Bijlage 1 bij Brief bij Raadsvoorstel verklaring van geen bedenkingen Zwartenbergseweg 17
Tekst van het document
Enkele relevante passages uit: Brief van de minister voor Natuur en Stikstof aan de Tweede Kader d.d. 25 november 2022, ‘Voortgang integrale aanpak landelijk gebied en opvolging uitspraak Raad van State over Porthos’ IVN-DML-6 maart 2023 Pagina 3: “In hoofdstuk 2 gaat het kabinet eerst kort in op de relatie van de Porthosuitspraak met het Nederlandse vestigings- en ondernemersklimaat. Hieruit blijkt dat de urgentie om de stikstofproblematiek op te lossen niet alleen groot is voor de goede staat van de natuur, maar ook voor onze economie.” Pagina 4: “Door de verwachte vertragingen in woningbouw zal de druk op de woningmarkt aanhouden en wordt de arbeidsmobiliteit geremd.4 De bouw van waterstofproductiecapaciteit en aanlandingsplekken groene elektriciteit, maar ook Infrastructurele verduurzamingsprojecten zoals Wind op Zee-projecten, zonneparken, CCS, geothermie, kerncentrales, zullen te maken krijgen met vertraging en worden lastiger te realiseren.” Pagina 5: “Inzet richting Europese Commissie Voor de Europese Commissie is het van belang dat Nederland op korte termijn kan laten zien dat de integrale, gebiedsgerichte aanpak onontkoombaar leidt tot het halen van de stikstof-, natuur-, klimaat- en waterdoelen en dat Nederland daarmee voldoet aan de internationale verplichtingen.” Pagina 13: “Alvorens ik in ga op de genoemde punten is het goed om kort te schetsen hoe
toestemmingverlening nu geregeld is. Als een initiatiefnemer een activiteit wil ontwikkelen die significant negatieve effecten kan veroorzaken op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, dan moet hij daarvoor toestemming krijgen van het bevoegd gezag. Dat is zo geregeld in de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Daarvoor voert hij een passende beoordeling uit. Het bevoegd gezag toetst of de Natura 2000-gebieden er door de activiteit op achteruit kan gaan. Is dat niet het geval, dan kan een natuurvergunning worden verleend. Hoewel dit soms wel zo wordt ervaren, is daarbij geen sprake van stikstofruimte als eigendom of verhandelbaar recht. Vervolgens is het bevoegd gezag verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op de naleving van die vergunning. Op die manier kan het bevoegd gezag in de gaten houden dat ontwikkelingen verantwoord plaatsvinden. “ Pagina 16: “Extern salderen is wel vergunningplichtig.” Pagina 17: “Op het moment dat latente ruimte in gebruik wordt genomen, en dus niet meer latent is, betekent dat extra stikstofuitstoot en -depositie. Dat kan een risico zijn voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.” (. . .) “Vervolgens heeft de initiatiefnemer een bepaalde termijn om zijn activiteit te realiseren.
Voor extern salderen hebben provincies in hun beleidsregels een realisatietermijn van drie jaar afgesproken; voor intern salderen bekijken we dit bij de uitwerking van de beleidsregels. De gedachte van een realisatietermijn is dat een initiatiefnemer een redelijke termijn moet krijgen om zijn activiteiten op te bouwen, maar niet ongelimiteerd van deze ruimte gebruik mag blijven maken.” Pagina 18: “Het kabinet maakt ook afspraken met provincies om salderen met zogenaamde slapende vergunningen te voorkomen. Het kabinet vindt dat het niet mogelijk mag zijn om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken op basis van activiteiten die al geruime tijd zijn gestopt. Ik zal in overleg treden met provincies, als
bevoegde instanties, met als doel de beleidsregels voor extern salderen in het eerste kwartaal van 2023 hierop aan te passen. Tot slot werken we beperkingen uit voor stikstofruimte die ontstaat wanneer initiatiefnemers stikstofreducerende innovaties doorvoeren in hun bedrijf. Wanneer deze innovaties zijn bedoeld om aan wettelijke eisen te voldoen en/of door de overheid worden gesubsidieerd, dan mag die ruimte niet zonder meer opnieuw worden gebruikt. Ik stel samen met provincies de beleidsregels voor intern salderen vast op het moment van de inwerkingtreding van de vergunningplicht op 1 januari 2024.” Rav-factoren Pagina 22: “Rav-factoren in natuurvergunningen De laatste tijd is er veel onzekerheid ontstaan over emissiearme stalsystemen. Verschillende natuurvergunningen voor drie type stalsystemen zijn getoetst bij de rechter. Recent heeft de RvS geoordeeld dat niet is uitgesloten dat de Natura 2000-gebieden erop achteruit gaat. Daarnaast laten verschillende onderzoeken zien dat emissiearme stalsystemen niet in alle gevallen de beoogde emissiereductie opleveren.
Daardoor bieden de Rav-factoren voor emissiearme stalsystemen, op basis waarvan de stikstofuitstoot wordt bepaald, onvoldoende basis voor toestemmingverlening.” “Het kabinet ziet geen andere conclusie dan dat natuurvergunningen voor alle nieuwe emissiearme stalsystemen alleen nog onder striktere voorwaarden kunnen worden verleend. Alleen zo hebben ondernemers een vergunning die zeker is en kunnen we zo veel mogelijk voorkomen dat de Natura 2000gebieden erop achteruit gaan.” Pagina 24: “Wij kunnen niet anders dan concluderen dat de uitspraken van de RvS over de drie stalsystemen in deze zaken, ook gevolgen zullen hebben voor alle typen emissiearme stalsystemen uit de Rav (die zijn opgenomen in bijlage 1). Dat komt omdat er voor al deze systemen geldt dat er onzekerheid is over de hoogte van de ammoniakemissie. Daarnaast lopen er nog meer juridische procedures waarin andere stalsystemen ter discussie worden gesteld. Om te voorkomen dat meer agrariërs in onzekerheid gaan verkeren door juridische procedures, zal rekening gehouden moeten worden met de mogelijkheid dat de emissiearme stallen het in de praktijk minder goed doen dan verwacht. Het is daarom van belang dat we eerst meer helderheid hebben over de werking van de systemen in de praktijk.
Dit leidt ertoe dat initiatiefnemers een natuurvergunning moeten aanvragen bij gebruik van deze stalsystemen en dat deze alleen nog onder striktere voorwaarden kunnen worden verleend. Want doorgaan op de huidige wijze leidt tot rechtsonzekere situaties. Alleen zo kunnen we zo veel mogelijk voorkomen dat de natuur in Natura 2000-gebieden erop achteruit gaat en meer zekerheid bieden aan initiatiefnemers en bevoegde instanties.” “Voor agrarische ondernemers die van plan zijn om een nieuw emissiearm stalsysteem te bouwen, betekent dit dat zij een natuurvergunning moeten aanvragen en daarbij een passende beoordeling moeten uitvoeren. Als sommige stalsystemen eerder met voldoende zekerheid reduceren, dan zal het makkelijker zijn om vergunningen te verlenen. Het kabinet en de provincies hechten er aan de procedure voor vergunningaanvraag zo eenvoudig mogelijk te laten verlopen en de agrarische ondernemers hier zo goed mogelijk bij te ondersteunen. In overleg met provincies, en vanzelfsprekend met de agrarische sector, wordt een handreiking geschreven waaruit blijkt wat er op moment mogelijk is; het streven is om deze medio 2023 gereed te hebben. Enkel de berekening in AERIUS Calculator, op basis van de Ravfactoren, is niet meer voldoende.” Pagina 26: “Om die reden is de actualisatie van AERIUS Calculator en Monitor uitgesteld naar de week van 24 januari 2023.”