CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij Brief bij Raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen Zwartenbergseweg 17

Raad debatteert 13 maart 2023, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel Definitief besluit verklaring van geen bedenkingen Zwartenbergseweg 1713.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wanneer deze innovaties zijn bedoeld om aan wettelijke eisen te voldoen en/of door de overheid worden gesubsidieerd, dan mag die ruimte niet zonder meer opnieuw worden gebruikt. Ik stel samen met provincies de beleidsregels voor intern salderen vast op het moment van de inwerkingtreding van de vergunningplicht op 1 januari 2024. (ii) Specifiek aandacht voor bijzondere projecten Ik wil voorkomen dat de beleidsaanpassingen toekomstig beleid ten aanzien van verduurzaming en de wettelijk vastgestelde klimaatdoelen in de weg staan. Daarom verken ik of het ook mogelijk is om geen of minder beperkingen op te leggen aan projecten die op korte termijn een toename van stikstofuitstoot en depositie veroorzaken, maar op de langere termijn een substantiële afname leveren, die bijdragen aan natuurherstel. Dit zijn vooral energietransitieprojecten, zoals projecten in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (MIEK). Daarover vindt ook overleg plaats met de Europese Commissie in het kader van Repower EU. Ook onderzoek ik samen met de ministers van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat hoe en waar, bijvoorbeeld in wet- en regelgeving, rekening gehouden kan worden met de positie van Defensie, respectievelijk projecten in het kader van de KRW en waterveiligheid. De minister van Defensie heeft bedrijfsmatige Pagina 18 van 27

ruimte nodig voor de operationele gereedstelling van de krijgsmacht. Dit gaat bijvoorbeeld om rijden, varen, vliegen, oefenen en schieten. De bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie wordt gekenmerkt door fluctuaties. Door het aangaan of beëindigen van missies, waardoor personeel en materiaal wordt uitgezonden naar het buitenland of weer terugkomt, en door variaties in oefenprogramma’s, kan tijdelijk minder gebruik plaatsvinden dan binnen de vergunning is toegestaan, of kan er juist sprake zijn van volledig gebruik. Daarnaast is er ruimte nodig voor de versterking van de krijgsmacht, waarover afspraken zijn gemaakt in NAVO- en Europees verband, het coalitieakkoord en de Defensienota 2022.

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

Ons kenmerk LGS / 22558512

(iii) Vergemakkelijken en vereenvoudigen van toestemmingverlening Gezien de complexiteit van de toestemmingverlening wil ik alles op alles zetten om de uitvoering ervan zoveel mogelijk te vergemakkelijken en te vereenvoudigen, economische en maatschappelijke ontwikkelingen niet onnodig vertragen. Vergemakkelijken: stikstofregistratiesysteem, stikstofbanken en prioritering Het kabinet zet in op registratie van alle vrijkomende ruimte en vrijvallende ruimte, waaronder ruimte die beschikbaar komt uit de piekbelastersaanpak, in een register en kiest ervoor steviger regie te voeren op het uitgeven van deze ruimte aan prioritaire projecten van nationaal belang (waaronder de PAS-melders). Hiermee werkt het kabinet aan de motie van het lid Grinwis c.s.19 om bij behoefte aan stikstofruimte voor de uitvoering van projecten van grote maatschappelijke waarde stikstofruimte ordentelijk en transparant geregistreerd beschikbaar te stellen via een stikstofbank. Nu al hebben Rijk en provincies gezamenlijk een register van stikstofbanken ingericht om extern salderen te faciliteren en te kunnen sturen op schaarse stikstofruimte. Hieronder vallen het landelijke stikstofregistratiesysteem (SSRS), specifieke provinciale doelenbanken en een landsdekkende microdepositiebank.

Het doel van het register van stikstofbanken is om stikstofruimte te registreren zodat deze op een later moment kan worden toegedeeld. Voor alle banken is vooraf aangegeven waar de geregistreerde stikstofruimte voor gebruikt kan worden. Vanzelfsprekend kan alleen stikstofruimte die niet nodig is voor behoud en herstel van de natuur, en dus additioneel is, ten behoeve van toestemmingverlening worden geregistreerd. In het landelijke SSRS wordt stikstofruimte geregistreerd die afkomstig is van een aantal landelijke bronmaatregelen. Op dit moment is dat ruimte uit de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv). Volgend jaar worden, met een wijziging in de regelgeving, de Maatregel Gerichte Aankoop (MGA-1) en uit de subsidieregeling Walstroom als nieuwe bronmaatregel opgenomen waarmee ruimte in het SSRS geregistreerd kan worden. Ruimte uit het SSRS kan gebruikt worden voor (clusters van) woningbouwprojecten, de zeven MIRT-projecten en voor de legalisatie van PAS-meldingen. De provincies hebben negen provinciale doelenbanken ingesteld en hebben daarnaast een gezamenlijke provinciale microdepositiebank ingesteld. In de provinciale doelenbanken wordt ruimte geregistreerd die beschikbaar komt door provinciale bronmaatregelen. De ruimte uit deze banken wordt ingezet om

19

Kamerstuk 30 252, nr. 58 Pagina 19 van 27

initiatieven te realiseren die binnen de doelstelling van elk van deze banken vallen. Op dit moment zijn er nog geen initiatieven gerealiseerd met ruimte uit deze provinciale doelenbanken. In de microdepositiebank wordt ruimte geregistreerd die overblijft na extern salderen (vrijvallende ruimte). Daarnaast kunnen provincies er voor kiezen om ruimte uit bronmaatregelen in de microdepositiebank te registreren. De ruimte uit de microdepositiebank wordt gebruikt om initiatieven met een lage depositie (minder dan 0,05 mol per hectare per jaar) mogelijk te maken.

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

Ons kenmerk LGS / 22558512

De komende tijd zet ik samen met de betrokken departementen en de provincies in op het doorontwikkelen van het register van stikstofbanken. Begin volgend jaar zullen de rijksdoelenbanken worden ingesteld. Gezien de moties van het lid Boswijk (CDA) c.s.20 en het lid Bisschop (SGP)21; en het belang van het onder andere versneld legaliseren van PAS-meldingen, heeft het kabinet (zoals aangekondigd in mijn brief van 15 juli) 250 miljoen euro versneld beschikbaar gesteld door de middelen naar voren te halen uit de tweede tranche van de landelijke beëindigingsmaatregel veehouderij (Lbv). Daarnaast wordt onderzocht hoe nieuwe bronmaatregelen kunnen resulteren in meer stikstofruimte in het SSRS en stikstofbanken en zal (opnieuw) gesproken worden over de prioritering van deze ruimte. Daarmee beschouw ik de motie-Boswijk (CDA) als afgedaan. Ik zal de Kamer in het voorjaar van 2023 verder informeren over de prioriteiten waarvoor Rijksdoelenbanken zijn opgericht en over wijze van prioriteitstelling van beschikbare stikstofruimte. Vereenvoudigen van de toestemmingverlening Als gevolg van de Porthos-uitspraak moeten initiatiefnemers van bouwprojecten in de meeste gevallen berekeningen uitvoeren en ecologisch beoordelen om vast te stellen of de activiteit vergunningplichtig is. Dit leidt tot vertraging en toename van kosten.

Dit wordt mogelijk versterkt door capaciteitstekorten bij onderzoeksbureaus en overheden, die het onderzoek moeten uitvoeren en beoordelen. Het kabinet zet langs twee sporen in op vereenvoudiging van toestemmingverlening en beperking van administratieve lasten. Het gaat daarbij om de korte termijn en lange(re) termijn. Het doel is om marktpartijen te ondersteunen en duidelijkheid te verschaffen over de vraag of berekeningen en beoordelingen al dan niet nodig zijn. Op de korte termijn werkt het kabinet aan standaardisatie door middel van kengetallen of vuistregels om zo administratieve lasten voor initiatiefnemers te verminderen. Het doel hiervan is om snel inzicht te verschaffen in de vraag of voor een activiteit geen vergunningplicht geldt. Het doel is om gedetailleerde berekeningen zo te vertalen naar concrete activiteiten, zoals de omvang van een woningbouwproject en de mate van duurzaamheid van het gebruikte bouwmaterieel. Dit vermindert de rekenlast voor initiatiefnemers. Voor marktpartijen maakt dit snel inzichtelijk of berekeningen nodig zijn. Het kabinet trekt hierin op met experts, medeoverheden en maatschappelijke partners. Daarbij vormt praktische toepasbaarheid het uitgangspunt en de laatste wetenschappelijke inzichten en de juridische houdbaarheid zijn leidend.

Het kabinet streeft ernaar om in het eerste kwartaal van 2023 hierover aan initiatiefnemers duidelijkheid te verschaffen. In combinatie met de inzet op

20 21

Kamerstuk 35 925-XIV, nr. 104 Kamerstuk 33 576, nr. 276 Pagina 20 van 27

verduurzaming van de bouw, zullen hiermee waarschijnlijk veel kleine bouwprojecten geholpen zijn. Om de administratieve lasten voor bouwprojecten met geringe stikstofemissies structureel te verminderen, beziet het Kabinet parallel aan de hierboven genoemde uitwerking van kengetallen of vuistregels, de mogelijkheden om voor deze projecten een ondergrens toe te passen (‘generieke voortoets’), waaronder een project niet vergunningplichtig is. Juridische houdbaarheid is hierbij leidend. Het kabinet zal de Tweede Kamer hierover in 2023 informeren.

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

Ons kenmerk LGS / 22558512

Voor de langere termijn is het doel toestemmingverlening te vereenvoudigen en meer ontwikkelperspectief te bieden voor economische en maatschappelijke activiteiten. Het kabinet zal daarom de mogelijkheden onderzoeken voor een nieuw systeem van toestemmingverlening. De implementatie in wet- en regelgeving, evenals de daadwerkelijke toepassing ervan, kan plaatsvinden zodra natuur- en bronmaatregelen zijn uitgevoerd en de staat van natuur aantoonbaar is verbeterd. Met de verkenning van dit nieuwe perspectief op toestemmingverlening kan eerder gestart worden. Daarbij geldt als uitgangspunten dat een nieuw stelsel toekomstbestendig en praktisch toepasbaar is en zijn wetenschappelijke onderbouwing en het voldoen aan de eisen van de Vogel- en Habitatrichtlijn leidend. (iv) Verbeteren toezicht en handhaving Toezicht en handhaving zijn een essentieel onderdeel van het systeem van toestemmingverlening. De effectiviteit van beleid staat of valt met de naleving ervan, zoals die is vastgelegd in wet- en regelgeving en vergunningen. Via toezicht controleert het bevoegd gezag of een initiatiefnemer zijn project volgens de geldende kaders uitoefent. Wanneer dat niet het geval is en initiatiefnemers geen gebruik maken van herstelmogelijkheden die het bevoegd gezag biedt, wordt er gehandhaafd, bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder dwangsom of het intrekken van een vergunning.

Zo kunnen bevoegde instanties ervoor zorgen dat ontwikkelingen verantwoord plaatsvinden en de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden er niet op achteruit gaat. Komend jaar laat ik samen met de betrokken departementen en provincies onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar de wijze waarop bevoegde instanties invulling geven aan toezicht en handhaving van natuurvergunningen op grond van de Wnb voor wat betreft stikstof. Hiermee wil ik meer inzicht krijgen in eventuele knelpunten en mogelijkheden om die op te lossen. Op basis van de uitkomsten bekijken we welke stappen we kunnen zetten om het stelsel verder te versterken. Daarbij kijken we onder andere naar de informatiepositie van bevoegde instanties, de zichtbaarheid van toezicht en handhaving, prioriteitstelling en bijbehorende capaciteit. Met dit onderzoek geef ik invulling aan de motie-Grinwis (CU) c.s.22 om het toezicht op vergunningen en de informatiepositie van bevoegde instanties te verbeteren en aan de toezegging aan het Eerste Kamerlid Janssen (SP)23 omtrent actief vergunningbeheer. Bij het onderzoek betrek ik de aanbevelingen van de

Kamerstuk 33576, nr. 308 Toezegging aan het lid Janssen (SP) van de Eerste Kamer over voor het einde van dit jaar te informeren over stand van zaken ten aanzien van actief vergunningenbeheer. 22 23

Pagina 21 van 27

commissie-Van Aartsen24 en zoek ik aansluiting bij het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel waar de Kamer reeds over is geïnformeerd.25 (v) Recente uitspraken door de Raad van State Rav-factoren in natuurvergunningen De laatste tijd is er veel onzekerheid ontstaan over emissiearme stalsystemen. Verschillende natuurvergunningen voor drie type stalsystemen zijn getoetst bij de rechter. Recent heeft de RvS geoordeeld dat niet is uitgesloten dat de Natura 2000-gebieden erop achteruit gaat.26 Daarnaast laten verschillende onderzoeken27 zien dat emissiearme stalsystemen niet in alle gevallen de beoogde emissiereductie opleveren. Daardoor bieden de Rav-factoren voor emissiearme stalsystemen, op basis waarvan de stikstofuitstoot wordt bepaald, onvoldoende basis voor toestemmingverlening.

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

Ons kenmerk LGS / 22558512

Samen met de betrokken departementen en provincies heb ik de betekenis van de uitspraak van de RvS en de onderzoeken geanalyseerd. Het kabinet ziet geen andere conclusie dan dat natuurvergunningen voor alle nieuwe emissiearme stalsystemen alleen nog onder striktere voorwaarden kunnen worden verleend. Alleen zo hebben ondernemers een vergunning die zeker is en kunnen we zo veel mogelijk voorkomen dat de Natura 2000-gebieden erop achteruit gaan. Daarmee krijgen initiatiefnemers en bevoegde instanties weliswaar meer duidelijkheid en zekerheid, maar dat maakt de boodschap niet minder vervelend. Voor het kabinet blijft innovatie een belangrijke onderdeel van de transitie van de landbouw. Voorop staat dat toepassing van emissiearme stalsystemen op landelijk niveau wel tot stikstofreductie leidt, zo blijkt ook uit het onderzoek van de WUR (zie het rapport in bijlage 2). Het probleem voor toestemmingverlening is dat de beoogde stikstofreductie op individueel bedrijfsniveau onvoldoende zeker is, waardoor niet zeker is dat dat de natuur er niet verder op achteruit gaat. Samen met de bevoegde instanties en de agrarische sector zet het kabinet stappen om dit te verbeteren. Hieronder ga ik verder in op de Rav-factoren, de uitspraak van de RvS, recente onderzoeken, de consequenties voor agrarische ondernemers en de vervolgstappen.

Hiermee geef ik ook invulling aan de toezegging aan de Kamer uit mijn brief van 12 september 202228. Wat zijn Rav-factoren In het Besluit emissiearme huisvesting zijn emissiegrenswaarden vastgesteld om op landelijk niveau de stikstofuitstoot uit stallen te reguleren. Hiervoor zijn de emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav-factoren) ontwikkeld. Ieder type stalsysteem heeft een Rav-factor, die aangeeft hoeveel stikstofuitstoot dit stalsysteem gemiddeld veroorzaakt.29 Deze Rav-factoren worden tot nu toe ook gebruikt voor het verlenen natuurvergunningen. Ze zijn opgenomen in AERIUS Calculator, het rekensysteem waarmee initiatiefnemers en bevoegde instanties berekenen hoeveel stikstofdepositie een bepaald project, in Kamerstuk 22343, nr. 295 en Kamerstuk 22 343/28663, nr. 336 Kamerstuk 22343, nr. 336 26 Uitspraken van de Raad van State op 7 september en 12 oktober 2022 (202106900/1/R2, 202106908/1/R2 en 202106915/1/R2, 202106903/1/R2) 27 Bijvoorbeeld de CBS-analyse ‘Stikstofverlies uit opgeslagen mest’ (cbs.nl) en Kamerstuk 29383 en 28973, nr. 382, bijlage. 28 Kamerstuk 29383, nr. 368 29 Per dierplaats per jaar. 24 25

Pagina 22 van 27

dit geval een nieuwe of aangepaste stal, veroorzaakt op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Uitspraken Raad van State Natuurorganisaties hebben verschillende rechtszaken aangespannen tegen intern salderen en natuurvergunningen voor emissiearme stalsystemen die op basis van de Rav-factoren zijn verleend. Zij geven aan dat niet is uitgesloten dat de natuur erop achteruit gaat. Recent heeft de RvS uitspraak gedaan over een aantal zaken in het kader van drie typen bestaande emissiearme stalsystemen die gebruikt worden in de melkveehouderij.30 De RvS heeft geoordeeld dat deze natuurvergunningen niet zonder meer verleend hadden mogen worden, omdat alleen op basis van de Rav-factoren niet is uitgesloten dat de natuur erop achteruit gaat. Daarnaast werd de daling in stikstofuitstoot gebruikt om meer dieren te houden (intern salderen), waardoor het nog lastiger is om vast te stellen dat de natuur in Natura 2000-gebieden niet achteruit gaat.

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

Ons kenmerk LGS / 22558512

Onderzoeken naar emissiearme stalsystemen Op 14 oktober jl. heeft de staatssecretaris van IenW het rapport van Wageningen Livestock Research (WLR) over de effectiviteit van emissiearme stalsystemen in de praktijk naar de Kamer gestuurd31. De beleidsreactie op dit onderzoek ontvangt de Kamer separaat. In dit rapport wordt geconcludeerd dat er forse verbeteringen nodig en mogelijk zijn binnen het systeem van ontwerp, beoordeling en gebruik van emissiearme stalsystemen en de totstandkoming van de Rav-factoren. Dit is een breed onderzoek naar emissiearme stallen (pluimvee-, melkvee en varkenstallen) waarin wordt aangegeven dat het niet zeker is of het rendement van de stallen, zoals weergegeven aan de hand van de Rav-factor, ook daadwerkelijk wordt gehaald. Om hier meer zekerheid over te verkrijgen moet nader kwantitatief onderzoek worden gedaan.32 Op moment betekent het echter dat er onzekerheid bestaat over de stikstofuitstoot als gevolg van de stallen. Daarnaast is dit onderzoek relevant voor toestemmingverlening, omdat ook wordt geconcludeerd dat de Rav-factoren niet bedoeld zijn om op individueel bedrijfsniveau een inschatting te maken van de stikstofuitstoot en -depositie door een bepaalde stal.

Deze conclusie gaat niet zozeer over óf de factoren een juiste weergave zijn van de gemiddelde emissie, maar of zij überhaupt gebruikt kunnen worden voor het berekenen van depositiepatronen ten behoeve van de Wnb. De onderzoekers geven aan dat het om die reden voor toestemmingverlening noodzakelijk is om gebruik te maken van een onzekerheidsfactor. Het kabinet hecht onverminderd aan innovatie in de transitie van de landbouw, en heeft daarom aanvullend onderzoek naar de genoemde onzekerheidsfactor gevraagd aan Wageningen University & Research (WUR). De onderzoeksvraag was of het mogelijk is om bij vergunningverlening voor emissiearme melkveestallen te anticiperen dat de stallen op individueel bedrijfsniveau niet altijd de verwachte gemiddelde emissiereductie opleveren. Door een onzekerheidsfactor of betrouwbaarheidsinterval toe te passen bij het gebruik van de Rav-factoren, zou met meer zekerheid de reductie van stikstofuitstoot en -depositie kunnen worden berekend en zouden de Rav-factoren mogelijk op een andere manier gebruikt kunnen worden voor toestemmingsverlening (zie het rapport in bijlage 2).

Uitspraken van de Raad van State op 7 september en 12 oktober 2022 (202106900/1/R2, 202106908/1/R2 en 202106915/1/R2, 202106903/1/R2) 31 Kamerstuk 29 383 en 28 973, nr. 382, bijlage 32 Meer informatie hierover kunt u vinden in de beleidsreactie die de staatssecretaris van IenW naar aanleiding van het rapport van WLR dit jaar aan deze brief naar de Kamer zal versturen. 30

Pagina 23 van 27

WUR heeft in dit gevraagde onderzoek voor een aantal emissiearme melkveestallen die onderdeel uitmaken van de Rav-lijst onderzocht of het mogelijk is om een onzekerheidsfactor toe te passen bij Wnbvergunningverlening. WUR heeft dit onderzoek gedaan op basis van de oorspronkelijke metingen. Terwijl de Rav-factoren zijn gebaseerd op de gemiddelde stikstofuitstoot, blijkt uit het onderzoek dat de stikstofuitstoot op individueel bedrijfsniveau grote verschillen vertoont per moment en per locatie. Voor toestemmingverlening is het wel nodig om de stikstofuitstoot van een specifiek bedrijf in te kunnen schatten en zo te voorkomen dat de natuur in Natura 2000-gebieden erop achteruit gaat. Het is een grote tegenvaller dat uit dit onderzoek blijkt dat het toepassen van een onzekerheidsfactor ertoe leidt dat er niet of nauwelijks nog kan worden uitgegaan van een emissiereductie in individuele gevallen.

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

Ons kenmerk LGS / 22558512

Consequenties voor agrarische ondernemers Samen met de betrokken departementen en provincies heb ik de betekenis van de uitspraken van de RvS en van de bovengenoemde onderzoeken geanalyseerd. Wij kunnen niet anders dan concluderen dat de uitspraken van de RvS over de drie stalsystemen in deze zaken, ook gevolgen zullen hebben voor alle typen emissiearme stalsystemen uit de Rav (die zijn opgenomen in bijlage 1). Dat komt omdat er voor al deze systemen geldt dat er onzekerheid is over de hoogte van de ammoniakemissie. Daarnaast lopen er nog meer juridische procedures waarin andere stalsystemen ter discussie worden gesteld. Om te voorkomen dat meer agrariërs in onzekerheid gaan verkeren door juridische procedures, zal rekening gehouden moeten worden met de mogelijkheid dat de emissiearme stallen het in de praktijk minder goed doen dan verwacht. Het is daarom van belang dat we eerst meer helderheid hebben over de werking van de systemen in de praktijk. Dit leidt ertoe dat initiatiefnemers een natuurvergunning moeten aanvragen bij gebruik van deze stalsystemen en dat deze alleen nog onder striktere voorwaarden kunnen worden verleend. Want doorgaan op de huidige wijze leidt tot rechtsonzekere situaties. Alleen zo kunnen we zo veel mogelijk voorkomen dat de natuur in Natura 2000-gebieden erop achteruit gaat en meer zekerheid bieden aan initiatiefnemers en bevoegde instanties.

Voor natuurvergunningen die al zijn verleend en waarbij het niet meer mogelijk is om bezwaar of beroep in te stellen, zijn er in principe geen gevolgen. Hetzelfde geldt voor agrarische ondernemers die op basis van intern salderen een emissiearm stalsysteem hebben gebouwd en een positieve afwijzing voor hun vergunningaanvraag hebben gekregen van het bevoegd gezag. In beide gevallen is er voor bevoegde instanties dus geen aanleiding om te handhaven. Voor agrarische ondernemers die van plan zijn om een nieuw emissiearm stalsysteem te bouwen, betekent dit dat zij een natuurvergunning moeten aanvragen en daarbij een passende beoordeling moeten uitvoeren. Als sommige stalsystemen eerder met voldoende zekerheid reduceren, dan zal het makkelijker zijn om vergunningen te verlenen. Het kabinet en de provincies hechten er aan de procedure voor vergunningaanvraag zo eenvoudig mogelijk te laten verlopen en de agrarische ondernemers hier zo goed mogelijk bij te ondersteunen. In overleg met provincies, en vanzelfsprekend met de agrarische sector, wordt een handreiking geschreven waaruit blijkt wat er op moment mogelijk is; het streven is om deze medio 2023 gereed te hebben. Enkel de berekening in AERIUS Calculator, op basis van de Rav-factoren, is niet meer voldoende. Pagina 24 van 27

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken Verder met innovatie Samen met de minister van LNV, de provincies en de sector zet ik in op het verbeteren van de voorschriften in natuurvergunningen voor het gebruik van Ons kenmerk emissiearme stalsystemen. Hiermee wil ik ervoor zorgen dat agrarische LGS / 22558512 ondernemers emissiearme stalsystemen zo gebruiken dat de beoogde emissiereductie ook daadwerkelijk wordt behaald en er meer mogelijkheden zijn om de stalsystemen met zekerheid vergund te krijgen en te houden. Hiermee beoog ik niet om de procedure moeilijker te maken, maar om zekerheid te creëren voor ondernemers. Daarnaast zal ik nagaan wat de gevolgen van deze problematiek zijn voor de stikstofaanpak. Naar verwachting worden eind dit jaar de resultaten verwacht van een WUR analyses over de inzetbaarheid van emissiearme technieken. Op basis hiervan zal ik begin volgend jaar een analyse laten maken die de mogelijke gevolgen voor de stikstofaanpak in beeld brengt.

Om innovatie op de middellange en lange termijn te faciliteren en met zekerheid vergund te krijgen, zet het kabinet in op twee aanvullende sporen: het verbeteren van de toepassing van innovaties in de praktijk en de inzet op realtime meten in de praktijk. Over het verbeteren van de Rav-systematiek, waaronder de toepassing in de praktijk, zal de Kamer deze maand een brief van de staatssecretaris van IenW ontvangen waarin een beleidsreactie gegeven wordt op het rapport getiteld ‘Verbetering effectiviteit emissiearme stalsystemen in de praktijk’. Daarin wordt aangegeven op welke wijze de Rav-systematiek zal worden aangescherpt. Over het tweede spoor ontvangt de kamer een beleidsreactie van de minister van LNV met daarin een toelichting hoe op de lange termijn wordt toegewerkt naar een nieuwe systematiek op basis van doelvoorschriften in combinatie met realtime meten op bedrijfsniveau. Hierbij wordt het advies van kwartiermaker de heer Tijssens betrokken. Dit leidt op de korte termijn niet tot nieuwe mogelijkheden, maar hiermee wordt duidelijkheid geboden en weten agrarische ondernemers welke investeringen passen binnen het nieuwe systeem van toestemmingverlening. De Kamer ontvangt ook deze brief nog deze maand. Bovengenoemde brieven moeten dus in samenhang worden gelezen. Om te komen tot besluitvorming over nieuw instrumentarium is zorgvuldigheid van belang.

Daarom zal in de verdere uitwerking rekening gehouden worden met afwegingen rond de complexiteit van stelselwijzigingen, de juridische haalbaarheid, de uitvoerbaarheid hiervan en de termijn waarop dit gerealiseerd kan worden. Het is de verwachting dat de nieuwe systematiek Wnbtoestemmingverlening op termijn makkelijker maakt. Het kabinet zal in het voorjaar de Kamer informeren over de beleidsvoornemens voor deze nieuwe systematiek van toestemmingsverlening. Beweiden en bemesten Wanneer melkveehouders hun vee beweiden gaat de stikstofuitstoot en -depositie die hun melkvee veroorzaakt omlaag ten opzichte van de situatie dat de dieren op stal staan. Dit heeft er o.a. mee te maken dat de poep en plas bij beweiding minder samenkomen, waardoor minder ammoniakverbindingen ontstaan. Deze werkwijze is door de RvS bevestigd in de uitspraak van 12 oktober 2022 over de vraag of een natuurvergunning vereist is voor het weiden van melkvee33. Deze zaak was aangespannen door natuurorganisaties, omdat zij vinden dat bij

33

ECLI:NL:RVS:2022:2874. Pagina 25 van 27

beweiden niet is uitgesloten dat de natuur in Natura 2000-gebieden erop achteruit gaat. De RvS oordeelt dat er wel van uit kan worden gegaan dat Natura 2000-gebieden er niet op achteruit gaan, mits kan worden aangetoond dat de gronden waarop de koeien worden beweid altijd zijn bemest.34 Initiatiefnemers moeten dit kunnen aantonen bij de vergunningaanvraag voor nieuwe projecten waarbij beweiden een rol speelt en bevoegde instanties bij de beoordeling van handhavingsverzoeken. Vaak kunnen ze hiervoor terugvallen op het bestemmingsplan, waarin staat aangegeven dat de grond voor agrarisch gebruik is bestemd.

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

Ons kenmerk LGS / 22558512

Voor bemesten is ook geen natuurvergunning nodig als kan worden aangetoond dat het altijd al plaatsvond. Daarvoor kunnen initiatiefnemers en bevoegde instanties dus ook terugvallen op het bestemmingsplan. Deze uitspraak biedt duidelijkheid aan initiatiefnemers en bevoegde instanties over toestemmingverlening waarbij beweiden en bemesten een rol speelt. Samen met bevoegde instanties werk ik de komende tijd aan het opstellen van een handreiking, zodat vergunningverleners deze lijn in de praktijk kunnen toepassen. Deze is naar verwachting volgend voorjaar gereed. Ook regel ik bij de vergunningplicht voor intern salderen dat initiatiefnemers voor het beweiden van melkvee op basis van de genoemde werkwijze geen nieuwe natuurvergunning hoeven aanvragen. AERIUS actualisatie Vanwege de rekenfout van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in de top 100 lijst met grootste ammoniakuitstoten, heeft de geplande jaarlijkse actualisatie niet op dinsdag 22 november kunnen plaatsvinden. Op dit moment herstelt het RIVM alle producten waar de fout in doorwerkt. Ik hecht eraan dat dit zorgvuldig gebeurt, zodat de nieuwe versie van AERIUS met zekerheid deze fout niet bevat en zodat vertrouwd kan blijven worden op het instrument voor toestemmingverlening. Om die reden is de actualisatie van AERIUS Calculator en Monitor uitgesteld naar de week van 24 januari 2023.

In de komende week worden alle gebruikers hierover geïnformeerd via de reguliere kanalen. Ook wordt daarbij ingegaan op de gevolgen voor toestemmingverlening in de tussentijd. Tot slot De opgaven om de natuur te herstellen, om bedrijven verder te verduurzamen en tegelijkertijd zorg te dragen voor een mooi en leefbaar platteland, zijn uitdagend. Daarin vragen we als overheid veel van de mensen die er wonen en werken. Dit doen we in het vertrouwen dat juist deze mensen het belang van een sterke natuur, veerkrachtige bodem en gezonde leefomgeving kennen. De komende periode wil het kabinet het gesprek aan met de betrokken partijen om de voorstellen goed uit te werken. Met de bedrijven en gezinnen om wie het gaat in de kortetermijnaanpak zullen we het gesprek zoveel mogelijk aan de keukentafel of in de bedrijfskantine voeren.

34

Sinds het moment dat het gebied werd beschermd volgens de Habitatrichtlijn. Pagina 26 van 27

Daarbij houden we de menselijke maat voortdurend in het oog en proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de wensen die zij hebben. Zo kunnen wij gezamenlijk de toekomst in het landelijk gebied vormgeven, krijgen we stap voor stap meer ruimte om vergunningen te verlenen en kunnen ondernemers weer met vertrouwen de toekomst in.

Directie Bestuurlijke en Politieke Zaken

Ons kenmerk LGS / 22558512

Christianne van der Wal-Zeggelink Minister voor Natuur en Stikstof

Pagina 27 van 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=6517fe01-ce98-4185-8f53-c28fd25cf645