Bijlage 3 Toelichting - quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan
projectnummer 433732 definitief revisie 00 14 juni 2018
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 433732 definitief revisie 00 14 juni 2018
Auteurs J.M. Kooijman
Opdrachtgever SoMa Vastgoed B.V. Ambachten 31 4881 XZ Zundert
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 14-06-2018
beschrijving revisie 00 definitief
goedkeuring M.L. Braad
vrijgave P. Kennes
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 2 2 3
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
4
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland
4 4 5 5 5
3
Methodiek
6
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
6 6 7 7
4
Resultaten
8
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Brabant
8 8 8 9 11 12 12 12
5
Toetsing
13
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2
Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN)
13 13 14 15 15 15
6
Bronnen
16
Bijlagen
17
Bijlage 1: Wettelijk kader
18
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: Globespotter, 2016.
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Conclusies en advies SoMa B.V. is voornemens om ten noorden van de spoorlaan een geplande herontwikkeling te realiseren op de locatie Spoorlaan 19 en 21 te Etten-Leur. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Brabant. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.
Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen NNB-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Er komen ook geen beschermde gebieden (NNB of N2000-gebieden) voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNB en de Natura 2000-gebieden dan ook geen sprake. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing. Zie ook Tabel 1. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000
NNN
Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Nee
Nee
Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Nee Nee
Nee Nee
Ja
Ja
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels; Vleermuizen. In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort (groep)
Overige broedvogels
Vleermuizen
Essentieel leefgebied in plangebied?
Is er sprake van een overtreding?
Mogelijk beschermde nestplaatsen in vegetatie. In ieder geval nest koolmees aanwezig.
Nee, wanneer in gebruik zijnde nesten niet worden aangetast of verstoord.
Mogelijk beschermde verblijfplaatsen in gebouwen.
Ja, bij aanwezigheid verblijfplaatse n.
Is een ontheffing noodzakelijk
Vervolgstappen
Nee, mits zorgvuldig wordt omgegaan met nesten broedvogels.
N.v.t.
Ja, bij aanwezigheid verblijfplaatsen.
Nader onderzoek volgens het vleermuisprotocol 2017. Dit komt neer op een aantal bezoeken in de periode mei – oktober.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding SoMa B.V. is voornemens om ten noorden van de spoorlaan een herontwikkeling te realiseren op de locatie Spoorlaan 19 en 21 te Etten-Leur. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Globespotter, 2018.
Blad 1 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
1.2
Planvoornemen De bestaande gymzaal aan spoorlaan 21 wordt een fitness-/sportschool en de bebouwing op Spoorlaan 19 zal worden gesloopt en er zal nieuwbouw worden gerealiseerd. Zie figuur 1.2 voor een impressie en het ontwerp van het voornemen//uitvoering van de werkzaamheden.
Figuur 1.2. Schets planvoornemen. Bron: Marquart architecten, 2018.
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Brabant; NNB) en het bepalen of het plan uitvoervaar is. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt, dan wel een ontheffing of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing of vergunning kan worden verleend, komt in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming. Echter, deze vragen zijn ook relevant voor het bestemmingsplan omdat in deze Natuurtoets wordt beoordeeld of ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan het op voorhand in redelijkheid duidelijk is dat de Wet natuurbescherming niet de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zal staan. Het bestemmingsplan kan pas worden vastgesteld nadat uit een Natuurtoets duidelijk is geworden of voor de activiteiten die volgen uit deze vaststelling de mogelijkheid bestaat tot het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
Blad 2 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Blad 3 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden omdat deze niet aan de orde is aangezien er geen bomen worden gekapt in voorliggend plangebied. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving.
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.
Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden (zie ook tabel E in de bijlage).
Blad 4 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel C en D van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.
Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
2.3.2
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
1
https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden
Blad 5 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel C en D in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2013-2018 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZ of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNB is de provinciale website geraadpleegd.
Blad 6 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 24 mei 2018 is vanaf circa 11 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij bewolkt weer met een temperatuur van circa 18 C°. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen. Gebouwen zijn vanaf de openbare ruimte bekeken met een verrekijker.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 7 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt ten noorden van de Spoorlaan en ten zuiden van het treinspoor te Etten-Leur (gemeente Etten-Leur, Provincie Noord-Brabant). Het plangebied is gelegen aan een druk bereden autoweg en ten noorden ligt het treinspoor. Ten oosten is het treinstation Etten-Leur nabij gelegen. Aan de zuidkant bevinden zich enkele stroken met kruidenrijke beplanting waaronder gewoon biggenkruid, leeuwentand, fluitenkruid, duizendblad en straatgras. Tegen het spoor aan staan een bomenrij met wat lage begroeiing. De aanwezige gebouwen hebben een plat dak en bevatten spouwmuren. Grenzend aan het parkeerterrein is een afgesloten fietsenstalling gelegen. In figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied.
Overzicht vanaf de gymzaal (rechts)
Begroeiing tussen kantorenpand en gymzaal
Overzicht vanaf achterzijde gymzaal
Middelste gebouw aan kantorenpand
Figuur 4.1. Impressie van het plangebied.
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de
Blad 8 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b), de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming en vogels met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2013-2018).
Soortgroep
Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - Libellen Vissen
Soort
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Steenuil Wespendief Bunzing Eekhoorn Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Alpenwatersalamander Hazelworm
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X X X X X X
Geen waarnemingen
X
Geen waarnemingen
X
Geen waarnemingen Drijvende waterweegbree X Planten Knolspirea X Geen waarnemingen Overige soortgroepen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2).
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. De bevindingen van het terreinbezoek is per soortgroep uiteenzet; in dezelfde volgorde als in Tabel 4.1.
Blad 9 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Afbakening relevante soortgroepen Het plangebied is gelegen aan een druk bereden weg en een spoorweg. Het terrein is grotendeels verhard met een aantal groene stroken aan de zuidkant van beide gebouwen. Het terrein bevat geen hoge bomen waar grote nesten of horsten gebouwd kunnen worden door boomvalk, buizerd, havik, ooievaar, roek, sperwer en wespendief. Hierdoor ook geen geschikt broedbiotoop voor de ransuil. Deze soorten zijn uitgesloten in het plangebied. Ook bevat het plangebied geen open cultuurlandschappen en is gelegen in een te verstoorde, geïsoleerde omgeving om bunzing, eekhoorn en hazelworm aan te treffen. Bunzing, eekhoorn en hazelworm zijn uitgesloten. Daarnaast is geen water aanwezig en zijn alpenwatersalamander en drijvende waterweegbree ook uitgesloten in het plangebied. Knolspirea staat graag op zonnige, open, droge en kalkhoudende bodems. Het plangebied bevat geen mogelijke standplaatsen voor knolspirea en deze soort is tijdens het terreinbezoek ook niet aangetroffen. Knolspirea is uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels en zoogdieren (vleermuizen). Vogels Jaarrond beschermde nesten Gebouwen vormen in potentie geschikte broedplaatsen voor gebouw-broedende soorten als huismus, gierzwaluw en verschillende uilensoorten (allen vermeld in categorie 1-4 van de Aangepaste lijst met jaarrond beschermde vogelnesten).
Gezien de aard, verstoring en ligging van het plangebied zijn verblijfplaatsen van uilen uitgesloten. Hier zijn overigens ook geen sporen als krijtsporen en braakballen van aangetroffen tijdens het terreinbezoek. De overig genoemde soorten zijn minder verstorings-gevoelig. De huismus en gierzwaluw broeden in stedelijk gebied voornamelijk in gebouwen. De huismus broedt over het algemeen in stedelijk gebied in uiteenlopende holtes, meestal onder dakpannen nabij dakgoten. De gierzwaluw nestelt in (hoge) bebouwing in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens (BIJ12, 2017ab). Voor beide soorten zijn dergelijke elementen niet aanwezig in de gebouwen. De spouwgaten van het kantoorpand zijn te klein voor gierzwaluw. De huismus is waargenomen aan de overzijde van het plangebied (zie figuur 4.2.).
Figuur 4.2. Overzijde plangebied waar huismussen zijn waargenomen.
Door ontbreken van de juiste elementen in het plangebied en alternatieven in de directe omgeving, aanwezig aan de overzijde, zijn gierzwaluw en huismus zijn uitgesloten.
Blad 10 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Overige broedvogels Overige broedvogels (artikel 3.1 en 3.5) vinden in de aanwezige beplanting tussen het kantoorpand en de gymzaal een broedbiotoop (zie figuur 4,1). Een koppel koolmezen met net uitgevlogen jongen bevonden zich bij het nest in deze begroeiing. Zoogdieren Vleermuizen Uit de bureaustudie is gebleken dat een aantal beschermde vleermuizen voorkomen in de omgeving van het plangebied. Gebouwen vormen in potentie geschikte verblijf- en rustplaatsen voor vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen (zoals bijvoorbeeld de in dorpen en steden veel voorkomende gewone dwergvleermuis en laatvlieger) verblijven in gebouwen achter of in kleine ruimtes met constante klimatologische omstandigheden. In gebouwen vormen richels, betimmeringen, kieren, boeiboorden, gaten en spouwmuren een geschikte verblijfplaats voor vleermuizen. Ook vinden bepaalde vleermuissoorten geschikte verblijfplaatsen in bomen. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte ruimtes (zoals holen, gaten of scheuren) aanwezig. Hierdoor zijn verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen uitgesloten. In het voorliggende plangebied zijn in het aanwezige kantoorpand en de gymzaal ten oosten van het plangebied ruimtes, kieren en boeiborden aanwezig die geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen of die vleermuizen toegang kunnen bieden tot het gebouw.
De mogelijkheden die de gebouwen bieden aan vleermuizen en hoge aantal waarnemingen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger in de directe omgeving van het plangebied (NDFF, 2018), zijn bevindingen waardoor vleermuizen in de gebouwen verwacht worden. Door deze aspecten zijn vleermuizen op basis van (veld)ervaring en kennis van de geschiktheid van de elementen voor vleermuizen, niet uit te sluiten van het plangebied. Gezien de afwezigheid van unieke, lijnvormige groenelementen en gezien het vergelijkbare habitat ten opzichte van de omgeving, vormt het plangebied naar verwachting geen essentiële vliegroute of foerageergebied. In Hoofdstuk 5 zullen de vervolgstappen en de gevolgen van de ontwikkelingen in het plangebied op eventueel aanwezige vleermuizen uiteen gezet worden.
4.2.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soort
Beschermingsregime
Overige broedvogels
Artikel 3.1 // Artikel 3.5
Ja
Vleermuizen
Artikel 3.5
Mogelijk
Aanwezigheid
Blad 11 van 16
Toelichting Koolmeesnest in hoge vegetatie tussen het kantoorpand en de gymzaal. Gebouwen bevatten geschikte verblijfplaatsen en veel waarnemingen van gebouwbewonende vleermuizen.
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
4.3
Beschermde gebieden
4.3.1
Natura 2000-gebieden Plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse bos’ ligt op circa 11,5 kilometer afstand ten oosten van het plangebied (zie figuur 4.3).
Figuur 4.3. Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse bos’. Bron: AERIUS Calculator, 2018.
4.3.2
Natuurnetwerk Brabant In het plangebied is geen NNB-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNB-gebied is op circa 1500 meter ten westen van het plangebied gelegen (zie figuur 4.4). Het bevat vochtig en droog bos met productie (N16.03 & N16.04).
Figuur 4.4. Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het NNB-gebied. Bron: AERIUS Calculator, 2018.
Blad 12 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Toetsing effect op beschermde soorten De effecten op beschermde soorten als gevolg van het voornemen, worden per soortgroep getoetst. Enkel de soortgroep in Tabel 4.2 zijn relevant bevonden voor voorliggend plangebied. Derhalve wordt enkel op deze soortgroepen ingegaan: Vogels (algemene broedvogels); Vleermuizen. Op overige soortgroepen zijn geen effecten aan de orde.
5.1.1
Vogels Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli 2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze (en wanneer de soorten uit artikel 3.5 kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied) zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo is in het plangebied een nest aanwezig van koolmees in de hoge vegetatie tussen het kantorenpand en de gymzaal in. Het nest mag tijdens de broedperiode (en wanneer eventueel andere nesten in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Wanneer in het broedseizoen gewerkt wordt is het aan te raden voorafgaand aan de werkzaamheden het gebied te laten controleren op broedvogels. Dit kan optimaal 3 dagen van te voren worden gedaan. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is.
Naast het bovenstaande is het tevens van belang om het plangebied tijdens de werkzaamheden ongeschikt te houden voor broedvogels. Dit kan door de werkzaamheden voor continue verstoring te laten zorgen waardoor vogels uitwijken, en door te voorkomen dat er een rustperiode ontstaat in het broedseizoen waardoor er continu doorgewerkt wordt.
2
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 13 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
5.1.2
Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.5) en staan vermeld op Bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. In de gebouwen is niet zonder nader onderzoek uit te sluiten of deze gebruikt worden als beschermde verblijfplaatsen. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn in de gebouwen en deze worden gesloopt of herontwikkeld, verliezen de gebouwen hun functie voor de vleermuizen. Een dergelijke aantasting, verstoring en vernietiging is in strijd met de Wet natuurbescherming (artikel 3.5, lid 4). Nader onderzoek Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van de bebouwing in het plangebied voor de vleermuizen. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het meest recente vleermuisprotocol uit 2017. Vleermuizen gebruiken hun leefgebied door het jaar heen op verschillende manieren. Daarom is het nodig om het plangebied tussen de circa vier en zes keer verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen mei en oktober) te bezoeken. Enkele bezoeken zijn nodig in de periode mei – augustus én enkele bezoeken zijn noodzakelijk in de periode augustus – september/oktober.
Ontheffing aanvragen Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn in de gebouwen dan dient een ontheffingsprocedure doorlopen te worden. Daadwerkelijke verblijfplaatsen mogen niet zonder ontheffing en maatregelen aangetast worden. Een dergelijke procedure kan enkel doorlopen worden als volgens het geldende vleermuisprotocol onderzoek is gedaan. De werkzaamheden aan de panden waar eventuele vleermuisverblijfplaatsen in zitten, kunnen enkel uitgevoerd worden indien hiervoor een ontheffing Wet natuurbescherming is verleend door de Provincie Noord-Brabant. Bij een ontheffingsaanvraag wordt door het bevoegd gezag getoetst of de soort niet onnodig wordt geschaad en of er voldoende maatregelen getroffen worden. Wanneer het bevoegd gezag akkoord is met de werkwijze omtrent de sloop / herontwikkelingen en vleermuizen, wordt een ontheffing (vaak onder voorwaarden) verleend. Een dergelijke procedure neemt circa 20 weken in beslag. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een periode van 6 weken waarin de ontheffing ter inzage ligt en waarin bezwaar gemaakt kan worden. Alternatieve verblijfplaatsen aanbieden Wanneer verblijfplaatsen van vleermuizen aangetast worden bij de sloop, dienen alternatieve (tijdelijke) verblijfplaatsen in de nabijheid te worden aangeboden.
Afhankelijk van de functie van de verblijfplaats, moeten verschillende alternatieven aangeboden worden (zo is een alternatieve kraamverblijf anders van aard dan een alternatief zomerverblijf). Gewenningstijd Ook is er sprake van een gewenningstijd. Dat is de tijd dat de oorspronkelijke verblijfplaats en de alternatief aangeboden voorzieningen tegelijkertijd in het gebied aanwezig moeten zijn. Dit kan oplopen van drie tot zes maanden gewenningstijd. Vaak gelden enkel de actieve maanden van vleermuizen (april-oktober) als gewenningstijd. Normaliter worden de alternatieve voorzieningen na afloop van het vleermuisonderzoek aangeboden, aangezien dan bekend is of/ welke en hoeveel voorzieningen aangeboden moeten
Blad 14 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
worden. Afhankelijk van de planning van het voornemen kan hier tijdens het nader onderzoek een schatting van gemaakt worden en kunnen kasten indien gewenst ook parallel aan het nader onderzoek worden opgehangen. Verwacht wordt dat na afronding van het soortspecifieke onderzoek het bestemmingsplan in procedure wordt gebracht. Te zijner tijd is duidelijk of er soorten aanwezig zijn en of het bestemmingsplan uitvoerbaar is op het gebied van ecologie.
5.2
Effecten op beschermde gebieden
5.2.1
Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat binnen drie kilometer afstand van het plangebied geen Natura 2000-gebied ligt. Het Natura 2000-gebied ligt buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft vermesting en verzuring, verdroging of geluid- en lichtverstoring. Vanwege de afstand, de geringe omvang van de ontwikkeling in het plangebied en daardoor de afscherming worden geen effecten op soorten, habitats van soorten of habitattypen in het Natura 2000-gebied verwacht. Er is geen effect op het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en daarom is er geen aanleiding om te verwachten dat er op Natura 2000-gebieden op grotere afstand nog effecten zullen optreden. Een vervolgonderzoek vanuit de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. De gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
5.2.2
Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Voor wat betreft de NNB is bij directe/indirecte aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen NNB binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNB dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel NNB-gebieden. Ook significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB in de nabijheid van het plan kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNB geen belemmeringen. Het NNB-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
Blad 15 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
6
Bronnen Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. BIJ12, 2017a. Kennisdocument huismus. BIJ12, 2017b. Kennisdocument gierzwaluw. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Overig: NDFF
Blad 16 van 16
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Bijlagen
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze Bijlage voor de vogelsoorten en Tabel B van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten niet zijnde vogels). Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel C en D van deze Bijlage.
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Tabel A. Vogels die vallen onder artikel 3.5 (Bern bijlage II, Bonn bijlage I) én in Nederland broeden. Ingekorte lijst van de vogelsoorten van de Conventie van Bern bijlage II. Deze lijst is ingekort. Opgenomen zijn: vogels die volgens de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (Nederlandse Fauna serie deel 5 uit 2002) en de Avifauna van Limburg (uit 2006) in Nederland broeden. Soortgroep
Vogels
Nederlandse naam Nederlandse naam
Nederlandse naam
Appelvink Baardman Beflijster Bergeend Bergfluiter Bijeneter Blauwborst Blauwe kiekendief Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte strandloper Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boompieper Boomvalk Bosrietzanger Bosruiter Bosuil Braamsluiper Brandgans Bruine kiekendief Buizerd Casarca Cetti's zanger Draaihals Duinpieper Dwergmeeuw Dwergstern Engelse kwikstaart Europese kanarie Fitis Fluiter Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Geoorde fuut Glanskop Goudhaan Grasmus Graspieper Graszanger Grauwe kiekendief Grauwe klauwier Grauwe vliegenvanger Griel
Purperreiger Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Rode wouw Roerdomp Roodborst Roodborsttapuit Roodhalsfuut Rouwkwikstaart Sijs Slangenarend Slechtvalk Smelleken Snor Sperwer Spotvogel Sprinkhaanzanger Steenuil Steltkluut Strandplevier Taigaboomkruiper Tapuit Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Velduil Visarend Visdief Vuurgoudhaan Wespendief Wielewaal Winterkoning Witbandkruisbek Witte kwikstaart Witwangstern Woudaap Zeearend Zwarte mees Zwarte ooievaar Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte stern Zwarte wouw Zwartkop
Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Grote karekiet Grote stern Grote zilverreiger Havik Heggenmus Hop Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Klapekster Klein waterhoen Kleine barmsijs Kleine bonte specht Kleine karekiet Kleine plevier Kleine zilverreiger Kleinst waterhoen Kluut Kneu Koereiger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Kraanvogel Krekelzanger Kruisbek Kuifmees Kwak Kwartelkoning Lepelaar Matkop Middelste bonte specht Nachtegaal Nachtzwaluw Noordse stern Oehoe Oeverloper Oeverpieper Oeverzwaluw Ooievaar Orpheusspotvogel Paapje Pestvogel Pimpelmees Poelruiter
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Groene specht Groenling
Porseleinhoen
Zwartkopmeeuw
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Tabel B. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam
Amfibieën
Dagvlinders
Haften
boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
bever
kamsalamander
Zoogdieren
knoflookpad
landzoogdieren lynx
rugstreeppad
noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
brede geelrandwaterroofkever
Kevers
Libellen
Nachtvlinders
Reptielen
Zoogdieren
kleine dwergvleermuis
juchtleerkever
vleermuizen
kleine hoefijzerneus
vermiljoenkever
laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
Sporenplanten tonghaarmuts
Weekdieren Zaadplanten
ingekorven vleermuis
gestreepte waterroofkever
geel schorpioenmos
Vissen
hazelmuis
Zoogdieren
grijze dolfijn
zeezoogdieren
kleine zwaardwalvis
kleine vlotvaren
narwal
steur
orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket
butskop
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend,
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
zomerschroeforchis
witte dolfijn
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep
Amfibieën
Nederlandse naam
Soortgroep
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad*
Elrits
Kleine watersalamander*
Europese rivierkreeft
Meerkikker*
Vissen
Gestippelde alver
Middelste groene kikker*
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
Kwabaal
Vuursalamander Aardbeivlinder
Dagvlinders
Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Kleine heivlinder
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Sleedoornpage Spiegeldikkopje
Reptielen
Libellen
Grijze zeehond
Zoogdieren
Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat*
Speerwaterjuffer
Ree*
Kevers
Vliegend hert
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Tabel D. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep
Planten
Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.
Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.
Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.
Natuurtoets Spoorlaan Etten-Leur projectnummer 433732 14 juni 2018 revisie 00 SoMa Vastgoed B.V.
Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel E worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel E. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).
Ontheffingsgronden
1 2
3
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang
Artikel 3.1
Artikel 3.5
Artikel 3.10
Soorten van de Vogelrichtlijn
Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern
Andere soorten
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X