CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 'Zwarthoofd 5 uitbreiding DC Lidl'

Raad debatteert 17 juni 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Zwarthoofd 5, uitbreiding DC Lidl'12.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierdoor zal het vlak dat nu het maaiveld vormt lager komen te liggen, met andere woorden de ITriolering is straks volledig omringd door zand, dit komt de infiltratie ten goede.

Blad 21 van 30

In 2021 zijn proeven uitgevoerd om de doorlatendheid in beeld te brengen (zie bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan). In hoofdstuk 2 van bijlage 4 staat een tabel met resultaten. In de tekst is benoemd dat verder gerekend wordt met de minst gunstige aangetroffen waarde (> 1,00 m/d), echter zijn de overige 2 proeven op locaties uitgevoerd dichter bij de toekomstige ligging van het IT-rioleringsstelsel. Vandaar dat kan worden uitgegaan van een K-waarde tussen de 0,74 en 1,63. Wat in deze direct op valt is dat het terrein heterogeen is wat betreft de doorlatendheid. De onderkant van de nieuwe infiltratievoorziening ligt in de nieuwe situatie op ca. 10-20 cm boven het huidige maaiveld. De nieuwe infiltratievoorziening is , als gevolg van de ophoging met zand, dan ook volledig omgeven door zand. Zand heeft een K-waarde van (fijn zand) > 1,00 m/d. oplopend tot (uiterst grof zand) 200 m/d. Het regenwater dat opgeslagen is in de infiltratievoorziening, kan dus naar de zijkant en onderkant infiltreren. Daarnaast zal het water dat infiltreert ook nivelleren richting de grondwaterstand in de omgeving en zijn weg vinden richting de ondergrond. Hierbij is de ondergrond getoetst op een K-waarde tussen 0,74 en 1,63 m/d. Na de consolidatie periode van de voorbelasting, wordt een nieuw K-Waarde onderzoek uitgevoerd in het zandpakket.

Hiermee wordt na de voorbelastingsperiode de doorlatendheid van het zandpakket getoetst. Indien noodzakelijk (bij een te lage K-Waarde) wordt er grondverbetering toegepast (grover zand aanbrengen) om voldoende infiltrerend vermogen te creëren. In dit opzicht heeft het een positieve werking dat de IT-riolering in een zandpakket wordt aangebracht, hierdoor kan het water zich verspreiden en zal het water op de plekken waar de doorlatendheid het grootst is infiltreren. Bij een infiltratieriolering wordt aangenomen dat de bodem over een segment van 60° ten gevolge van vervuiling dichtslibt. Aan de bovenzijde wordt eenzelfde segment van het infiltratieoppervlak afgetrokken. Hierdoor blijft ca. 2/3 van de omtrek beschikbaar als infiltratieoppervlak. Uitgaan van een gemiddelde vulling van 60%, bedraagt het infiltratieoppervlak globaal 0,40 x de omtrek van de infiltratiebuis. Ter illustratie (zie onderstaande afbeelding) het infiltratieoppervlak van een infiltratieriool met een diameter van 400 mm

Figuur 1 – bron Lesboek Basisopleiding Riolering Module 2, Wateropleidingen De beoogde infiltratievoorziening is mantoegankelijk en daarmee ook te onderhouden. Op basis van diverse bronnen zijn de onderstaande gegevens met betrekking tot de GHG bekend binnen het plangebied. + 2,55 N.A.P. – gegevens vanuit Provinciale metingen. Het streepje en het kruis geven de locatie van het meetpunt weer. Hieruit blijkt dat het meetpunt ter plaatse van de toekomstige uitbreiding is gepositioneerd.

Blad 22 van 30

+ 2,19 N.A.P. – hoogst gemeten grondwaterstand d.m.v. continu monitoring gedurende de periode van 08-07-2022 t/m 23-06-2023; + 1,60 N.A.P. - hoogst gemeten grondwaterstand d.m.v. handmetingen gedurende de periode van 0807-2022 t/m 23-06-2023;

PB02 PB01

Blad 23 van 30

Grondwaterstand (m NAP)

2,50 2,00 1,50 1,00 0,50 0,00 19-5-20228-7-202227-8-2022 16-10-2022 5-12-202224-1-202315-3-20234-5-202323-6-202312-8-2023 Monitoring PB01

Handmetingen PB01

Handmetingen PB02

+ 1,41 N.A.P. – op basis van het Voorlopig Ontwerp in combinatie met het PvE van BWZ. Op de onderstaande afbeelding zijn de gegevens schematisch weergegeven in een doorsnede.

Het IT-Riool wordt aangebracht op +2,60 N.A.P. Hiermee ligt het IT-rioleringsstelsel te allen tijde boven de GHG en de gemiddelde waterstand van de verlegde Kibbelvaart (ca. +1,41). Voor het aspect bodem is er een bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage daarvan is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. De bodem is geschikt voor de beoogde functie en nader bodemonderzoek is niet nodig. b. Water en bodem zijn sturend Verzocht wordt om de motivering te bezien op basis van de lagenbenadering. Onder a. hierboven is uiteengezet dat er in de toelichting bij het bestemmingsplan een motivering op basis van de lagenbenadering is opgenomen en verder zal worden aangescherpt. Verder is onder a. eveneens gemotiveerd dat het principe ‘water en bodem sturend’ wordt gerespecteerd. Door de provincie wordt verwezen naar artikel 5.9 van de Omgevingsverordening. Gelet op het wettelijke overgangsrecht is het oude recht van toepassing. Dit betekent dat de IOV van toepassing blijft op de procedure. Dit volgt ook uit de toelichting bij artikel 10.12 van de Omgevingsverordening. In de plantoelichting is echter vanwege de inwerkingtreding van de omgevingsverordening ook rekening gehouden met de nieuwe verordening. Uit paragraaf 3.3.3.4 van de plantoelichting volgt dat

Blad 24 van 30

het toetsingskader niet wijzigt en dat er materieel dezelfde normen gelden. Voor de lagenbenadering is dus getoetst aan artikel 3.7 IOV en 5.9 van de Omgevingsverordening en de motivering is hierop bezien. De provincie geeft aan dat het ophogen van het terrein niet overeenkomt met de doelstelling uit het Beleidskader Leefomgeving. Volgens de provincie wordt er een aanpassing gedaan aan het systeem in plaats van het systeem voorop te stellen. In het bouwplan is door de ophoging van het terrein echter juist rekening gehouden met het bieden van ruimte voor infiltratie van water. De benodigde waterberging wordt voorzien door het toepassen van een ondergrondse voorziening (IT-riool). Door de ophoging kan met toepassing van het riool het water adequaat infiltreren in de bodem. Door de (hogere) ligging van de voorziening ligt het rioleringsstelsel te allen tijde ruim boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand en de gemiddelde waterstand van de verlegde Kibbelvaart. Mede door deze voorziening wordt de waterhuishouding binnen het plangebied niet alleen gerespecteerd, maar de goede werking ervan ook bevorderd en geborgd. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de nieuw toe te voegen tekst in de plantoelichting die hiervoor is opgenomen in de beantwoording van deze zienswijze.

Door verlegging van de Kibbelvaart en het inbedden daarvan in de verruimde ecologische verbindingszone wordt het bestaande watersysteem tevens robuuster gemaakt. De wijze waarop dit wordt gerealiseerd is in toelichting beschreven in paragraaf 2.3. Naar aanleiding van het op 11 april 2024 gevoerde ambtelijk overleg waarin het verzoek van de provincie om een nadere motivering nader is toegelicht wordt nog het volgende opgemerkt. De provincie stelt de vraag aan de orde of een aanpassing gedaan wordt aan het systeem in plaats van het systeem voorop te stellen. De hiervoor opgenomen aanvullende motivering voor wat betreft het onderwerp ‘waterhuishouding’ naar aanleiding van de lagenbenadering en ‘water en bodem sturend’ is reeds positief beoordeeld door waterschap en collega’s afdeling water van de Provincie. Ten opzichte van het huidige systeem zal er een kwalitatieve / positieve bijdrage geleverd worden aan het water- en bodemsysteem in het plangebied. Door middel van onderstaande tabel wordt zichtbaar gemaakt wat de wijzigingen zijn van het huidige systeem ten opzichte van de gewenste eindsituatie: Systeem huidig Systeem gewenste eindsituatie Bijdrage Landelijk gebied Stedelijk + landelijk gebied Kibbelvaart Kibbelvaart omgelegd Behouden Gelijk • Watervoerende • Watervoerende capaciteit capaciteit Gelijk • Watersysteem • Watersysteem EVZ

EVZ • • •

Grootte Inrichting Koppeling natuurgebied

Bodem, agrarisch + landelijk

2

5.090m Nat-droog Niet gekoppeld

• • •

Grootte Inrichting Koppeling natuurgebied

Bodem, bedrijfsbestemming + landelijk

Blad 25 van 30

19.822m2 Nat-droog Gekoppeld

Verbetering Gelijk Verbetering

•

•

Ruimte voor infiltratie hemelwater

Natuurlijk

Laag gelegen gebied

K-waarde doorlatendheid bodem laag

•

Ruimte voor infiltratie hemelwater

•

opgehoogd Verbetering gebied/bedrijfsperceel K-waarde doorlatendheid met zand bodem hoger

Natuurlijk + berging/ afvoer middels separaat infiltratieriool met voldoende capaciteit gebied bedrijfsperceel

Verbetering

Tabel 1: effecten / bijdrage weer van de nieuwe ontwikkeling t.o.v. het huidige systeem. Op een aantal onderdelen vindt een verbetering plaats, op geen enkel onderdeel een verslechtering. Per saldo is daarom sprake van een verbetering cq. versterking van het watersysteem en voldoet het plan aan de doelstelling van het beleidskader water en bodem sturend. Onderbouwing kwalitatieve bijdrage Vanuit het verleden heeft voor de onderhavige uitbreidingslocatie reeds een lagenbenadering plaatsgevonden waaruit blijkt dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is. Dit is in de ontwerp plantoelichting in paragraaf 3.3.3.6. opgenomen. Voor de verdere uitwerking van de nieuwe ontwikkeling is het huidige systeem de basis geweest. Hieronder nogmaals de punten vanuit de tabel verder onderbouwd, dat het gewenste plan daadwerkelijk een positieve bijdrage levert ten aanzien van de lagenbenadering. Kibbelvaart In het gewenste plangebied wordt de Kibbelvaart verlegd. In basis blijft het watersysteem en de watervoerende capaciteit gelijk, maar door verlegging van de Kibbelvaart en het inbedden daarvan in de verruimde ecologische verbindingszone wordt het bestaande watersysteem tevens robuuster gemaakt. Ecologische Verbindingszone (EVZ): In de gewenste eindsituatie zal de EVZ bijna met factor 4 toenemen.

Dit is veel ruimer dan de minimale benodigde compenserende maatregel die genomen dient te worden voor realisering van de uitbreiding. Door het aan elkaar koppelen van de EVZ aan beide zijden, zal dit een positieve bijdrage leveren aan flora en fauna. Bodemsysteem: In het bouwplan is door de ophoging van het terrein rekening gehouden met het bieden van ruimte voor infiltratie van water. De benodigde waterberging wordt voorzien door het toepassen van een ondergrondse voorziening (IT-riool). Door de ophoging kan met toepassing van het riool het water adequaat infiltreren in de bodem. Door de (hogere) ligging van de ondergrondse voorziening ligt het rioleringsstelsel te allen tijde ruim boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand en de gemiddelde waterstand van de verlegde Kibbelvaart. Mede door deze voorziening wordt de waterhuishouding binnen het plangebied niet alleen gerespecteerd, maar de goede werking ervan ook bevorderd en geborgd doordat de K-waarde van het gebied waar de uitbreiding plaatsvindt wordt verhoogd.

Blad 26 van 30

Conclusie Het verleggen van de Kibbelvaart, de aanleg EVZ aan het water en de ophoging van het terrein heeft een bijdrage welke op relevante onderdelen minimaal gelijk is en op een aantal onderdelen een positieve verbetering teweeg brengt ten opzichte van het huidige systeem. c. Ruime mogelijkheden in planregels De provincie heeft verschillende opmerkingen over ruime mogelijkheden in de planregels. De planregels zijn gebaseerd op het voorgaande bestemmingsplan ‘Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk’. Zo bepaalt artikel 6.1 van dat bestemmingsplan onder c dat technische ontwerp- en adviesbureaus, reclamebureaus en audiovisuele studio’s zijn toegestaan. Onder d van artikel 6.1 is detailhandel in volumineuze goederen toegestaan. Dit geldt ook voor de andere aangehaalde planregels door de provincie. Op circa 80% van de nieuwe bedrijfsbestemming (het bestaande deel) zijn momenteel de aangehaalde planregels dus al geldend recht. Dit wordt door de provincie niet onderkend. Wij zijn terughoudend in het wegbestemmen van deze mogelijkheden, maar stellen ook vast dat de volgende regels kunnen worden geschrapt gelet op de specifieke situatie die zich hier voordoet: - Artikel 3.1 onder a.1 voor zover categorie 2 bedrijven mogelijk worden gemaakt. De naamstelling van de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ wordt gewijzigd in ‘bedrijfscategorie 3.1 en 3.2’.

De verbeelding wordt overeenkomstig aangepast; - Artikel 3.1 onder c. dat technische ontwerp- en adviesbureaus, reclamebureaus en audiovisuele studio’s toestaat; - Artikel 12.2 Algemene wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van een andere situering/begrenzing. Aan artikel 11.1 onder c wordt toegevoegd, met dien verstande dat deze regel niet mag worden toegepast voor het vergroten van bouwperceel dan wel bouwvlak. d. Er is ruimte aan de overzijde van de weg De provincie verzoekt om de onderbouwing van de noodzaak van de uitbreiding aan te vullen in relatie tot de twee percelen die initiatiefnemer ‘aan de overzijde’ in eigendom heeft. Deze zienswijze geeft aanleiding om de toelichting van het bestemmingsplan aan te passen. Aan de toelichting zal de volgende motivering worden toegevoegd: Waarom vangt Lidl de uitbreiding van het DC niet op aan het pand aan de Tussendonk Afweging zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik Lidl heeft aan het Zwarthoofd 5 een distributiecentrum (DC). Dit is te klein om het verzorgingsgebied van supermarkten (regio Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland) te bevoorraden. In het voorbereidingstraject is vanuit zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik ook gekeken naar overige locaties op Vosdonk alsmede in de regio West-Brabant.

Het werken op 2 locaties is vanuit efficiency en duurzaamheid niet wenselijk en er zijn ook geen geschikte locaties (zowel brown- als greenfields) elders gevonden om de uitbreidingsvraag van Lidl te kunnen realiseren. Kijkende naar het feit dat Lidl zeer tevreden is over de huidige locatie, men de werkgelegenheid wil behouden en zelfs uitbreiden en men geen desinvestering op de huidige locatie wenst, heeft Lidl bewust de keuze gemaakt om plannen te ontwikkelen om het huidige DC in noordelijke richting uit te breiden. Ook het intensiever benutten van de huidige locatie of kiezen voor verticale bouw is niet mogelijk. Dit vanwege het feit dat het huidige DC al een voor logistieke maatstaven bepaalde (qua omgevingsplan ook maximale) hoogte heeft en er als gevolg van een uitbreiding ook behoefte is aan loadingdocks op de begane

Blad 27 van 30

grond. De voorgenomen uitbreiding bedraagt 1,5ha bebouwing en voldoet minimaal aan de behoefte die Lidl had. Afweging bestuurlijk In de door de gemeenteraad van Etten-Leur in juli 2022 vastgestelde Omgevingsvisie is de locatie reeds aangewezen als zoekgebied voor bedrijventerrein. De uitbreiding van Lidl past geheel binnen dit kader. Verdere uitbreiding van Lidl op dit terrein is feitelijk/ruimtelijk ook niet mogelijk. Op basis van de bedrijventerreinafspraken binnen de regio West-Brabant heeft er in 2021 reeds regionale afstemming plaatsgevonden onder alle gemeenten binnen de regio West-Brabant én de provincie. Door alle gemeenten binnen de regio West-Brabant, alsmede de provincie Noord-Brabant is de afstemming van deze ontwikkeling akkoord bevonden. Dit besluit is ook gedeeld met Lidl en Lidl is verder gegaan met de uitbreidingsplannen. Om de regionale afstemming mede in relatie tot de grootschalige logistiek te bezien heeft er voorjaar 2023 wederom een regionale afstemming plaatsgevonden onder alle gemeenten binnen de regio West-Brabant én de provincie. Het standpunt uit 2021 is nogmaals onderschreven en de ontwikkeling is regionaal akkoord bevonden in relatie tot de regionale afspraken in het kader van het provinciaal beleid over grootschalige logistiek.

Locatie Tussendonk Gedurende het proces van de ontwikkeling van de uitbreiding van het DC is tegenover de locatie van het DC, aan de Tussendonk, een ander pand/perceel vrijgekomen en Lidl heeft besloten dit pand/perceel te verwerven. Dit pand staat niet leeg, maar wordt door Lidl al gebruikt voor de inzameling en opslag van pet-flessen. Het perceel aan de Tussendonk zal na uitbreiding van het DC ook dienstdoen als parkeerterrein c.q. ontvangst van de chauffeurs om zodoende op het terrein van het DC een efficiëntere vervoersstroom te hebben. De geparkeerde voertuigen blijven wachten op de locatie aan de Tussendonk waardoor de omgeving van het DC niet onnodig belast wordt met verkeersbewegingen en geluid van koelmotoren van vrachtwagens. Naast een afname van mogelijke overlast is daarmee ook de veiligheid voor de omgeving gediend (minder verkeersdruk, minder parkeerdruk, activiteiten op afstand van omwonenden). Op locatie Zwarthoofd wordt ook een elektrisch laadplein gerealiseerd voor electrische trucks en op de locatie Tussendonk wordt onderzocht of ook een elektrisch laadplein voor vrachtwagens mogelijk is. Onderzoek locatie Tussendonk hangt nog af van de netcongestie problematiek welke ook in deze regio speelt.

De locatie aan de Tussendonk is dus een toekomstgerichte locatie die zeker een aanvulling is op de voorgenomen uitbreiding van het DC maar niet gebruikt kan worden om de activiteiten te faciliteren die samenhangen met de voorgenomen uitbreiding van de locatie aan het Zwarthoofd. Het bestaande distributiecentrum van Lidl is gelegen op een perceel van circa 78.850m2. De bebouwing hierop bedraagt circa 38.000m2. In de toekomstige situatie gaat de bebouwing naar circa 53.000m2 op een perceel van ca 103.300m2. Met deze toekomstige uitbreiding past de grootte binnen het distributiecentrum filiaalbelevering concept van Lidl, daarmee aangevende dat dit een duurzame investering is op de huidige locatie. Ter vergelijking: de locatie Tussendonk is groot circa 22.500m2 en er staat circa 5600m2 bebouwing op. Deze locatie is veel te klein om de gewenste DC -uitbreiding op te plaatsen met de daarbij behorende manoeuvreerruimte. Het is dus een bewuste keuze van Lidl geweest om het huidige DC aan Zwarthoofd 5 uit te breiden. Het perceel aan de Tussendonk zal dienst blijven doen als parkeerruimte om de overlast naar de omgeving te beperken.

Blad 28 van 30

e. Meerwaardecreatie onvoldoende onderbouwd De provincie geeft aan dat niet alle aspecten van de vereiste meerwaardecreatie uit de IOV zijn meegenomen in paragraaf 3.3.3.1 van de toelichting. Volgens de provincie moet meerwaardecreatie ook op sociale en economische gronden worden onderbouwd. Dit standpunt is niet correct. In paragraaf 3.3.3.5 en 3.3.3.6 van de plantoelichting wordt de meerwaardecreatie toegelicht op sociale, ecologische en economische gronden. f.

Regionale binding

De provincie verzoekt om een onderbouwing op te nemen voor regionale binding aan en economische meerwaarde van het bedrijf. In de onderbouwing moet worden opgenomen waarom voor dit distributiecentrum een uitzondering wordt gemaakt volgens artikel 3.44a lid 3 van de Iov. Over de economische meerwaarde is onder e. een reactie gegeven. Voor wat betreft de regionale binding geeft de zienswijze aanleiding om de plantoelichting aan te passen. Aan de plantoelichting wordt aan paragraaf 3.3.3.7. de volgende onderbouwing toegevoegd: Regionale binding Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van het bestaande Lidl distributiecentrum. Lidl Nederland is sinds 2003 op deze locatie gevestigd. Het is één van de zes regionale distributiecentra van Lidl Nederland. Vanuit dit distributiecentrum worden supermarkten van Lidl Nederland in de regio Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland bevoorraad. Hierdoor heeft het distributiecentrum een duidelijk regionaal verzorgingsgebied. Het distributiecentrum vervult verder een belangrijke regionale werkgelegenheidsfunctie. Door aan het verzoek van Lidl voor de uitbreiding van het distributiecentrum tegemoet te komen wordt de lokale en regionale werkgelegenheid behouden. De uitbreiding draagt bij aan de economische ontwikkeling van de regio door het stimuleren van de regionale arbeidsmarkt.

Door de regionale bevoorrading van winkels vanuit het DC Etten-Leur worden de winkels in de regio in staat gesteld hun verzorgingsfunctie voor de regio te vervullen. Het gaat derhalve niet enkel om het DC maar juist om de tientallen winkels die een belangrijk element in de verzorgingsstructuur van de regio vormen. De regionale binding wordt derhalve met name ingegeven door het regionale verzorgingsgebied en de regionale werkgelegenheidsfunctie. Daarnaast is er ook sprake van een maatschappelijke meerwaarde, met een sterke focus op duurzaamheid als onderdeel van het beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen van Lidl. Er worden verschillende duurzame elementen geïmplementeerd in de bedrijfsactiviteiten zoals verdere uitbreiding van zonnepanelen op het bedrijfsdak, de aanleg van de ecologische verbindingszone en voorbereidingen voor elektrisch transport voor (vracht)auto’s. Het uitgangspunt van deze ontwikkeling is verder dat de nieuwbouw energieneutraal, gasloos en onderhoudsarm wordt geproduceerd. Deze aspecten kwalificeren ook als meerwaardecreatie. Het initiatief creëert meerwaarde doordat vol wordt ingezet wordt op de energietransitie met zonnepanelen, gasloos bouwen, Breeam excellent toegepast wordt en de mogelijkheid voor een laadplein voor elektrische vrachtwagens wordt gecreëerd.

Gelet op de sterke regionale binding van dit specifieke Lidl-distributiecentrum past de ontwikkeling binnen het selectieve clusteringsbeleid. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot een aantal aanpassingen van het vast te stellen bestemmingsplan. Zo worden enkele planregels geschrapt dan wel aangevuld en verschillende teksten toegevoegd aan de toelichting.

Blad 29 van 30

Verder heeft de provincie Noord-Brabant bij brief van 15 mei 2024 aangegeven ‘dat het plan voldoende is aangepast en in overeenstemming is gebracht met het provinciaal beleid uit de omgevingsverordening’. Gelet op voorgaande beantwoording en de brief van de provincie is er naar onze mening geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen.

Blad 30 van 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=c980180f-5bd0-47f8-8376-adbe556a4dc6