussentijds zijn afgevallen. De potentiële woningbouwlocaties blijken vooral onderscheidend wat betreft effecten op verkeer en geluid. Het herontwikkelen en herstructureren van bestaande bedrijventerreinen scoort op milieu en duurzaamheid beter dan het ontwikkelen van nieuwe locaties.

Deze leiden tot negatieve effecten op onder andere natuur, water, cultuurhistorie en hinder voor omwonenden. De varianten voor nieuwe infrastructuur leiden tot doorsnijding van het buitengebied en daardoor tot negatieve effecten op natuur, landschap, cultuurhistorie en/of water. De varianten verschillen in de mate waarin knelpunten voor autoverkeer worden opgelost en (geluid)hinder voor omwonenden optreedt.

Wat is het advies van de Commissie? Het MER is zeer uitgebreid en heeft verschillende bijlagen. Dit geeft veel informatie over de huidige situatie en trends voor de vier deelgebieden. Het MER maakt duidelijk dat deze informatie is gebruikt in het proces voor totstandkoming van de omgevingsvisie en om daarin tussentijds keuzes te maken. Daardoor kon het milieubelang in verschillende stadia van besluitvorming worden meegewogen. De (effecten van de) ontwikkellocaties zijn in het MER separaat en gedetailleerder beschreven dan de effecten van het strategische deel van de omgevingsvisie. De omvang, de combinatie van globale beoordeling van de visie en de specifiekere beoordeling van de ontwikkellocaties

1

Dit heeft geleid tot aanpassing van de onderzoeksvraag: doorkijk naar 2040 met meer woningen (maximaal 2.300), wijziging in mogelijke woningbouwlocaties, geen nieuw bedrijventerrein en aanpassing van de onderzoeksvarianten voor weginfrastructuur.

-1-

én het feit dat tussentijds de onderzoeksvarianten zijn gewijzigd maken het MER echter lastig leesbaar. Door de tussentijdse besluitvorming over de ontwikkellocaties gedeeltelijk te verwerken in het MER en teksten over afgevallen en nieuwe varianten met elkaar te vervlechten kan verwarring ontstaan. Bovendien geeft het MER niet weer hoe de milieueffecten zijn meegewogen in de tussentijdse keuzes. Vanuit milieuoogpunt scoren sommige van de afgevallen varianten namelijk juist beter dan de overgebleven en nieuwe varianten. Ook de ontwerp-omgevingsvisie licht de keuzes niet toe. De Commissie adviseert bij de besluitvorming over de omgevingsvisie deze toelichting alsnog te geven. De Commissie constateert dat op een aantal punten nog informatie ontbreekt die belangrijk is voor de besluitvorming over de omgevingsvisie. Deze informatie is volgens de Commissie onder andere van belang om de ‘agenda’ van de (nieuwe) gemeenteraad voor het omgevingsbeleid voor de komende jaren vast te stellen. Het gaat om de volgende punten: •

Ambities niet vertaald naar concreet beoordelingskader. De gemeentelijke ambities en milieudoelen die in de omgevingsvisie staan zijn in het MER niet vertaald naar concrete toetsbare criteria. Het MER scoort daardoor vooral de ambities zelf en niet de gevolgen die het realiseren van de ambities hebben voor het milieu. Dit wekt de indruk dat de omgevingsvisie vrijwel uitsluitend positieve effecten heeft. Het MER geeft nauwelijks informatie over risico’s, knelpunten en kansen. Ook is onduidelijk in hoeverre ambities verenigbaar of conflicterend zijn.

•

Effectbeoordeling is niet goed navolgbaar. Hoewel het MER zeer veel bruikbare data bevat, zijn deze onvoldoende gebruikt om tot een passend beoordelingskader te komen. De effectbeoordeling is daardoor niet goed navolgbaar. Dit komt ook doordat de relatie tussen strategische keuzes in de omgevingsvisie en effecten niet goed is gelegd.

•

Stikstofdepositie locatieafwegingen nog onvoldoende onderzocht. De Passende beoordeling geeft geen kwantitatieve informatie over gevolgen van de ontwikkellocaties voor de stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden (Natura 2000).

De Commissie adviseert de ontbrekende informatie in een aanvulling op het MER op te nemen voordat besloten wordt over de omgevingsvisie. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Aanleiding MER De omgevingsvisie beschrijft het integrale beleid van de gemeente met betrekking tot de fysieke leefomgeving voor de middellange tot lange termijn. Omdat de omgevingsvisie mogelijk kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten – zoals stedelijke ontwikkelingen, uitbreiding van bedrijventerrein en aanpassing van wegen2 - is een plan-MER opgesteld. Een plan-MER is ook nodig vanwege mogelijke gevolgen voor Natura 2000gebieden, zoals Ulvenhoutse Bos, Hollands Diep en Biesbosch. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Etten-Leur - besluit over de omgevingsvisie.

2

In het MER is aangegeven dat deze ontwikkelingen onder de ‘drempelwaarden’ van het Besluit m.e.r. blijven.

-2-

De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3398 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

Figuur 1: gebiedsindeling Omgevingsvisie Etten-Leur; geel = woongebieden, rood = centrumgebied, blauw = werklocaties, groen = buitengebied (bron: MER)

-3-

Toelichting op de beoordeling In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Het uitvoeren daarvan is volgens de Commissie essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij het besluit over de omgevingsvisie. In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

Ambities en beoordelingskader 2.1.1

Ambities en milieudoelen niet vertaald naar meetbare criteria De ontwerp omgevingsvisie geeft blijk van hoge ambities van de gemeente voor onder andere een gezonde leefomgeving, biodiversiteit, duurzame bereikbaarheid en duurzame energie. Naast deze ambities zijn voor 2030 ook doelstellingen en randvoorwaarden voor milieuaspecten (zoals klimaat, natuur, landschap, geluid, luchtkwaliteit) opgenomen3. Een van de doelen van het MER is te laten zien wat een plan bijdraagt aan de gestelde ambities en milieudoelen. In dit geval gaat het om de vraag in hoeverre de beleidskeuzes en kaders van de omgevingsvisie leiden tot het behalen van de ambities. Daartoe is het nodig de algemeen geformuleerde ambities te vertalen naar doelen die voldoende ‘SMART’ zijn: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.4 Ook is van belang dat bepaald wordt in hoeverre de gemeente zelf kan sturen dan wel afhankelijk is van externe invloeden en (samenwerking met) andere partijen. Dit moet duidelijk maken welke doelen de gemeente zich stelt voor 2030 en/of 2040: “wanneer is het goed genoeg?” Door de ambities te vertalen naar meetbare beoordelingscriteria kunnen beleidsuitspraken (en eventuele alternatieven) daaraan worden getoetst. Dit geeft de gemeenteraad de benodigde informatie over de effectiviteit van beleidskeuzes.

Deze vertaling naar meetbare criteria ontbreekt echter grotendeels in het MER. Zo geeft tabel S2 in de samenvatting van het MER aan dat de omgevingsvisie positief scoort op vrijwel alle milieuthema’s, maar zijn deze scores nauwelijks onderbouwd. Het MER geeft aan dat de “effecten van de ambities” beschreven zijn. Omdat de ambities in de ontwerp-omgevingsvisie hoog zijn, kan het niet anders zijn dan dat deze beoordeling positief uitpakt. Deze beoordeling zegt echter meer over de ambities zelf dan over de risico's, kansen en knelpunten die bij het concreet maken van deze ambities kunnen blijken. Juist deze informatie is van belang voor de besluitvorming door de gemeenteraad.5 Ter illustratie: •

Energie. Voor het thema energie wordt positief gescoord, omdat er ambities zijn geformuleerd (RES, warmtetransitie visie) zonder in te zoomen op kansen en knelpunten die ongetwijfeld ook in Etten-Leur zullen optreden. Door alleen het bestaan van ambities te beoordelen geeft het MER onvoldoende inzicht in de potentiële (milieu)effecten die bij

3

In §3.5 van het MER.

4

De milieudoelen zijn in §3.5 van het MER in sommige gevallen wel concreet geformuleerd. Zo wordt er vanuit gegaan dat in 2030 voldaan zal worden aan de advieswaarden voor luchtkwaliteit van de WHO, wordt gestreefd naar minimaal 80 m2 openbaar groen per woning en zijn specifieke doelen en randvoorwaarden voor bedrijventerreinen aangegeven. Deze doelen zijn echter niet vertaald naar toetsingscriteria voor de beoordeling van de effecten van keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt. Zie ook §2.3. van dit advies.

5

In enkele zienswijzen wordt gewezen op potentiële knelpunten en risico’s voor het milieu bij de nadere uitwerking.

-4-

het realiseren van de ambities kunnen optreden. Denk aan de effecten van keuzes over wel/geen windturbines en zonnevelden. Mogelijke aandachtspunten bij de verdere uitwerking van de energietransitie blijven nu buiten beeld. •

Mobiliteit. Het MER geeft aan dat de gemeente streeft naar duurzame mobiliteit, maar deze ambitie vertaalt zich niet in concrete doelen of beleidsuitspraken. Op het thema ‘verkeer en mobiliteit’ scoort de omgevingsvisie zowel positief als negatief, maar daarbij wordt gesteld dat ‘autoverkeer moeilijk te beïnvloeden is’. Deze stelling is niet onderbouwd. Er wordt nauwelijks aandacht besteed aan kansen voor mobiliteitstransitie door sturing van autoverkeer, inzet op openbaar vervoer, fiets en ketenmobiliteit. Aan autobereikbaarheid wordt wel veel aandacht besteed. Illustratief daarvoor is dat de meer concrete afwegingen die in de omgevingsvisie worden gemaakt over nieuwe woongebieden en infrastructuur vooral uit lijken te gaan van (het faciliteren van) autoverkeer.6

•

Gezondheid. Het oordeel voor gezondheid en daaraan gerelateerde thema’s (geluid, luchtkwaliteit, geur, veiligheid) is overwegend positief. Het MER verwijst naar normen en WHO advieswaarden maar het is onduidelijk welke waarden precies als toetsingscriterium zijn gebruikt in het MER.7 Voor geluid wordt gesteld dat gevelbelasting grotendeels meer dan voorkeursgrenswaarde bedraagt en sanering nodig is, maar tegelijkertijd wordt de situatie als neutraal/redelijk beoordeeld en met groen aangeduid. Ook wordt gerefereerd aan de WHO advieswaarden, zonder beschouwing van te verwachten gezondheidseffecten8. Tenslotte wordt gesteld dat er weinig gemeentebrede informatie beschikbaar is over gezondheidssituatie, terwijl deze via GGD beschikbaar is.9

2.1.2

Onderlinge strijdigheid ambities niet duidelijk Pagina 73 van het MER geeft aan dat het MER een hulpmiddel is om mogelijk conflicterende ambities en doelstellingen in beeld te brengen. Deze analyse komt echter in het MER niet of nauwelijks aan bod. Daardoor is nog niet duidelijk in hoeverre de ambities haalbaar en verenigbaar zijn. Een belangrijk risico hiervan is dat spanning tussen de verschillende opgaven, ambities en belangen pas op een later moment (bijvoorbeeld bij nadere uitwerking in programma’s of omgevingsplan) duidelijk wordt. Het is waarschijnlijk dat bepaalde ambities niet (volledig) realiseerbaar zijn en/of dat ambities met elkaar botsen en dat ‘niet alles overal kan’. Dit volgt nu niet uit het MER, omdat niet integraal naar de opgaven en ambities is gekeken. De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming in een aanvulling op het MER: •

de ambities en milieudoelen te vertalen naar toetsbare criteria, zodanig dat knelpunten en kansen van beleidskeuzes in de omgevingsvisie hier uit afgeleid kunnen worden;

•

de haalbaarheid en verenigbaarheid van de ambities en milieueffecten daarvan te analyseren, zodat duidelijk wordt in hoeverre er sprake is van conflicterende claims;

6

Ook in verschillende zienswijzen is aangegeven dat er weinig aandacht is voor de mobiliteitstransitie.

7

Bijvoorbeeld: welke mate van luchtverontreiniging wordt bestempeld als goed, redelijk of matig? Hoeveel mensen worden blootgesteld aan ongezonde niveaus van luchtverontreiniging? Waar wonen deze mensen en waar worden verbeteringen verwacht?

8

De WHO baseert de advieswaarde op een hoog percentage ernstige hinder (10%) en ernstige slaapverstoring (11%). De GGD'en in Nederland hanteren een lagere advieswaarde voor geluid, namelijk 50 dB. Bij dat niveau zijn effecten op het hart te verwachten (via mechanismen van stress en slaapverstoring).

9

De zienswijze van de GGD bevat een uitgebreide toelichting op de WHO advieswaarden. Deze kunnen worden gebruikt bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie.

-5-

•

op basis hiervan een overzicht te geven van de belangrijkste knelpunten en kansen, die mede de ‘agenda’ vormen voor implementatie en uitwerking van de omgevingsvisie (zie ook §2.3 van dit advies).

Effectbeoordeling strategisch deel omgevingsvisie 2.2.1

Referentiesituatie: staat van de leefomgeving Hoofdstuk 4 van het MER beschrijft de huidige staat van de leefomgeving in Etten-Leur en de toekomstige staat bij autonome ontwikkeling. Onder de autonome ontwikkeling worden zowel externe trends en ontwikkelingen verstaan als voortzetting van huidig gemeentelijk beleid. Het MER geeft aan dat op veel thema’s het bestaande beleid als voldoende effectief wordt beschouwd en dat er geen reden is om dit te veranderen. De beschrijving van de referentiesituatie is vrij uitgebreid. Er is ook een losse bijlage, die een zeer uitgebreide beschrijving van ‘de staat van de leefomgeving’ bevat. Vooral deze bijlage bevat veel relevante data, die een belangrijke rol kan spelen bij het signaleren van opgaven voor het ruimtelijk beleid en voor monitoring. In het MER ontbreekt een analyse van de referentiesituatie op belangrijke knelpunten en kansen voor het omgevingsbeleid. Uit het MER is niet goed af te leiden hoe groot knelpunten zijn, waar deze zich voordoen en welke rol het bestaande beleid en de autonome ontwikkeling daarin spelen. Daarmee wordt de opgave voor de omgevingsvisie niet goed helder. In het MER is ook geen duidelijke relatie gelegd tussen de referentiesituatie en de ambities voor de omgevingsvisie. Dit heeft gevolgen voor de beoordeling van de effecten (zie de volgende paragraaf).10

2.2.2

Effectbeoordeling Zoals aangegeven is de toetsing aan de gemeentelijke ambities zeer algemeen en onvoldoende concreet onderbouwd. De positieve beoordeling in tabel S2 zegt vooral iets over de intenties van de gemeente, maar de haalbaarheid en verenigbaarheid van de ambities is onzeker. In de begeleidende tekst wordt soms wel op mogelijke risico’s en knelpunten gewezen – vooral voor bereikbaarheid en geluidhinder – wat leidt tot aandachtspunten voor het vervolg. De scherpte en urgentie hierin ontbreekt echter. Het beoordelingskader in het MER vormt geen goede navolgbare uitwerking van de ambities en milieudoelen en de koppeling met de staat van de leefomgeving ontbreekt. Hierdoor treedt veel informatieverlies op. De effectscores zijn daardoor weinig zeggend en niet goed navolgbaar. Daar komt bij dat niet duidelijk is welke beleidsuitspraken uit de omgevingsvisie leiden tot een bepaalde score. Hoofdstuk 6 van het MER geeft hierover alleen globaal informatie. Ook de gehanteerde methodiek voor het beoordelen van de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de omgevingsvisie leidt tot onduidelijkheid en informatieverlies. De huidige situatie is op basis van de staat van de leefomgeving ‘absoluut’ beoordeeld: hoe staan de

10

Bijvoorbeeld: wanneer gezondheidsdata laten zien dat een groot deel van de inwoners te weinig beweegt en overgewicht heeft, is het logisch dat er ambities geformuleerd worden om actieve mobiliteit (lopen en fietsen) te stimuleren. De ambities kunnen geconcretiseerd worden voor modal split, beweeggedrag, beweegvriendelijkheid. Dan kunnen beleidskeuzes op deze criteria beoordeeld worden.

-6-

deelgebieden in Etten-Leur er op dit moment voor. De autonome situatie is relatief beoordeeld ten opzichte van de huidige situatie: is er sprake van een positieve of een negatieve trend, op basis van externe ontwikkelingen of bestaand beleid. De omgevingsvisie is vervolgens relatief beoordeeld ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Los van de in §2.2 van dit advies aangehaalde onduidelijkheid over het onderscheid tussen bestaand beleid en nieuw beleid is de betekenis van dit oordeel niet helder. Tabel 6.8 laat voor verkeer en mobiliteit bijvoorbeeld zien dat de huidige situatie positief scoort, de autonome ontwikkeling negatief en de omgevingsvisie deels positief en deels negatief. Bijlage 1 van het MER (beoordeling van ambities) geeft hierover wel meer informatie doordat een toelichting bij elke beoordeling is gegeven en doordat een extra kolom is toegevoegd met aandachtspunten en afwegingen. De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming in een aanvulling op het MER: •

het beoordelingskader te concretiseren op basis van de staat van de leefomgeving en de in §2.1 van dit advies genoemde vertaling van ambities en milieudoelen;

•

de effectbeoordeling hiermee aan te scherpen en te onderbouwen welke beleidsuitspraken van de omgevingsvisie leiden tot welke beoordeling;

•

deze beoordeling te gebruiken voor het vaststellen van de belangrijkste aandachtspunten voor de besluitvorming en de uitwerking (agenda) van de omgevingsvisie.

Locatieverkenningen als onderdeel van de omgevingsvisie Naast een globale beoordeling van de strategische keuzes in de omgevingsvisie beschrijft het MER de effecten van locatieverkenningen voor woningen, bedrijventerrein en nieuwe infrastructuur. In eerste instantie is hierbij voor elk van deze ontwikkelingen een aantal alternatieven onderzocht: drie mogelijke locaties voor de ontwikkeling van in totaal 600 woningen, drie locaties voor nieuwe ‘werklocaties’ (doel in totaal 10 ha) en drie varianten voor de realisatie van nieuwe infrastructuur, naast een variant die uitgaat van het verlengen en gebruiken van de bestaande infrastructuur. De afweging tussen deze varianten hangt sterk samen, aangezien nieuwe woon- en werkgebieden leiden tot een grotere belasting van de infrastructuur. Uit het MER blijkt dat de gemeenteraad op basis van eerdere concepten van de omgevingsvisie en het MER op 22 februari 2021 tussentijds besluiten heeft genomen over deze varianten: •

Van de drie locaties voor woningbouw valt een locatie af (Groene Wig) en wordt voor de andere locaties een doorkijk naar meer woningen (in totaal 2.300) in 2040 overwogen.

•

De uitbreiding van werklocaties met 10 hectare bedrijventerrein vervalt.

•

Van de infrastructuurvarianten vervalt de variant ‘doortrekking Aletta Jacobslaan’ en is een variant ‘parallelweg langs de A58’ toegevoegd.

Het feit dat in het proces de ruimte is genomen voor tussentijdse besluitvorming en bijsturing door de gemeenteraad – mede op basis van het concept-MER - geeft blijk van zorgvuldigheid. Doordat de daarbij afgevallen varianten nog wel in het MER zijn beschreven en beoordeeld is dit proces ook transparant en navolgbaar. Zoals in het MER is aangegeven blijft de inhoudelijke informatie over potentiële locaties voor de gemeenteraad en belanghebbenden daardoor behouden.

-7-

Figuur 2: Indicatief overzicht van onderzochte nieuwe woonlocaties (geel), werklocaties (paars) en infrastructuur (rood indicatief gestippeld) tot 2030 (bron: MER) Hoewel de Commissie het van belang vindt dat de effecten van mogelijke alternatieven en varianten volledig worden beschreven, kan de gekozen werkwijze tot verwarring en onduidelijkheid leiden. Door de gekozen structuur lopen in het MER oorspronkelijke, afgevallen en nieuwe varianten door elkaar. De samenvatting en het MER zijn onnodig uitgebreid en rommelig doordat de tussentijdse besluiten verschillende keren terug komen in de tekst en tot extra tabellen en beoordelingen leiden. Naar het oordeel van de Commissie was het duidelijker geweest als in het MER alle varianten gelijkwaardig beschreven waren en de afweging en verantwoording in de omgevingsvisie of oplegnotitie was verwerkt. Verder constateert de Commissie dat de tussentijdse besluiten in het MER en de ontwerp omgevingsvisie niet zijn onderbouwd. Het MER geeft geen (milieu)argumenten voor het afschrijven en toevoegen van varianten, behalve de wens om een doorkijk naar 2040 te onderzoeken. De rol die het milieubelang hierbij heeft gespeeld is daardoor ook onduidelijk.

Op basis van de resultaten van de eerste effectbeoordeling lijkt bijvoorbeeld het doortrekken van de Aletta Jacobslaan relatief positief te scoren, terwijl de nieuw toegevoegde parallelweg langs de A58 erg weinig effectief lijkt te zijn. Ook is onduidelijk waarom de Groene Wig afvalt als potentiële woningbouwlocatie en waarom het streven naar 10 hectare nieuw bedrijventerrein is losgelaten.11 De Commissie beveelt aan om bij besluitvorming over omgevingsvisie de tussentijdse keuzes toe te lichten en aan te geven welke rol het milieubelang heeft gespeeld bij de gemaakte afwegingen.

11

Verschillende zienswijzen stellen de tussentijds gemaakte keuzes ter discussie, mede op basis van de milieueffecten. Er wordt vooral gewezen op het risico van wateroverlast op de potentiële woningbouwlocatie Lage Vaartkant. Ook wordt aangegeven dat de doortrekking van de Aletta Jacobslaan gunstiger scoort dan andere infrastructuur oplossingen.

-8-

Passende beoordeling Een separate Passende beoordeling gaat in op mogelijke significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, zoals Ulvenhoutse Bos, Hollands Diep en Biesbosch. Vanwege de afstand tot de Natura 2000-gebieden is alleen gekeken naar mogelijke effecten van stikstofdepositie. Voor de beoordeling van de strategische keuzes in de omgevingsvisie geeft de kwalitatieve beoordeling van mogelijke risico’s en aandachtspunten voor het vervolg voldoende informatie. De Commissie merkt op dat de conclusie in de Passende beoordeling dat de omgevingsvisie een positief effect heeft op het halen van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden erg voorbarig is. Zoals eerder aangegeven zijn de effecten van de omgevingsvisie sterk afhankelijk van de uitwerking daarvan. Veel ontwikkelingen die in de ontwerp omgevingsvisie zijn beschreven kunnen tot een toename van stikstofemissies leiden. In de omgevingsvisie wordt echter ook besloten over concrete nieuwe woonlocaties en aanpassingen van infrastructuur. De effecten daarvan op de verkeerssituatie zijn vrij gedetailleerd in beeld gebracht, omdat dit nodig is om te bepalen of nieuwe knelpunten kunnen ontstaan. Met deze verkeersgegevens hadden ook de gevolgen van stikstofuitstoot op een hoger detailniveau berekend (met behulp van AERIUS) kunnen worden.

Dit is nodig om te kunnen vaststellen welke maatregelen nodig zijn om de woningbouwplannen en de aanpassingen aan de infrastructuur te realiseren zonder aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden. Het ligt immers voor de hand dat nieuwe woningen en extra verkeer in beginsel leiden tot een extra belasting van deze gebieden. Stikstofberekeningen zijn echter niet in het MER en de Passende beoordeling opgenomen. Ook maakt de Passende beoordeling nog onvoldoende aannemelijk dat effecten op stikstofgevoelige natuur voorkomen kunnen worden met behulp van mitigerende maatregelen. Daardoor kan op basis van de Passende beoordeling nog niet worden vastgesteld of de gemaakte keuzes voor woningbouw en infrastructuur uitvoerbaar zijn binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. De Commissie adviseert om, voordat besloten wordt over de locaties voor woningbouw en aanpassingen aan infrastructuur, in een aanvulling op het MER: •

een kwantitatieve analyse uit te voeren van mogelijke toenames van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden en andere stikstofgevoelige natuur;

•

aan te geven welke mitigerende maatregelen genomen kunnen worden om aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden te voorkomen en de effectiviteit en haalbaarheid van deze maatregelen aan te tonen.

-9-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep (in een eerdere fase van de procedure) het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Jan Bakker dr. Loes Geelen PhD. drs. Pieter Jongejans (secretaris) ir. Joep Lax Marja van der Tas (voorzitter) drs. Gerrit de Zoeten Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie gemeente Etten-Leur. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat.

Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit stedelijke ontwikkeling (categorie D11.2). Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Etten-Leur. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 25 februari 2022 heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3398 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=9dcab095-4bba-42e5-a1cf-9268fa5e016f