Beleidsplan Armoede 2026 - 2029
Tekst van het document
Samen op weg naar financiële veerkracht inEtten -Leur Beleidsplan Armoede 2026 - 2029
2
Inhoudsopgave Inhoudsopgave..................................................................................................................... 3 Voorwoord ........................................................................................................................... 5 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding ........................................................................................................................ 7 1.1
Leeswijzer van het beleidsplan ..................................................................................... 7
1.2
Totstandkoming van het beleidsplan ............................................................................ 7
1.3
Ambities Etten-Leur ..................................................................................................... 7
1.4
Afbakening .................................................................................................................. 8
1.5
Kernbegrippen uitgelegd .............................................................................................. 8
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving ........................................................................... 11 2.1
Participatiewet in Balans ........................................................................................... 11
2.2
Nationaal Programma Armoede en Schulden ............................................................. 11
2.3
Nationaal Preventieakkoord ....................................................................................... 11
Positie van Etten-Leur; hoe staan we ervoor? ................................................................. 13 3.1
Armoede ................................................................................................................... 13
3.2
Preventie ................................................................................................................... 15
3.3
Vroegsignalering ........................................................................................................ 15
3.4
Armoede- en minimaregelingen ................................................................................. 15
Uitgangspunten van Etten-Leur ..................................................................................... 19 4.1
Visie .......................................................................................................................... 19
4.2
Armoedepact ............................................................................................................ 19
4.3
Regionale speerpunten .............................................................................................. 20
4.3
Doelstellingen ........................................................................................................... 20
4.4
Beleidsuitgangspunten .............................................................................................. 21
4.5
Monitoring ................................................................................................................. 23
Bijlagen ....................................................................................................................... 25 Bijlage I
Enquête minima (zie aparte bijlage) .................................................................... 25
Bijlage II
Resultaat Enquête minima (zie aparte bijlage) ..................................................... 25
Bijlage III
Regionale Nota Integraal armoede- en schuldenbeleid (zie aparte bijlage) ........... 25
Bijlage IV
Armoedepact, Samen op weg naar financiële veerkracht (zie aparte bijlage) ........ 25
Bijlage V
Aanbevelingen Rekenkamerrapport .................................................................... 26
3
4
Voorwoord
Armoede raakt mensen in hun bestaanszekerheid, hun gezondheid, hun kansen. Als gemeente willen wij er zijn voor onze inwoners die het financieel moeilijk hebben. Daarom zetten wij ons in om onze armoederegelingen toegankelijk te maken voor iedereen die er recht op heeft. We willen dat inwoners weten wat er mogelijk is, dat ze zich welkom voelen om hulp te vragen, en dat ze daadwerkelijk gebruik maken van de ondersteuning die beschikbaar is. Dit beleidsplan is een uitwerking van onze ambitie: een samenleving waarin niemand buiten de boot valt. We werken samen met partners, professionals, vrijwilligers en inwoners om drempels te verlagen en kansen te vergroten. Want armoede bestrijden doen we samen. “Laten we de handen ineenslaan en samen werken aan een toekomst zonder armoede. Samen kunnen we een verschil maken.” Met vriendelijke groet, René Verwijmeren Wethouder
5
6
1. Inleiding
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aanpak van armoede binnen hun eigen gemeentegrenzen. Deze verantwoordelijkheid vloeit voort uit de Participatiewet (2015). Uit het in maart 2025 opgeleverde Rekenkamerrapport blijkt dat de gemeente veel doet in de aanpak van armoede en schulden, maar dat een lokaal armoedebeleid ontbreekt. Dit beleidsplan geeft invulling aan lokaal armoedebeleid en wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Het bevat de hoofdlijnen van het gemeentelijk armoedebeleid en beschrijft hoe we - samen met onze partners, professionals, vrijwilligers én inwoners - inwoners in Etten-Leur ondersteunen om financieel zelfredzaam te worden en uit de armoede te komen.
1.1
Leeswijzer van het beleidsplan
1.2
Totstandkoming van het beleidsplan
In hoofdstuk twee lichten we de ontwikkelingen in wet- en regelgeving toe. In hoofdstuk drie geven we een overzicht van de huidige situatie in Etten-Leur. In hoofdstuk vier worden de visie, doelstellingen en beleidsuitgangspunten uitgewerkt.
We vinden het belangrijk dat het ondersteuningsaanbod aansluit op de wensen en behoeften van onze inwoners. Met doelmatige maatregelen willen we bereiken dat inwoners, zij die hierin zeker ook een eigen verantwoordelijkheid dragen, optimaal gebruikmaken van armoede- en minimaregelingen en op die manier hun financiële zelfredzaamheid vergroten. Vanuit het armoedepact zijn het afgelopen jaar bijeenkomsten georganiseerd met maatschappelijke organisaties en ketenpartners die ieder vanuit hun rol bijdragen aan het voorkomen en bestrijden van armoede. Samen is besproken wat goed gaat, maar ook wat beter kan. Uit deze gesprekken zijn gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd die richting geven aan een financieel veerkrachtig EttenLeur. De bevindingen uit deze samenwerking worden verwerkt in dit beleidsplan. Ook de stem van inwoners die gebruikmaken van armoederegelingen is gehoord bij de totstandkoming van dit beleidsplan. In december 2023 is voor Rekenkameronderzoek een vragenlijst (zie bijlage I) verstuurd naar 2.345 huishoudens binnen de gemeente Etten-Leur. In totaal vulden 485 inwoners deze vragenlijst in. Deze respons is voldoende om representatieve conclusies te trekken over de doelgroep.
De uitkomsten (zie bijlage II) geven waardevolle inzichten in de ervaringen en behoeften van inwoners die gebruikmaken van het minimabeleid, en vormen daarmee een belangrijke aanvulling op de inbreng van maatschappelijke organisaties en ketenpartners. De bevindingen uit het in oktober 2024 opgeleverde Rekenkameronderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het armoede- en schuldenbeleid zijn ook meegenomen. De participatieraad heeft de startnotitie ontvangen om hen te informeren over de wijze waarop we inwonersparticipatie hebben geborgd binnen de totstandkoming van het beleid. Tot slot is de nota integraal armoede- en schuldenbeleid met de regionaal gedeelde speerpunten om te zorgen dat mensen uit de armoede komen van De6-gemeenten (gemeenten Roosendaal, Etten-Leur, Moerdijk, Halderberge, Rucphen, Zundert en het Werkplein Hart van West-Brabant) meegenomen.
1.3
Ambities Etten-Leur
Etten-Leur is een sociale gemeente. Er is aandacht voor inwoners met een minimuminkomen. De gemeenteraad streeft ernaar de 120%-norm van het minimabeleid te behouden en wil stille armoede, armoedeval en schulden voorkomen door ruimhartig om te gaan met mogelijkheden die de gemeente heeft. Veel van onze regelingen staan open voor inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum.
7
Preventie en vroegsignalering staan centraal: inwoners hebben een duidelijk aanspreekpunt en er wordt samengewerkt met maatschappelijke organisaties, bedrijven en verenigingen om met elkaar een stevig sociaal vangnet te realiseren. Projecten zoals “Vroeg Erop Af!” helpen hierbij en hebben al geleid tot een daling van het aantal uithuiszettingen. Waar mogelijk ondersteunt de gemeente inwoners bij werk of vrijwilligerswerk, zodat zij actief en sociaal betrokken blijven1. De gemeenteraad wil dat niemand buiten de boot valt door financiële problemen en dat iedereen mee kan doen in de samenleving. Het College Uitvoeringsprogramma 2022-2026 vertaalt dit naar concrete doelen2: • • • • •
1.4
Het terugdringen van het aantal mensen met schulden. Inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum maken zoveel mogelijk gebruik van voorzieningen voor minima. We zorgen voor laagdrempelige voorzieningen. Het vroegtijdig signaleren en preventie van mogelijke schuldenproblematiek. Het voorkomen van een armoedeval.
Afbakening
Dit beleidsplan heeft betrekking op (financiële) ondersteuning die de gemeente inwoners met een laag inkomen geeft via de armoede- en minimaregelingen. In dit beleidsplan wordt wel verwezen naar deze schuldhulpverlening, dit draagt namelijk wel bij aan de bestrijding van armoede en geeft inwoners meer kansen om mee te doen in de samenleving. Het Beleidsplan Schuldhulpverlening is in maart 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Armoede beperkt zicht niet tot de financiën. We erkennen dat er sociale armoede is, ook in Etten-Leur. Dit ontstaat o.a. door een tekort aan sociale contacten, steun en participatie in de samenleving. Het gaat om inwoners die zich geïsoleerd voelen of buitengesloten zijn van sociale netwerken, activiteiten en gemeenschappen. In de beleidsuitgangspunten maken we een koppeling met thema’s die armoede raken. Dit beleidsplan richt zich tot financiële armoede.
1.5
Kernbegrippen uitgelegd
Om de leesbaarheid van dit beleidsplan te verhogen, worden enkele begrippen toegelicht. Armoede Sinds oktober 2024 geldt landelijk een nieuwe uniforme definitie van armoede: mensen worden als arm beschouwd wanneer zij onvoldoende inkomen hebben om dagelijks rond te komen én om mee te doen in de samenleving. Daarbij wordt gekeken naar het besteedbare geld, niet alleen naar het inkomen. Armoede- en minimaregelingen Voorzieningen en financiële tegemoetkomingen die gemeenten aanbieden om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen. Het doel is om hun bestaanszekerheid te vergroten en sociale uitsluiting te voorkomen. Regelingen richten zich meestal op huishoudens met een inkomen tot 120% (soms 130%) van het sociaal minimum en een beperkt vermogen. Armoedeval Dit treedt op als iemand er financieel op achteruitgaat wanneer hij of zij gaat werken. Dit gebeurt vaak bij mensen met een uitkering die iets meer gaan verdienen dan het bijstandsniveau. Ze verliezen dan toeslagen en minimaregelingen, waardoor hun inkomen lager kan worden dan op bijstandsniveau. Bestaanszekerheid Iemand beschikt over voldoende inkomen om van te leven, heeft een woning, toegang tot onderwijs en zorg, en een buffer voor onverwachte kosten.
1 2
Raadsprogramma 2022 – 2026 Gemeente Etten-Leur. (2022). College Uitvoeringsprogramma 2022 – 2026 Gemeente Etten-Leur. (2022).
8
Minima Personen of huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum (meestal tot 120%), waardoor zij moeite hebben om noodzakelijke kosten en maatschappelijke participatie te bekostigen. Sociale uitsluiting Iemand kan niet meedoen aan het maatschappelijk leven of het gevoel heeft er niet bij te horen. Dit kan door armoede, omdat iemand geen lid kan worden van een vereniging. Uitsluiting kan ontstaan door bijv. een laag inkomen, geen werk, lage opleiding of geen huisvesting.
9
10
2. Ontwikkelingen in wet- en regelgeving
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aanpak van armoede binnen hun eigen gemeentegrenzen. Dit is vastgelegd in de Participatiewet (2015). Gemeenten hebben de vrijheid om zelf bepalen hoe zij hun armoedebeleid vormgeven binnen landelijke kaders. Het kabinet stelt de basisregels vast (zoals het recht op bijstand) en ondersteunt met programma’s, zoals het Nationaal Programma Armoede en Schulden.
2.1
Participatiewet in Balans
2.2
Nationaal Programma Armoede en Schulden
2.3
Nationaal Preventieakkoord
De Participatiewet in Balans3 is een herziening van de bestaande Participatiewet, bedoeld om de wet mensgerichter, eenvoudiger en rechtvaardiger te maken. Het wetsvoorstel bevat twintig maatregelen die onder andere meer ruimte bieden voor maatwerk, het ontvangen van giften en het bijverdienen naast een uitkering. Nadruk ligt op vertrouwen, menselijke maat en vergroten van de handelingsruimte van professionals. De Wet erkent dat niet iedereen (direct) kan werken en wil participatie buiten werk stimuleren. Dit ondersteunt financieel kwetsbare inwoners in hun bestaanszekerheid en deelname aan de maatschappij, wat essentieel is voor het doorbreken van armoede.
Het Nationaal Programma Armoede en Schulden is een initiatief van het kabinet dat zich richt op het voorkomen van (kinder)armoede, het tegengaan van de langetermijneffecten ervan, en het verbeteren van de ondersteuning voor mensen met financiële problemen. Het programma bouwt voort op eerdere beleidsmaatregelen en legt de nadruk op toegankelijke schuldhulpverlening, het vereenvoudigen van inkomensvoorzieningen en het herstellen van vertrouwen in de overheid. Er is speciale aandacht voor werkenden, jongeren en kinderen, en het programma streeft naar een integrale aanpak waarbij ook vrijwilligersorganisaties en gemeenten een belangrijke rol spelen.
Het Nationaal Preventieakkoord is een samenwerkingsverband tussen meer dan 70 organisaties, gericht op het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik om daarmee de gezondheid van Nederlanders structureel te verbeteren. Hoewel het akkoord primair focust op leefstijl, erkent het ook dat achterliggende sociale factoren zoals armoede, schulden, stress en eenzaamheid een grote rol spelen in ongezond gedrag. Daarom worden gemeenten aangemoedigd om deze thema’s integraal aan te pakken. Armoede vergroot de kans op gezondheidsproblemen en beperkt de toegang tot gezonde keuzes, waardoor het Preventieakkoord indirect ook bijdraagt aan het verminderen van gezondheidsverschillen en het doorbreken van de vicieuze cirkel van armoede en slechte gezondheid.
3
Participatiewet in balans (36.582) - Eerste Kamer der Staten-Generaal
11
12
3. Positie van Etten-Leur; hoe staan we ervoor?
In december 2023 is voor het Rekenkameronderzoek een vragenlijst (zie bijlage I) verstuurd naar 2.345 huishoudens die gebruikmaken van het minimabeleid in Etten-Leur. In totaal vulden 485 inwoners de vragenlijst in. Deze respons is ruim voldoende om betrouwbare uitspraken te doen over de volledige doelgroep van huishoudens die gebruikmaken van het minimabeleid in de gemeente Etten-Leur. De uitkomsten (zie bijlage II) geven waardevolle inzichten in de ervaringen en behoeften van inwoners die gebruikmaken van het minimabeleid. In dit hoofdstuk worden enkele bevindingen toegelicht wanneer wordt verwezen naar de vragenlijst.
3.1
Armoede
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en Nibud hebben samen een nieuwe manier bedacht om armoede te meten. Deze methode kijkt niet alleen naar het inkomen, maar ook naar het spaargeld en andere bezittingen die direct inzetbaar zijn4. Volgens de nieuwe methode leven steeds minder mensen in armoede. Het aantal mensen in armoede is gedaald van 1,2 miljoen in 2018 (7,1%) naar 540.000 in 2023 (3,1%). 1% is langdurig arm. Dat betekent dat zij drie jaar of langer een structureel tekort aan inkomen en vermogen hebben. Ook in Etten-Leur is er een zichtbare daling in het aantal inwoners dat in armoede leeft. In 2022 leefden ongeveer 1.104 mensen (2,5% van de inwoners) onder de armoedegrens. In 2023 waren dat er 1.025 (2,3%). Er zijn een paar aandachtspunten bij deze cijfers. In de berekening van het inkomen over 2023 is de energietoeslag meegenomen. Hierdoor kunnen sommige mensen door deze toeslag boven de armoedegrens uitkomen, maar in 2024 weer onder de armoedegrens vallen (cijfers nog niet bekend). Daarnaast zijn mensen die dak- of thuisloos zijn, of in een instelling of studentenhuis wonen, niet in de cijfers meegenomen. Op basis van de cijfers constateren we dat, hoewel er minder mensen in armoede leven, de armoede ernstiger wordt.
Mensen die onder de armoedegrens leven, zakken verder weg, wat betekent dat hun financiële problemen groter worden. Het is van belang hier rekening mee te houden. Evenals met de mensen die net boven de armoedegrens leven.
Armoede in Nederland en Etten-Leur 6,00%
5,10%
4,90%
5,00% 4,00%
3,40%
3,10%
3,00% 2,50%
2,30%
2,00% 1,00% 0,00% 2020
2021
Leeft in armoede in Nederland
2022
2023
Leeft in armoede in Etten-Leur
Grafiek 1: Armoede in Nederland en Etten-Leur (CBS) 5
CBS. (2024). Nieuwe armoedemeting: 540 duizend mensen arm in 2023. Opgehaald van: https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2024/42/nieuwe-armoedemeting-540-duizend-mensen-arm-in-2023 5 CBS. (z.d.). Armoede en schulden. Opgehaald van: https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/armoede-en-schulden 4
13
Werkenden in armoede In Nederland zijn er werkende mensen die toch in armoede leven, met een inkomen net op of onder de armoedegrens. Dit maakt het lastig om werk te zien als een oplossing voor armoede. Deze doelgroep weet de weg naar hulp vaak niet te vinden6. In 2023 leefde 1,7% van de totale bevolking in Nederland in armoede, terwijl zij wel een baan hadden. Ook in Etten-Leur zien we deze groep terug. In 2023 leefde 1,1% van de werkenden in Etten-Leur in armoede. Het is belangrijk dat we deze groep niet vergeten. Ook werkende inwoners kunnen te maken hebben met financiële problemen. Het is daarom belangrijk dat Etten-Leur oog houdt voor deze groep.
Werkenden in armoede 2,00% 1,00%
1,90%
1,80%
1,20%
1,10%
0,00% 2022
2023
Werkenden in armoede in Nederland Werkenden in armoede in Etten-Leur Grafiek 2: Werkenden in armoede in Nederland en Etten-Leur (CBS) 7
Kinderen in armoede Ongeveer de helft van de mensen in armoede en/of problematische schulden heeft, heeft kinderen. Armoede kan de ontwikkeling van kinderen belemmeren, bijvoorbeeld doordat zij minder kans hebben op een goede opleiding, een sociaal netwerk of een goede gezondheid 6. Kinderen verdienen betere kansen. Het is belangrijk om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken, en wordt voorkomen dat armoede niet van generatie op generatie wordt doorgegeven. Gelukkig daalt het aantal kinderen dat in armoede leeft. In 2023 was dit 3,6% van alle minderjarigen in Nederland en 2,9% in Etten-Leur. Deze ontwikkeling moeten we vasthouden en versterken.
Kinderen in armoede 6,00% 4,00%
4,00% 3,60%
3,60% 2,90%
2,00% 0,00% 2022
2023
Kinderen in armoede in Nederland Kinderen in armoede in Etten-Leur Grafiek 3: Kinderen in armoede in Nederland en Etten-Leur (CBS) 7
Effecten van armoede Armoede beïnvloedt het dagelijks leven sterk. In de vragenlijst is hierover een vraag gesteld. Inwoners geven aan dat zij het geld niet hebben voor noodzakelijkheden, zoals: kleding, vervoer of huishoudelijke apparaten (32%). Ook ontbreekt het aan geld voor sociale activiteiten, zoals sporten of iets leuks doen in de vrije tijd (31%). Daarnaast zegt 27% dat ze niet genoeg geld hebben voor gezonde en afwisselende voeding. Deze beperkingen kunnen leiden tot een ongezonde leefstijl, een kleiner sociaal netwerk en Rijksoverheid. (2025). Kabinet: eenvoudiger armoedebeleid, meer focus op werkenden. Opgehaald van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/06/06/kabinet-eenvoudiger-armoedebeleid-meer-focus-op-werkenden 7 CBS. (z.d.). Armoede en schulden. Opgehaald van: https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/armoede-en-schulden 6
14
gevoelens van eenzaamheid of uitsluiting. Verder zorgt geldgebrek voor voortdurende geldzorgen (26%) en in sommige gevallen ook voor te weinig geld voor goede gezondheidszorg (22%). Toch geeft 30% van de ondervraagden aan dat zij deze problemen niet ervaren. Dit laat zien dat de effecten van armoede per persoon kunnen verschillen, maar dat het voor een grote groep wel degelijk gevolgen heeft.
3.2
Preventie
In Etten-Leur zijn er veel initiatieven om armoede en schulden te voorkomen. We willen bereiken dat inwoners van Etten-Leur financieel zelfstandig zijn en als dat niet lukt dat zij de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben ter voorkoming van financiële problemen. VoorzieningenWijzer Met www.devoorzieningenwijzer.nl kunnen inwoners controleren of ze recht hebben op regelingen voor mensen met een laag inkomen. Hulp hierbij is mogelijk via het Werkplein. Vaak komen mensen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum in aanmerking. Deze regelingen zorgen ervoor dat mensen meer geld overhouden, waardoor de kans op betaalachterstanden kleiner wordt. In paragraaf 3.4 wordt nader ingegaan op de regelingen. Voorlichting Surplus Sociaal Werk organiseert bijeenkomsten en workshops voor inwoners en hun eigen netwerk. Campagnes vinden plaats, zoals ‘Later regel je nu’ waarbij wordt gekeken naar de financiële gevolgen van belangrijke gebeurtenissen in het leven (life-events), zoals 18 jaar worden, het krijgen van kinderen of pensionering. Verder kunnen inwoners makkelijk terecht bij Surplus voor hulp bij vragen over geld of administratie. Lokale alliantie financieel misbruik Geldproblemen kunnen ontstaan door financieel misbruik. In 2023 is de lokale alliantie Etten-Leur opgericht.
Dit is een uniek netwerk van private en publieke deelnemers die hun kennis over financieel misbruik bij ouderen delen. Hun doel is om misbruik te voorkomen of eerder te stoppen. Het netwerk bestaat uit organisaties, zoals Avoord, Surplus Sociaal Werk, Seniorenraad, Stichting Mentorschap West-Brabant, Rabobank, Trouw Erfrechtspecialist en de gemeente Etten-Leur.
3.3
Vroegsignalering
Met Vroegsignalering willen we voorkomen dat betalingsachterstanden uitgroeien tot problematische schulden. Het helpt maatschappelijke kosten voor schuldhulpverlening te verminderen en zorgt ervoor dat schuldeisers hun geld eerder krijgen8. In 2020 is de gemeente Etten-Leur hiermee begonnen. De gemeente krijgt meldingen van vaste lasten partners, zoals zorgverzekeraars en woningcorporaties, als inwoners betalingsachterstanden hebben. Sinds 1 januari 2021 zijn gemeenten verplicht om aan deze inwoners hulp te bieden. Als een inwoner een betalingsachterstand heeft tot € 500, ontvangt hij of zij een brief of e-mail met een aanbod voor hulp. Bij een achterstand van meer dan € 500 neemt de gemeente telefonisch contact op. Wanneer er twee of meer meldingen van betalingsproblemen zijn, volgt een huisbezoek. Inwoners zijn niet verplicht om hulp te accepteren. Als zij dat wel doen, bespreekt de gemeente samen met hen welke hulp het beste past bij de hoogte van de betalingsachterstand. Veel inwoners hebben nog geen grote schulden en geven aan dat zij geen hulp nodig hebben. Zij proberen hun situatie zelf op te lossen, soms met steun van mensen uit hun sociale netwerk
3.4
Armoede- en minimaregelingen
De gemeente heeft verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Deze regelingen helpen om financiële problemen te voorkomen of te verminderen. Gemeente Etten-Leur biedt een breed pallet aan voorzieningen, en is daarin ruimhartig. Dezelfde conclusie trok ook de Rekenkamer in het onderzoek naar het minimabeleid. Het is daarom belangrijk dat het gebruik van deze regelingen 8
Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). (2025). Module Vroegsignalering.
15
verder wordt geoptimaliseerd. Ondersteuning in Etten-Leur In de onderstaande tabel worden de minimaregelingen van de gemeente Etten-Leur weergeven met de bijbehorende inkomensgrens en doelgroep. In de laatste kolom staat de vermeld waar inwoners een aanvraag kunnen indienen. Deze lijst is niet uitputtend. Er zijn in Etten-Leur ook initiatieven die geheel zelfstandig (zonder hulp of financiële bijdrage vanuit de gemeente) draaien. Veel regelingen worden genoemd op de gemeentelijke website. Initiatieven die door de gemeente Etten-Leur worden gesubsidieerd, worden aangeduid met *. Regeling Inkomen Bijzondere bijstand
Inkomensgrens
Toelichting
Aanvraag bij
120%
Werkplein
Individuele inkomenstoeslag Studietoeslag
105%, 3 jaar
Aan te vragen om voor onvoorziene, noodzakelijke uitgaven te bekostigen. Voor inwoners die langdurig moeten rondkomen van een minimuminkomen. Je kunt door een beperking en/of ziekte tenminste een halfjaar niet bijverdienen naast school of studie.
100%
Kwijtschelding voor afvalstoffenheffing vastrecht, rioolheffing en hondenbelasting.
BWB
120%
Inwoners met een laag inkomen kunnen een collectieve zorgverzekering afsluiten via CZ. Met deze verzekering hebben inwoners een uitgebreide verzekering tegen een lagere prijs.
Werkplein
Een tegoed voor zowel volwassenen als kinderen om mee te kunnen doen aan sport, cultuur en uitstapjes. Voor kinderen van 4 t/m 17 jaar. Voor het meedoen aan binnen- of buitenschoolse activiteiten. Bedoeld voor vakantie gericht activiteiten, zoals Jeugdland of vakantiekampen van (sport)verenigingen.
Werkplein
Bedrag per kind per schooljaar voor allerlei schoolkosten. Eenmalige tegemoetkoming in kosten voor kinderen die de overstap maken van het basisnaar voortgezet onderwijs.
Werkplein
Vanuit dit fonds dienen MBO scholen 16- en 17-jarige leerlingen uit gezinnen met weinig financiële middelen te helpen bij de aanschaf van voorgeschreven leermaterialen. Maximaal 65 zwemlessen lessen van 45 minuten. Kosteloos abonnement op Bobo, Okki, Wild van Freek of National Geografic Junior. Verstrekking van school devices (incl. Squla) en fietsen.
MBO school
Verstrekken van ontbijttassen aan kinderen, omdat de ouders dat niet kunnen betalen.
Nederlands Jeugdontbijt
Belastingen Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Zorg Collectieve zorgverzekering
n.v.t.
Participatie & Meedoen Meedoen Webshop 130%
Stichting Leergeld*
Vakantie-activiteiten
130%, netto besteedbaar inkomen 130%
Onderwijs & Kind-regelingen Schoolkosten 130% Overgangsregeling schoolkosten basisnaar voortgezet onderwijs MBO studentenfonds
130%
Zwemlessen Adiploma Tijdschriftenregeling
130%
Stichting Leergeld*
130%, netto besteedbaar inkomen Geen toets, via school als intermediair
Nederlands Jeugdontbijt*
n.v.t.
130%
Werkplein Werkplein
Stichting Leergeld Werkplein
Werkplein
Werkplein Werkplein Stichting Leergeld
16
Initiatieven Voedselbank EttenLeur*
Speelgoedbank Etten-Leur
Stichting Jarige Job
Menstruatie Uitgifte Punten via het Armoedefonds Jeugd Educatie Fonds
Normbedrag eenpersoonshuishouden: € 325 Normbedrag voor een gezin: € 685 n.v.t.
130%, netto besteedbaar inkomen n.v.t.
Minstens de helft leerlingen in relatieve armoede opgroeit
Verstrekken voedselpakketten.
Voedselbank
Kinderen van gezinnen die bekend zijn bij de Voedselbank, kunnen een aantal keer per jaar speelgoed uitzoeken. Buiten de Voedselbank om kan iedereen die zich daartoe genoodzaakt voelt, zich melden. Verstrekt een verjaardag box en helpt kinderen met het vieren van hun verjaardag.
Speelgoedbank EttenLeur
Gratis menstruatieproducten beschikbaar om menstruatie-armoede te verminderen.
Locaties in Etten-Leur
Educatief karakter: bezoek aan museum of theater, of een fotoworkshop. Er loopt een pilot met De Hasselbraam en De Springplank.
Hasselbraam Springplank
Stichting Jarige Job
Bekendheid en het gebruik van regelingen Uit onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat we in vergelijking tot landelijke cijfers gemiddeld een hoger bereik hebben van inwoners die gebruikmaken van de lokale regelingen (pagina 33 van het rapport). Regelingen voor volwassenen Van alle respondenten wordt het meest gebruik gemaakt van de collectie ziektekostenverzekering, kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en bijzondere bijstand. Respondenten geven aan niet met alle regelingen bekend te zijn. De tegemoetkoming in studiekosten en de maaltijdregeling wordt weinig gebruikt. Een klein deel van de respondenten geeft aan dat regelingen niet altijd aansluiten op hun persoonlijke situatie. Regelingen voor kinderen Van de respondenten heeft 87% kinderen jonger dan achttien jaar. De Meedoen webshop is het meest bekend (82%), gevolgd door Stichting Leergeld (79%) en de bijdrage in schoolkosten (72%). Andere regelingen zijn minder bekend. De tegemoetkoming voor vakantieactiviteiten (78% onbekend) en de overstapregeling PO-VO (85% onbekend) zijn het minst bekend. Landelijke regelingen De landelijke regelingen zijn over het algemeen goed bekend en worden veel gebruikt. De zorgtoeslag wordt het meest gebruikt (93%), gevolgd door het kindgebonden budget (75%) en de huurtoeslag (74%).
De kinderopvangtoeslag wordt minder vaak gebruikt (15%), terwijl 18% aangeeft deze regeling niet te kennen. Effect van de regelingen Een deel van de doelgroep ervaart positieve gevolgen van het gebruik van regelingen. Zo zegt ongeveer de helft van de respondenten dat hun geldzorgen hierdoor afnemen. Daarnaast geeft circa 40% aan dat ze dankzij de regelingen beter kunnen meedoen en financieel rondkomen. Aan de andere kant is er 45% die bang is om regelingen kwijt te raken, wanneer er meer inkomen (door werk) binnenkomt.
17
Informatievoorziening Informatie over regelingen wordt vooral via familie, medewerkers van de gemeente/het Werkplein en via de website van de gemeente/ het Werkplein gevonden. Toch vindt slechts 41% makkelijk de juiste informatie en 43% begrijpt deze goed. Contact met gemeentemedewerkers wordt positief beoordeeld: 75% voelt zich serieus genomen en 70% krijgt duidelijke uitleg. Ook het contact met Surplus Sociaal Werk wordt over het algemeen goed beoordeeld. Van de respondenten is 65% tevreden over het contact en de geboden hulp. Voldoende en passende regelingen Uit de afgenomen Enquête blijkt dat twee derde van de respondenten vindt dat de gemeente voldoende doet voor inwoners met geldzorgen. De groep die dit niet vindt, geeft aan dat de kosten van levensonderhoud zijn gestegen, terwijl de bedragen van de regelingen gelijk zijn gebleven. Circa 60% ervaart dat regelingen aansluiten bij hun behoeften. Eén derde van de respondenten heeft behoefte aan extra hulp, zoals ondersteuning bij administratie, meer informatie en hulp bij sociale contacten. De overige 69% geeft aan geen aanvullende hulp nodig te hebben. Meer gedetailleerde informatie over de uitkomst van de enquête is weergegeven in bijlage II.
18
4. Uitgangspunten van Etten-Leur
Op basis van het raadsprogramma, collegeprogramma, wet- en regelgeving en het Rekenkamerrapport hebben we de volgende visie, doelstellingen en beleidsuitgangspunten opgesteld.
4.1
Visie
We streven in Etten-Leur naar een samenleving waarin iedereen kan meedoen en bestaanszekerheid ervaart. Armoede en schulden willen we niet alleen bestrijden, maar voorkomen door in te zetten op preventie, samenwerking en vertrouwen. Een integrale aanpak, waarin partners en inwoners samen optrekken, bouwen we aan een financieel veerkrachtig Etten-Leur. Vertrouwen in de inwoner Wanneer de overheid uitgaat van het goede in inwoners, erkent zij de inwoners als verantwoordelijke en betrokken deelnemer aan de maatschappij. Dit vertrouwen stimuleert eigen initiatief en bevordert maatschappelijke betrokkenheid. Ook vermindert dit vertrouwen overmatige controle en bureaucratie. Vertrouwen van de overheid in de inwoner is van belang voor goed werkend armoedebeleid. Mensen die in armoede leven, worden geconfronteerd met complexe regels en controles. Door het vertrouwen centraal te stellen, wordt armoedebeleid menselijker, effectiever en duurzamer. Minder nadruk op controle en meer ruimte voor eventueel maatwerk maakt het mogelijk om meer aan te sluiten bij de behoefte van de inwoners. Wanneer inwoners niet voortdurend hoeven te bewijzen dat ze ‘recht hebben’ op hulp, ontstaat er ruimte voor samenwerking en zelfredzaamheid. Daarnaast werkt dit versterkend: wanneer de overheid vertrouwen spreekt naar de inwoner, zal het vertrouwen van de inwoner in de overheid groeien.
4.2
Armoedepact
In 2025 is het armoedepact tot stand gekomen. Het pact is opgesteld met als doel; het versterken van de financiële veerkracht van inwoners, en sluit aan bij het Nationaal Programma Armoede en Schulden (2025) dat inzet op preventie, samenwerking, ervaringsdeskundigheid en vereenvoudiging van regels. Gemeente Etten-Leur is één van de 35 partijen die het armoedepact heeft getekend en partner van het geheel. Het betreft een gelijkwaardige samenwerking. Het armoedepact is gericht op de intrinsieke motivatie van de deelnemende partijen. Het daagt deelnemende partijen uit om aan een of meerdere van de vier pijlers actief bij te dragen. De pijlers waar de deelnemende partijen hun handtekening onder zetten, werken door in het gehele armoedebeleid. Pijler 1 - Voorkomen is beter dan genezen: Preventie van financiële kwetsbaarheid Focus op vroegsignalering via maatschappelijke organisaties op het gebied van zorg en welzijn. Pijler 2 - Samenwerken is een must: Samen sterker in armoedebestrijding Stimuleren dat gemeenten, werkgevers en maatschappelijke partners samenwerken aan het bieden van toegankelijke, laagdrempelige hulp. Pijler 3 - Ervaringsdeskundigen aan het woord Aandacht voor laagdrempelige hulp en het betrekken van mensen met ervaring over het leven in armoede.
Pijler 4 - Slimmer werken door minder regels Eenvoudigere inkomensondersteuning, afschaffing van de kinderopvangtoeslag en de vereenvoudiging van de Participatiewet. In de komende jaren willen wij meer partijen stimuleren om actief deel te nemen aan het armoedepact. Doormiddel van bijeenkomsten zullen (deelnemende) partijen geïnspireerd en gemotiveerd raken om zelf aan de slag te gaan met een of meerdere van bovenstaande pijlers. Als gemeente willen wij onze
19
keuzes, activiteiten en doelen ook laten aansluiten bij het armoedepact. Op deze manier zal het een breed gedragen pact worden, om inwoners financieel gezond en veerkrachtig te laten zijn.
4.3
Regionale speerpunten
De6-gemeenten hebben regionale speerpunten opgesteld bij het armoede- en schuldenbeleid. Dit is gedaan om armoede steviger aan te pakken, de regionale samenwerking tussen alle betrokken partijen te versterken, inzicht te krijgen in wat regionaal kan worden geharmoniseerd en om invulling te geven aan de bestuurlijke wens van de zes gemeenten om te komen tot een gezamenlijke regionale visie op armoede. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende speerpunten: 1. Het armoedebeleid is gericht op het structureel verminderen van armoede en het bevorderen van maatschappelijke participatie onder mensen in de minimadoelgroep, bij voorkeur via werk. 2. Armoedebestrijding wordt integraal aangepakt in samenwerking met Schuldhulpverlening, Werk, Wmo, Onderwijs en Jeugd, en met afstemming tussen alle betrokken interne en externe partijen. 3. Het non-gebruik van de armoede-instrumenten wordt zover mogelijk teruggedrongen. 4. Vroegsignalering en preventie krijgen prioriteit, met innovatieve manieren om armoede en schulden vroeg te herkennen en de doelgroep effectief te bereiken. Deze speerpunten zijn volledig uitgewerkt in bijlage III en vormen het kader waarmee rekening wordt gehouden bij het opstellen van dit armoedebeleid.
4.3
Doelstellingen
Armoede is een complex probleem dat niet alleen financiële gevolgen heeft, maar ook sociale uitsluiting en beperkte kansen op ontwikkeling veroorzaakt. Met dit armoedebeleid wil de gemeente Etten-Leur bijdragen aan een samenleving waarin iedereen kan meedoen. Het beleid richt zich op duurzame oplossingen, preventie en het versterken van zelfredzaamheid. Hieronder staan doelstellingen opgenomen waaraan de gemeente Etten-Leur wil gaan werken. Deze doelstellingen sluiten aan bij de visie, het armoedepact en bij de regionale speerpunten. Deze doelstellingen zullen ook de grondslag zijn voor het uitvoeringsplan Armoede, wat later zal volgen. Vergroten van financiële zelfredzaamheid Door zowel preventieve ondersteuning als gerichte begeleiding voor inwoners met bestaande financiële problemen, wordt gewerkt aan het versterken van financiële vaardigheden. Inwoners leren hun inkomen en uitgaven beter te beheren, meer grip te krijgen op schulden en beter voorbereid te zijn op toekomstige financiële risico’s. Vroegsignalering Door structurele samenwerking tussen gemeente, maatschappelijke organisaties, woningcorporatie en vaste lasten partners worden financiële risico’s en beginnende betalingsproblemen vroegtijdig gesignaleerd. Hierdoor kunnen inwoners tijdig passende ondersteuning krijgen om te voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot problematische schulden.
Het structureel terugdringen van armoede en schulden Richt zich op het terugdringen van armoede door het bieden van inkomensondersteuning en ook het stimuleren van arbeidsdeelname. Door het werken aan deze doelstelling zullen uiteindelijk minder inwoners afhankelijk zijn van de minimaregelingen. Door activerend armoedebeleid te voeren, wordt geprobeerd te armoedeval te voorkomen. Activerend armoedebeleid richt zich op het vergroten van de zelfredzaamheid van mensen met een laag inkomen. De overheid probeert niet alleen financiële steun te bieden, maar stimuleert ook deelname aan werk, opleiding en maatschappelijke activiteiten. Voor degene voor wie arbeidsdeelname niet mogelijk is, zullen de minimaregelingen beschikbaar blijven.
20
Verbeteren van de toegankelijkheid en vindbaarheid van regelingen om non-gebruik te verminderen Inwoners weten de bestaande regelingen nog niet altijd goed te vinden of ervaren drempels bij het aanvragen ervan. Het beleid richt zich op het verbeteren van de toegankelijkheid, begrijpelijkheid en zichtbaarheid van alle relevante voorzieningen. Door helder te communiceren, informatie eenvoudig vindbaar te maken en aanvraagprocedures te vereenvoudigen, worden inwoners beter in staat gesteld gebruik te maken van ondersteuning waar zij recht op hebben. Hierbij wordt ook actief ondersteuning geboden tijdens het aanvraagproces, zodat iedereen, inclusief inwoners met beperkte digitale of taalvaardigheden, de weg naar passende hulp weet te vinden. Bevorderen van sociale inclusie en participatie Armoede kan leiden tot sociale uitsluiting en een beperkt sociaal netwerk. Het beleid richt zich daarom op het vergroten van deelname aan de samenleving, zodat inwoners meer kansen krijgen om mee te doen en zich verbonden te voelen. Door activiteiten, vrijwilligerswerk en trajecten naar werk te stimuleren, krijgen mensen meer kansen om mee te doen en hun netwerk te vergroten. Meer inzetten op preventie Preventie betekent niet wachten tot het misgaat. Preventie gaat om mensen vooraf de juiste kennis, vaardigheden en ondersteuning te geven.
We richten ons op het versterken van veerkracht en kansen, zodat inwoners voorbereid zijn en problemen kunnen voorkomen. Ook de digitale vaardigheden verdienen aandacht binnen preventie. Er wordt ingezet op het vergroten van digitale vaardigheden, dit vergroot digitale zelfstandigheid. Data en monitoring Beleid en uitvoering worden continu verbeterd door het systematisch verzamelen en analyseren van gegevens, zowel eigen data als data van partners. Hiermee kunnen trends en knelpunten in beeld worden gebracht, interventies beter worden afgestemd op de behoeften van inwoners en kunnen resultaten eventueel periodiek worden geëvalueerd.
4.4
Beleidsuitgangspunten
De beleidsdoestellingen willen we bereiken door een aantal beleidsuitgangspunten na te streven. Deze uitgangspunten geven richting voor de komende vier jaar. Jaarlijks zal er een uitvoeringsplan worden opgesteld om binnen de kaders van dit beleidsplan uitvoering te geven aan de visie en doelstellingen. In de P&C cyclus zal de gemeenteraad worden geïnformeerd over de voortgang. Integraal Armoede is een complex en multidimensionaal probleem dat vaak samenhangt met gezondheid, onderwijs, werk, wonen en sociale participatie. Daarom hanteert het beleid een integrale aanpak, waarin verschillende domeinen en partners samenwerken om inwoners effectief te ondersteunen en structurele problemen te voorkomen. Het beleid is geïnspireerd op het Brabants model van Positieve Gezondheid (figuur 1). Hierin staat niet alleen de afwezigheid van ziekte centraal, maar ook veerkracht, zingeving, sociale relaties, participatie, dagelijks functioneren en lichamelijke gezondheid. Deze brede benadering helpt bij het herkennen van samenhangende problemen, en bij het bieden van passende ondersteuning.
21
Figuur 1: Brabants Model Positieve Gezondheid
Specifieke aandachtspunten binnen onze integrale aanpak zijn: (Digi)taal, aanpak basisvaardigheden Mensen met beperkte lees- en schrijfvaardigheden worden ondersteund om beter toegang te krijgen tot informatie, regelingen en opleidingen. Met als doel dat zij gelijke kansen krijgen op het gebied van werk, gezondheid en maatschappelijke participatie. Energiearmoede Inwoners die moeite hebben met het betalen van energierekening of een onvoldoende energiezuinige woning hebben, krijgen gerichte ondersteuning. Jeugd Armoede bij kinderen en jongeren kan leiden tot onderwijsachterstanden en sociale uitsluiting. Scholen en professionals hebben een rol in vroegtijdig signalen opvangen en het bieden van passende ondersteuning. Wmo & Zorg Samenwerking met Wmo-teams en Wmo zorgaanbieders zorgt ervoor dat inwoners met lichamelijke of psychische beperkingen, of een hulpvraag op het gebied van zelfredzaamheid, niet tussen wal en schip vallen.
22
Onderwijs & Werk Integratie van trajecten naar school, werk of dagbesteding helpt inwoners bij het aanleren of opbouwen van vaardigheden en zelfvertrouwen om structurele armoede te doorbereken. Door deze integrale aanpak wordt armoede niet als op zichzelf staand probleem gezien, maar als onderdeel van een breder netwerk van sociale, economische en gezondheidsfactoren. Dit zorgt voor een samenhangende ondersteuning van inwoners, waarbij preventie, vroegsignalering en maatwerk centraal staan. Participatie Effectief armoedebeleid vraagt niet alleen om beleid voor inwoners, maar ook om beleid met inwoners. Door inwoners actief te betrekken bij de uitvoering en van het beleid wordt het beleid beter afgestemd op de werkelijke behoeften en ervaringen. Participatie draagt bij aan de veerkrachtigheid van inwoners, vergroot draagvlak en helpt bij het ontwikkelen van praktische, toepasbare oplossingen die aansluiten bij de lokale context. Samenwerking Het armoedebeleid wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking binnen het samenwerkingsverband De6, waarin lokale overheden samen optrekken om kennis, ervaringen en goede praktijken te delen. Binnen dit samenwerkingsverband kunnen gemeenten lokaal keuzes maken, maar wordt gestreefd naar uniformiteit in aanpak en uitvoering, met name voor taken die zijn belegd bij het Werkplein.
Daarnaast wordt samengewerkt met andere partners uit het sociale veld. Deze brede samenwerking maakt het mogelijk om het beleid te realiseren. Ook maakt deze brede aanpak mogelijk dat inwoners tijdig de juiste ondersteuning krijgen en het beleid beter aansluit bij hun behoeften. Trends en ontwikkelingen Een toekomstgericht armoedebeleid begint bij het volgen van trends en ontwikkelingen die invloed hebben op bestaanszekerheid, zoals veranderingen in werk, digitalisering en stijgende kosten. Door deze ontwikkelingen actief te monitoren, kan beleid niet alleen reageren op problemen die al spelen, maar ook anticiperen op nieuwe kansen en risico’s. Trends bieden zo een belangrijk haakje om tijdig in te springen op veranderingen en het armoedebeleid wendbaar en effectief te houden.
4.5
Monitoring
Om de doelmatig- en doeltreffendheid van het beleid te monitoren, wensen we een aantal indicatoren op te stellen. Indicatoren laten niet alles zien, omdat niet alle activiteiten meetbaar zijn. Het verhaal achter de cijfers is net zo belangrijk, omdat uitleg en context belangrijk zijn. Hier besteden we aandacht aan bij de tussentijdse evaluatie van het beleidsplan. Het behalen van doelstellingen hangt ook af van andere partijen, technische mogelijkheden, budget en ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Indicatoren opstellen om de doelmatig- en doeltreffendheid van beleid te kunnen meten, vergt enige expertise. Na vaststelling van het beleidsplan worden er, in samenwerking met een onderzoeksbureau, indicatoren opgesteld.
23
24
5. Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
Enquête minima (zie aparte bijlage) Resultaat Enquête minima (zie aparte bijlage) Regionale Nota Integraal armoede- en schuldenbeleid (zie aparte bijlage) Armoedepact, Samen op weg naar financiële veerkracht (zie aparte bijlage)
25
Bijlage V
Aanbevelingen Rekenkamerrapport
Toegelicht wordt hoe de aanbevelingen die betrekking hebben op het armoedebeleid zijn verwerkt in dit beleidsplan. ______________________________________________________________________________________________ Aanbeveling 1. Ontwikkel op basis van het beleidskader van De6-gemeenten voor de nieuwe beleidsperiode ook eigen gemeentelijke toetsbare en navolgbare doelstellingen met indicatoren. Doe dit voor zowel het armoede- als het schulhulpverleningsbeleid en koppel dit aan uitvoeringsplannen. a. Vertaal de doelstellingen naar de indicatoren (effect- en resultaatgericht) waarmee de voortganng van het gemeenchappelijke en het gemeentelijke beleid is te toetsen. Besteed daarbij naast output ook aandacht aan outcome. b. Zet deze doestellingen en de te behalen resultaten op basis van indicatoren dan ook centraal in de verantwoording naar de gemeenteraad. Op dat moment kan er ook actief gestuurd worden op de resultaten van beleid. Laat ook de rapportages over de uitvoering hierop aansluiten. c. Evalueer tussentijds de voortgang van de uitvoeringsplannen. Reactie Om de doelmatig- en doeltreffendheid van het beleid te monitoren, wensen we een aantal indicatoren op te stellen. Indicatoren laten niet alles zien, omdat niet alle activiteiten meetbaar zijn. Het verhaal achter de cijfers is net zo belangrijk, omdat uitleg en context belangrijk zijn.
Hier besteden we aandacht aan bij de tussentijdse evaluatie van het beleidsplan. Het behalen van doelstellingen hangt ook af van andere partijen, technische mogelijkheden, budget en ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Indicatoren opstellen om de doelmatig- en doeltreffendheid van beleid te kunnen meten, vergt enige expertise. Na vaststelling van het beleidsplan worden er, in samenwerking met een onderzoeksbureau, indicatoren opgesteld. ______________________________________________________________________________________________ Aanbeveling 2. Ontwikkel op basis van het beleidskader van De6-gemeenten voor de nieuwe beleidsperiode ook eigen gemeentelijke toetsbare en navolgbare doelstellingen met indicatoren. Doe dit voor zowel het armoede- als het schulhulpverleningsbeleid en koppel dit aan uitvoeringsplannen. Reactie Nadat dit beleidsplan is opgesteld, onderzoeken we op welke wijze we informatie kunnen ontsluiten en (aan de raad) presenteren. ______________________________________________________________________________________________ Aanbeveling 3. Maak met de ketenpartners afspraken hoe zijn hun werkzaamheden optimaal kunnen inrichten zodat zij zichtbaar bijdragen een de doelstellingen van de gemeente. Dit kan pas als de gemeente Etten-Leur dit zelf op orde heeft. Zorg voor aansluiting van de rapportages vanuit de ketenpartners op de eigen gemeentelijke rapportages.
Reactie In 2025 is het armoedepact tot stand gekomen. Het pact is opgesteld met als doel; het versterken van de financiële veerkracht van inwoners, en sluit aan bij het Nationaal Programma Armoede en Schulden (2025) dat inzet op preventie, samenwerking, ervaringsdeskundigheid en vereenvoudiging van regels. Gemeente Etten-Leur is één van de 35 partijen die het armoedepact heeft getekend en partner van het geheel. Het betreft een gelijkwaardige samenwerking. Het armoedepact is gericht op de intrinsieke motivatie van de deelnemende partijen. Het daagt deelnemende partijen uit om aan een of meerdere van de vier pijlers actief bij te dragen. De pijlers waar de deelnemende partijen hun handtekening onder zetten, werken door in het gehele armoedebeleid. 26
______________________________________________________________________________________________ Aanbeveling 4. Ontwerp voor kerngegevens een systematiek, zoadat periodiek kan worden geevalueerd of de regelingen nog aansluiten op de doelgroep van de regeling en maak dit onderdeel van de beleidscyclus. Begin met een nulmeting: breng de actuele omvang van de doelgroep van het armoedebeleid en schuldhulpverlening in kaart. Het eerder genoemde dashboard kan hierbij een oplossing zijn. Reactie Met het Werkplein wordt besproken hoe we (structureel) aandacht kunnen vragen voor het meten van de klanttevredenheid; ook of regelingen aansluiten op wensen en behoeften. ______________________________________________________________________________________________ Aanbeveling 5. Overweeg of, en zo ja welke aanbevelingen uit het rapport van Stimulansz over de armoedeval ingevoerd zouden kunnen worden. Stel periodiek een inkomenseffectrapportage op rond de armoedeval om inzicht te houden in de financiële situatie van inwoners en de effecten van landelijke en lokale beleidswijzigingen. Op deze wijze kan de gemeente goed blijven inspelen op ontwikkelingen. Reactie Uit onderzoek van Stimulansz blijkt dat de armoedeval bij 105% van het inkomen ten opzichte van de bijstand ontstaat door het wegvallen van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en individuele inkomenstoeslag.
Per 1 januari 2025 is de inkomensgrens voor de individuele inkomenstoeslag verhoogd naar 105%. Hiermee beogen van dat meer inwonersmet een laag inkomen langer recht houden op toeslagen, waardoor zij minder snel in financiële problemen komen of een terugval in inkomsten hebben bij een stijging van hun inkomen uit werk. ______________________________________________________________________________________________ Aanbeveling 6. Ga verder met het eeenvoudiger maken van de aanvraagprocedure. Kijk ook of het mogelijk is om te gaan werken met 1 keer aanvragen per jaar: na het toekennen van de eerste aanvraag krijgen inwoners ook toegang tot de andere regelingen. Reactie In het voorliggende beleidsplan is opgenomen dat we meer vanuit vertrouwen willen werken. Met pijler 4 uit het armoedepact stellen we dat we slimmer willen werken door minder regels. Ook het Werkplein heeft dit pact ondertekend. We voeren in regionaal verband het gesprek om (aanvraag)procedures te vereenvoudigen. ______________________________________________________________________________________________ Aanbeveling 7. Stel een communicatieplan op met als doel de informatievoorziening te verbeteren rond de regelingen voor armoedebeleid en betrek daarbij ook de toegang tot de schuldhulpverlening. Doe dit samen met het Werkplein, ketenpartners en ook ervaringsdeskundigen. Betrek ook de Voorzieningenwijzer hierbij.
Naast inwoners zijn ook de ketenpartners belangrijke stakeholders voor de communicatie. Bespreek met het Werkplein haar rol in de communicatie en voorlichting en leg dit duidelijk vast in afspraken. Reactie Vanuit het Werkplein is in samenwerking met gemeenten een actieplan opgesteld om de bekendheid van armoederegelingen te vergroten. Hiervoor gebruiken we www.devoorzieningenwijzer.nl. Met meer bekendheid beogen we het gebruik van regelingen te vergroten. We gebruiken ook kanalen van onze partners; bijvoorbeeld de Nieuwsbrief van Alwel. ______________________________________________________________________________________________ 27
______________________________________________________________________________________________ Aanbeveling 8. Voer regelmatig een klanttevredenheidsonderzoek uit naar de ervaringen van de klanten. Zet deze vanuit het Werkplein zodanig op dat de uitkomsten per gemeente beschikbaar zijn. Besteed daarbij in het onderzoek extra aandacht aan de uitkomsten uit dit onderzoek. Reactie Met het Werkplein wordt besproken hoe we (structureel) aandacht kunnen vragen voor het meten van de klanttevredenheid; ook of regelingen aansluiten op wensen en behoeften. ______________________________________________________________________________________________
28