CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Concept statuten fusie Markant-LeerSaam 13-07-2022 n.a.v. overleg gem EL-Breda en VOSABB

Raad besluit 19 september 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Voorgenomen fusie tussen Stichting Leersaam en Markant Breda4.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 Statutenwijziging Markant-LeerSaam Ter informatie vooraf: Bij een bestuurlijke fusie dienen de statuten gewijzigd te worden. Volgens de huidige statuten van Markant ( d.d. 7 dec. 2021) is artikel 16 van toepassing en is het College van Bestuur bevoegd de statuten te wijzigen doormiddel van een daartoe strekkend bestuursbesluit. Dit besluit is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht en de gemeenteraad. Voor LeerSaam geldt artikel 14 (statuten d.d. 26 febr. 2013 ) en dient een goedkeuringsbesluit genomen te worden in een vergadering waarin alle leden aanwezig zijn en met algemene stemmen besloten wordt. Bij een fusie ontstaat feitelijk een nieuwe situatie waarbij ook de leden van de Raad van Toezicht opnieuw benoemd worden. Nu dus door beide gemeenteraden. Hiertoe zijn ook bindende voordrachten van toepassing: Volgens artikel 17a lid 2 WPO: De GMR mag bindende voordracht doen van één lid RvT. Volgens artikel WPO 48.12 b: De bindende voordracht van ouders (oudergeleding van ten minste 1/3de doch niet meer dan de helft van de RvT-leden. Voordrachten vinden plaats op basis van een profiel waarop de medezeggenschap adviesrecht heeft. Omdat het de verwachting is dat een deel van de leden van de huidige raden door wil, is het van belang e.e.a. in goede afstemming met de GMR’s te regelen.

Afhankelijk van de gekozen samenwerkingsvorm zullen de statuten moeten worden nagekeken en zullen diverse bepalingen mogelijk moeten worden aangepast (bijvoorbeeld indien wordt gekozen voor een fusie en als gevolg daarvan in bepaalde situaties goedkeuring van beide gemeenteraden vereist is zoals in artikel 16 lid 1 of 17 lid 1). Hans Teegelbeckers VOS/ABB

1

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 De routing bij statutenwijziging is overwegend als volgt uitgaande van realisatie fusie per 1 september 2022:

2

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 NAAM ARTIKEL 1 De Stichting draagt de naam: Stichting Onderwijsgroep Markant-LeerSaam BEGRIPSBEPALINGEN ARTIKEL 2 In deze statuten wordt verstaan onder: gemeenteraad: de gemeenteraad van Breda en/of de gemeenteraad van Etten-Leur; scholen: de scholen voor openbaar primair onderwijs; wet: de Wet op het primair onderwijs; College van Burgemeester en Wethouders: het College van Burgemeester-en Wethouders van de gemeente Breda en het College van Burgemeester-en Wethouders van de gemeente Etten-Leur ZETEL EN TIJDSDUUR ARTIKEL 3 1. De Stichting is gevestigd in de gemeente Breda. 2. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. DOEL ARTIKEL 4 1. Het doel van de Stichting is het doen geven en bevorderen van primair openbaar onderwijs en in stand houden van openbare scholen voor primair onderwijs overeenkomstig artikelen 46 en 48 van de Wet op het primair Onderwijs en /of andere onderwijswetten. Om haar doel te bereiken kan de Stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. 2.

Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de Stichting in standgehouden openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. De door de Stichting in stand gehouden openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd op de door de Stichting in stand gehouden openbare scholen wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.

VERMOGEN ARTIKEL 5 1. Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a. rijksbekostiging; b. vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten; c. subsidies, giften en donaties; d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; e. hetgeen op andere wijze verkregen wordt.

3

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 COLLEGE VAN BESTUUR: SAMENSTELLING, BENOEMING, SCHORSING EN ONTSLAG, BELET EN ONTSTENTENIS ARTIKEL 6 1. De Stichting wordt bestuurd door een College van Bestuur. Het College van Bestuur bestaat uit één persoon. 2. Het College van Bestuur wordt benoemd door de Raad van Toezicht. 3. De persoon die het College van Bestuur vormt kan niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder vervullen bij een andere onderwijsorganisatie in dezelfde sector. De persoon van het College van Bestuur kan ook niet tegelijkertijd de functie vervullen van toezichthouder bij een organisatie in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde werkgebied. 4. Het College van Bestuur kan niet worden gevormd door een persoon die binnen vier jaar voor zijn (beoogde) benoeming is gedefungeerd als lid van de Raad van Toezicht van de Stichting. 5. De aandachtspunten met betrekking tot de van het College van Bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de Raad van Toezicht in een profielschets. De Raad van Toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor het College van Bestuur. 6. Het College van Bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de Raad van Toezicht.

De schorsing van het College van Bestuur vervalt, indien de Raad van Toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. Het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht, waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is, zich ten overstaan van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd het College van Bestuur te ontslaan. Het College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich, in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin ontslag aan de orde is, ten overstaan van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich laten bijstaan door een raadsman. 8. Het College van Bestuur wordt benoemd voor een periode gelijk aan de duur van zijn arbeidsovereenkomst. 9. Het College van Bestuur defungeert: a. door overlijden; b. door ontslag door de Raad van Toezicht. c. door vrijwillig aftreden; d. door zijn ontslag ex artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek door de rechtbank; e. door het verstrijken van de duur van zijn arbeidsovereenkomst; f.

door onder bewindstelling van het vermogen; g. door onder curatele stelling; h. vallend onder de werking van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. i. door faillissement. 10. In de vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet van het College van Bestuur wordt het College van Bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de Raad van Toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de Raad van Toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het College van Bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de bevoegde rechter in het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 11. De Raad van Toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en onkostenvergoedingen van het College van Bestuur waarbij de bepalingen in de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor het primair onderwijs

4

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 richtinggevend zijn.

COLLEGE VAN BESTUUR: TAAK EN BEVOEGDHEDEN ARTIKEL 7 1. Het College van Bestuur is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het College van Bestuur zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. Het College van Bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. 3. Het College van Bestuur formuleert in het meerjaren strategisch plan de missie en de concrete doelstellingen van de scholen die door Stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. De Raad van Toezicht keurt het meerjaren strategisch plan goed en vervolgens stelt het College van Bestuur dit vast. Het College van Bestuur legt in het jaarverslag en de jaarrekening verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. 4. Het College van Bestuur stelt jaarlijks een begroting op voor het daaropvolgend jaar. De Raad van Toezicht keurt deze begroting, voor 1 februari, goed. Vervolgens stelt het College van Bestuur deze vast.

Het College van Bestuur stuurt voor 1 februari de vastgestelde begroting ter informatie aan College van Burgemeester en Wethouders. 5. Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de Raad van Toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. 6. Het College van Bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen. Rechtshandelingen inhoudende het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt, zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring in dit lid, alsmede het ontbreken van voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht voor de in lid 7 bedoelde besluiten, tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het College van Bestuur aan. 7. Het College van Bestuur heeft voorts voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a.

b. c. d. e. f.

g.

5

het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de Raad van Toezicht vastgesteld en aan het College van Bestuur meegedeeld bedrag; de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de Stichting; een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; (het doen van een voorstel tot) opheffing, overdracht of afsplitsing van (een deel van) door de Stichting instandgehouden scholen; het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of de in stand te houden scholen. het verrichten van handelingen waarbij een direct of indirect tegenstrijdig

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 belang, zoals bedoeld in artikel 2:291 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek, bestaat tussen een lid van het college van bestuur en de stichting. 8. De Stichting kent een bestuursreglement. De Raad van Toezicht kan in het bestuursreglement bepalen dat andere dan de in lid 7 van dit artikel-genoemde bestuursbesluiten aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht worden onderworpen. 9. Tegen de achtergrond van in het College van Bestuur benodigde deskundigheid draagt het College van Bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. 10. Het functioneren van het College van Bestuur wordt periodiek door de Raad van Toezicht beoordeeld.

COLLEGE VAN BESTUUR: WERKWIJZE ARTIKEL 8 1. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar. 2. Het College van Bestuur kan besluiten vergaderingen geheel of gedeeltelijk in beslotenheid te houden indien daarin persoonlijke zaken aan de orde komen of andere belangen zich tegen openbaarheid verzetten. Het College van Bestuur bepaalt op welke wijze bekendheid wordt gegeven aan vergaderingen, teneinde inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van vergaderingen als omschreven. 3. De besluiten van het College van Bestuur worden in een besluitenlijst bijgehouden. De besluitenlijst wordt de Raad van Toezicht minimaal twee maal per jaar ter kennisname aangeboden. 4. Alle zaken betreffende de interne aangelegenheden van het College van Bestuur worden geregeld in het bestuursreglement. Dit reglement wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht op voorstel van het College van Bestuur. Het bestuursreglement bevat geen bepalingen welke in strijd zijn met de statuten van de Stichting. VERTEGENWOORDIGING ARTIKEL 9 1. Het College van Bestuur vertegenwoordigt de Stichting, behoudens in die gevallen waarin het College van Bestuur zelf in het geding is of deze statuten anderszins in een bevoegdheid van de Raad van Toezicht voorzien.

Indien een besluit van de Raad van Toezicht aan de orde is, dan wordt deze vertegenwoordigd door twee leden van die Raad waaronder in beginsel de voorzitter. 2. Het College van Bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. TOEZICHT OP HET BESTUUR ARTIKEL 10 1. De Raad van Toezicht oefent toezicht uit op het College van Bestuur op de wijze en binnen de kaders als omschreven in deze statuten. 2. In aanvulling op het toezicht door de Raad van Toezicht, wordt toezicht op de Stichting gehouden door de gemeenteraad in de zin van artikel 48 van de wet door - wanneer zulks naar het oordeel van de Gemeenteraad geboden is - de bevoegdheden te gebruiken die in artikel 48 van de wet aan de Gemeenteraad zijn toegekend.

6

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 RAAD VAN TOEZICHT; SAMENSTELLING, BENOEMING ARTIKEL 11 1. Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten en de Wet op het primair onderwijs is het toezicht op het beleid van het College van Bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting opgedragen aan een Raad van Toezicht. 2. De Raad van Toezicht bestaat uit een, door de Raad van Toezicht te bepalen, aantal leden van vijf tot zeven natuurlijke personen. 3. De leden van de Raad van Toezicht onderschrijven de uitgangspunten en doelstellingen van het openbaar onderwijs. 4. De leden van de Raad van Toezicht worden door de gemeenteraad benoemd op voorstel van de Raad van Toezicht met inachtneming van het volgende: a. een lid wordt bindend voorgedragen door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting; b. ten minste een/derde gedeelte, doch geen meerderheid van de leden, wordt bindend voorgedragen door de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken scholen en wel door een bindende voordracht door de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting; c. de overige leden worden voorgedragen door de Raad van Toezicht zelf.

Benoeming geschiedt met inachtneming van een door de Raad van Toezicht opgestelde profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de Raad van Toezicht en de afzonderlijke leden van de Raad van Toezicht worden beschreven. Indien de Gemeenteraad om reden omtrent betrouwbaarheid of geschiktheid van de kandidaat zich niet kan vinden in de voordracht van de Raad van Toezicht, als bedoeld onder c, kan de gemeenteraad deze voordracht ter zijde leggen en de Raad van Toezicht verzoeken een nieuwe voordracht te doen aan de Gemeenteraad. 5.Ten minste één lid van Raad van Toezicht heeft geen kind(eren) op een of meerdere scholen die vallen onder de Stichting. 6. Werknemers in dienst van de Stichting kunnen niet tot lid van de Raad van Toezicht worden benoemd. Dit geldt ook voor personen die een zakelijke relatie hebben met de Stichting of als raadsman optreden in een geschil tegen de Stichting en voor wethouders, raadsleden en ambtenaren van gemeenten in het werkgebied. 7. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de Raad van Toezicht is onmiddellijk herbenoembaar door de gemeenteraad. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk.

Het in een tussentijdse vacature benoemd lid neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens plaats hij werd benoemd. 8. De Raad van Toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 9. De bezoldiging van leden van de Raad van Toezicht en de bezoldiging en onkostenvergoedingen aan leden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht geschieden op basis van een door de Raad van Toezicht vastgesteld en openbaar gemaakt reglement. Jaarlijks wordt door het College van Bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 10. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting. 11. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 12. Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a. door zijn overlijden;

7

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 b. c. d. e. f. g. h. i.

door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden ; door zijn ontslag verleend door de rechtbank; door onder bewindstelling van het vermogen; door onder curatele stelling; vallend onder de werking van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. door faillissement. door zijn ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de Raad van Toezicht; j. door zijn ontslag door de gemeenteraad. 13. ln vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien, met inachtneming van het in lid 3 bepaalde. Een niet voltallige Raad van Toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de bevoegde rechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt/en aangewezen. 14. Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van Toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 15.

Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst door de Raad van Toezicht. Tevens kan een lid van de Raad van Toezicht worden geschorst door de gemeenteraad, op voordracht van de Raad van Toezicht. Een lid van de Raad van Toezicht kan slechts worden geschorst of ontslagen indien sprake is van: a. verwaarlozing van de taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. andere redenen op grond waarvan de handhaving als lid van de Raad van Toezicht redelijkerwijs niet van de Stichting kan worden verlangd. Een schorsing vervalt als de Raad van Toezicht, dan wel de gemeenteraad, niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht of de gemeenteraad waarin schorsing of verlenging van de schorsing daarvan, of het ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. RAAD VAN TOEZICHT: WERKWIJZE ARTIKEL 12 1. In de vergaderingen van de Raad van Toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. De Raad van Toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 2. Elk lid van de Raad van Toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering -van de Raad

8

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 van Toezicht bijeen te roepen. 3. De bijeenroeping van de vergaderingen van de Raad van Toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder-opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden -beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Breda te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de Raad van Toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 4. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich door een ander lid van de Raad van Toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de Raad van Toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 5. De voorzitter leidt de vergaderingen van de Raad van Toezicht; bij afwezigheid van de voorzitter voorziet de vergadering zelf in haar leiding 6.

De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 7. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 8. De Raad van Toezicht kan besluiten vergaderingen geheel of gedeeltelijk in beslotenheid te houden indien daarin persoonlijke zaken aan de orde komen of andere belangen zich tegen openbaarheid verzetten. De Raad van Toezicht bepaalt op welke wijze bekendheid wordt gegeven aan vergaderingen, teneinde inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van vergaderingen als omschreven. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de Raad van Toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. 10. Alle zaken betreffende de interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht worden geregeld in een reglement van de Raad van Toezicht. Dit reglement wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht.

Het reglement van de Raad van Toezicht bevat geen bepalingen welke in strijd zijn met de statuten van de Stichting. MANAGEMENTSTATUUT ARTIKEL 13 Het College van Bestuur stelt, na advies van de GMR en de Raad van Toezicht, het managementstatuut zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, vast. Het managementstatuut mag niet in strijd zijn met de statuten en evenmin onderwerpen bevatten die naar het geldende recht in statuten-behoren te worden geregeld. GEMEENSCHAPPELIJKE VERGADERING COLLEGE VAN BESTUUR EN RAAD VAN TOEZICHT ARTIKEL 14 1. Ten minste twee maal per jaar komen het College van Bestuur en de Raad van Toezicht in gemeenschappelijke vergadering bijeen ter bespreking van de algemene lijnen van het gevoerde en in de toekomst te voeren beleid.

9

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 2. 3.

4.

Tot de bijeenroeping van een gemeenschappelijke vergadering zijn het College van Bestuur en de Raad van Toezicht gelijkelijk bevoegd. De bijeenroeping van de gemeenschappelijke vergaderingen geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van voorzitter van de Raad van Toezicht dan wel het College van Bestuur al naar gelang wie de vergadering bijeenroept, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Breda te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de Raad van Toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. De gemeenschappelijke vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de Raad van Toezicht. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezigen in de leiding van de vergadering

BOEKJAAR JAARSTUKKEN ARTIKEL 15 1. Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar. 2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de Raad van Toezicht op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het College van Bestuur een jaarrekening inclusief de bestemming van het resultaat en een jaarverslag op over dat boekjaar. Het College van Bestuur legt de jaarrekening en het jaarverslag ter inzage ten kantore van de Stichting. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het College van Bestuur rekening met het bepaalde in artikel 7.3 en legt het College van Bestuur verantwoording af over het bepaalde in artikel 4.2 (specifieke kenmerken openbaar onderwijs). Bij het opmaken van de jaarrekening houdt het College van Bestuur rekening met het bepaalde in artikel 6.11 -en 11.9 (bezoldiging en onkostenvergoeding leden College van Bestuur en leden Raad van Toezicht). 3. De Raad van Toezicht draagt het College van Bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de Raad van Toezicht aangewezen certificerend accountant of andere deskundige. 4. De Raad van Toezicht keurt mede aan de hand van het in lid 3 bedoelde onderzoek de jaarrekening inclusief de resultaatbestemming goed. 5.

De goedgekeurde en vastgestelde jaarrekening wordt ondertekend door het College van Bestuur en door de voorzitter van de Raad van Toezicht namens de Raad van Toezicht. Het College van Bestuur stuurt de goedgekeurde en vastgestelde jaarrekening inclusief resultaatsbestemming, een verklaring van de registeraccountant en het bestuursverslag, ter informatie aan het College van Burgemeester en Wethouders. Het bestuursverslag waarin aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs, stuurt het College van Bestuur tevens aan de Gemeenteraad.

STATUTENWIJZIGING ARTIKEL 16 1. Het College van Bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen door middel van een daartoe strekkend bestuursbesluit. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. De statuten van de Stichting kunnen slechts worden gewijzigd na voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. 2. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is

10

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022 opgemaakt. Het College van Bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. 3. Het College van Bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

ONTBINDING EN VEREFFENING ARTIKEL 17 1. Het College van Bestuur is bevoegd de Stichting te doen ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. 2. Voorts is de gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het College van Bestuur of functioneren in strijd met de wet als bedoeld in artikel 48 lid 11 van de wet, bevoegd zonodig de Stichting te ontbinden. 3. Tenzij de Raad van Toezicht anders besluit, is het College van Bestuur-met de vereffening belast. 4. De vereffenaar(s) draagt/dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het, op het kantoor van de Kamer van Koophandel gehouden, handelsregister. 5. De Raad van Toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. Het batig saldo zal worden aangewend voor een doel dat zoveel mogelijk overeenstemt met het doel van de Stichting, te bepalen door de Raad van Toezicht, na goedkeuring van de gemeenteraad. 6. Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.

In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam- van de Stichting worden toegevoegd de woorden “in liquidatie". 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige- gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaar(s) aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in artikel 16 lid 3 vermelde register. BESTUURSAANSPRAKELIJKHEID ARTIKEL 18 Ieder lid van het College van bestuur draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden. JURIDISCHE FUSIE EN JURIDISCHE SPLITSING ARTIKEL 19 1.

2.

11

Het College van Bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de Stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Een besluit tot juridische fusie waarbij de Stichting verdwijnt is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Een besluit tot juridische fusie waarbij de

Bijlage 14 AANGEPAST OP 13 JULI 2022

3.

Stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt, is niet onderworpen aan zodanige goedkeuring. Een besluit tot juridische splitsing van de Stichting ten gevolge waarvan de instandhouding van een door de Stichting instandgehouden openbare school overgaat naar een andere rechtspersoon dan de Stichting, is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Andere besluiten tot juridische splitsing zijn niet onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN 1. 2.

In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist de Raad van Toezicht.

SLOT De comparant is mij, notaris, bekend.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=6043aa54-f1f5-4fb6-8f58-477aa56d4416