bijlage 1 ontwerp Omgevingsvisie Etten-Leur 9 nov 2021 RAAD- LR.pdf
Tekst van het document
OMGEVINGSVISIE ET TEN-LEUR ETTEN-LEUR DOET HET GEWOON!
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR ETTEN-LEUR DOET HET GEWOON!
ONTWERP OMGEVINGSVISIE 9 NOVEMBER 2021
In samenwerking met:
INHOUDSOPGAVE 1
De Omgevingsvisie: kompas voor de toekomst Waarom een omgevingsvisie? Aard en status van deze Omgevingsvisie Milieueffectrapportage (MER) Wegwijzer in onze Omgevingsvisie
2
1 1 2 3
De stand van Etten-Leur, trends en opgaven De mensen De leefomgeving De economie/ welvaart
3
Onze koers
3.1 3.2
Maatschappelijke doelen Omgevingsvisie Etten-Leur: onze koers
4
Gebiedsvisie
4.1 4.2 4.3 4.4
Gebiedsvisie woongebieden Gebiedsvisie buitengebied Gebiedsvisie centrumgebied Gebiedsvisie werkgebieden
5
Strategische ontwikkellocaties
5.1 5.2 5.3
Wonen Werken Mobiliteit
6
Werken met de Omgevingsvisie
6.1 6.2 6.3 6.4
Relatie met bestaand beleid Relatie met andere instrumenten uit de Omgevingswet Sturingsfilosofie Grondbeleid
7
Verantwoording
7.1 7.2 7.3
Relatie beleid andere overheden Conclusies en aanbevelingen MER Participatie
BIJLAGE: plan-MER Omgevingsvisie Etten-Leur
4 6 12
16 17
20 24 31 33
37 38 39
40 40 41 42
43 46 48
1 DE OMGEVINGSVISIE: KO M PA S V O O R D E T O E KO M S T
1 DE OMGEVINGSVISIE: KO M PA S V O O R D E T O E KO M S T
In Etten-Leur is het prettig, veilig en gezond om te wonen, werken en leven. We willen dat graag zo houden. Inwoners en ondernemers voelen zich verbonden met hun directe leefomgeving. In het algemeen zijn ze hier zeer positief over. Etten-Leur heeft hen veel te bieden. Ook bezoekers zijn vaak verrast. Woonwijken, winkel- en werkgebieden en het buitengebied hebben hun eigen waarden, soms ontstaan vanuit de historie. Ze zorgen voor eigenheid, geborgenheid en verbondenheid. De wereld om ons heen verandert. Er zijn nieuwe maatschappelijke opgaven en wensen. De gevolgen kunnen klein of groot zijn en met elkaar verweven. Nieuwe opgaven en wensen moeten een plek krijgen. Natuurlijk gaat dat niet vanzelf. Alleen als we daar nu over nadenken, kunnen we dit met inbreng van inwoners, ondernemers en anderen bereiken. Daarom is het belangrijk om deze opgaven en wensen op een goede en weloverwogen manier een plek te geven.
We nodigen bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere partners nadrukkelijk uit om samen de in deze Omgevingsvisie benoemde ambities en gewenste ontwikkelrichting verder uit te werken. We kijken daarvoor in de Omgevingsvisie tien tot twintig jaar vooruit. We bieden geen concrete antwoorden maar geven richting. Onze gezamenlijke opgaven en wensen geven we op een weloverwogen manier een plek. Deze Omgevingsvisie is hiervoor ons kompas.
1.1 WAAROM EEN OMGEVINGSVISIE? Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels over onze fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen, bijvoorbeeld: hoe onze gemeente er uit ziet; wat de kwaliteit is van de openbare ruimte en welke voorzieningen er zijn; over gebouwen, water, wegen, groen en erfgoed; over gezondheid, veiligheid en duurzaamheid; maar ook over hoe omgaan met ons buitengebied, vergrijzing en bereikbaarheid. Daarmee vormt de wet de basis voor de samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Het gaat om de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De 4 instrumenten uit de Omgevingswet voor gemeenten:
Samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere partners schetsen we de kaders die wij belangrijk vinden voor onze fysieke leefomgeving. De visie vormt daarmee de basis voor de invulling van andere instrumenten van de Omgevingswet: programma's, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. 1.2 AARD EN STATUS VAN DEZE OMGEVINGSVISIE Het motto van de Omgevingswet is: ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving: met benutten wordt bedoeld het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen; bij beschermen gaat het over het bereiken van en zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Voor onze Omgevingsvisie is dit een belangrijk vertrekpunt.
Omgevingsvisie: het gemeentelijk beleid; Omgevingsprogramma: de uitwerking/ uitvoering van beleid; Omgevingsplan: de regels voor de fysieke leefomgeving; Omgevingsvergunningen: toestemming voor activiteiten (zoals bouwen).
De Omgevingswet vraagt om een duidelijke koers van gemeenten. In de Omgevingsvisie laten we zien waar onze gemeente voor staat en waar we naar toe willen in de toekomst. We benutten de ruimte die de Omgevingswet gemeenten biedt. Ruimte voor optimaal maatwerk, creativiteit, minder regels, daarmee ook meer ruimte voor initiatieven, een andere manier van werken en organiseren.
Wat is een omgevingsvisie? Gemeenten zijn verplicht om voor hun grondgebied binnen 3 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet één omgevingsvisie vast te stellen. De omgevingsvisie bevat een beschrijving van wat we belangrijk vinden voor onze fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie gaat in op opgaven, ambities, doelen en de samenhang tussen de onderdelen van onze leefomgeving. Zoals over het woningaanbod, groen en voorzieningenniveau. Daar waar we trots op zijn, willen we graag beschermen en verbeteren. Maar we willen ook doelen bereiken om een antwoord te geven op allerlei nieuwe opgaven die op ons afkomen. Zoals op het gebied van klimaat, vergrijzing, energie, landbouw, zorg en mobiliteit.
Als gemeente bewaken we de basiskwaliteit van de leefomgeving. We kijken niet alleen naar het belang van inwoners en ondernemers. Het in stand houden en herstellen van waarden als die van natuurlijke ecosystemen is daarbij net zo belangrijk. Daarbij worden alle belangen gewogen. De Omgevingsvisie vormt een stimulans voor initiatieven en samenwerking. Een uitnodiging om samen de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en de handen ineen te slaan om maatschappelijke opgaven op te pakken. De gemeente hoeft hiervoor niet altijd de trekker te zijn maar neemt de positie in van één van de spelers op het toneel. Gemeenten mogen zelf een afweging maken, maar moeten rekening houden met landelijk, provinciaal en regionaal beleid. Rijk en provincie kunnen gemeenten instructies voor uitvoering van dit beleid geven.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 1
De Omgevingsvisie bevat een lokale visie voor de aanpak van maatschappelijke opgaven, wensen en ontwikkelingen. We geven de richting zonder al met concrete antwoorden of oplossingen te komen. Hierdoor komt er meer ruimte voor initiatieven uit de samenleving. We willen op een moderne manier samenwerken in netwerken, zoveel als mogelijk op basis van gelijkwaardigheid. Omgevingsvisie 1.0: een dynamisch document De Omgevingsvisie is onderdeel van de beleidscyclus uit de Omgevingswet. Deze bestaat uit 4 fasen: beleidsontwikkeling; beleidsdoorwerking (o.a. programma’s en het bestemmings-/omgevingsplan); uitvoering (o.a. de relatie met het afwijken van het bestemmings-/omgevingsplan); terugkoppeling (o.a. actualisatie en monitoring).
Deze cyclus maakt de samenhang tussen de instrumenten omgevingsvisie, omgevingsprogramma, omgevingsplan, omgevingsvergunningen en ruimtelijke projecten inzichtelijk. Het accent in de omgevingsvisie ligt op de periode tot 2030. Soms kijken we verder, zoals op het gebied van wonen en wegenstructuur. Maar de ervaring leert dat zelfs voor een periode van tien jaren de ontwikkelingen niet te voorspellen zijn. Innovaties kunnen bijvoorbeeld tot andere inzichten leiden. Tussentijdse aanpassing van het beleid is dan wenselijk. We kiezen er daarom voor om periodiek de Omgevingsvisie tegen het licht te houden. Een koppeling aan het vierjaarlijks raadsprogramma zou een moment hiervoor kunnen zijn.
1.3 MILIEUEFFECTRAPPORTAGE (MER) Deze Omgevingsvisie bevat een kwalitatieve beschrijving van de kwaliteiten en ambities van onze gemeente. Hiermee wordt inzicht gegeven in de voorwaarden die bepalend zijn bij ontwikkelingen zonder dat hier harde kaders voor gesteld worden. Als dat gewenst is kunnen deze kaders worden vastgelegd in programma’s en het omgevingsplan. Gelijktijdig met het opstellen van de Omgevingsvisie is ook onderzoek gedaan naar de effecten van de keuzes en ambities in deze Omgevingsvisie. Er is een zogenaamde milieueffectrapportage (MER) opgesteld (als bijlage aan deze Omgevingsvisie toegevoegd). Het MER bevat een analyse van: de huidige staat van de leefomgeving; de zogenaamde autonome ontwikkeling (wat gebeurd er op basis van het huidige beleid, trends en ontwikkelingen als we geen omgevingsvisie opstellen); de effecten van ambities en doelstellingen in de Omgevingsvisie, en de effecten die de strategische ontwikkellocaties op de leefomgeving kunnen hebben. Het MER voor deze Omgevingsvisie sluit aan bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en dient daarom voornamelijk als kwalitatieve verkenning van de leefomgevingseffecten. De resultaten van het MER zijn meegenomen bij het bepalen van onze ambities.
Ook geeft het MER voor effecten op de leefomgeving aanbevelingen om negatieve effecten te beperken en aandachtspunten voor verdere uitwerking van plannen. Voor het waarmaken van de ambities zijn aanbevelingen gedaan om ontwikkelingen mogelijk te maken en te stimuleren. Het MER wordt gelijktijdig met de ontwerp Omgevingsvisie ter visie gelegd. In deze periode kan een ieder een reactie geven op de Omgevingsvisie en het MER. Ook beoordeelt in deze periode de Commissie voor de m.e.r. (een onafhankelijk toetsende organisatie) of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de Omgevingsvisie te kunnen nemen. In de vast te stellen Omgevingsvisie wordt verantwoording gegeven hoe met de reacties op de Omgevingsvisie en MER en het advies van de Commissie m.e.r. wordt omgegaan.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 2
1.4 WEGWIJZER IN ONZE OMGEVINGSVISIE Onze Omgevingsvisie is als volgt opgebouwd:
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 3
INTERMEZZO Etten-Leur in een notendop: korte kenschets van onze gemeente Etten-Leur ontleent zijn naam aan de twee plaatsen van waaruit de gemeente is ontstaan: Etten en Leur: • Etten is ontstaan als een kleine agrarische nederzetting op een donk. Het heeft zich in noord-zuid richting ontwikkeld langs de Markt en Bisschopsmolenstraat en de Hoevenseweg. • Leur is ontstaan op de grens van het klei- en veengebied als gevolg van de turfwinning. Het is een oost-west gerichte nederzetting aan de Korte en Lange Brugstraat. Van oorsprong zijn zowel Etten als Leur betekenisvol in de land- en tuinbouw en daarbij ook in de handel en nijverheid. Tot halverwege de twintigste eeuw zijn Etten en Leur relatief welvarende agrarische dorpen. In de periode 1950-1960 start de industriële ontwikkeling en ontstaat er een omschakeling in het type werkgelegenheid: van overwegend agrarisch naar een meer industrieel georiënteerd karakter. Deze groei van de werkgelegenheid gaat gepaard met uitbreiding van de kernen. Er ontstaan in een relatief kort tijdsbestek nieuwe wijken aan de randen van Etten en Leur en ook het voorzieningenaanbod zoals winkels en sportvoorzieningen breidt uit. In regionaal verband zijn er door de aanwezige infrastructuur van provinciale en rijkswegen, water (de Mark) én de spoorlijn Roosendaal – Breda sterke relaties in oostelijke en westelijke richting.
Het verstedelijkt gebied van Etten-Leur heeft zich aan de oost-west lopende infrastructuur verder ontwikkeld. Gegroepeerd rondom de kernen Etten en Leur is de woonbebouwing gerealiseerd.
1930
1960
Bedrijven zijn vooral gesitueerd aan de westzijde van Etten-Leur op het bedrijventerrein Vosdonk, deels ten noorden op Zwartenberg aan de rivier de Mark en op Attelaken, ten noorden van het spoor. Kantoren bevinden zich hoofdzakelijk op Trivium en de Oostpoort. Het overgrote deel van de gemeente bestaat uit agrarische gronden met aansluiting op natuur- gebieden als De Pannenhoef en Het Liesbos. Evenals enkele natuurgebieden in het noordelijk deel van de gemeente zoals Zwermlaken en De Berk. Er is sprake van een noordzuid gerichte groene structuur. Dit vormt een ruimtelijke structuurdrager in de regio, die voorkomt dat de steden aan elkaar groeien. Deze groene geleding is bepalend voor de basisstructuur binnen onze gemeente.
1990
2019
De historische linten in de kernen Etten en Leur vormden de basis voor de stedelijke groei. Kenmerken van de historie zijn in diverse wijken nog terug te vinden in de infrastructuur, beplanting en ondergrond en bebouwing. De tijdgeest van de wijken is te herkennen in de structuur. In het algemeen is er sprake van een groen stedelijk karakter. Winkels, scholen en sportvoorzieningen liggen goed gespreid. De afstanden zijn goed te doen met de fiets. Etten-Leur kent een aaneengesloten stedelijk gebied. Alleen het bedrijventerrein Zwartenberg aan de rivier de Mark vormt een uitzondering. In het stedelijk gebied zijn wonen en werken vaak nog gescheiden. Op de overgangen van wonen en werken is er soms sprake van een menging van functies. Een zonering op het bedrijventerrein zorgt voor het beperken van de overlast in aangrenzende woongebieden en landelijk gebied.
2 D E S TA N D VA N E T T E N ͳ L E U R , T R E N D S E N O P G AV E N E S TA N D VA N
De inwoners vinden het dorpse karakter en brede aanbod aan voorzieningen in EttenLeur aantrekkelijk. Het kleinschalige, het sociale aspect van het dorpse, waardoor we elkaar kennen, ons veilig voelen en zorg hebben voor elkaar. Gezelligheid en onderlinge saamhorigheid is daarbij van belang. EttenLeur is een aantrekkelijke woonplaats met voorzieningen als winkels, horeca, scholen, sport, cultuur en werk om de hoek. Maar dat niet alleen. Het buitengebied is eveneens nabij. De verwevenheid van landbouw, wonen, natuur en recreatie maakt dit gebied een fijne plek om te wonen of verblijven. Etten-Leur biedt het beste van twee werelden: ruim en goed wonen met eigen dagelijkse voorzieningen, dicht bij de grote stad Breda voor overige voorzieningen.
Etten-Leur wil zich verder ontwikkelen met deze voor haar specifieke kenmerken. Of dat is gelukt kunnen we straks alleen bepalen als we weten waar we nu staan als gemeente. Ook willen we de belangrijkste trends en ontwikkelingen in en voor onze gemeente in beeld hebben. Zij zijn bepalend voor onze opgaven voor de komende tien à twintig jaar.
2.1 DE MENSEN De huidige bevolkingssamenstelling verandert Etten-Leur heeft zo’n 44.000 inwoners. Het inwonertal neemt de komende tien à twintig jaar nog verder toe. De mate is afhankelijk van de uitbreiding van het woningaanbod. Ook verandert de samenstelling van de bevolking. De grootste groep inwoners is nu nog tussen 20 en 64 (ongeveer 75%1). Dat gaat veranderen want: de groep ouderen neemt verder toe, het aantal jongeren neemt af, en het aantal inwoners met een andere culturele achtergrond groeit. De veranderende samenstelling is van invloed op het aantal huishoudens. Het percentage alleenstaanden bedraagt nu ongeveer 30%2. Steeds meer huishoudens bestaan uit een of twee personen. Elke leeftijdsgroep heeft eigen wensen voor wonen, (samen)leven, activiteiten en voorzieningen waar we het woning- en voorzieningenaanbod zo passend mogelijk op afstemmen. Ontmoeten, helpen, leren en meedoen Etten-Leur is een sociale gemeente waar mensen elkaar kennen, ontmoeten en helpen3. Iedereen kan naar eigen vermogen meedoen en doen wat hij of zij zelf kan. Een eigen huishouden, een sociaal netwerk en deelname aan de samenleving en de arbeidsmarkt vormen hiervoor de basis. Elkaar kennen en ontmoeten begint al in de eigen buurt of wijk. De Etten-Leurse wijken bestaan uit verschillende type woningen, waarbij de bouwperiode vaak goed herkenbaar is.
In de nabijheid zijn voorzieningen aanwezig waarbij iedereen elkaar kan ontmoeten. De ontmoeting begint op straat, bij een speelplek, op het schoolplein, in het wijkgebouw, op het sportveld of bij een van vele verenigingen. Veel vrijwilligers en verenigingen zorgen voor grote sociale betrokkenheid en saamhorigheid. Alleen met de inzet van vrijwilligers kan een belangrijk deel van de voorzieningen in stand blijven. De groep vrijwilligers wordt kleiner of wil zich niet meer langdurig vastleggen. We moeten om die redenen alert blijven om het voortbestaan van voorzieningen in een passende vorm te garanderen. Tegelijk moeten verenigingen en aanbieders rekening houden met de veranderende bevolkingssamenstelling en hun aanbod daarop afstemmen. 1 CBS Statistiek Bevolking - bewerking ABR Research 2019
De deelname van onze inwoners aan de arbeidsmarkt is hoger dan in vergelijkbare gemeenten. We hebben goed contact met ondernemers en onderwijsinstellingen. Onze onderwijsvoorzieningen bestaan uit: een basisschool in de directe woonomgeving (er zijn 8 brede scholen, ca. 3.775 leerlingen); twee middelbare scholen met een regionale uitstraling (ca. 3.240 leerlingen); enkele vakopleidingen. Goed onderwijs vormt een essentiële basis voor deelname aan de samenleving. De veranderingen in de techniek en maatschappij gaan snel. Een baan voor het leven is niet meer gegarandeerd. Scholing, bijscholing en omscholing wordt steeds belangrijker. Het contact met de arbeidsmarkt moeten we vasthouden. De samenwerking met en tussen het onderwijs, arbeidsmarkt en gemeente blijft belangrijk. Overheid, onderwijsinstellingen in de gemeente en in de regio en ondernemers werken samen aan het juiste aanbod. Op die manier houden we jong talent binnen de regio en vullen we deels de grote uitstroom van oudere werknemers op. In sommige sectoren worden arbeidsmigranten ingezet. Huisvesting en opgaan in de samenleving van deze groep vragen om een oplossing. Meer aandacht voor gezondheid Etten-Leur kent, verspreid gelegen over de gemeente, een goed pakket direct toegankelijke gezondheidsvoorzieningen.
Deze bestaat uit: huisartsen; twee poliklinieken; verpleeghuizen; specifieke woonvoorzieningen en dagbesteding voor inwoners met een beperking. Veel zorg vindt ook thuis plaats. Ouderen en personen met een beperking blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen. De ondersteuning komt uit de eigen omgeving, al dan niet begeleid door professionals. De toename van de groep ouderen leidt tot een stijging van de totale zorgvraag. Daarbij is ook aandacht nodig om eenzaamheid en isolement tegen te gaan. De zorgvraag 3 Burgerpeiling 2019, www.waarstaatjegemeente.nl
2 Woningmarktsimulatie RIGO/ In.Fact. Research 2013, 2016 en 2019
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 4
neemt ook toe door een groeiende groep inwoners met overgewicht, hart- en vaatziektes of depressieve klachten. Ondanks het beleid om zoveel mogelijk zorg aan huis te leveren, is aanpassing van de bestaande accommodaties aan de eisen van nu en toekomst en uitbreiding noodzakelijk. Voldoende bewegen leidt soms al tot minder klachten. De inrichting van de openbare ruimte kan verleiden tot meer bewegen en ontmoeten door groen, wandel- en fietspaden en speel- en sportplekjes in de wijk. Daarnaast blijft aandacht voor een passend aanbod aan gezondheidsvoorzieningen belangrijk. Een aangepaste woning, nieuwe technologieën, voorzieningen in de directe nabijheid en een openbare ruimte zonder drempels zijn daarbij van belang. Er blijven groepen kwetsbare inwoners die gebaat zijn bij het bij elkaar wonen. Uitbreiding van dit aanbod is noodzakelijk. Behoefte aan een passend woningaanbod De huidige kwaliteit van de woningen en woonomgeving is goed. Het grootste deel van de woningvoorraad bestaat uit grondgebonden woningen (81 %).
Volgens prognoses neemt het aantal huishoudens in Brabant de komende vijftien jaar zeker toe als gevolg van: een daling van het aantal personen per huishouden; een groei van het aantal inwoners van 75 jaar en ouder; de instroom nieuwe bewoners vanuit de Randstad en de komst van (arbeids)migranten. Daarnaast is er een groeiende markt voor andere woonvormen zoals wonen met zorgvoorzieningen. Huishoudens zijn voor een (nieuwe) woning hoofdzakelijk aangewezen op de bestaande woningvoorraad. Het huidige aanbod aan woningen is te beperkt om de vraag op te vangen. De bouw van
nieuwe woningen is nodig. Tot 2035 zijn 2.500 woningen nodig voor alle leeftijdsgroepen, zowel in de koop als huursector4. De toename is groter als de regio Breda een extra woningbouwtaak krijgt. Dan kan het aantal nieuw te bouwen woningen oplopen tot 3.800 in het jaar 2040. Kijken we naar de periode tot 2025 dan ligt het accent op bouwen in bestaande woonwijken waarvan 500 appartementen/kleine woningen. Vanaf 2025 zijn aansluitend op bestaand stedelijk gebied van Etten-Leur nieuwe locaties nodig voor de overige woningen. Om in de actuele en toekomstige woonvraag te voorzien is aanpassing en uitbreiding van het huidige woningaanbod nodig. Dan kan door: de leefomgeving aantrekkelijk en leefbaar te houden; de bestaande woningvoorraad verduurzamen; het aanbod van kleine woningen in zowel de huur- als koopsector uit te breiden (een betaalbare woning voor iedereen vraagt extra aandacht); de bouw van nieuwe (grotere) grondgebonden woningen in de huursector te beperken; het aanbod aan grondgebonden koopwoningen in alle prijssegmenten uit te breiden; het aanbod aan andere woonvormen uit te breiden. Kortom: de mensen en onze Omgevingsvisie Elke leeftijdsgroep heeft eigen wensen voor wonen, (samen)leven, activiteiten en voorzieningen. We moeten om die redenen alert blijven om het voortbestaan van passende voorzieningen te garanderen.
Tegelijk moeten verenigingen en aanbieders rekening houden met de veranderende bevolkingssamenstelling en hun aanbod daarop afstemmen. De samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt willen we vasthouden omdat passend onderwijs en arbeidsmarkt belangrijk zijn voor deelname aan de samenleving. Aangepaste woningen en de inrichting van de openbare ruimte en een passend het voorzieningenaanbod zijn belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van onze inwoners. Blijvende aandacht hiervoor, rekening houdend met de nieuwste technologieën is belangrijk.
4 Provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose 2020
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 5
Om in de actuele en toekomstige vraag te voorzien is aanpassing en uitbreiding van het huidige woningaanbod nodig.
2.2 DE LEEFOMGEVING Landschappelijke structuren Het huidige landschap is product van eeuwenlange ontwikkeling en menselijk ingrijpen. De turfwinning, de inpoldering en de landbouw vormen de basis van het huidige landschap: in het noorden het open kleigebied; centraal en in het zuiden de zandgronden en daartussen een overgangszone. (zie kaart buitengebied) Daar doorheen lopen vanuit het zuiden beekdalen en lager gelegen gebieden naar de rivier De Mark aan de noordzijde. De bossen in het zuiden maken van oudsher deel uit van dit landschap. Kenmerkend zijn het verschil en de overgang tussen enerzijds het noordelijke lager gelegen, vlakke gebied met klei en veenafzettingen en anderzijds het zuidelijke, hoger gelegen glooiende dekzandgebied. Op donken ontstonden woongemeenschappen. De kernen Etten en Leur zijn als zodanig ontstaan. In deze kernen en langs de donken staan de meeste cultuurhistorisch waardevolle panden. Vanaf de eerste industrialisatie eind 19e eeuw is door toedoen van de mens het landschap veranderd. In eerste instantie door oprichting van industrieën langs de Leurse Haven en de Mark en leemwinning rondom de kern Etten. Na de Tweede Wereldoorlog nam de industrialisatie sterk toe en groeide de kernen Etten en Leur naar elkaar toe. In het kader van de wederopbouw kreeg Etten-Leur een regionale woon- en werkfunctie toegewezen.
De verstedelijking en industrialisatie met de bijhorende mobiliteit leidden tot verdere veranderingen in het landschap. Door menselijk ingrijpen is ook het karakteristieke kleinschalige verschil qua reliëf en landschapselementen zoals bomen, houtwallen, dijken en poelen afgenomen. Juist het reliëf is een belangrijk vormgevend element in het landschap en kan meer dan voorheen aanleiding geven voor de inrichting van het (toekomstige) watersysteem, waardoor het karakteristieke kleinschalige reliëf behouden blijft. Ook landschapselementen behorend bij de diverse landschapstypen die Etten-Leur kent, zijn belangrijk voor de karakteristiek en daarmee herkenbaarheid van
het landschap. Het huidig beleid is dan ook gericht op bescherming en waar mogelijk versterking van de kenmerken van het landschap. Daarbij houden we ook rekening met cultuurhistorische waarden, zoals zandpaden en houtwallen, want die bepalen mede de identiteit. Elementen van het oorspronkelijke landschap, zoals waterlopen en bomenlanen, zijn ook nog goed herkenbaar in het stedelijk gebied. Deze elementen, onder andere langs wegen, maken integraal onderdeel uit van de zogenoemde hoofdgroenstructuur. De hoofdgroenstructuur, vijvers en waterlopen, bomen en hagen langs straten en kleine groenelementen en speelplekken vormen het groene karakter van de woongebieden van Etten-Leur. Zij vervullen ook een recreatieve functie. Een ander onderdeel van de hoofdgroenstructuur vormt het randzonegroen tussen stedelijk en landelijk gebied. Het kenmerkende onderscheid in harde, directe overgangen en zachte randzones is een kwaliteit die eveneens om behoud vraagt. Om het landschap te behouden en versterken moeten we daarom blijven inzetten op: de aanleg van ecologische verbindingszones tussen de natuurgebieden in het noordelijke en het zuidelijke deel van de gemeente met name langs vaarten; het stimuleren van de aanleg van bij het gebied passende landschapselementen; landschappelijke inpassing van gebouwen en erven; het zo veel mogelijk behouden van de stedelijke hoofdgroenstructuur.
Natuur en biodiversiteit De afgelopen decennia is op een aantal plaatsen binnen de gemeente nieuwe natuur gerealiseerd. Als gevolg van de verstedelijking, industrialisatie, bevolkingsgroei, mobiliteit en (intensieve) landbouw zijn natuurlijke ecosystemen verstoord. Natuurwaarden en de biodiversiteit staan onder druk. We zien afname van in het wild levende dieren en planten. Soortenrijkdom/ biodiversiteit is belangrijk voor - maar ook in belangrijke mate afhankelijk van - een goed functionerend ecosysteem. Herstel van natuur en biodiversiteit beperkt zich niet alleen tot natuurnetwerken maar ook daarbuiten, zowel in landelijk als stedelijk gebied. Meer groen in het stedelijk gebied draagt aan dit herstel bij.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 6
Het gaat daarbij om: meer groen in de openbare ruimte; meer groen op privéterreinen. De aanwezigheid van groen, water e.d. heeft een positief effect op de gezondheid van mensen. Dit geldt ook voor de inrichting van de wijken, waar met een goede inrichting ontmoeting en bewegen gestimuleerd worden. Bij het beheer van de openbare ruimte hanteert Etten-Leur al diverse natuurvriendelijke methoden (schoffelen, borstelen, verbranden, ecologisch maaien van bermen en ecologisch beheer van groengebieden). Uitbreiding van deze wijze van beheer is wenselijk. Wat betreft natuur en biodiversiteit zien we de volgende opgaven: verder gaande verstoring voorkomen; de afname van de biodiversiteit stoppen; inzetten op meer ruimte voor groen in stedelijk en landelijk gebied. Bodem Een schone, veilige en stabiele bodem is essentieel voor het leven van mensen, dieren en planten. Het beleid is gericht op: bescherming van de bodem als basis voor alle initiatieven en activiteiten; een efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; afstemming van de kwaliteit aan de functie (is de bodem geschikt voor de beoogde functie); bescherming van lokale aardkundige en archeologische waarden. Bij de uitvoering van dit beleid zijn landelijke en provinciale regels leidend. Bodem en ondergrond leveren een belangrijke bijdrage aan de maatschappelijke opgaven.
De bescherming van de kwaliteit van de bodem is belangrijk. Verontreiniging, verdroging, vermesting, verarming, verdichting en verzilting vormen daarvoor een bedreiging. Daarnaast vraagt toenemend gebruik van de bodem voor onder meer voedselproductie, woningbouw, klimaatverandering en de energietransitie om tijdige en zorgvuldige afstemming. Water Het grondwatersysteem in onze gemeente kent drie soorten gebieden: infiltratiegebieden op de centrale en zuidelijke zandgronden: daar kan het water goed indringen. Hier bij voorkeur geen functies die een hoge grondwaterstand eisen, maar eerder
functies die bijdragen aan infiltratie van schoon regenwater voor aanvulling van het grondwater. Deze gebieden zijn gevoelig voor verdroging en dat kan leiden tot droogteschade voor landbouw en natuur. kwelgebieden op de overgang van zand naar klei en in de beekdalen: hier zien we liever geen functies die een lage grondwaterstand wensen. Ontwatering past daar niet bij de eigenschappen van het watersysteem. intermediaire gebieden gelegen tussen de infiltratie- en kwelgebieden in: hier zijn grondgebruiksvormen met matig diepe grondwaterstand en plaatselijke infiltratie mogelijk. Het grondwaterpeil moet mede afgestemd zijn op de functie. Soms moet een nieuwe balans worden gezocht om verdroging of wateroverlast te voorkomen. Dit in overleg met de gebruikers en het waterschap. Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en voor hemelwater en grondwater. Gemeenten en waterschappen maken afspraken (afvalwaterakkoorden) over hoe zij de keten van inzamelen, transporteren en zuiveren van stedelijk afvalwater het best kunnen onderhouden. De afgelopen twintig jaar investeerde Etten-Leur fors in de kwaliteit van het rioolstelsel, het afkoppelen van hemelwater van de riolering en de aanleg van bergbezinkbassins en vijvers voor waterberging.
Het hemelwater infiltreren we, bij delen van de gemeente waar dit mogelijk is, in de bodem of vangen we op in het oppervlaktewater. Juist nu de periodes van langdurige droogte toenemen, wordt vasthouden van water steeds belangrijker. De bescherming van de kwaliteit van het oppervlakteen grondwater is eveneens een taak waarvoor meerdere overheden zorgdragen. Bestaande verontreinigingen moeten worden beheerd. Nieuwe verontreinigingen, door bijvoorbeeld lekkage of instorten van riool of gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen, moeten zoveel mogelijk worden voorkomen of worden beperkt. Ook het stimuleren van de toepassing van milieuvriendelijke bouwstoffen en duurzaam beheer draagt bij aan de bescherming van de kwaliteit.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 7
Op het gebied van waterveiligheid zijn er twee opgaven: de opgave om het grondgebied van Etten-Leur uit veiligheidsoverwegingen te beschermen tegen water (overstromingsgevaar); het voorkomen van wateroverlast. Klimaatadaptatie Ons klimaat verandert. Hogere temperaturen, langere periodes van droogte en heftigere regenbuien komen steeds vaker voor. De maatschappelijke gevolgen en gevolgen voor de leefomgeving zijn groot voor zowel de gezondheid, de leefbaarheid, de natuur en de biodiversiteit, gebouwen en openbare ruimte, de arbeidsproductiviteit en voedselproductie. Ook de economische schade kan aanzienlijk zijn. Etten-Leur wil klaar zijn voor een veranderend klimaat met extremer weer. De regionale stresstest bevat een eerste inschatting van onze opgave. Namelijk om samen met inwoners, organisaties en ondernemers aan de slag te gaan. De opgave is om woongebieden, werkgebieden en het buitengebied beter bestand te maken tegen een veranderend klimaat met extremer weer. Daar waar mogelijk moeten we de oppervlaktes verharding en bebouwing beperken en klimaatbestendig inrichten. We moeten dus gericht zijn op: het voorkomen van wateroverlast; hoogwaterbescherming; droogtebestrijding; het voorkomen van hittestress. Energietransitie Nederland staat aan de vooravond van een grote verandering op het gebied van haar energievoorziening.
De opwekking van elektriciteit en warmte moet binnen 30 jaar CO2 neutraal zijn. Het gebruik van fossiele brandstoffen is dan drastisch afgenomen. De uitstoot van broeikasgassen moet worden teruggedrongen om zo verdere opwarming van de aarde te voorkomen. We gaan dat terugzien in de wijze waarop we elektriciteit en warmte opwekken. Onze energie komt straks van de zon, de wind, de bodem en getijden en biomassa.
In de afgelopen decennia zijn in Etten-Leur al initiatieven op dit gebied ontplooid, zoals: drie windmolenparken in de polder; de gasloze wijk ‘Schoenmakershoek’; de energieneutrale wijk ‘De Streek’; meerdere kleinschaligere projecten.
Voor de opwekking van duurzame elektriciteit heeft Etten-Leur samen met gemeenten in de regio WestBrabant de doelstellingen voor 2030 geformuleerd in de Regionale Energie Strategie (RES). De afspraken over de opwekking van duurzame elektriciteit voor de regio West-Brabant tot 2030 luiden als volgt:
De opwekking van duurzame elektriciteit via grootschalige installaties is een regionale opgave. Etten-Leur levert daaraan nu al een relevante bijdrage met drie windmolenparken in het grootschalige kleigebied aan de noordzijde van de gemeente. (zie kaart buitengebied) In 2050 is het energieverbruik voor verwarming van de gebouwde omgeving in de regio West-Brabant naar verwachting ongeveer 5,8 Terawattuur (TWh). Op dit moment komt 0,3 Terawattuur (TWh) uit hernieuwbare bronnen die ook in de toekomst beschikbaar blijven. De verduurzamingsopgave voor de gebouwde omgeving is daarmee - volgens de huidige inzichten - zo’n 5,5 Terawattuur (TWh) tot 2050. In de ‘Transitievisie Warmte’ wordt dat voor Etten-Leur verder uitgewerkt. Voor 2030 is de regionale ambitie om via isolatie 15% minder warmte te gebruiken in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2020. Milieuthema’s en onze leefomgeving Vier leidende milieubeginselen De Omgevingswet kent een algemene zorgplicht gericht op een duurzame ontwikkeling, het bewoonbaar houden van het land en de bescherming van het leefmilieu. Het doel is: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving; een goede omgevingskwaliteit; en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften (artikel 1.3). Voor gemeenten is een belangrijke rol weggelegd.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 8
Volgens artikel 3.3 Omgevingswet houden gemeenten bij hun beleid rekening met de volgende vier milieubeginselen: het voorzorgbeginsel; preventief handelen; maatregelen aan de bron; de vervuiler/verstoorder betaalt. Zo is het voorzorgbeginsel aan de orde als de gemeente gegronde redenen heeft om te vrezen dat een activiteit negatieve gevolgen voor de leefomgeving heeft. De gemeente weegt hierbij de verwachte negatieve gevolgen af tegen het doel van de activiteit en de betrokken belangen.
Bevoegdheden van gemeenten Activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. De overheid kan normen geven voor een betere bescherming van het woon-en leefklimaat. De Omgevingswet biedt hiervoor de grondslag. Voor veel activiteiten geeft het Rijk rechtstreeks werkende regels of stelt een basisbeschermingsniveau vast. Binnen dat niveau hebben provincie, waterschap en gemeenten de mogelijkheid om af te wijken (Besluit activiteiten leefomgeving). Dit biedt lagere overheden de ruimte om lokaal maatwerk te leveren. Gemeenten krijgen die ruimte voor onder andere geluid, geur en trillingen. Zij kunnen dat in het omgevingsplan regelen. Regels die nu nog in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen, komen straks in het omgevingsplan. Dus afhankelijk van de wettelijke regeling zijn gemeenten bevoegd om met inachtneming van het basisbeschermingsniveau een eigen beleid te formuleren
De gemeente beoordeelt het belang van de initiatiefnemer in relatie tot het te beschermen algemeen milieubelang. Zij gaat na wat het risico is en hoe zij daarmee binnen haar grondgebied wil omgaan. Zij kan preventieve/ verzachtende maatregelen afwegen en voorschrijven. Preventieve/ verzachtende maatregelen hebben tot doel negatieve gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. Maatregelen aan de bron zijn in de meeste gevallen de krachtigste manier om de negatieve gevolgen te
beperken en hebben daarom de voorkeur. De kosten voor het beperken van de negatieve gevolgen of het vergoeden van nadeel zijn in principe voor de vervuiler/verstoorder. Luchtkwaliteit en zoönose5 De verbetering van de luchtkwaliteit heeft volop de aandacht. Ondanks de aanzienlijke verbetering van de luchtkwaliteit in de afgelopen decennia blijft luchtverontreiniging een belangrijk gezondheidsrisico. In Etten-Leur hebben we een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit in het gebied gelegen binnen de invloed van het westelijk deel van de rijksweg en de glaswolfabriek van Isover. Etten-Leur is verplicht om een programma op te stellen. Zij kan dit alleen in samenspraak met provincie en Rijk. De provincie verleent de vergunning voor de glaswolfabriek, het Rijk is verantwoordelijk voor de rijksweg. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang vroegtijdig rekening te houden met de risico’s voor de gezondheid als gevolg van onder andere emissies van fijnstof, ammoniak en de verspreiding van zoönose. Geluid Langdurige blootstelling aan te veel geluid kan schadelijk zijn voor de gezondheid. De belangrijkste bronnen van geluidhinder zijn de industrie, wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en overlast van horeca en evenementen. In 2005 koos Etten-Leur voor een verdergaande bundeling van verkeer op hoofdwegen met een 50 km/u regiem.
Langs deze wegen is de geluidbelasting hoger dan in aangrenzende woongebieden. Voor de meeste wegen zijn hogere grenswaarden voor de belasting van de gevels van woningen en andere geluidgevoelige panden vastgesteld. Deze keuze had mede tot doel om woongebieden als 30 km/u gebied in te richten en daarmee de verkeersveiligheid en leefbaarheid te verbeteren. Hoewel de gemeente niet verantwoordelijk meer is voor de geluidsanering langs het spoor, is het nog wel aan de gemeente om te bepalen of geluidschermen zijn toegestaan en zo ja in welke omstandigheden. EttenLeur heeft uit stedenbouwkundig oogpunt besloten om slechts schermen van maximaal 1 meter hoogte toe te staan en slechts in de bebouwde kom. De voorkeur gaat vanwege het bronbeginsel eerst uit naar spoordempers. Als dat niet voldoende is, mogen
5 Een infectieziekte welke kan overgaan van dier op mens
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 9
schermen van 1 meter hoogte worden toegevoegd. ProRail is voornemens geluidbelasting op de woningen langs het spoor te verlagen met spoordempers, geluidschermen en gevelmaatregelen. In toenemende mate worden airco’s en warmtepompen geplaatst. We merken dat deze, met name in de woongebieden kunnen leiden tot geluidhinder. Onze opgave is een nadere afweging te maken ten aanzien van de aanvaardbaarheid hiervan. De ruimtelijke scheiding tussen wonen en werkgebieden en het aanhouden van de juiste afstand vormen de basis voor het voorkomen van hinder van (industriële) bedrijven. De vestiging van grote lawaaimakers is beperkt tot een deel van het bedrijventerrein ‘Vosdonk’ en het bedrijventerrein ‘Zwartenberg’. In jaren tachtig van de vorige eeuw zijn geluidcontouren en hogere geluidwaarden voor omringende woningen vastgesteld. In de praktijk is de daadwerkelijke contour kleiner dan de vastgestelde contour. In de loop van de jaren is de geluidemissie teruggedrongen. Onze opgaven zijn om: In bestaande situaties een toename van geluidhinder te voorkomen (standstill beginsel). De aanpak bij de bron staat daarbij voorop. Nieuwe ontwikkelingen te laten voldoen aan de standaardwaarde. Geur Sommige industriële en agrarische bedrijven veroorzaken geuroverlast. Beperken van deze overlast is nodig voor een aangenaam woon- en leefklimaat in en rondom de woning.
Ook voorkomt het gezondheidsof psychische klachten. Een goede ruimtelijke scheiding en maatregelen aan de bron maken een effectieve aanpak mogelijk. Door deze aanpak is er in Etten-Leur nagenoeg geen geurhinder van industriële bedrijven. Kijken we naar de agrarische sector dan kent Etten-Leur geen concentraties van intensieve veehouderijbedrijven. Alleen in de noordwesthoek van de gemeente is sprake van cumulatie van geurhinder van enkele varkensbedrijven waarvan er een juist over de gemeentegrens in de gemeente Halderberge is gevestigd. De geurhinder in onze gemeente is tamelijk beperkt. We blijven vasthouden aan de eerder geformuleerde doelstelling dat het aantal inwoners dat geurhinder ervaart minder is dan 5 %.
Licht Kunstmatige verlichting van bijvoorbeeld glastuinbouw, bedrijventerreinen of sportterreinen kan verschillende soorten negatieve effecten veroorzaken, zowel op de mens als op natuur. Etten-Leur kent geen specifiek beleid voor lichthinder. Wel gelden er landelijke regels voor de verlichting van sportparken (welke velden, de afscherming van lichtbronnen en de tijdsduur) en voor glastuinbouwbedrijven. De opgave is om de bescherming van mens en natuur en de noodzaak en sociale- en verkeersveiligheid af te wegen bij het toepassen van verlichting. Trillingen en straling Trillingen worden vooral veroorzaakt door weg- en railverkeer, industriële machines en bouwactiviteiten (zoals heien). In Etten-Leur treedt trillingshinder vooral op langs het spoor. Het elektromagnetisch veld van elektrische infrastructuur (hoogspanningslijnen) kan schadelijk zijn voor het leefmilieu. 100% wetenschappelijke duidelijkheid hierover is er nog niet. In Etten-Leur kennen we een transformatorstation op het bedrijventerrein Vosdonk en een 150 kV hoogspanningsleiding in het noordelijk poldergebied. Antennes voor mobiele communicatie wekken eveneens elektromagnetisch velden op. Onze opgave is om bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroegtijdig stadium rekening te houden met de nabijheid van dergelijke voorzieningen en mogelijke trillingsbronnen.
Externe veiligheid/ omgevingsveiligheid Etten-Leur kent qua gebiedsgerichte veiligheid geen knelpunten, er is een goede scheiding tussen wonen en werken, met bovendien grotere en risicovolle bedrijven op afstand. Hoewel absolute veiligheid nooit haalbaar is, blijft het belangrijk dat er een transparante afweging wordt gemaakt tussen veiligheid en andere maatschappelijke belangen. Het gaat daarbij om: het voorkomen en beperken van veiligheidsrisico’s zoals branden en andere ongevallen, rampen en crises, het vergroten van de zelfen samenredzaamheid van mensen die aan deze veiligheidsrisico’s zijn blootgesteld en het zorgdragen voor een hulpvaardige en slagvaardige bestrijding van branden en andere ongevallen, rampen en crises.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 10
In het belang van een gezonde, maar ook veilige leefomgeving houden we bij initiatieven in de nabijheid van risicobronnen in een vroegtijdig stadium rekening met het veiligheidsrisico. Ook moeten we zogenaamde aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheid vaststellen. Mobiliteit en bereikbaarheid Etten-Leur is bereikbaar vanaf de snelweg. Een stelsel van hoofdwegen verbindt de snelweg met de woonwijken, werkgebieden en het buitengebied. De hoofdwegen zorgen voor een bundeling van het verkeer en vlotte verkeersafwikkeling. In de afgelopen decennia zijn de openbare ruimten in de woongebieden zo veel mogelijk als 30 km-gebied heringericht. In de woongebieden is meer ruimte voor langzaam verkeer en is de snelheid verlaagd (zoveel mogelijk 30 km/u). De verblijfskwaliteit, verkeersveiligheid en bereikbaarheid te voet, met de fiets en met de auto wordt hierdoor beter. Dit moeten we behouden waarbij we bij de inrichting van de openbare ruimte meer rekening moeten houden met ouderen. Zij nemen steeds meer deel aan het verkeer. Ook schoolomgevingen richtten we veiliger in. Bijna alle scholen nemen ook deel aan het Brabants Verkeersveiligheidslabel. Samen met de scholen stimuleren we dat ouders en kinderen te voet of met de fiets naar school gaan. In 2018 werd Etten-Leur voorgedragen als fietsstad van Nederland. Een mooie opsteker voor het fietsnetwerk en voorzieningen in Etten-Leur.
Dit bestaat uit: een netwerk langs de hoofdwegen en dwars door wijken; een snelfietspad naar Breda; veelvuldig gebruik van de fiets binnen de bebouwde kom (25 % van de inwoners). Het huidige fietspadennet is goed. Afstemming van het comfort op het groeiend gebruik van de traditionele fiets maar zeer zeker de elektrische fiets, is een punt van aandacht. Etten-Leur beschikt over een dekkend openbaar vervoernetwerk (trein, streekbussen en buurtbussen), maar dit is niet optimaal. Bijvoorbeeld nieuwbouwwijk De Streek is lastig te bereiken met het OV. Ook bedrijven op Vosdonk liggen ver van de haltes af. We bekijken samen met de provincie of en hoe hier vormen van openbaar vervoer mogelijk zijn of dat er andere vormen van vervoer aangeboden kunnen worden. De bereikbaarheid van dit netwerk voor langzaam verkeer of de auto is goed. De instandhouding hiervan of
vervanging door gelijkwaardige alternatieven is eveneens voor een goede bereikbaarheid van belang. We werken met het Rijk en de provincie aan nieuwe concessies voor het openbare vervoer. Het idee is om het aanbod personenvervoer per trein te verbreden. Voor Etten-Leur kan dat tot extra treinen leiden. Bij het busvervoer ligt het accent op het verbeteren van de snelheid, betrouwbaarheid en haltekwaliteit van de bestaande hoogwaardige openbaar vervoerslijnen. Daarnaast moet ruimte komen voor het zogenaamde flex-vervoer, waarbij de deeltaxi (deur tot deur vervoer voor inwoners met een beperking) gecombineerd gaat worden met halte- en hub taxi. De meeste verplaatsingen binnen Etten-Leur zijn op dit moment nog steeds met de auto. Binnen Etten-Leur maakt het stedelijk verkeer zoveel mogelijk gebruik van het hoofdwegennet omdat de beperkte reistijd en goede doorstroming deze routes aantrekkelijk maken. De hoofdwegen en kruispunten zijn afgestemd op het aanbod tijdens de ochtend- en avondspits. Op die momenten moet de doorstroming in orde zijn. Gedurende de rest van de dag wordt de capaciteit niet benut. Tijdens de spits is er op sommige plekken wel sprake van een langere reisduur. Het gaat vooral om wegen van en naar de snelweg en de noordzuidverbindingen aan de oostzijde van de gemeente.
De groei van het autoverkeer en een toenemend gebruik van het spoor met als gevolgspoorwegovergangen die langer dicht zijn, zijn hiervan een belangrijke oorzaak. Behalve een langere reisduur is er sprake van een verslechterde oversteekbaarheid voor fietsers- en voetgangers op genoemde wegen. Zeker bij een verdere groei van het autoverkeer of het vervoer per spoor zijn maatregelen nodig, we denken aan: het vergroten van de capaciteit; het realiseren van ongelijkvloerse overgangen; de inzet van slimme verkeerslichten; de aanleg van nieuwe wegen indien andere maatregelingen niet voldoende blijken. Het autobezit is toegenomen. Het aantal huishoudens met meer dan één auto groeit. Deze tendens zet zich volgens verwachting verder voort. Binnen de regio groeit het aantal verkeersbewegingen, hoofdzakelijk met de auto. De toename zien we ook in het transport van goederen. Er ligt een gezamenlijke opgave om deze regionale mobiliteit zo slim mogelijk te organiseren. Oplossingen in de vorm van meer asfalt zijn niet altijd mogelijk en/of leiden tot toename van milieuhinder of verplaatsen het probleem naar elders of naar de nabije toekomst.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 11
Daarnaast is toename van ‘traditionele’ automobiliteit ook niet gewenst vanuit duurzaamheidsoptiek. Want bij een ongewijzigd beleid neemt de CO2 uitstoot vanuit auto’s, vrachtwagens en bestelbusjes toe. In heel Nederland is het transport goed voor een vijfde van de uitstoot. Door het verkeer schoner te maken kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan terugdringing van die uitstoot, hiervoor zijn landelijke regels nodig. Er zijn kansen om de groei om te buigen of het aanbod beter te spreiden door: de doorstroming te verbeteren (verkorten van de reisduur); verplaatsingen te voorkomen (het nieuwe werken) of te verkorten (nieuwe verbindingen); het veranderen van de vervoerskeuze (van (deel)auto naar fiets of openbaar vervoer); het schoner maken van vervoermiddelen (elektrisch rijden); meer prioriteit toekennen aan fietsers en voetgangers ten opzichte van het autoverkeer; het verbeteren van de kwaliteit van het fietsnetwerk; het ontmoedigen van korte verplaatsingen met auto; de inzet van technologische mogelijkheden (smart mobility). De ruimtelijke structuur van het stedelijk gebied bepaalt eveneens het autogebruik. Binnenstedelijk bouwen, voorzieningen in de nabijheid, goede fiets- en wandelinfrastructuur en openbaar-vervoerslijnen zijn daarbij belangrijk. In dat opzicht zijn de randvoorwaarden in Etten-Leur gunstig.
Daar moeten we op inspelen door maatregelen in het kader van de bevordering van duurzame mobiliteit uit te werken. De Covid-19 pandemie heeft invloed op het dagelijkse verkeer. Op dit moment is het nog onvoldoende duidelijk wat de gevolgen hiervan zijn op lange termijn. Dit nemen we mee in de uitwerking van de visie. Kortom: de leefomgeving en onze Omgevingsvisie Er zijn diverse aandachtspunten om er voor te zorgen dat we de kwaliteit van onze huidige leefomgeving minimaal behouden en waar nodig nog verbeteren.
Dit betekent dat we: een balans moeten vinden tussen beschermen en benutten van gebiedskwaliteiten. Dat we zoveel mogelijk kiezen voor behoud en versterking van het landschap, natuur, groen en (ruimte voor) water en dat we de biodiversiteit verhogen; een goed bereikbare (woon)omgeving hebben ingericht op ontmoeting en bewegen en dat er sprake is van een gezonde, (verkeers)veilige, toegankelijke en groene woonomgeving; nadrukkelijk aandacht hebben voor duurzame energieopwekking, voor voldoende groen en water en dat we de huidige milieukwaliteit behouden en waar mogelijk verbeteren; inzetten op duurzame mobiliteit in combinatie met goede bereikbaarheid.
2.3 DE ECONOMIE/ WELVAART Onderdeel van regionaal netwerk West-Brabant De regio West-Brabant profiteert economisch van de ligging tussen de zeehavens Rotterdam en Antwerpen. De centrumstad Breda neemt daarin een steeds belangrijkere rol in. Samen met omringende gemeenten vormt de centrumstad een economisch netwerk. Binnen het netwerk profiteert Etten-Leur van de ligging langs de A58, de nabijheid van Breda en de A16. Etten-Leur kan aan het netwerk een waardevolle bijdrage leveren. Het succes van het netwerk is afhankelijk van samenwerking en afstemming. Het gezamenlijk doel is een duurzame en circulaire verstedelijking. Vitale werkgebieden met een gezonde balans tussen vraag en aanbod. Om die reden werken gemeenten nu al samen om leegstand op bestaande werkgebieden terug te dringen en overaanbod aan nieuwe locaties te vermijden. Dit is niet alleen gewenst vanuit duurzaam ruimtegebruik maar ook ter voorkoming van criminaliteit. Op regionaal niveau vindt afstemming plaats over aanleg van nieuw bedrijventerrein. De kwalitatieve vraag is maatgevend. Hier moeten we op blijven anticiperen, zowel wat betreft het verduurzamen van bestaande locaties als het realiseren van nieuwe werkgebieden.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 12
Behoud en heidsfunctie
versterken
regionale
werkgelegen-
Etten-Leur heeft een regionale werkgelegenheidsfunctie (ca. 21.670 arbeidsplaatsen). De industrie en handel zorgen voor de meeste banen. De bedrijven zijn vooral gevestigd op de werkgebieden Vosdonk, Attelaken en Zwartenberg. Kantoren zijn vooral gevestigd in Oostpoort-Trivium. Onze gemeente kent een diversiteit aan midden- en kleinbedrijven en slechts een beperkt aantal grote bedrijven en multinationals. Door de diversiteit is onze economie minder kwetsbaar en naar de toekomst biedt het kansen bij een transitie naar een circulaire economie.
De vier sectoren die in de regio West-Brabant de meeste potentie hebben zijn agrofood, maakindustrie, logistiek en kennisdiensten. Ze zijn alle 4 aanwezig in onze gemeente maar geen enkele sector overheerst. Deze sectoren bieden de meeste kans om zich te vernieuwen en duurzaamheid een plek in de bedrijfsvoering te geven. De noodzaak tot vernieuwing en verduurzamen geldt voor alle sectoren. De ontwikkeling van nieuwe technieken gaat snel en voorkeuren van de klant veranderen. Vernieuwing is om twee redenen nodig: om de concurrentie aan te kunnen; om in te spelen op het toenemend belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen (aanpassen van het ondernemen aan mens, maatschappij en milieu). We gaan dat terugzien in zowel de productieprocessen als de huisvestingswensen van bedrijven. Op den duur voldoen de huidige werkgebieden hier niet meer aan. De gemeente en ondernemers moeten samen aan de slag om de locaties toekomstbestendig te maken.
Thuiswerken zal vooral in de kantorenmarkt merkbaar zijn. We moeten alert zijn op leegstand en verloedering. Maar er kan ook juist meer vraag komen doordat meer ruimte per medewerker wordt gevraagd of flexibele te huren werkplekken. Daarnaast leiden innovaties tot veranderingen in de arbeidsmarkt. Andere competenties en meer kennis zijn nodig. Het algemene opleidingsniveau van de beroepsbevolking van Etten-Leur sluit daarop niet altijd aan. Het onderwijs moet daarop inspelen. Samen met ondernemers en werknemers moeten we oplossingen vinden om de vernieuwing door te voeren. Winkelhart: het centrum als plek voor ontmoeting De detailhandel is goed voor 9% van het aantal arbeidsplaatsen. Het centraal gelegen winkelhart neemt hiervan het leeuwendeel voor zijn rekening. Dit middelgroot centrum heeft niet alleen een winkelfunctie, maar is ook een plek voor ontmoeting en vrijetijdsbesteding. De kracht van ons winkelhart is: het gemak van een compact centrum; de aanwezigheid van een goede mix tussen winkels in dagelijkse en niet dagelijkse goederen; aanwezigheid van zowel landelijke ketens, lokale ondernemers als diverse horeca. Dit gecombineerd met een goede bereikbaarheid en stallingsmogelijkheid voor langzaam verkeer, openbaar vervoer en de auto. Een deel van de bezoekers komt uit buurgemeenten of zelfs daarbuiten.
De meeste bezoekers zijn nu, maar ook straks 55-plus (ruim 55 %) of tweeverdiener met opgroeiende kinderen. Het online winkelen, concurrentie vanuit de grote steden en veranderende wensen van het winkelend publiek vragen om alertheid. We moeten rekening houden met een afname van het aanbod in mode- en niet dagelijkse winkels. Het risico van structurele leegstand is groot en dat kan op termijn tot verloedering leiden. In de wijk- en buurtcentra met een supermarkt als trekker is dat risico kleiner. We moeten toe naar een compact en aantrekkelijk winkelhart en een goede spreiding van de wijk- en buurtcentra behouden.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 13
Buitengebied in ontwikkeling Het buitengebied beslaat het grootste deel van het grondgebied van Etten-Leur. Er zijn diverse landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden aanwezig. De meeste gronden zijn in gebruik voor agrarische doelen. Toch is maar 3,7% van de beroepsbevolking in de agrarische sector werkzaam. Naar verwachting neemt dit percentage de komende jaren zelfs nog verder af. De sector een nauwe band met de meeste agrofood industrieën en met dienstverlening. Deze band is van belang voor het voortbestaan van deze bedrijven. In onze gemeente is de afgelopen 10 jaar het aantal bedrijven in de primaire agrarische sector in zijn totaliteit iets afgenomen. We zien dat: het aandeel veeteeltbedrijven (graasdieren) afneemt; de tuinbouwsector groeit; de akkerbouw en glastuinbouw redelijk stabiel blijven.
Bij de actieve agrarische bedrijven zien we de volgende trends: een toename van de omvang door overname van gronden en rechten van stoppende bedrijven; nieuwe verschijningsvormen en intensivering, bijvoorbeeld grotere gebouwen en installaties, teeltondersteunende voorzieningen, teelt op water, monocultuur en minder weidegang; meer onderlinge samenwerking, zowel vanuit het individuele bedrijf naar de markt als aanvullend op de bedrijfsvoering van elkaar.
Bron: CBS-cijfers per gemeente, 2020
Enerzijds zal bij de huidige agrarische bedrijven schaalvergroting en/of intensivering blijven plaatsvinden. Aan de andere kant ontwikkelen bedrijven zich naar vormen van landbouw die zich beter verhouden tot de mens, de omgeving en het milieu. Meer aandacht voor dierenwelzijn, voedselkwaliteit en de gevolgen voor bodem, lucht, water en gezondheid dwingen de sector om over de toekomst na te denken. De vraagstukken vergrijzing en leegstand vragen ook in ons buitengebied om een passend en duurzaam antwoord. We moeten beseffen dat een vitaal buitengebied niet alleen voor de agrarische sector van belang is, maar ook voor de omgeving. Het buitengebied vervult ook een rol in de waterhuishouding, natuur, recreatie, schone energievoorziening, wonen en andere vormen van ondernemen. Het gaat om de goede balans tussen de mens, de economie en de leefomgeving. Meer aandacht voor de leefomgeving en een omslag naar een circulaire economie zal tot veranderingen leiden. Dit geeft de kans om een betere balans te zoeken met de leefomgeving met minder belasting voor deze omgeving en de gezondheid. Wij als gemeente willen ontwikkelingen daarin faciliteren.
OMGEVINGSVISIE ETTEN-LEUR | 14
Toerisme: kansen voor nieuwe economische dragers Op toeristisch gebied heeft Etten-Leur genoeg te bieden. Bijvoorbeeld historische gebouwen, horeca- en overnachtingsverblijven, een jachthaven, verschillende musea en een uitgebreid netwerk aan fiets- en wandelpaden door stad, buitengebied en natuur. De toerist is steeds meer op zoek naar beleving. Musea, horeca en andere voorzieningen moeten hun krachten bundelen om voor toeristen aantrekkelijker te zijn. In West-Brabant zijn er voldoende kansen om meer van het toerisme te profiteren. De huidige samenwerking van de gemeenten in de regio Baronie in het samenwerkingsverband ‘LandStad De Baronie’ heeft tot doel het toerisme in de regio te bevorderen. Een Brabantbreed initiatief zoals het ‘Masterplan Van Gogh Nationaal Park’ wil via bundeling van initiatieven op het gebied van natuur en landschap het vestigingsklimaat verbeteren en het gebied als toeristisch trekker op de kaart zetten. Vincent van Gogh is gids en inspiratiebron. Veertig aan Vincent van Gogh gerelateerde erfgoedlocaties maken deel uit van het plan, waaronder de Van Goghkerk in Etten-Leur. Om toeristen te binden is vernieuwing nodig. In de nabijheid van Breda liggen hier kansen voor Etten-Leur. Technologie en digitalisering Technologie en digitalisering van onze samenleving hebben invloed op het ruimtegebruik.
Activiteiten worden hierdoor minder plaatsgebonden, bijvoorbeeld doordat we op afstand werken of steeds meer via internet bestellen. De scheidslijnen tussen werk en vrije tijd, werk en thuis én tussen publiek en privaat vervagen. Er is daardoor meer behoefte aan functiemenging op de schaal van een gebouw of wijk. Daarnaast bieden nieuwe technologieën en digitalisering nieuwe mogelijkheden voor communicatie, werken op afstand, het vermaak, beveiliging en het energieverbruik. Dit heeft verandering voor ons ruimtegebruik tot gevolg. Circulaire economie en afvalinzameling Naast de omschakeling naar hernieuwbare energie is hergebruik van grondstoffen een landelijke doelstelling. De voorraad grondstoffen raakt uitgeput, daarom zijn afvalproducten nodig als grondstof en moeten vrijkomende materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Nederland streeft naar een circulaire economie in 2050. Deze verandering staat nog in de kinderschoenen, waarbij onder andere verder gescheiden inzameling of nascheiding van afval noodzakelijk is.
Om het einddoel te bereiken moeten nog veel stappen worden gezet. De omschakeling naar een circulaire economie is niet alleen van belang voor de inwoners, maar ook voor de industrie, de landbouw, het transport en ook voor onze gemeente zelf. Initiatieven willen we stimuleren.
Circulaire economie: Een economisch systeem van gesloten kringlopen waarin grondstoffen, onderdelen en producten hun waarde zo min mogelijk verliezen, hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt en systeemdenken centraal staat. Een kringloop economie.
Kortom: de Omgevingsvisie
economie/welvaart
en
onze
We moeten blijven anticiperen op de kwalitatieve vraag naar werkgebieden. Er moet op regionaal niveau aandacht zijn voor het verduurzamen van bestaande locaties als ook het realiseren van duurzame nieuwe werkgebieden. Voor alle sectoren geldt de noodzaak tot vernieuwen en verduurzamen. Door de diversiteit aan bedrijven in Etten-Leur is onze economie minder kwetsbaar en naar de toekomst biedt het kansen bij een groei naar een circulaire economie. Het online winkelen, concurrentie vanuit de grote steden en veranderende wensen van het winkelend publiek vragen om alertheid. We moeten toe naar een compact en aantrekkelijk winkelhart en een goede spreiding van de wijk- en buurtcentra behouden. Naast schaalvergroting en/of intensivering in de agrarische sector zal er tegelijkertijd een ontwikkeling plaatsvinden die zich beter verhoudt tot de mens, de omgeving, het milieu, dierenwelzijn, voedselkwaliteit en de gevolgen voor bodem, lucht, water en gezondheid. Waar mogelijk faciliteren we dit. De toeristische sector biedt kansen waarbij samenwerken, vernieuwen en aansluiten op de beleving van mensen noodzakelijk zijn.