Bijlage 4-13. Cultuurhistorisch onderzoek prieeltje Markt 9 Etten-Leur
Tekst van het document
Ett
Etten-Leur Markt 9 Addendum - prieel Bureauverkenning
BAAC Rapport B-21.0279a
CONCEPT
1
Auteur: Drs. ing. A.G. Oldenmenger
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of BAAC.
BAAC Bureau voor archeologie en bouwhistorie Graaf van Solmsweg 103, 5222 BS ’s-Hertogenbosch. Tel.: (073) 61 36 219 E-mail: denbosch@baac.nl
Bureauonderzoek
2
1
Inleiding
In 2021 heeft BAAC een bouwhistorische verkenning van het pand Markt 9 uitgevoerd. In de achtertuin van dit pand bevindt zich, naast een aantal oude bomen, een klein prieel. Dit prieel, geheel achterin de tuin, werd tijdens het veldwerk in ogenschouw genomen en gefotografeerd. Omdat tuinhistorisch onderzoek geen deel uitmaakte van de verkenning, is in de rapportage van 2021 slechts kort verdere aandacht besteed aan het tuinelement (pagina 31). Recentelijk is het prieel in de aandacht komen te staan, omdat het achterste deel van de tuin wordt afgestoten. Hierdoor zal het prieel in de openbare ruimte komen te staan. De historische verbinding met het huis gaat hiermee verloren en er zijn zorgen omtrent het risico op vandalisme wanneer het prieel niet langer in een omsloten omgeving staat. Het is om die reden dat er inzicht is gevraagd in de monumentwaarde die het prieel vertegenwoordigt. BAAC is gevraagd om op basis van de informatie die in 2021 is verzameld én een reeds foto’s van de thans bestaande situatie een beschrijving en waardering van het prieel op te stellen.
3
2
Historische informatie
Mede vanwege de plaats diep in de achtertuin, zijn er vrijwel geen historische bronnen beschikbaar die licht kunnen werpen op de exacte ouderdom van het prieel. We weten dus niet wanneer het prieel werd gebouwd, in wiens opdracht het werd gebouwd én of het prieel op de plek werd gebouwd waar het zich nu bevindt. Wat datering van het prieel niet eenvoudiger maakt, is dat het in de loop der tijd ten minste één keer maar mogelijk vaker is hersteld en/of aangepast. Aan de hand van kadastraal onderzoek is vast te stellen dat de tuin aan het eind van de negentiende eeuw de huidige omvang krijgt door samenvoeging van enkele onbebouwde percelen. Alleen in 1912 vindt er nog een kleine uitbreiding plaats. Er is een poging gedaan om via kadastrale hulpkaarten en met name kadastrale veldkaarten het prieel op het spoor te komen, maar dat heeft geen resultaat opgeleverd. Geen van de landmeters van het kadaster heeft tijdens het veldwerk het prieel getekend (het was voor hen ook van geen belang). Op de oudste twintigste-eeuwse veldtekeningen is wel te zien dat de tuin door hagen was omgeven. Muren zijn opgetekend op een veldkaart uit 1947, aan de zijde van het rechter buurpand. Blijkbaar werd er tussen 1912 en 1947 een haag voor een muur vervangen. Dit is een indicatie voor een aanpassing van de tuin in de genoemde periode.
Op kadastrale hulpkaarten van 1905 en 1912 is het prieel niet getekend. In de kaartbeelden is de tekening van het prieel (en de boom daarbij) geprojecteerd. In 1912 wordt de tuin vergroot door een perceel aan de zuidzijde toe te voegen. Het perceelnummer wijzigt dan van L-2258 naar L-2378, een nummer dat lange tijd ongewijzigd zal blijven.
Veldtekening uit dienstjaar 1905 met vermelding van hagen om de tuin.
Bureauonderzoek
4
Veldtekening uit dienstjaar 1947. Bovenin beeld is de haag vervangen door een tuinmuur.
.
5
3
Beschrijving
Het prieel achter in de tuin heeft een achthoekig grondplan, wat voor dit soort prieeltjes de meest voorkomende vorm is. Het prieel heeft een plavuizenvloer. De borstwering is opgetrokken met gele baksteen en met portlandcement gevoegd. Het metselwerk is in wildverband opgetrokken. Per laag worden enkele strekken opgevolgd door een aantal koppen. Hier en daar is herstelwerk uitgevoerd (onder andere één van de hoeken is nieuw ingeboet). Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat de baksteen is hergebruikt. De gele baksteen roept associaties op met het huis, in de zin dat hierin met name tijdens de ‘restauratiefase’ midden jaren zestig soortgelijke bakstenen zijn gebruikt. Het zou ons niet verbazen wanneer het metselwerk tijdens een herstelfase in die periode is opgetrokken, wellicht ter vervanging van een oudere, houten borstwering. Schade kan onder andere zijn ontstaan als gevolg van wortelgroei van de zeer dicht op het prieel staande boom. Het metselwerk is veel rommeliger dan het metselwerk van de tuingebouwen direct achter het huis. De houten planken waarmee het metselwerk is afgedekt, zouden ook goed het resultaat van herstelwerkzaamheden kunnen zijn. Dit houtwerk lijkt in ieder geval niet van vóór de Tweede Wereldoorlog te stammen. Op de borstwering zijn de houten stijlen van het prieel gezet. De stijlen hebben een polygonale doorsnede.
Op de top van de stijlen, sluit een console voor de dakvoet aan. Deze consoles met ajourwerk hebben een vormgeving die globaal dateerbaar is. De vormgeving is sterk geënt op het gedurende de Jugendstil zeer populaire zweepslagmotief. De Jugendstil ontwikkelde zich tussen 1895 en 1915. Dit komt aardig overeen met de periode waarin de tuin de uiteindelijke omvang kreeg. Er moet dus rekening mee gehouden worden dat het prieel in eerste opzet uit omstreeks 1910 kan stammen. Vijf van de acht zijden van het prieel zijn gesloten. Eén zijde is geheel open, en dient als toegang. Twee flankerende hebben enkel borstweringen. Hierop volgen zijden met zestienruits ramen. Tijdens het veldwerk in 2021 werd er even aan gedacht dat dit hergebruikte ramen uit het huis zijn. Bij nader inzien moeten dit ramen uit de bouwtijd van het prieel zijn. De twee volgende zijden zijn uitgevoerd met kraalschroten. Het gebruik van dit soort schroten is in de vermoedde bouwtijd veelvoorkomend. In de achterwand treffen we een uitgebouwde kast met beglaasde deurtjes aan. Dit is minder gebruikelijk, maar past wel bij de functie van het prieel. Hier kon men onder het genot van een drankje (het kastje is dan een drank- en servieskastje geweest) vertoeven. Een indicatie voor een oorsprong aan het begin van de twintigste eeuw is ook de kap met fraai gebogen sporen en een van snijwerk voorzien nokstijltje.
Het plafond is met pleisterwerk gemaakt, waardoor het effect van een door doek of zeil overhuifd zitplaatsje wordt versterkt. Het prieeltje is voorzien van een rieten kap. Het riet is uiteraard periodiek vernieuwd. Er vanuit gaande dat een rieten dakbedekking een jaar of 30-40 meegaat, zal er ten minste twee, vermoedelijk drie keer sprake zijn geweest van vernieuwing.
Bureauonderzoek
6
Het prieel in de tuin met zeer dicht daarop de grootste boom in de tuin.
De gemetselde borstwering is van latere datum, zo kan onder andere worden opgemaakt uit vergelijking van het metselwerk met de tuingebouwen dichter op het huis.
7
Detail van één van de consoles die wijzen op een bouwtijd tussen circa 1895 en 1915. In combinatie met perceelen gebruiksgeschiedenis is een datering aan het einde van die periode het meest waarschijnlijk. Ook de vormgeving van het nokstijltje wijst op een vroeg twintigste-eeuwse oorsprong.
Aanzicht met links één van de twee zestienruits ramen. Rechts aanzicht met de uitgebouwde kast.
Bureauonderzoek
8
Het dak/plafond is uitgevoerd als een tentdakimitatie, wat zeldzaam en bijzonder is.
9
4
Waardering
Dat het prieel herinneringswaarde vertegenwoordigt, is wel duidelijk. Het prieel zal zijn gebouwd in opdracht van huisarts Mol, zo omstreeks 1910-1915. Vrijwel zeker is het prieel onderdeel van een groot tuinplan waar ook de tuingebouwen dicht op het huis bij horen. Het prieel maakt deel uit van een ensemble dat inzicht geeft in het gebruik van de diepe tuin door de arts én de (buiten)wooncultuur binnen hogere sociale klasse in de genoemde periode. Uitgangspunt is dan ook dat het prieel behouden dient te blijven. Zonder een uitvoerige inventarisatie van prielen in EttenLeur te hebben gemaakt, durven we ook wel te stellen dat een prieel uit de genoemde periode zeldzaam in het dorp zal zijn. Er moeten enkele kritische opmerkingen ten aanzien van het prieel en de herinneringswaarde die het vertegenwoordigt, worden gemaakt. Zo is wel zeker dat de mate van authenticiteit van het prieel enigszins is aangepast. Dit heeft vooral betrekking op het metselwerk van de borstwering, dat niet uit de bouwtijd van het prieel dateert. Ook kunnen we niet voorbijgaan aan de recente ontwikkelingen in de tuin. Een groot deel van de tuin wordt namelijk geschikt gemaakt voor de bouw van een appartementencomplex. De bouw van dit complex drijft een wig in het ensemble van de tuingebouwen en beëindigt de (zicht) relatie tussen Markt 9 en het prieel.
Dit heeft gevolgen voor de herinneringswaarde van het prieel. Na uitvoer van de voorgenomen ontwikkeling, is de herinneringswaarde van het prieel dus kleiner dan vóór die ontwikkeling. Dat neemt niet weg dat het prieel op zichzelf, als (vrij) zeldzaam voorbeeld van een prieel uit omstreeks 1910-1915 herinneringswaarde voor het dorp blijft houden. Er is enige twijfel of het prieel van meet af aan een rieten kap heeft gehad. De vrij plompe kap is moeilijk te rijmen met de rankheid van de tentdoekimitatie en ontneemt ook deels het zicht op de consoles waar qua vormgeving duidelijk aandacht is besteed.
Bureauonderzoek
10
Situering van het prieel in huidige toestand (boven) en te maken toestand (onder). Het nieuwe complex doorbreekt het ensemble en isoleert het prieel.
11