CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden op Technische vragen CDA betr. wijziging APV

Raad debatteert 23 juni 2025, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling APV Vierde wijziging 20251.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen

Wijziging APV “

20 juni 2025 antwoorden: 23 juni 2025

Vragen: 1. In het voorstel krijgt de burgemeester de mogelijkheid om bijvoorbeeld

een autoverhuurbedrijf te weigeren.

Vraag: Op basis van welke criteria wordt bepaald wanneer een bedrijf als ‘malafide’ wordt aangemerkt?

Vraag: Hoe wordt willekeur bij het weigeren van bedrijven voorkomen?

Vraag: Is het college bereid om deze criteria concreter vast te leggen in beleidsregels?

De burgemeester kan bedrijven als ‘malafide’ aanmerken. De APV geeft daarvoor een duidelijk kader. Namelijk: “Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw, dan wel in dat

gebied de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk

staat of ernstige vrees hiertoe bestaat. Of wanneer de leefbaarheid of

de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.”

Aangezien dit uitzonderlijke situaties betreft en elke situatie uniek is, is dit niet concreter vast te leggen in beleid en is er maatwerk nodig. Een aanwijzingsbesluit van de burgemeester bevat een duidelijke

motivatie waarom in dat geval een dergelijke maatregel noodzakelijk is. Tegen het besluit staat bezwaar en beroep open. Waardoor een toets van het besluit door een rechter mogelijk is.

Door een aanwijsbesluit krijg je mogelijk onderscheid in bedrijven. Dat klopt, maar dat onderscheid is geen willekeur. Want een aanwijsbesluit is maatwerk en moet juist specifiek zijn. Een aanwijsbesluit moet alleen gelden in die situaties waar het noodzakelijk is.

2. Bij grote evenementen wordt een langere doorlooptijd voorzien

vanwege een Bibob-toets.

Vraag: Gelden dezelfde regels voor evenementen die (deels) door vrijwilligers worden georganiseerd, zoals de Avondvierdaagse, Pinksterfeesten en wielerrondes?

Vraag: Is het college bereid onderscheid te maken tussen professionele organisatoren en vrijwillige stichtingen of verenigingen, om onnodige regeldruk te voorkomen?

Een commercieel of niet commercieel evenement is niet relevant voor

de bepaling van de risico’s. De APV zorgt voor regels waarmee risico’s kunnen worden aangepakt. Een van die risico’s is ondermijning. Zicht

hebben op de organisatoren in bepaalde situaties is dan ook wenselijk. In de APV staat in artikel 2:25 aangegeven dat er een aanvraagtermijn

is van 4 maanden voor evenementen in categorie C, een evenement in de grootte van Just-Dance bijvoorbeeld. En voor evenementen met

nieuwe organisatoren. Deze termijn geeft de gemeente de ruimte om deze nieuwe evenementen goed te beoordelen. Onderdeel van deze beoordeling kan ook een bibob-toets zijn.

In de praktijk is gebleken dat bij dergelijke nieuwe categorie C

evenementen eigenlijk altijd ruim vooraf afstemming nodig is tussen gemeente en de aanvrager. Dit om alles goed te kunnen laten

verlopen. Van een verzwaring van de regeldruk is dan ook geen sprake. Alleen wanneer de gemeente een nadere (bibob)toets noodzakelijk vindt moet een organisatie meer gegevens aanleveren.

De burgemeester kan ook, in verband met de voorbereidingstijd van het evenement, van deze termijnen van 4 maanden afwijken. Bijvoorbeeld wanneer de postcodeloterij een evenement wil

organiseren na een positieve uitslag voor Etten-Leur. Dit soort evenementen moet dan meestal in enkele dagen worden georganiseerd.

Voor de meeste evenementen in Etten-Leur blijft de aanvraagtermijn van 8 weken gelden.

3. De APV spreekt van ‘grote evenementen’.

Vraag: Wat is de definitie van een ‘groot evenement’ in deze context?

(Bijvoorbeeld op basis van aantal bezoekers, risicoprofiel of andere criteria?)

Op basis van een risicoscan bepalen we of een evenement een A, B of C evenement is. Waarbij C het hoogste risico is. De veiligheidsscan die we gebruiken is die van de veiligheidsregio.

4. Overlast door o.a. fatbikes op het Raadhuisplein werd recent breed

benoemd door inwoners.

Vraag: Beschikt het college op dit moment over voldoende

bevoegdheden om handhavend op te treden tegen gevaarlijk of hinderlijk gedrag op pleinen zoals het Raadhuisplein? Ja. Voor een elektrische fiets gelden dezelfde verkeersregels als voor een fatbike. (Een speedpedelec is wettelijk een bromfiets. Voor

speedpedelecs gelden andere regels dan voor elektrische fietsen). Zowel de politie als de boa’s kunnen optreden tegen overtredingen van de RVV of de APV aangaande (elektrische)fietsen.

Wanneer de fatbike niet meer de kenmerken van een elektrische fiets heeft (hij gaat te hard bijvoorbeeld), heeft alleen de politie mogelijkheden handhavend op te treden.

Vraag: Indien niet, is het college bereid extra bepalingen in de APV op

te nemen om overlast (zoals van fatbikes) beter aan te kunnen pakken? n.v.t. 5. Er is onduidelijkheid over de mogelijkheden voor het toestaan van

proeverijen.

Vraag: Op welke locaties zijn proeverijen op dit moment toegestaan volgens de APV?

De alcoholwet geeft aan waar proeverijen mogen worden gehouden, niet de APV. Proeverijen zijn bijvoorbeeld toegestaan in cafés en

restaurants, horecazaken waar geen slijterijverkoop is. De Alcoholwet

geeft nu de ruimte aan gemeenteraden om in de APV vast te leggen dat ook slijterijen (onder bepaalde voorwaarden) proeverijen mogen

houden. Wanneer de gemeenteraad in de APV vastlegt dat slijterijen proeverijen mogen houden, gelden verder weer de regels die in de

Alcoholwet staan. Dit is nu opgenomen in voorliggend artikel 2:34e APV.

6. Bij een bestaande bedrijfsbestemming in een woonwijk geldt dat er

slechts één voertuig aanwezig mag zijn.

Vraag: Waarom is in de nieuwe APV slechts één voertuig toegestaan bij bestaande bedrijfsbestemmingen in woonwijken, terwijl dat in het verleden ruimer werd toegestaan?

De openbare weg is bedoeld voor eenieder en er is in de huidige tijd een hoge parkeerdruk. Deze bepaling beoogt optreden mogelijk te maken tegen autohandelaren, transportbedrijven, verladers en

exploitanten van garage-, herstel- en autoverhuurbedrijven die de weg voortdurend gebruiken als stallingsruimte voor voertuigen of de weg gebruikt als werkplaats. Voor dergelijke bedrijfsactiviteiten horen

bedrijven zelf in een geschikte ruimte te voorzien. Stallen is niet het incidenteel parkeren voor één dag of een paar dagen van een

werkbusje wanneer een klusbedrijf bij een woning van derden werkzaamheden uitvoert.

7. Er is op dit moment geen regeling voor het langdurig plaatsen van

caravans op de openbare weg.

Vraag: Is het college bereid om in de APV een bepaling op te nemen

die regelt hoe lang een caravan voor de deur mag staan, bijvoorbeeld een maximum aantal dagen per jaar?

In de huidige APV staat in artikel 5:8 dat het parkeren van caravans is toegestaan voor maximaal drie aaneengesloten dagen.

8. Tot slot hecht het CDA grote waarde aan de handhaafbaarheid van

regelgeving.

Vraag: Is van alle (nieuwe en bestaande) bepalingen in de APV vooraf getoetst of deze daadwerkelijk handhaafbaar zijn in de praktijk?

Ja de handhaafbaarheid wordt altijd meegewogen bij het opnemen van nieuwe artikelen in de APV. De benodigde capaciteit wordt

meegenomen in de kadernota. De benodigde capaciteit is afhankelijk van de prioritering.

Mariette Nooijens

Antwoorden: Wanda Donckers

Technische vragen

Antwoorden 1 MAAND 2021

Antwoorden:

1. Vraag 1. Antwoord 2. Vraag 2. Antwoord 3. Vraag 3. Antwoord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=c55aa593-a285-451a-9278-2d33cab5bc6c