BBV Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum Raadsvergadering: Agenda nr: Onderwerp
Verklaring van geen bedenkingen bouwplan intensieve veehouderij Haansberg 146 (met omschakeling van geiten naar vleesstieren)
Van:
Rob de Wit
Telefoonnummer:
4417
Email:
Rob.deWit@etten-leur.nl
Aan de leden van de raad. Voorstel 1. Een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven voor het bouwplan voor de doorontwikkeling van de intensieve veehouderij aan de locatie Haansberg 146; 2. De ontwerpverklaring te beschouwen als een definitieve verklaring van geen bedenkingen, indien tegen de ontwerpverklaring geen zienswijzen zijn ingebracht. Inleiding Aan de Haansberg 146 is een intensieve veehouderij gevestigd in de vorm van een geitenhouderij. Met het instellen van het geitenmoratorium door de provincie Noord-Brabant in 2017 heeft de ondernemer geen mogelijkheden om het bedrijf door te ontwikkelen. Het geitenmoratorium zorgt ervoor dat er geen nieuwe geitenstallen mogen worden gebouwd. De ondernemer wil wel graag het agrarische bedrijf aan de Haansberg 146 voortzetten en omschakelen. Omdat het geitenmoratorium uitbreiding in het aantal geiten niet toestaat, heeft de eigenaar een bouwplan ingediend voor het bouwen van nieuwe veestallen voor het houden van vleesstieren in plaats van geiten. Beoogd effect en evaluatie: Planologisch medewerking te verlenen aan het bouwplan voor intensieve veehouderij aan de Haansberg 146.
Argumenten 1.1 Het omschakelen van geiten naar vleesstieren past binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ Het omschakelen van geiten naar vleesstieren is zonder vergunning mogelijk op basis van het bestemmingsplan. Voor het plangebied is de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ opgenomen, waardoor iedere vorm van intensieve veehouderij is toegestaan op basis van de ruimtelijke ordening. 1.2 Het bouwplan past op drie punten niet binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ Er wordt verzocht om door middel van een uitgebreide omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan ‘Buitengebied'. Het bouwplan voldoet aan de voorwaarden uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ op drie punten na. 1) Voor het ingediende bouwplan is een vormverandering van het bouwvlak nodig. 2) Er is geen differentiatievlak aanwezig voor de beoogde voedervoorzieningen. 3) Er is een toename van emissie voor wat betreft ammoniak en fijnstof. De onderbouwing voor deze drie punten is opgenomen onder argumenten 1.3, 1.4 en 1.5. 1.3 De vormverandering van het bouwvlak is acceptabel Door het van vorm veranderen van het bouwvlak kan het bestaande perceel efficiënter worden ingericht. Normaal gezien is een vormverandering van een bouwvlak een bevoegdheid van het college. In dit geval maakt de vormverandering onderdeel uit van de vergunningsprocedure.
Bij vormverandering van een bouwvlak verandert de vorm van het bouwvlak zonder dat de oppervlakte toeneemt. Deze blijft gelijk. Als voorwaarde geldt dat het perceel landschappelijk ingepast moet worden, omdat meer dan 5.000 m2 aan bebouwing aanwezig gaat zijn op het perceel. 1.4 Het toevoegen van een differentiatievlak voor een voedervoorziening is acceptabel Met het bouwplan wordt meer dan de helft van het bestaande perceel bebouwd. Met het effectief inrichten van het perceel is het niet mogelijk om de voederopslag binnen het bouwvlak te realiseren. Het bestaande bouwvlak is 1,5 ha en het bouwplan bevat 7.900 m2 aan bedrijfsgebouwen. Binnen deze 7.900 m2 aan bedrijfsgebouwen vallen ook een werktuigen-/machineberging van 900 m2 en een vaste mestopslag met dak van ook ongeveer 900 m2. 1.5 De toename van emissie is acceptabel Het totaal aantal dieren dat gehouden wordt, gaat van 1351 naar 520. Omdat er sprake is van een omschakeling in het diertype, heeft dat consequenties voor de emissie op het perceel. De emissie van ammoniak, geur en vooral fijnstof is bij het houden van vleesstieren per dier hoger ten opzichte van geiten. Om die reden worden er minder dieren gehouden, maar neemt de emissie van ammoniak en fijnstof toe.
Voor wat betreft ammoniak is de aanvrager verplicht om de benodigde stikstofrechten aan te kopen, waarbij rekening moet worden gehouden met het extern salderen. Dat betekent dat de aanvrager 30% extra rechten moet kopen die vervolgens worden ingetrokken. De toename van fijnstofemissie is niet te voorkomen met de omschakeling van het diertype. Daarnaast zijn er nog geen officieel erkende emissie reducerende technieken beschikbaar. In de toekomst gaan de eisen verscherpt worden voor wat betreft de emissie van stallen. Wanneer dat gebeurt, zal moeten worden bekeken wat dat voor deze locatie betekent.
De GGD heeft een advies opgesteld en daarin geconcludeerd dat de ammoniakuitstoot niet leidt tot een gezondheidsrisico en dat de toename van fijnstof binnen de maximaal toegestane gezondheidskundige advieswaarde blijft. Deze gezondheidskundige advieswaarde is strenger dan de wettelijk vastgestelde waarden. 1.6 Het verhoogd risico op longontstekingen en Q-koorts vervalt Dit geeft een groot positief effect op gezondheidsrisico’s voor de omgeving. 1.7 Het gezondheidsrisico voor de ontwikkeling van de woningbouwopgave aan de Haansberg vervalt Het geitenmoratorium uit 2017 heeft vooral effect op de uitbreidingsmogelijkheden van de geitenhouderij zelf. In 2018 stelde de gemeente Etten-Leur een interne beleidslijn vast voor wat betreft de zogenaamde omgekeerde werking. Deze beleidslijn stelt dat planmatige, niet-incidentele woningbouw binnen een straal van 2 kilometer niet toegestaan is. Totdat de Rijksoverheid met een conclusie komt over de gezondheidsonderzoeken, blijft de geitenhouderij een risico voor de gezondheid. Met het omschakelen van het bedrijf van geiten naar vleesstieren vervalt deze problematiek. Met het beëindigen van de geitenhouderij verdwijnen de gevolgen die het geitenmoratorium en de interne beleidslijn omgekeerde werking met zich mee brengen.
1.8 Andere ruimtelijke aspecten zijn voor nu akkoord De ruimtelijke onderbouwing is als bijlage 1 toegevoegd aan het raadsvoorstel. Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. 2.1 Wanneer geen zienswijzen zijn ingebracht, is er geen reden om de gemeenteraad een definitief besluit te laten nemen en neemt het college het besluit De ontwerp-verklaring van geen bedenkingen (bijlage 2) doorloopt dezelfde procedure als het ontwerpbesluit omtrent de aanvraag omgevingsvergunning. Dit gebeurt op basis van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (UOV). Dit betekent dat tegen beide ontwerpbesluiten zienswijzen kunnen worden ingediend. De beoordeling en eventuele verwerking daarvan worden door het betreffende bestuursorgaan in het definitief te nemen besluit meegenomen Voor de aanvraag omgevingsvergunning is dat het college, voor de verklaring van geen bedenkingen is dat de gemeenteraad. Als er geen zienswijzen worden ingebracht tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen zijn er geen redenen om de raad nog het definitieve besluit omtrent de verklaring van geen bedenkingen te laten nemen. Er zijn dan immers geen zienswijzen die de eerdere positieve beoordeling kunnen doen veranderen. In dat geval is het ontwerpbesluit van de raad direct het definitieve besluit.
2.2 Bij zienswijzen ontvangt de raad een voorstel voor het nemen van een definitief besluit Als er wel zienswijzen worden ingediend, ontvangt de raad een raadsvoorstel om een definitief besluit over de verklaring van geen bedenkingen te nemen.
Alternatieven/varianten Geen verklaring van geen bedenkingen afgeven Het afgeven van een verklaring van bedenkingen is voorbehouden aan de gemeenteraad. De raad kan besluiten de verklaring van geen bedenkingen niet af te geven. Dat betekent dat de raad geen medewerking wenst te verlenen aan het bouwplan voor de omschakeling van de intensieve veehouderij aan de locatie Haansberg 146. De verklaring kan alleen worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Het initiatief moet in het kader van de omgevingsvergunningprocedure hieraan getoetst worden en eventuele voorschriften vanuit het raadsbesluit moeten opgenomen worden in de omgevingsvergunning. Kanttekeningen en risico’s De bestaande geitenhouderij is een risico voor de woningbouwontwikkeling Haansberg Om diverse redenen is de geitenhouderij een risico voor de ontwikkeling van de woningbouwlocatie Haansberg. Met het beëindigen van de geitenhouderij valt het volledige risico weg. Als de geitenhouderij blijft bestaan, dan blijft de geitenhouderij een risicofactor. Risico agrarische ondernemer De agrarische ondernemer draagt het potentiële risico dat het bedrijf vanwege mogelijke veranderingen in nationaal en/of beleid niet toekomstbestendig is.
Planologische procedure Hoewel vanuit de omgeving geen (grote) bezwaren tegen het plan te verwachten zijn en de provincie Noord-Brabant naar verwachting met de ontwikkeling in kan stemmen, valt niet uit te sluiten dat er gedurende de procedure alsnog reacties komen in de vorm van zienswijzen en/of beroep. Toelichting Financiële toelichting De initiatiefnemers zijn leges verschuldigd voor planologische medewerking op basis van de Legesverordening 2022 (leges voor buitenplans afwijken van het bestemmingsplan en leges voor activiteit bouwen). Juridische toelichting Dit voorstel wordt aan de raad voorgelegd om aan de voorkant van het volledige proces rond vergunningsverlening duidelijkheid te krijgen wat het standpunt is van de raad. De aanvrager dient ervoor te zorgen dat de benodigde ontheffingen en vergunningen verkregen worden, voordat de omgevingsvergunning wordt verleend. Er wordt voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbesluit met de aanvrager een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten, zodat de afspraken rondom de verplichtingen, saneringen en de planschade vastliggen. Het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van het college. De omgevingsvergunning mag pas worden verleend als de
gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) heeft afgegeven. De wettelijke grondslag voor deze verklaring komt voort uit artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht. Door een VVGB af te geven, verklaart de gemeenteraad geen bedenkingen te hebben tegen de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. Zo'n verklaring kan alleen worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Zonder een VVGB kan de voorbereidingsprocedure om tot verlening van de omgevingsvergunning te komen niet worden gestart. Deze basis is te vinden in artikel 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Personele toelichting Met de werkzaamheden is rekening gehouden in de werkplanning van 2022 en 2023 van de afdeling Leefomgeving. Duurzaamheid People Ondanks dat de emissie aan ammoniak en fijnstof toeneemt, levert de omschakeling van de intensieve veehouderij van geiten naar vleesstieren voor de omgeving ter plaatse een kwaliteitsverbetering op. Het verhoogd risico op longontstekingen vervalt en een potentiële bron voor Q-koorts verdwijnt. De emissie van het aantal te vergunnen dieren blijft binnen de maximaal toegestane gezondheidskundige advieswaarde. Planet Nieuwe stallen worden gerealiseerd welke moeten voldoen aan de eisen zoals deze op dit moment gelden conform de Wet milieubeheer en andere nationale en provinciale beleidskaders.
Wanneer veranderingen optreden in wet- en regelgeving, dan zal moeten worden bekeken wat dat voor deze locatie betekent. De aanvrager speelt vooral in op dierenwelzijn met voldoende ruimte en kwaliteit voor de te houden dieren (Beter Leven-keurmerk). Het perceel moet landschappelijk worden ingepast. Profit Het initiatief geeft de mogelijkheid aan de aanvrager om het bedrijf door te ontwikkelen, terwijl dat nu door het geitenmoratorium niet mogelijk is. Planning Januari 2023: Besluit gemeenteraad over ontwerp-verklaring van geen bedenkingen; Februari 2023 tot en met maart 2023: definitieve beoordeling door vooroverlegpartners (provincie, waterschap, OMWB en GGD); April 2023: Mer-besluit door college op basis van de definitieve beoordeling door vooroverlegpartners; Vóór zomer 2023 ontwerpstukken ter inzage (ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerp-verklaring van geen bedenkingen).
Communicatie en participatie De aanvrager is bezig met de omgevingsdialoog. Het verslag wordt opgenomen als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing. De publicatie van de ontwerpstukken vindt plaats via de wettelijke vereisten. Dit houdt in dat de ontwerp-omgevingsvergunning en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen tegelijkertijd ter inzage worden gelegd. Over dit voorstel is overleg gepleegd met de initiatiefnemers en de GGD. Vanuit de ambtelijke organisatie zijn de volgende collega's betrokken geweest: Rob de Wit (ruimtelijke ordening), Kees Vissers en Nicole Hazelzet (milieu), Riny van Oers (beleid ruimtelijke ordening), Willy Gommeren (economie). De aanzet tot het raadsvoorstel is meerdere malen besproken met de portefeuillehouders Ger de Weert (Vergunningen, Toezicht en Handhaving Wabo) en Jean-Pierre Schouw (Ruimtelijke ordening). Bijlagen 1. Ruimtelijke onderbouwing Haansberg 146; 2. GGD-advies Haansberg 146; 3. Raadsvoorstel ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Haansberg 146.
Etten-Leur, 20 december 2022 burgemeester en wethouders,
Dhr. drs. C. Smits gemeentesecretaris
Mw. dr. M.W.M. de Vries burgemeester