Antwoorden technische vragen D66 Van Goghkerk.docx
Tekst van het document
Technische vragen
Onderwerp Van Goghkerk 2021
Inleiding: als fractie hebben wij nog de volgende technische vragen rondom de verkoop van de van Goghkerk.
Vragen: 1.
2.
3.
4.
5.
Levert de stichting van Gogh een exploitatieoverzicht waarmee ze hun levensvatbaarheid kunnen aantonen? Wij beseffen dat de verkoop aan de NV is en niet aan de stichting maar willen graag ook zekerheid dat de eindgebruiker levensvatbaar is. Heeft de gemeente mogelijkheden om de bedrijfsvoering te kunnen controleren van de eindgebruiker om op tijd eventueel bij te sturen? Zijn hier afspraken over gemaakt en worden deze dan ook toegepast? Is er een negatief scenario uitgewerkt waarbij de randvoorwaarden dusdanig negatief zijn en de ambities van de eindgebruiker te hoog blijken te zijn. Al dan niet door Covid of andere factoren? Indien deze scenario’s niet zijn uitgewerkt, mogen wij die nog verwachten? Hoe zien de afspraken er straks uit als de gemeente of gemeenschap gebruik willen maken van de kerk qua tarieven en prioritering. In het kader hiervan, valt er al iets te zeggen over de kerk als trouwlocatie? Hoe gaan deze afspraken eruit zien? Er is onderzocht dat een horecabestemming niet realistisch is gebleken. Zijn er verder nog pogingen dan wel onderzoeken gedaan naar andere mogelijkheden/ partijen?
Robert Prins Burgerlid
Technische vragen
Antwoorden 2021
Vraag: Levert de stichting van Gogh een exploitatieoverzicht waarmee ze hun levensvatbaarheid kunnen aantonen? Wij beseffen dat de verkoop aan de NV is en niet aan de stichting maar willen graag ook zekerheid dat de eindgebruiker levensvatbaar is. Antwoord: De stichting heeft in samenwerking met de NV een businesscase opgesteld voor de komende jaren. Hierin zijn naar onze mening realistische doelstellingen opgenomen, maar de verantwoordelijkheid voor een gezonde bedrijfsvoering blijft uiteraard bij de stichting liggen. 2. Vraag: Heeft de gemeente mogelijkheden om de bedrijfsvoering te kunnen controleren van de eindgebruiker om op tijd eventueel bij te sturen? Zijn hier afspraken over gemaakt en worden deze dan ook toegepast? Antwoord: De verantwoordelijkheid voor een gezonde bedrijfsvoering ligt bij de stichting. Het college neemt deze verantwoordelijkheid straks niet over en is ook niet van plan mee te gaan (be)sturen. Dat betekent niet dat de gemeente geen mogelijkheden heeft. De gemeenteraad kan er voor kiezen om het college op te dragen de eenmalige en jaarlijkse bijdragen aan de stichting in de vorm van een voorwaardelijke subsidie te verlenen. U kan dan denken aan voorwaarden waarbij de stichting niet meer subsidie krijgt dan het exploitatietekort, met een maximum van € 36.000, enz.
Op het verlenen van subsidies zijn de regels uit titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de spelregels die uw raad in de Algemene subsidieverordening Etten-Leur 2018 heeft vastgesteld, van toepassing. Op basis van het subsidierecht bestaat er pas bij de vaststelling van de subsidie daadwerkelijk recht of aanspraak op een verleende subsidie. Bij de aanvraag tot vaststelling (die bij het college moet worden ingediend) moet door de aanvrager zijn aangetoond dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend daadwerkelijk zijn uitgevoerd. En dat natuurlijk is voldaan aan de voorwaarden waaronder de subsidieverlening heeft plaatsgevonden. Afhankelijk van de omvang van de subsidie is de financiële verantwoording zwaarder. In sommige gevallen moet er zelfs een verklaring van een accountant worden overgelegd. Kortom, hoe groter de subsidie, hoe meer verantwoording de subsidieontvanger aan de gemeente moet afleggen. Als er gedurende het boekjaar van de stichting aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten dan is de subsidieontvanger verplicht om dit direct aan de gemeente mee te delen (onder opgave van de redenen voor de ontstane verschillen). Dit staat in artikel 4:70 Awb.
Voor sommige ingrijpende financiële beslissingen (die van invloed zijn op de financiële positie van de subsidieontvanger) is ook vooraf toestemming van de gemeente nodig (artikel 4:71 Awb). 1.
Is er een negatief scenario uitgewerkt waarbij de randvoorwaarden dusdanig negatief zijn en de ambities van de eindgebruiker te hoog blijken te zijn. Al dan niet door Covid of andere factoren? Indien deze scenario’s niet zijn uitgewerkt, mogen wij die nog verwachten? Antwoord: In de scenario's is geen rekening gehouden met effecten vanwege Corona of andere factoren. Dit is een eigen verantwoordelijkheid van de stichting. 4. Hoe zien de afspraken er straks uit als de gemeente of gemeenschap gebruik willen maken van de kerk qua tarieven en prioritering. In het kader hiervan, valt er al iets te zeggen over de kerk als trouwlocatie? Hoe gaan deze afspraken eruit zien? Antwoord: De gemeente kan op de gewenste data gebruik blijven maken van de kerk, mits dit tijdig aangemeld is. De tarieven zullen nog nader besproken worden. Tot 1 januari 2023 mogen wij de kerk om niet gebruiken voor raadsvergaderingen. Voor huwelijken kan de kerk gebruikt blijven worden. Net als bijvoorbeeld Het Havenhuis is het na de verkoop een incidentele trouwlocatie. Gegadigden kunnen zelf met de stichting afspraken hiervoor maken, de gemeente speelt daar geen rol meer in. 5. Er is onderzocht dat een horecabestemming niet realistisch is gebleken. Zijn er verder nog pogingen dan wel onderzoeken gedaan naar andere mogelijkheden/ partijen? Antwoord: Nee dat hebben wij niet gedaan.
Een van de randvoorwaarden van de raad is dat het huidige bestemmingsplan leidend is. Daarnaast heeft de kerk een monumentale status. Deze factoren belemmeren veel alternatieve invullingen. 3.