CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Toelichting - nader onderzoek vleermuizen

Raad besluit 10 juli 2023, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Spoorlaan 192.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur In het kader van de Wet natuurbescherming

1 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

Colofon In opdracht van

Antea Group

Contactpersoon

Martijn Stabel

Datum

25 juli 2022

Kenmerk

RA21089-01

Aantal pagina’s

17

Status rapport

Concept

Contactpersoon

Benjamin Backx

Telefoonnummer

06 1511 4537

E-mail

info@ecoassist.nl Backx, B.J.A., 2022. Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan

Wijze van citeren

19 Etten-Leur. In het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport RA21089-01. Eco Assist, Helmond.

Eco Assist B.V.

Eco Assist is lid van het Netwerk Groene Bureaus:

Wildenborchlaan

brancheorganisatie voor kwaliteitsverbetering en

5709 RR Helmond

belangenbehartiging

06 15 114 537 info@ecoassist.nl www.ecoassist.nl Eco Assist B.V. is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Eco Assist; opdrachtgever vrijwaart Eco Assist voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © copyright Eco Assist B.V./ Antea Group Dit rapport is vervaardigd op verzoek van Antea Group . Niets uit deze rapportage mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Eco Assist, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

2 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

Inhoudsopgave

COLOFON ..................................................................................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE ......................................................................................................................... 3 1.

INLEIDING ............................................................................................................................. 5

1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................ 5 1.2 DOEL ...................................................................................................................................... 5 2.

PLANGEBIED & INGREEP ........................................................................................................ 6

2.1 LOCATIE .................................................................................................................................. 6 2.2 BESCHRIJVING ......................................................................................................................... 6 2.3 VOORGENOMEN INGREEP ........................................................................................................ 6 2.4 PLANNING .............................................................................................................................. 7 3.

WERKWIJZE ........................................................................................................................... 8

3.1 VELDDATA .............................................................................................................................. 8 3.2 WERKWIJZE VLEERMUISONDERZOEK ........................................................................................ 8 3.3 VOLLEDIGHEID INVENTARISATIE .............................................................................................. 9 4.

ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................................................................10

5.

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING .....................................................................11

5.1 EFFECTEN ...............................................................................................................................11 5.2 TOETS WET NATUURBESCHERMING.........................................................................................11 6.

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................12

6.1 CONCLUSIE.............................................................................................................................12

3 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

6.2 AANBEVELINGEN ....................................................................................................................12 7.

BRONNEN ............................................................................................................................13

7.1 RAPPORTAGES & BOEKEN .......................................................................................................13 7.2 WEBSITES ..............................................................................................................................13 BIJLAGE 1: WET- EN REGELGEVING................................................................................................14

4 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Antea Group is bezig met de planvoorbereiding om een voormalig schoolgebouw in Etten Leur te slopen om hier vervolgens een wooncomplex te bouwen. Uit een ecologische potentie-inschatting (quickscan) uitgevoerd door Antea Group bleek dat in het plangebied nader onderzoek uitgevoerd moest worden naar vleermuizen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Deze rapportage geeft de resultaten van het nader onderzoek weer.

1.2 Doel Met behulp van dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: Welke soorten vleermuizen komen voor in het plangebied? Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige soorten vleermuizen? Leidt de ingreep tot negatieve effecten op vleermuizen? Leidt de ingreep tot een mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming? Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen?

5 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

2. Plangebied & ingreep 2.1 Locatie Het plangebied is gelegen aan de Spoorlaan 19 te Etten-Leur (Noord-Brabant). In Figuur 1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur 1. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. Bron ondergrond: OpenStreetMap, 2022.

2.2 Beschrijving Binnen het plangebied is een gebouw aanwezig opgetrokken uit baksteen met luchtspouw en platte daken. De dakranden zijn afgewerkt met boeiborden. Verder zijn er zonneweringen aanwezig aan het gebouw.

2.3 Voorgenomen ingreep Het voornemens is om het gebouw te slopen en te vervangen door een wooncomplex met appartementen. De werkzaamheden die plaats gaan vinden bestaan voornamelijk uit: Het verwijderen van de vegetatie. Het slopen van de gebouwen. Afvoeren van vrijgekomen sloopafval. Bouwrijp maken van de grond. Nieuwbouw.

6 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

2.4 Planning De exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend en hangt mede af van hoe snel de voorbereidingen zijn afgerond.

7 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

3. Werkwijze 3.1 Velddata Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd in de paarperiode van 2021 en de kraamperiode van 2022. Het onderzoek is uitgevoerd door vleermuisdeskundigen Benjamin Backx MSc. en Ed Michels. De tijdstippen waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden en de weersomstandigheden tijdens deze bezoeken zijn weergegeven in Tabel 1. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. Tabel 1. Datum, tijdstip en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties.

Datum

Tijdstip

Onderzoeker

Weersomstandigheden

30-08-2021

22:45 – 02:00

Benjamin Backx

15 ᵒC, droog, 3 Bft

10-09-2021

22:45 – 02:00

Benjamin Backx

15 ᵒC, droog, 2 Bft

24-09-2021

02:15 – 04:15

Benjamin Backx

16 ᵒC, droog, 3 Bft

17-05-2022

21:30 – 02:30

Ed Michels

15 ᵒC, droog, 1 Bft

18-05-2022

02:30 – 06:30

Ed Michels

10 ᵒC, droog, 1 Bft

22-06-2022

22:00 – 01:00

Ed Michels

16 ᵒC, droog, 2 Bft

23-06-2022

03:00 – 06:00

Ed Michels

10 ᵒC, droog, 1 Bft

3.2 Werkwijze vleermuisonderzoek Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2021. Het Vleermuisprotocol is vastgesteld door Gegevensautoriteit Natuur en is goed gekeurd door het Bevoegd Gezag. Het Vleermuisprotocol is te vinden op de website van Netwerk Groene Bureaus. Tijdens de veldbezoeken werd op basis van geluid en zicht geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Petterson D240x) en een batdetector met automatische frequentiebepaling (type: Elekon Batsca nner) werd de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar gemaakt voor mensen. Wanneer de soort op grond van frequentie, klank en ritme niet met zekerheid kon worden bepaald welke soort vleermuis in het plangebied rondvloog, werd een opname gemaakt met een extern opnameapparaat (type: Tascam DR-05). Met behulp van het computerprogramma Batsound werden de opnamen nader geanalyseerd. Hierbij werden de criteria zoals beschreven door Arjan Boonman (www.batecho.eu) toegepast. Voor sociale geluiden van

8 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

vleermuizen werd gebruik gemaakt van Middleton, 2014 en Pfalzer, 2002. Door daarnaast zoveel mogelijk visueel waar te nemen werd de determinatie geverifieerd en werd het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Aanvullend op de batdetectoren is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (type: Pulsar Helion XP28) om het gedrag van de vleermuizen beter zichtbaar te maken en nauwkeuriger het gedrag van de vleermuizen te bepalen. De inventarisatie is fietsend uitgevoerd waarbij tijdens het fietsen de batdetector constant actief gebruikt werd.

3.3 Volledigheid inventarisatie De inventarisatie van vleermuizen is uitgevoerd volgens het meest recente vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2021) zoals vastgesteld door Gegevensautoriteit Natuur. Een inventarisatie is altijd een steekproef gebaseerd op momentopnames. Daardoor is niet volledig uitgesloten dat soorten en functies die niet waargenomen werden gedurende het onderzoek op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is voldoende invulling gegeven aan de Zorgplicht (paragraaf 1.11) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het vooronderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.

9 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

4. Onderzoeksresultaten Gedurende het onderzoek werden binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan in zijn geheel geen vleermuizen waargenomen. Er werd zelfs niet kortstondig gefoerageerd door enkele vleermuizen. Vermoedelijk hangt dit samen met de sterkte verlichting die rondom het gehele gebouw aanwezig is (zie Figuur 2). Vleermuizen mijden verlichting omdat dit hen kwetsbaar maakt voor predatoren. Daarnaast is er weinig beplanting aanwezig rondom het gebouw waardoor er ook weinig voedselaanbod is voor jagende vleermuizen in de vorm van insecten. Doordat tijdens geen van de bezoeken vleermuizen werden aangetroffen in het plangebied zijn vaste rust- en verblijfplaatsen, essentieel foerageergebied en vaste vliegroutes van vleermuizen uitgesloten.

Figuur 2. Plangebied tijdens een van de inventarisaties in de kraamperiode. Op de foto’s is te zien dat het plangebied sterk verlicht wordt gedurende de avond en nacht.

10 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

5. Toetsing aan de Wet natuurbescherming 5.1 Effecten Omdat er geen vaste vliegroutes aangetroffen zijn binnen het plangebied, het plangebied geen essentieel foerageergebied vormt en vaste rust- en verblijfplaatsen redelijkerwijs uitgesloten zijn heeft de ingreep geen negatief effect op beschermde gebiedsfunc ties voor vleermuizen.

5.2 Toets Wet natuurbescherming Binnen het plangebied zijn geen beschermde functies voor vleermuizen aanwezig. De voorgenomen ingreep leidt dan ook niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vleermuizen. Het is dan ook niet noodzakelijk vervolgstappen te nemen of maatregelen te treffen om negatieve effecten op vleermuizen te voorkomen.

11 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

6. Conclusie en aanbevelingen 6.1 Conclusie Het plangebied fungeert niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Tijdens het onderzoek werden in zijn geheel geen foeragerende vleermuizen aangetroffen in het plangebied. Gedurende het onderzoek werden geen vaste vliegroutes van vleermuizen waargenomen. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is binnen het plangebied redelijkerwijs uitgesloten. Met de uitvoering van de ingreep wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden met betrekking tot vleermuizen. Het is niet noodzakelijk nog verdere stappen te ondernemen om negatieve effecten op vleermuizen bij de ingreep te voorkomen. Omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit het vleermuisprotocol 2021 kan geconcludeerd worden dat het plangebied voldoende onderzocht is op de aanwezigheid van vleermuizen om de aan - dan wel afwezigheid van beschermde functies van het gebied voor vleermuizen aan te tonen.

6.2 Aanbevelingen Binnen het plangebied zijn geen beschermde functies voor vleermuizen aangetroffen. Wel blijft het van belang tijdens de ingreep invulling te geven aan de alge mene zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming (Artikel 1.11) en om verstoring van algemene broedvogels tijdens het broedseizoen te voorkomen.

12 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

7. Bronnen 7.1 Rapportages & boeken Barataut, M., 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Species Ident ification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze. Muséum national d’Histoire naturelle, Paris [Inventaires et biodiversité series]. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord West Afrika. Tirion Natuur. Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol. [http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol.]. Pfalzer, G., 2002. Inter- und intraspezifische Variabilität der Soziallaute. Fachbereich Biologie der Universität Kaiserslautern. Sachteleben, J. & O. von Helversen, 2006. Songflight behaviour and mating system of the pipistrelle bat (pipistrellus pipistrellus) in an urban habitat. In: Acta Chiropterologica 8(2): 391-401.

7.2 Websites www.batecho.eu www.bij12.nl www.ndff.nl www.netwerkgroenebureaus.nl

13 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

Bijlage 1: Wet- en regelgeving Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van de natuur in Nederland geregeld middels de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de voormalige Natuurbeschermingswet 1998, de Flora - en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming heeft drie belangrijke onderdelen, namelijk: Bescherming van Natura 2000-gebieden, Bescherming van soorten, Bescherming van houtopstanden. De hoofdlijnen van de bepalingen in deze drie onderdelen van de Wet natuurbescherming welke van belang zijn voor de nadere toetsing in dit onderzoek worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht.

Bescherming van Natura 2000-gebieden Binnen de Wnb is de bescherming van zogenaamde Natura 2000-gebieden geregeld. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De grondslag hiervoor ligt in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Natura 2000 -gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Welke planten- en diersoorten of habitattypen dit zijn is voor ieder gebied afzonderlijk vastgelegd middels beheerplannen met zogenaamde instandhoudingsdoelstellingen. Ingrepen of evenementen mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Activiteiten mogen alleen doorgang vinden als deze de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen, of wanneer de provincie waarin de ingr eep of het evenement plaatsvindt een vergunning verleend. Bij ingrepen in gebieden van nationaal belang is het ministerie van Economische Zaken Bevoegd gezag.

14 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

Bescherming van soorten De soortbescherming onder de Wnb onderscheidt drie verschillende besche rmingsregimes, namelijk: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn, Beschermingsregime andere soorten (nationaal beschermde soorten). Op soorten uit de beschermingsregimes Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn de verbodsbepalingen uit de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992) van toepassing. Binnen de categorie andere soorten vallen soorten welke op Europees niveau niet beschermd zijn maar door Nederland wel als besche rmde soort aangewezen zijn. Iedere provincie heeft zelf de mogelijkheid om een of meerdere van deze planten- en diersoorten vrij te stellen onder bepaalde voorwaarden. Wel geldt voor alle soorten de algemene zorgplicht (Artikel 1.11). Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatieve effecten op planten en dieren maatregelen dient te nemen om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.

Ontheffingen en vrijstelling De provincies en de Minister van Economische zaken kunnen ontheffing of vrijstelling afgeven om onder voorwaarden de Wnb te overtreden. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en er geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort. Dit is wel alleen mogelijk wanneer de aanleiding van de ingreep of activiteit valt onder een in de wet genoemd belang.

15 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

Tabel 1: Verbodsbepalingen per beschermingsregime Wnb, voor zover van b elang bij ruimtelijke ontwikkelingen of evenementen. Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime andere soorten

Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1

Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2

(paragraaf 3.3 Wnb)

Wnb)

Wnb)

Art 3.1 lid 1: Het is verboden

Art 3.5 lid 1: Het is verboden

Art 3.10 lid 1a: Het is verboden in het wild

in het wild levende vogels

soorten in hun natuurlijke

levende soorten opzettelijk te doden of te

opzettelijk te doden of te

verspreidingsgebied

vangen.

vangen.

opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2: Het is verboden

Art 3.5 lid 2: Het is verboden

Art 3.10 lid 1b: Het is verboden de vaste

opzettelijk nesten,

dieren opzettelijk te

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van

rustplaatsen en eieren van

verstoren.

dieren opzettelijk te beschadigen of te

vogels te vernielen of te

vernielen.

beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3: Het is verboden

Art 3.5 lid 3: Het is verboden

Art 3.10 lid 1c: Het is verboden

eieren te rapen en deze

eieren van dieren in de

plantensoorten in hun natuurlijke

onder zich te hebben.

natuur opzettelijk te

verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

vernielen of te rapen.

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.1 lid 4 en lid 5: Het is

Art 3.5 lid 4: Het is verboden

verboden vogels opzettelijk

de voortplantingsplaatsen of

te storen, tenzij de storing

rustplaatsen van dieren te

niet van wezenlijke invloed is

beschadigen of te vernielen.

op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Art 3.5 lid 5: Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

16 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden richt zich op de instandhouding van het oppervlakte bos in Nederland. Artikel 4.2 uit de Wet natuurbescherming verbiedt het zonder melding (gedeeltelijk) vellen van houtopstanden groter dan tien are of van meer dan twintig rijbomen welke gelegen zijn buiten de “bebouwde kom houtopstanden”. Artikel 4.3 lid 1 en 2 stellen dat het naast melding noodzakelijk is dat er herplant plaatsvindt binnen 3 jaar na het vellen van de bomen, en dat vervolgens binnen 3 jaar herplant plaats m oet vinden voor niet aangeslagen beplanting. Het bevoegd gezag kan tevens een kapverbod opleggen in het geval van bijzondere beplantingen. Zoals opgenomen in Artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming geldt voor bepaalde soorten en gevallen (houtproductie of andere bedrijfsmatige activiteiten) een vrijstelling voor de bescherming houtopstanden.

17 Nader onderzoek vleermuizen Spoorlaan 19 Etten-Leur | RA21089-01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=2b70fc0a-50c6-4e1a-935a-a50e50318dff