CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

BBV Raadsvoorstel def GR Jeugdregio West-Brabant West (ondertekend)

Raad besluit 9 maart 2026, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: . Voorstel om geen zienswijze naar voren te brengen over de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd2.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum Raadsvergadering: Agenda nr: Onderwerp:

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio West-Brabant West

Portefeuillehouder(s)

Wethouder Verwijmeren

Van:

Iris Talboom

Telefoonnummer:

0627564836

Email:

iris.talboom@etten-leur.nl

Aan de leden van de raad. Voorstel Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om: 1. Kennis te nemen van de ontwerptekst van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdregio West-Brabant West. 2. Geen zienswijze in te dienen op de ontwerpregeling, omdat het instellen van een Gemeenschappelijke Regeling voor jeugdzorg vanaf 1 januari 2027 wettelijk verplicht is en deze aansluit bij de bestaande regionale samenwerking.

Inleiding Dit voorstel is regionaal voorbereid en wordt voorgelegd aan de raden van de negen gemeenten in de Jeugdhulpregio West-Brabant West. De negen gemeenten in West-Brabant West werken al tien jaar samen op het gebied van jeugdzorg. Deze samenwerking is robuust: we kopen gezamenlijk jeugdzorg in van het Zorg Inkoop en Informatie Team (het Zi2t) en maken gezamenlijk beleid waar nodig. Vanuit het Rijk gelden inmiddels aanvullende eisen, vastgelegd in de Hervormingsagenda Jeugd en de recent aangenomen Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Deze wet wijzigt de Jeugdwet per 1 januari 2027 en verplicht regio’s onder meer tot het opstellen van een regiovisie en het instellen van een Gemeenschappelijke Regeling (hierna: GR) voor jeugdzorg. De regiovisie vormt de inhoudelijke basis voor de samenwerking in onze regio, de GR is het juridische instrument om deze samenwerking te borgen.

Voor onze regio-indeling verandert niets, we blijven samenwerken met de 9 gemeenten, maar een GR ontbreekt nog. Ambtelijk en bestuurlijk is de afgelopen periode hard gewerkt aan het opstellen van deze regeling. Beoogd effect en evaluatie: De wet verplicht gemeenten om de samenwerking in de jeugdzorg officieel te regelen. Met het instellen van een Gemeenschappelijke Regeling (GR) voldoen we aan deze wettelijke taak. De GR helpt ons om als negen gemeenten de jeugdzorg beter te organiseren. Hierdoor blijft specialistische jeugdhulp beschikbaar voor kinderen, jongeren en gezinnen in de hele regio. De samenwerking in één vaste structuur zorgt voor meer duidelijkheid voor inwoners professionals en professionals. Ook zorgt de GR voor een zorgvuldige en doelmatige inzet van middelen. Met deze regeling richten we de regionale jeugdzorg stabiel, toekomstbestendig en rechtmatig in. Argumenten 1.1 De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht alle jeugdzorgregio’s om uiterlijk per 1 januari 2027 een formele Gemeenschappelijke Regeling (GR) in te stellen De verplichting tot regionale samenwerking via een formele regeling (zoals de GR) komt voort uit de Hervormingsagenda Jeugd. In die agenda is afgesproken dat gemeenten regionaal moeten samenwerken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg, om spreiding, continuïteit en efficiëntie te bevorderen.

De regio West-Brabant West (WBW) werkt al ruim tien jaar samen op het gebied van jeugdzorg via de gezamenlijke inkoopstructuur (Zi2T). De regio WBW is door het Rijk beoordeeld als ‘robuuste regio’. De GR borgt deze samenwerking op juridische basis en maakt verdere professionalisering mogelijk. 1.2 Een openbaar lichaam is de best passende keuze voor inrichting van de GR Vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is er een vereiste aan de vorm van de GR (art 2.18). Dit moet een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een centrumgemeenteconstructie zijn. De taken die we regionaal willen uitvoeren zijn inhoudelijk en strategisch. Ze gaan dus verder dan de puur uitvoerende taken waarvoor een bedrijfsvoeringsorganisatie bedoeld is. Die samenwerkingsvorm is te beperkt en biedt bovendien geen apart algemeen en dagelijks bestuur. Voor de regionale jeugdzorg is juist een duidelijke bestuurlijke structuur nodig. Daarom past een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam beter. In het geval van een centrumgemeenteconstructie wordt één gemeente aangewezen als verantwoordelijke. Een centrumregeling kent vanuit de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) geen sturingsrelaties vanuit de andere gemeenten in de regio. Dat maakt dat er één duidelijke dominante gemeente in de regio is.

Dat is niet passend binnen de doelen van deze GR, maar ook niet passend bij de kenmerken van onze regio, waarin gelijkwaardigheid een belangrijke pijler is. Samengevat kunnen we stellen dat een bedrijfsvoeringsorganisatie niet passend is, omdat onze samenwerking verder reikt als bedrijfsvoering, het gaat tenslotte ook om inhoudelijke en strategische taken. Vervolgens is ook een centrumgemeenteconstructie niet passend omdat onze samenwerking

in de regio WBW van oudsher gestoeld is op gelijkwaardigheid en een centrumgemeente geen gelijkwaardigheid heeft tussen de deelnemende gemeenten. De enige passende GR vorm voor onze regio voor de Jeugdzorg is vorm van een Openbaar Lichaam. Het ontwikkelen van beleid en het zorgdragen voor beschikbare jeugdzorg in de regio zijn taken die onder de GR vallen. De beleidscapaciteit die naar de GR overgaat, betreft primair de beleidsformatie die nu bij het Zi2T is belegd. Er wordt naar verwachting geen beleidscapaciteit vanuit de afzonderlijke gemeenten overgedragen, omdat de gemeenteraden hun eigen beleidsrol binnen de gemeenten blijven behouden. Denk hierbij als voorbeeld aan het vaststellen van regiovisies Jeugdzorg, verordeningen jeugdzorg, etc. . 1.3 De GR sluit aan bij de Regiovisie Jeugd 2026-2030 In de Regiovisie Jeugd 2026-2030 zijn uitgangspunten voor samenwerking opgenomen. De regiovisie bouwt voort op de eerdere Regiovisie Jeugd 2022-2025. Hiervoor worden o.a. de volgende waarden benoemd: 

Gedeeld samenspel tussen gezin, gemeente en partners;

Zorg en ondersteuning is zo dichtbij mogelijk;

Jeugdigen en ouders hebben zelf de regie en krijgen, waar nodig, ondersteuning die tijdelijk, versterkend en zo normaal mogelijk is;

Loslaten zonder het zicht te verliezen.

De Regiovisie geeft richting en kaders om ons gezamenlijke doel te kunnen bereiken. Daarmee vormt zij de inhoudelijke basis voor de samenwerking binnen de jeugdhulpregio. De GR vormt de juridische basis om de samenwerking vorm te geven. 1.4 Er is regionaal een proces gelopen om te komen tot de ontwerptekst van de GR De opdracht vanuit het Rijk, zoals opgenomen in de Hervormingsagenda Jeugd 2025-2028, om de samenwerking te formaliseren was al eerder bekend. Op regionaal niveau is daarom gedurende langere tijd gesproken over de gewenste samenwerkingsvorm. Op 7 oktober 2025 is deze verplichting daadwerkelijk wettelijk vastgelegd. De regio heeft daarbij de ambitie om voortvarend, maar in ieder geval vóór de wettelijke ingangsdatum van 1 januari 2027, te komen tot een gemeenschappelijke regeling die de instemming van alle deelnemende gemeenten heeft verkregen. Om tot een ontwerp van de regeling te komen dat breed draagvlak genoot, zijn alle betrokken perspectieven aan tafel gebracht. Deze werkzaamheden maakten deel uit van een projectopdracht, waarbij voor de governance van de uitvoering is gewerkt met een opdrachtgever, een stuurgroep en een begeleidingscommissie en een tweetal werkgroepen. Vervolgens zijn de concerncontrollers en juristen van de negen gemeenten gevraagd om ook input te geven, die zo veel als mogelijk is verwerkt in de ontwerptekst.

Bij alle stappen is nadrukkelijk aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen voor medewerkers van Zi2t, zodat hun belangen zijn meegenomen in het proces. Alternatieven/varianten Vanwege de wettelijke verplichting bestaat er geen alternatief voor een andere samenwerkingsvorm; het instellen van een gemeenschappelijke regeling is de enige toegesteane variant

De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt verschillende vormen van samenwerking tussen gemeenten: een openbaar lichaam, een centrumgemeenteconstructie of een bedrijfsvoeringsorganisatie. Voor de jeugdzorgregio West-Brabant West (WBW) is een openbaar lichaam de beste keuze. Openbaar Lichaam De enige vorm die volledig aansluit bij de wettelijke eisen en bestuurlijke uitgangspunten van de regio WBW is een gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam (art. 8 Wgr). Een openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid en beschikt over een Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en kent een begrotingsprocedure. Hierdoor kunnen overeenkomsten zelfstandig worden afgesloten en is de aansprakelijkheid duidelijk belegd. Tegelijkertijd wordt de bestuurlijke gelijkwaardigheid van de negen gemeenten gewaarborgd, en ontstaat een stabiele en toekomstbestendige structuur die geschikt is voor grootschalige en langdurige jeugdzorginkoop. Een GR met openbaar lichaam biedt daarmee de noodzakelijke rechtspersoonlijkheid, bestuurlijke structuur en continuïteit om de taken uit de Jeugdwet op een rechtmatige en doelmatige manier uit te voeren. Andere Wgr-vormen voldoen niet aan de wettelijke verplichtingen, bieden onvoldoende juridische borging en passen niet bij de bestuurlijke gelijkwaardigheid in WBW. Hieronder een korte uitleg van de varianten met onderbouwing.

Centrumgemeenteconstructie Een centrumgemeenteconstructie (art. 10a Wgr) waarbij één gemeente formeel de taken uitvoert voor de anderen, is niet passend. De formele bevoegdheid ligt volledig bij de centrumgemeente, terwijl de wet juist gezamenlijke besluitvorming over beleid, inkoop en regiovisie vereist. Bovendien komen alle risico’s en aansprakelijkheden bij één gemeente te liggen. Voor de regio WBW, die al tien jaar werkt vanuit bestuurlijke gelijkwaardigheid, is dit geen werkbare of wenselijke oplossing. Bedrijfsvoeringsorganisatie Een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO, art. 10b Wgr) is specifiek bedoeld voor ondersteunende en uitvoerende taken, zoals ICT, HR of financiele administratie. Deze vorm heeft geen bevoegdheid om beleidsmatige of strategische besluiten te nemen. Juist die bevoegdheden zijn essentieel voor het uitvoeren van publiekrechtelijke taken zoals regionale jeugdzorginkoop, waarbij keuzes over contractering, kwaliteit en budget moeten worden gemaakt. Het hanteren van een BVO zou daarom niet alleen ongeschikt zijn voor deze opdracht, maar ook een stap terug betekenen ten opzichte van de huidige situatie, waarin de regio al beleidsmatige en strategische afwegingen gezamenlijk maakt.

Kanttekeningen en risico’s Regiovisie De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Wvbj) verplicht gemeenten om binnen een Jeugdregio samen te werken en een regiovisie vast te stellen (artikel 2.19 Jeugdwet). Deze regiovisie vormt het kader voor de uitvoering van taken door de Jeugdregio. De regiovisie voor de periode 2026–2030 is nog niet door de gemeenteraden vastgesteld. Het besluitvormingsproces hierover loopt parallel met het traject voor de GR. Totdat de nieuwe regiovisie is vastgesteld, blijft de huidige Regiovisie Jeugd 2022–2025 van kracht. Deze visie vormt de basis voor de uitvoering van

werkzaamheden. Omdat de regiovisie elke bestuursperiode wordt geactualiseerd, is de GR zodanig ingericht dat zij ook met toekomstige regiovisies kan werken. De inhoud van de regiovisie blijft daarbij leidend. Nadere aanpassingen De GR is onder tijdsdruk tot stand gekomen. Vanuit juridisch oogpunt zijn een aantal artikelen in de GR aangepast. Op dit moment moet geconstateerd worden, dat niet te overzien is, wat de juist passende governance is voor de doelstellingen die gerealiseerd moeten worden. Dit kan betekenen, dat de GR in de nabije toekomst inhoudelijk moet worden aangepast en het besluitvormingsproces opnieuw doorlopen moet worden. Toelichting Aan dit voorstel zijn extra kosten verbonden. Te denken valt aan overheadkosten die een nieuwe organisatie met zich meebrengen maar bijv. ook accountantskosten voor de controle van de jaarstukken die een openbaar lichaam verplicht is om op te stellen en te laten controleren. Ons advies is om de meerkosten van de GR in beeld te brengen zodat voordat definitieve besluitvorming plaatsvindt dit inzicht bestaat en dit in de definitieve besluitvorming meegenomen kan worden. In de voorgestelde gemeenschappelijke regeling zijn alle financiële bepalingen in lijn met het bestaande regionale beleid. De GR beschikt te zijner tijd over een eigen begroting, die wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur.

Kosten worden doorbelast aan gemeenten op basis van een verdeelsleutel; de uitwerking hiervan volgt via de eerste begroting van de GR. In artikel 10 van de GR is vastgelegd dat hierover unanimiteit vereist is. Deze unanimiteit is een waarborg voor een zuiver en afgewogen besluit, passend bij tien jaar samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en solidariteit. De bestaande middelen voor regionale inkoop (Zi2T) vormen de financiële basis, waardoor geen directe meerkosten worden verwacht. Wel geldt dat een openbaar lichaam eigen planning- en controlverplichtingen heeft, waaronder het opstellen van een begroting en jaarrekening. Dit vraagt om enige aanvullende ambtelijke inzet. Ook kunnen, afhankelijk de uit te werken verdeelsleutel, herverdeeleffecten tussen gemeenten ontstaan. Duurzaamheid People: De GR borgt duurzame beschikbaarheid van jeugdzorg en regionale voorzieningen. Evenals de duurzame samenwerking van de regio West-Brabant West. Planning De GR is per 1 januari 2027 wettelijk verplicht. In 2026 zal het proces richting inwerkintreding van een GR verder worden doorlopen. De korte doorlooptijd vraagt extra aandacht, omdat de wet pas definitief is aangenomen op 7 oktober 2025, waarbij de deadline van 1 januari 2027 gehandhaafd blijft, ondanks de verkiezingen in 2026. Het proces is daarom tijdig gestart, anticiperend op de definitieve besluitvorming door de Eerste Kamer.

De planning voor de aankomende periode ziet er als volgt uit: 

Begin 2026 wordt de ontwerptekst van de GR aan de negen gemeenteraden voorgelegd.

Eventuele aanscherpingen worden nadien verwerkt. Op deze aangescherpte GR wordt in juni of juli een principebesluit van de negen colleges gevraagd.

In het najaar van 2026 wordt instemming van de negen gemeenteraden gevraagd op de inwerkingtreding van de GR.

De gemeenteraden moeten hun colleges toestemming geven om de GR definitief vast te stellen. De regeling kan pas ingaan wanneer alle gemeenteraden hiermee hebben ingestemd.

Wanneer dit proces verder succesvol wordt doorlopen, treedt de GR vanaf januari 2027 in werking.

Communicatie en participatie De totstandkoming van deze gemeenschappelijke regeling (GR) is regionaal vormgegeven en zorgvuldig begeleid. Adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) heeft het proces ondersteund en samen met verschillende werkgroepen gewerkt aan de inhoud van de regeling. Juristen, beleidsadviseurs jeugd, concerncontrollers en adviseurs verbonden partijen hebben vanuit hun eigen expertise bijgedragen. De governance bestond uit:

Werkgroep beleid en werkgroep juridisch (respectievelijk beleidstafel en juridische afvaardiging;

Begeleidingscommissie (vertegenwoordiging uit de werkgroepen; adviserend aan de stuurgroep);

Stuurgroep (vertegenwoordiging vanuit bestuurstafel jeugd, directies, managers en de ambtelijk secretaris samenwerking sociaal domein).

Via de stuurgroep is gestuurd op voortgang van het proces, politiek-bestuurlijk draagvlak op de inhoud en zijn vervolgstappen richting besluitvorming uitgezet. Door de governance heen waren nagenoeg alle negen gemeenten vertegenwoordigd. Daar waar dit niet het geval was, heeft extra overleg plaatsgevonden om betrokkenen bij te praten. Concerncontrollers, juristen en beleidsadviseurs jeugd uit de negen gemeenten hebben op- en aanmerkingen geleverd, waarna deze zoveel als mogelijk zijn verwerkt in de GR en teruggekoppeld aan de betrokkenen. Via de regionale managementtafel en bestuurstafel zijn managers en bestuurders continu geïnformeerd over het proces en de inhoud.

De gemeenteraden ontvangen begin 2026 de ontwerp-GR voor zienswijzen. Na vaststelling volgt publicatie via de wettelijk voorgeschreven kanalen. Regionale communicatie richting professionals en partners verloopt via de Jeugdzorgregio West-Brabant West. In het verdere proces, zoals weergegeven in het hoofdstuk Planning, blijven alle betrokkenen actief geïnformeerd en betrokken. Bijlagen

Etten-Leur, 27 januari 2026 burgemeester en wethouders,

N.J. (René) Reijngoudt gemeentesecretaris

drs. M.C. (Marina) Starmans-Gelijns burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=4941e873-9769-4c47-b150-aa01e6dda13e