CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

BELEID CE Etten-Leur 2025-2030

Raad besluit 11 juni 2025, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen beleid circulaire economie Etten-Leur7.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleid Circulaire Economie Etten-Leur 2025-2030

Versie : definitief Datum: 8-4-2025

WWW.ETTEN-LEURMAKENWESAMEN.NL

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................................ 2 Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 1.

De uitdaging ............................................................................................................................................ 4

2.

De kaders................................................................................................................................................. 6 2.1 Verenigde naties: Sustainable development goals ........................................................................... 6 2.2 Europees............................................................................................................................................ 6 2.3 Nationaal ........................................................................................................................................... 6 2.4 Provincie Noord-Brabant .................................................................................................................. 7 2.5 Regio West-Brabant .......................................................................................................................... 7 2.6 Omgevingsvisie Etten-Leur ................................................................................................................ 8 2.7 College uitvoeringsprogramma Etten-Leur ....................................................................................... 8

3.

De circulaire economie ........................................................................................................................... 9

4.

De circulaire economie in Etten-Leur.................................................................................................... 11 4.1 Transities ......................................................................................................................................... 11 4.2 Rol gemeente .................................................................................................................................. 12 4.3 Huidige stand van zaken Etten-Leur................................................................................................ 13 4.4 Thema’s ........................................................................................................................................... 13

5.

De thema’s ............................................................................................................................................ 15 5.1 Inkopen en opdrachtgeven ............................................................................................................. 15 5.2 Afval, grond- en reststromen .......................................................................................................... 16 5.3 Bouwen en infra .............................................................................................................................. 17 5.4 Inwoners en consumenten.............................................................................................................. 18 5.5 Bedrijven en ondernemen .............................................................................................................. 19

6.

De uitgangspunten ................................................................................................................................ 21 6.1 Toelichting op de uitgangspunten................................................................................................... 21

7. Het uitvoeringsprogramma en de monitoring .......................................................................................... 22 7.1 Uitvoeringsprogramma ................................................................................................................... 22 7.2 Monitoring ...................................................................................................................................... 22 Bijlage 1 toelichting X-curve .......................................................................................................................... 23

Inleiding Wereldwijd, Europees, nationaal en ook in Etten-Leur staan we voor grote duurzaamheidsopgaven. Onder andere op het gebied van energie, warmte, biodiversiteit, klimaatadaptatie, maar ook circulaire economie. Dit beleid gaat over onze visie over en onze rol bij een circulaire economie. Onze economie van de toekomst is een circulaire economie. We behouden de waarde van grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk, waardoor er bijna geen afval meer is. De circulaire economie gaat op termijn onze manier van kijken naar producten en goederen veranderen. Circulaire economie is dan ook een onderwerp dat veel beleidsterreinen in onze organisatie raakt. Denk bijvoorbeeld aan inwoners, onze eigen werkwijze, inkoop en de bouw. Daarom hebben we dit beleid van het begin samen met de andere beleidsvelden opgezet. Met interne werkgroepen is de input voor dit beleid opgehaald. Op deze manier borgen we ook als lerende organisatie, dat iedereen meegaat in de professionalisering van zijn eigen werk en de principes van circulaire economie implementeert. Het document wat voor u ligt, is gemaakt samen met collega’s uit de hele organisatie. Hiermee hebben wij gezamenlijk geleerd en denkstappen gezet om het thema circulariteit eigen te maken. Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn en in 2030 op de helft zijn. Dat is een grootse ambitie.

En wij als Etten-Leur conformeren ons daaraan, zoals ook opgenomen is in de omgevingsvisie én het raadsprogramma. In de looptijd van dit beleidsplan willen we vooral werken aan het netwerk van stakeholders rond het thema. En daarnaast ook de eerste projecten starten om daar ervaring mee op te doen en het goede voorbeeld te geven. We zijn het aan toekomstige generaties verplicht om te zorgen dat onze planeet leefbaar blijft. Daarvoor is de omslag naar een circulaire economie nodig.

Ger de Weert Wethouder duurzaamheid, afval en circulaire economie

1. De uitdaging De huidige economie loopt voor het overgrote deel via lineaire ketens. We winnen grondstoffen, produceren materialen en goederen, consumeren het en aan het eind van de levensduur verdwijnen nog steeds de meeste materialen weer uit ons economisch systeem, bijvoorbeeld als afval. Deze lineaire keten is niet houdbaar, enerzijds omdat we grondstoffen op grote schaal gebruiken en deze eindig zijn1. Maar ook door de manier van het winnen, produceren, vervoeren, gebruiken en verbranden, beïnvloeden we de biodiversiteit, lucht, water en bodem op een negatieve manier. Earth Overshoot Day: Earth Overshoot day is de dag waarop alle natuurlijke hulpbronnen (van de consumptie van voedsel, natuurlijke materialen tot de uitstoot van broeikasgassen) zijn verbruikt die de aarde in een jaar kan vernieuwen. In Nederland viel Earth Overshoot day in 2024 op 1 april Wereldwijd viel Earth Overshoot day in 2024 op 1 augustus Op deze dag hebben wij dus meer grondstoffen en hulpbronnen gebruikt dan de aarde kan produceren en vernieuwen.

Dit kan niet door blijven duren. Een transitie naar een circulaire economie is nodig. In een circulaire economie wordt de aarde niet uitgeput, gebruiken we zo min mogelijk grondstoffen en benutten we deze optimaal. Producten en materialen worden zo lang en zo vaak mogelijk gebruikt. En ze moeten herbruikbaar, te repareren en (hoogwaardig) te recyclen zijn. Dat vraagt om naar een andere manier van kijken, produceren en gebruiken van producten.

Figuur 1: van lineaire economie, naar een circulaire economie

Een circulaire economie draagt onder meer bij aan de volgende maatschappelijke opgaven2: 1. Het tegengaan van klimaatverandering 2. Een schoner milieu en schonere leefomgeving 3. Herstel van biodiversiteit 4. Grotere leveringszekerheid van grondstoffen 1

Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-buitenlandse-zaken/het-werk-van-bz-in-depraktijk/weblogs/2023/wat-zijn-kritieke-grondstoffen-buitenlandse-zaken-in-begrijpelijke-taal 2 Uit : Nationaal programma circulaire economie 2023-2030

4

Circulaire economie doorkruist als het ware bovenstaande maatschappelijke opgaven. Figuur 2 illustreert dat. De oorzaak van deze problemen komt grotendeels voort uit onze omgang (winning, productie en consumptie) met energie, grondstoffen (waaronder voedingsstoffen) en materialen3.

Figuur 2: positionering circulaire economie ten opzichte van maatschappelijke opgaven

In 2019 sloten we in Nederland het (nationale) Klimaatakkoord. Het doel is om in 2030 60% minder CO2 uit te stoten en in 2050 95% minder CO2. Dit is nodig om de temperatuur op aarde niet verder te laten stijgen dan 1,5°C. Bij deze temperatuurstijging lijken de gevolgen van klimaatverandering nog beheersbaar. In het klimaatakkoord staat emissiereductie centraal. Om dit te bereiken is een transitie nodig. Hierbij horen nieuwe activiteiten die bijdragen aan een klimaat neutrale en circulaire economie. Bestaande activiteiten afgebouwd of aangepast zodat ze met de transitie mee kunnen groeien4. De energie- en de grondstoffentransitie hangen nauw met elkaar samen. Het doel van de energietransitie is minder opwarming van de aarde. De grondstoffentransitie richt zich op een 100% circulaire economie in 2050, ten gunste van klimaat, biodiversiteit en de leefomgeving. Zonder grondstoffentransitie komen de klimaatdoelen in de knel. We zullen efficiënter moeten omgaan met grondstoffen, materialen en producten. Hergebruik, reparatie en recycling van producten en materialen worden deel van het dagelijks leven. Circulair grondstoffen- en materialengebruik vermindert ook de leveringsrisico’s uit geopolitiek instabiele landen.5

3

Uit: Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart (SER, 2022) Uit: klimaatakkoord 28 juni 2019, hoofdstuk C3 Industrie 5 Uit : Evenwichtig sturen op de grondstoffentransitie en de energietransitie voor brede welvaart (SER, 2022) 4

5

2. De kaders Op verschillende overheidsniveaus is er beleid of zijn er programma's voor het onderwerp circulaire economie. In dit hoofdstuk worden deze toegelicht.

2.1 Verenigde naties: Sustainable development goals De Verenigde Naties heeft in 2015 de Sustainable Development Goals (SDG) opgesteld. Deze doelen gaan over duurzame ontwikkeling in de breedste zin van het woord. Ze dienen als een mondiaal kompas om duurzame ontwikkeling te stimuleren. Er zijn bijvoorbeeld doelen voor armoedebestrijding, ongelijkheid en klimaatverandering. Verschillende doelen raken circulaire economie zoals SDG8: eerlijk werk en economische groei6.

2.2 Europees Het Europese beleid rondom de circulaire economie is voornamelijk vastgelegd in twee actieplannen: het EU-actieplan “maak de cirkel rond” (2015) en het EU Actieplan “voor een schoner en concurrerender Europa” (2020). Daarnaast zijn er verschillende richtlijnen die de circulaire economie ondersteunen. EU-Actieplan maak de cirkel rond In 2015 publiceerde de Europese Commissie het eerste Actieplan voor de Circulaire Economie. Dit plan bevatte 54 maatregelen die ervoor moesten zorgen dat circulaire principes werden geïntegreerd in verschillende sectoren; zoals bij de productie en het gebruik van plastic, het waterbeheer, en het beheer van afval. Het zwaartepunt van de maatregelen uit het actieplan lag bij het wijzigen van bestaande richtlijnen over afvalstoffen. Inmiddels zijn alle 54 maatregelen uit dit plan uitgevoerd, zoals het verbod op wegwerpplastics (2021). EU Actieplan voor een schoner en concurrerender Europa In 2020 kwam het tweede actieplan dat ervoor moet zorgen dat duurzame producten de norm worden. Het plan richt zich met name op sectoren die veel grondstoffen gebruiken, zoals elektronica en ICT, batterijen en voertuigen, verpakkingen, kunststoffen, textiel, constructie en gebouwen en levensmiddelen. Nadruk ligt op het voorkomen, verminderen en recyclen van afval. Een voorbeeld is het “recht op reparatie”.

2.3 Nationaal In 2016 is het Rijksbreed programma Circulaire Economie “Nederland circulair in 2050” gepresenteerd. Hierin staat de ambitie dat Nederland in 2050 een circulaire economie is. Het programma omschrijft wat nodig is om zuiniger en slimmer met grondstoffen, producten en diensten om te gaan. Het doel is duidelijk: in 2030 is Nederland 50% minder grondstoffengebruik; in 2050 is Nederland circulair, waarin: • zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt • producten en grondstoffen worden hergebruikt, en • nauwelijks afval bestaat. Aan het programma hangen uitvoeringsprogramma’s, de laatste is het “Uitvoeringsprogramma 20232030”, wat het Nationaal programma circulaire economie 2023-2030 (NPCE) heet. In het NPCE wordt

6

Uit: https://www.sdgnederland.nl/

6

ingezet op beprijzende, stimulerende en normerende maatregelen via de zogenaamde vier ‘knoppen’: 1. Verminderen van grondstoffengebruik 2. Substitutie (vervanging) van grondstoffen 3. Levensduurverlenging 4. Hoogwaardige verwerking In 2018 zijn voor de vijf productketens met de meest negatieve (milieu)impact transitieagenda’s opgesteld. Deze vijf productketens zijn: 1. Consumptiegoederen 2. Kunststoffen 3. Bouw 4. Maakindustrie 5. Biomassa & voedsel (transitie naar kringlooplandbouw) In het NPCE zijn concrete doelen ontwikkeld voor deze productketens. In het NPCE wordt gebruikt gemaakt wordt van het instrument Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV). Dit zorgt ervoor dat er meer grondstoffen in de keten blijven voor recycling en deze niet worden verbrand of als zwerfvuil in het milieu komen. Een UPV maakt producenten verantwoordelijk voor (de kosten van) het inzamelen en recyclen van gebruikte producten. Ook kunnen er minimumdoelstellingen voor bijvoorbeeld inzameling, recycling en/of hergebruik worden opgenomen.

2.4 Provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant streeft naar een economie die in 2050 verregaand circulair is. Dit sluit aan op het Rijksbrede programma Nederland Circulair 2050. Hierbij is behoud van natuurlijk kapitaal een belangrijk uitgangspunt. Dit is verwoord in de “Circulaire Atlas Noord-Brabant”. De provincie richt zich hierbij op de vijf productketens uit het NPCE: maakindustrie, bouw en infrastructuur, biomassa en voedsel, kunststoffen en consumptiegoederen7.

2.5 Regio West-Brabant De Regio West-Brabant (RWB) werkt aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor West-Brabant. Dat gebeurt met drie programma’s: circulaire regio, innovatieve regio en plantaardige regio. Voor de pijler circulaire regio is het Raamwerk Circulaire economie opgesteld (2021), gevolgd door de Aanpak Circulaire Regio 2023-2027 (2022)8. Dit biedt een startpunt om samen met onze gemeenten, bedrijven, inwoners en onderwijsinstellingen werk van te maken van een circulaire economie. Daarbij wordt aangesloten bij de richtinggevende doelen die de rijksoverheid stelt: Doel 2030 • 50% minder primaire grondstoffen • 50% minder voedselverspilling • 20% fossiele brandstoffen vervangen door biobased grondstoffen • 2.000 nieuwe banen in de Agrofood & Biobased-sector Doel 2050 • 100% circulaire economie Met een regiodeal geeft de Regio West-Brabant uitvoering aan de onder andere de doelstellingen op gebied van circulaire economie. 7 8

Uit: https://www.toekomstbehendigbrabant.nl/home/default.aspx Uit: https://www.west-brabant.eu/themas/economie

7

2.6 Omgevingsvisie Etten-Leur De omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente. In de omgevingsvisie van Etten-Leur komt de transitie naar een circulaire economie ook terug. Schaarste aan grondstoffen en een toenemende hoeveelheid afvalstoffen in het milieu vraagt om oplossingen, zoals hergebruik van producten, materialen en stoffen, benutten van hernieuwbare bronnen en het vervaardigen van composteerbare materialen. Daarnaast biedt circulaire economie ook kansen, zoals kansen voor werkgelegenheid, vitale werkgebieden en een gezonde(re) leefomgeving. Etten-Leur kent een brede bedrijvigheid en agrarische sector; bij beide kan de circulaire economie een rol spelen.

2.7 College uitvoeringsprogramma Etten-Leur In het hoofdstuk Duurzaam denken en doen in het college uitvoeringsprogramma 2022-2026 is ook aandacht voor de circulaire economie. Als belangrijke actie is benoemd te komen tot een aanpak om de circulaire economie aan te jagen, met als doel om de landelijke doelstelling te halen (50% in 2030 en 100% in 2050). Belangrijk uitgangspunt is dat de gemeente zelf het goede voorbeeld geeft, in zowel beleid, huisvesting, wagenpark en inkoop. Heel concreet is het onderzoek naar het oprichten van een Circulair Ambachtscentrum in Etten-Leur. Daarnaast wil de gemeenteraad voorwaarden scheppen zodat bedrijven hun productieprocessen circulair in kunnen richten.

8

3. De circulaire economie Er zijn veel definities voor circulaire economie die allemaal niet veel van elkaar verschillen. Voor de aanpak van circulaire economie in Etten-Leur hanteren we de volgende definitie: In een volledig circulaire economie worden grondstoffen, materialen en producten nagenoeg oneindig gebruikt en hergebruikt. Hiermee voorkomen we afval en vervuiling. Grondstoffen kunnen biologisch zijn of door mensen gemaakt. Het realiseren van een circulaire economie is een manier van werken en leven die een klimaatneutrale, rechtvaardige economie oplevert, binnen de grenzen van de aarde. De circulaire economie is een economisch systeem. Dit systeem is ontworpen om zo min mogelijk grondstoffen te gebruiken en de waarde van materialen en grondstoffen zo lang mogelijk te behouden in gesloten kringlopen. Daarbij worden een biologische en technische kringloop onderscheiden. Het vlinder model van de Ellen MacArthur foundation geeft beide kringlopen weer.

Figuur 3: vlindermodel MacArther foundation (bron: pianoo.nl)

De biologische kringloop (ook biobased economie) richt zich op grondstoffen die voortkomen uit hernieuwbare bronnen. Biobased producten zijn geheel of gedeeltelijk gemaakt van biogrondstoffen, zoals hout, vlas, cellulose en hennep. Deze organische materialen kunnen door middel van biologische processen terug opgenomen worden in het ecosysteem en zo opnieuw worden gebruikt. Daarnaast is de circulaire economie ook een technisch systeem. Het gaat hierbij over (1) het product slimmer ontwerpen, maken en gebruiken, (2) de levensduur van producten en onderdelen verlengen en (3) het nuttig toepassen van materialen. Hier zit een volgordelijkheid in, waarbij de voorkeur zit bij 1 en 3 het minst wenselijk is. Dit systeem staat ook bekend als de R-ladder. Zie figuur 4 op de volgende pagina.

9

Figuur 4: R-ladder

10

4. De circulaire economie in Etten-Leur 4.1 Transities Uit de vorige hoofdstukken is gebleken dat een verandering nodig is. Er is sprake van een complexe verandering ofwel een transitie. De transitie naar een circulaire economie heeft invloed op: • de cultuur in een organisatie, zoals gedeelde beelden, waarden, theorieën, • de structuur, zoals wetten en regels, technologieën, fysieke infrastructuur, en • de werkwijzen, ofwel de dagelijkse routines, gedrag, actie. We zullen onze ideeën hoe we omgaan met materialen moeten veranderen. We zullen processen intern bij de gemeente anders moeten inrichten. Ook buiten – in de fysieke ruimte – zullen dingen veranderen. Andere factoren in de samenleving, zoals bedrijven en consumenten, zullen zich moeten aanpassen naar een circulaire economie. Het is dus een hele maatschappelijke transitie. Transities zijn niet puur beleidsmatig te managen. Het vergt veranderingen in de maatschappij. Toch kan beleid helpen om richting en snelheid te beïnvloeden. Het verleden heeft ons geleerd dat visies, maatschappelijke urgentie, ondernemerschap en strategische beleidsinterventies invloed hebben op het verloop van transities. Een manier om transities te conceptualiseren is door middel van de X-curve. Het model van de Xcurve maakt inzichtelijk dat transities niet volgens een voorspelbaar patroon verlopen.

De pijlen in het model van de X-curve laten zien dat opbouw en afbouw in transities parallel plaatsvinden. In transities is het dan ook logisch dat er weerstand is. Er wordt een “oude gewoonte” afgebroken, waar een nieuwe voor in de plaats moet komen. Dat is niet standaard te koppelen aan een tijdpad of stappenplan. De X-curve visualiseert wel de beweging van een transitie. In bijlage 1 wordt deze curve nader toegelicht.

Figuur 5: X-curve

11

De circulaire economie is een transitie, net als de energie- en warmtetransitie. Dit kan een andere manier van werken voor de overheid betekenen. Bijvoorbeeld, een overheid die nadenkt over de toekomst en op tijd problemen signaleert, hier aandacht aan geeft en meedenkt aan een oplossing. Het is belangrijk om ruimte te laten om nieuwe dingen te verkennen en te leren. Zo kunnen we inspelen op de situaties die zich op dat moment aandienen. Een voorbeeld uit de energietransitie is dat bij de stijgende energielasten in 2022, de landelijke overheid het prijsplafond introduceerde. Door de onverwachte prijsstijging van energie werden inwoners zich bewust van energiebesparing. De gemeente Etten-Leur stelde vervolgens in 2023 een subsidieregeling vast voor het isoleren van woningen. Voor Etten-Leur betekent dit dat we ons bewust zijn van deze transities en open staan voor de veranderingen, ondanks dat we deze nog niet kunnen voorspellen. Dit zou kunnen gaan over projecten of doelen die we nu nog niet op het vizier hebben.

4.2 Rol gemeente Circulair denken en doen in Etten-Leur is niet alleen een taak van de gemeente; het is een maatschappelijke opgave. Wel heeft de gemeente een belangrijke rol. Dit kunnen verschillende rollen zijn, zoals onderstaand figuur laat zien.

Figuur 6: verschillende overheidsrollen Ondernemende overheid: Als ondernemende overheid zijn wij resultaat gericht. Wij sturen op prestaties. Resultaten moeten meetbaar zijn en beoordeeld kunnen worden op kaders zoals tijd, geld en concrete doelstellingen. Wij nemen hierin de leiding en wegen risico’s goed af op basis van gestelde kaders. Overheid als partner: Als overheid als partner halen wij resultaten samen met netwerkpartners. Wij staan er als gemeente namelijk niet alleen voor. Wij zoeken samenwerkingen om doelstellingen te halen. Ook reageren wij op uitnodigingen van andere partijen om samen te werken. Wij stimuleren en inspireren partners om mee te werken om onze visies en doelstellingen te halen. Vanuit deze rol is er ruimte om te overleggen en te onderhandelen met stakeholders. Wij treden op als verbinder en bewaker van het proces. Wij monitoren de voortgang en inhoudelijke stappen. Normerende overheid: Als normerende overheid schrijven wij dingen voor. Bijvoorbeeld door het opstellen van beleidsdoelstellingen. Wij bewaken de rechten en plichten door procedures te volgen. Dit voeren wij zorgvuldig en consistent uit zodat betrokkenen weten wat ze van ons kunnen verwachten. Goed bestuur staat centraal.

12

Ondersteunende overheid: Als ondersteunende overheid reageren wij op initiatieven die spelen in de samenleving. Wij gaan de verbinding aan met betrokken partijen en verbinden partijen. Wij bundelen het maatschappelijk krachtenveld. Zo kunnen wij elkaar versterken en kansen benutten. De verbinding met stakeholders is relatiegericht en blijft in stand door met elkaar in contact te blijven. Als gemeente hebben we contact met verschillende sectoren in de samenleving. De gemeente heeft rechtstreeks (beperkte) invloed via regelgeving, subsidies, opdrachtgeverschap en inkoop en aanbestedingen. Verder is de gemeente op de hoogte van regionale, landelijke en Europese ontwikkeling. Door de samenleving hierop te wijzen, kan de gemeente helpen om ontwikkelingen te versnellen. Per project zal gekeken worden welke rol(len) het beste past bij het gewenste resultaat van het project.

4.3 Huidige stand van zaken Etten-Leur In paragraaf 2.7 is toegelicht hoe het thema circulaire economie geborgd is in het college uitvoeringsprogramma (en het Raadsprogramma 2022-2026). Etten-Leur heeft mooie ambities op gebied van duurzaamheid en de circulaire economie. In Etten-Leur beginnen we zeker niet vanaf nul. In de gemeente zijn al diverse bedrijven actief die nadenken over circulariteit in hun bedrijfsprocessen en zelfs bedrijven die volledig circulair werken. Intern is gemeente Etten-Leur ook bezig met projecten met circulaire elementen. Voorbeelden daarvan zijn: • Voorstel voor de ontwikkeling van een Circulair Ambachtscentrum • Circulaire bouw ambities Haansberg • Ontwikkeling van een grondstoffenbeleidsplan • Plan MVOI (maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen) • Bij de herinrichting van de begane grond van het stadskantoor worden meubels hergebruikt • De wegwerpbekers zijn vervangen door mokken Voor inwoners zijn er initiatieven zoals het Repaircafé, de milieustraat en kringloopwinkels.

4.4 Thema’s Gelet op de rollen die we als gemeente hebben én de activiteiten op gebied van circulaire economie die al plaatsvinden in Etten-Leur, kiezen we hier de thema’s waar we als gemeente Etten-Leur mee aan de slag gaan. Dit zijn thema’s waar we, op basis van de huidige inzichten, de meeste invloed op kunnen uitoefenen en resultaten kunnen halen als gemeente. Hierbij gaan we actief samenwerken met ondernemers, bewoners, kennisinstellingen en andere overheden, en maken we een positieve impact. Hiermee pakken we onze verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan de circulaire transitie. De thema’s zijn: 1. Inkopen en opdrachtgeven 2. Afval, grondstoffen en reststromen 3. Bouwen en infra 4. Inwoners en consumenten 5. Bedrijvigheid en ondernemen De gekozen thema's staan niet op zichzelf. Ze beïnvloeden elkaar en versterken elkaar in de transitie 13

naar een circulaire economie. Dit is te zien in figuur 7. Dit figuur laat ook zien dat wij als gemeente integraal naar de circulaire economie kijken. Per thema hebben we een visie gemaakt. Per visie beschrijven we het probleem en geven we een doorkijk naar 2030 en 2050 op basis van de kennis die er nu is. Dit is in het volgende hoofdstuk beschreven.

Figuur 7 : integrale aanpak circulaire economie

14

5. De thema’s Zoals in paragraaf 4.4 beschreven, is er gekozen om te werken met verschillende thema’s. Voor elk thema is een aparte visie opgesteld. Zoals figuur 7 liet zien, zijn deze thema’s integraal en hebben invloed op elkaar. De visies zijn opgesteld samen met collega’s die veel werken met het thema. Voor elk thema wordt eerst het probleem geschetst. Daarna wordt een visie beschreven voor 2030 en 2050. Deze visies zijn niet de waarheid, maar een doorkijk of verwachting. Dit betekent dat door ontwikkelingen in de maatschappij en in de transitie naar een circulaire economie, de realiteit er anders uit kan zien. De visies zijn met de huidige kennis van nu opgesteld.

5.1 Inkopen en opdrachtgeven Uitdaging In Etten-Leur kopen we voor een groot bedrag per jaar in. En dat doen we op vele vlakken: van diensten zoals inhuur van een adviseur, tot facilitaire zaken zoals koffie en thee, tot werken in de buitenruimte zoals de aanleg van een weg. Bij het inkopen van deze werken, goederen en diensten hebben wij als gemeente invloed op de mate van circulariteit van de producten en de herkomst van de producten. Door ons inkoopvolume voeren wij directe invloed uit op leveranciers. Door onze inkoopeisen goed te formuleren, en circulariteit een plek te geven in de uitvraag, jagen wij de transitie naar een circulaire economie aan. De gemeente heeft hierbij een voorbeeldfunctie. De gemeente heeft hierbij vooral de rol van ondernemende overheid door bij inkopen te sturen op prestaties. Visie 2030 De materialen in de openbare ruimte in Etten-Leur zien er grotendeels nog hetzelfde uit, maar schijn bedriegt. In steeds meer materialen zitten hergebruikte of biobased grondstoffen. De gemeente stuurt hierop met haar inkopen. Het plan MVOI bestaat al een paar jaar en vormt de leidraad voor duurzame inkopen, over de hele breedte. Het is normaal geworden om circulariteit uit te vragen bij een aanbesteding. Bij elke aanbesteding wordt afgewogen of circulariteit opgenomen kan worden als eis. De markt kan hier steeds beter op inspelen.

Door dit uit te vragen weten leveranciers wat ze van ons kunnen verwachten en helpen wij als gemeente de transitie naar een circulaire economie verder aan te jagen. We denken als gemeente steeds bewuster na over de noodzaak van inkoop, met name voor onze eigen bedrijfsvoering. Daarnaast kijken we ook steeds meer op total cost of ownership, ofwel: wat is het totaalbedrag aan kosten voor de aanschaf en het bezit van een product of dienst gedurende de hele gebruikscyclus. Steeds vaker zie je dat een product daarom niet aangeschaft wordt, maar dat de “dienst” ervan aangekocht wordt. Herstel, reparatie en refurbished zijn termen die steeds gebruikt worden, in kantoor, maar bijv. ook voor hulpmiddelen in de WMO. Daarvoor is het nodig dat we als gemeente werken aan kennis en expertise en ook werken aan een (andere) relatie met de opdrachtnemers. Visie 2050 Nederland is circulair. Het aanbod op de markt is ingericht naar circulaire principes. Zo is het materiaalgebruik in producten standaard circulair en zijn product-as-a-service concepten de norm. Dit betekent dat de gemeente in 2050 ook producten inkoopt als dienst, naar het circulaire principe. Ze zijn bijvoorbeeld modulair waardoor vervanging makkelijk gaat. Bij producten die in eigendom zijn van de gemeente ligt de nadruk op de levenscyclus van materialen.

Alle materialen moeten hoogwaardig hergebruikt kunnen worden en voldoen aan circulaire principes. Circulariteit is een standaard eis in het inkoopproces en alle producten die de gemeente inkoopt voldoen hieraan. Dit 15

wordt ook gestimuleerd door wetgeving. Wanneer oudere materialen en producten die in eigendom zijn van de gemeente vervangen moeten worden, wordt gezocht naar verwerking op een circulaire manier. Minimalisatie van productgebruik en grondstofgebruik staan centraal. De gemeente koopt niet meer incidenteel in.

5.2 Afval, grond- en reststromen Uitdaging Onze afvalberg blijft groeien. Dat komt door slecht ontworpen en samengestelde producten die niet lang meegaan, maar zeker ook door de veelheid van producten die we gebruiken en hoe wij die gebruiken. Door afval niet goed te scheiden bij de bron, belanden waardevolle grondstoffen op de verkeerde plek. Door de samenleving bewust te maken van de waarde van grondstoffen, kunnen wij de grondstoffen opnieuw gebruiken. Tegelijkertijd moeten grondstoffen voor producenten waarde krijgen, waardoor het logisch wordt dat zij deze grondstoffen terug willen om er nieuwe producten van te maken. De gemeente heeft een belangrijke en wettelijke rol bij het inzamelen van huishoudelijk afval. De gemeente ziet het afval niet langer als afval, maar steeds meer als grondstoffen en ze probeert daarbij de ingezamelde grondstofstromen steeds hoogwaardiger te verwerken. De gemeente heeft hierbij de rol van normerende overheid door kaders te stellen voor afvalinzameling van inwoners. De gemeente heeft als werkgever ook een voorbeeldrol, om in de bedrijfsvoering de hoeveelheid afval te verminderen. Inkoop heeft hier een belangrijke invloed op, maar ook de houding en gedrag van werknemers is van belang. Visie 2030 Inwoners weten steeds beter hóe en waar ze hun afval kunnen scheiden en zij zien het belang hiervan in.

Inwoners brengen daarom gebruikte producten en materialen naar het Circulair Ambachtscentrum, reparatiewerkplaatsen of naar (bouw)kringloopwinkel(s). In het levendige Ambachtscentrum werken wij samen om deze producten en materialen op te waarderen naar nieuwe grondstoffen en nieuwe producten, die de markt graag afneemt. Binnen het circulair ambachtscentrum werkt een diversiteit aan mensen, dat elkaar inspireert en zorgt voor een “samen”leving. Inmiddels is de kwaliteit van producten al aardig verbeterd waardoor ze langer meegaan en/of beter gerepareerd kunnen worden, ook gestimuleerd door (Europese) regelgeving. Steeds meer mensen kopen tweedehands of lenen spullen die ze niet vaak nodig hebben. Steeds meer producten en materialen kunnen ook gerecycled, opgewaardeerd of hergebruikt worden. Tenslotte ontstaat een trend van steeds meer producten van biologische/biobased oorsprong, die teruggebracht kunnen worden naar de natuur. De hoeveelheid afval daalt hiermee al. Het afval (de grondstoffen) dat vrijkomt wordt door de gemeente slim in de markt weggezet, waardoor verwerkers er nog waarde uit kunnen halen. Regionale of Brabantbrede samenwerking is daarbij waarschijnlijk, hoewel er ook (kleine) lokale kringlopen zijn. Het Landelijk AfvalbeheerPlan (LAP) is inmiddels vervangen door het Circulair Materialenplan (CMP).

Dit biedt een uniform kader voor het gebruik van grondstoffen, het omgaan met afval en het verlenen van vergunningen. Het geeft een overzicht van het bindende Nederlandse beleid voor afvalstoffenbeheer. Het helpt bedrijven meer circulaire keuzes te maken in hun bedrijfsvoering. En bevoegde gezagen volgen het CMP bij het maken van besluiten en de handhaving ervan. Als kantoor werken we nagenoeg papierloos en zijn er geen printers meer te vinden het stadskantoor. Onze inkopen zijn slim, waardoor er minder (en gecombineerde) vervoersbewegingen 16

zijn naar het stadskantoor, maar ook dat er minder verpakkingsafval is. Het afval scheiden op kantoor is geoptimaliseerd. Visie 2050 Afval bestaat niet meer, dat is ook wettelijk verankerd. De hoeveelheid restafval is verwaarloosbaar klein en zelfs daarvan zijn weer producten te maken. Iedereen weet dat en ziet de producten of materialen die wél overblijven als iets van waarde. De ingezette trend dat er steeds minder spullen gekocht worden en er dus minder afval overblijft zet door, waardoor de hoeveelheden “afval” flink verminderd zijn. De afvalstromen die overblijven zijn puur en bestaan niet uit mengsel van grondstoffen. Producenten willen terugkrijgen wat ze in de markt zetten, want nieuw, virgin materiaal is kostbaar en in sommige gevallen al zeldzaam. Hiermee neemt “bezit” af en nemen we diensten (“as a service”) af of delen producten. Voorbeelden zijn: we kopen geen wasmachine meer, maar de service wassen. Voor stromen die niet teruggaan naar de producent, zijn er slimme en goede verwerkingstechnieken. Het circulair ambachtscentrum heeft nog steeds een waardevolle functie: in de afgelopen tientallen jaren zijn er nog veel producten en materialen in de markt gezet, die daar omgezet kunnen worden naar nieuwe producten. Ook reparatie, demontage, herstel, upgraden en vermaken zijn nadrukkelijke functies.

Het stadskantoor is een plek waar ambtenaren maar ook anderen elkaar ontmoeten. De grondstoffen worden gescheiden en spullen worden alleen gekocht wanneer het echt nodig is.

5.3 Bouwen en infra Uitdaging De bouwsector heeft een flinke impact op de CO2 uitstoot. Wanneer de emissies van de bouw worden opgeteld bij de CO2-uitstoot die momenteel al door gebouwen wordt geproduceerd, blijkt dat de gehele sector verantwoordelijk is voor 38% van de totale wereldwijde CO2-uitstoot9. Inmiddels zijn er al veel ontwikkelingen in deze sector, waardoor er alternatieven beschikbaar zijn. Dit gaat over nieuwbouw, bestaande bouw (incl. verbouwing inwoners), gronduitgifte, gebiedsontwikkeling en infrastructuur. De gemeente neemt hierbij de rol als overheid als partner. Wij gaan samenwerkingen aan om gezamenlijk onze doelstellingen te halen. Haansberg is hier een voorbeeld van, maar we willen dat ook bij andere ontwikkelingen betrekken. Visie 2030 We zien een beweging ontstaan waarbij circulair bouwen steeds aantrekkelijker wordt. Dit wordt ook gestuurd door subsidies en aanscherping van wetgeving. We experimenteren met nieuwe bouwmaterialen. In deze fase zien we nog een combinatie van traditionele, fossiele grondstoffen met biobased grondstoffen in de bouw en infra. Als grondverkoper neemt de gemeente Etten-Leur circulariteit standaard mee in de uitvraag van nieuwe bouw- en infraprojecten. We gaan daarbij ook steeds meer uit van een gebiedsgerichte aanpak. Panden worden ook steeds meer functioneel gebruikt.

Ze worden daar ook op ingericht en kunnen relatief snel en makkelijk aangepast worden, zoals bijvoorbeeld bij scholen. Afval en reststromen van de bouwactiviteit krijgen steeds meer waarde, want ze worden als grondstof gezien. Daardoor ontstaan meer retoursystemen, want producenten willen hun “grondstoffen” graag terug om er nieuwe producten van te kunnen maken.

9

Bron: VN rapport “2020 GLOBAL STATUS REPORT FOR BUILDINGS AND CONSTRUCTION”

17

Visie 2050 In 2050 is de bouweconomie volledig circulair en dit is ook wettelijk verankerd. De bouwsector is in tegenstelling tot 30 jaar geleden geen vervuilende sector meer. Bij alle nieuwbouwprojecten in Etten-Leur zijn circulaire principes de norm, ook voor infrastructuur en het inrichten van gebieden. Biobased en modulair bouwen zijn de standaard en de gemeente vraagt innovaties op gebied van circulariteit uit bij projecten. Bij projecten in de gebouwde omgeving wordt er kritisch gekeken naar de milieu-impact, materiaalgebruik, en streeft de gemeente naar het optimaal waarde behoud van grondstoffen. Modulair bouwen is ook een genormaliseerd principe, waardoor gebouwen gemakkelijk aangepast kunnen worden naar het gewenste gebruik. Wanneer er iets vervangen moet worden in de gebouwde omgeving dat vóór deze transitie is gerealiseerd, zijn er circulaire varianten beschikbaar. Voor de materialen die eigenlijk vernietigd zouden moeten worden, wordt gekeken naar de mogelijkheid om het her te gebruiken. Producenten hebben belang om de door hen op de markt gebrachte (bouw)materialen in “bezit” te houden, dus retoursystemen zijn heel normaal. Door samenwerking tussen verschillende partners/ producenten zijn deze (retour)systemen efficiënt ingericht.

5.4 Inwoners en consumenten Uitdaging Inwoners hebben belangrijke rol in de transitie naar een circulaire economie. Als consument maken zij keuzes om producten, voedsel en mobiliteit aan te schaffen, te gebruiken en af te danken. Dit heeft een grote impact op de mens, natuur, klimaat en de grondstoffenvoorraad. Door reclame, aantrekkelijke prijzen en gemakzucht worden consumenten verleid om nieuwe spullen te kopen. In onze huidige consumptiemaatschappij is het vaak net zo duur om spullen te vervangen in plaats van te repareren, en door gemakzucht kiezen mensen hier vaak voor. Hierdoor ontstaat meer afval dan nodig is. Ook de voedselkeuzes die consumenten maken, hebben een grote impact op het klimaat. Door meer lokale producten en meer plantaardige producten te kopen kan de consument haar impact verminderen. Als voedselafval op de juiste manier ingezameld wordt, kan het terug deel uitmaken van nieuwe productieketens. Keuze voor duurzame alternatieven is vaak nog ondergeschikt aan traditionele spullen, materialen en diensten. Daardoor kiezen consumenten nog vaak wat ze gewend zijn. Onze samenleving is nu meestal individueel gericht, waardoor het samen delen van diensten of producten niet gebruikelijk is. Daardoor zijn er veel producten, die slechts weinig gebruikt worden. Door gedragsverandering kan de negatieve impact van consumenten verminderd worden.

In algemeenheid is het belangrijk dat iedereen mee kan doen met deze verandering. Als gemeente nemen wij de rol van ondersteunende overheid. Waar mogelijk reageren wij op initiatieven, gaan wij de verbinding aan met partijen en bundelen wij het maatschappelijk krachtenveld. Wij ondersteunen inwoners waar mogelijk om de transitie naar een circulaire economie te maken. Visie 2030 Inwoners zijn bewuster in de aanschaf van producten, voedsel en mobiliteit en er ontstaat een gevarieerd duurzaam aanbod. Het vestigingsklimaat in Etten-Leur is ook zodanig, dat duurzame 18

concepten, zoals tweedehands-, leen- en reparatiewinkels, er een plek weten te vinden. In steeds meer winkels en horeca verandert het aanbod van voedsel naar meer lokaal en meer plantaardig. En mag je in steeds meer winkels je eigen verpakking meenemen. Door bewustwordingscampagnes weten steeds mensen deze winkels beter te vinden en te benutten. Als een product afgedankt is, weten inwoners waar zij deze in kunnen leveren. Ook weten inwoners dat het belangrijk is spullen op de juiste plek in te leveren zodat grondstoffen teruggewonnen kunnen worden. Winkels kunnen deze functie steeds meer op zich nemen en krijgen daarmee een andere functie. Er zijn korte ketens ontstaan waarin inwoners helpen om hun grondstoffen juist in te zamelen zodat lokale ondernemers dit kunnen gebruiken als grondstof. In Etten-Leur is een Circulair Ambachtscentrum waar inwoners producten kunnen inleveren en waar de materialen daar hun weg vinden naar tweedehands en refurbished producten. In de nieuwe woonwijk Haansberg zijn door de opzet van de wijk de eerste initiatieven van een deeleconomie te vinden, bijvoorbeeld door een gemeenschappelijke moestuin, of een “hub” waar je apparaten en producten zoals boormachines, grasmaaiers of statafel kunt gebruiken. Hierdoor kennen de mensen in de wijk elkaar beter. In andere wijken ontstaan ook de eerste initiatieven.

We vinden het als gemeente belangrijk dat alle inwoners mee kunnen met de ontwikkelingen naar deze circulaire economie, ook kwetsbare groepen. Daar waar nodig kijken we naar de mogelijkheden om hen te ondersteunen. Visie 2050 Wij leven in een circulaire consumptiemaatschappij. De manier waarop mensen naar producten kijken is totaal veranderd. Inwoners denken bewust na over hun aankopen. De producten die ze kopen, gaan lang mee. Door een slim design van producten, zijn producten en hun onderdelen herbruikbaar, makkelijk te repareren en te recyclen. In plaats van vandaag besteld, morgen in huis, is het de norm dat als iets vandaag kapot is, het morgen gemaakt is. Het is ook normaal om spullen te lenen en te delen met anderen. Producten die men niet dagelijks gebruikt, bijvoorbeeld boormachines, worden gedeeld en uitgeleend met anderen. “Winkels” zijn gericht op het principe “as a service”, reparatie en herstel en bezit is ondergeschikt. Leveranciers willen hun kostbare grondstoffen behouden en richten hun service zodanig in dat de producten terug naar hen komen. Daardoor kunnen zij de grondstoffen opnieuw inzetten. Supermarkten bieden vooral lokale, duurzame en veelal plantaardige producten aan. Er een nieuwe manier om naar producten te kijken. Als een product afgedankt is, blijven de materialen in de materialencyclus.

Het is voor consumenten duidelijk waar zij terecht kunnen met hun spullen als zij kapot zijn. Niet alleen de ketens van consumptiegoederen zijn circulair ontworpen, ook voedselafval wordt gezien als waardevol bijproduct en is de input voor nieuwe producten. Inwoners kijken niet meer naar hun oude producten als afval maar als grondstof.

5.5 Bedrijven en ondernemen Uitdaging De meeste bedrijfsprocessen zijn ingericht op basis van principes uit de lineaire economie. Dit is erg belastend voor natuur, mens en klimaat. Er zijn veel productgroepen die niet ontworpen zijn om gerepareerd of hergebruikt te worden. Om de klimaatdoelstellingen te halen, moet er iets veranderen. Met de principes van de circulaire economie kunnen bedrijven bijdragen aan de transitie 19

naar een groenere economie. Dit is niet alleen belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan. Ook is het noodzakelijk met de huidige en toekomstige grondstoffenschaarste. Als gemeente nemen wij een ondersteunende rol. Wij verbinden bedrijven en ondersteunen initiatieven waar mogelijk. Visie 2030 De bewustwording rond circulaire economie is gegroeid. Steeds meer ondernemers in Etten-Leur zetten circulaire principes in bij hun bedrijfsprocessen. Dit wordt ook gestimuleerd door wetgeving, subsidies, maar ook doordat bedrijven elkaar kennen en elkaar kunnen helpen. Ook de vraag van consumenten kent een langzame verandering, waar bedrijven op willen inspelen. Er zijn op bedrijventerreinen grondstoffenhubs te vinden, waar bedrijven samenwerken met hun grond- en afvalstoffen. De gemeente zal samen met partners de verbinding onderling vergroten om de weg naar circulaire economie door te zetten. Ook probeert de gemeente strategisch op de beschikbare ruimte te sturen en actief mee te denken met ondernemers over hun initiatieven op het gebied van circulaire economie. Ook in het buitengebied komen de circulaire principes meer tot uiting, bijvoorbeeld door de teelten van gewassen voor bio-based bouwmaterialen. In de horeca zijn steeds vaker lokale, duurzame en meer plantaardige producten te vinden. De regiodeal ‘West-Brabants Welvaren’ heeft een bijdrage geleverd om dit te bereiken.

Visie 2050 We leven in een circulaire economie. In Etten-Leur, de regio en provinciaal – en soms landelijk tot Europees - zijn korte ketens opgezet waardoor geen grondstoffen verloren gaan. Bedrijven werken samen in ketens en nemen de verantwoordelijkheid voor de keten. Dat betekent dat onderhoud en terugnemen van (versleten) producten onderdeel zijn van de businesscase. De ontwerpfilosofie en verdienmodel zijn daarmee definitief veranderd. Logistieke bedrijven krijgen een andere rol; grote opslag verandert, want er wordt veel meer op maat geproduceerd wat leidt tot minder voorraad. Anderzijds is ruimte nodig voor de deelproducten en herstelproducten. Het bedrijventerrein ziet er anders uit, om uitvoering te kunnen geven aan de ketensamenwerking. Dat betekent materialen uitgewisseld kunnen worden tussen bedrijven met leidingen of transportbanden of dat er poorten staan tussen de bedrijven. Nieuwe gebouwen worden anders, flexibel en met biobased materialen, gebouwd.

20

6. De uitgangspunten In het vorige hoofdstuk zijn de visies gepresenteerd voor de verschillende thema’s. Op basis van deze visies zijn uitgangspunten opgesteld. De uitgangspunten zijn de basis voor de acties die wij als gemeente Etten-Leur zullen nemen. Bij toekomstige projecten worden de uitgangspunten afgewogen tijdens de besluitvorming. 1. De gemeente Etten-Leur geeft het goede voorbeeld op gebied van circulaire economie 2. De gemeente Etten-Leur wil (woning)bouw circulair en biobased (her)ontwikkelen 3. De gemeente Etten-Leur stimuleert, motiveert en werkt samen met stakeholders om circulaire keuzes en de transitie naar een circulaire economie mogelijk te maken 4. De gemeente Etten-Leur ziet afval als grondstof en wil het hoogwaardig verwerken

6.1 Toelichting op de uitgangspunten 1. De gemeente Etten-Leur geeft het goede voorbeeld op gebied van circulaire economie Dit begint bij dit beleid en het integreren van de uitgangspunten in (ander) nieuw beleid. Verder heeft het betrekking op de eigen interne bedrijfsvoering en MVOI, maar zeker ook op (ruimtelijke) ontwikkelingen, inrichting van het openbaar gebied, beheer van maatschappelijk vastgoed, etc. Doel is zo hoog mogelijk op de R-ladder te komen. 2. De gemeente Etten-Leur wil (woning)bouw circulair en biobased (her)ontwikkelen Daar waar we grondpositie hebben, schrijven we het voor. Daar waar we geen grondpositie hebben, geven we een statement af aan de ontwikkelaars dat dit een belangrijk thema is voor de gemeente Etten-Leur. Als Etten-Leur verkennen we de mogelijkheid in 2025 om een manifest of convenant, zoals Het Nieuwe Normaal, te tekenen die dit onderschrijft. 3. De gemeente Etten-Leur stimuleert, motiveert en werkt samen met stakeholders om circulaire keuzes en de transitie naar een circulaire economie mogelijk te maken We doen dit door informeren, bewustwording creëren, verbinden van partijen, toelichting van goede voorbeelden, etc. Het gaat dan om inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, etc. 4.

De gemeente Etten-Leur ziet afval als grondstof en wil het hoogwaardig verwerken Goed afvalbeheer begint bij een goede scheiding en inzameling van afgedankte producten en materialen. We zorgen daarom voor een balans tussen duidelijkheid voor inwoner en bedrijven enerzijds, bewustwording en bewustzijn anderzijds én voor technisch haalbare inzamel- en verwerkingsmethoden.

21

7. Het uitvoeringsprogramma en de monitoring 7.1 Uitvoeringsprogramma De visies zijn mogelijke scenario’s hoe wij op basis van de huidige ontwikkelingen denken dat de wereld er uit gaat zien. Deze visies vormen de basis van de uitgangspunten die gepresenteerd zijn in hoofdstuk 6. Om stappen met maken in de transitie naar een circulaire economie wordt er een jaarlijks uitvoeringsprogramma opgesteld. In het uitvoeringsprogramma staan voor de 5 thema’s concrete actiepunten benoemd. Waar mogelijk sluiten we aan op bestaande beleidscycli of voorgenomen acties. Met dit uitvoeringsprogramma gaan we concreet aan de slag om de eerste stappen te zetten naar een circulaire economie. Er is daarbij concreet gekeken naar de invloedssfeer die we als gemeente hebben. Zoals in paragraaf 4.4 toegelicht is, beïnvloeden en versterken de thema’s elkaar. Dit is ook terug te zien in het actieplan. Een actie wordt vanuit 1 thema opgepakt, maar raakt in veel gevallen ook andere thema’s. Op die manier proberen we met de hele organisatie de transitie naar een circulaire economie te maken.

7.2 Monitoring In 2050 willen we in Etten-Leur een 100% circulaire economie hebben bereikt. In 2030 streven we naar 50%. Dit is in overeenstemming met de landelijke doelstelling. Uiteraard willen we dit graag monitoren om te kunnen bijsturen als dat nodig is. Echter, het blijkt erg complex om de mate van circulariteit goed vast te stellen. We sluiten daarom voor nu aan bij monitoring van het Nationaal programma circulaire economie (via het Planbureau voor de Leefomgeving - PBL). We verwachten dat de Rijksoverheid op termijn tools of specifieke data beschikbaar stelt aan overheden en organisaties om de mate van circulariteit te “meten”. Dit betekent niet dat we nu geen voortgang kunnen bepalen. We zullen concrete projecten uit het uitvoeringsprogramma evalueren om hiervan te leren. We verwijzen hiervoor naar het uitvoeringsprogramma.

22

Bijlage 1 toelichting X-curve De pijlen in het model van de X-curve laten zien dat opbouw en afbouw in transities samengaan. Het is geen zekerheid dat de stappen parallel lopen. Naast de blauwe pijlen staat hoe de verschillende fases elkaar kunnen beïnvloeden

Figuur 5: X-curve

De X-curve kan als volgt worden toegelicht: •

•

•

• •

•

Optimaliseren: het huidige systeem functioneert goed en innovatie is vooral gericht op het verbeteren van het bestaande systeem. Destabiliseren: het huidige systeem begint vast te lopen, crises ontstaan en de vraag ontstaat hoe volhoudbaar deze manier is. Chaos: huidige structuren en routines vallen weg en er lijken vanuit het niets nieuwe en andere dingen te ontstaan Experimenteren: mensen en partijen gaan experimenteren met radicaal andere visies, structuren en praktijken. Versnellen: er wordt ruimte geboden voor versnelling van alternatieven en meer mensen stappen hiernaar over. Tegelijkertijd neemt de weerstand tegen deze verandering toe. Emergentie: de richting waar de verandering op gaat, wordt steeds duidelijker, echter blijft de weerstand tegen de aankomende afbraak onverminderd.

•

•

• •

Institutionaliseren: de verandering wordt onomkeerbaar, nieuwe regels en structuren ontstaan en nieuwe machtsverhoudingen vormen zich naar de nieuwe situatie. Stabiliseren: de eerder nog alternatieve ontwikkelingen worden verder gedetailleerd en vormen de nieuwe situatie.

Afbreken: de elementen uit de huidige situatie die niet meer houdbaar zijn, brokkelen langzaam af Uitfaseren: de oude manier van denken en doen wordt uitgefaseerd, de restanten hiervan worden opgeruimd of vinden in ieder geval geen vervolg.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=ff037626-d60c-408d-ab41-65bb1506f169