Bijlage 1 Nota zienswijzen
Tekst van het document
Nota zienswijzen Zwartenbergseweg 17 (publiceerbare versie) Ingekomen zienswijzen 1. Appellant 1; 2. Appellant 2, namens IVN Natuureducatie, Dintel- en Marklanden; 3. Appellant 3 en tevens initiatiefnemer, vertegenwoordigd door Den Hollander Advocaten. Toelichting Bij de behandeling en beantwoording van de zienswijzen is uitgegaan van de volledig ingediende zienswijzen. In de behandeling hieronder zijn de ingediende zienswijzen beknopt samengevat. Bijlage bij nota zienswijzen In de bijlage bij deze nota zijn de ingediende zienswijzen opgenomen op volgorde zoals hierboven benoemd.
Behandeling zienswijze 1 Inhoud zienswijze
Beantwoording
Conclusie
1
De Omgevingsvisie biedt geen ruimte voor de vestiging van een intensieve veehouderij vanwege de ligging van het perceel in het noordelijk open kleigebied.
In de Omgevingsvisie is opgenomen dat dit gebied veelal gekenmerkt wordt door melkveehouderijen en akkerbouw als agrarisch grondgebruik. De Omgevingsvisie duidt daarmee bepaalde kenmerken van en functies in het gebied. De opsomming is niet limitatief. Er blijft ruimte voor andere functies, mits deze goed onderbouwd worden.
De zienswijze is niet terecht.
2
De appellant geeft aan dat er geen gesprek of discussie heeft plaatsgevonden over het vaststellen van de ontwerpkaders.
De appellant is voorafgaand aan het vaststellen van de ontwerpkaders in 2019 door de initiatiefnemer meegenomen in een omgevingsdialoog. De omgevingsdialoog maakte deel uit van de stukken voor het vaststellen van de ontwerpkaders. De appellant is voorafgaand aan het debat over de zaak door de initiatiefnemer meegenomen in een update over de stand van zaken en het plan zoals dit is voorgelegd aan de gemeenteraad.
De zienswijze is niet terecht.
3
De manier van mesten van kalveren is nadelig voor de bedrijfsvoering van de appellant, vooral vanwege het risico op dierziekten.
De initiatiefnemer moet voldoen aan de (nationale en internationale) wet- en regelgeving die geldt voor wat betreft de import van dieren uit het buitenland.
De zienswijze is ter kennis aangenomen.
4
De appellant geeft aan dat de weigering van de raad voor het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen terecht is. De appellant geeft ook aan dat de weigering van het college voor het verlenen van een omgevingsvergunning terecht is.
Ter kennis aangenomen.
De zienswijze is ter kennis aangenomen.
Behandeling zienswijze 2
1
Inhoud zienswijze
Beantwoording
Conclusie
Het project Zwartenbergseweg 17 ligt in de groenblauwe mantel rond het Natuurgebied Noordrand Midden. Dit is niet gunstig voor de natuur.
De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna: OMWB) heeft geoordeeld: ”De afstand tot het dichtstbijzijnde Natuur Netwerk Brabant (NNB)-gebied (ten oosten) bedraagt namelijk circa 250 meter, hetgeen in principe een te grote afstand is voor aantasting.” Dit oordeel van de OMWB wordt overgenomen als advies aan de raad.
De zienswijze is niet terecht.
Daarnaast is het agrarisch bouwvlak op de locatie Zwartenbergseweg 17 niet gelegen in de groenblauwe mantel, maar in gemengd landelijk gebied. 2
Er is sprake van een toename van stikstofemissie en stikstofdepositie, onder andere op de Biesbosch.
De OMWB concludeert: “De hoeveelheid emissie aan stikstofoxiden (NOx) neemt wel toe, van 296 kg/jaar naar 1.367,55 kg/jaar onder de uitgangspunten in de Aerius-berekening. Het sec beschouwen van deze toename aan NOxemissie lijkt ons geen houdbare weigeringsgrond omdat duidelijk is dat de hoeveelheid stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000gebieden afneemt, doordat de hoeveelheid ammoniak fors afneemt. Het argument “gelet op het stikstofprobleem en de Uitspraak d.d. 29 mei 2019” is dan o.i. ook geen sterk of houdbaar argument. Het project draagt in zekere zin zelfs bij aan het probleem t.a.v. stikstofdepositie. Niet voor niets is
De zienswijze is niet terecht.
ook door de provincie een Wnb-vergunning verleend (ontwerpbesluit Wet natuurbescherming).” Deze conclusie van de OMWB wordt overgenomen als advies aan de raad. 3
De effecten op natuurgebieden door het uitrijden van mest zijn niet voldoende onderzocht.
De initiatiefnemer moet voldoen aan de (nationale) wet- en regelgeving die geldt voor wat betreft het uitrijden van mest. De mest wordt aangewend op eigen grond of afgevoerd naar mestverwerkers.
De zienswijze is niet terecht.
4
Luchtwassers presteren slechter dan aangegeven in de aanvraag.
De OMWB heeft een beoordeling uitgevoerd voor wat betreft de combi-luchtwasser die in de aanvraag is opgenomen. De OMWB concludeert: ”De gebruikte emissiefactoren zijn de nu geldende wettelijke factoren voor het betreffende stalsysteem waar bij de vergunningverlening mee gerekend moet worden. De wetgever gaat er vooralsnog vanuit dat de emissiefactoren voor ammoniak voor deze stalsystemen correct zijn.” Deze conclusie van de OMWB wordt overgenomen als advies aan de raad.
De zienswijze is niet terecht.
5
Een stalderingsbewijs ontbreekt bij de aanvraag van de omgevingsvergunning.
Het agrarisch bouwvlak is niet gelegen in een zogeheten ‘Stalderingsgebied’. Het is ook niet gelegen in een gebied waar een verbod geldt voor het uitbreiden van een veehouderij. De regels voor stalderen zijn in Etten-Leur niet van toepassing (vanuit Interim Omgevingsverordening NoordBrabant).
De zienswijze is niet terecht.
Behandeling zienswijze 3 Inhoud zienswijze
Beantwoording
Conclusie
1
De raad heeft ontwerpkaders vastgesteld. Daarmee is het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat medewerking zou worden verleend wanneer aan de ontwerpkaders wordt voldaan. De raad heeft in strijd met het gewekte vertrouwen gehandeld.
Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat het plan voldoet aan alle onderdelen uit de vastgestelde ontwerpkaders, op twee punten na. Het eerste punt is niet van een dusdanig doorslaggevende zwaarte dat hiervoor de verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) geweigerd kan worden. Aan het tweede punt is (alsnog) voldaan, omdat de GGD om een beoordeling van de zienswijzen is gevraagd. 1. Ten behoeve van het akkerbouwbedrijf wordt een extra loods gerealiseerd van 800 m2, waardoor de maximale oppervlakte van 5.000 m2 uit de ontwerpkaders wordt overschreden met 800 m2. Deze overschrijding is echter ruimtelijk acceptabel en past binnen de reguliere binnenplanse afwijkingsmogelijkheden van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Het standpunt blijft dat er qua stalgebouwen niet meer dan 5.000 m2 gerealiseerd mag worden; 2. De GGD heeft de zienswijzen beoordeeld en daarmee het benodigde advies afgegeven. Zie ook beantwoording punt 15.
De zienswijze is terecht.
2
Bij de beoordeling van het verzoek door de raad zijn niet alle bijgevoegde rapporten betrokken. Met het plan is sprake van een goede ruimtelijke ordening, aangezien de wettelijke normen niet worden overschreden.
Uit de ruimtelijke onderbouwing in combinatie met de uitgevoerde onderzoeken en de beoordeling van de zienswijzen door de OMWB en de GGD blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
De zienswijze is terecht.
3
De raad heeft het besluit tot weigering van de verklaring van geen bedenkingen genomen zonder goede motivering. Uit de voorbereiding tot aan het ontwerpbesluit volgt dat er immers aan de ontwerpkaders wordt voldaan. Datzelfde geldt voor het besluit dat het college heeft genomen omtrent het weigeren van de omgevingsvergunning.
In het raadsbesluit voor het weigeren van de VVGB ontbreekt een nadere motivering op de redenen voor de weigering. Vanwege de weigering van de raad voor het afgeven van een VVGB, is het college automatisch genoodzaakt om de aanvraag voor een omgevingsvergunning te weigeren.
De zienswijze is gedeeltelijk terecht. De raad had een betere onderbouwing moeten geven voor de punten uit het raadsbesluit. Het college had geen andere mogelijkheid dan te weigeren. De zienswijze is op dat laatste punt niet terecht.
4
De raad stelt dat het initiatief niet volledig aan de ontwerpkaders voldoet. Gelet op de ingediende zienswijze van de appellant voldoet het initiatief wel aan de ontwerpkaders. De weigeringsgronden die worden aangedragen door de raad maken geen onderdeel uit van de ontwerpkaders. De raad treedt daarmee buiten de eigen kaders, wat in strijd is met de rechtszekerheid, het vertrouwensbeginsel en het fair play beginsel.
Gelet op de beantwoording onder 1 en de ruimtelijke onderbouwing voldoet het initiatief op één punt na aan de ontwerpkaders (800 m2 loods). Dat punt is echter niet van een dusdanig doorslaggevende zwaarte dat hiervoor de VVGB geweigerd kan worden. De raad is op een goede wijze betrokken bij het planproces dat in eerste instantie was ingepland, namelijk een bestemmingsplanherziening. De raad heeft bij de vaststelling van de ontwerpkaders geen behandeling gevraagd, waarmee deze kaders automatisch vastgesteld zijn. Er is een vertrouwen gewekt dat medewerking zou worden verleend op het moment dat het initiatief aan de ontwerpkaders voldoet.
De zienswijze is terecht.
5
De raad is geheel overeenkomstig de met de raad afgesproken procesgang bij bestemmingsplanherzieningen aan de voorkant van het planproces betrokken, ongeacht dat het aanvankelijk een bestemmingsplanherziening zou betreffen. De raad heeft zich geconformeerd aan de kaders die het heeft vastgesteld. De betrouwbare overheid is in het geding.
Zie beantwoording punt 4.
De zienswijze is terecht.
6
De raad kan niet gevolgd worden in het standpunt dat het initiatief niet past binnen de ruimtelijke visie van de gemeente Etten-Leur. Uit de ontwerpkaders volgt niet dat het initiatief niet binnen de ruimtelijke visie past. De ontwerpkaders geven juist de overweging dat het initiatief wel past. Het initiatief past niet binnen het bestemmingsplan, maar daarvoor wordt de ruimtelijke procedure doorlopen en ter voorbereiding daarvoor zijn de ontwerpkaders opgesteld.
Met het instemmen van de ontwerpkaders heeft de raad het vertrouwen gewekt dat het initiatief passend is binnen de visie van de gemeente EttenLeur. Het initiatief past niet binnen het bestemmingsplan, maar daarvoor zijn de ruimtelijke procedure en de vastgestelde ontwerpkaders juist bedoeld.
De zienswijze is terecht.
7
Het noordelijk kleigebied is nooit genoemd als beletsel, het is niet benoemd in de ontwerpkaders en om die redenen kan dit niet als weigeringsgrond worden opgevoerd.
De raad baseert het besluit om de VVGB niet af te geven op de recent vastgestelde Omgevingsvisie. Daarin is opgenomen dat het plangebied gelegen is in het noordelijk open kleigebied. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat dit gebied veelal gekenmerkt wordt door melkveehouderijen en akkerbouw als agrarisch grondgebruik. De Omgevingsvisie duidt daarmee bepaalde kenmerken van en functies in het gebied. De opsomming is niet limitatief. De onderbouwing dat een intensieve veehouderij niet mogelijk is in het gebied, omdat er voornamelijk melkveehouderij en akkerbouw plaatsvinden, is niet sterk. Er is vooraf door de raad niet aangegeven dat het initiatief daar niet passend is.
De zienswijze kan op dit punt gevolgd worden.
8
Het initiatief voldoet aan de definitie van een grondgebonden veehouderij, omdat het bedrijf in de eigen ruwvoerbehoefte voorziet.
Er is geen sprake van een grondgebonden veehouderij, aangezien het bedrijf niet volledig in de eigen voerbehoefte voorziet. Die definitie kan niet worden toegepast.
De zienswijze is niet terecht.
9
De infrastructuur is zonder meer ingericht op de beoogde toename van de verkeersbewegingen. Gelet op het aantal verkeersbewegingen van de beoogde intensieve veehouderij ten opzichte van melkrundveehouderijen of akkerbouwbedrijven, genereert de intensieve veehouderij het minste aantal verkeersbewegingen. Daarnaast heeft de raad de weigeringsgrond niet onderbouwd.
Ondanks dat er een toename is van het aantal verkeersbewegingen, is er sprake van een acceptabele verkeerssituatie. De Zwartenbergseweg is een landbouwweg, die voornamelijk dient als ontsluiting van de ter plaatse aanwezige agrarische bedrijven. De Zwartenbergseweg komt in noordelijke richting via de Langeweg en de Boutweg uit op de provinciale weg N389 en komt in zuidelijke richting direct uit op de Strijpenseweg, nabij de kruising met de N389. De N389 en de Strijpenseweg zijn grote hoofdontsluitingswegen die een grote hoeveelheid verkeersbewegingen aan kunnen. De toename van het aantal verkeersbewegingen op deze hoofdontsluitingswegen levert geen belemmering op voor het initiatief.
De zienswijze is terecht.
10 Er wordt onterecht uitgegaan van het niet hebben gerekend met de juiste geurnorm. Binnen het plan is gerekend met de gecorrigeerde geurnormen, zoals die zijn opgenomen in bijlage 1 bij de Regeling geurhinder en veehouderij. Ondanks een toename van de emissies wordt ruimschoots binnen de normen gebleven. Tevens wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4, lid 4.2.1, onder e, sub 4, van de planregels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vereveningseffect).
De OMWB is gevraagd de zienswijze te beoordelen. De OMWB concludeert: “In het geuronderzoek is dus wel degelijk rekening gehouden met de reductie van 45%. Er is daarmee geen houdbare weigeringsgrond.“ Deze conclusie van de OMWB wordt overgenomen als advies aan de raad.
De zienswijze is terecht.
Daarnaast is in het Besluit m.e.r-beoordeling van 15 oktober 2020 gesteld dat met de aanmeldnotitie inzichtelijk is gemaakt dat de betreffende veranderingen geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu vanwege geur zullen hebben.
11 Er is geen sprake van een toename van ammoniakemissie, aangezien saldering heeft plaatsgevonden met de rechten van de locatie Zundertseweg 67a in Etten-Leur. Er wordt 1393 kg NH3 uit de markt genomen, terwijl de toename op het bedrijf aan de Zwartenbergseweg 17 slechts 225,12 kg NH3 bedraagt.
De OMWB is gevraagd de zienswijze te beoordelen. De OMWB concludeert: “De hoeveelheid emissie aan stikstofoxiden (NOx) neemt wel toe, van 296 kg/jaar naar 1.367,55 kg/jaar onder de uitgangspunten in de Aerius-berekening. Het sec beschouwen van deze toename aan NOxemissie lijkt ons geen houdbare weigeringsgrond omdat duidelijk is dat de hoeveelheid stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000gebieden afneemt, doordat de hoeveelheid ammoniak fors afneemt. Het argument “gelet op het stikstofprobleem en de Uitspraak d.d. 29 mei 2019” is dan o.i. ook geen sterk of houdbaar argument. Het project draagt in zekere zin zelfs bij aan het probleem t.a.v. stikstofdepositie. Niet voor niets is ook door de provincie een Wnb-vergunning verleend (ontwerpbesluit Wet natuurbescherming).” Deze conclusie van de OMWB wordt overgenomen als advies aan de raad. In het Besluit m.e.r-beoordeling van 15 oktober 2020 is geconcludeerd dat door middel van het treffen van mitigerende maatregelen en het extern salderen van het bedrijf aan de Zundertseweg 67a het effect op het milieu gering zal zijn. Voor wat betreft de Wet natuurbescherming heeft de provincie een positief ontwerpbesluit afgegeven, waarin is geconcludeerd dat het plan geen significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000.
De zienswijze is terecht.
12 De vrees voor aantasting van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is niet onderbouwd. De projectlocatie ligt buiten het NNB en de zorgvuldige landschappelijke inpassing zorgt voor een versterking van de ecologische waarden in de omgeving.
De OMWB is gevraagd de zienswijze te beoordelen. De OMWB concludeert: “In de zienswijze wordt geschreven dat deze stelling niet wordt onderbouwd en dat de projectlocatie buiten het NNB is gelegen. De OMWB is het eens met de zienswijze dat de onderbouwing op dit punt beperkt is. De OMWB vindt dit uitgangspunt bovendien niet terecht. De afstand tot het dichtstbijzijnde NNB-gebied (ten oosten) bedraagt namelijk circa 250 meter, hetgeen in principe een te grote afstand is voor aantasting. In figuur 3 van de uitgevoerde quickscan Wnb (d.d. 3-3-2021) is de projectlocatie en dichtstbijzijnde NNB afgebeeld. Kortom, de zienswijze kunnen wij t.a.v. punt 6 niet weerleggen. Naar inzicht van de OMWB snijdt de stellingname van gemeente Etten-Leur geen hout en is dit geen houdbare weigeringsgrond.” Deze conclusie van de OMWB wordt overgenomen als advies aan de raad. Op basis van het Besluit m.e.r-beoordeling van 15 oktober 2020 is bepaald dat het initiatief niet gelegen is in het Natuur Netwerk en dat de beoogde ontwikkeling geen significante negatieve effecten met zich mee brengt.
De zienswijze is terecht.
13 Er zijn geen beperkingen opgenomen in de kaders omtrent de ligging van de projectlocatie in de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied EHS’. Op de projectlocatie is reeds een bouwvlak en bebouwing aanwezig. Een vergunning kan niet worden geweigerd zonder onderbouwing van de weigering.
De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied EHS’ geeft aan dat de aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor behoud, herstel en / of ontwikkeling van de hydrologische waarden. Er is reeds een bouwvlak aanwezig, waarbij een bepaalde oppervlakte aan bebouwing is toegestaan. Op basis van de positieve vooroverlegreactie die het waterschap Brabantse Delta heeft afgegeven op 15 juli 2021 blijkt dat de dubbelbestemming geen belemmering oplevert voor het initiatief.
De zienswijze is terecht.
14 De ontwikkeling gaat gepaard met een landschappelijke inpassing, waardoor de bestaande landschappelijke kwaliteiten van de groenblauwe mantel in de omgeving behouden en versterkt worden. Het initiatief sluit aan bij de ambitie van de provincie voor de groenblauwe structuur. Om deze reden kan de omgevingsvergunning niet geweigerd worden.
Het bouwvlak van het initiatief ligt niet binnen de groenblauwe mantel, zowel voor het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ als voor de Interim omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant. Daarmee is de groenblauwe mantel geen planologische belemmering. De landschappelijke inpassing draagt bij aan de omgevingskwaliteit van het gebied.
De zienswijze is terecht.
15 Op basis van het stappenplan van de GGD blijkt dat het opvragen van een GGD-advies niet noodzakelijk is. Wanneer er wel een GGD-advies opgevraagd had moeten worden, dan had de raad daartoe moeten besluiten voor het weigeren van het besluit.
Op basis van het oude stappenplan van de GGD was geen advies nodig ten tijde van de proceduregang. Inmiddels is er een nieuwe versie van het stappenplan. Op basis daarvan is aan de GGD ter beoordeling van het initiatief gevraagd om alsnog een advies uit te brengen.
De zienswijze is terecht.
De GGD heeft geoordeeld dat de ontwikkeling aan de Zwartenbergseweg 17 op zich ruim binnen de gezondheidskundige advieswaarden valt van de GGD. Deze advieswaarden zijn scherper dan de
wettelijk vastgestelde waarden. De afstand tot een gevoelig object van een derde is meer dan 250 meter, namelijk 400 meter. Die afstand zorgt ervoor dat de ontwikkeling geen tot nauwelijks een negatief gezondheidseffect met zich mee brengt. De extra stikstof die in de lucht komt, is niet gewenst, maar ook niet onacceptabel gevonden. Dit oordeel van de GGD wordt overgenomen. 16 Per saldo is er geen sprake van het toenemen van het aantal intensieve veehouderijbedrijven. Dat was ook een voorwaarde die vooraf is gesteld. Op aangeven van de gemeente is gezocht naar een locatie met een intensieve veehouderij bestemming die verplaatst kon worden naar de beoogde locatie aan de Zwartenbergseweg 17. In de ontwerpkaders is daar nadrukkelijk naar verwezen.
Voor de goede orde, niet op aangeven van, maar in overleg met de gemeente is door de initiatiefnemer een locatie aangedragen met de aanduiding intensieve veehouderij ter verplaatsing daarvan naar de locatie Zwartenbergseweg 17. De initiatiefnemer heeft voldaan aan de gestelde voorwaarde. De voorwaarde dat de intensieve veehouderij functie op de locatie aan de Zundertseweg 67A verwijderd moet worden, blijft staan.
De zienswijze is terecht.
17 Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd en alle omwonenden waren positief.
De initiatiefnemer heeft een zorgvuldige dialoog gevoerd. Daarbij zijn alle omwonenden betrokken en gevraagd om een reactie te geven. Voorafgaand aan het raadsbesluit zijn de omwonenden nogmaals in kennis gesteld van het initiatief dat gepresenteerd is aan de raad en daarbij in de gelegenheid gesteld om te reageren.
Er is geen reden om de gevoerde dialoog in twijfel te trekken.
18 Uit het besluit omtrent de m.e.r.-beoordeling volgt dat het initiatief binnen de gestelde normen blijft en dat met de juiste normen gerekend is.
Het Besluit m.e.r-beoordeling van 15 oktober 2020 geeft als conclusie: “Gelet op het vorenstaande zijn wij van oordeel dat de aard van de effecten die gekoppeld zijn aan het te nemen besluit, in voldoende mate in beeld zijn. Wij zijn dan ook van oordeel dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die leiden tot dermate belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu dat het maken van een milieu-effectrapport toegevoegde waarde zou hebben.”
De conclusie van het Besluit m.e.rbeoordeling heeft als basis gediend voor de ruimtelijke onderbouwing en de betreffende ruimtelijke procedure.
19 Het weigeren van de VVGB betreft niet alleen een schending van het vertrouwensbeginsel en de rechtszekerheid, maar ook het beginsel van een goede ruimtelijke ordening wordt daarmee niet gerespecteerd.
Op basis van de adviezen van de ambtelijke organisatie, de OMWB en de GGD kan niet anders dan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
De zienswijze is terecht.
20 De appellant draagt ten slotte aan dat wanneer in rechte komt vast te staan dat de weigering niet rechtmatig is, de gemeente aansprakelijk wordt gesteld voor alle schade die daarvan het gevolg is.
Ter kennis genomen.
Ter kennis genomen.
Etten-Leur , 28 maart 2022
Geacht College van Burgemeester en Wethouders en gemeenteraad van Etten-Leur,
In de bode van 23 maart 2022 heeft de gemeente een besluit gepubliceerd over de omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen Zwartenbergseweg 17 voor het oprichten van een vleeskalverenhouderij. Dit besluit betreft het weigeren van een omgevingsvergunning door het college van Burgemeester en Wethouders en het weigeren van een verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad. Middels dit schrijven wil ik hierop mijn zienwijze geven. Als bestuurder bij de ZLTO ben ik jaren betrokken geweest bij het opstellen van visies op het buitengebied van Noord-Brabant en specifiek West-Brabant. Uitgangspunt is hierbij altijd een zorgvuldige afweging tussen de verschillende belangen. In bepaalde gebieden is ruimte voor bepaalde ontwikkelingen en in andere gebieden juist weer niet. In de omgevingsvisie van de gemeente staat “Het noordelijk kleigebied van Etten-Leur is een belangrijk primair agrarisch gebied. Vrijwel alleen daar kan in Etten-Leur nog grootschalige landbouw in de vorm van grondgebonden veehouderij en akkerbouw uitgeoefend worden”. Oftewel: niet voor intensieve veehouderij, dus ook geen vleeskalverenhouderij, dit is immers intensieve veehouderij. In een brief van de gemeente. 14 maart 2019, aan de gemeenteraad zijn ontwerpkaders vastgesteld voor de locatie zwartenbergseweg 17 om daar een vleeskalverenhouderij te ontwikkelen.
Het is vreemd, gezien bovenstaande, dat omgeving en buren, hierin niet zijn gekend. Gemeenteraad heeft met deze kaders ingestemd, zonder hierover met elkaar in gesprek of in discussie te gaan. Ik was hiervan niet op de hoogte gesteld, niet door het college van B&W, niet door de gemeenteraad, niet door uw ambtenaren en niet door de initiatiefnemer, familie . Ik ben niet door de gemeente en niet door de initiatiefnemer gewezen op de raad luistert en de raad debatteert. Toevallig informeerde een raadslid bij mij op 5 december hoe ik dacht over de plannen aan de zwartenbergseweg 17. Naar aanleiding van de discussie in de Raad debatteert van 6 december 2022 heb ik gemeend een schrijven naar het college en naar de gemeenteraad te sturen.. Het schrijven heb ik in de bijlage toegevoegd. De kern van mijn bezwaar tegen de ontwikkeling van een kalverenmestrij aan de zwartenbergseweg is dat het niet is toegestaan in de omgevingsvisie van de gemeente. Dat de gemeente vervolgens, zonder de omgeving in te lichten, in haar ontwerpkaders dit wel toe zou staan is vreemd. Daarnaast maak ik grote bezwaren tegen de manier van mesten van kalveren. Een groot deel van deze kalveren komen uit het buitenland. Hiermee kunnen deze kalveren dierziekten importeren uit het buitenland. Met alle nadelige gevolgen van dien. Import van dieren
zouden tot een minimum beperkt moeten blijven. Door de voorgestelde ontwikkeling aan de zwartenbergseweg 17 toe te staan neemt het risico toe en daarmee ook het risico voor dierziekten voor mijn dieren. Het is dan ook terecht dat, nadat uitvoerig in de gemeenteraad is gediscussieerd, de gemeenteraad niet instemt met het afgeven van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het verplaatsen van een intensieve veehouderij naar zwartenbergseweg 17. Tevens is het terecht dat het college van B&W een omgevingsvergunning weigert voor het afwijken van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ ten behoeve van de verplaatsing van een intensieve veehouderij naar zwartenbergseweg 17.
Zwartenbergseweg Etten-Leur
Beste raadsleden, Familie is voornemens een vleeskalverenhouderij te stichten aan de Zwartenbergseweg. Ik wil door middel van dit schrijven aangeven dat dit geen goed idee is en dat ik daar bezwaar tegen maak. En wel om de volgende redenen: 1. De Zwartenbergse polder is niet bestemd voor intensieve veehouderij; 2. De wijze van vleeskalverenhouderij in Nederland is een groot gezondheidsrisico voor de veehouderij in het algemeen. 3. De toename van verkeersbewegingen is fors, daar is de polderweg niet voor geschikt; 4. Bij vestiging van dit intensief veebedrijf is precedentwerking niet uitgesloten. Toelichting: 1. In visies die ontwikkelend zijn over het buitengebied van Etten-Leur zijn alle belanghebbenden en bewoners van de polder het eens: De polder is bestemd, uitermate geschikt zelfs, voor akkerbouw en grondbonden veehouderij, intensieve veehouderij hoort hier niet thuis. Het houden van 1500 mestkalveren op één locatie is intensief. Wat houdt het ontwikkelen van een visie nog in als deze terzijde wordt geschoven. 2. De vleeskalverhouderij in Nederland importeert 50 % van haar dieren uit het buitenland. Het importeren van deze dieren is een groot risico voor insleep van dierziekten uit andere landen. Vers in mijn geheugen, inmiddels 20 jaar geleden, is op deze wijze de zeer besmettelijke dierziekte mond-en-klauwzeer in ons land gekomen.
In een handelsland als Nederland moet het altijd mogelijk zijn om handel te drijven. Echter op deze schaal is het vragen om problemen. Gezien de schaal van het bedrijf, 1500 kalveren en de mestperiode, zou dat voor dit bedrijf betekenen dat er jaarlijks ongeveer 2000 kalveren worden aangevoerd op deze locatie. 3. De Zwartenbergseweg is een eenvoudige polderweg waarbij passeren kan, maar lastig is. Gezien de toename die berekend is in de plannen, ruim 900 vrachtwagen-, 16.000 trekker- en 4000 autobewegingen gaat dit leiden tot een te grote toename. Hier is de polderweg niet voor geschikt. Dit zal leiden tot overlast. 4. Indien het mogelijk wordt gemaakt om intensieve veehouderij toe te staan aan de Zwartenbergseweg is mogelijke precedentwerking niet uitgesloten. Door ontwikkelingen in de gemeente of elders is het goed mogelijk dat intensieve bedrijven op bepaalde locaties ongewenst zijn of simpelweg verplaats moeten worden. Men zal dan kijken naar de Zwartenbergse polder. Immers: er is recent een intensief veebedrijf gevestigd in de polder, de gemeenteraad heeft hiermee ingestemd en de bewoners van de polder hebben geen bezwaren ingediend. Daarnaast spelen er natuurlijk landelijke ontwikkelingen, “het stikstofdossier”, een voorgestelde inkrimping van de veestapel en voorstellen van de regering om de vleeskalverhouderij anders te organiseren.
Deze hebben zich de laatste jaren in rap tempo ontwikkeld en leidt dat tot andere inzichten.
Samenvattend: Gezien het bovenstaande vind ik het ongepast om intensieve veehouderij toe te staan aan de Zwartenbergseweg. Indien u een nadere toelichting wenst ben ik daar uiteraard toe bereid.