CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 (Ontwerp) beschikking Hoevenseweg 41

Raad besluit 10 maart 2025, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Afgeven Verklaring Van Geen Bedenkingen (VVGB) voor het afwijken van de parkeernorm voor een distributiecentrum op Hoevenseweg 4122.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

9.3.

Beoordeling plaatsgebonden risico en groepsrisico

Op grond van artikel 2, eerste lid, sub a (Sevesolll-inrichting), valt de inrichting onder de reikwijdte van het Bevi. Het betreft een zogenaamde niet-categoriale inrichting. Dit betekent dat voor de activiteiten een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) moet worden uitgevoerd waarmee het PR 106/jr en het GR berekend kunnen worden. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) is aangegeven dat de daarin voorgeschreven Rekenmethodiek Bevi moet worden gebruikt voor het berekenen van deze risico's met toepassing van het softwareprogramma Safeti-NL en de Handleiding Risicoberekeningen Bevi (versie 3.3). In de Handleiding Risicoberekeningen Bevi is vastgelegd op welke wijze het PR 106/jr (middels een kaart met contouren) en het GR (een FN-curve) dienen te worden gepresenteerd. De toetsing van de QRA aan het Bevi wordt hierna beschreven.

9.3.1. Toetsing plaatsgebonden risico De plaatsgebonden risicocontour 10-6/jr komt niet buiten de inrichting. Binnen de PR 106/jr contour komen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten voor. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde van het Bevi.

9.3.2. Conclusie plaatsgebonden risico De conclusie is dat het plaatsgebonden risico geen belemmering vormt voor het verlenen van de vergunning. 9.3.3. Borging uitgangspunten QRA Uit de QRA blijkt dat een brand in een voorziening voor de opslag verpakte gevaarlijke stoffen waarbij giftige verbrandingsproducten vrijkomen het bepalende scenario is voor het risico naar de omgeving.

De scenario's resulteren niet in een plaatsgebonden risico groter dan 1*106/jr. Gelet op de toegepaste uitgangspunten in de risicomodellering ten aanzien van de bruto structuurformule (gehalte stikstof, zwavel en chloor van elk 10%) en de beperkte afbrandsnelheid door de afwezigheid van ADR klasse 3 in de opslagvoorzieningen zijn hiervoor geen aanvullende voorschriften opgenomen in deze vergunning. Gelet op de eigenschappen van de aangevraagde verpakte gevaarlijke stoffen is overeenkomstig PGS 15 een beschermingsniveau 3 vereist. In de kluizen A1 en A2 wordt echter een hoger beschermingsniveau toegepast dan strikt is vereist. In de aanvraag zijn de kluizen voorzien van een sprinklerinstallatie zoals bedoeld in beschermingsniveau 1. In de QRA is ook rekening gehouden met de doorwerking (risicoreductie) van deze repressieve maatregel. In de QRA is in de modellering wel

48

uitgegaan van de basiskans op brand behorend bij beschermingsniveau 3 (1,8*10 4/jr). Om te borgen dat de sprinklerinstallatie voldoet aan de vereisten die behoren bij beschermingsniveau 1 zijn voorschriften aan deze vergunning verbonden.

9.3.4. Toetsing groepsrisico Er is geen sprake van een berekend groepsrisico.

10. SEVESOIII-INRICHTING

10.1.

Besluit risico's zware ongevallen 2015

Met het in werking treden van het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015) is de Europese Seveso III-richtlijn uit 2012 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Het Brzo 2015 richt zich op het beheersen van zware ongevallen en heeft tot doel om het risico van (grote) ongevallen bij bedrijven zo klein mogelijk te maken. Dat gebeurt enerzijds door de kans dat dergelijke ongevallen plaatsvinden te verkleinen (proactief, preventie en preparatie) en anderzijds door de gevolgen van een eventueel ongeval voor mens en milieu te beperken (repressie). Op 1 januari 2024 zijn de regels opgenomen in paragraaf 4.2 van het Bal. In verband hiermee wordt niet meer gesproken over Brzo-bedrijven, maar over Seveso-inrichtingen.

Op grond van de aangevraagde hoeveelheid gevaarlijke stoffen die de hoge drempelwaarde uit Bijlage I van de Seveso III-richtlijn overschrijdt is de inrichting een hogedrempelinrichting. Als gevolg hiervan moet de inrichting een preventiebeleid (PBZO-document) opstellen, een veiligheidsbeheerssysteem (VBS) hebben geïmplementeerd, een QRA hebben uitgevoerd en een bedrijfsbrandweerrapport hebben opgesteld. Een hogedrempelinrichting moet daarnaast ook een veiligheidsrapport (VR) maken.

10.2.

Veiligheidsrapport

Voor de te realiseren oprichting van de inrichting is bij de aanvraag een beperkt veiligheidsrapport (*VR) gevoegd. Het beperkt veiligheidsrapport bevat voldoende beschrijvingen en voldoet aan de indieningsvereisten zoals vermeld in artikel 4.13 van de Mor. Wij hebben bij onze beoordeling ook rekening gehouden met het oordeel van het Waterschap Brabantse Delta over de bij de aanvraag gevoegde Milieu Risico Analyse (MRA). Deze MRA maakt onderdeel uit van het veiligheidsrapport. Opgemerkt wordt dat op het moment dat de inrichting in werking is er een actueel volledig VR aanwezig moet zijn. Het geactualiseerde VR moet vervolgens aan ons toegezonden worden.

10.3.

(Intern) noodplan en journaal

In de Arbowetgeving en Brzo 2015, thans paragraaf 4.2 Bal, is het hebben van een noodplan geregeld. Op basis van artikel 2.5b van het Arbobesluit respectievelijk artikel 11 Brzo, thans artikel 4.22 Bal, is een bedrijf verplicht een noodplan te hebben. Op basis van deze artikelen is het bedrijf ook verplicht onder andere hulpverleningsinstanties in te lichten over het noodplan indien gewenst door deze instanties (er moet dus zelf om gevraagd worden). Gezien het voorgaande worden ten aanzien van een (intern) bedrijfsnoodplan geen voorschriften aan deze omgevingsvergunning verbonden. Verder hebben Seveso-inrichtingen op grond van artikel 18 van de Regeling risico’s zware ongevallen 2015, thans artikel 4.24 Bal, al de verplichting om een actuele stoffenlijst (journaal) bij te houden. Gezien het voorgaande worden ten aanzien van een journaal geen voorschriften aan deze omgevingsvergunning verbonden.

49

10.4.

Beoordeling afstand tot beschermde natuurgebieden

In artikel 2.14, tweede lid van de Wabo jo. artikel 5.11 van het Bor is aangegeven dat het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning die van toepassing is op een inrichting die onder het Brzo 2015 valt, moet zorgen dat er voldoende afstand wordt gehouden ten opzichte van een beschermd natuurgebied. Bij de beoordeling van de afstand moet rekening worden gehouden met ongewone voorvallen binnen de inrichting. Gebaseerd op de resultaten van MRA concluderen wij dat voor de aangevraagde activiteit de afstand tot kwetsbaar natuurgebied voldoende is.

10.5.

Hoofdwegen en landelijke spoorwegen

Binnen de PR 106/jr contour van de inrichting liggen geen (spoor)wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Tracéwet.

11. OP- EN OVERSLAG VAN GEVAARLIJKE STOFFEN (PGS-RICHTLIJNEN)

Ten behoeve van de op- en overslag van gevaarlijke stoffen zijn richtlijnen opgesteld in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Deze PGS richtlijnen zijn vermeld als Nederlandse informatiedocumenten over BBT in de bijlage van de Mor. Voor de beoordeling van de aanvraag van de inrichting de PGS 15 relevant:

Uit de aanvraag blijkt dat de opslag kan voldoen aan de PGS 15 en daarmee voldoet aan BBT. De relevante onderdelen van deze richtlijn zijn bij voorschrift aan dit besluit verbonden. Gelijkwaardigheid

Voor de toepassing van PGS 15 geldt het gelijkwaardigheidsbeginsel. Dit houdt in dat andere maatregelen kunnen worden getroffen dan in de eisen van de PGS 15 zijn opgenomen.

In bijlage M14AV_PGS15 toets 230711 van de aanvraag wordt gerefereerd naar een gelijkwaardige oplossing. De uitwerking waarmee gelijkwaardigheid wordt aangetoond is niet bij de aanvraag gevoegd. Om de gelijkwaardigheid te waarborgen is hiertoe een voorschrift aan deze beschikking verbonden. Specifiek betreft dit:

Voorschrift 4.5.2 van de PGS 15 is vereist. Hierover staat in de aanvraag opgemerkt dat de sprinklerinstallatie wordt aangemerkt als gelijkwaardige oplossing. Er is echter geen nadere uitwerking gegeven van de vakgrootte en de effectieve werking van de sprinklerinstallatie.

Uit het UPD (11304-1 UPD SPR DC ProDelta Etten-Leur rev D) dat bij de aanvraag is gevoegd wordt ingegaan op de specificaties van de sprinkler. Daarin staat "door toepassen van een sprinklersysteem het niet nodig is brandwerende maatregelen te treffen voor de hoofddraagconstructie". Dit komt niet overeen met hetgeen in bijlage M14AV_PGS15 toets 230711 is opgegeven als gelijkwaardige oplossing. Uitgaand dat de sprinkler als gelijkwaardige voorziening kan functioneren moet het UPD eerst worden goedgekeurd. Mede op advies van de Veiligheidsregio Midden en West Brabant vindt de beoordeling van het UPD plaats in een separate procedure. De goedkeuring van het UPD is maatgevend voor het aantonen van gelijkwaardigheid.

12. GELUID

50

12.1.

Algemeen

De bedrijfsactiviteiten hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. Deze geluidemissie wordt vooral veroorzaakt door voertuigbewegingen met vrachtwagens. De veroorzaakte geluidbelasting in de omgeving en de perioden waarin deze optreedt, is in kaart gebracht in een akoestisch rapport. Het geluid wordt beoordeeld op basis van de representatieve bedrijfssituatie (de geluidemissie die de inrichting onder normale omstandigheden veroorzaakt). Beoordeeld worden de geluidniveaus, te weten het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus als gevolg van het in werking zijn van de inrichting.

12.2.

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau

De inrichting ligt op het gezoneerde industrieterrein Vosdonk in de gemeente EttenLeur. Bij de vergunningverlening op de aanvraag nemen wij in ieder geval in acht de geldende grenswaarden voor gezoneerde industrieterreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Voor gezoneerde industrieterreinen geldt als uitgangspunt dat de etmaalwaarde van het equivalent geluidniveau vanwege het gehele industrieterrein buiten de zone niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde.

In het akoestisch rapport dat deel uitmaakt van de vergunningaanvraag is de geluidimmissie, zowel voor de dag-, avond- als nachtperiode, aangegeven ter plaatse van de door de zonebeheerder vastgestelde zonebewakingspunten (op de vastgestelde 50 dB(A)-contour) en bij relevante woningen binnen de zone. Van de zonebeheerder ontvingen wij 15 september 2023 een zonetoets waarbij de situatie vóór en na de aanvraag in beeld is gebracht, de zonetoets is bijgevoegd in bijlage 2 bij deze vergunning. De zonebeheerder heeft verklaard dat de berekende geluidimmissie van de inrichting, gecumuleerd met de geluidimmissie van de overige op het industrieterrein gevestigde inrichtingen, past binnen de beschikbare geluidruimte voor het betreffende industrieterrein.

Naast twee toetspunten op woningen van derden zijn in verband met de handhaafbaarheid drie nieuwe beoordelingspunten opgenomen op 50 m van de grens van de inrichting. De beoordelingspunten zijn weergegeven in figuur 1. opgenomen als bijlage 3 bij deze vergunning.

12.3.

Maximale geluidniveaus

Volgens de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening moet gestreefd worden naar het voorkomen van maximale geluidniveaus die meer dan 10 dB boven het door de inrichting veroorzaakte equivalente niveau uitkomen.

De grenswaarden voor de maximale geluidniveaus bedragen 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Bij deze grenswaarden zal in de regel geen hinder optreden. Diverse uitspraken onderschrijven dit. Aan deze grenswaarde wordt voldaan. Wij hebben aan de vergunning een voorschrift verbonden, waarin grenswaarden zijn gesteld. De maximale geluidniveaus ter plaatse zijn overeenkomstig de voor de aangevraagde activiteiten benodigde geluidruimte.

13. LUCHT

51

13.1.

Toetsingskader

In Titel 5.2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grens- en richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau, die wij als toetsingscriteria moeten hanteren.

De concentraties van fijn stof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn in de Nederlandse situatie het meest kritisch ten opzichte van de grenswaarden. Op grond van artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer kan de vergunning alleen worden verleend, als aannemelijk gemaakt kan worden dat voldaan wordt aan (minimaal) één van de volgende criteria: •

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;

•

er is - al dan niet per saldo - geen verslechtering van de luchtkwaliteit;

•

de bijdrage aan de concentratie van een stof is 'niet in betekenende mate' (NIBM);

•

het project is genoemd of past binnen het NSL of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Uit het ingediende luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de beoogde verandering niet zal leiden tot een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde waarvoor luchtkwaliteitseisen gelden. Artikel 5.16 lid 1 sub a is van toepassing. De luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor verlening van deze vergunning.

13.2.

Eindconclusie aspect lucht

Wij zijn van oordeel dat uit de aanvraag blijkt dat er voldoende maatregelen worden toegepast c.q. zullen worden toegepast om luchtemissies te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

14. TOETSINGSKADER AANLEG UITRIT

14.1.

Inleiding

Een aanvraag om omgevingsvergunning voor een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen als bedoeld in artikel 2.2 lid 1 onder e van de Wabo dient te worden verleend als geen sprake is van één van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 2.18 van de Wabo.

14.2.

Toetsing

Algemene Plaatselijke Verordening Een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg is alleen mogelijk als ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om een uitweg te maken. Uit artikel 2.12 van de APV Etten-Leur blijkt dat dit niet het geval is. Er hoeft alleen gemeld te worden.

De aanvraag wordt beschouwd als een melding.

14.3.

Conclusie

52

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen, zijn wij van oordeel dat voor gevraagde vergunning voor de activiteit een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen, geen vergunningplicht geldt.

15. CONCLUSIE

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op de activiteiten van een inrichting kan worden geconcludeerd, dat de omgevingsvergunning kan worden verleend. In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.

53

BEGRIPPENLIJST

Begrip

Definitie

Afvalwater

Alle water waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering

daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of moet ontdoen.

BBT

Best Beschikbare techniek genoemd in een BBT document.

Bedrijfsafvalwater

Afvalwater (inclusief verontreinigd hemelwater), niet zijnde huishoudelijk afvalwater.

Bedrijfsbrandweer

Een bedrijfsbrandweer conform de aanwijzingsbeschikking artikel 31 van

de Wet veiligheidsregio's dan wel een bedrijfsbrandweer welke is

vastgesteld op basis van een goedgekeurd bedrijfsbrandweerrapport met daarin de informatie zoals gesteld onder artikel 7.2,eerste lid van het Besluit veiligheidsregio's.

Bedrijfsriolering

Een stelsel van buizen, verbindingstukken en elementen zoals straat- en trottoirkolken, gootelementen, verzamelputten en installaties, zoals

slibvangputten, olie-waterscheider en controleputten voor de opvang en

afvoer van bedrijfsafvalwater. Bevoegd gezag

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens dezen de

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) Bodemgevoelig gebouw

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar

personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. De term gebouw is in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gedefinieerd als: bouwwerk dat een voor

mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

Bodemincident

Een incident waarvan op voorhand een redelijk vermoeden bestaat dat vrijgekomen stoffen de bodem zullen verontreinigen, dan wel een incident waarna door middel van lekdetectie of anderszins is vastgesteld dat

bodemverontreiniging is opgetreden. Bodemrisicodocument

Document dat inzicht geeft in het risico van bodemverontreiniging. Hiertoe

wordt per bodembedreigende activiteit overeenkomstig de

bodemrisicochecklist uit de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming

bepaald of met de aanwezige of voorgenomen combinatie van voorzieningen en maatregelen sprake is of zal zijn van een

verwaarloosbaar bodemrisico.

Brandbare (vloei)stof

Een vloeistof die zelf brandbaar is of waaruit onder voorzienbare bedrijfsomstandigheden een brandbaar gas, brandbare damp of brandbare

nevel kan ontstaan (EN-IEC 60079-10). Een vaste stof vallend onder klasse 4.1.van het ADR. Een vloeistof die , in verpakte vorm, conform het

ADR het etiket model nr. 3 draagt.

Brandbestrijdingssystemen

De repressieve middelen ter bestrijding van brand, zoals brandkranen

(blusbootaansluitingen), handblusmiddelen (haspels en poederblussers), sprinklers, deluge, blusgasinstallaties etc. Brandgevaarlijke stof

Vaste, vloeibare of gasvormige stof die brandbaar of brandbevorderend is, of bij brand gevaar oplevert, in de zin van de ADR-klassen 2 t/m 5.

CLP

De CLP-verordening is de Europese verordening over de indeling 54

(Classification), etikettering (Labelling) en verpakking (Packaging) van chemische stoffen en mengsels.

Drukhouder

Een drukhouder is een verzamelterm die flessen, grote cilinders,

drukvaten, gesloten cryohouders en flessenbatterijen omvat. Emballage

Verpakkingsmateriaal, zoals glazen en kunststof flessen, blikken en kunststof cans, metalen en kunststof vaten of fiberdrums, papieren en kunststof zakken, houten kisten, big-bags en Intermediate Bulk Containers

(IBC's).

Geluidsgevoelige

Gebouwen of objecten, aangewezen in het Besluit geluidhinder krachtens

bestemmingen

de artikelen 49 en 68 van de Wet geluidhinder (Stb. 1982, 465).

Giftige stoffen

Giftige stoffen geldt als bedoeld: voor het laden en lossen van tankwagens en ketelwagens het ADR; voor het laden en lossen alsmede de boord-boord verlading van schepen het ADN; voor opslagtanks en procesinstallaties de

Wm. Goederen

Producten als genoemd in bijlage 7 van de NeR. Bijlage 7 van de NeR geeft

de klassenindeling van de meest voorkomende stortgoederen. Deze lijst moet overigens niet als limitatief worden gezien, doch kan aanvullingen of

wijzigingen ondergaan. Hemelwater

Alle neerslag, zoals regen, sneeuw of hagel.

Huishoudelijk afvalwater

Afvalwater dat vergelijkbaar is met afvalwater afkomstig van particuliere huishoudens.

IBC

Intermediate Bulk Container. Een stijve of flexibele verpakking die in paragraaf 6.5 van het ADR is genoemd.

ILT

Inspectie Leefomgeving en Transport

Immissierelevante

Het geluidsvermogen niveau van een rondom afstralende puntbron die op

bronsterkte (LWR)

een plaats van de echte geluidsbron dan wel het broncentrum van een stelsel geluidsbron staat en op het immissiepunt hetzelfde geluidsniveau geeft als deze geluidsbron(nen).

Installaties

Die onderdelen van de inrichting, die als een zelfstandige eenheid kunnen

worden beschouwd. Installaties kunnen met elkaar verbonden zijn,

bijvoorbeeld via pijpleidingen. Invloedsgebied (met

Gebied waarin bij ministeriële regeling op grond van artikel 15, eerste lid,

betrekking tot externe

van het Besluit externe veiligheid inrichtingen te stellen regels personen

veiligheid)

worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.

IPPC

Integrated Pollution Prevention and Control

ISO 14001

Milieumanagementsystemen - Eisen met richtlijnen voor gebruik, 2015

Keuring voor

Een (eerste of hernieuwde) keuring voor ingebruikneming, uitgevoerd

Ingebruikneming

voorafgaand aan een eerste ingebruikneming van nieuwe drukapparatuur

drukapparatuur

en indien van toepassing voorafgaand aan een hernieuwde ingebruikneming van bestaande drukapparatuur. (Verplichting op grond van het Warenwetbesluit drukapparatuur).

KIWA

Dienstverlenend centrum voor kwaliteitsbeheersing en onderzoek in de

sectoren Drinkwater, Bouw en Milieu, www.kiwa.nl

55

KVI

Keuring Ingebruikneming drukapparatuur

Langtijdgemiddeld

Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter

beoordelingsniveau (LAr,LT) plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld

overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai',

uitgave 1999.

Maatgevend

Is het scenario dat in de aanwijsbeschikking bedrijfsbrandweer, ingevolge

bedrijfsbrandweerscenario

artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s, wordt omschreven.

Maximaal geluidsniveau

Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand 'fast',

(LAmax)

verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand 'fast' komt

overeen met een tijdconstante van 125 ms. Mengen

Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Onder ‘mengen’ wordt in ieder geval gevat:

-

het samenvoegen van afvalstoffen die vallen binnen verschillende afvalcategorieën van ‘bijlage 5; Lijst met gescheiden te houden

afvalstoffen;

MER NEN 5725

-

het samenvoegen van afvalstoffen met niet-afvalstoffen;

-

verdunnen van afvalstoffen;

-

het samenvoegen van afvalstoffen binnen één afvalcategorie.

Milieueffectrapport NEN 5725 : Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van

vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, uitgever NEN ICS

13.080.01; 13.080.05, oktober 2017. NIBM

Onderneming

Niet in betekenende mate

Een bedrijfseconomische definitie van een of meerdere vestigingen

behorende tot een en dezelfde onderneming. Hoeft niet plaatsgebonden te

zijn bij bijvoorbeeld een concern met een hoofdvestiging en een of meerdere nevenvestigingen. Ongewoon voorval

Elke gebeurtenis in een inrichting, ongeacht de oorzaak van die

gebeurtenis, die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteiten - met inbegrip van storingen in het productieproces en storingen in de voorzieningen

(mits daaruit nadelige gevolgen voor het milieu voortkomen) van de inrichtingen alsook ongelukken en calamiteiten - en waardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of dreigen te ontstaan. Ontdoener

Persoon of bedrijf waar afval ontstaat en die zich van het afval wil ontdoen door het af te geven aan een inzamelaar, vervoerder handelaar, bewerker

of verwerker. Openbaar riool

Voorziening voor de inzameling en transport van afvalwater, als bedoeld in artikel 10.30 van de Wet milieubeheer.

PAS

Programmatische Aanpak Stikstof

PGS 14

Vastopgestelde brandbeheersings- en brandblussystemen

brandbestrijdingssystemen, versie 1.0, oktober 2017

56

PGS 15

Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen versie 1.0, september 2016

PGS 6

Aanwijzingen voor implementatie van het Brzo 2015, versie 1.0, november

2016

PMV

Provinciale milieuverordening

ppm

Concentratie-eenheid parts per million

Puntbron

Een gefixeerd punt van gekanaliseerde - en daarmee in principe kwantificeerbare emissies.

QRA

Quantitative Risk Assessment oftewel kwantitatieve risico-analyse.

REACH-verordening

REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen. REACH stelt beperkingen aan het gebruik van stoffen

wanneer negatieve effecten ervan op mens en/of milieu bekend zijn, 18 december 2006.

Referentieniveau

De hoogste waarde van de onder 1. en 2. genoemde niveaus, bepaald overeenkomstig het Besluit bepaling referentieniveau-periode (Stcrt. 1982,

162):

het geluidsniveau, uitgedrukt in dB(A), dat gemeten over een bepaalde periode gedurende 95% van de tijd wordt overschreden, exclusief de bijdrage van de inrichting zelf;

het optredende equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door wegverkeerbronnen minus 10 dB(A), met dien verstande dat voor de nachtperiode van 23.00 tot 07.00

uur alleen wegverkeerbronnen in

rekening mogen worden gebracht met een intensiteit van meer dan 500

motorvoertuigen gedurende die periode.

RIE

Richtlijn Industriële Emissies

Riolering

Bedrijfsriolering of openbare riolering.

Stoffen die bij een brand

Dit zijn de stoffen als bedoeld in de Handleiding Risicoberekeningen Bevi

betrokken kunnen worden

(HBR), versie 3.3, juli 2015, module C, bijlage 14 "Verantwoording", paragraaf 14.4, blz. 178 en 179 zijnde ADR-klasse 3-stoffen, brandbare

stoffen en stoffen die bij een brand kunnen ontleden of verdampen, respectievelijk de categorieën 1, 2 en 3 uit de tabel 114.

Toxisch

Toxische stoffen zijn in meer of mindere mate schadelijk voor organismen. Effecten kunnen optreden bij inademing, inslikken, contact met de huid,

ogen of slijmvliezen. Een ander woord voor toxisch is giftig. Uitgangspuntendocument

Een document waarin voor een specifiek bouwwerk beschreven is welk

(met betrekking tot

integrale bouwkundige, installatietechnische en organisatorische

brandrisico)

maatregelen genomen worden ter afdekking van de brandrisico's.

Uitsorteren

Het handmatig scheiden van incidenteel voorkomende verontreinigingen uit

een vrijwel schone materiaalstroom of uit een mengsel van vrijwel schone

materiaalstromen UPD

Uitgangspuntendocument. Het UPD is de grondslag voor ontwerp,

uitvoering, beheer en inspectie van het Vastopgestelde Brandbeheersings-

en Brandblussysteem (VBB-systeem) en omvat de uitgangspunten daarvoor. VBS

Veiligheidsbeheerssysteem. In het VBS moet dat gedeelte van het 57

algemene managementsysteem zijn opgenomen waartoe behoren de

organisatorische structuur, de verantwoordelijkheden, de werkwijzen, de procedures, de processen en de hulpmiddelen welke het mogelijk maken

het preventiebeleid voor (zware) ongevallen te bepalen en uit te voeren.

Veiligheidsstudie

Een systematische risicoanalyse om de relevante risico’s van ongewenste

situaties te kunnen identificeren en te beheersen Verkeersbeweging

Het aan- of afrijden met een persoon-, bestel- of vrachtwagen.

Verklaring vloeistofdichte

Een bewijs van inspectie waarmee aangetoond wordt dat een voorziening

voorziening

als vloeistofdicht wordt aangemerkt.

Verontreinigende stoffen

Stoffen die hinder of nadeel voor de gezondheid van de mens kunnen

opleveren. Ook vallen hieronder stoffen die schade kunnen toebrengen aan

dieren, planten of goederen. Dit kan gaan om op zichzelf staande stoffen,

gezamenlijke stoffen of stoffen die in verbinding met elkaar staan.

Vlampunt

De laagste temperatuur waarbij de stof nog genoeg damp afgeeft om tot ontbranding te kunnen komen wanneer deze in contact komt met een ontstekingsbron

Vloeistofdichte vloer of

Vloer of voorziening direct op de bodem die waarborgt dat geen vloeistof

voorziening

aan de niet met vloeistof belaste zijde van de vloer of voorziening kan komen.

58

BIJLAGE 1: WELSTANDSADVIEZEN VAN DE GEMEENTE ETTEN-LEUR VAN 25 OKTOBER 2022, 22 NOVEMBER 2022 EN 20 APRIL 2023

59

GEMEENTE

WELSTANDSCOMMISSIE

ETTEN-LEUR Gemeente Etten-Leur

ADVIESAANVRAAG

Roosendaalseweg4

487S AA Etten-Leur

Nummer aanvraag: 20220G0581-01 Betreft: Het oprichten van een distributiecentrum Adres: Hoevenseweg 41 in Etten-Leur

Postbus 10.100

4870 GA Etten-Leur

T: 14 076

Datum advies: 25-10-2022

E : info@etten-leur.nl I: www.etten-leur.nl

Aan het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur. Op 25 oktober heeft de welstandscommissie bovenvermeld bouwplan beoordeeld. Planomschrijving: Het plan omvat het oprichten van een distributiecentrum

Welstandscriteria Welstandsnota 2010. Van toepassing zijn de algemene criteria en de gebiedsge­ richte criteria - Bedrijventerrein Welstandsniveau Regulier Bevindingen: Het verzoek is beoordeeld in relatie tot de omgeving. Hiertoe is gebruik gemaakt van omgevingsfoto’s, luchtfoto’s en kadastrale gegevens voortkomend uit Nedbrowser. De commissie ziet het voorgestelde plan als een positieve ontwikkeling. Er zijn raamopeningen rondom het hele gebouw aanwezig. Hierdoor wordt de uitstraling van het gebouw open, wat veel distributiecentra niet hebben. Ook in de avonduren heeft het gebouw' hierdoor een aangenaam uiterlijk. De commissie constateert dat de bebouwing aan de N640/Vossendaal parallel aan de weg ligt. Het voorgestelde plan wijkt hiervan af. De commissie adviseert om het plan in overeenstemming met de overige bebouwing te plaatsen, parallel aan de N640/Vossendaal. De commissie constateert een onlogische geleding in de betonplint in de voorge­ vel, waarbij de lage delen en de hoge delen in conflict zijn. De commissie vraagt om de lage delen van de betonplint in de voorgevel te veranderen naar hoge de­ len om zo eenheid in de voorgevel te creëren. In de overige gevels is de lage be­ tonplint akkoord. De commissie adviseert om de dichte geveldelen in de witte kaders ook in wtt uit te voeren in plaats van in antraciet.

Hierdoor wordt het contrast tussen de witte delen en de antaciete delen gemaximaliseerd en komt het ontwerp beter tot zijn recht.

De commissie constateert dat er geen gevelreclame aanwezig is. Mocht dit wel worden toegepast dan ziet zij deze graag ter beoordeling De commissie adviseert de gevelreclame onderdeel te laten uitmaken van het ontwerp. De reclamezuil op het terrein is akkoord.

Conclusie: Niet akkoord

andcommissie.

61

GEMEENTE

ETTEN-LEUR

WELSTANDSCOMMISSIE

Gemeente Etten-Leur

ADVIESAANVRAAG

Roosendaalseweg 4

4875 AA Etten-Leur

Nummer aanvraag: 2022OG0581-0I Betreft: het oprichten van een dsitributiecentrum Adres: Hoevenseweg 41 in Etten-Leur

Postbus 10.100

4870 GA Etten-Leur T: 14 076

Datum advies: 22-11-2022

E : info@etten-leur.nl I : www.etten-leur.nl

Aan het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur. Op 22 november heeft de monumentencommissie bovenvermeld bouwplan beoordeeld. Planomschrijving: Het plan omvat het oprichten van een distributiecentrum Welstandscriteria: Welstandsnota 2010. Van toepassing zijn de algemene criteria en de gebiedsgerichte criteria - Bedrijventerrein Welstandsniveau: Regulier Bevindingen: Het verzoek is beoordeeld in relatie tot de omgeving. Hiertoe is gebruik gemaakt van omgevingsfoto?s, luchtfoto's en kadastrale gegevens voortkomend uit Nedbrowser. , het ontwerp nader toe.

, namens de architect, lichten

, opdrachtgever.

De commissie gaat akkoord met het plan, mits de ?kaders” alleen met glas worden gevuld, de betonplint per gevel 1 hoogte krijgt en de groenzone aan de Vossendaal wordt versterkt. De nadere uitwerking kan ambtelijk worden afgedaan. De commissie adviseert de dichte delen in de ?kaders” te laten vervallen en in glas uit te voeren. Daarnaast adviseert de commissie, zoals in haar vorige advies is weergegeven, de betonplint per gevel 1 consistente hoogte te geven. De commissie beveelt als laatste aan om de groenzone aan de Vossendaal verder uit te breiden.

Conclusie: Akkoord, mits

Namens dé welstandcommissie.

De secretaris.

62

I4 I

ETTEN-LEUR Ambtelijke welstandstoets. Project: Hoevenseweg 41 te Etten-Leur, bij ons bekend onder 2023AP0082-01.

Met tekening T06_02_00, rev. A. d.d. 12-12-2022, is voldaan aan de opmerkingen uit het advies van de welstandscommissie van 22-11-2022.

Advies. Vo

Se

/

ke eisen van welstand.

nd

s e.

63

BIJLAGE 2: GELUIDZONETOETS PRODELTA VOSDONK

Rapport: Map: Model: Groep:

Periode: Toetswaarden:

Vergelijkingstabel

Zonemodel september 2023 Waarde=(hoofdqroep) / Referentie=(hoofdgroep) (inclusief groepsreducties) / Waarde=Etmaalwaarde / Referentie=Etmaalwaarde Waarde=Berekende waarden / Referentie=Zonering

Naam 01_A 02_A 03 A 04 A 05_A

Omschrijving

ZB PUNT 1 ZB PUNT 2 ZB PUNT 3 ZB PUNT 4 ZB PUNT 5

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

41,20 41,72 41,46 41,73 41,13

50,00 50,00 50,00 50,00 50,00

-8,80 -8.28 -8,54 -8,27 -8.87

06_A 07_A 08 A 09 A 10 A

ZB PUNT 6 ZB PUNT 7 ZB PUNT 8 ZB PUNT 9 ZB PUNT 10

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

37,56 37,57 36,54 38,80 42,42

50,00 50,00 50,00 50,00 50,00

-12,44 -12,43 -13,46 -11,20 -7,58

11_A 12_A 13 A 14 A 15 A

ZB PUNT 11 ZB PUNT 12 ZB PUNT 13 Hoevenseweg 33 Hertesprong 21

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

45,31 45,91 44,17 50,42 52,42

50,00 50,00 50,00 55,00 55,00

-4,69 -4,09 -5.83 -4,58 -2,58

16 A 17 A 18 A 19 A 20 A

Hertesprong 19 Wildbaan 136 MTG Wildbaan 121 Kattestraat 46 Kattestraat 42

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

53,07 53,31 52,71 52,67 52,30

55,00 55,00 55,00 55,00 55,00

-1,93 -1,69 -2,29 -2,33 -2,70

21_A 22 A 23 A 24 A 25 A

Duinkerkelaan 95 Tolhuislaan 49 Roosendaalseweg 88 Roosendaalseweg 67 Hoge Donk 25

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

52,53 51,91 51,55 52,33 47,42

55,00 55,00 55,00 55,00 55,00

-2,47 -3,09 -3,45 -2,67 -7,58

26_A 27_A 28 A 29 A 30 A

Middendonk 16 Middendonk 10 Vossendaal 55 Hoevenseweg 44 Hoevenseweg 38

5,00 5,00 5,00 5,00 5,00

53,91 47,04 53,90 49,04 49,37

55,00 55,00 55,00 55,00 55,00

-1,09 -7.96 -1,10 -5,96 -5,63

31_A

Hoevenseweg 34

1,50

52,25

55,00

-2,75

Hoogte Waarde Referentie Verschil

Geomilieu V2022.4 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

15-9-2023 12:15:46

BIJLAGE 3: GELUID OVERZICHT TOETSPUNTEN BEHOREND BIJ VOORSCHRIFT 7.2.1

Hoevenseweg 41 43

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Figuur 1 Overzicht van toetspunten Detail puntbronnen Mobiele bron Pu ntbronnen Toetspunten Gebouwen

Bedrijven

El

1

=4

3.

HMRI, Industrie, [Zonemodel 2022 - 11-07-23 Krip Hoevenseweg 41-43 Toetspunten OMB] . Geomilleu V20222 rev 1 Licentiehouder: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=7f470797-36d6-44dd-b95e-ef71dc2202e4